| Plan: | Buitengebied, deelplan Uitbreiding Kerkweg, Ruinerwold |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1690.2023BP1002020-VG01 |
Kerkweg Zuid B.V. (hierna: initiatiefnemer) is de eigenaar van een perceel aan de Kerkweg in Ruinerwold, kadastraal bekend als Ruinerwold M 878. Binnen het plangebied wil de eigenaar een gefaseerde ontwikkeling van maximaal 125 woningen mogelijk maken. Aanvullend op dit plan wordt het voormalige agrarische bedrijfsperceel op locatie Buitenhuizerweg 4 vervangen door drie woningen. Deze gronden zijn kadastraal bekend als Ruinerwold M 846, 1.388, 1.404 en 1.405. De gronden van het agrarische bedrijfsperceel zijn eigendom van de gemeente De Wolden. Na vaststelling van dit bestemmingsplan worden de gronden overgedragen aan de initiatiefnemer.
Deze transformatie is noodzakelijk om de agrarische bestemming van de Buitenhuizerweg 4 te doen vervallen, waardoor een goed woon- en leefklimaat voor de nieuwe woonwijk (en omgeving) wordt gewaarborgd. Omdat de ontwikkeling van de Kerkweg en de Buitenhuizerweg 4 niet los van elkaar kunnen worden gezien, worden beide locaties meegenomen met dit bestemmingsplan.
Figuur 1.1: Luchtfoto plangebied Ruinerwold
Het plangebied aan de Kerkweg is onderdeel van de Beheersverordening Buitengebied (vastgesteld d.d. 28 februari 2019) en heeft de bestemming 'Agrarisch met waarden' toegekend gekregen. Deze bestemming is in strijd met het plan om 125 woningen te bouwen en wegen en groenstructuur aan te leggen. De bouw van drie woningen op locatie Buitenhuizerweg is eveneens in strijd met de aldaar geldende bestemming 'Agrarisch met waarden'. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is een gedeeltelijke herziening van de beheersverordening nodig. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente De Wolden heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan een gefaseerde ontwikkeling van het plan.
In deze toelichting wordt gemotiveerd waarom bij de voorgenomen ontwikkeling aan de Kerkweg en de Buitenhuizerweg 4 in Ruinerwold sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De toelichting gaat na deze inleiding achtereenvolgens in op deze aspecten:
2. de huidige situatie;
3. het plan;
4. relevante beleidskaders;
5. de milieu- en omgevingsaspecten;
6. de juridische vormgeving;
7. de economische uitvoerbaarheid;
8. de maatschappelijke uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de context van het plangebied en de huidige inrichting van het plangebied beschreven. Aanvullend op dit hoofdstuk is in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de planregels het stedenbouwkundig- en beeldkwaliteitsplan opgenomen, waarin nader in wordt gegaan op de historie, de huidige situatie, de opzet van het woningbouwplan en de landschappelijke inpassing.
Het dorp Ruinerwold ontstond in de Middeleeuwen als een lintdorp op de zandrug ter hoogte van de Wolddijk. Vanaf de zandrug werd het omliggende veen ontgonnen en als turf verhandeld. Deze veenontginning gebeurde in lange, smalle kavels haaks op het bebouwingslint. In de negentiende eeuw ontstond een tweede bebouwingslint langs de Wolddijk. Op de figuren 2.1 en 2.2 hieronder is de dubbele lintstructuur ter hoogte van het huidige Ruinerwold te zien. Deze oorspronkelijke lintstructuur, waar Ruinerwold tot de jaren ’50 voornamelijk uit bestond, is nog altijd goed te herleiden. Sommige boerderijen in het lint laten een zekere rijkdom zien door chique voorhuizen en royale tuinen. In de jaren die volgen, groeit het dorp in eerste instantie tussen de beide linten waardoor er een dorpskern ontstaat. Vanaf de jaren ’90 wordt ook de groei aan de zuidkant ingezet en wordt het bedrijventerrein Hoge Akkers ontwikkeld. De aangrenzende nieuwbouw uit 2017 aan Buitenhof is samen met de verdere uitbreiding van het bedrijventerrein de laatste uitbreiding aan de zuidkant geweest. Ten zuiden van het plangebied ligt het buurtschap Buitenhuizen, bestaande uit een aantal (voormalige) boerenerven. De boerderijen worden ontsloten vanuit Ruinerwold maar zijn duidelijk herkenbaar in het landschap door de open ruimte tot aan de kern. Nog wat zuidelijker ligt het oude buurtschap Blijdenstein, met de kerk, het tolhuis en de begraafplaats als duidelijke historische herkenningspunten.
Figuur 2.1: Kaartbeeld rondom Ruinerwold rond 1950. Bron: Topotijdreis.nl
Figuur 2.2: Kaartbeeld rondom Ruinerwold in 2024. Bron: Topotijdreis.nl
Het plangebied ligt in een landschap van laagveenontginningen (ook wel slagenlandschap genoemd). Dit landschap komt voor in de laagste delen van de provincie Drenthe, waar in de loop der eeuwen in de benedenloop van beekdalen veen is ontstaan. Vanaf de Middeleeuwen wordt dit type landschap vanuit ontginningsassen ontgonnen. Het kenmerkende hieraan zijn de wegen en lintbebouwing op de hoger gelegen zandruggen, en de lagere ontgonnen veengronden aan weerszijden van de zandrug. Het is een landschap waarin de stelselmatige ontginning van het veen een duidelijke structuur heeft achtergelaten.
Door de geleidelijke verkaveling vanaf de hoger gelegen delen ontstonden lange tot zeer lange smalle kavels het land in. Deze kavels worden na ontginning gebruikt voor landbouw. Tegenwoordig zorgt dit voor een landschap dat bestaat uit deels open, deels halfopen weidegebieden met een smalle langgerekte verkaveling en strakke, functioneel afwatering door sloten.
De grenzen van kavels bestaan uit greppels of sloten, waarlangs vroeger vaak elzensingels zijn aangeplant. Erven op de zandruggen hebben traditioneel veel erfbeplanting rondom het perceel. De beplanting langs sloten en bij erven geven het landschap een deels besloten karakter, zoals te zien in figuur 2.3. Door schaalvergroting in de landbouw is een deel van deze kenmerken in de streek verloren gegaan, maar rondom het plangebied is nog wel veel zichtbaar.
Figuur 2.3: Landschappelijke karakteristieken van het slagenlandschap. Bron: LOK De Wolden 2012
Kerkweg
Het plangebied aan de Kerkweg (zie hiervoor figuur 2.4 en figuur 2.5) wordt in de huidige situatie gebruikt ten behoeve van akkerbouw. In 2023 werden hier aardappelen verbouwd. Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig. De grond wordt momenteel gebruikt voor de teelt van gewassen. Het plangebied is omgeven door sloten. Hierin is nog duidelijk het ontginningspatroon van het slagenlandschap terug te zien. In het midden van het plangebied en langs de oostzijde zijn houtwallen aanwezig die de sloten accentueren. Daarachter liggen andere agrarische percelen. De westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Kerkweg, de entree naar het dorp. Tussen de Kerkweg en het plangebied zijn bomen aangeplant, waardoor een parkachtige inrichting is ontstaan. Daarachter ligt een bedrijventerrein. Ten noorden van het plangebied ligt de laatste uitbreidingswijk van Ruinerwold.
Figuur 2.4: Vogelvlucht - plangebied Kerkweg
Figuur 2.5: Het plangebied gezien vanuit de noordwesthoek
Buitenhuizerweg
Het plangebied aan de Buitenhuizerweg 4 (zie hiervoor figuur 2.6 en figuur 2.7) bestond uit een bedrijfswoning en drie schuren met een gezamenlijk oppervlak van circa 2.400 m2. Met achter op het erf een (drijf)mestsilo. Het erf was in gebruik als varkenshouderij. Inmiddels zijn alle bedrijfsactiviteiten gestopt en zijn alle bedrijfsgebouwen gesloopt. Sloten zorgen voor de begrenzing van het perceel, waarvan een deel door houtwallen en beplanting wordt begeleid.
Figuur 2.6: Luchtfoto Buitenhuizerweg 4 (bron: Street Smart, 2024)
Figuur 2.7: Aanzicht Buitenhuizerweg 4, vanaf de Buitenhuizerweg (bron: Street Smart, april 2025)
Op basis van de uitgangspunten van het beleid, de milieuaspecten en de ruimtelijke analyse is een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld voor de ontwikkeling van het plangebied. Het stedenbouwkundig ontwerp en uitgebreide beschrijving hiervan is opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels. In de volgende paragrafen wordt beknopt ingegaan op het plan voornemen. Voor de leesbaarheid wordt eerst ingegaan op de nieuwbouwwijk aan de Kerkweg en vervolgens op de ontwikkeling aan de Buitenhuizerweg 4.
Kerkweg
De gemeente De Wolden heeft in 2011 in de Structuurvisie aangegeven ruimte te zien voor toekomstige woningbouw aan de zuidzijde van Ruinerwold. In 2021 is initiatiefnemer gestart met een verkenning hoe woningbouw binnen het plangebied mogelijk gemaakt kan worden conform gemeentelijke uitgangspunten. In het stedenbouwkundig plan zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels, is voor de ontwikkeling van het gebied een uitgebreide gebiedsanalyse uitgevoerd. Met deze gebiedsanalyse is naar de historie van het gebied, het landschap, de omgeving, maar ook naar de ondergrond gekeken. In figuur 3.1 is de samenvatting van deze analyse weergegeven.
Hieruit blijkt dat:
Figuur 3.1: Samenvatting analyse (bron: stedenbouwkundig plan, Bijlage 1
bij de regels)
Op basis van de gebiedsanalyse zijn ontwikkelprincipes opgesteld:
In meerdere ontwerpsessies en in overleg met de gemeente is het ontwerp ontstaan om een gevarieerd woningbouwprogramma binnen het plangebied te realiseren, bestaande uit 125 woningen. Met de voorgestelde inrichting, zie figuur 3.2, wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de ruimtelijke kwaliteitsaspecten van het huidige gebied, de omliggende bebouwing en percelen. Daarbij voegt de ontwikkeling zich in de bestaande landschapsstructuur, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de kernwaarde 'wegdorpen van de laagveenontginning'.
Met de voorgestelde inrichting wordt de bebouwing gerealiseerd passend in het beeld van smalle, langgerekte verkavelingen haaks op de ontginningsas. De al aanwezige bomen aan de oostzijde en de houtwal in het gebied, blijven behouden en waar mogelijk versterkt.
Bestaande elzen krijgen de ruimte om uit te groeien tot volwaardige bomen. De houtwal wordt versterkt door de aanplant van extra groen. De bestaande houtwal vormt de plangrens, aangrenzend wordt een 9 meter brede groenstrook voorzien waarin ook het groenparkeren en een voetpad is voorzien.
De bestaande houtwal zorgt voor een groene rand langs de woningbouwontwikkeling waarmee de ontwikkeling als 'vanzelf' landschappelijk wordt ingebed.
De woningbouwontwikkeling wordt gerealiseerd binnen de bestaande landschappelijke structuur van het slagenlandschap. Het patroon van bestaande houtwallen en sloten vormt als het ware het landschappelijk raamwerk waarbinnen de woningbouw tot ontwikkeling komt.
Door de robuuste houtsingel aan de oostzijde en het aanplanten van nieuwe boomgroepen aan de zuidzijde van het plangebied én de erfbeplanting van de woningen/boerderijen van Buitenhuizen is het zicht op de nieuwe buurt beperkt. In overeenstemming met de provincie is besloten om voor de herkenbaarheid van deze twee singels een breedte van 9 en 6 meter aan te houden. In de verbeelding van dit bestemmingsplan is dit gewaarborgd door middel van de bestemming 'Groen'.
Figuur 3.2 Totaalbeeld stedenbouwkundig ontwerp (bron: stedenbouwkundig plan, bijlage 1 bij de regels)
Ontwikkeling per fase
De planontwikkeling wordt in drie fasen gerealiseerd, zie figuur 3.3. Een gefaseerde planontwikkeling zorgt ervoor dat er met elke voltooide fase een nieuwe dorpsrand ontstaat. De keuze om met verschillende fases te werken, heeft te maken met een gecontroleerde en evenwichtige fasering van de woningbouwopgave. Hiermee wordt voorkomen dat alle sociale of goedkope woningen tegelijk op de markt komen, zodat ook in latere fases van de ontwikkeling invulling wordt gegeven aan de behoefte aan betaalbare woningen. De woningbouw wordt gerealiseerd in aansluiting op de bestaande bebouwde kom. Aan de noordzijde is dat de woonwijk en aan de westzijde het bedrijventerrein. De bebouwingsdichtheid neemt van noord naar zuid af, met de rijwoningen aan de noordkant van het plan en de vrijstaande woningen aan de zuidkant. Aan de zuidrand van het plan is veel ruimte, waardoor er geen sprake is van een dichte dorpsrand. Zodat de groene buffer, zoals beschreven in de ontwikkelprincipes, behouden blijft.
Om een goede landschappelijke inpassing te realiseren wordt eenzelfde groenstrook met een haag en sloot aan één kant langs de weg toegepast. Hiermee wordt een zachte overgang naar het omliggende landschap geborgd. In het stedenbouwkundig plan (zie hiervoor bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels) wordt nader ingegaan op de landschappelijke afronding.
Figuur 3.3 Afronding per fase. (bron: stedenbouwkundig plan, bijlage 1 bij de regels)
Woningbouw en verschillende doelgroepen
De woningbouw in het plan is afgestemd op de kwalitatieve woningbehoefte (125 woningen in diverse segmenten, waarvan 38 sociale huur). Paragraaf 3.3 Laddertoets gaat hier nader op in. Om optimaal in te kunnen spelen op de behoefte op de woningmarkt is ervoor gekozen om de ontwikkeling gefaseerd te laten plaatsvinden binnen het tijdsbestek van meerdere jaren. Per fase is rekening gehouden met de verschillende doelgroep, zo zijn er in de eerste twee fase's goedkope, middeldure en seriematige dure woningen. In de laatste fase worden nog enkele vrije kavels gerealiseerd. Hierdoor voorziet het plan voor de aankomende jaren in woningbouw voor elke doelgroep.
Behoudt robuuste zone
Het lint aan de Buitenhuizerweg is niet aangewezen als historisch lint, desalniettemin is dit een belangrijk element in het huidige landschap. Om deze herkenbaarheid te behouden, dient de openheid en het zicht op dit lint behouden te blijven.
Figuur 3.4: Groene open zones langs de randen van de ontwikkeling (bron: stedenbouwkundig
plan, bijlage 1
bij de regels)
Bestaande groene zones zullen behouden blijven of verder worden uitgebreid. Er zal geen sprake zijn van strikte begrenzingen; de nieuwe ontwikkeling zal geleidelijk overgaan van de stedelijke rand naar het open landschap met behoud van een natuurlijke groene overgang.
In het stedenbouwkundig plan zijn enkele visualisaties vanaf de kerkweg en de Buitenhuizerweg opgenomen. Deze visualisaties tonen aan hoe het ontwikkelprincipe ‘Groene open zones langs de randen van de ontwikkeling’ is verwerkt binnen het stedenbouwkundig plan en wat de 'impact' is op het landschap.
De groene zone tussen de nieuwe ontwikkeling en de bestaande bebouwing langs de Buitenhuizerweg blijft open. Hierdoor is geborgd dat het lint langs de Buitenhuizerweg niet aan Ruinerwold groeit, en dit als aparte stedenbouwkundige structuur in het landschap te herkennen is met zijn eigen karakteristiek.
Buitenhuizerweg 4
De initiatiefnemer wordt ook eigenaar van het perceel Buitenhuizerweg 4. Naast de ontwikkeling van het grote plangebied wordt de ontwikkeling van dit agrarische erf tot een woonerf met drie wooneenheden in het kader van ruimte-voor-ruimte gelijktijdig voorbereid. Ten behoeve van de landschappelijke inpassing, is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Zie hiervoor bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels
Artikel 2.16 ‘Ruimte voor ruimte’ regeling
Voor de transformatie van dit deel van het plangebied wordt er gebruik gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling. Met deze regeling is het mogelijk om bedrijfsmatige bebouwing te slopen en ter compensatie nieuwe woning(en) te realiseren. Hiervoor geldt de volgende (provinciale) regeling:
1. Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte-regeling als in dat gebied bedrijfsmatige of maatschappelijke bebouwing aanwezig is die de oorspronkelijk functie is verloren, mits:
Op het erf staat circa 2.400 m² aan landschap ontsierende bebouwing. Op basis van de provinciale regeling mogen naast de bestaande woning, twee compensatiewoningen worden gerealiseerd (artikel 2.16, lid 1, sub a).
Figuur 3.5: Mogelijke erfinrichting Buitenhuizerweg 4. (bron: stedenbouwkundig plan, bijlage 1 bij de regels)
Het perceel aan de Buitenhuizerweg 4 in Ruinerwold maakt onderdeel uit van de totaalontwikkeling. De bestaande bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en de agrarische opstallen gesloopt. In het kader van de ruimte voor ruimte regeling is de realisatie van twee nieuwe woningen en het vervangen van de bestaande woning voor een nieuwe woning op het perceel mogelijk.
Met de inrichting van het perceel wordt aansluiting gezocht bij het bestaande beeld van lintbebouwing aan de Buitenhuizerweg. De nieuwe ontwikkeling voorziet in twee vrijstaande woningen als onderdeel van het bebouwingslint en één vrijstaande woning op het achtererf.
De ontwikkeling resulteert in een landschappelijk ingebed erf met een duidelijke agrarische uitstraling. Door de woningen compact te houden en te groeperen rond een gezamenlijke oprit ontstaat een erf dat qua opzet, maat en oriëntatie aansluit bij de traditionele agrarische erven in het buitengebied. De bestaande groenstructuren worden behouden en versterkt, waardoor het erf natuurlijk wordt ingekaderd en zich voegt in het landschap langs de Buitenhuizerweg. Het achtererf fungeert als collectieve buitenruimte met functies als natuurontwikkeling, waterberging en gezamenlijke voorzieningen. De bebouwing krijgt de uitstraling van een erf met agrarische woningen en schuren, passend bij het ritme en karakter van de bestaande bebouwing.
Vanwege de ligging van het plangebied aan de rand van Ruinerwold en de bijbehorende cultuurhistorische en landschappelijke waarden, verdient het de voorkeur om voor deze nieuwe uitbreidingswijk specifieke eisen voor de beeldkwaliteit op te stellen. Daarom is voor de ontwikkeling een stedenbouwkundig en een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Zie hiervoor bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels. Om de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe bebouwing goed op de lokale karakteristiek aan te laten sluiten, zijn de geldende welstandsnota en het Landschappelijke Ontwikkelings Kader (LOK) als uitgangspunt genomen en daar waar nodig aangescherpt.
In het stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan zijn diverse ruimtelijk structurerende elementen van het gebied beschreven. Aan de hand van de ruimtelijke en cultuurhistorische analyse zijn de uitgangspunten opgesteld en vertaald naar een stedenbouwkundig plan. De situering van de gebouwen en de inrichting van het gebied komt voort uit deze analyse. Daarnaast zijn in het beeldkwaliteitsplan uitgangspunten/criteria voor de vormgeving, detaillering, kleuren en materialen van de gebouwen en bijgebouwen geformuleerd.
Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als toevoeging op de welstandsnota en wordt tevens als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan opgenomen. Om de stedenbouwkundige (landschappelijke) inpassing te borgen is in artikel 13.3 Voorwaardelijke verplichting van de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee het realiseren en het onderhouden van de stedenbouwkundige inpassing wordt geborgd.
Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven op basis van het Besluit ruimtelijke ordening artikel 3.1.6 lid 2. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet daarnaast worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd kunnen worden.
Toetsing
Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling waarvoor een Laddertoets nodig is. Het bestemmingsplan maakt op de locatie Kerkweg 125 woningen mogelijk en op de locatie Buitenhuizerweg 4, twee nieuwe woningen en één bestaande woning (ruimte voor ruimte regeling). De netto toenamen van nieuwe woningen komt daarmee op 127 woningen. In dit geval is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. Daarom is de behoefte beschreven en de locatiekeuze gemotiveerd.
Beschrijving behoefte
De woningbehoefte blijkt uit de actuele woon(zorg)visie (vastgesteld door de gemeenteraad op 30 maart 2023).
De komende jaren verwacht de gemeente een trendmatige huishoudensgroei (minimaal 550 tussen 2021 en 2030) (Companen 2021). Deze groei komt onder andere doordat er meer mensen naar gemeente De Wolden verhuizen en omdat huishoudens kleiner worden (meer alleenstaanden). Boven op deze trend verwacht de gemeente een aanvullende
groei, door de uitstroom van de vakantieparken (35 - 75), meer arbeidsmigranten en meer
statushouders (Companen 2021). Dit alles betekent voor de periode tot 2030 een verwachte woningbehoefte van 750 - 1.000 extra woningen, waarvan het grootste deel in de komende vijf jaar nodig is. Hierdoor heeft de gemeente naast deze woningbouwopgave ook een versnellingsopgave.
Het woningbouwprogramma wordt als volgt over de kernen verdeeld (gebaseerd op de
relatieve verwachte trendmatige groei uit het woningmarktonderzoek van Companen uit
2021).
Figuur 3.6: Verdeling woningbouw over de kernen (Bron: Woon(zorg)visie)
In de woon(zorg)visie is opgenomen dat de gemeente het woningbouwprogramma iedere twee jaar actualiseert op basis van een actueel woningmarktonderzoek. Dit onderzoek is in 2024 uitgevoerd. Op basis van de resultaten hiervan heeft de gemeenteraad op 27 maart 2025 besloten de beschikbare ruimte voor woningbouw tot 2030 te verruimen van 750 tot 1.000 wooneenheden naar 810 tot 1.060 wooneenheden. De ruimte voor Ruinerwold is daarmee tot 2030 verruimd van 123 tot 164 wooneenheden naar 133 tot 174 wooneenheden.
Tabel uit raadsbesluit 18 februari 2025
Kwalitatieve behoefte
De nieuwbouwopgave is naast kwantitatief vooral kwalitatief. Er is aandacht nodig voor de kwalitatieve woonbehoefte van verscheidene doelgroepen. Het gaat de komende tien jaar in belangrijke mate om de vraag van starters en doorstromers.
Er is vooral behoefte aan betaalbare en middeldure koopwoningen (Companen 2021). Het woningmarktonderzoek 2021 definieert betaalbare koopwoningen als woningen tot € 225.000,- en middeldure koopwoningen als woningen tot € 325.000,-. Doordat de woningmarkt, bouwkosten en de rentes snel veranderen, kijkt de gemeente of deze bedragen bijgesteld moeten worden.
Naast de woningbouwopgave is ook een nieuwe prijsindeling vastgesteld. De nieuwe prijsindeling is als volgt: betaalbare woningen tot € 305.000,-, middelduur (laag) tussen € 305.000,- en € 405.000,-, middelduur (hoog) tussen € 405.000,- en € 450.000,- en dure woningen vanaf € 450.000,-.Ieder jaar wordt de VON prijs geïndexeerd. Deze prijsgrenzen worden voortaan jaarlijks aangepast op basis van de consumentenprijsindex (CPI), de Nationale Hypotheek Garantie en de landelijke betaalbaarheidsgrenzen. De komende jaren zal de gemeente de ontwikkelingen blijven monitoren en waar nodig bijsturen.
Naast aantallen en prijsklassen gaat het tot slot om woningtypen. Momenteel staan er in De Wolden vooral vrijstaande- en twee-onder-een-kapwoningen (Companen 2021). Met de toename van het aantal een- en tweepersoonshuishoudens onder zowel de starters als senioren ligt het toevoegen van meer woningen die in De Wolden nog niet veel aanwezig zijn voor de hand, waaronder rijwoningen, (ruime) appartementen, patiowoningen en geclusterde woonvormen met gedeelde voorzieningen zoals hofjes.
Figuur 3.7: Kwalitatieve woningbehoefte 2021-2030 (bron: woon(zorg)visie)
Doelgroepen: Van de 750 - 1.000 woningen zijn op gemeenteniveau:
Woningtypen: van de 750 - 1.000 woningen tot 2030 zijn op gemeenteniveau:
Prijssegmenten: van de 750 - 1.000 woningen tot 2030 zijn:
Een indicatief overzicht van woningtypes die op dit moment passen bij de genoemde prijzen, is:
De gemeenteraad heeft op 27 maart 2025 besloten de beschikbare ruimte voor woningbouw tot 2030 te verruimen van 750 tot 1.000 wooneenheden naar 810 tot 1.060 wooneenheden. De ruimte voor Ruinerwold is daarmee tot 2030 verruimd van 123 tot 164 wooneenheden naar 133 tot 174 wooneenheden.
Uit het overzicht van de Woondeal uit 2022 blijkt dat er slechts harde plancapaciteit is voor 113 woningen, terwijl de gemeente een eigen opgave heeft van 810 tot 1060 wooneenheden waarvan een versnellingsopgave van 747 wooneenheden.
Figuur 3.8: Minimale woningbouwaantallen per gemeente
De bouwlocaties genoemd in bijlage 4 van de regionale woondeal zijn aangewezen als voorbeeldprojecten in de regio Zuidwest Drenthe en noodzakelijk voor realisatie van de versnellingsopgave. De uitbreidingslocatie in Ruinerwold met indicatief 127 woningen is één van deze projecten.
Toetsing
Er is in de gemeente De Wolden sprake van een grote woningbehoefte en een tekort aan harde plancapaciteit. Dit plan betreft een ontwikkellocatie aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied van het kerndorp Ruinerwold. Regionaal is afgesproken dat in De Wolden 750-1.000 wooneenheden worden gebouwd tot 2023. Daarbij zijn in de Regionale Woondeal afspraken gemaakt om de bouw van 747 wooneenheden te versnellen. Inmiddels is de woningbouwopgave verruimd naar 810 tot 1.060 wooneenheden, De woningbouw ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is hierin aangemerkt als een van de sleutelprojecten.
De segmentering in het plan is afgestemd op de kwalitatieve woningbehoefte in diverse segmenten. De segmentering is ook afgestemd op het nieuwe woonbeleid. In onderstaande tabel wordt dit weergegeven. De percentages in de middelste kolom gelden gemeentebreed. Afwijking van deze percentages kan inhouden dat in andere plannen moet worden gecompenseerd.
| Aantal in plan | Beleid gemeente breed | % plan | |
| Sociale huur | 38 | Minimaal 20-25% | 30% |
| Betaalbare koopwoningen | 34 | Minimaal 20-25% | 27% |
| Middelduur (NHG grens) | 35 | Minimaal 20-25% | 28% |
| Duur (boven de NHG grens | 20* | maximaal 10-14% | 16% |
*inclusief 2 nieuwe woningen plandeel Buitenhuizerweg 4
Motivering locatiekeuze (waarom niet binnenstedelijk)
Binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente De Wolden is onvoldoende ruimte beschikbaar voor de bouw van 810 tot 1.060 wooneenheden. Daarom zijn naast de inbreidingslocaties ook enkele uitbreidingslocaties aansluitend aan de kerndorpen aangewezen. Zoals blijkt uit de toekomstvisie, zie paragraaf 4.4.1 'Samen aan zet! Toekomstvisie 2022-2040, is het voorliggende plangebied aan de Kerkweg één van de aangewezen uitbreidingslocaties.
Voor de bouw van 125 wooneenheden, aan de Kerkweg, is circa 4 hectare nodig. Die ruimte is niet beschikbaar op alternatieve locaties binnen de kern Ruinerwold.
De locatie Buitenhuizerweg 4 betreft een ruimte-voor-ruimte locatie. Hier wordt vrijkomende agrarische bebouwing gesloopt in ruil voor de bouw van twee nieuwe woningen. Dit is alleen uitvoerbaar op de plek zelf. In paragraaf 4.2.2 Omgevingsverordening Drenthe en paragraaf 4.4.5 Ruimte voor ruimte regeling wordt dit deel van de ontwikkeling getoetst aan de regeling Ruimte voor Ruimte van de provincie Drenthe en de gemeente De Wolden.
Conclusie
De ontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik door gebruik te maken van een locatie aansluitend aan bestaand stedelijk gebied om de grote woningbehoefte op te vangen.
Toetsingskader
Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en dat de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid.
De gemeente De Wolden heeft in het Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan De Wolden, haar parkeerbeleid opgenomen. In dit beleid is beschreven dat de gemeente bij het berekenen van de parkeerbehoefte gebruik gemaakt van de kencijfers uit CROW publicatie 381. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers is op basis van CBS-data voor de gemeente De Wolden een stedelijkheidsgraad aangehouden van 'niet stedelijk'. Voor de ligging van de beoogde ontwikkeling is uitgegaan van het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Vervolgens is op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit binnen de gemeente De Wolden per kencijfer het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden. Ook voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is gebruik gemaakt van de kencijfers uit CROW-publicatie 744 (aug. 2024).
Ontsluiting
Gemotoriseerd verkeer
Het plangebied wordt ontsloten via de Kerkweg. Conform het 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan De Wolden' is de Kerkweg gecategoriseerd als een erftoegangsweg B met een maximumsnelheid van 30 km/u. Ten zuiden van het plangebied wijzigt de functie van de Kerkweg in een erftoegangsweg A met een maximumsnelheid van 50 km/u. De Kerkweg sluit in het zuiden aan op de N375. Via de N375 zijn de A35 en de A28 te bereiken. In noordelijke richting komt de Kerkweg uit op het kruispunt Boerpad – Dijkhuizen – Kerkweg – Haakswold. De Dijkhuizen is ingericht als een erftoegangsweg B met een maximumsnelheid van 30 km/u en leidt in oostelijke richting naar de kernen Oosteinde en Ruinen. De Haakswold is ingericht als een erftoegangsweg A met een maximumsnelheid van 50 km/u en leidt in westelijke richting naar Meppel.
Langzaam verkeer
Aan weerszijde van de Kerkweg is ten noorden van het plangebied (zie figuur 3.9) een voetpad aanwezig. In overeenstemming met het gemeentelijk verkeer en vervoerplan zijn op het noordelijk deel van de Kerkweg geen aparte fietsvoorzieningen aanwezig. Fietsverkeer mengt zich hier met het gemotoriseerd verkeer. Op het zuidelijk deel van de Kerkweg (zie figuur 3.10) is ten oosten van de rijbaan een vrijliggend wandelpad aanwezig. Voor fietsers zijn aan weerszijden van de rijbaan fietssuggestiestroken aanwezig.
Figuur 3.9 Overzicht inrichting Kerkweg noordelijk deel (bron: Cyclomedia 2023)
Figuur 3.10 Overzicht inrichting Kerkweg zuidelijk deel (bron: Cyclomedia 2023)
Openbaar vervoer
De dichtstbijzijnde OV-halte vanaf het plangebied is gelegen op circa 650 meter loopafstand aan de Dijkhuizen. Bij deze halte halteert buslijn 32, tussen Hoogeveen en Meppel.
Verkeersgeneratie
De beoogde woningbouwontwikkeling aan de Kerkweg bestaat uit 125 woningen. Met behulp van de CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag berekend. Echter is voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde werkdag maatgevend. Conform CROW-publicatie 381 wordt voor het omrekenen van weekdag naar werkdag een omrekenfactor van 1,11 toegepast. In tabel 3.1 is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling berekend.
In de bestaande situatie is het plangebied in gebruik als landbouwgrond. De verkeersgeneratie in de bestaande situatie is dan ook nihil te noemen. Bij het bepalen van de verkeersgeneratie na planontwikkeling is het dan ook niet mogelijk om te salderen met de bestaande situatie.
Tabel 3.1 De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling aan de Kerkweg
De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 689 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde weekdag, oftewel 765 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie op het drukste uur maatgevend. Binnen het verkeerskundig vakgebied wordt als vuistregel aangehouden dat gedurende het drukste uur 10% van de etmaalintensiteit wordt afgewikkeld. Voor de beoogde ontwikkeling leidt dit tot een verkeersgeneratie van (765 x 0,1 =) 76,5 mvt/uur
Verkeerstoedeling
Voor het bepalen van de toedeling van het gegenereerde verkeer is gebruik gemaakt van de navigatietool van Google Maps. Het plangebied wordt via twee aansluitingen ontsloten op de Kerkweg. Vanaf de Kerkweg wordt 70% (53 mvt/uur) van het gegenereerde verkeer ontsloten in zuidelijke richting naar het kruispunt Kerkweg – Buitenhuizerweg - Blijdenstein. De overige 30% (23 mvt/uur) wordt in noordelijke richting ontsloten, om vervolgens over de Haakswold te worden afgewikkeld in westelijke richting. Vanaf het kruispunt Kerkweg – Buitenhuizerweg – Blijdenstein wordt 60% (32 mvt/uur) verder afgewikkeld via de Blijdenstein en de Broekhuizen richting het kruispunt Broekhuizen – N375 - Oosterbroekenweg. De resterende 10% (3 mvt/uur) wordt over de Buitenhuizerweg in oostelijke richting ontsloten. Op het kruispunt Broekhuizen – N375 – Oosterbroekenweg wordt 30% (37 mvt/uur) ontsloten over de N375 in westelijke richting, 20% (18 mvt/uur) in oostelijke richting en 10% (9 mvt/uur) over de Oosterbroekenweg richting het zuiden. In figuur 3.11 is de beoogde toedeling van het gegenereerde verkeer weergegeven.
Figuur 3.11: De verkeerstoedeling voor de beoogde ontwikkeling
Verkeersafwikkeling
Voor het bepalen van de verkeersintensiteit op de Kerkweg in de autonome situatie is gebruik gemaakt van de verkeerstellingen uit 2021 (weekdag intensiteiten). Voor het omrekenen naar werkdagintensiteiten is voor erftoegangswegen een omrekenfactor van 1,09 toegepast. In onderstaande figuur is een overzicht weergegeven van de telpunten. Vervolgens zijn in tabel 3.2 de verkeersintensiteiten weergegeven per telpunt.
Figuur 3.12: De locaties van de telpunten op de Kerkweg
Tabel 3.2 Verkeersintensiteiten per wegvak met en zonder planbijdrage
| Nummer | Wegvak | Ligging | Werkdag exclusief planbijdrage (mvt/etmaal) | Planbijdrage (mvt/etmaal) | Werkdag inclusief planbijdrage (mvt/etmaal) |
| 1 | Kerkweg | Ter hoogte van Kerkweg 15-17 | 2.782 | 229 (30%) | 3.011 |
| 2 | Kerkweg | Ter hoogte van Kerkweg 45-51 | 1.810 | 229 (30%) | 2.039 |
| 3 | Kerkweg | Ter hoogte van Westenweide | 2.874 | 535 (70%) | 3.409 |
Conform de bovenstaande tabel bedraagt de intensiteit op de Kerkweg in de autonome situatie circa 2.700 à 2.800 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Ter hoogte van telpunt 1 is de Kerkweg ingericht als een erftoegangsweg B (binnen de bouwde kom). Volgens het GVVP van de gemeente De Wolden kan een erftoegangsweg B een intensiteit van maximaal 5.000 mvt/etmaal verwerken. Na planbijdrage stijgt de verkeersintensiteit ter hoogte van telpunt 1 naar circa 3.011 mvt/etmaal, wat betekent dat de Kerkweg nog ruim voldoende restcapaciteit heeft om de beoogde planbijdrage probleemloos vlot en veilig op te vangen.
Bij telpunt 3 is de Kerkweg ingericht als een erftoegangsweg, buiten de bouwde kom, waarvoor de gemeente De Wolden een intensiteit van ten minste 6.000 mvt/etmaal aanhoudt. Dit sluit aan bij de landelijke richtlijnen. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling stijgt de verkeersintensiteit bij telpunt 3 naar circa 3.409 mvt/etmaal. Ook hier geldt dat zelfs na planbijdrage de verkeersintensiteit dermate laag blijft dat er geen knelpunten op het gebied van verkeersdoorstroming ontstaan.
Cumulatie
Aan de westzijde van de Kerkweg ligt het bedrijventerrein Hoge Akkers. De gemeente De Wolden heeft in 2023 voor dit bedrijventerrein een nieuw bestemmingsplan vastgelegd. Het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers wordt in westelijke richting met circa 6,5 ha uitgebreid.
Uit paragraaf 3.4 Verkeer en parken van het bestemmingsplan ‘Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers’ blijkt dat door de Hoge Akkers een verkeersgeneratie wordt verwacht van circa:
De totale verkeersgeneratie bedraagt hiermee circa 783 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Waarvan 50% (392 mvt/etmaal) over de Kerkweg wordt ontsloten. Voor Hoge Akkers zijn in het bestemmingsplan alleen Weekdag etmaal bewegingen berekend Daarom wordt voor de cumulatie gekeken naar de weekdag gegevens.
Voor de cumulatie van wegverkeer is telpunt 3 van belang. In tabel 3.3 zijn de verkeersintensiteiten voor dit meetpunt weergegeven, inclusief de verkeersgeneratie van beide projecten.
Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling en die van de Hoge Akkers stijgt de verkeersintensiteit bij telpunt 3 naar circa 3.800 mvt/etmaal. Ook hier geldt dat na de cumulerende planbijdrage de verkeersintensiteit lager blijft dat de landelijke en gemeentelijke richtlijnen. Verkeerskundige problemen vanwege de cumulatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten.
Tabel 3.3 Cumulerende verkeersgeneratie.
Verkeerssituatie Blijdenstein
Zoals hiervoor beschreven past de toename van verkeer door dit nieuwe bestemmingsplan qua intensiteit binnen de gemeentelijke en landelijke richtlijnen en kan de Kerkweg dit aan en hoeven er wettelijk gezien geen maatregelen te worden genomen. Maar door de bewoners van Blijdenstein wordt dit anders ervaren. De weg ligt hier relatief dicht op de woningen en de maximumsnelheid bedraagt 50 km/uur. Tijdens de procedure van het eerder in 2023 vastgestelde bestemmingsplan voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Hoge Akkers is vanuit Blijdenstein gereageerd op de verkeerssituatie ter plaatse. In november 2021 heeft men dit kenbaar gemaakt bij de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft besloten om verkeersremmende maatregelen aan te brengen op de rijbaan door Blijdenstein en tevens om onderzoek te laten doen naar een mogelijke oplossing. Na een raadsinformatieavond zijn 3 varianten voorgelegd waaruit 1 variant verder zal worden uitgewerkt naar de haalbaarheid van een alternatieve ontsluiting voor Blijdenstein. Inmiddels heeft de raad de situatie rondom Blijdenstein erkend en heeft besloten een omleiding rondom Blijdenstein te onderzoeken. Deze omleiding loopt (mogelijk) vanuit Blijdenstein naar de Westerweiden, aan de zuidzijde van bedrijventerrein Hoge Akkers. Dit is nog een voorontwerp. Op dit moment lopen hiervoor nog onderhandelingen over grondtransacties. Dit proces loopt.
Naast de verkeersdoorstroming op wegvakniveau dient ook de verkeersafwikkeling bij kruispunten te worden beoordeeld. Voor de beoogde ontwikkeling zijn met name de twee aansluitingen van het plangebied op de Kerkweg maatgevend. Als uitgangspunt wordt aangehouden dat het gegenereerde verkeer evenredig wordt verdeeld over beide aansluitingen, wat betekent dat per aansluiting 46 mvt/uur wordt afgewikkeld. Dit komt neer op circa 1 voertuig per 1,5 minuut. Op basis van de intensiteiten uit tabel 2 is de intensiteit op de Kerkweg ten hoogte van beide aansluitingen dermate laag dat er voldoende invoegmogelijkheden zijn voor het verkeer vanuit het plangebied. Daarbij geldt dat om aan te sluiten bij de omliggende kruispunten beide aansluitingen ingericht dienen te worden als voorrangskruispunten, waarbij het verkeer op de Kerkweg voorrang heeft op het verkeer vanuit het plangebied. Eventuele wachtrijen zullen dan ook enkel ontstaan binnen het plangebied en daarmee geen invloed hebben op het doorgaande verkeer. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.
Verkeersveiligheid
Voor het beoordelen van de verkeersveiligheid van de omliggende wegen is gebruik gemaakt van het ontwerpprincipe Duurzaam Veilig en de richtlijnen uit het GVVP van de gemeente De Wolden. Conform dit principe is de verkeersveiligheid van een weg geborgd als de intensiteit, gebruik en vormgeving van de weg met elkaar in evenwicht zijn. Voor de beoogde ontwikkeling is de verkeersveiligheid op de Kerkweg maatgevend. Hierbij is de Kerkweg onder te verdelen in het gedeelte ten noorden van het plangebied en het gedeelte vanaf het plangebied richting het zuiden.
Kerkweg Noord
Ten noorden van het plangebied is de Kerkweg ingericht als een erftoegangsweg B. De weg heeft een gemengd profiel waar fietsers en gemotoriseerd verkeer de rijbaan delen. Voor voetgangers is aan beide zijden van de rijbaan een voetpad aanwezig. Zoals benoemd bij de beoordeling van de verkeersafwikkeling is er voldoende restcapaciteit aanwezig op de Kerkweg dat het verkeer zonder problemen vlot en veilig kan worden afgewikkeld. Daarnaast zijn er meerdere snelheidsremmende maatregelen aanwezig om de verkeersveiligheid te borgen in de vorm van wegversmallingen, kruispuntplateau's en asverspringingen.
Kerkweg Zuid
Vanaf het plangebied in zuidelijke richting is de Kerkweg ingericht als een erftoegangsweg A. Aan weerszijden van de rijbaan zijn fietssuggestiestroken aanwezig. Daarnaast ligt parallel aan de Kerkweg aan de oostzijde een onverhard wandelpad. De weg heeft een verhardingsbreedte van circa 6 meter, wat overeenkomt met de ontwerprichtlijnen uit het GVVP. Ook de afwikkeling van het fietsverkeer via fietssuggestiestroken komt overeen met de inrichtingseisen uit het GVVP. Echter dient wel aandacht te worden besteed aan het handhaven van de maximumsnelheid. Wegens de lange rechtstand op de Kerkweg in combinatie met een gebrek aan snelheidsremmende maatregelen bestaat het risico dat het gemotoriseerde verkeer hier te hard rijdt. Dit leidt tot grotere snelheidsverschillen tussen het gemotoriseerde verkeer en fietsers, wat nadelige gevolgen heeft op de verkeersveiligheid van de weg. Daarom wordt aanbevolen om maatregelen te nemen om het snelheidsverschil te verminderen, in de vorm van drempels en verhoogde kruispuntplateau's.
Parkeren
De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling is berekend aan de hand van de parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 381. Aangezien het plangebied Kerkweg in de bestaande situatie bestaat uit agrarische grond is er geen sprake van een parkeerbehoefte in de bestaande situatie. Er kan dan ook geen saldering worden toegepast op de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling. In tabel 3.4 is de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling aan de Kerkweg berekend.
Tabel 3.4 De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling aan de Kerkweg
| Parkeerbehoefte | ||||||
| Woningtype | Functie CROW | Aantal | Parkeernorm | Bewoners | Bezoekers | Totaal |
| Appartementen (sociale huur) | Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) | 38 woningen | 1,4 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 41,8 | 11,4 | 53,2 |
| Vrije kavels | Koophuis, vrijstaand | 7 woningen | 2,3 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 14 | 2,1 | 16,1 |
| Vrijstaand, seriematig | Koophuis, vrijstaand | 11 woningen | 2,3 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 22 | 3,3 | 25,3 |
| Tweekapper | Koophuis, twee-onder-een-kap | 22 woningen | 2,2 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 41,8 | 6,6 | 48,4 |
| Levensloopbestendig rij | Koophuis, tussen/hoek | 6 woningen | 2 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 10,2 | 1,8 | 12 |
| Middelduur rij hoekwoning | Koophuis, tussen/hoek | 2 woningen | 2 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 3,4 | 0,6 | 4 |
| Middelduur rij | Koop, huis, tussen/hoek | 5 woningen | 2 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 8,5 | 1,5 | 10 |
| Goedkoop rij hoekwoning | Koophuis, tussen/hoek | 12 woningen | 2 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 20,4 | 3,6 | 24 |
| Goedkoop rij | Koophuis, tussen/hoek | 22 woningen | 2 per woning (incl. 0,3 voor bezoekers) | 37,4 | 6,6 | 44 |
| Totaal | 125 woningen | 199,5 | 37,5 | 237 | ||
In totaal gaat de beoogde ontwikkeling gepaard met een parkeerbehoefte van 237 parkeerplaatsen. Minimaal 38 parkeerplaatsen daarvan dienen openbaar toegankelijk te zijn ten behoeve van de parkeerbehoefte van bezoekers. Uit figuur 3.13 en het stedenbouwkundig plan (bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels) blijkt dat binnen het plangebied 271 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Van deze 271 liggen er 189 in het openbaar gebied.
De overige 82 parkeerplaatsen worden op eigen terrein bij de woningen gerealiseerd. Met deze parkeeroplossing wordt ruimschoots voldaan aan de berekende parkeerbehoefte.
Figuur 3.13: woningbouwprogramma en parkeerbehoefte.
Plandeel Buitenhuizerweg
Het plandeel aan de Buitenhuizerweg vraagt om een minder uitgebreide toelichting, aangezien het om een rood-voor-rood-ontwikkeling gaat. Voor de nieuwe ontwikkeling wordt uitgegaan van 3 vrijstaande koopwoningen, wat resulteert in een verkeersgeneratie van 27,3 motorvoertuigen per etmaal (werkdag). Het verkeer van dit plandeel zal vanaf de aansluiting van de Buitenhuizerweg met de Kerkweg opgaan in het heersende verkeersbeeld. Uit de toelichting op de Kerkweg is al gebleken dat omliggende wegen voldoende restcapaciteit beschikbaar hebben. In deze toelichting en de benoemde verkeerscijfers is het verkeer vanuit de Buitenhuizerweg nr. 4 meegenomen.
De bestaande agrarische bedrijvigheid zal op deze locatie worden beëindigd, waarmee het bijbehorende (vracht)verkeer ook komt te vervallen en gesaldeerd kan worden met de nieuwe ontwikkeling. De totale toename van verkeer is hiermee zeer beperkt.
Op de locatie zijn drie vrijstaande woningen voorzien. De parkeerbehoefte van 2,3 parkeerplaatsen per woning is goed realiseerbaar op eigen terrein vanwege de kavelgrootte. Een nadere onderbouwing voor parkeren is daarmee niet nodig.
Conclusie verkeer en parkeren
De beoogde ontwikkeling leidt tot een verkeerstoename van 765 mvt/etmaal gedurende een gemiddelde werkdag. Op de omliggende wegen is voldoende restcapaciteit beschikbaar om de beoogde verkeerstoename probleemloos op te vangen. Op de Kerkweg wordt de verkeersveiligheid ten noorden van het plangebied geborgd door middel van de inrichting van de weg conform het GVVP van de gemeente De Wolden. Ook ten zuiden van het plangebied wordt voldaan aan de inrichtingseisen uit het GVVP. Echter is op dit wegvak wel een risico op te hard rijden wegens de lange rechtstand en het gebrek aan verkeersremmende maatregelen.
De parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling bedraagt 237 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden in totaal 271 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarmee ruim voldoende parkeergelegenheid wordt aangeboden voor het opvangen van de parkeerbehoefte van de beoogde ontwikkeling.
Het plandeel aan de Buitenhuizerweg 4 is kleinschaliger van aard. Door beëindiging van de bedrijfsactiviteiten neemt het (vracht)verkeer aan de Buitenhuizerweg af. De totale toename van verkeer op deze locatie is hiermee zeer beperkt. Parkeren vindt op eigen terrein plaats.
In dit hoofdstuk wordt het Rijksbeleid, provinciale beleid, regionale beleid en gemeentelijk beleid behandeld dat van toepassing is op het plangebied.
Het bestemmingsplan is opgesteld onder het regime van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is als ontwerpplan ter inzage gelegd vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit betekent dat het plan juridisch wordt beoordeeld op basis van de Wro en de daarbij behorende uitvoeringsregelingen. Toetsing aan de instructieregels uit de AMvB's en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe, die zijn vastgesteld op grond van de Omgevingswet, is daarom niet vereist.
Hoewel de formele instructieregels niet van toepassing zijn, is wel rekening gehouden met de onderliggende provinciale beleidsuitgangspunten en ambities. In dit hoofdstuk is daarom gemotiveerd op welke wijze het plan aansluit bij het rijks- en provinciale beleid ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke inpassing, woningbouwprogrammering en leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt geborgd dat het plan past binnen de provinciale ruimtelijke visie, ondanks dat een formele toetsing niet aan de orde is.
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.
Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. De Regio Zwolle is aangewezen als een van de NOVI-gebieden. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.
Opgaven
Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven:
Realiseren opgaven
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:
Regio Zwolle, waar gemeende De Wolden onderdeel van is, betreft een regio die snel sterk groeit, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk komt te staan. Als gevolg van klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan. In de Regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio.
In de samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de NOVI is onder andere vastgelegd dat in het bijzonder aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheid, natuurlijke systemen (bijv. bodem, ondergrond, water, lucht), natuur (bijvoorbeeld biodiversiteit, natuurgebieden, habitats) evenals landschap en openbare ruimte (bijvoorbeeld waardevolle landschappen, erfgoed).
Conclusie
Als het gaat over de te realiseren opgaven uit de NOVI wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt. In hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de omgevingsaspecten.
Het Barro bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Voor het bestemmingsplan zijn de regels vanuit het Barro dan ook direct bindend en het meest van belang. Vanuit het Barro is voor het plangebied alleen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) direct van toepassing.
Het Rijk heeft voor het NNN aangegeven dat de begrenzing ervan een verantwoordelijkheid is van de provincies. De regels voor deze gebieden moeten dan ook in de provinciale verordening worden vastgelegd. Daarbij gaat het om het aanwijzen van wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden en de regeling voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling daarvan. In paragraaf 5.7 Ecologie wordt nader ingegaan op de relatie tussen het plangebied en het NNN. Hieruit volgt dat de omliggende NNN gebieden geen negatieve effecten ondervinden van de ontwikkeling.
Conclusie
De ontwikkeling heeft geen relatie met het Barro.
In artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro is de verplichting opgenomen om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Bij de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking dient voor een stedelijke ontwikkeling de behoefte te worden beschreven. Voor locaties buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte wordt voorzien.
In paragraaf 3.3 Laddertoets is de verantwoording aan de Ladder duurzame verstedelijking opgenomen.
Conclusie
In de toelichting van dit bestemmingsplan wordt gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat de behoefte voldoende is aangetoond.
Op 22 september 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe vastgesteld. De omgevingsvisie Drenthe is het strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de provincie Drenthe voor de periode tot 2030 en in een aantal gevallen verder in de toekomst. Om in te spelen op de actualiteiten en nieuwe beleidsdoelen toe te voegen is de omgevingsvisie in 2022 geactualiseerd.
De provincie ziet vijf belangrijke ontwikkelingen:
De belangrijkste opdracht tot 2030 is het vinden van een antwoord op de vraag hoe met deze ontwikkelingen moet worden omgaan. Daarnaast heeft de provincie diverse ambities en daarmee ook belangen. Het doel van de omgevingsvisie is het koesteren van kwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij die kwaliteiten. Het is een streven naar ruimtelijke kwaliteit door nieuwe ontwikkelingen en behoud van bestaande kwaliteiten.
In de omgevingsvisie zijn de provinciale belangen benoemd, waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het beoordelen van bestemmingsplannen. De provinciale belangen zijn verdeeld in Drentse kwaliteiten en ontwikkelingen. Binnen de Drentse kwaliteiten staat het behoud en de ontwikkeling van de kernkwaliteiten, de dynamiek van bedrijvigheid, de biodiversiteit en de milieu- en leefomgevingskwaliteit centraal. De kernkwaliteiten zijn opgenomen op een kernkwaliteitenkaart. Op het gebied van ontwikkelingen zijn onder meer het regionale economische vestigingsklimaat, de landbouw, het toerisme, de demografische ontwikkeling, de mobiliteit en de ontwikkeling van natuur en landschap (ecologische hoofd structuur, diversiteit in landschapstypen) als provinciaal belang benoemd.
De kernkwaliteiten vormen de belangrijkste basis voor het begrip 'ruimtelijke kwaliteit'. Daarnaast is zorgvuldig ruimtegebruik en milieu- en leefomgevingskwaliteit van belang. Hieronder worden de kernkwaliteiten benoemd die relevant zijn voor het plangebied.
Kernkwaliteit landschap
De kernkwaliteit waar het plangebied in ligt wordt omschreven als ‘wegdorpen van de laagveenontginning’. Het wegdorpenlandschap van de laagveenontginning, ook wel het ‘slagenlandschap’, ligt op de laagst gelegen plekken in de provincie Drenthe. Hier is in de benedenlopen van de beekdalen veen ontstaan. Kenmerkend zijn de ontginningsassen, de langgerekte lintdorpen en de grote, open weidegebieden. Sommige delen hebben door de kavelgrensbeplanting een min of meer besloten karakter. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van het open karakter, de smalle verkavelingsstructuur en het fijnmazige slotenpatroon.
Kernkwaliteit aardkundige waarden en cultuurhistorie
Het gehele plangebied is voor de kernkwaliteit aardkundige waarden aangeduid met het beschermingsniveau ‘Generieke bescherming’. Aangezien het plangebied buiten de kern Ruinerwold valt is er geen directe kernkwaliteit voor cultuurhistorie opgenomen. Een kwaliteit die wel van belang is bij de verdere ontwikkeling van Ruinerwold in het algemeen is het in standhouden van de kwaliteiten van de lintbebouwing langs de ontginningsassen. De ambitie van de provincie is het in stand houden van het oude en het nieuwere lint van Ruinerwold en de ligging ervan in de omgeving. De provincie stuurt op het herkenbaar houden van de verschillen in positionering, weginrichting en architectuur, door het vasthouden aan de verkavelingsstructuren en door het openhouden van de ruimte tussen de twee bebouwingslinten.
Kernkwaliteit archeologie
Het plangebied is voor de kernkwaliteit archeologie aangeduid met het ‘beschermingsniveau 1: generiek’. Het beschermingsniveau generiek richt zich op het algemene uitgangspunt dat alle behoudenswaardig archeologische vindplaatsen (waarden) die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Drenthe staan en de nieuw ontdekte behoudenswaardige vindplaatsen niet ongezien kunnen verdwijnen. In de paragraaf 5.10 Archeologie en cultuurhistorie onder hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op dit onderdeel.
Kernkwaliteiten robuust landbouwsysteem/groen-blauwe dooradering en multifunctioneel gebied
Het plangebied ligt voor een groot deel in een gebied met de kernkwaliteit 'robuust landbouwsysteem'. In dit gebied, waar een groot deel van de het landelijk gebied van de provincie onder valt, is ruimte voor kringlooplandbouw, lokale afzet en korte ketens en de eiwittransitie. De provincie heeft dit aangewezen als gebied waar de landbouw de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen en ziet voor zichzelf een rol door innovatie in de landbouw te stimuleren en door minder beperkingen op te leggen. Hiermee hangt de ambitie samen om in het lager gelegen landbouwgebied direct ten zuiden van de Buitenhuizerweg de groen-blauwe dooradering als natuurdoel verder uit te werken. Het plandeel aan de Buitenhuizerweg valt onder de kernkwaliteit multifunctioneel gebied, waarin een combinatie van landbouw, water en natuur voorop staat.
Wonen
De provincie streeft naar een balans tussen het aanbod voor wonen en de demografische behoefte. De leefbaarheid in dorpen en wijken is belangrijk, met basisvoorzieningen die voldoende op peil blijven, goede bereikbaarheid, culturele initiatieven en een betaalbaar en aantrekkelijk woningaanbod. De provincie wil toekomstbestendige woningen voor jong én oud. Toekomstbestendig betekent duurzaam, betaalbaar en passend bij de woonwens. De woningbouwbehoefte en ambities rondom wonen zijn vastgelegd in de Drentse Woonagenda, waarin een bod aan het Rijk is gedaan met te bouwen woningen tot 2030 binnen een bandbreedte van minimaal 13.000 en maximaal 25.000. Dit bod is vertaald in de Regionale Woondeal Zuidwest Drenthe 2022 en de gemeentelijke woon(zorg)visie.
Conclusie
Het plangebied ligt direct tegen het bestaand stedelijk gebied van Ruinerwold aan. Voor Ruinerwold streeft de provincie naar het in stand houden van het oude en het nieuwere lint van Ruinerwold en de karakteristieke landschappelijke en cultuurhistorische structuur. Het plan houdt nadrukkelijk rekening met de bestaande verkavelingsstructuur door aan te sluiten bij de bestaande sloten en het aanbrengen van bijpassende groenstructuren.
Voor het plangebied Buitenhuizerweg wordt aangesloten bij de bebouwing aan dit bestaande lint. Bestaande kwaliteiten van het dorp worden niet beïnvloed door de voorgenomen ontwikkeling. Het plan onttrekt agrarische gronden aan het gebied waar de provincie een robuust landbouwsysteem voor ogen heeft, maar hierdoor ontstaat de gelegenheid om aan de woonambitie van de provincie en de regio te werken. Het voorliggend plan voorziet hierin, door te bouwen voor de lokale gemeenschap met een duidelijke focus op betaalbare woningen. In paragraaf 3.3 Laddertoets wordt nader toegelicht waarom het noodzakelijk is om buiten de bestaande stedelijke structuur ruimte in te zetten voor woningbouw.
Provinciale Staten van Drenthe hebben op 3 oktober 2018 de Verordening Ruimtelijk Omgevingsbeleid vastgesteld. Deze Omgevingsverordening wordt elk jaar geactualiseerd. De laatste actualisatie (onder de Wro) is van juni 2023. De beoogde wijzigingen in de actualisatie zijn voor dit woningbouwplan al meegenomen in de overwegingen.
De Omgevingsverordening is gericht tot gemeenten en bevat voorschriften waar ruimtelijke plannen aan dienen te voldoen. De belangrijkste regel die van toepassing is op het plangebied zijn artikel 2.16 (ruimte-voor-ruimte regeling) en artikel 2.17. Woningbouw. Hierin wordt beschreven dat een ruimtelijk plan kan voorzien in nieuwe woningbouw mits de behoefte op basis van de gemeentelijke woonvisie kan worden aangetoond en het plan aansluit bij bestaand stedelijk gebied.
Artikel 2.16 Ruimte-voor-Ruimte regeling of artikel 3.15 ruimte-voor-ruimte regeling omgevingsverordening Drenthe 2023)
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen buiten bestaand stedelijk gebied, kan voorzien in een ruimte-voor-ruimte regeling als in dat gebied bedrijfsmatige of maatschappelijke bebouwing aanwezig is die de oorspronkelijke functie is verloren, mits:
In het plangebied voor de Buitenhuizerweg 4 wordt gebruik gemaakt van de ruimte-voor-ruimte regeling. Op het erf stonden naast de huidige bedrijfswoning verschillende bedrijfsgebouwen met een oppervlak van circa 2.400 m2. Op basis van lid 1 sub a mogen, naast de bestaande (bedrijfs)woning ten minste 2 compensatiewoningen gebouwd worden. Zoals beschreven in paragraaf 3.1 Planvorming, worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. Om gebruik te mogen maken van deze regeling is sub 3 van toepassing. De huidige bebouwing is ruim voor 2014 gerealiseerd, namelijk in 1930,1960 en 1999. Daarmee wordt voldaan aan sub a. Sub b en c zijn niet van toepassing. In het stedenbouwkundig plan (zie bijlage 1 bij de regels) zijn de randvoorwaarden vastgelegd (sub d). Tot slot is het plangebied niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland of een beekdal en bergingsgebied. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan aan de provinciale verordening voldoet.
Artikel 2.17 Woningbouw (of artikel 3.16 Woningbouw omgevingsverordening Drenthe 2023)
Voor het plangebied Kerkweg wordt gebruikgemaakt va artikel 2.17 lid 1. Zoals blijkt uit paragraaf 4.4.1 'Samen aan zet! Toekomstvisie 2022-2040 zijn deze gronden aangewezen als uitbreidingslocaties van Ruinerwold. Zoals uitgebreid beschreven in paragraaf 3.3 Laddertoets is voor de periode tot 2030 een verwachte woningbehoefte van 810 - 1.060 extra woningen, waarvan het grootste deel in de komende vijf jaar nodig is. Regionaal is afgesproken dat in De Wolden de bouw van 747 woningen wordt versneld. De locatie is aangemerkt als een van de sleutelprojecten in de regionale afspraken (woondeal), zie paragraaf 4.3.1 Regionale Woondeal Zuidwest Drenthe 2022. Doordat het plan in drie fases wordt uitgewerkt en in iedere fase wordt voorzien in woningen voor verschillende doelgroepen, levert de ontwikkeling een structurele bijdrage aan de woningbouwopgave op de langere termijn.
Conclusie
Het voorgestelde plan sluit aan bij de provinciale kaders. Het plan sluit aan doordat het direct aansluitend aan de bebouwde kom van Ruinerwold wordt gebouwd. Rekening wordt gehouden met landschappelijke structuren, er is sprake van landschappelijke inpassing (zie hiervoor bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels) en er is voldoende behoefte aan de voorgestelde woningen. Hierop wordt in het gemeentelijk beleid (paragraaf 4.4 Gemeentelijk beleid) en de laddertoets (paragraaf 3.3 Laddertoets) nader op ingegaan. De overige artikelen uit de verordening zijn voor het plangebied niet relevant. De beoogde aanpassing in de actualisatie zorgt voor een bredere toepasbaarheid voor initiatieven.
De nota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe maakt onderdeel uit van het provinciale beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en cultuurhistorie. Het voorliggende plan is daarom getoetst aan de uitgangspunten die hierin worden genoemd.
In de nota wordt voor het betreffende gebied in Ruinerwold aangegeven dat sprake is van twee bebouwingslinten, namelijk langs de Dr. Larijweg en in een latere fase langs de Wolddijk (in het verlengde van Haakswold en Dijkhuizen). In paragraaf 6.9.3 van de nota wordt de ambitie uitgesproken om het tussenliggende gebied tussen de linten zoveel mogelijk open te houden.
De situering van de met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen levert geen aantasting op van deze openheid. Dit is beschreven in paragraaf 3.1 Planvorming en in gebiedsanalyse zoals opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels. Er is met de ontwikkeling van het gebied rekening gehouden met de overgang naar het omliggende landschap en de cultuurhistorie van het gebied.
Gemeenten in de regio Zuidwest Drenthe hebben op 21 december 2022 met het Rijk en de provincie een versnelling afgesproken van de bouw van minimaal 5.033 woningen. De uitbreidingswijk aan de Kerkweg in Ruinerwold met 125 woningen waarover dit plan gaat, is daarin al benoemd als sleutelproject voor de versnellingsopgave van De Wolden. De gemeenten in Zuidwest Drenthe verwerken deze versnellingsambitie in het lokale beleid.
Conclusie
Het plan past binnen de ambitie en woningbouwaantallen die zijn vastgesteld met de woondeal. In paragraaf 3.3 Laddertoets is aangegeven hoe het plan past binnen de regionale afspraken.
In 2021 is een (regionaal) woningmarktonderzoek uitgevoerd, in opdracht van de gemeenten en woningcorporaties in Zuidwest en Midden-Drenthe. Hierin wordt een beeld geschetst van de woningmarkt in de regio en de belangrijkste kernopgaven van 2021 tot 2030, met een doorkijk naar 2040. Door de gemeenten in Zuidwest en Midden-Drenthe is bestuurlijk afgesproken dit onderzoek te gebruiken als basis voor de gemeentelijke woonvisies (zie paragraaf 4.4.2 Woon(zorg)visie 2023 en 3.3 Laddertoets).
Conclusie
De gemeente De Wolden heeft het behoefteonderzoek verwerkt door vaststelling van de Woonzorgvisie 2023. Het plan sluit aan bij de behoefte en stuurt op diverse doelgroepen.
Op 1 februari 2023 is de verstedelijkingsstrategie regio Zwolle vastgesteld. Deze strategie is een samenwerking tussen 22 gemeenten, waaronder De Wolden, en 4 provincies rondom de stad Zwolle. Om richting te geven aan de forse groeiambitie van de regio, maar tegelijk aandacht te hebben voor klimaatadaptatie en behoud van landschappelijke kwaliteit, is een integrale afweging nodig. De koers van de regio is bepaald aan de hand van 7 ontwikkelprincipes.
Voor het plangebied zijn met name de principes van klimaatadaptatie en woningbouwopgave van belang. Vanuit het belang van klimaat is het uitgangspunt dat nieuwe verstedelijking niet mag leiden tot een grotere water- of klimaatopgave, maar moet juist leiden tot verkleining van het probleem. Natuurlijke oplossingen hebben de voorkeur boven technische oplossingen. Vanuit het belang van de woningbouwopgave geldt dat nieuwe woningbouwontwikkeling een aanvulling moet zijn op het bestaande aanbod en rekening moet houden met demografische trends.
Conclusie
In het plan is veel aandacht besteed aan het vasthouden van water binnen het plangebied. Daarnaast wordt door de inzet op variatie in woningtypen aangesloten bij de lokale en regionale woningbehoefte, zoals beschreven in paragraaf 3.3 Laddertoets. Het plan voegt zich daarmee naar de verstedelijkingsstrategie van de regio Zwolle.
De toekomstvisie 'Samen aan zet!', beschrijft de stip op de horizon (2040) waar de gemeente De Wolden naar toe ontwikkelt. Het fungeert als een leidraad in de samenwerking tussen gemeente, inwoners, ondernemers en samenwerkingspartijen. De samenleving wordt uitgenodigd om samen vorm te geven aan de ambities en uitdagingen die zijn geformuleerd. De drie hoofdambities zijn vitale samenleving, landschap als drager en duurzame leefomgeving.
Verhalend wordt de toekomst van De Wolden beschreven als:
In 2040 is De Wolden een gemeente waar groen, verbinding en vernieuwing hand in hand gaan en waar het landschap ruimte biedt aan bestaande en nieuwe functies. Een gemeente waar het welzijn van ons allen voorop staat, waar we duurzaam omgaan met de beschikbare ruimte en manieren hebben gevonden om de kwaliteiten van het landschap te behouden voor huidige en toekomstige generaties. Een gemeente waar het begrip naoberschap opnieuw is uitgevonden en waar initiatieven uit de samenleving nog meer ruimte krijgen. Het fraaie en afwisselende landschap met karakteristieke dorpen biedt huisvesting aan een groeiend aantal Woldenaren. Daarnaast is de gemeente een plek waar dagjesmensen en vakantiegangers hun hart kunnen ophalen. En dat terwijl de sector toerisme en recreatie nu al één van de belangrijkste economische pijlers is in de gemeente.
Ten aanzien van woningbouw ziet De Wolden zich als het groene hart van de regio waar het prettig en ruim wonen is. Deze kwaliteit willen ze uitdragen in de regio en daarbuiten. Om de gevolgen van vergrijzing het hoofd te bieden en de kwaliteit en kwantiteit van het voorzieningenniveau te verhogen worden meer (jonge) mensen uit de regio aan de gemeente verbonden. In samenwerking met de Regio Zwolle wordt een bijdrage geleverd aan de woningbouwopgave van de regio en wordt ingezet op groei van het aantal woningen. Hierbij wordt nieuwbouw gezien als een flexibele opgave die meebeweegt met de tijd. Er wordt ingezet op beheerste uitbreiding van de kleine dorpen en grootschalige uitbreiding (extra groei) van de kerndorpen.
Leidraad voor de fysieke leefomgeving is:
Structuurvisie De Wolden (2011)
Met het vaststellen van de Toekomstvisie 2022-2040 ' Samen aan zet!' is de voormalige structuurvisie De Wolden (2011) komen te vervallen. Met de Toekomstvisie zijn de uitbreidingslocaties zoals deze waren opgenomen in de structuurvisie overgenomen. Omdat de structuurvisie op dit onderdeel is overgenomen, blijft dit relevant voor dit bestemmingsplan.
De planmatige uitbreidingsrichtingen voor woningbouw in de vijf kerndorpen zijn op een structuurvisie kaart gezet. De visiekaart voor Ruinerwold is hieronder weergegeven in figuur 4.1. Hierop zijn vier uitbreidingsrichtingen te zien, waarbij duidelijk is dat ter plaatse van het plangebied een uitbreiding van de kern is voorzien (de zuidelijke ster). In dit gebied ziet de gemeente kansen voor een mooi woonklimaat, waarbij oog moet zijn voor voldoende afstand tot buurtschap Blijdenstein.
In de structuurvisie werd benoemd dat het landschap één van de belangrijkste kwaliteiten vormt voor de gemeente De Wolden en daarmee randvoorwaardelijk dient te zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Om hierop te kunnen sturen is los van de Structuurvisie een Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK) opgesteld, waarop wordt ingegaan in paragraaf 4.4.4 Landschappelijk Ontwikkelingskader.
Figuur 4.1: Structuurvisie De Wolden (2011) uitbreidingsmogelijkheden Ruinerwold.
Conclusie
Het plan sluit aan bij de toekomstvisie van de gemeente. Uitbreiding van het kerndorp Ruinerwold is gewenst om voorzieningenniveau te versterken en dynamisch te blijven. De diversiteit aan woningtypen in het plan sluit goed aan bij de wens om verschillende woonwensen te bedienen en bij te dragen aan lokale en regionale behoeften. Het plangebied is als uitbreidingslocatie opgenomen in de toekomstvisie. Het plangebied wordt gezien als een goede mogelijkheid voor een prettig nieuw woonklimaat, met aandacht voor de aanwezige landschappelijke kenmerken. Ontwikkeling van de vrijkomende agrarische bebouwing op locatie Buitenhuizerweg 4 voor woningbouw is eveneens passend binnen de visie.
De woon(zorg)visie “Veelzijdig wonen in De Wolden!” geeft een overzicht van de belangrijkste woningmarktopgaven in gemeente De Wolden voor de komende jaren en is een concretisering van regionaal en provinciaal beleid. De woon(zorg)visie gaat in op de belangrijkste opgaves van de woningmarkt:
De kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave in de gemeente en in Ruinerwold is in paragraaf 3.3 Laddertoets behandeld.
De gemeente werkt ook met een afwegingskader voor woningbouw. Alle complexe ruimtelijke initiatieven worden intern besproken in de zogenaamde ‘intaketafel’ aan de hand van een format. Kansrijke initiatieven gaan door naar de ‘omgevingstafel’. Daar zitten ook de initiatiefnemers en soms andere belanghebbenden bij. Een van de onderwerpen aan de intaketafel en de omgevingstafel is of het initiatief aansluit bij het woonbeleid. Het afwegingskader is het instrument om die vraag te beantwoorden. Wanneer een woningbouw- of transformatieplan aan alle criteria voldoet, komt het in de snelst mogelijke procedure terecht. Aan hoe meer criteria een plan voldoet, hoe sneller de procedure kan verlopen. In het programma woningbouwversnelling zal de gemeente benoemen welke criteria absoluut noodzakelijk zijn om voor versnelling in aanmerking te komen. Wanneer niet aan de criteria wordt voldaan, zal maatwerk nodig zijn en duurt het langer.
Figuur 4.2: Afwegingskader (bron: Woon(zorg)visie)
Conclusie
De uitbreidingslocatie is benoemd als versnellingslocatie in de regionale woondeal (zie paragraaf 3.3 Laddertoets). Dit project voldoet aan de criteria die in het gemeentelijk toetsingskader zijn benoemd en geeft invulling aan de gemeentelijke woningbehoefte.
In de raadsvergadering van 13 december 2012 heeft de gemeenteraad besloten tot het welstandsvrij verklaren van grote gebieden van de gemeente. Hiermee wordt het vertrouwen bij de samenleving gelegd om bij nieuwe initiatieven om aansluiting te zoeken bij de ruimtelijke kwaliteiten in de gemeente.
Het grootste deel van De Wolden is welstandsvrij. In tien gebieden is welstandstoetsing nog wel aan de orde. Deze gebieden zijn Dr. Larijweg, Dijkhuizen, Oosteinde, Wolddijk, Boerpad, Haakswold, Echten, Ten Arlo, Kraloo, Rheebruggen en het Reestdal.
In Ruinerwold wordt vooral grote cultuurhistorische waarde toegekend aan de kenmerkende bebouwing langs de historische linten. Deze gebieden blijven welstandsplichtig, net als monumenten en een aantal karakteristieke gebouwen. De rest van het dorp en het omliggende landschap is aangeduid als 'welstandsvrij'. Dit geldt ook voor het plangebied aan de Kerkweg en de Buitenhuizerweg.
Conclusie
Het plangebied is aangeduid als welstandsvrij. Dit betekent niet dat elke ontwikkeling passend is. Voor het plangebied is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, en is toegevoegd aan bijlage 1 bij de regels. Hiermee is een kader ontstaan waardoor er samenhang in het plangebied ontstaat en de aansluiting met de omgeving is geborgd. Het plan sluit hierdoor aan op het welstandsbeleid van de gemeente. De overwegingen voor het beeldkwaliteitsplan worden besproken in hoofdstuk 3.2.
De gemeenteraad stelde op 2 november 2012 het Landschappelijk Ontwikkelingskader (LOK) voor De Wolden vast. De reden hiervoor is dat het landschap als één van de belangrijkste kwaliteiten van de gemeente wordt beschouwd. Nieuwe ontwikkelingen dienen zich in het landschap te voegen en hier waar mogelijk een bijdrage aan te leveren. Andersom bieden nieuwe ontwikkelingen ook kansen om landschappelijke kwaliteiten terug te brengen die zijn verdwenen. Uitgangspunten van het LOK zijn dan ook:
Rondom de dorpen worden op landschappelijk gebied vooral kleinschalige veranderingen voorzien, zoals woningbouw op beperkte schaal. De meeste verandering wordt voorzien in het landelijk gebied in het licht van bedrijfsverbreding, vergroting of functieverandering.
Kenmerken laagveen ontginningen
Van oudsher hadden de laagveengebieden een besloten karakter door de vele elzensingels op de perceelsgrenzen. Door schaalvergroting in de landbouw en de wens om de gronden efficiënter te benutten zijn in de omgeving van Ruinerwold elzensingels weggehaald. Bovendien zijn door ruilverkavelingen gronden samengevoegd. De gemeente geeft in het LOK aan dat nieuwe ontwikkelingen de opstrekkende verkaveling weer dienen te accentueren.
Andere kenmerken rondom Ruinerwold zijn:
Plangebied
Het plan voorziet in de geleidelijke ontwikkeling van 125 woningen aan de Kerkweg en een functieverandering van het perceel aan de Buitenhuizerweg 4, waar twee compensatiewoningen aan het erf worden toegevoegd. De ontwikkeling van een nieuwe woonwijk aan de rand van Ruinerwold was al voorzien in de Structuurvisie en in de toekomstvisie, zie hiervoor paragraaf 4.4.1 'Samen aan zet! Toekomstvisie 2022-2040, overgenomen. Met de stedenbouwkundige opzet van de wijk heeft een analyse van het landschap en de cultuurhistorie plaatsgevonden. De uitgebreide analyse is opgenomen in bijlage 1 bij de regels.
Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van de wijk is het behoudt van de bestaande verkavelingsstructuur geweest. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de rechte lijnen die voorkomen in het landschap. Langs de randen van het plangebied en langs de bestaande greppel middenin het plangebied wordt opgaande inheemse beplanting aangebracht.
Hiermee ontstaat een groene afscherming, wat tevens zorgt voor een zachte overgang van bebouwing naar open buitengebied.
Het erf aan de Buitenhuizerweg 4 zal vanuit functieverandering worden herontwikkeld. De erfontsierende bebouwing is gesloopt en daarvoor in de plaats worden 3 nieuwe woningen (2 nieuw + 1 bestande) gerealiseerd. Voor de landschappelijke inpassing van dit erf is een inrichtingsplan opgesteld. Dit plan is opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4, bij de regels. Hierbij is veel aandacht voor de inpassing van het nieuwe erf in het landschap, de relatie met de omliggende erven en de historische context van het perceel zelf. Groene inpassing en beplanting langs de erfranden zorgen voor een zachte overgang tussen erf en omliggend landschap.
Conclusie
Het voorgenomen plan legt een duidelijke relatie tussen dorp en landschap. Daarmee sluit het aan op het doel van het LOK om nieuwe ontwikkelingen onderdeel te laten worden van het landschap.
In de beheersverordening Buitengebied is onder de algemene afwijkingsregels een gemeentelijke vertaling van de provinciale ruimte voor ruimte regeling opgenomen (Art 35 onder j).
Artikel 35 sub j lid 1.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van:
j. het bepaalde in het plan en toestaan dat binnen de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden, Agrarisch - Aanverwante bedrijven, Agrarisch - Dienstverlenende bedrijven, Bedrijf of Wonen een woning wordt gebouwd, met dien verstande dat:
1. op het betreffende voormalige bouwperceel ten minste 750 m² met een afwijkingsmarge van 5% aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (voor één woonhuis) of ten minste 2.000 m² met een afwijkingsmarge van 3% (voor twee woonhuizen) aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, moet worden gesloopt (vierkante meters die bij recht teruggebouwd mogen worden (inclusief mogelijke afwijkingen) tellen niet mee in de m² te slopen bebouwing);
Doorwerking wijzigingsregel
In artikel 35, lid 1, sub j, is bepaald dat binnen de bestemming 'Agrarisch met waarde' twee woningen mogen worden gebouwd indien op het betreffende voormalige bouwperceel ten minste 2.000 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Aan deze regeling zijn verschillende voorwaarden verbonden:
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat onderhavige ontwikkeling op de Buitenhuizerweg 4 voldoet aan de ruimte voor ruimte regeling zoals opgenomen in artikel 35, lid 1, sub j.
Alle gemeenten in Nederland hebben de opdracht gekregen om een Transitievisie warmte op te stellen. De gemeente De Wolden schetst in haar visie welke route ze voor zich ziet om de gebouwde omgeving van het aardgas af te krijgen. In de visie is onder meer aangegeven welke energiebronnen aanwezig zijn in de gemeente om hiervoor te benutten. De Wolden ziet de uitvoering voor bestaande wijken na 2030 starten, met de nadruk op individuele oplossingen. In eerste instantie wordt vooral ingezet op energiebesparing. In Ruinerwold ziet de gemeente koppelkansen om met de renovatie van corporatiewoningen voor 2025 ook andere woningen mee te nemen in verduurzaming. De gemeente ziet collectieve oplossingen op buurtniveau als alternatief voor individuele oplossingen. Nieuwbouwwoningen kunnen op een lage temperatuur warmtenet worden aangesloten, indien dit technisch mogelijk is.
Conclusie
Het plan voorziet in woonbebouwing met eigen warmtevoorziening, zonder het gebruik van aardgas. Daarmee sluit het aan bij de transitievisie. Daarnaast worden de woningen zo energiezuinig mogelijk gerealiseerd.
De gemeente De Wolden heeft in het Gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan De Wolden, haar parkeerbeleid opgenomen. In dit beleid is beschreven dat de gemeente bij het berekenen van de parkeerbehoefte gebruik gemaakt van de kencijfers uit CROW-publicatie 381. Uit paragraaf 3.4 Verkeer en parkeren blijkt dat in het plangebied voldoende ruimte is om de parkeeropgave op te vangen binnen het plangebied zelf. Uit figuur 3.13 en het stedenbouwkundigplan (bijlage 1 bij de regels) blijkt binnen het plangebied 271 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Van deze 271 liggen er 189 in het openbaar gebied.
De overige 82 parkeerplaatsen worden op eigen terrein bij de woningen gerealiseerd. Met deze parkeeroplossing wordt ruimschoots voldaan aan de berekende parkeerbehoefte.
In toenemende mate zal door verduurzaming sprake zijn van elektrificatie van vervoer. Naast voldoende parkeerplaatsen voor woningen zal daarmee ook voldoende ruimte moeten zijn voor het aanleggen van laadinfrastructuur. In het voorliggend plan is deze ruimte aanwezig in het openbaar gebied.
Conclusie
Er wordt voldoende parkeergelegenheid aangelegd binnen het voorliggend plan.
In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan relevante milieu- en omgevingsaspecten.
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:
In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2):
In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van netto 127 woningen en het plangebied heeft een oppervlakte van 40.000 m2. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.
Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Door middel van de toetsing aan de verschillende milieuaspecten in de hierna volgende paragrafen wordt voorzien in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling. Tevens is ten behoeve van het ontwerpbestemmingsplan een aanmeldnotitie vormvrije mer opgesteld, zie hiervoor bijlage 1. Daaruit blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.
Met dit project worden milieugevoelige functies toegevoegd, namelijk woningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies:
Om de belangen tussen bedrijvigheid en een goed woon- en leefmilieu voor de nieuwe woningen te kunnen afwegen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze brochure is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen rustige woonwijk of buitengebied en gemengd gebied. Het aspect geluid is in veel gevallen de bepalende factor voor de richtafstand.
De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is:
De definitie van een gemengd gebied is:
Tabel 5.1: richtafstanden tot aan milieucategorie 4.1
| milieucategorie | richtafstand | ||
|
rustige woonwijk en rustig buitengebied |
gemengd gebied | ||
| 1 | 10 m | 0 m | |
| 2 | 30 m | 10 m | |
| 3.1 | 50 m | 30 m | |
| 3.2 | 100 m | 50 m | |
| 4.1 | 200 m | 100 m | |
Het plan wordt beschouwd als rustige woonwijk. In het noorden wordt aangesloten op een bestaande woonwijk. Ten oosten en zuiden van het plangebied liggen agrarische gronden.
Kerkweg
Ten westen van het plangebied, aan de overzijde van de Kerkweg, ligt het bedrijventerrein van Ruinerwold waar verschillende bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. Op basis van het geldende bestemmingsplan bedrijfsterrein Hoge Akkers (2008) zijn hier bedrijven tot milieucategorie 3.1 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 50 meter. Een uitzondering hierop is een bedrijf aan de Hoge Akkers 13. Voor deze locatie is een bedrijf in milieucategorie 3.2 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter.
De afstand van de plangrens tot het bedrijventerrein is minimaal 55 meter. Voor bedrijven binnen milieucategorie 3.1 kan voldaan worden aan de richtafstand. Voor de bedrijfslocatie met milieucategorie 3.2 wordt niet voor het hele plangebied voldaan aan de richtafstand. Direct tegenover de betreffende bedrijfslocatie staan echter ook al woningen op kortere afstand dan het plangebied. Het bouwen van woningen binnen het plangebied zal voor deze bedrijfslocatie daarmee geen nieuwe belemmeringen opleveren.
Ten aanzien van het woon- en leefklimaat voor de huishoudens in de nieuwe woningen is rekening gehouden met de positionering van de woningen in het stedenbouwkundig plan. De bedrijfsactiviteiten waar geluidsproductie te verwachten valt, vinden inpandig plaats. Daarnaast fungeren de bestaande woningen als geluidswering voor de nieuwe woningen. Op basis hiervan wordt voor deze woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd. Voor de overige woningen geldt een goed aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Buitenhuizerweg
Met dit bestemmingsplan wordt de voormalige varkenshouderij aan de Buitenhuizerweg 4 vervangen voor twee extra woningen. Met het wegbestemmen van de agrarische activiteiten verdwijnt de geurhinder van dit bedrijf. Het wegvallen van deze geurhinder heeft een positief effect op het woon- en leefklimaat van de omliggende woningen aan de Buitenhuizerweg. Daarnaast is het wegbestemmen van de agrarische activiteiten noodzakelijk om de beoogde woningen aan de Kerkweg mogelijk te maken.
Op het voormalige agrarische erf worden drie woningen gerealiseerd (twee nieuwe en de bestaande woning). Ten oosten van het plangebied Buitenhuizerweg 4 is een agrarisch (rundveehouderij) bedrijf gevestigd (Buitenhuizerweg 6). De richtafstand voor de rundveehouderij is op basis van de VNG-brochure 100 meter (fokken en houden van rundvee). Met name geur speelt hier een rol. Aan deze richtafstand wordt voldaan, de minimale afstand is circa 200 meter.
Conclusie
Bedrijven in de omgeving worden niet belemmerd in de huidige bedrijfsvoering. Daarnaast is een goed woon- en leefklimaat te garanderen voor de nieuwe woningen. Ten aanzien van het aspect bedrijven- en milieuzonering is het plan daarmee uitvoerbaar.
Wet geurhinder en veehouderij (milieu) en Activiteitenbesluit
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:
Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, deze zijn weergegeven in de onderstaande tabel 5.3.
Tabel 5.3: Overzicht geurnormen Wgv
| concentratiegebied | niet-concentratiegebied | ||||
| binnen bebouwde kom | diercategorieën Rgv | max. 3 ouE/m3 | max. 2 ouE/m3 | ||
| andere diercategorieën | min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object | min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object | |||
| buiten bebouwde kom | diercategorieën Rgv | max. 14 ouE/m3 | max. 8 ouE/m3 | ||
| andere diercategorieën | min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object | min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object | |||
Voor geurgevoelige objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij gelden niet de maximale geurbelastingen, maar de minimale afstanden van:
Regeling geurhinder en veehouderij
In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:
Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen.
Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelasting geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).
Aan de Buitenhuizerweg nr. 6 is op dit moment één agrarisch bedrijf, namelijk een rundveehouderij gevestigd. Aan de Buitenhuizerweg 4 (onderdeel van de planvorming) ligt een agrarische bestemming. Zoals in hoofdstuk 3 Het plan is beschreven zal de bedrijfsactiviteit hier worden beëindigd. Dit bedrijf wordt daarom niet getoetst. Beëindiging van de bedrijfsactiviteit levert een verbetering op voor het woon- en leefklimaat van de al aanwezige woningen rondom het plangebied. De richtafstand voor de rundveehouderij op nummer 6 is op basis van de VNG-brochure 100 meter (fokken en houden van rundvee). Met name geur speelt hier een rol. Aan deze richtafstand wordt voldaan voor beide delen van het plangebied; de minimale afstand is circa 200 meter.
Veel ruimtelijke plannen hebben te maken met geluid; als ontvanger van geluid of als veroorzaker van geluid. Het aspect geluid wordt geregeld in diverse wet- en regelgeving. De belangrijkste wet- en regelgeving omtrent het aspect geluid betreffen:
Het begrip 'geluidgevoelige objecten' is in de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer bepaald. De Wet geluidhinder maakt onderscheid in de volgende drie categorieën:
In de Wet milieubeheer wordt dit onderscheid niet gemaakt, maar deze wet gaat wel uit van dezelfde objecten. Als middels een plan een geluidbron of een geluidgevoelig object wordt mogelijk gemaakt, of een uitbreiding van een geluidbron of een geluidgevoelig object plaatsvindt, dan is een toetsing in het kader van geluid nodig. Voor voorliggend plan is een toets aan de Wet geluidhinder en de Wet ruimtelijke ordening doorlopen, zie hiervoor paragraaf 5.4.2 Geluid verkeer.
Wet geluidhinder
In de Wgh zijn regelingen opgenomen ten behoeve van geluid in de omgeving afkomstig van de drie geluidbronnen wegen (met uitzondering van rijkswegen), spoorwegen (met uitzondering van hoofdspoorwegen) en industrielawaai. Deze geluidbronnen hebben een geluidzone. Bij plannen waarbij binnen deze geluidzones een geluidgevoelig object mogelijk wordt gemaakt, of een uitbreiding plaatsvindt van een geluidgevoelig object dient de geluidbelasting op dit object te worden getoetst.
In artikel 76 Wgh is aangegeven dat bij woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen binnen een geluidzone moet worden aangetoond of wordt voldaan aan de hoogst toelaatbare waarde van 48 dB. In artikel 100a Wgh is aangegeven dat voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel van woningen een hogere waarde kan worden vastgesteld met een maximale verhoging van 5 dB, dus maximaal 53 dB.
Wettelijke zones langs wegen
Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 5.4 weergegeven.
Tabel 5.4: schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh
De kerkweg is een weg met twee stroken en geldt ter hoogte van het plangebied een maximumsnelheid van 50km/uur. De geluidzone van deze weg bedraagt 200 - 250 meter. Daarmee is het plangebied binnen deze geluidzone gelegen.
Uit de atlas leefomgeving van wegverkeerslawaai blijkt dat voor de ontwikkeling aan de Buitenhuizerweg 4 wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde van 48dB, het gehele gebied is namelijk gelegen in de zone <45dB.
Voor de ontwikkeling aan de Kerkweg geldt dat een deel van de woningen zijn gelegen in de zone 46-50 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63dB wordt niet overschreden.
Figuur 5.1: Geluidbelasting Kerkweg (bron: Atlas leefomgeving)
Op basis van een akoestisch onderzoek is bepaald waar de voorkeursgrenswaarde ligt en of er een hogere grenswaarde procedure noodzakelijk is. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2 bij de toelichting.
De berekende geluidbelasting vanwege het 60 km-gedeelte van de Kerkweg bedraagt ten hoogste Lden = 52 dB op de voorgevel van de direct langs deze weg geprojecteerde woningen. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB; de maximale grenswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Voor deze woningen wordt een hogere grenswaarde vastgesteld.
Voor het geluid vanwege de Buitenhuizerweg geldt dat ter plaatse van de nieuw geprojecteerde woningen aan de Buitenhuizerweg 4 wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB.
Conclusie
Voor de woningen aan de kerkweg is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de geluidbelasting vanwege het 60 km-gedeelte van de Kerkweg berekend. Op de voorgevel van de direct langs deze weg geprojecteerde woningen wordt ten hoogste Lden = 52 dB gemeenten. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB; de maximale grenswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. Voor deze woningen is een besluit hogere grenswaarde gepubliceerd.
In de nabijheid van het plangebied staan 2 kleine windturbines van het type EAZ van 21 meter hoogte. De turbine op het erf van Buitenhuizerweg 6 staat relatief dicht bij het plandeel aan de Buitenhuizerweg 4. Windturbines maken geluid en kunnen daarmee overlast veroorzaken. Bij de huidige geluidsnormen is de minimale afstand voor dit type turbine 60 meter tot kwetsbare objecten, zoals woningen. De afstand van deze turbine tot het plangebied is minimaal 200 meter. Daarmee is overlast door geluid van deze turbine niet te verwachten.
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Kerkweg
Voor de locatie aan de kerkweg is een het verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek uitgevoerd als onderdeel van het planvoornemen van de bestemmingswijziging. Deze onderzoeken zijn vereist volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) om de geschiktheid van de gronden voor de beoogde functie te beoordelen en eventuele saneringsmaatregelen te bepalen.
De resultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn opgenomen in bijlage 3 bij de toelichting van het planvoornemen. In de volgende alinea's worden de bevindingen van het onderzoek beschreven.
Zintuiglijke waarnemingen
Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen/bijmengingen of asbestverdachte materialen waargenomen (indicatieve waarneming).
Bovengrond
De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Het bovengrondmengmonster MM3 bevat een verhoogd gehalte aan lood t.o.v. de achtergrondwaarde, de tussenwaarde (indicatie voor naderonderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) wordt in dit geval niet overschreden zodat er uit milieuhygiënische overweging geen directe aanleiding is tot het instellen van aanvullend onderzoek.
Ondergrond
De ondergrondmengmonsters MM4 t/m MM6 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
Aanbevelingen
Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd, zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit.
Conclusie
Op basis van het bodemonderzoek zoals opgenomen in bijlage 3 bij de toelichting, kan worden geconcludeerd dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling aan de Kerkweg.
Buitenhuizerweg
Voor de locatie aan de Buitenhuizerweg is geen aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd omdat het terrein reeds is gesaneerd. Bij de aankoop van de gronden is een schone grond verklaring ondertekend.
Op grond van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoetsproces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.
Beleidskader
Nationaal Waterplan 2016-2021
In 2015 is het Nationaal Waterplan vastgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Belangrijke punten uit het nationaal waterplan zijn:
Nationaal Bestuursakkoord Water
Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherpen van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; verbetering van de waterkwaliteit.
Kaderrichtlijn Water (KRW)
Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-still principe, dit betekent dat de toestand van de wateren er niet op achteruit mag gaan. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.
Beleid Waterschap Drents Overijsselse Delta
Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Drents Overijsselse Delta (voorheen Reest en Wieden & Groot Salland), Vechtstromen en Rijn en IJssel. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen de afgelopen jaren intensief samengewerkt met elkaar en met andere partners. Het nieuwe Waterbeheerplan is één van de resultaten van deze samenwerking. De opzet en grote delen van dit Waterbeheerplan zijn inhoudelijk hetzelfde als dat van de andere waterschappen in Rijn-Oost.
Waterschap Drents Overijsselse Delta heeft het waterbeheerplan opgesteld. Hierin is aangegeven hoe uitvoering wordt gegeven aan de wettelijke waterschaptaken als zorgen:
Met betrekking tot de verwerking van hemelwater hanteert het WDOD de volgende eisen:
Het bestemmingsplan is in eerste instantie in een verkennend advies besproken met het waterschap. Op basis van dit verkennende advies is voor het aspect water een notitie opgesteld. Deze notitie is opgenomen in bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid bij de toelichting. Vervolgens is op basis van geohydrologisch onderzoek een nader waterbergingsadvies opgesteld, zie hiervoor bijlage 5 Memo waterberging vervolg bij de toelichting. Op basis van deze stukken wordt het waterhuiskundig plan nader uitgewerkt.
Tevens is voor de ontwikkeling een check van de digitale watertoets op de website www.dewatertoets.nl uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 3 van bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er belangen van het waterschap worden geraakt en dat daarom de normale procedure moet worden gevolgd. In het kader van vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan het waterschap. Vervolgens is voor de ontwikkeling een waterhuiskundig plan opgesteld. Zie hiervoor bijlage 6.
Voor de ontwikkeling aan de Kerkweg is de haalbaarheid van het plan met betrekking tot waterhuishoudkundige aspecten beoordeeld aan de hand van de volgende
vragen:
In de volgende alinea's wordt beknopt ingegaan op de notitie, zoals opgenomen in bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid, bijlage 5 Memo waterberging vervolg en bijlage 6 Waterhuishoudkundig plan.
Algemene gegevens plangebied
Aan de noordwestkant van het plangebied ligt een A-watergang met een onderhoudsstrook van 5 m. Binnen het plangebied varieert de maaiveldhoogte tussen circa +1,35 en +1,70 mNAP.
Uit tabel 1 en afbeelding 4 van bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid, kan worden afgeleid dat de bodem binnen het plangebied uit zand bestaat dat tot een diepte van circa 5 m-mv redelijk tot goed doorlatend is en tussen circa 5 en 73 m-mv goed tot zeer goed doorlatend is. Dit betekent dat er op basis van de bodemopbouw binnen het plangebied goede mogelijkheden zijn voor het infiltreren van hemelwater.
Grondwater
Binnen het plangebied zijn geen gegevens over de grondwaterstand bekend. Een indicatie over de GHG en GLG binnen het plangebied kan worden verkregen uit gemeten grondwaterstanden in monitoringspeilbuizen die niet binnen het plangebied staan.
Op een afstand van circa 320 m tot het midden van het plangebied is een monitoringspeilbuis van TNO-NITG (met putcode GMW16H126772) gesitueerd, waarin de grondwaterstand gedurende meerdere jaren is gemeten.
Met een maaiveldhoogte binnen het plangebied van +1,35 tot +1,70 mNAP (zie afbeelding 3 van bijlage 4) ligt de GHG binnen het plangebied 0,05 tot 0,40 m onder het maaiveld. Op de klimaateffectatlas is voor het plangebied een GHG aangegeven van 0,40 tot 0,80 m-mv (zie afbeelding 7 van bijlage 4).
Oppervlaktewater
Het plangebied ligt in het beheergebied van het Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD). In figuur 5.2 zijn de op de legger van het waterschap geregistreerde watergangen in de omgeving van het plangebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het plangebied aan de west- en noordzijde wordt begrensd door een A-watergang en aan de oost- en zuidzijde door kavelsloten. Binnen het plangebied ligt een kavelsloot die gaat bijdragen aan de waterbergingsopgave.
Figuur 5.2: Uitsnede uit de legger van de WDOD
Het deel van het plangebied ten westen van de kavelsloot ligt in peilgebied WA038 met een minimaal peil van +0,40 mNAP en een maximaal peil van + 0,70 mNAP. Het ten oosten van de kavelsloot gelegen deel van het plangebied ligt in peilgebied WA102 met een minimaal peil van +0,75 mNAP en een maximaal peil van + 1,15 mNAP.
Overstromingsrisico
Op de klimaateffectatlas zijn kaarten weergegeven waarop de overstromingskansen van gebieden zijn aangeduid. Dit betreffen overstromingen die kunnen ontstaan vanuit een rivier of zee.
Op de klimaateffectatlas is voor het plangebied geen overstromingskans aangegeven (zie afbeelding 10 van bijlage 4).
Stresstest
Op de Klimaateffectatlas zijn naast kaarten met gegevens over overstromingskansen, ook kaarten beschikbaar met een indicatie van de kans op wateroverlast door hevige neerslagsituaties met daarbij aangegeven wat de verwachte optredende waterdiepte is. Er zijn kaarten beschikbaar voor twee neerslagsituaties: een bui van 70 mm in 2 uur en een bui van 140 mm in 2 uur. In figuur 5.3 zijn deze kaarten weergegeven. Uit figuur 5.3 blijkt dat er binnen het plangebied, in de huidige situatie, een kleine kans op wateroverlast is tijdens hevige neerslagsituaties. In de wijken ten westen en noorden van het plangebied wordt tijdens hevige neerslagsituaties wel wateroverlast verwacht.
Figuur 5.3: Kans op wateroverlast door hevige neerslag (bron: Klimaatatlas)
Echter uit de regionale klimaateffectatlas blijkt dat er binnen het plangebied bij een bui van 70 mm in het uur kans optreedt op wateroverlast. Wateroverlast treedt in deze situatie op bij de watergang aan de westzijde van het perceel en rondom de bestaande sloot centraal in het plangebied met waterdieptes vanaf 0,25 meter.
Figuur 5.4: Kans op wateroverlast door hevige neerslag op basis van de regionale klimaateffectatlas (bron: Stresstest van Fluvius)
Randvoorwaarden en uitgangspunten
Hemelwaterafvoer en benodigde berging
Afstromend verhard oppervlak
In de notitie is in tabel 5 de verdeling van oppervlaktes in het plangebied weergegeven voor de toekomstige situatie. Uit tabel 5 blijkt dat binnen het plangebied circa 25.000 m² aan verhard (dak)oppervlak gaat worden aangelegd.
Op basis van de bergingseis van 80 mm per m² verhard (dak)oppervlak moet binnen het plangebied circa 2.000 m3 aan berging worden gerealiseerd. Berekend is hoeveel berging er kan worden gecreëerd in de kavelsloot die is gelegen binnen het plangebied en in het naastliggende groen. Hierbij is rekening gehouden met verschillende GHG namelijk 0,4, 0,5, en 0,6 m-mv.
Uit tabel 6 van bijlage 4 Memo waterberging Kerkweg Zuid blijkt dat met de gehanteerde uitgangspunten is berekend dat er binnen het plangebied, afhankelijk van de GHG, nog 87 tot 442 m³ berging moet worden gerealiseerd, hierbij is geen rekening gehouden met het ophogen van het maaiveld. Vanuit de gemeente De Wolden is aangegeven dat het uitgangspunt moet zijn, dat deze waterberging in het opbaar gebied moet worden gerealiseerd waarbij de voorkeur uitgaat naar natuurlijke maatregelen zoals wadi's, greppels, verlaagde groenzones. Gezien de omvang van het plangebied is dit goed te realiseren binnen het plangebied, bijvoorbeeld:
De diepte van de GHG ten opzichte van maaiveld is afhankelijk van de maaiveldhoogte. Door het maaiveld plaatselijk te verhogen kan ook meer berging worden gecreëerd.
Uit bijlage 6 blijkt dat binnen het plangebied circa 25.000 m² aan verhard (dak)oppervlak gaat worden aangelegd. Op basis van de bergingseis van 80 mm per m² verhard (dak)oppervlak moet binnen het plangebied circa 1.998 m3 aan berging worden gerealiseerd. Uit tabel 6 van bijlage 6 blijkt dat het totale oppervlak van de bergingsvakken 6.413 m² bedraagt. Aangezien bij een bui ook hemelwater in deze vakken terecht komt, moet een extra bergingsvolume van 6.413 m² x 80 mm = 513 m³ worden gerealiseerd. Het totaal benodigde bergingsvolume komt hiermee op 1.998 + 513 = 2.511 m³.
Het totale bergingsvolume van alle bergingsvakken bedraagt 2.289 m³ wat betekent dat er elders in het plangebied nog 222 m³ berging moet worden gerealiseerd. Dit kan bijvoorbeeld middels (een combinatie van) de volgende maatregelen worden gerealiseerd:
In het definitieve stedenbouwkundige ontwerp dient aangegeven te worden op welke wijze de aanvullend benodigde berging wordt gerealiseerd (met welk systeem, welke dimensies en hoogtes en op welke locaties). In de planregels van dit bestemmingsplan is de bergingsnorm van 80 mm per m² verhard geborgd.
Ledigingstijd
Of aan de eis van een maximale ledigingstijd van 48 uur kan worden voldaan, is afhankelijk van:
De bodem binnen het plangebied bestaat uit zand wat gunstig is met betrekking tot infiltratie. De GHG binnen het plangebied is relatief hoog wat ongunstig is met betrekking tot infiltratie. Over de doorlatendheid van het zand in de bodem van het plangebied zijn alleen gegevens het DINOloket beschikbaar. Op basis van die gegevens is de bodem goed doorlatend wat gunstig is voor de ledigingstijd. Om betrouwbare berekeningen te kunnen uitvoeren van de ledigingstijden die kunnen worden verwacht, is inzicht in de doorlatendheden (K-waarden) van het zand binnen het plangebied nodig. Dit inzicht kan worden verkregen via een geohydrologisch onderzoek waarbij infiltratieproeven worden uitgevoerd.
Tabel 7 van bijlage 6 Waterhuishoudkundig plan blijkt dat de vereiste ledigingstijd van 48 uur voor de vier verdiepte infiltratiebermen net niet wordt gehaald en dat na 48 uur 1.940 m³ berging beschikbaar is. Dat is 77% van de vereiste berging van 2.511 m³. Ondanks dat met de gehanteerde uitgangspunten is berekend dat niet overal aan de ledigingstijd van 48 uur wordt voldaan, is het op basis van onderstaande argumenten verdedigbaar om te stellen dat met de voorgestelde groene bergingsvakken voldoende bergingscapaciteit beschikbaar is:
Volgens neerslagstatistieken (bron: Nieuwe neerslagstatistieken voor het waterbeheer, rapportnummer 2015-10A, Stowa, 2015) komt een bui waarbij in 24 uur 76 tot 90 mm neerslag valt, in 2050 eens in de 50 jaar voor. De kans dat op 2 dagen achter elkaar een bui van 80 mm valt (dus 160 mm in 48 uur) is dus extreem klein. Volgens de neerslagstatistieken komt een bui waarin 90 tot 101 mm valt in 4 dagen, in 2050 eens in de 10 jaar voor. De eis voor een ledigingstijd van 48 uur is in feite dus onredelijk zwaar.
Conclusie
Op basis van de in bijlage 6 beschreven uitgangspunten wordt geconcludeerd dat het plan met betrekking tot waterhuishoudkundige aspecten haalbaar is. De waterbergingsopgave is in de openbare ruimte realiseerbaar:
Op basis van de op dit moment bekend zijnde gegevens is de verwachting dat aan de eis van een maximale ledigingstijd van 48 uur kan worden voldaan.
Daarnaast kan in overleg met het waterschap Drents Overijsselse Delta in wadi I een stuw worden aangebracht waarmee het water uit de wadi's I t/m IV middels een knijpconstructie vertraagd kan worden afgevoerd naar de A-watergang aan de noordzijde van het plangebied.
Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.
Voor de ontwikkeling aan de kerkweg is een quickscan ecologie uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7 Quickscan Ecologie bij de toelichting. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op gebiedsbescherming en soortenbescherming.
De bescherming van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten is geregeld in de Wet natuurbescherming(Wnb). Indien ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van de natuurwaarden binnen deze gebieden, moet een vergunning worden aangevraagd. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de provinciale bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en weidevogelleefgebieden.
Uit bijlage 7 blijkt dat geen vormen van gebiedsbescherming naar voren zijn gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied is niet aangewezen als weide- of akkervogelleefgebied, of als ganzenrustgebied. Daarnaast is het plangebied geen onderdeel van een Natura 2000-gebied of het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS) (bron: Kaartportaal Provincie Drenthe).
Negatieve effecten op deze gebieden als gevolg van het planvoornemen (anders dan ten
gevolge van stikstofuitstoot) kunnen op voorhand worden uitgesloten. De provincie Drenthe is bevoegd gezag in deze.
Stikstofgevoeligheid.
Het plangebied bevindt zich op ca. 5,8 km, 7,1 km, 10 km, 11,1 km en 14,4 km afstand van de Natura 2000-gebieden Holtingerveld, De Wieden, Dwingelderveld, Olde Maten & Veerslootslanden en Uiterwaarden Zwarte Water en Vecht. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattype ten opzichte van het plangebied bevindt zich in het Natura2000-gebied Holtingerveld, op ca. 6,5 km afstand van het plangebied (bron: AERIUS calculator).
Binnen het planvoornemen worden 125 nieuwbouwwoningen + 3 woningen aan de Buitenhuizerweg 4 gerealiseerd, waarbij onder andere diverse grondwerkzaamheden worden uitgevoerd, bijvoorbeeld voor de aanleg van funderingen. Als gevolg van de inzet van mobiele werktuigen hiervoor komt extra stikstof vrij. In dit kader zijn voor onderhavige ontwikkeling verschillende stikstofberekeningen uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen in bijlage 8 Stikstofonderzoek.
Uit de berekeningen blijkt dat, na intern salderen (het bemesten van de gronden), de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Met de berekeningen is geen rekeningen gehouden, met het vervallen van stikstofdepositie door het beëindigen van de varkenshouderij. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).
In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Voor het plangebied is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 7 Quickscan Ecologie en in het bestemmingsplan verwerkt.
Algemene broedvogels
Binnen en vlak buiten het plangebied kunnen enkele vogelsoorten tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten. Geadviseerd wordt om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart - 15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd.
Steenuil
De aanwezigheid van een jaarrond beschermd nest, dan wel het leefgebied van steenuil binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Gezien de aard van de werkzaamheden wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van steenuilen vast te stellen of uit te sluiten.
In het plan rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van de steenuil. De bestaande knotboom en overige groenelementen blijven zoveel mogelijk behouden, omdat deze potentieel onderdeel uitmaken van het leefgebied. In het stedenbouwkundig plan is de bestaande groensingel als ruimtelijke drager opgenomen. Deze groensingel blijft gehandhaafd en wordt waar mogelijk versterkt. Daarmee wordt zowel ecologisch behoud als landschappelijke kwaliteit geborgd.
Grote modderkruiper
De aanwezigheid van een leefgebied van grote modderkruipers in de sloten binnen en rond het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid van deze soort vast te stellen of uit te sluiten.
De grote modderkruiper is mogelijk aanwezig in de omliggende waterpartijen, waaronder de kavelsloten. Met onderhavige ontwikkeling is rekening gehouden met deze potentiële aanwezigheid.
De bestaande watergangen blijven zoveel mogelijk behouden en worden in de uitvoering zorgvuldig behandeld. Eventuele aanpassingen aan watergangen worden bij voorkeur uitgevoerd buiten de periode waarin de soort kwetsbaar is. Indien uit nader onderzoek blijkt dat de soort daadwerkelijk aanwezig is, worden passende maatregelen getroffen om het leefgebied te behouden of te compenseren.
Voor de overige (beschermde) soorten zoals ongewervelden, reptielen, overige zoogdieren en de vleermuis is geen (nader) onderzoek noodzakelijk. Wat betreft kleine marterachtigen, is geen vrijgestelde soorten meer. Met het vervolgonderzoek wordt de habitatgeschiktheid nader onderzocht.
Conclusie
Kerkweg
Op basis van de quickscan ecologie, zijn voor de steenuil en de grote modderkruiper nader onderzoek noodzakelijk.
Daarnaast geldt de zorgplicht van de Wnb (art. 1.11) schrijft dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving. De algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I van bijlage 7 Quickscan Ecologie.
Aanvullende onderzoeken worden in de eerste beschikbare mogelijkheid (voorjaar 2026) uitgevoerd. Voor de steenuil geldt dat drie gerichte veldbezoeken noodzakelijk zijn. Voor de modderkruiper een eDNA analyse, waarbij watermonsters worden verzameld uit verschillende delen van het plangebied, welke vervolgens in het lab worden geanalyseerd.
Buitenhuizerweg 4
Alle bedrijfsgebouwen op de Buitenhuizerweg 4 zijn gesloopt en is nu een braakliggend terrein. In dit kader is een ecologisch onderzoek niet noodzakelijk. Als voormalige bedrijfswoning wordt gesloopt zal alsnog een ecologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie vier kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer.
In de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet milieubeheer zijn de volgende Besluiten en Regelingen:
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats.
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.
Besluit gevoelige bestemmingen
Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen.
De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig.
Beoordeling plangebied
Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in voorgaande paragraaf, kan worden gesteld dat voorliggend plan 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging in de omgeving van Ruinerwold.
Het plan maakt gefaseerd 128 woningen mogelijk, inclusief locatie Buitenhuizerweg 4. Hiermee blijft het aantal woningen ruim onder de gestelde grens waarbinnen het voornemen vrijgesteld blijft van toetsing. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook valt het plangebied buiten 300 meter van een rijksweg of 50 meter van een provinciale weg. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk.
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling, het plan is uitvoerbaar.
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering.
Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Voor het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Voor (beperkt) kwetsbare objecten binnen de GR-contour moet een bestuurlijke verantwoording plaatsvinden.
De publieke website www.atlasleefomgeving.nl biedt inzicht in de risicobronnen waarvoor een afweging of verantwoording vereist is. Op figuur 5.4 hieronder zijn risicobronnen in de directe omgeving van het plangebied in Ruinerwold te zien. Hierop vallen drie dingen op rondom het plangebied: de aanwezigheid van twee windturbines (groene vakjes), de opslag van gas op een perceel op het bedrijventerrein en de aanwezigheid van een aardgastransportleiding.
Windturbines
In de omgeving van het plangebied zijn twee windturbines aanwezig, namelijk bij het agrarisch bedrijf aan de Buitenhuizerweg 6 en bij de kringloopwinkel aan de Westerweiden. Het zijn relatief kleine turbines van het type EAZ, met een tiphoogte van 21 meter. Het plaatsgebonden risico dat hoort bij deze turbines is door de geringe hoogte beperkt. De afstand tot aan het plangebied Buitenhuizerweg 4 is hierin leidend. Deze afstand is ruim voldoende en vraagt geen nadere onderbouwing.
Opslag gas
Op het bedrijventerrein van Ruinerwold wordt bij een bedrijf op kleine schaal gas opgeslagen ten behoeve van de bedrijfsvoering. De contour van het plaatsgebonden risico hiervan is zeer klein. De afstand tot aan het plangebied is ruim voldoende en vraagt geen nadere onderbouwing.
Transportleiding
Ten zuiden van Ruinerwold ligt ter hoogte van het buurtschap Blijdenstein een aardgastransportleiding van de NAM. Het traject hiervan loopt globaal tussen Koekange en Meppel-Noord. De afstand tot het plangebied is overal minimaal 500 meter, waarmee een nadere duiding van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico niet nodig is. Op figuur 5.5 hieronder is de positie van de leiding ten opzichte van het plangebied te zien in paars. Er worden binnen korte afstand van het plangebied verder geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg, het spoor of het water.
Figuur 5.5: Risicobronnen ten opzichte van het plangebied met blauwe kaders (bron: Atlasleefomgeving.nl)
Conclusie
Het aspect externe veiligheid geeft geen belemmeringen en heeft geen extra aandacht nodig, het plan is uitvoerbaar.
Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.
Doelstelling van het Verdrag van Valletta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.
Als uitgangspunt voor het behoud van archeologisch waardevolle gebieden heeft de gemeente De Wolden een beleidskaart vastgesteld waarin archeologische waarden zijn aangeduid. Deze waarden dienen te worden geborgd in de regels van een bestemmingsplan of beheersverordening. In figuur 5.6 is een uitsnede weergeven van de archeologische beleidskaart.
Figuur 5.6: Archeologische waardenkaart Ruinerwold
Kerkweg
Binnen de beheersverordening Ruinerwold is voor het plangebied aan de Kerkweg te zien dat er sprake is van een lage archeologische verwachtingswaarde. Dit is historisch goed te verklaren omdat de gronden binnen het plangebied pas na het ontgraven van de veengrond in gebruik is genomen door de mens. Menselijke activiteit, en daarmee overblijfselen, was daarvoor vooral op de hoger gelegen zandgronden te verwachten. Vanwege de lage historische verwachtingswaarde is met de huidige beheersverordening vastgelegd dat er bij ruimtelijke ingrepen verkennend archeologisch onderzoek nodig is wanneer deze meer dan 30.000 m2 en dieper dan 30 cm beslaan.
Het totale plangebied aan de Kerkweg heeft een oppervlakte van 4 ha (40.000 m2). Voor de realisatie van de woningen, worden de gronden in eerste instantie opgehoogd en bouwrijp gemaakt. Bij het bouwrijp maken worden de gronden voor (openbaar) groen en openbare parkeerplekken niet afgegraven. Deze gronden samen hebben een oppervlakte van circa 16.000 m2. Nader onderzoek is niet noodzakelijk om dat de onderzoeksgrens van 30.000 m2 niet wordt overschreden.
Buitenhuizerweg
Voor het plandeel aan de Buitenhuizerweg 4 is de situatie iets anders. Voor een gedeelte van de gronden is aangegeven dat deze zijn verstoord tot onder archeologisch niveau en dat geen onderzoek noodzakelijk is. Voor de gronden ter plaatse van de bedrijfswoning en achterliggende schuur geeft de kaart een zone 'historische nederzetttingslocaties' weer. Er is hier al langer sprake van bewoning, de exacte datum waarop hier een woning is gebouwd is echter niet bekend. Een groot deel van het plangebied is in de afgelopen decennia verstoord tot onder archeologisch niveau, onder meer door de realisatie van de schuren en het erf. Zie afbeelding 5.6 Onderzoeksplicht is voor deze gebieden niet meer noodzakelijk; voor de rest van het terrein geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 100m2.
Conclusie
Het oppervlak bij elkaar opgeteld dat geroerd zal worden voor de ontwikkeling van de woningen en de infrastructuur is lager dan 30.000 m2. De verplichting van een verkennend onderzoek vervalt daarmee voor dit plan. De bescherming blijft echter wel bestaan en zal met een herziening van de beheersverordening overgenomen moeten worden.
Archeologische waarden vormen geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plan vanwege de lage verwachtingswaarde voor het plandeel aan de Kerkweg en de geroerde grond voor het plandeel aan de Buitenhuizerweg. Uiteraard geldt wel een zorgplicht. Dit betekent dat wanneer tijdens de ontwikkeling archeologische grondsporen worden aangetroffen of vondsten worden gedaan dat hiervan een melding dient te worden gedaan bij de gemeente De Wolden en de provinciale archeoloog. In dit bestemmingsplan is de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie' uit de huidige beheersverordening Ruinerwold in de plankaart en regels overgenomen, waarmee de huidige bescherming in stand blijft.
Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee vaak een sturend onderdeel in de ruimtelijke ordening. In het kader van het aspect cultuurhistorie wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de zichtbare cultuurhistorische waarden (cultuurhistorie) en op het erfgoed onder de grond (archeologie).
Onder cultuurhistorie wordt hier verstaan de aanwezigheid van waardevolle objecten zoals monumenten of de aanwezigheid van kenmerkende landschappen. Het behouden en versterken van cultuurhistorische elementen is belangrijk voor de beleving en herkenbaarheid van een plaats.
Binnen de gemeente De Wolden zijn diverse rijksmonumenten en provinciale monumenten aangewezen. Er zijn geen gemeentelijke monumenten. De dichtstbijzijnde beschermde monumenten liggen in het lint van Ruinerwold, op ruime afstand van het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op deze beschermde gebouwen.
Aanvullend op beschermde monumenten heeft de gemeente een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld. Hierin is aangegeven aan welke gebieden of landschappelijke elementen bijzondere waarden zijn toegekend die behouden dienen te blijven. Het plangebied ligt in zone 5. Dit gebied, met uitzondering van de waardevolle bebouwing, heeft vanuit cultuurhistorisch oogpunt een lage waarde. Cultuurhistorie speelt een beperkte rol in dit gebied, met uitzondering van de randzones met hoger gewaardeerde gebieden. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan cultuurhistorie een nuttige inbreng leveren om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen.
Kerkweg
De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op cultuurhistorische waarden rondom Ruinerwold. Zoals beschreven in paragraaf 3.1 Planvorming en het de gebiedsanalyse zoals opgenomen in bijlage 1 Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 bij de regels, is met de ontwikkeling van het gebied rekening gehouden met de overgang naar het omliggende landschap:
Buitenhuizerweg
Locatie Buitenhuizerweg 4 wordt herontwikkeld met aandacht voor de bebouwing en landschappelijk historische inrichting van de aangrenzende percelen. De bebouwing en het gebruik van de gronden aan dit lint is ouder. De te slopen bebouwing op het erf van Buitenhuizerweg 4 is cultuurhistorisch gezien echter weinig waardevol. Cultuurhistorische waarden worden met het voorgenomen plan niet geschonden. De beoogde woningen zullen als nieuwe elementen in het lint worden ontwikkeld, met oog voor de historische rooilijn en bouwhoogtes. Er wordt voldoende afstand gehouden tussen de woningen onderling en de bestaande woningen in het lint.
Conclusie
Het plan is uitvoerbaar ten aanzien van de aspecten archeologie en cultuurhistorie.
In het kader van het bestemmingsplan dient gekeken te worden naar trillingsbronnen en de mogelijke overlast daarvan. Hiervan kan sprake zijn bij nieuwbouw in de buurt van spoorlijnen of andere bronnen van trillingen.
Het plangebied ligt circa 1,4 kilometer verwijderd van de spoorlijn Hoogeveen-Meppel. Dit is een dusdanig grote afstand dat aangenomen mag worden dat trillingshinder niet aan de orde is. Andere bronnen zijn niet aanwezig.
Conclusie
Het aspect trillingen geeft geen belemmeringen. Het plan is uitvoerbaar.
In het plangebied of de directe omgeving kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.
In het plangebied en in de directe omgeving is geen sprake van relevante kabels en leidingen die planologische bescherming vragen. Op grotere afstand ligt een aardgasleiding, welke al besproken is bij het aspect externe veiligheid. Voorafgaand aan de bouw van woningen is het wel nodig om een KLIC-melding uit te voeren om beter zicht te krijgen op bestaande infrastructuur in de ondergrond.
Conclusie
Het aspect kabels en leidingen geeft geen belemmeringen, het plan is uitvoerbaar.
Op agrarische percelen kan sprake zijn van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt of gewasbeschermingsmiddelen en biociden veilig zijn voor mens, dier en milieu voordat ze worden toegelaten. Dat betekent echter niet dat nadelige gezondheidseffecten voor omwonenden volledig kunnen worden uitgesloten. Er zijn nog veel onduidelijkheden over de mogelijke relatie tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en de kans op gezondheidsschade.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies (zoals woningen) en agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt, niet onredelijk wordt geacht. Uit diezelfde jurisprudentie volgt dat het mogelijk is om deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke, locatiespecifieke motivering ten grondslag ligt. Bij deze locatiespecifieke beoordeling dient niet alleen te worden gekeken naar het bestaande, feitelijke gebruik van de agrarische gronden. Uitgangspunt vormen de maximale mogelijkheden (rekening houdend met eventuele omschakeling naar andere teeltvormen en intensivering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen).
Toetsing
Het college van burgemeester en wethouders heeft in juli 2025 het Handelingskader spuitzonering voor kennisgeving aangenomen. Hiermee is gekozen voor een eenduidige toepassing van spuitvrije zonering bij nieuwe gevoelige functies. Voor het onderhavige plan is besloten om een externe, uitwaartse zonering toe te passen.
De gemeente zet actief middelen in om de woningbouwproductie te versnellen en heeft aangegeven dat de ontwikkeling aan de Kerkweg Zuid een belangrijke bijdrage levert aan het voorzien in de woningbehoefte, met nadruk op het betaalbare segment. De gemeenteraad heeft daarbij expliciet gekozen om de woningbouwnoodzaak aan te merken als een zwaarwegend maatschappelijk belang. Tegen deze achtergrond is voor dit plan gekozen voor een uitwaartse zonering met een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen de vastgestelde zone, zodat de beoogde woningbouw op verantwoorde wijze kan plaatsvinden.
De gemeente is meerdere malen in overleg geweest met de aangrenzende agrariër om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Omdat hiervan geen gebruik is gemaakt, acht de gemeente het noodzakelijk om in dit plan een uitwaartse zone met een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op te nemen.
Het plangebied grenst aan agrarische gronden met bijbehorende bestemmingen. Ter beperking van mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen wordt binnen het plangebied, op de locatie grenzend aan agrarische percelen met bijzondere waarden, een spuitvrije zone aangeduid. Binnen deze zone is het gebruik van synthetische en chemische gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. Hiermee ontstaat een spuitvrije zone van 50 meter waarmee de toekomstige woningen voldoende worden beschermd tegen mogelijke negatieve effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd. Het plan is opgesteld conform de landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
Het bestemmingplan valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het bestemmingsplan is opgezet volgens de wettelijke regelgeving en qua systematiek volgens de Regeling standaarden ruimtelijke ordening, waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (versie 2012), met inachtneming van de aanpassingen die voortvloeien uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Het plan is digitaal raadpleegbaar uitgevoerd. Met een digitaal plan is het voor elke inwoner mogelijk om informatie te krijgen over het doel van het plangebied. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties.
Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels moeten in samenhang worden bekeken.
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken:
In Hoofdstuk 1 staan de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en hierin staan:
Begrippen
In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige uitleg van deze begrippen vastgelegd.
Wijze van meten
Dit artikel geeft weer hoe de wijze van meten opgevat moet worden.
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.:
De voorkomende bestemmingen worden onder 6.2 nader toegelicht.
In Hoofdstuk 3 staan de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit:
Anti-dubbeltelregel
Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.
Algemene gebruiksregels
In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming helder en duidelijk moet zijn.
Algemene afwijkingsregels
In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
Overige regels
In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van de aanvullende werking omtrent parkeren en is voor de landschappelijke inpassing van het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen
In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de bestemmingen die in dit plan voorkomen. In de basis is aangesloten bij de regels uit de beheersverordening Ruinerwold (2016).
Gronden met de bestemming 'Groen' zijn in de eerste plaats bedoeld voor groenvoorziening en beplanting. Hierdoor kan worden aangesloten bij het omliggende landschap en kan het plangebied door middel van beplanting worden ingepast conform het Stedenbouwkundig Plan Kerkweg en Buitenhuizerweg 4 zoals opgenomen in bijlage 1 bij de regels. Binnen gronden met de bestemming 'Groen' is ook waterberging mogelijk gemaakt, waaronder wadi's en sloten. Hiermee kan binnen het plangebied wateropvang worden gerealiseerd dan wel behouden. Verder zijn andere kleinschalige voorzieningen toegestaan, zoals speelvoorzieningen, paden, en nutsvoorzieningen. Parkervoorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren'. Parkeervoorzieningen zijn binnen deze aanduiding uitsluitend toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van halfverharding.
Met de provincie Drenthe is afgesproken dat de breedte van de groenbestemming aan de oost- en zuidzijde wordt geborgd met respectievelijk 9 en 6 meter. In de verbeelding van dit bestemmingsplan is dit gewaarborgd door middel van de bestemming 'Groen'.
De infrastructuur binnen het plangebied krijgt de bestemming 'Verkeer - verblijfsgebied'. hieronder vallen wegen, voet- en rijwielpaden. Binnen deze bestemming is geen bebouwing mogelijk gemaakt. Wel zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan die noodzakelijk zijn voor de verkeersfunctie of hiermee samenhangen, zoals lantaarnpalen, bewegwijzering en laadpalen. Daarnaast zijn groenvoorzieningen en watervoorzieningen toegelaten.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woonhuizen. In dit geval gaat het om de grondgebonden woningen. Het totaal aantal woonhuizen binnen het plangebied bedraagt ten hoogste 125 + 3 aan de Buitenhuizerweg 4. Binnen de bestemming ' Wonen' worden in totaal 90 woningen gerealiseerd. De woonhuizen moeten binnen het bouwvlak gebouwd worden. De goothoogte van een woonhuis mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte en de bouwhoogte van een woonhuis mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte.
In de bouwregels wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij gebouwen wordt nader onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen enerzijds (de woningen) en bijbehorende bouwwerken anderzijds. Onder bijbehorende bouwwerken vallen bijgebouwen en aan- en uitbouwen. Een bijbehorend bouwwerk mag bijvoorbeeld wel worden gebruikt als slaapkamer van het huishouden dat in de woning is gevestigd. Overkappingen zijn hiervan uitgesloten, deze vallen onder de regeling voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
De woningen mogen gebouwd als vrijstaande, halfvrijstaande of rijwoningen. Het totaal aantal woningen dat is toegestaan per gebied is aangegeven op de verbeelding. De bouwregels laten binnen elk gebied een standaard bouwhoogte van maximaal 10 meter en een goothoogte van maximaal 7 meter toe. Welk bouwvorm waar gewenst is, is aangeduid in het beeldkwaliteitsplan. Te bouwen woningen dienen aan te sluiten bij het beeldkwaliteitsplan.
Bij het wonen is het toegestaan een aan huis verbonden beroep of bedrijf uit te oefenen. De oppervlakte hiervan mag ten hoogste 60 m² bedragen, met dien verstande dat deze oppervlakte de oppervlakte van het hoofdgebouw niet te boven mag gaan. Zo wordt geborgd dat de woonfunctie de hoofdfunctie blijft. In bijlage 2 bij de regels wordt inzichtelijk gemaakt welke beroepen en/of bedrijven toelaatbaar zijn.
De voor 'Wonen - Woongebouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor woongebouwen. Het woongebouw wordt binnen een bouwvlak gebouwd. De bouwhoogte van een woongebouw bedraagt niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte. In het woongebouw mogen maximaal 38 woningen komen.
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid
Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een gefaseerde ontwikkeling van woningen, waarbij ingespeeld wordt op de actuele behoefte op de woningmarkt. De initiatiefnemer heeft daarmee aangetoond dat het plan financieel haalbaar is en investeringen passend zijn.
Kostenverhaal
Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
Voor dit plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld. Daarin worden behalve afspraken over het kostenverhaal ook afspraken opgenomen over planschade. Eventuele planschade zal geheel voor rekening komen van initiatiefnemer. Daarmee is het kostenverhaal voldoende geborgd.
Het bestemmingsplan doorloopt een uitgebreide procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop inwoners en belanghebbenden hun mening over het plan kenbaar kunnen maken. Hieronder volgt toelichting over het doorlopen proces.
Voorbereidingsfase
In 2023 is door de initiatiefnemer een start gemaakt met het uitvoeren van noodzakelijke onderzoeken en het opstellen van een concept-voorontwerpbestemmingsplan.
Voordat er een concept-plan is opgesteld, is op basis van een schetsontwerp op 25 januari 2023 een inloopavond georganiseerd door initiatiefnemer, waarbij ook medewerkers van de gemeente aanwezig waren. Ook Dorpsbelangen was hierbij aanwezig.
De avond is bezocht door ruim 300 belangstellenden. Hieruit kwam naar voren dat er veel belangstelling is naar vooral betaalbare starters- en huurwoningen, en vooral ook dat veel Ruinewolders graag de mogelijkheid willen hebben om in het eigen dorp te kunnen blijven wonen.
Naast positieve geluiden zijn ook enkele kritische kanttekeningen gemaakt. De gemaakte opmerkingen zijn geïnventariseerd en meegenomen in de verdere planvorming.
Vooroverleg en inspraak (voorontwerpbestemmingsplan)
De volgende stap in het proces is het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan ten behoeve van vooroverleg (met wettelijke instanties/ketenpartners) en inspraak, voor een periode van 6 weken. Omdat i.c. sprake is van een belangrijke ontwikkeling voor Ruinerwold, en van een behoorlijke omvang en impact, is er ook (opnieuw) een inloopavond georganiseerd tijdens de periode van terinzageligging.
Gedurende deze periode van terinzageligging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn er inspraakreacties en vooroverlegreacties ingediend. De ingekomen inspraak en overlegreactie samengevat en voorzien van reactie, zie hiervoor bijlage 9 Reactienota vooroverleg en inspraak BP Uitbr Kerkweg Ruinerwold bij de toelichting.
Ontwerpbestemmingsplan
Na afloop van de periode van terinzageligging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn de ontvangen reacties geïnventariseerd en opgenomen in een 'Reactienota vooroverleg en inspraak', zie hiervoor bijlage 9.Waar nodig en/of gewenst, is het plan verwerkt. Daarna is een aangepast ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd voor de wettelijk voorgeschreven periode van 6 weken.
Tegen het ontwerpbestemmingsplan zijn in totaal vier zienswijzen ingediend, afkomstig van vijf verschillende adressen. Deze zienswijzen zijn schriftelijk of mondeling op afspraak naar voren gebracht bij de gemeenteraad.
De ingediende zienswijzen zijn in bijlage 10 Zienswijzen nota Kerkweg - Ruinerwold puntsgewijs samengevat en voorzien van beantwoording. Naar aanleiding van de zienswijzen zijn de verbeelding, regels en toelichting aangepast. De (ambtshalve) wijzigingen zijn uitgebreid beschreven in bijlage 10 Zienswijzen nota Kerkweg - Ruinerwold.
Op basis van de ingediende zienswijzen en omdat het plan van initiatiefnemers is gewijzigd, zijn meerdere gesprekken gevoerd met de bezwaarmaker. Tijdens deze gesprekken is eerst verkend waar de bezwaren vandaan komen, om vervolgens te bepalen in hoeverre hieraan tegemoet kan worden gekomen. Van deze gesprekken zijn drie notities opgesteld. Deze notities zijn samengevoegd in bijlage.
Vaststelling
Het bestemmingsplan wordt vervolgens ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Nadat het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld worden het vaststellingsbesluit en het bestemmingsplan met bijbehorende stukken gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep worden aangetekend bij de Raad van State.