| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d De Bulders deelgebied 4 te Heeze-Leende |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01 |
|
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling binnen de gemeente 'Heeze -Leende'. Het betreft een gebied bekend als 'De Bulders deelgebied 4'. Dit TAM- omgevingsplan is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Heeze-Leende. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Heeze-Leende. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22d' gelezen worden. |
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Heeze-Leende in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Heeze-Leende een hoofdstuk 22d wordt toegevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan Heeze-Leende. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22d gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22d gelezen worden.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'De Bulders deelgebied 4' waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan.
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.28 gehanteerd:
het omgevingsplan van de gemeente Heeze-Leende;
het TAM-Omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d De Bulders deelgebied 4 te Heeze-Leende' van de gemeente Heeze-Leende;
een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel;
de analoge en digitale voorstelling van de in het TAM-omgevingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie;
een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens;
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen;
een bedrijf of het bedrijfsmatig uitoefenen van bedrijvigheid gericht op consumentenverzorging, geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van woonfunctie, kan worden uitgeoefend;
een dienstverlenend beroep, niet gericht op consumentenverzorging, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Gastouder als bedoeld in de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen (WKKP) is hieronder begrepen;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
het vlak dat begrensd wordt door de voorgevellijn, de achterste bouwgrens en de zijdelingse perceelsgrenzen;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een woning in een complex waarin meerdere zich boven en naast elkaar bevindende zelfstandige woningen aanwezig zijn;
een bouwwerk dat bestaat uit een dakconstructie met maximaal 2 wanden;
Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen;
de gevel van een gebouw, die is gekeerd naar de weg of het openbaar gebied waarop het bouwperceel overwegend georiënteerd is (bij een hoekgevel is er slechts sprake van één voorgevel);
een woning die hoogstens door middel van de bijgebouwen met een andere woning verbonden is en waarvan geen van beide zijgevels in de zijdelingse perceelgrens staan;
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer en waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, helofytenfilters, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten et cetera;
een complex van ruimten, dat uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw, bedoeld voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen, gericht op het verlenen van zorg;
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de afstand tussen de bebouwing en de as van de weg;
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse en achterste perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk;
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;
het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren;
langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane-grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
a. voor een bouwwerk op een bouwperceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst, de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m in de diepte en 3,0 m in de hoogte.
Als ondergeschikte bouwdelen gelden ook een dakkapellen en dakopbouwen, waarvan de breedte in totaal maximaal 40% van de breedte van het dakvlak betreft, met een maximum van 3 meter gemeten tussen de woningscheidende muren of eindgevels en gemeten aan de bovenzijde van de dakkapel.
Aan de regels in Hoofdstuk 22a wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de locatie Groen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De voor Groen aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
met de daarbij behorende water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder waterbergende en -afvoerende voorzieningen.
Het in 6.3.1 genoemde verbod geldt niet voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde indien is voldaan aan het volgende:
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het zonder omgevingsvergunning gebruiken van gronden ten behoeve van:
Het bevoegd gezag verleent de in 6.4.1 bedoelde omgevingsvergunning indien is voldaan aan het volgende:
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de locatie Verkeer, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De voor Verkeer aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
met de daarbij behorende:
Het in 7.3.1 genoemde verbod geldt niet voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde indien is voldaan aan het volgende:
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de locatie Wonen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De voor Wonen aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten:
Met de hierbij behorende:
Met de daarbij behorende bouwwerken.
Het bevoegd gezag verleend de onder 8.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het bouwen van een hoofdgebouw indien is voldaan aan het volgende:
Het bevoegd gezag verleend de onder 8.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het bouwen van aanbouwen/uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen indien is voldaan aan het volgende:
Het bevoegd gezag verleend de onder 8.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde indien is voldaan aan het volgende:
Het bevoegd gezag verleend de onder 8.3.1 bedoelde omgevingsvergunning voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken indien is voldaan aan het volgende:
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend:
Het gebruik van bouwwerken voor de functie 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien er in het plan per straat minimaal voorzien wordt in de onderstaande parkeernormen en deze parkeerplaatsen in stand worden gelaten:
Aan-huis-verbonden beroepen, zoals bedoeld in 8.2.1 onder a zijn toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende regels van toepassing zijn:
Het bevoegd gezag verleend de onder 8.4.1 onder a bedoelde omgevingsvergunning voor een aan huis verbonden bedrijf indien is voldaan aan het volgende:
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing binnen het plangebied zoals vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het gebruik conform de functie Wonen, is alleen toegestaan indien voldoende waterberging vooraf wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden in overeenstemming met de uitgangspunten voor hydrologisch neutraal ontwikkelen volgens de keur van Waterschap de Dommel.
Het bevoegd gezag verleend een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 22.26, in afwijking van het bepaalde in 'Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten (paragraaf 22d.2)' met betrekking tot:
De in 13.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten (paragraaf 22d.2) en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies en activiteiten (paragraaf 22d.3).
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de locatie Vrijwaringszone - molenbiotoop, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' gelden nadere regels voor het beschermen van de functie van de in dit gebied voorkomende molen als werktuig en van zijn waarde als landschapsbepalend element.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op de in 14.2 bedoelde gronden de volgende andere werken uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in 14.5.1 is niet van toepassing op andere werken die:
De andere werken als bedoeld in 14.5.2 zijn slechts toelaatbaar voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het huidige en/of toekomstige functioneren van de molen als werktuig of de molen als landschapsbepalend element.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten (paragraaf 22d.2) en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies en activiteiten (paragraaf 22d.3).
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de locatie Waarde - beschermingszone archeologie, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 22.26, met toepassing van 15.3, vierde lid, wordt verleend, wordt schriftelijk advies ingewonnen bij de gemeentelijk deskundige archeologie.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten (paragraaf 22d.2) en Hoofdstuk 3 Algemene regels over functies en activiteiten (paragraaf 22d.3).
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op de locatie Leiding, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De voor 'Leiding' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen functies, tevens bestemd voor:
In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemmingen van deze gronden, mogen op of in de in deze bestemming begrepen gronden uitsluitend worden gebouwd:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het verbod als bedoeld in lid 16.5.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De andere werken als bedoeld in lid 16.5.1 zijn slechts toelaatbaar voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de energievoorziening.
De regels in deze paragraaf zijn van toepassing binnen het plangebied zoals vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1658.22dBuldersDG4-vs01, (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van de planwijziging grond en opstallen gebruiken in strijd met de voorheen geldende planversie kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.