direct naar inhoud van Regels
Plan: Kraaijenbergse Plassen, Waterpark Dommelsvoort reparatie
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1684.17BPwpdommelsvrepa-VA02

Regels

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan

het bestemmingsplan Kraaijenbergse Plassen, Waterpark Dommelsvoort reparatie met identificatienummer NL.IMRO.1684.17BPwpdommelsvrepa-VA02 van de gemeente Cuijk

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen

Hoofdstuk 2 REGELS

Artikel 2 Van toepassing verklaring

  • 1. De regels deel uitmakende van het bestemmingsplan "Kraaijenbergse Plassen, Waterpark Dommelsvoort" (NL.IMRO.1684.17BPwpdommelsvoort-VA01), vastgesteld op 18 juni 2012, zijn mede van toepassing op dit plan en dienen hier als herhaald en ingelast beschouwd te worden.
  • 2. De regels deel uitmakende van het bestemmingsplan "Kraaijenbergse Plassen, Waterpark Dommelsvoort" (NL.IMRO.1684.17BPwpdommelsvoort-VA01) worden als volgt gewijzigd:
    • a. Lid 4.2.1 onderdeel b. komt te luiden:

.   b.   Het bouwvlak mag tot 700 m² worden bebouwd, met dien verstande dat:  
    1.   de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd niet minder mag bedragen dan 15 m;  
    2.   de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 3 m.  

    • a. De artikelen 5 tot en met 22 worden genummerd 6 tot en met 23.
    • b. Na artikel 4 wordt artikel 3 van dit plan ingevoegd.

Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. één woning per bouwvlak;
  • b. opslag;
  • c. terras, tuinen, erven en terreinen;
  • d. (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • g. extensief recreatief medegebruik;
  • h. nutsvoorzieningen.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen

Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één voormalig agrarisch bedrijf toegestaan.
  • b. De afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m. Indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand.
  • c. De afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 3 m. Indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt, geldt deze afstand als minimale afstand.
  • d. Bouwwerken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan.
3.2.2 Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte.
  • b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte.
  • c. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte.
3.2.3 Woningen

Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels:

  • a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
  • b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.
  • c. De inhoud mag niet meer bedragen dan 750 m³. Voor zover de bestaande woning een inhoud heeft van meer dan 750 m³ mag deze worden gehandhaafd.
3.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij woningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m.
  • b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
  • c. De gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m². Voor zover de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bij een woning meer bedraagt dan 100 m² mag deze worden gehandhaafd.
  • d. Vrijstaande bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 2 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd.
  • e. De afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning mag niet meer bedragen dan 15 m.
3.2.5 Nieuwbouw van woningen

Voor het bouwen van nieuwe woningen gelden de volgende regels:

  • a. Nieuwbouw van woningen is niet toegestaan, met uitzondering van vervangende nieuwbouw.
  • b. Bij vervangende nieuwbouw mag de woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend.
3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan 1 m.
  • b. De bouwhoogte van ooievaarsnesten mag niet meer bedragen dan 7 m.
  • c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan 1 m.

3.3 Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Afwijking algemene bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 3.2.1 onder b voor het bouwen van bouwwerken op een afstand minder dan 15 m tot de weg mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;
  • b. lid 3.2.1 onder c voor het bouwen van gebouwen op een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.
3.3.2 Afwijking nieuwbouw van woningen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.2.5 onder b voor het herbouwen van de woning op een andere locatie, waarbij voldaan moet worden aan de volgende voorwaarden:

  • a. Herbouw dient voor minimaal 30% plaats te vinden op de bestaande fundering.
  • b. Herbouw op een andere locatie is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar.
  • c. De ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven worden niet onevenredig beperkt.
  • d. De in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast.
  • e. Er wordt voldaan aan de eisen die gelden ingevolge de Wet geluidhinder.
3.3.3 Afwijking bouwregels bijbehorende bouwwerken bij woningen

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4 onder e voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk op een afstand van meer dan 15 m van de woning mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel.

3.3.4 Afwijking bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 3.2.6 onder a voor het bouwen van erf- en terreinafscheidingen met een hoogte van 2 m vóór de voorgevellijn, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;
  • b. lid 3.2.6 onder c voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere hoogte tot maximaal 6 m, mits dit stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar is.

3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:

  • a. Het gebruik van gronden ten behoeve van de uitoefening van nevenfuncties en/of verbrede landbouw.
3.4.2 Opslag

Binnen deze bestemming is opslag toegestaan, waarbij de volgende bepaling van toepassing is:

  • a. De oppervlakte ten behoeve van opslag binnen voormalige bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 1.000 m².

3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. De volgende functies zijn toegestaan:
    • 1. agrarisch technisch hulpbedrijven, agrarische verwante bedrijven, waarvan de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 400 m²;
    • 2. sociale en educatieve functies waarvan de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 400 m²;
    • 3. recreatieve functies waarvan de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 400 m².
  • b. Ondergeschikte horeca is toegestaan bij de functies zoals genoemd in sub a onder 2 en 3, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m².
  • c. Bij cumulatie van meerdere vormen van functies mag de totale omvang van de nevenfuncties inclusief opslag zoals bedoeld in lid 3.4.2 niet meer bedragen dan 2.000 m².
  • d. De functies dienen plaats te vinden binnen de bestaande bebouwing.
  • e. Overtollige bebouwing dient te worden gesloopt, waarbij de overtollig gesloopte bebouwing nimmer mag worden teruggebouwd.
  • f. Buitenopslag ten behoeve van de nevenfunctie is niet toegestaan.
  • g. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
  • h. De functie mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben.
  • i. De functie mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/ bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.
  • j. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.

3.6 Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1 Wijzigen naar Wonen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige agrarische bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. Agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk.
  • b. Het bouwvlak wordt verkleind tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijhorende tuinen, erven en verhardingen.
  • c. De voormalige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat maximaal 15% van de oppervlakte van de overtollige bedrijfsgebouwen worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m³, en/of aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 250 m².
  • d. De overtollig gesloopte bebouwing nimmer mag worden teruggebouwd.
  • e. De woning mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven.
  • f. De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.
  • g. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied.
  • h. Er dient te worden voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan.

Hoofdstuk 3 SLOTREGEL

Artikel 4 Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Kraaijenbergse Plassen, Waterpark Dommelsvoort reparatie'