direct naar inhoud van Regels
Plan: Westerhaar-Vriezenveensewijk 2015
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1700.BP2014WHVZVW2015-vas1

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan:

Het bestemmingsplan Westerhaar-Vriezenveensewijk 2015 met identificatienummer NL.IMRO.1700.BP2014WHVZVW2015-ont1 van de gemeente Twenterand.

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

1.3 aan huis verbonden beroep:

een dienstverlenend beroep dat door één van de bewoners op kleine schaal in een woning en/of aangebouwd ondergeschikt gebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de betreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse;

1.4 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.5 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.6 agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren;

1.7 appartementen:

boven, dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen (niet zijnde halfvrijstaande woningen, dan wel woningen in gesloten bebouwing), waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, al dan niet direct vanaf het voetgangersniveau, is gewaarborgd;

1.8 bar-dancings, nachtclubs en discotheken:

horecabedrijven die tot hoofddoel hebben het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen wezenlijke onderdelen vormen;

1.9 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde;

1.10 bed and breakfast

een verblijfsrecreatieve medegebruiksvorm als ondergeschikte nevenactiviteit in een (bedrijfs)woning, waarbij in de (bedrijfs)woning periodiek kortdurend recreatief verblijf wordt verschaft en ontbijt wordt geserveerd, gedreven door de bewoner(s) van die (bedrijfs)woning. Onder bed and breakfast wordt in ieder geval niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid of permanente kamerverhuur;

1.11 bedrijfswoning:

Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, die een functionele binding heeft met het bedrijf. Hiervan is sprake als deze persoon minimaal 36 uur per week bij dat bedrijf werkzaam is en zijn of haar hoofdinkomen uit het bedrijf genereert;

1.12 beperkt kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden;

1.13 bestaand aantal (bedrijfs)woningen

het aantal woningen binnen één bouwperceel dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan , met uitzondering van woningen die reeds in strijd waren met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling(en) van dat plan;

1.14 bestaand bebouwingspercentage:

het percentage van het bouwperceel dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd en dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, met uitzondering van (het deel van) de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn;

1.15 bestaand bedrijf

een bedrijf dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen, met uitzondering van (het deel van) de gebouwen die niet legaal gebouwd zijn;

1.16 bestaand bouwwerk

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen, met uitzondering van (het deel van) de bouwwerken die niet legaal gebouwd zijn.

1.17 bestaand gebouw

een gebouw dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning voor het bouwen, met uitzondering van (het deel van) de gebouwen die niet legaal gebouwd zijn;

1.18 bestaand gebruik

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, met uitzondering van het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling(en) van dat plan.

1.19 bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.20 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.21 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.22 bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.23 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.24 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.25 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde zijn toegelaten;

1.26 bouwwerk:

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.27 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.28 dienstverlenend beroep:

de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hieraan gelijk te stellen gebied;

1.29 garagebox:

een gebouw behorend bij nabijgelegen woningen bedoeld voor stalling van voertuigen of opslag ten behoeve van het wonen;

1.30 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.31 geluidzoneringsplichtige inrichting:

een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld;

1.32 groenvoorzieningen:

onbebouwd gebied, bestaande uit grasvelden, (opgaande) beplantingen, waterpartijen, speelvoorzieningen en voetpaden;

1.33 groothandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit;

1.34 hoekperceel:

het perceel dat aan twee of meer zijden is gelegen aan openbaar gebied;

1.35 hoofdgebouw

een gebouw ten behoeve van bewoning dat op een bouwperceel in stedenbouwkundig opzicht als belangrijkste gebouw valt aan te merken;

1.36 horecabedrijf:

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt;

1.37 indelingslijn:

een als zodanig op de verbeelding aangegeven lijn ten behoeve van het indelen van een bouwvlak of een bestemmingsvlak met het oog op een verschil in maatvoering en/of gebruik;

1.38 kunstwerk:

een bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan wel een voortbrengsel van de beeldende kunsten, danwel een daarmee gelijk te stellen voorziening;

1.39 kwetsbaar object:

een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risico-afstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht moet worden genomen;

1.40 MUPI

afkorting van 'Mobilier Urbain à Publicité Illuminé', oftewel straatmeubilair in de vorm van een verlichte reclamezuil;

1.41 onderbouw:

een gedeelte van een gebouw dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 m boven peil is gelegen;

1.42 ondergeschikt gebouw:

een gebouw of een onderdeel van een gebouw behorend bij een (bedrijfs)woning, dat op een bouwperceel in stedenbouwkundig opzicht qua omvang en situering als ondergeschikt aan het hoofdgebouw valt aan te merken. Hiervan is sprake indien het gebouw minimaal 1,5 m lager is dan het hoofdgebouw;

1.43 opslag:

handelingen waarbij een stof of product voor een korte of langere tijd in een zekere ruimte min of meer statisch wordt gehouden;

1.44 overslag:

handelingen zoals (be)laden, lossen, overladen, hevelen en dergelijke voorzover niet op pneumatische of mechanische wijze, bijvoorbeeld kranen, transportbanden, leidingen;

1.45 peil:
  • a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang plus 0,25 m;
  • b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;
1.46 productiegebonden detailhandel:

detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces, alsmede detailhandel in goederen welke in rechtstreekse relatie staan tot het productieproces waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan het productieproces;

1.47 prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

1.48 reclame:

iedere openbare aanprijzing van goederen, diensten, of denkbeelden (tezamen: producten). Onder reclame wordt mede verstaan het vragen van diensten;

1.49 risicocontour:

een zone of contour op de verbeelding, zoals een LPG-zone, die de grens van een risicogebied als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen of andere veiligheidswetgeving aanduidt;

1.50 risicovolle inrichting:

een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;

1.51 rooilijn:

de vanwege Burgemeester en Wethouders, zo nodig in het terrein, aangewezen lijn, welke op een zoveel mogelijk gelijkmatige afstand evenwijdig aan de as van de weg is gelegen en die:

  • bij bestaande bebouwing zoveel mogelijk aansluit aan de ligging van de naar de wegzijde gekeerde gevels van deze bebouwing;
  • bij het ontbreken van bestaande bebouwing is gelegen op een afstand van ten minste 10 m uit de as van de weg.

Indien op de verbeelding een rooilijn is aangegeven, geldt deze lijn als rooilijn;

1.52 seksshop:

detailhandel in overwegend erotische artikelen waaronder mede begrepen een videotheek waar overwegend erotische films worden verhuurd;

1.53 semi-agrarische doeleinden:

vormen van extensief, niet-bedrijfsmatig agrarisch grondgebruik, al dan niet met een recreatief karakter;

1.54 standplaats voor ambulante handel:

een standplaats die gedurende langere tijd met regelmaat wordt bezet op een vaste plek;

1.55 verkoopvloeroppervlak:

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) winkelruimte ten behoeve van de detailhandel;

1.56 volumineuze detailhandel:

detailhandel die vanwege de omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair;

1.57 vrijstaand ondergeschikt gebouw:

een ondergeschikt gebouw, dat qua constructie en visueel vrij staat van het hoofdgebouw of daarmee slechts is verbonden door een tuinmuur, haag of andere tuinafscherming;

1.58 woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor het niet recreatief huisvesten van één afzonderlijk huishouden en in het geval van inwoning voor maximaal 2 huishoudens

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.2 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen zoals dakkapellen en wolfseinden en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen;

2.3 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen, exclusief de inhoud van kelders voor zover deze zijn gelegen onder een gebouw en deze van buiten niet toegankelijk zijn;

2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.6 de hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

2.7 de afstand tot de perceelgrens:

vanaf enig punt van een bouwwerk tot de perceelgrens.

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de plaatsing van gebouwen worden ondergeschikte bouwdelen als erkers, plinten, pilaster, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch - semi agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - semi agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarische en semi-agrarische doeleinden.
  • b. groenvoorzieningen
  • c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding

met dien verstande dat de gronden niet als erf dienen te worden beschouwd in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2 m;
  • b. de hoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m;
3.3 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, dan wel te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in lid 3.1 gegeven bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • a. detailhandel, niet zijnde productiegebonden detailhandel.

Artikel 4 Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijven met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen ;
  • b. uitsluitend opslag ten behoeve van het ter plaatse gevestigde bedrijf ten hoogte van de aanduiding "Opslag";
  • c. een groothandel en transportbedrijf in zand en grint voor zover op de verbeelding aangeduid als "Transportbedrijf";
  • d. een kranenverhuurbedrijf voor zover op de verbeelding aangeduid als "Specifieke vorm van bedrijf - verhuurbedrijf";
  • e. detailhandel in aanhangers en aanhangeronderdelen ter hoogte van de aanduiding: "Detailhandel"
  • f. bestaande bedrijfswoningen, waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aangebouwd ondergeschikte gebouwen;
  • g. kunstwerken;
  • h. nutsvoorzieningen.

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de bedrijfsgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, dan wel ten minste de afstand van het bestaande bedrijfsgebouw, indien deze minder is;
  • c. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven goothoogte;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer dan 9,5 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte;
  • e. 100% van een bouwvlak mag worden bebouwd, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;
4.2.2 Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  • a. Het aantal (bedrijfs)woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal;
  • b. de afstand van bedrijfswoningen tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel de afstand van de bestaande bedrijfswoning tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens indien deze geringer is;
  • c. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • d. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • e. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 750 m3.
4.2.3 Voor het bouwen van ondergeschikte gebouwen ten behoeve van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  • a. ondergeschikte gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak
  • b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • d. zij dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning te worden gebouwd met uitzondering van aangebouwde ondergeschikte gebouwen met een diepte van ten hoogste 1,5 m en een maximum oppervlakte van 7,5 m2;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte gebouwen bij een (bedrijfs)woning bedraagt niet meer dan 75 m2;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel bedraagt ten minste 1 m, tenzij op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens wordt gebouwd;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte aan niet vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag nooit meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag niet meer dan 50 m2 bedragen;
  • i. de afstand van vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot andere gebouwen dient minimaal 1 m te bedragen, dan wel minimaal de bestaande afstand indien deze kleiner is.

4.2.4 Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en verkeer gelden de volgende regels:
  • a. de inhoud mag maximaal 50m3 bedragen.

4.2.5 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. binnen het bouwvlak mag de bouwhoogte niet meer dan 9 m bedragen
  • b. buiten het bouwvlak mag de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat:
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de niet naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 2 m
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 1 m.
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen.
  • g. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen
4.3 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, dan wel te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in lid 4.1 gegeven bestemmingsomschrijving. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het gebruik van de gronden voor detailhandel met uitzondering van productiegebonden detailhandel;
  • b. het gebruik van de gronden ten behoeve van de op- en overslag van goederen binnen 3 m van de niet naar de weg gekeerde perceelsgrens van de bedrijfsgebouwen;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van de opslag van goederen voor de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfsgebouwen;
  • d. het gebruik van gronden voor zelfstandige kantooractiviteiten.
4.4 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk plaatsvindt van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;
  • de milieusituatie
  • a. afwijken van het bepaalde in lid 4.1 voor de vestiging van bedrijven welke weliswaar niet zijn genoemd in de lid 4.1 toegestane categorieën van bedrijven, mits de bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de woonomgeving gelijk zijn te stellen met de in deze Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemde categorieën;

Artikel 5 Bedrijf - Nutsvoorziening

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. nutsvoorzieningen met bijbehorende voorzieningen
  • b. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding
5.2 Bouwregels
5.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen.
  • b. er mogen geen dienstwoningen worden gebouwd
5.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • b. de hoogte van erfafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen.

Artikel 6 Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven ten behoeve van de verkoop van motorbrandstoffen met de daarbij behorende en daaraan ondergeschikte bestaande detailhandel en bestaande autowasstraat;
  • b. bedrijfswoningen, waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aangebouwd ondergeschikte gebouwen;
  • c. bestaande inwoning;
  • d. kunstwerken;
  • e. nutsvoorzieningen.

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

In de bestemming is tevens het bestaande verkooppunt voor LPG begrepen voor zover deze op de verbeelding is aangeduid met de aanduiding "Veiligheidszone LPG". Het vulpunt mag niet worden verplaatst.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, dan wel ten minste de afstand van het bestaande bedrijfsgebouw, indien deze minder is;
  • c. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven goothoogte;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer dan 9,5 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte;
  • e. 100% van een bouwvlak mag worden bebouwd, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven;

6.2.2 Voor het bouwen van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels:
  • a. het aantal (bedrijfs)woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal;
  • b. de afstand van bedrijfswoningen tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel de afstand van de bestaande bedrijfswoning tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens indien deze geringer is;
  • c. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • d. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • e. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 750 m3.

6.2.3 Voor het bouwen van ondergeschikte gebouwen ten behoeve van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels:
  • a. ondergeschikte gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak
  • b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • d. zij dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning te worden gebouwd met uitzondering van aangebouwde ondergeschikte gebouwen met een diepte van ten hoogste 1,5 m en een maximum oppervlakte van 7,5 m2;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte gebouwen bij een (bedrijfs)woning bedraagt niet meer dan 75 m2;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel bedraagt ten minste 1 m, tenzij op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens wordt gebouwd;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte aan niet vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag nooit meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag niet meer dan 50 m2 bedragen;
  • i. de afstand van vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot andere gebouwen dient minimaal 1 m te bedragen, dan wel minimaal de bestaande afstand indien deze kleiner is.
6.2.4 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. binnen het bouwvlak mag de bouwhoogte niet meer dan 9 m bedragen
  • b. buiten het bouwvlak mag de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat:
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de niet naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 2 m
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 1 m.
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen.
  • g. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen

6.3 Afwijken van de gebruiksregels
6.3.1 Aan huis verbonden activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.1 voor de uitoefening van aan huis verbonden activiteiten die uit het oogpunt van hun relatie tot de omgeving op één lijn te stellen zijn met aan huis verbonden beroepen met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de bedrijfswoonfunctie blijft in overwegende mate behouden;
  • b. per bedrijfswoning mag maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van de aan huis verbonden activiteiten met een maximale oppervlakte van 50 m²;
  • c. bedoeld gebruik levert geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat op en doet geen onevenredige afbreuk aan het karakter van de omgeving; dit betekent onder meer dat:
    • 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is;
    • 2. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    • 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen uitvoert, tevens de bewoner van de bedrijfswoning is;
    • 4. bedoeld gebruik niet een zodanig verkeersaantrekkende activiteit betreft die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  • d. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van de aan huis verbonden activiteit;
  • e. er is voorzien in een streekeigen landschappelijke inpassing;
  • f. er is voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf;
  • g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

Artikel 7 Bedrijf - Rioolwaterzuivering

 

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Rioolwaterzuivering' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. rioolwaterzuivering met bijbehorende voorzieningen;

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer dan 9,5 m bedragen.

7.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte binnen het bouwvlak mag ten hoogste 9 m bedragen;
  • b. de hoogte buiten het bouwvlak mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. de hoogte van erfafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen;
  • d. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • e. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m mag bedragen.

Artikel 8 Bedrijventerrein

8.1 Bestemmingsomschrijving

De op de verbeelding voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2': bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1': bedrijven tot en met categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2': bedrijven tot en met categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1': bedrijven tot en met categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • e. “Bouwmarkt met een maximaal vloeroppervlak van 1500m2 ter plaatse van de aanduiding “detailhandel volumineus”
  • f. kantoren als onderdeel van een bedrijf;
  • g. bedrijfswoningen, waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aangebouwd ondergeschikte gebouwen;
  • h. productiegebonden detailhandel;
  • i. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals bijvoorbeeld groenvoorzieningen, tuin, erf, reclame-objecten, water, nutsvoorzieningen, (ontsluitings)wegen en paden, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen.
  • j. hondenuitlaatplaatsen;
  • k. kunstwerken;
  • l. reclame objecten, onder andere in de vorm van lichtmastreclame, MUPI's en reclamedisplays;

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

In de bestemming zijn niet begrepen:

  • geluidzoneringsplichtige inrichtingen;
  • risicovolle inrichtingen.
8.2 Bouwregels
8.2.1 Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de bedrijfsgebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. het maximale bebouwingspercentage van een bouwperceel bedraagt niet meer dan 70%;
  • c. de afstand van een bedrijfsgebouw tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel de bestaande afstand indien deze geringer is;
  • d. voor nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen geldt dat de afstand van het bedrijfsgebouw tot het hart van de weg minimaal 12,5 meter moet bedragen;
  • e. de hoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt ten hoogste 12 m, dan wel de bestaande hoogte indien deze hoger is.
8.2.2 Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  • a. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal;
  • b. de afstand van bedrijfswoningen tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel de afstand van de bestaande bedrijfswoning tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens indien deze geringer is;
  • c. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • d. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • e. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 750 m3.
8.2.3 Voor het bouwen van ondergeschikte gebouwen ten behoeve van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  • a. ondergeschikte gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak
  • b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • d. zij dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van de bedrijfswoning te worden gebouwd met uitzondering van aangebouwde ondergeschikte gebouwen met een diepte van ten hoogste 1,5 m en een maximum oppervlakte van 7,5 m2;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte gebouwen bij een woning bedraagt niet meer dan 75 m2;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel bedraagt ten minste 1 m, tenzij op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens wordt gebouwd;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte aan niet-vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag nooit meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag niet meer dan 50 m2 bedragen;
  • i. de afstand van vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot andere gebouwen dient minimaal 1 m te bedragen, dan wel minimaal de bestaande afstand indien deze kleiner is.
8.2.4 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de bouwhoogte binnen het bouwvlak mag ten hoogste 9 m bedragen
  • b. de bouwhoogte buiten het bouwvlak mag ten hoogste 3 m bedragen
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de niet naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 2 m
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 1 m.
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen.
  • g. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen
  • h. de hoogte van lichtmastreclame mag ten hoogste 6 meter bedragen
8.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;

nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

8.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;
  • de brandveiligheid

Afwijken van hetgeen bepaald in artikel 8.2.1 voor wat betreft de afstand tot de zijdelingse terreingrens tot een afstand van 1 meter, danwel op de zijdelingse terreingrens, mits de brandweer hiermee akkoord gaat.

8.5 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, dan wel te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in lid 5.1 gegeven bestemmingsomschrijving. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het gebruik van de gronden voor detailhandel met uitzondering van productiegebonden detailhandel;
  • b. het gebruik van de gronden ten behoeve van de op- en overslag van goederen binnen 3 m van de niet naar de weg gekeerde perceelsgrens van de bedrijfsgebouwen;
  • c. het gebruik van de gronden ten behoeve van de opslag van goederen voor de naar de weg gekeerde gevel van de bedrijfsgebouwen;
  • d. het gebruik van gronden of gebouwen voor zelfstandige kantooractiviteiten.
8.6 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk plaatsvindt van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;
  • de milieusituatie
  • a. afwijken van het bepaalde in lid 8.1 voor de vestiging of de uitbreiding van bedrijven welke weliswaar niet zijn genoemd in de lid 8.1 toegestane categorieën van bedrijven, mits de bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de woonomgeving gelijk zijn te stellen met de in deze Staat van Bedrijfsactiviteiten genoemde categorieën;
  • b. afwijken van het bepaalde in lid 8.5 voor detailhandel in volumineuze goederen, zoals bijvoorbeeld;
    • 1. auto's, boten, caravans, keukens, badkamers, landbouwwerktuigen, grove bouwmaterialen en bouwmarkten met een maximum verkoopvloeroppervlak van 1.500 m²;
    • 2. tuincentra;
    • 3. in de vorm van individuele meubeltoonzalen met een oppervlakte van maximaal 1.500 m² verkoopvloeroppervlak per zaak.

Artikel 9 Centrum

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. detailhandel;
  • a. religieuze, medische, sociale, culturele instellingen en onderwijsinstellingen;
  • b. overheidsinstellingen;
  • c. horeca, met uitzondering van bar-dancings, nachtclubs en discotheken met dien verstande dat de oppervlakte aan horecavoorzieningen maximaal 200m2 bedraagt;
  • d. dienstverlening;
  • e. kantoren, uitsluitend volgens het bestaande legale gebruik;
  • f. maatschappelijke dienstverlening;
  • g. (bedrijfs)woningen, waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aangebouwd ondergeschikte gebouwen;
  • h. volumineuze detailhandel ter hoogte van de aanduiding "detailhandel volumineus";
  • i. brood- en banketbakkerij ter hoogte van de aanduiding "specifieke vorm van centrum - brood- en banketbakkerij";
  • j. kunstwerken
  • k. nutsvoorzieningen
  • l. reclame objecten, onder andere in de vorm van lichtmastreclame, MUPI's en reclamedisplays
  • m. JOP's
  • n. hondenuitlaatplaatsen

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

In de bestemming zijn geluidszoneringsplichtige inrichtingen, alsmede risicovolle bedrijven niet begrepen.

9.2 Bouwregels
9.2.1 Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak:;
  • b. de verkoopvloeroppervlakte aan detailhandel bedraagt ten hoogste 6.750m2, met dien verstande dat de verkoopvloeroppervlakte per vestiging maximaal 150m2 mag bedragen en voor maximaal drie vestigingen de verkoopvloeroppervlakte minimaal 800m2 en maximaal 3500m2 bedraagt;
  • c. De oppervlakte aan horecavoorzieningen bedraagt maximaal 200m2;
  • d. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, danwel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven goothoogte;
  • e. de bouwhoogte mag niet meer dan 9,5 m bedragen, danwel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven nokhoogte;
  • f. Het aantal woningen bedraagt ten hoogste het bestaande aantal;

9.2.2 Voor het bouwen van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels:
  • a. het aantal (bedrijfs)woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal;
  • b. de (bedrijfs)woningen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • c. de afstand van (bedrijfs)woningen tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel de afstand van de bestaande (bedrijfs)woning tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens indien deze geringer is;
  • d. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van de bestaande (bedrijfs)woning indien deze hoger is;
  • e. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van de bestaande (bedrijfs)woning indien deze hoger is;
  • f. de inhoud van de (bedrijfs)woning bedraagt ten hoogste 750 m3.

9.2.3 Voor het bouwen van ondergeschikte gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer dan 5 m bedragen, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • c. ondergeschikte gebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met uitzondering van aangebouwde onderschikte gebouwen met een diepte van ten hoogste 1,5 m en een oppervlakte van ten hoogste 7,5 m²;
  • d. de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte gebouwen bij woningen mag niet meer bedragen dan:
    • 1. bij een bouwperceelsgrootte tot 200 m2: maximaal 75 m2;
    • 2. bij een bouwperceelsgrootte van 200 m² tot 500 m²: maximaal 100 m²;
    • 3. bij een bouwperceelsgrootte van 500 m² tot 1.000 m²: maximaal 125 m²;
    • 4. bij een bouwperceelsgrootte vanaf 1.000 m²: maximaal 150 m²;
  • e. het maximale bebouwde oppervlak van een bouwperceel bij woningen mag niet meer bedragen dan:
    • 1. bij een bouwperceelsgrootte tot 200 m2: 60%;
    • 2. bij een bouwperceelsgrootte van 200 m² tot 500 m²: 120 m², vermeerderd met 40% van de bouwperceelsgrootte die de 200 m² te boven gaat;
    • 3. bij een bouwperceelsgrootte vanaf 500 m²: 240 m², vermeerderd met 20% van de bouwperceelsgrootte die de 500 m² te boven gaat, tot een maximum van 400 m²;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens wordt gebouwd;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte aan niet-vrijstaande ondergeschikte gebouwen, mag niet meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw, met uitzondering van percelen met een niet grotere huiskavelbreedte dan 7 m. In dat geval mag de gezamenlijke oppervlakte aan niet-vrijstaande ondergeschikte gebouwen maximaal 125% van het hoofdgebouw bedragen;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag niet meer dan 50 m² bedragen;
  • i. de afstand van vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot andere gebouwen mag niet minder dan 1 m bedragen, dan wel ten minste de bestaande afstand indien deze kleiner is;
9.2.4 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte binnen het bouwvlak mag ten hoogste 9 m bedragen;
  • b. de hoogte buiten het bouwvlak mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) mag ten hoogste 2 m bedragen;
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag ten hoogste 1 m bedragen;
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen.
  • g. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen
  • h. de hoogte van lichtmastreclame mag ten hoogste 6 meter bedragen

Artikel 10 Detailhandel

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. (detail)handel met dien verstande dat ter hoogte van de aanduiding “supermarkt uitgesloten” een supermarkt niet is toegestaan;
  • b. verkeer en verblijf in de vorm van ontsluitings- en parkeervoorzieningen en verblijfsgebied;
  • c. (bedrijfs)woningen, waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aangebouwd ondergeschikte gebouwen;
  • d. kunstwerken;
  • e. kleinschalige bedrijvigheid voortvloeiend uit de ter plaatse aanwezige detailhandel, uitsluitend overeenkomstig de bestaande situatie;
  • f. bedrijven behorende tot de categorieën 1 en 2 van de in de regels opgenomen Staat van bedrijven, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2';
  • g. op gronden met de aanduiding "Maximum aantal winkels" is één winkel toegestaan met een bruto vloeroppervlak van maximaal 1100m2;
  • h. Op gronden met de aanduiding "bedrijf" zijn kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan met een maximum oppervlak van 250m2 ten behoeve van:
    • 1. Post- en koeriersdiensten
    • 2. Vervaardiging van kleding en -toebehoren (met uitzondering van leer)
    • 3. Fabricage van munten, sierraden en dergelijke
    • 4. Groothandel in overige consumentenartikelen
  • i. nutsvoorzieningen

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

10.2 Bouwregels
10.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande gebouw indien deze hoger is;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer dan 9,5 m bedragen, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande gebouw indien deze hoger is;
10.2.2 Voor het bouwen van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels.
  • a. Het aantal (bedrijfs)woningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal
  • b. (bedrijfswoningen) worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • c. de afstand van (bedrijfs)woningen tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel de afstand van de bestaande bedrijfswoning tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens indien deze geringer is;
  • d. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • e. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • f. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 750 m3.
10.2.3 Voor het bouwen van ondergeschikte gebouwen ten behoeve van (bedrijfs)woningen gelden de volgende regels:
  • a. Ondergeschikte gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak
  • b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • d. zij dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw te worden gebouwd met uitzondering van aangebouwde ondergeschikte gebouwen met een diepte van ten hoogste 1,5 m en een maximum oppervlakte van 7,5 m²;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte gebouwen bij een (bedrijfs)woning bedraagt niet meer dan 75 m²;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel bedraagt ten minste 3 m, tenzij op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens wordt gebouwd;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte aan niet-vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag nooit meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag niet meer dan 50 m² bedragen;
  • i. de afstand van vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot andere gebouwen dient minimaal 1 m te bedragen, dan wel minimaal de bestaande afstand indien deze kleiner is.
10.2.4 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de bouwhoogte binnen het bouwvlak mag ten hoogste 9 m bedragen
  • b. de bouwhoogte buiten het bouwvlak mag ten hoogste 3 m bedragen:
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) mag ten hoogste 2 m bedragen.
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag ten hoogste 1 m bedragen;
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen.
  • g. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen
  • h. de hoogte van lichtmastreclame mag ten hoogste 6 meter bedragen

10.3 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk plaatsvindt van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;
  • de milieusituatie
  • a. afwijken van het bepaalde in lid 10.1 voor gronden met de aanduiding 'bedrijf' voor de vestiging van bedrijven welke niet zijn genoemd in de lid 10.1 sub h toegestane bedrijven, mits het uitsluitend bedrijfsactiviteiten in bedrijfscategorieën 1 en 2 betreft die in aard invloed op de woonomgeving hetzelfde zijn als de in lid 10.1 sub h genoemde activiteiten;

Artikel 11 Groen

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. fiets- en voetpaden;
  • b. dagrecreatief medegebruik, met daarbij inbegrepen dagrecreatieve voorzieningen, uitsluitend in de vorm van picknickvoorzieningen, visplaatsen, recreatieve aanlegplaatsen en naar de aard daarmee gelijk te stellen kleinschalige voorzieningen;
  • c. kunstwerken;
  • d. parkeerplaatsen voor zover op de verbeelding aangeduid als "p";
  • e. sport- en speelvoorzieningen zoals speelveld of beweegtuin;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. reclame objecten, onder andere in de vorm van lichtmastreclame, MUPI's en reclamedisplays;
  • h. JOP's;
  • i. hondenuitlaatplaatsen.

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

met dien verstande dat deze gronden niet als erf dienen te worden beschouwd in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan.

11.2 Bouwregels
11.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

Ten aanzien van deze bestemming geldt dat geen gebouwen zijn toegestaan, met uitzondering van de bestaande gebouwen.

11.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de bouwhoogte mag ten hoogste 2 m bedragen;
  • b. de hoogte van erfafscheidingen mag ten hoogste 1 m bedragen;
  • c. de hoogte van lichtmastreclame mag ten hoogste 6 m mag bedragen;
  • d. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen;
  • e. de hoogte van sport- en speelvoorzieningen mag maximaal 4,5 meter bedragen.

Artikel 12 Horeca

12.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. horeca met bijbehorende voorzieningen, met uitzondering van bar-dancings, nachtclubs en discotheken;
  • b. bedrijfswoningen, waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw en de aangebouwd ondergeschikte gebouwen;
  • c. nutsvoorzieningen;

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

12.2 Bouwregels
12.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. het hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen, dan wel ten minste de afstand van het bestaande hoofdgebouw, indien deze minder is;
  • c. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande goothoogte indien deze meer bedraagt;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer dan 9,5 m bedragen, dan wel niet meer dan de bestaande bouwhoogte indien deze meer bedraagt;
12.2.2 Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  • a. bedrijfswoningen worden gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal;
  • c. de afstand van bedrijfswoningen tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel de afstand van de bestaande bedrijfswoning tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens indien deze geringer is;
  • d. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • e. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van de bestaande bedrijfswoning indien deze hoger is;
  • f. de inhoud van de bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 750 m3.
12.2.3 Voor het bouwen van ondergeschikte gebouwen ten behoeve van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
  • a. ondergeschikte gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak
  • b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • d. zij dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw te worden gebouwd met uitzondering van aangebouwde ondergeschikte gebouwen met een diepte van ten hoogste 1,5 m en een maximum oppervlakte van 7,5 m²;
  • e. de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte gebouwen bij een (bedrijfs)woning bedraagt niet meer dan 75 m²;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel bedraagt ten minste 3 m, tenzij op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens wordt gebouwd;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte aan niet vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag nooit meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag niet meer dan 50 m² bedragen;
  • i. de afstand van vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot andere gebouwen dient minimaal 1 m te bedragen, dan wel minimaal de bestaande afstand indien deze kleiner is.
12.2.4 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte binnen het bouwvlak mag ten hoogste 9 m bedragen;
  • b. de hoogte buiten het bouwvlak mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) mag ten hoogste 2 m bedragen;
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag maximaal 1 m bedragen;
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m mag bedragen;
  • g. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen;
  • h. de hoogte van lichtmastreclame mag ten hoogste 6 meter bedragen.

Artikel 13 Maatschappelijk

13.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. religieuze, medische, sociale, culturele instellingen en onderwijsinstellingen;
  • b. overheidsinstellingen;
  • c. huisvesting en/of verzorging en verpleging, al dan niet gecombineerd met een dienstencentrum uitsluitend volgens bestaand aantal huisvestingsplaatsen;
  • d. Kunstwerken;
  • e. Verkeer en verblijf;
  • f. Sport- en speelvoorzieningen;
  • g. Nutsvoorzieningen.

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

13.2 Bouwregels
13.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, ten behoeve van verkeer en verblijf en ten behoeve van de stalling, berging en het onderhoud, tot een inhoud van ten hoogste 50 m³ en een maximale hoogte van 3 meter, mogen gebouwen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven goothoogte;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer dan 9,5 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte;
  • d. 100% van het bouwvlak mag worden bebouwd, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven;
13.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte binnen het bouwvlak mag ten hoogste 9 m bedragen;
  • b. de hoogte buiten het bouwvlak mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) mag ten hoogste 2 m bedragen;
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag maximaal 1 m bedragen;
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m mag bedragen;
  • g. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen;
  • h. de hoogte van lichtmastreclame mag ten hoogste 6 meter bedragen;
  • i. de hoogte van sport- en speelvoorzieningen mag maximaal 4,5 meter bedragen.

Artikel 14 Recreatie

14.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Recreatie" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verblijfsrecreatieve voorzieningen, uitsluitend in de vorm van zomerhuizen;
  • b. dagrecreatieve voorzieningen;
  • c. openbare nutsvoorzieningen;
  • d. bedrijfswoning, uitsluitend overeenkomstig de bestaande situatie.

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

14.2 Bouwregels
14.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht;
  • b. het totaal aan recreatiewoningen binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan het aantal dat op de verbeelding is aangegeven;
  • c. gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen, ten behoeve van verkeer en verblijf en ten behoeve van de stalling, berging en het onderhoud, tot een inhoud van ten hoogste 50m3 mogen buiten het bouwvlak worden opgericht;
  • d. de oppervlakte van een zomerhuis bedraagt ten hoogste 70m2;
  • e. de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen;
  • f. de bouwhoogte mag niet meer dan 6,5 m bedragen.
14.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. De bouwhoogte mag ten hoogste 3 meter bedragen;
  • b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen;
  • c. de bouwhoogte van vlaggemasten mag ten hoogste 8 m bedragen.

Artikel 15 Sport

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. binnen- en buitensportvoorzieningen met daarbij inbegrepen voorzieningen als was- en kleedruimten, kantine, bergings- en stallingsruimten en verenigingsgebouwen;
  • b. Nutsvoorzieningen;
  • c. Evenementen, uitsluitend ten behoeve van de bestemming.

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

15.2 Bouwregels
15.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven goothoogte;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen, dan wel niet meer dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte;
  • c. het bebouwingspercentage bedraagt ten hoogste 5%.
15.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte binnen het bouwvlak mag ten hoogste 9 m bedragen;
  • b. de hoogte buiten het bouwvlak mag ten hoogste 3 m bedragen;
  • c. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • d. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 m bedragen.
  • e. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen
  • f. de hoogte van erfafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen;
  • g. de hoogte van lichtmasten mag ten hoogste 15 m bedragen;
  • h. de hoogte van ballenvangers mag ten hoogste 5 m bedragen.

Artikel 16 Verkeer

16.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verkeer en verblijf met bijbehorende voorzieningen;
  • b. groenvoorzieningen;
  • c. kunstwerken;
  • d. verkeer en verblijf;
  • e. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. sport- en speelvoorzieningen zoals speelveld of beweegtuin;
  • h. standplaats voor ambulante handel ter hoogte van de aanduiding "Standplaats";
  • i. weekmarkt en standplaats voor ambulante handel ter hoogte van de aanduiding "Markt"
  • j. reclame objecten, onder andere in de vorm van lichtmastreclame, MUPI's en reclamedisplays;
  • k. hondenuitlaatplaatsen;
  • l. jongeren Ontmoetings Plek ter hoogte van de aanduiding "Overige zone - evenement 1".

16.2 Bouwregels
16.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. de inhoud per gebouw mag niet meer dan 50 m³ bedragen;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen.
  • c. op gronden die op de verbeelding zijn aangeduid als "Evenementen" mag een gebouwtje ten behoeve van een Jongeren Ontmoetings Plek met een maximale bouwhoogte van 5 meter en een maximale oppervlakte van 40m2 worden geplaatst.
16.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 5 m bedragen;
  • b. de hoogte van lichtmastreclame mag ten hoogste 6 meter bedragen;
  • c. de hoogte van sport- en speelvoorzieningen mag ten hoogste 4,5 meter bedragen.

Artikel 17 Water

17.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. water en oeverstroken;
  • b. kunstwerken.
17.2 Bouwregels
17.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

Er mogen geen gebouwen worden gebouwd.

17.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. de hoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde mag ten hoogste 3,5 m bedragen;
  • b. de hoogte van kunstwerken mag ten hoogste 3,5 meter bedragen.
  • c. de hoogte van reclame objecten mag ten hoogste 4,5 meter bedragen

Artikel 18 Wonen

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van de woning is begrepen;
  • b. een bed and breakfast, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
    • 1. de bed and breakfast voorziening mag alleen in de woning worden gevestigd;
    • 2. het aantal kamers bedraagt maximaal 2;
    • 3. de maximale oppervlakte per kamer bedraagt maximaal 25 m2;
    • 4. het gezamenlijke aantal bedden bedraagt maximaal 4;
    • 5. het parkeren vindt plaats op het eigen erf;

Met de daarbij behorende ontsluitings-, parkeer-, en groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.

18.2 Bouwregels
18.2.1 Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
  • a. het hoofdgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat per bouwperceel ten hoogste één hoofdbouw mag worden gebouwd;
  • b. het aantal woningen per bouwperceel mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal, danwel niet meer dan het aantal zoals is aangegeven op de verbeelding;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer dan 15 m bedragen, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw indien deze hoger is;

18.2.2 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw bedraagt de bouwhoogte op tuinen en erven niet meer dan 3 m;
  • b. voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 1 m.
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de niet naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 2 m
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 1 m.
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;

18.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;

nadere eisen stellen aan:

  • a. de plaats van gebouwen in die zin dat het hoofdgebouw in de naar de weg gekeerde bouwgrens moeten worden gebouwd
  • b. de plaats van bouwwerken geen gebouw zijnde , met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.
18.4 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, dan wel te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in lid 18.1 gegeven bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
  • b. het gebuik van gronden en bouwwerken voor enige vorm van beroep, handel en/of bedrijf, met uitzondering van aan huis verbonden beroepen.
18.5 Afwijken van de gebruiksregels
18.5.1 Aan huis verbonden activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.1 voor de uitoefening van aan huis verbonden activiteiten die uit het oogpunt van hun relatie tot de omgeving op één lijn te stellen zijn met aan huis verbonden beroepen met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de bedrijfswoonfunctie blijft in overwegende mate behouden;
  • b. per bedrijfswoning mag maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van de aan huis verbonden activiteiten met een maximale oppervlakte van 50 m²;
  • c. bedoeld gebruik levert geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat op en doet geen onevenredige afbreuk aan het karakter van de omgeving; dit betekent onder meer dat:
    • 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is;
    • 2. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    • 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen uitvoert, tevens de bewoner van de bedrijfswoning is;
  • d. bedoeld gebruik niet een zodanig verkeersaantrekkende activiteit betreft die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  • e. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van de aan huis verbonden activiteit;
  • f. er is voorzien in een streekeigen landschappelijke inpassing;
  • g. er is voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf;
  • h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

18.5.2 Bed and breakfast

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.1 voor het vestigen van een bed and breakfast van een grotere omvang in de bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de bedrijfswoonfunctie blijft in overwegende mate behouden;
  • b. het aantal kamers mag maximaal 5 bedragen, met een oppervlakte van maximaal 25 m2 per kamer;
  • c. het gezamenlijk aantal bedden mag maximaal 10 bedragen;
  • d. de omvang van de bed and breakfast voorziening mag maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning bedragen;
  • e. op het agrarisch bedrijf is geen groepsaccommodatie of boerderijkamers aanwezig;
  • f. er is voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf;
  • g. er is voorzien in een streekeigen landschappelijke inpassing;
  • h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

Artikel 19 Woongebied

19.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen waaronder aan huis verbonden beroepen tot 30% van de oppervlakte van het hoofgebouw en de aangebouwde ondergeschikte gebouwen begrepen;
  • b. een bed and breakfast, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
    • 1. de bed and breakfast voorziening mag alleen in de woning worden gevestigd;
    • 2. het aantal kamers bedraagt maximaal 2;
    • 3. de maximale oppervlakte per kamer bedraagt maximaal 25 m2;
    • 4. het gezamenlijke aantal bedden bedraagt maximaal 4;
    • 5. het parkeren vindt plaats op het eigen erf;
  • c. Groenvoorzieningen
  • d. Kunstwerken
  • e. Verkeer en verblijf
  • f. Voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding
  • g. Nutsvoorzieningen
  • h. Standplaats voor ambulante handel ter hoogte van de aanduiding "Standplaats"
  • i. Reclame objecten, onder andere in de vorm van lichtmastreclame, MUPI's en reclamedisplays
  • j. JOP's
  • k. Hondenuitlaatplaatsen
  • l. Evenementen

19.2 Bouwregels
19.2.1 hoofdbouw

Voor het bouwen van het hoofdgebouw gelden de volgende bepalingen:

  • a. het hoofdgebouw mag de rooilijn niet overschrijden, met dien verstande dat voorzover op de verbeelding een bouwvlak is aangegeven het hoofdgebouw binnen het bouwvlak wordt gebouwd;
  • b. nieuw op te richten hoofdbouwen worden vrijstaand danwel geschakeld gebouwd met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding "gs-gestapeld" gestapelde woningen zijn toegestaan;
  • c. het aantal woningen per bouwperceel bedraagt niet meer dan het bestaande aantal, te vermeerderen met het op de verbeelding binnen de aanduiding 'aantal' aangegeven aantal woningen;
  • d. wanneer er op de verbeelding een bouwvlak is aangegeven dienen woningen binnen dit bouwvlak te worden opgericht
  • e. vrijstaande hoofdgebouwen dienen te worden geplaatst binnen een afstand van 20 m gemeten vanuit de rooilijn en de overige hoofdbouwen binnen een afstand van 15 m gemeten vanuit de rooilijn;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens bedraagt ten minste 3 m, dan wel ten minste de afstand van de bestaande hoofdbouw tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens indien deze minder is. Uitgezonderd zijn bestaande hoofdgtebouwen die een aaneengesloten bouwmassa vormen. Deze hoofdbouwen mogen tot op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel worden gebouwd aan de zijde waarop de bouwmassa van de verschillende hoofdgebouwen aaneengesloten is;
  • g. de goothoogte bedraagt niet meer dan 6 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande hoofdgebouw indien deze hoger is, dan wel niet meer dan de goothoogte zoals deze is aangegeven op de verbeelding;
  • h. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 9,5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw indien deze hoger is;
  • i. het maximale bebouwingspercentage van een bouwperceel bij woningen mag niet meer bedragen dan:
    • 1. bij een perceelsgrootte tot 200 m²: maximaal 60%;
    • 2. bij een perceelsgrootte van 200 m² tot 500 m²: 120 m², vermeerderd met 40% van de perceelsgrootte die de 200 m² te boven gaat;
    • 3. bij een perceelsgrootte vanaf 500 m²: 240 m², vermeerderd met 20% van de perceelsgrootte die de 500 m² te boven gaat tot een maximum van 400 m²;
  • j. voorzover in afwijking van het voorgaande, geldt voor de gronden aangeduid met 'afwijkende bouwvorm' dat:
    • 1. het hoofdgebouw in drie bouwlagen zonder kap worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 10 m;
    • 2. het hoofdgebouwen geschakeld worden gebouwd;
    • 3. het hoofdgebouwen schuin op de weg worden geplaatst.
19.2.2 ondergeschikte gebouwen

Voor het bouwen van ondergeschikte gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. de goothoogte bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel niet meer dan de goothoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 5 m, dan wel niet meer dan de bouwhoogte van het bestaande ondergeschikte gebouw indien deze hoger is;
  • c. ondergeschikte gebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw te worden gebouwd, met uitzondering van aangebouwde ondergeschikte gebouwen met een diepte van ten hoogste 1,5 m en een maximum oppervlakte van 7,5 m²;
  • d. de gezamenlijke oppervlakte van de ondergeschikte gebouwen bij woningen mag niet meer bedragen dan:
    • 1. bij een perceelsgrootte tot 200 m²: maximaal 75 m²
    • 2. bij een perceelsgrootte van 200 m² tot 500 m²: maximaal 100 m²;
    • 3. bij een perceelsgrootte van 500 m² tot 750 m²: maximaal 125 m²;
    • 4. bij een perceelsgrootte vanaf 750 m²: maximaal 150 m²;
  • e. het maximale bebouwingspercentage van een bouwperceel bij woningen mag niet meer bedragen dan:
    • 1. bij een perceelsgrootte tot 200 m²: maximaal 60%;
    • 2. bij een perceelsgrootte van 200 m² tot 500 m²: 120 m², vermeerderd met 40% van de perceelsgrootte die de 200 m² te boven gaat;
    • 3. bij een perceelsgrootte vanaf 500 m²: 240 m², vermeerderd met 20% van de perceelgrootte die de 500 m² te boven gaat tot een maximum van 400 m²;
  • f. de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelgrens van het bouwperceel bedraagt ten minste 1 m, tenzij op de niet naar de weg gekeerde perceelgrens wordt gebouwd;
  • g. de gezamenlijke oppervlakte aan niet-vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag nooit meer bedragen dan de oppervlakte van het hoofdgebouw; met uitzondering van percelen met een niet grotere huiskavelbreedte dan 7 m en/of percelen met aaneengesloten hoofdbouwen waarbij een hoofdbouw geen grotere oppervlakte heeft dan 50 m². Dan mag de gezamenlijke oppervlakte van het niet-vrijstaande ondergeschikte gebouw maximaal 125% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen;
  • h. De gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande ondergeschikte gebouwen mag niet meer bedragen dan:
    • 1. 50 m² voor bouwpercelen kleiner dan 500 m²;
    • 2. 75 m² voor bouwpercelen groter dan 500 m²
    • 3. 100 m² voor bouwpercelen groter dan 750 m².
  • i. de afstand van vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot andere gebouwen dient minimaal 1 m te bedragen, dan wel minimaal de bestaande afstand indien deze kleiner is.
19.2.3 overige gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen en verkeer en verblijf geldt dat de inhoud per gebouw niet meer dan 50 m³ mag bedragen en de maximale hoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen.

19.2.4 Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels:
  • a. achter (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw bedraagt de bouwhoogte op tuinen en erven niet meer dan 3 m;
  • b. voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 1 m.
  • c. de hoogte van erfafscheidingen achter de niet naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 2 m
  • d. de hoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel(s) mag niet meer bedragen dan 1 m.
  • e. de hoogte van vlaggenmasten mag ten hoogste 8 m bedragen;
  • f. de hoogte van licjtmastreclame mag maximaal 6 meter bedragen;
19.3 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;

nadere eisen stellen aan:

  • a. de goot- en bouwhoogte en dakvorm bij verbouw van gebouwen; deze dienen aan te sluiten bij het bestaande gebouw;
  • b. de bouwhoogte van het hoofdgebouw in die zin dat het verschil met de goothoogte ten minste 2 m dient te bedragen;
  • c. de plaats van bouwwerken geen gebouw zijnde , met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.
19.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen;

Afwijken van het bepaalde in:

Voor wat betreft de goothoogte van het hoofdgebouw;

  • b. lid 19.2.2, onder b:
    voor niet-vrijstaande ondergeschikte gebouwen tot en met een maximum bouwhoogte van 7,5 m;
  • c. lid 19.2.2, onder c:
    • 1. ingeval van hoekpercelen;
    • 2. ingeval van overige percelen onder de voorwaarden dat het ondergeschikte gebouw in architectonisch opzicht onderdeel uitmaakt van het bijbehorende hoofdgebouw;
  • d. lid 19.2.2, onder g;
    onder de voorwaarden dat:
    • 1. de gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande ondergeschikte gebouwen niet meer bedraagt dan 50 m²;
    • 2. de vergroting noodzakelijk is;
  • e. lid 19.2.2, onder f, g en j:
    ingeval de oppervlakte van de bestaande, vrijstaande ondergeschikte gebouwen groter is dan de oppervlakte zoals is aangegeven in artikel 19.2.2, onder i, teneinde toe te staan dat de bestaande, vrijstaande ondergeschikte gebouwen worden vervangen door maximaal twee vrijstaande ondergeschikte gebouwen, met dien verstande dat:
    • 1. De oppervlakte van de vrijstaande ondergeschikte gebouwen na deze vervangende nieuwbouw (c.q. verbouw) is teruggebracht tot maximaal de oppervlakte die is toegestaan in artikel 19.2.2, onder i, vermeerderd met 50% van de oppervlakte boven de oppervlakte die is toegestaan in 19.2.2, onder i.
    • 2. De goothoogte en bouwhoogte van de vrijstaande ondergeschikte gebouwen ten hoogste respectievelijk 3 en 5 meter mogen bedragen.
    • 3. Het (nieuw)bouwplan stedenbouwkundig aanvaardbaar is.
  • f. lid 19.2.2, onder e, f en i;

Voor het bouwen van (maximaal twee) vrijstaande ondergeschikte gebouwen met een maximale oppervlakte van 100 m², met dien verstande dat:

    • 1. Het bouwperceel minimaal 750 m² bedraagt;
    • 2. De goothoogte en bouwhoogte van de vrijstaande ondergeschikte gebouwen ten hoogste respectievelijk 3 en 5 meter mogen bedragen.
    • 3. Alle vrijstaande niet legale ondergeschikte gebouwen op het perceel dienen te worden gesloopt;
    • 4. Het (nieuw)bouwplan stedenbouwkundig aanvaardbaar is.

19.5 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken, dan wel te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in lid 19.1 gegeven bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:
  • het gebuik van gronden en bouwwerken voor enige vorm van beroep, handel en/of bedrijf, met uitzondering van aan huis verbonden beroepen.
  • Het gebruik van ondergeschikte gebouwen met een oppervlakte van meer dan 10m2 voor huisdieren.
19.6 Afwijken van de gebruiksregels
19.6.1 aan huis verbonden activiteiten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.1 voor de uitoefening van aan huis verbonden activiteiten die uit het oogpunt van hun relatie tot de omgeving op één lijn te stellen zijn met aan huis verbonden beroepen met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de bedrijfswoonfunctie blijft in overwegende mate behouden;
  • b. per bedrijfswoning mag maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de begane grond van de bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van de aan huis verbonden activiteiten met een maximale oppervlakte van 50 m²;
  • c. bedoeld gebruik levert geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat op en doet geen onevenredige afbreuk aan het karakter van de omgeving; dit betekent onder meer dat:
    • 1. geen omgevingsvergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid, dat onder de werking van bijlage I van het Besluit omgevingsrecht valt, tenzij het desbetreffende gebruik door middel van het stellen van voorwaarden verantwoord is;
    • 2. het gebruik naar aard met het karakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn;
    • 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de bedrijfswoning en aangebouwde bijgebouwen uitvoert, tevens de bewoner van de bedrijfswoning is;
  • d. bedoeld gebruik niet een zodanig verkeersaantrekkende activiteit betreft die kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
  • e. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van de aan huis verbonden activiteit;
  • f. er is voorzien in een streekeigen landschappelijke inpassing;
  • g. er is voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf;
  • h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

19.6.2 bed and breakfast

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.1 voor het vestigen van een bed and breakfast van een grotere omvang in de bedrijfswoning, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. de bedrijfswoonfunctie blijft in overwegende mate behouden;
  • b. het aantal kamers mag maximaal 5 bedragen, met een oppervlakte van maximaal 25 m2 per kamer;
  • c. het gezamenlijk aantal bedden mag maximaal 10 bedragen;
  • d. de omvang van de bed and breakfast voorziening mag maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning bedragen;
  • e. op het agrarisch bedrijf is geen groepsaccommodatie of boerderijkamers aanwezig;
  • f. er is voorzien in voldoende parkeergelegenheid op het eigen erf;
  • g. er is voorzien in een streekeigen landschappelijke inpassing;
  • h. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in de omgeving aanwezige functies en waarden;
  • i. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.

Artikel 20 Leiding - Gas

20.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken.

20.2 Bouwregels
  • a. In afwijking van het bepaalde bij de andere voor die gronden voorkomende bestemmingen, mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.
20.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 20.2, sub a en sub b:

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten.

20.4 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding.

20.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
20.5.1 Vergunningplicht

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding – Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
  • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage;
  • e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
20.5.2 Uitzondering

Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden:

  • a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
  • b. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen;
  • c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;
  • d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
20.5.3 Toetsingscriteria
  • a. Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden.
  • b. Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 20.5.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

Artikel 21 Waarde - Archeologie hoge verwachting

21.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.

21.2 Bouwregels
21.2.1 Algemeen

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels:

  • a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. Indien uit sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
    • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht, of;
    • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, of;
    • 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden voor een archeologische deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of;
    • 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan;
  • c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
21.2.2 Advies archeoloog

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 25.2.1 sub a, wint het advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

21.2.3 Uitzondering bouwregels

Het bepaalde onder 21.2.1 sub a geldt niet indien:

  • a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of;
  • b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders, of;
  • c. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2;
  • d. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen.
21.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de afmetingen van bouwwerken, de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
21.4.1 Vergunningsplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 21.1 bedoelde gronden de onderstaande werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m;
  • b. grondwerkzaamheden waartoe wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakte verhardingen;
  • c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten;
  • f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem;
  • g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
21.4.2 Beoordelingscriteria

Ten aanzien van de in artikel 21.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria:

  • a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate zijn vastgesteld. In dien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden;
  • b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld.
21.4.3 Voorwaarden aan omgevingsvergunning
  • a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder:
    • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waaronder (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel gericht zijn, of;
    • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, of;
    • 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of;
    • 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan;
  • b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 25.4.1 wint deze advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
21.4.4 Uitzonderingen vergunningsplicht

Het in artikel 21.4.1 opgenomen verbod geldt niet:

  • a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik;
  • c. voor werken en werkzaamheden over een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2 en niet dieper dan 0,4 m vanaf het maaiveld;
  • d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk;
  • e. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend;
  • f. ingeval op grond van de monumentenwet 1988 een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn.

Artikel 22 Waarde - Archeologie lage verwachting

22.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie lage verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.

22.2 Bouwregels

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels:

  • a. voor bouwwerken die volledig worden gebouwd binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting' gelden geen regels aanvullend aan het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen;
  • b. voor bouwwerken die deels worden gebouwd binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting en deels worden gebouwd binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein', 'Waarde - Archeologie hoge verwachting', 'Waarde - Archeologie hoge verwachting bij cultuurhistorisch element' en/of 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' zijn de regels van de bestemming die ziet op de hoogste archeologische waarde ter plaatse, van toepassing op het hele bouwwerk, voor zover gelegen binnen een afstand van 10 m vanaf de betreffende bestemming met de hoogste archeologische waarde;
  • c. voor bouwwerken die worden gebouwd grenzend aan de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein' zijn de regels van de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein' van toepassing op het hele bouwwerk voor zover gelegen binnen een afstand van 10 m vanaf de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein'.
22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels:

  • a. voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die volledig worden uitgevoerd binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting' gelden geen regels aanvullend aan het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen;
  • b. voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die deels worden uitgevoerd binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachting en deels worden uitgevoerd binnen de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein', 'Waarde - Archeologie hoge verwachting', 'Waarde - Archeologie hoge verwachting bij cultuurhistorisch element' en/of 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' zijn de regels van de bestemming die ziet op de hoogste archeologische waarde ter plaatse, van toepassing op het hele werk of de hele werkzaamheid, voor zover gelegen binnen een afstand van 10 m vanaf de betreffende bestemming met de hoogste archeologische waarde;
  • c. voor werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die worden uitgevoerd grenzend aan de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein' zijn de regels van de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein van toepassing op het hele werk of de hele werkzaamheid voor zover gelegen binnen een afstand van 10 m vanaf de bestemming 'Waarde - Archeologie AMK-terrein'.

Artikel 23 Waarde - Archeologie middelhoge verwachting

23.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de bodem.

23.2 Bouwregels
23.2.1 Algemeen

Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels:

  • a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld;
  • b. Indien uit sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
    • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht, of;
    • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, of;
    • 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden voor een archeologische deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of;
    • 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan;
  • c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing.
23.2.2 Advies archeoloog

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 23.2.1 sub a, wint het advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

23.2.3 Uitzondering bouwregels

Het bepaalde in artikel 23.2.1 sub a geldt niet indien:

  • a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of;
  • b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders, of;
  • c. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2;
  • d. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen.

23.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de afmetingen van bouwwerken, de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden.

23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
23.4.1 Vergunningsplicht

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 23.1 bedoelde gronden de onderstaande werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m;
  • b. grondwerkzaamheden waartoe wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakte verhardingen;
  • c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten;
  • f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem;
  • g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd;
  • h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
23.4.2 Beoordelingscriteria

Ten aanzien van de in artikel 23.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria:

  • a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate zijn vastgesteld. In dien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden;
  • b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld.
23.4.3 Voorwaarden aan omgevingsvergunning
  • a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder:
    • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waaronder (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel gericht zijn, of;
    • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, of;
    • 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of;
    • 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan;
  • b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 28.4.1 wint deze advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
23.4.4 Uitzonderingen vergunningsplicht

Het in artikel 23.4.1 opgenomen verbod geldt niet:

  • a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik;
  • c. voor werken en werkzaamheden over een oppervlakte kleiner dan 2.500 m2 en niet dieper dan 0,4 m vanaf het maaiveld;
  • d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk;
  • e. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend;
  • f. ingeval op grond van de monumentenwet 1988 een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 24 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 25 Algemene gebruiksregels

25.1 Parkeren en laden/lossen
25.1.1 Parkeergelegenheid

Indien de omvang, het gebruik of de bestemming van een gebouw of terrein daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, dan wel op het betreffende terrein. Voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de nota parkeernormen gemeente Twenterand. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.

25.1.2 Afmetingen parkeerplaatsen

De in het eerste lid bedoelde ruimte voor het parkeren van auto's moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan:

  • a. indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten ten minste 2,50 meter bij 5,00 meter in geval van haaks en gestoken parkeren en 2,20 meter bij 6,50 meter bij langs parkeren bedragen;
  • b. indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst, ten minste 3,50 meter bij 6,00 meter bedragen.
25.1.3 Laden en lossen

Indien het gebruik van een terrein of de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.

25.1.4 Afwijkingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het eerste, tweede en/of derde lid:

  • a. indien het voldoen aan die regels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
  • b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
25.1.5 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik in strijd met de bestemmingen wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en/of bouwwerken, waarbij niet is voorzien in voldoende parkeergelegenheid en/of voldoende laad- en losruimte.

25.2 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • het gebruik van vrijstaande ondergeschikte gebouwen als woning;
  • het gebruik van (een deel van) een bedrijfsgebouw als woning;
  • het gebruik van gronden ten behoeve van de opslag van goederen voor de naar de weg gekeerde gevel van bedrijfsgebouwen;
  • het gebruik van bouwwerken en gronden als stort en overslag van al dan niet aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud;
  • het gebruik van gronden en bouwwerken voor enige vorm van beroep, handel en/of bedrijf, met uitzondering van aan huis verbonden beroepen.
  • het gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie met een kleinschalig karakter.
  • het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van prostitutie en seksshops.

Artikel 26 Algemene aanduidingsregels

26.1 overige zones - evenementen
26.1.1 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduidingen:

  • a. 'overige zone - evenement 1';
  • b. 'overige zone - evenement 2';
  • c. 'overige zone - evenement 3';
  • d. 'overige zone - evenement 4';

zijn de gronden, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het aan de desbetreffende aanduiding verbonden type evenement zoals opgenomen in Bijlage 2 'Jaarlijkse evenementen Westerhaar-Vriezenveensewijk', met dien verstande dat de tijdsduur niet meer bedraagt dan het in die bijlage opgenomen aantal dagen per kalenderjaar, en de daarbij behorende voorzieningen.

26.1.2 Specifieke gebruiksregels

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - evenement 3' is tevens een gebruik als kampeerterrein toegestaan, met dien verstande dat dit gebruik als kampeerterrein ten dienste staat van het ter plaatse te houden evenement en dit maximaal 4 aaneengesloten nachten is toegestaan.

26.2 veiligheidszone - lpg
26.2.1 Aanduidingsomschrijving

De op de plankaart voor Veiligheidszone LPG aangewezen gronden zijn, naast het bepaalde in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen (basisbestemmingen), bestemd voor het tegengaan van een te hoog veiligheidsrisico van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten vanwege een LPG-installatie.

26.2.2 Bouwregels

In afwijking van het bepaalde bij de basisbestemming mogen op in deze gronden geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd.

26.2.3 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in lid 26.2.2 en toestaan dat beperkt kwetsbare objecten worden gebouwd, mits hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen.

26.2.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden
  • a. Behoudens het bepaalde in lid b, is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna aangegeven werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren op en in de gronden als bedoeld in lid 26.2.1:
    • 1. het planten van diepwortelende bomen of stuiken;
    • 2. het indrijven/slaan van voorwerpen in de grond;
    • 3. het afgraven of ophogen van het maaiveld;
    • 4. het aanbrengen van gesloten verharding;
    • 5. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan voor normaal (agrarisch) gebruik;
    • 6. het permanent opslaan van goederen;
    • 7. het verrichten van zwaar transport.
  • b. Het onder a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden:
    • 1. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud;
    • 2. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen ten tijde van het onherroepelijk worden van de goedkeuring van het plan.
  • c. Werken en werkzaamheden als bedoeld onder a zijn slechts toelaatbaar indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen:
    • 1. geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van en de veiligheidssituatie rond de betreffende leiding;
    • 2. ter zake daarvan vooraf advies bij de leidingbeheerder is ingewonnen.

Artikel 27 Algemene afwijkingsregels

27.1 Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen afwijken van:

  • a. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals luchtkokers, liftschachten en lichtkappen met maximaal 10% van de oppervlakte van het betreffende gebouw wordt vergroot, mits:
    • 1. deze vergroting niet meer dan 20 m² bedraagt;
    • 2. de vergroting niet leidt tot een bouwhoogte welke meer dan één maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt;
  • b. het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen voor het verhogen van de bouwhoogte voor installaties en dergelijke voor ten hoogste 20% van de oppervlakte van de gebouwen tot maximaal 15 m om te kunnen voldoen aan de milieuvoorwaarden;
  • c. het afwijken van bebouwingsgrenzen en overige aanduidingen op de verbeelding met maximaal 5 m ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven onder voorwaarde dat deze afwijkingen noodzakelijk zijn in verband met de uitmeting van het terrein, dan wel uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond gewenst zijn;
  • d. het bepaalde in het plan en toestaan dat het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;
  • e. het bepaalde in het plan voor het bouwen van antennes, waarvan de bouwhoogte ten hoogste 10 m mag bedragen en voor een centrale antenne tot een bouwhoogte van ten hoogste 25 m;
  • f. het bepaalde in het plan en toestaan dat een gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde wordt gebruikt c.q. opgericht ten behoeve van een JOP, mits:
    • 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m2 bedraagt;
    • 2. de goothoogte ten hoogste 3 meter bedraagt;
    • 3. de bouwhoogte ten hoogste 5 m bedraagt.
  • g. het bepaalde in het plan en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, pinautomaten, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes en bouwwerken geen gebouw zijnde, worden gebouwd, mits:
    • 1. de inhoud per gebouwtje niet meer dan 100 m³ bedraagt;
    • 2. de hoogte van gebouwen maximaal 3 meter bedraagt
    • 3. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde, ten hoogste 15 m bedraagt;
  • h. het bepaalde in het plan voor het bouwen van kunstwerken, met dien verstande dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 6 m.
27.2 Voorwaarden voor afwijken

De onder 27.1 bedoelde afwijkingen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van de gebouwen.

Artikel 28 Algemene wijzigingsregels

28.1 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat:

  • a. de plaats en richting van bebouwingsgrenzen en bestemmingsgrenzen en overige aanduidingen op de verbeelding met maximaal 10 m kunnen worden gewijzigd ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven, onder de voorwaarde dat deze afwijkingen uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond zijn gewenst;
  • b. een transformatorstation, gasdrukmeet- en regelstation, rioolgemaal en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken van openbaar nut mogen worden gebouwd tot een maximum inhoud van 400 m³ en een maximum bouwhoogte van 4 m.
28.2 Voorwaarden voor wijziging

De onder 28.1 bedoelde wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van:

  • de woon- en werksituatie;
  • het straat- en bebouwingsbeeld;
  • de milieusituatie;
  • de verkeersveiligheid;
  • de sociale veiligheid;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de verschijningsvorm van gebouwen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 29 Overgangsrecht

29.1 Overgangsrecht bouwwerken
29.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
29.1.2 Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 29.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 29.1.1 met maximaal 10%.

29.1.3 Uitzondering overgangsrecht bouwwerken

Lid 29.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

29.2 Overgangsrecht gebruik
29.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

29.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 29.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

29.2.3 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 29.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

29.2.4 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Lid 29.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 30 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Westerhaar-Vriezenveensewijk 2015.

Bijlagen bij de regels

Bijlage 1 Staat van bedrijven

SBI-
CODE  
    OMSCHRIJVING   AFSTANDEN IN METERS   
-   nr.     geur   stof   geluid   gevaar   grootste
afstand  
categorie  
01   -   LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW                          
014   0   Dienstverlening t.b.v. de landbouw:                          
014   1   - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²   30   10   50   10   50   3.1  
014   3   - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m2   30   10   50   10   50   3.1  
02   -   BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW                          
020       Bosbouwbedrijven   10   10   50   0   50   3.1  
15   -   VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN                          
151   0   Slachterijen en overige vleesverwerking:                          
151   1   - slachterijen en pluimveeslachterijen   100   0   100   50   100   3.2  
151   4   - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m²   100   0   100   50   100   3.2  
151   7   - loonslachterijen   50   0   50   10   50   3.1  
151   8   - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 m²   50   0   50   10   50   3.1  
152   0   Visverwerkingsbedrijven:                          
152   2   - conserveren   200   0   100   30   200   4.1  
152   5   - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m²   100   10   50   30   100   3.2  
152   6   - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m²   50   10   30   10   50   3.1  
1532, 1533   0   Groente- en fruitconservenfabrieken:                          
1532, 1533   1   - jam   50   10   100   10   100   3.2  
1532, 1533   2   - groente algemeen   50   10   100   10   100   3.2  
1532, 1533   3   - met koolsoorten   100   10   100   10   100   3.2  
1541   0   Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten:                          
1541   1   - p.c. < 250.000 t/j   200   30   100   30   200   4.1  
1542   0   Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten:                          
1542   1   - p.c. < 250.000 t/j   200   10   100   100   200   4.1  
1543   0   Margarinefabrieken:                          
1543   1   - p.c. < 250.000 t/j   100   10   200   30   200   4.1  
1551   0   Zuivelprodukten fabrieken:                          
1551   3   - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j   50   0   100   50   100   3.2  
1552   1   Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²   50   0   100   50   100   3.2  
1552   2   - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m²   10   0   30   0   30   2  
1561   0   Meelfabrieken:                          
1561   2   - p.c. < 500 t/u   100   50   200   50   200   4.1  
1561       Grutterswarenfabrieken   50   100   200   50   200   4.1  
1562   0   Zetmeelfabrieken:                          
1562   1   - p.c. < 10 t/u   200   50   200   30   200   4.1  
1571   0   Veevoerfabrieken:                          
1571   5   - mengvoeder, p.c. < 100 t/u   200   50   200   30   200   4.1  
1572       Vervaardiging van voer voor huisdieren   200   100   200   30   200   4.1  
1581   0   Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:                          
1581   1   - v.c. < 2500 kg meel/week   30   10   30   10   30   2  
1581   2   - v.c. >= 2500 kg meel/week   100   30   100   30   100   3.2  
1582       Banket, biscuit- en koekfabrieken   100   10   100   30   100   3.2  
1584   0   Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:                          
1584   5   - Suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. > 200 m²   100   30   50   30   100   3.2  
1585     Deegwarenfabrieken   50   30   10   10   50   3.1  
1586   0   Koffiebranderijen en theepakkerijen:                          
1586   2   - theepakkerijen   100   10   30   10   100   3.2  
1587       Vervaardiging van azijn, specerijen en kruiden   200   30   50   10   200   4.1  
1589       Vervaardiging van overige voedingsmiddelen   200   30   50   30   200   4.1  
1589.1       Bakkerijgrondstoffenfabrieken   200   50   50   50   200   4.1  
1589.2   0   Soep- en soeparomafabrieken:                          
1589.2   1   - zonder poederdrogen   100   10   50   10   100   3.2  
1589.2       Bakmeel- en puddingpoederfabrieken   200   50   50   30   200   4.1  
1592   0   Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:                          
1592   1   - p.c. < 5.000 t/j   200   30   200   30   200   4.1  
1593 t/m 1595       Vervaardiging van wijn, cider e.d.   10   0   30   0   30   2  
1598       Mineraalwater- en frisdrankfabrieken   10   0   100   50   100   3.2  
16   -   VERWERKING VAN TABAK                          
160       Tabakverwerkende industrie   200   30   50   30   200   4.1  
17   -   VERVAARDIGING VAN TEXTIEL                          
171       Bewerken en spinnen van textielvezels   10   50   100   30   100   3.2  
172   0   Weven van textiel:                          
172   1   - aantal weefgetouwen < 50   10   10   100   0   100   3.2  
173       Textielveredelingsbedrijven   50   0   50   10   50   3.1  
174, 175       Vervaardiging van textielwaren   10   0   50   10   50   3.1  
1751       Tapijt-, kokos- en vloermattenfabrieken   100   30   200   10   200   4.1  
176, 177       Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen   0   10   50   10   50   3.1  
18   -   VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT                          
181       Vervaardiging kleding van leer   30   0   50   0   50   3.1  
182       Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer)   10   10   30   10   30   2  
183       Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont   50   10   10   10   50   3.1  
                 
19   -   VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)                          
192       Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)   50   10   30   10   50   3.1  
193       Schoenenfabrieken   50   10   50   10   50   3.1  
20   -   HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.                          
2010.1       Houtzagerijen   0   50   100   50   100   3.2  
2010.2   0   Houtconserveringsbedrijven:                          
2010.2   1   - met creosootolie   200   30   50   10   200   4.1  
2010.2   2   - met zoutoplossingen   10   30   50   10   50   3.1  
202       Fineer- en plaatmaterialenfabrieken   100   30   100   10   100   3.2  
203, 204, 205   0   Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout   0   30   100   0   100   3.2  
205       Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken   10   10   30   0   30   2  
21   -   VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN                          
2111       Vervaardiging van pulp   200   100   200   50   200   4.1  
2112   0   Papier- en kartonfabrieken:                          
2112   1   - p.c. < 3 t/u   50   30   50   30   50   3.1  
2112   2   - p.c. 3 - 15 t/u   100   50   200   50   200   4.1  
212       Papier- en kartonwarenfabrieken   30   30   100   30   100   3.2  
2121.2   0   Golfkartonfabrieken:                          
2121.2   1   - p.c. < 3 t/u   30   30   100   30   100   3.2  
2121.2   2   - p.c. >= 3 t/u   50   30   200   30   200   4.1  
22   -   UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA                          
221       Uitgeverijen (kantoren)   0   0   10   0   10   1  
2221       Drukkerijen van dagbladen   30   0   100   10   100   3.2  
2222       Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)   30   0   100   10   100   3.2  
2222.6       Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen   10   0   30   0   30   2  
2223   A   Grafische afwerking   0   0   10   0   10   1  
2223   B   Binderijen   30   0   30   0   30   2  
2224       Grafische reproduktie en zetten   30   0   10   10   30   2  
2225       Overige grafische aktiviteiten   30   0   30   10   30   2  
223       Reproduktiebedrijven opgenomen media   0   0   10   0   10   1  
23  
-  
AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN                          
2320.2   A   Smeeroliën- en vettenfabrieken   50   0   100   30   100   3.2  
24   -   VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUKTEN                          
2411   0   Vervaardiging van industriële gassen:                          
2412       Kleur- en verfstoffenfabrieken   200   0   200   200   200   4.1  
2414.1   B0   Methanolfabrieken:                          
2414.1   B1   - p.c. < 100.000 t/j   100   0   200   100   200   4.1  
2442   0   Farmaceutische produktenfabrieken:                          
2442   1   - formulering en afvullen geneesmiddelen   50   10   50   50   50   3.1  
2442   2   - verbandmiddelenfabrieken   10   10   30   10   30   2  
2462   0   Lijm- en plakmiddelenfabrieken:                          
2462   1   - zonder dierlijke grondstoffen   100   10   100   50   100   3.2  
2464       Fotochemische produktenfabrieken   50   10   100   50   100   3.2  
2466   A   Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken   50   10   50   50   50   3.1  
2466   B   Overige chemische produktenfabrieken n.e.g.   200   30   100   200   200   4.1  
25   -   VERVAARDIGING VAN PRODUKTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF                          
2512   0   Loopvlakvernieuwingsbedrijven:                          
2512   1   - vloeropp. < 100 m2   50   10   30   30   50   3.1  
2512   2   - vloeropp. >= 100 m2   200   50   100   50   200   4.1  
2513     Rubber-artikelenfabrieken   100   10   50   50   100   3.2  
252   0   Kunststofverwerkende bedrijven:                          
252   1   - zonder fenolharsen   200   50   100   100   200   4.1  
26   -   VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN                          
261   0   Glasfabrieken:                          
261   1   - glas en glasprodukten, p.c. < 5.000 t/j   30   30   100   30   100   3.2  
2615       Glasbewerkingsbedrijven   10   30   50   10   50   3.1  
262, 263   0   Aardewerkfabrieken:                          
262, 263   1   - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW   10   10   30   10   30   2  
262, 263   2   - vermogen elektrische ovens totaal >= 40 kW   30   50   100   30   100   3.2  
264   A   Baksteen en baksteenelementenfabrieken   30   200   200   30   200   4.1  
264   B   Dakpannenfabrieken   50   200   200   100   200   4.1  
2652   0   Kalkfabrieken:                          
2652   1   - p.c. < 100.000 t/j   30   200   200   30   200   4.1  
2653   0   Gipsfabrieken:                          
2653   1   - p.c. < 100.000 t/j   30   200   200   30   200   4.1  
2661.1   0   Betonwarenfabrieken:                          
2661.1   1   - zonder persen, triltafels en bekistingtrille   10   100   200   30   200   4.1  
2661.2   0   Kalkzandsteenfabrieken:                          
2661.2   1   - p.c. < 100.000 t/j   10   50   100   30   100   3.2  
2662       Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken   50   50   100   30   100   3.2  
2663, 2664   0   Betonmortelcentrales:                          
2663, 2664   1   - p.c. < 100 t/u   10   50   100   100   100   3.2  
2665, 2666   0   Vervaardiging van produkten van beton, (vezel)cement en gips:                          
2665, 2666   1   - p.c. < 100 t/d   10   50   100   50   100   3.2  
267   0   Natuursteenbewerkingsbedrijven:                          
267   1   - zonder breken, zeven en drogen: p.o. > 2.000 m2   10   30   100   0   100   3.2  
2681       Slijp- en polijstmiddelen fabrieken   10   30   50   10   50   3.1  
2682   B0   Isolatiematerialenfabrieken (excl. glaswol):                          
2682   B2   - overige isolatiematerialen   200   100   100   50   200   4.1  
2682   C   Minerale produktenfabrieken n.e.g.   50   50   100   50   100   3.2  
2682   D0   Asfaltcentrales: p.c.< 100 ton/uur   100   50   200   30   200   4.1  
28   -   VERVAARD. VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)                          
281   0   Constructiewerkplaatsen:                          
281   1   - gesloten gebouw   30   30   100   30   100   3.2  
281   2   - in open lucht, p.o. < 2.000 m2   30   50   200   30   200   4.1  
2821   0   Tank- en reservoirbouwbedrijven:                          
2822, 2830       Vervaardiging van verwarmingsketels, radiatoren en stoomketels   30   30   200   30   200   4.1  
284   A   Stamp-, pers-, dieptrek- en forceerbedrijven   10   30   200   30   200   4.1  
284   B   Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d.   50   30   100   30   100   3.2  
2851   0   Metaaloppervlaktebehandelings-bedrijven:                          
2851   1   - algemeen   50   50   100   50   100   3.2  
2851   10   - stralen   30   200   200   30   200   4.1  
2851   11   - metaalharden   30   50   100   50   100   3.2  
2851   12   - lakspuiten en moffelen   100   30   100   50   100   3.2  
2851   2   - scoperen (opspuiten van zink)   50   50   100   30   100   3.2  
2851   3   - thermisch verzinken   100   50   100   50   100   3.2  
2851   4   - thermisch vertinnen   100   50   100   50   100   3.2  
2851   5   - mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten)   30   50   100   30   100   3.2  
2851   6   - anodiseren, eloxeren   50   10   100   30   100   3.2  
2851   7   - chemische oppervlaktebehandeling   50   10   100   30   100   3.2  
2851   8   - emailleren   100   50   100   50   100   3.2  
2851   9   - galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed)   30   30   100   50   100   3.2  
2852   1   Overige metaalbewerkende industrie   10   30   100   30   100   3.2  
287   A0   Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:                          
287   A1   - p.o. < 2.000 m2   30   50   200   30   200   4.1  
287   B   Overige metaalwarenfabrieken n.e.g.   30   30   100   30   100   3.2  
29   -   VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN                          
29   0   Machine- en apparatenfabrieken:                          
29   1   - p.o. < 2.000 m2   30   30   100   30   100   3.2  
29   2   - p.o. >= 2.000 m2   50   30   200   30   200   4.1  
30   -   VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS                          
30   A   Kantoormachines- en computerfabrieken   30   10   30   10   30   2  
                 
                 
                 
31   -   VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.                          
311       Elektromotoren- en generatorenfabrieken   200   30   30   50   200   4.1  
312       Schakel- en installatiemateriaalfabrieken   200   10   30   50   200   4.1  
313       Elektrische draad- en kabelfabrieken   100   10   200   100   200   4.1  
314       Accumulatoren- en batterijenfabrieken   100   30   100   50   100   3.2  
315     Elektrotechnische industrie n.e.g.   30   10   30   10   30   2  
32   -   VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH.                          
321 t/m 323       Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d.   30   0   50   30   50   3.1  
3210       Fabrieken voor gedrukte bedrading   50   10   50   30   50   3.1  
33   -   VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN                          
33   A   Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d.   30   0   30   0   30   2  
34       VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS                          
341   0   Autofabrieken en assemblagebedrijven                          
341   1   - p.o. < 10.000 m2   100   10   200   30   200   4.1  
3420.1       Carrosseriefabrieken   100   10   200   30   200   4.1  
3420.2       Aanhangwagen- en oplegg
abrieken  
30   10   200   30   200   4.1  
343       Auto-onderdelenfabrieken   30   10   100   30   100   3.2  
35   -   VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)                          
351   0   Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:                          
351   1   - houten schepen   30   30   50   10   50   3.1  
351   2   - kunststof schepen   100   50   100   50   100   3.2  
351   3   - metalen schepen < 25 m   50   100   200   30   200   4.1  
352   0   Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:                          
352   1   - algemeen   50   30   100   30   100   3.2  
353   0   Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:                          
353   1   - zonder proefdraaien motoren   50   30   200   30   200   4.1  
354       Rijwiel- en motorrijwielfabrieken   30   10   100   30   100   3.2  
355       Transportmiddelenindustrie n.e.g.   30   30   100   30   100   3.2  
36   -   VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G.                          
361   1   Meubelfabrieken   50   50   100   30   100   3.2  
361   2   Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2   0   10   10   0   10   1  
362       Fabricage van munten, sieraden e.d.   30   10   10   10   30   2  
363       Muziekinstrumentenfabrieken   30   10   30   10   30   2  
364       Sportartikelenfabrieken   30   10   50   30   50   3.1  
365       Speelgoedartikelenfabrieken   30   10   50   30   50   3.1  
3661.2       Vervaardiging van overige goederen n.e.g.   30   10   50   30   50   3.1  
                 
45   -   BOUWNIJVERHEID                          
45   0   Bouwbedrijven algemeen: b.o. > 2.000 m2   10   30   100   10   100   3.2  
45   1   - bouwbedrijven algemeen: b.o. <= 2.000 m2   10   30   50   10   50   3.1  

5  
2   Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o. > 1000 m2   10   30   50   10   50   3.1  
45   3   - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m2   0   10   30   10   30   2  
50   -   HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN; BENZINESERVICESTATIONS                          
501, 502, 504       Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven   10   0   30   10   30   2  
502       Groothandel in vrachtauto's (incl. import)   10   10   100   10   100   3.2  
5020.4   A   Autoplaatwerkerijen   10   30   100   10   100   3.2  
5020.4   B   Autobeklederijen   0   0   10   10   10   1  
5020.4   C   Autospuitinrichtingen   50   30   30   30   50   3.1  
5020.5       Autowasserijen   10   0   30   0   30   2  
503, 504       Handel in auto- en motorfietsonderdelen en -accessoires   0   0   30   10   30   2  
505   0   Benzineservisestations:                          
505   1   - met LPG > 1000 m3/jr   30   0   30   200   200   4.1  
505   2   - met LPG < 1000 m3/jr   30   0   30   50   50   3.1  
505   3   - zonder LPG   30   0   30   10   30   2  
51   -   GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING                          
511       Handelsbemiddeling (kantoren)   0   0   10   0   10   1  
5121   0   Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders   30   30   50   30   50   3.1  
5122       Grth in bloemen en planten   10   10   30   0   30   2  
5123       Grth in levende dieren   50   10   100   0   100   3.2  
5124       Grth in huiden, vellen en leder   50   0   30   0   50   3.1  
5125, 5131       Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen   30   10   30   50   50   3.1  
5132, 5133       Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën   10   0   30   50   50   3.1  
5134       Grth in dranken   0   0   30   0   30   2  
5135       Grth in tabaksprodukten   10   0   30   0   30   2  
5136       Grth in suiker, chocolade en suikerwerk   10   10   30   0   30   2  
5137       Grth in koffie, thee, cacao en specerijen   30   10   30   0   30   2  
5138, 5139       Grth in overige voedings- en genotmiddelen   10   10   30   10   30   2  
514       Grth in overige consumentenartikelen   10   10   30   10   30   2  
5151.1   0   Grth in vaste brandstoffen:                          
5151.1   1   - klein, lokaal verzorgingsgebied   10   50   50   30   50   3.1  
5151.2   0   Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen:                          
5151.2   1   - vloeistoffen, o.c. < 100.000 m3   50   0   50   200   200   4.1  
5151.3       Grth minerale olieprodukten (excl. brandstoffen)   100   0   30   50   100   3.2  
5152.1   0   Grth in metaalertsen:                          
5152.2 /.3       Grth in metalen en -halffabrikaten   0   10   100   10   100   3.2  
5153   0   Grth in hout en bouwmaterialen:                          
5153   1   - algemeen: b.o. > 2000 m2   0   10   50   10   50   3.1  
5153.4   4   zand en grind:                          
5153.4   5   - algemeen: b.o. > 200 m2   0   30   100   0   100   3.2  
5154   0   Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:                          
5154   1   - algemeen: b.o. > 2.000 m2   0   0   50   10   50   3.1  
5155.1       Grth in chemische produkten   50   10   30   100   100   3.2  
5156       Grth in overige intermediaire goederen   10   10   30   10   30   2  
5157   0   Autosloperijen: b.o. > 1000 m2   10   30   100   30   100   3.2  
5157.2/3   0   Overige groothandel in afval en schroot: b.o. > 1000 m2   10   30   100   10   100   3.2  
5162   0   Grth in machines en apparaten:                          
5162   1   - machines voor de bouwnijverheid   0   10   100   10   100   3.2  
5162   2   - overige   0   10   50   0   50   3.1  
517       Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.   0   0   30   0   30   2  
52   -   REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN                          
527       Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)   0   0   10   10   10   1  
60   -   VERVOER OVER LAND                          
6022       Taxibedrijven   0   0   30   0   30   2  
6023       Touringcarbedrijven   10   0   100   0   100   3.2  
6024   0   Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): b.o. > 1000 m2   0   0   100   30   100   3.2  
6024   1   - Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) b.o. <= 1000 m2   0   0   50   30   50   3.1  
63   -   DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER                          
6311.2   0   Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart:                          
6311.2   2   - stukgoederen   0   10   100   50   100   3.2  
6312       Veem- en pakhuisbedrijven, koelhuizen   30   10   50   50   50   3.1  
64   -   POST EN TELECOMMUNICATIE                          
641       Post- en koeriersdiensten   0   0   30   0   30   2  
642   A   Telecommunicatiebedrijven   0   0   10   0   10   1  
71   -   VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN                          
711       Personenautoverhuurbedrijven   10   0   30   10   30   2  
712     Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)   10   0   50   10   50   3.1  
713       Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen   10   0   50   10   50   3.1  
714       Verhuurbedrijven voor roerende goederen n.e.g.   10   10   30   10   30   2  
72   -   COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE                          
72   A   Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d.   0   0   10   0   10   1  
73   -   SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK                          
731       Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk   30   10   30   30   30   2  
732       Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek   0   0   10   0   10   1  
74   -   OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING                          
74   A   Overige zakelijke dienstverlening: kantoren   0   0   10   0   10   1  
747       Reinigingsbedrijven voor gebouwen   50   10   30   30   50   3.1  
7481.3       Foto- en filmontwikkelcentrales   10   0   30   10   30   2  
7484.3       Veilingen voor landbouw- en visserijprodukten   50   30   200   50   200   4.1  
7484.4       Veilingen voor huisraad, kunst e.d.   0   0   10   0   10   1  
75   -   OPENBAAR BESTUUR, OVERHEIDSDIENSTEN, SOCIALE VERZEKERINGEN                          
7525       Brandweerkazernes   0   0   50   0   50   3.1  
90   -   MILIEUDIENSTVERLENING                          

9001  

A0  
RWZI's en gierverwerkingsinricht., met afdekking voorbezinktanks:                          
9002.1   A   Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d.   50   30   50   10   50   3.1  
9002.1   B   Gemeentewerven (afval-inzameldepots)   30   30   50   30   50   3.1  
9002.2   A0   Afvalverwerkingsbedrijven:                          
9002.2   A2   - kabelbranderijen   100   50   30   10   100   3.2  
9002.2   A4   - pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen)   50   10   30   10   50   3.1  
9002.2   A5   - oplosmiddelterugwinning   100   0   10   30   100   3.2  
9002.2   A7   - verwerking fotochemisch en galvano-afval   10   10   30   30   30   2  
9002.2   C0   Composteerbedrijven:                          
9002.2   C3   - belucht v.c. < 20.000 ton/jr   100   100   100   10   100   3.2  
9002.2   C4   - belucht v.c. > 20.000 ton/jr   200   200   100   30   200   4.1  
9002.2   C5   - GFT in gesloten gebouw   200   50   100   100   200   4.1  
93   -   OVERIGE DIENSTVERLENING                          
9301.1   A   Wasserijen en strijkinrichtingen   30   0   50   30   50   3.1  
9301.1   B   Tapijtreinigingsbedrijven   30   0   50   30   50   3.1  
9301.2       Chemische wasserijen en ververijen   30   0   30   30   30   2  
9301.3   A   Wasverzendinrichtingen   0   0   30   0   30   2  

Bijlage 2 Jaarlijkse evenementen Westerhaar-Vriezenveensewijk

Aanduiding   Type evenement   Aantal dagen per kalenderjaar   Aantal gelijktijdig aanwezige bezoekers  
Overige zone - evenement 1   School- en volksfeest



Kerstmarkt



Lentefair



Koningsdag



Extra evenement 1



Extra evenement 2



Extra evenement 3  
5 dagen (incl. 5 avonden)
Opbouw: 2 dagen
Afbouw: 5 dagen

1 dag
Opbouw: 1 dag
Afbouw: 1 dag

1 dag
Opbouw: 1 dag
Afbouw: 1 dag

1 dag
Opbouw: 1 dag
Afbouw: 1 dag

5 dagen (incl. 5 avonden)
Opbouw 2 dagen
Afbouw 5 dagen

1 dag
Opbouw: 1 dag
Afbouw: 1 dag

1 dag
Opbouw: 1 dag
Afbouw: 1 dag  
5000



500



500



1000



5000



1000



1000  
Overige zone - evenement 2   Motorcross MC De Wieke   1 dag
Opbouw: 1 week
Afbouw: 2 dagen  
2500  
Overige zone - evenement 3   Jeugdvakantiespelen   4 dagen
Opbouw: 1 dag
Afbouw: 1 dag  
150  
Overige zone - evenement 4   Jennegies markt   2 dagen
Opbouw: 1 dag
Afbouw: 1 dag  
5000