| Plan: | Grobbenweg 3, 3a Zieuwent woningsplitsing |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1586.WPBUI1511-VG01 |
| Wijzigingsplan Grobbenweg 3, 3a Zieuwent woningsplitsing |
| Vastgesteld |
| Inlichtingen: Nardo Rondeel |
| Afdeling Omgeving |
| Telefoonnummer: 0544 - 393 482 |
Er is een verzoek ingediend tot woningsplitsing van de voormalige boerderij aan de Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent. De voormalige boerderij is formeel al gesplitst maar dit is planologisch niet geregeld. Door middel van dit wijzigingsplan wordt de woningsplitsing formeel planologisch geregeld.
Om te bezien of de gewenste woningsplitsing mogelijk is zal het verzoek getoetst moeten worden aan het (inter-)nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. In deze toelichting wordt hier verder op ingegaan.
Het plangebied is gelegen aan de Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent. Het perceel ligt ten noorden van de bebouwde kom van Zieuwent en staat kadastraal bekend als gemeente Lichtenvoorde, sectie K, nummers 684, 975 en 976. In de directe nabijheid van het perceel zijn hoofdzakelijk burgerwoningen in het buitengebied gelegen. Tegenover het perceel Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent is een in werking zijnd agrarisch bedrijf gelegen. In de directe omgeving zijn verder een tweetal bedrijfsbestemmingen gelegen.
Omgeving Grobbenweg 3, 3a Zieuwent
Voormalige boerderij Grobbenweg 3, 3a Zieuwent
In het huidige bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' en het 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre' zijn de gronden bestemd voor 'Wonen' met functieaanduidingen 'specifieke vorm van wonen - nevenactiviteit', 'specifieke vorm van wonen - agrarisch medegebruik' en 'specifieke vorm van bedrijf - weegbrug'. Daarnaast geldt er een gebiedsaanduiding 'Overige zone - natte natuur'. De woning is een voormalige boerderij. Een deel van het perceel rondom de woning is in gebruik als mini-caming. Verder is er weegbrug op het perceel aanwezig die grenst aan de openbare weg. Op het perceel zijn verder een tweetal bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) gelegen. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om woningsplisting van voormalige karakteristieke boerderijen mogelijk te maken.
Bestaande situatie
Bestemming Wonen uit bestemmingsplan Buitengebied Oost Gelre
Voor het gebied geldt een groot aantal juridische- en beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste samengevat die relevant zijn voor het plangebied.
Er is getoetst aan het relevant Internationaal beleid voor dit plangebied. Geconcludeerd wordt dat het Internationaal beleid geen problemen geeft voor de geplande planontwikkeling. Getoetst is aan het nagenoemde beleid:
Er is getoetst aan het relevante Rijksbeleid voor dit plangebied. Geconcludeerd wordt dat het Rijksbeleid geen problemen geeft voor de geplande planontwikkeling. Getoetst is aan het nagenoemde beleid:
Provinciale Staten van de provincie Gelderland hebben op 22 december 2015 de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld en deze doorvertaald in de Omgevingsverordening Gelderland. De omgevingsverordening richt zich op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsvergunning op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekkening hebben op de fysieke leefomgeving.
In hoofdzaak geeft de Omgevingsverordening regels bij nieuwe ontwikkelingen. Denk hierbij aan nieuwe woningbouw, het oprichten van bedrijventerreinen, et cetera.
Het plangebied is niet gelegen in een maatschappelijke opgave zoals genoemd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening vormt geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkelingen op het perceel.
Het Waterplan dat op 11 november 2009 door Provinciale Staten is vastgesteld, is de opvolger van het derde Waterhuishoudingsplan (WHP3). Het beleid uit WHP3 wordt grotendeels voortgezet. Het Waterplan Gelderland is tegelijk opgesteld met de water(beheer)plannen van het Rijk en de waterschappen. In onderlinge samenwerking zijn de plannen zo goed mogelijk op elkaar afgestemd.
In het plan staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provinciebrede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd.
Voor de realisatie van deze specifieke waterdoelen zijn ruimtelijke maatregelen nodig. Hiervoor krijgt het Waterplan Gelderland op basis van de nieuwe Waterwet de status van structuurvisie. In het Waterplan Gelderland is beschreven welke instrumenten uit de Wet ruimtelijke ordening de provincie wil inzetten.
Het geldende bestemmingsplan is het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011'. Dit plan is voor een deel herzien in het 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre'. Deze laatste herziening heeft in dit geval betrekking op de planregels. Het plangebied heeft de bestemming 'Wonen' met een drietal aanduidingen. De aanduiding 'specifieke vorm van wonen - nevenactiviteit' geeft aan dat er naast het wonen nevenactiviteiten op het perceel plaatsvinden. In dit geval wordt een mini-camping geexploiteerd. Met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - agrarisch medegebruik' wordt aangeduid dat er meer bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) op het perceel aanwezig mogen zijn dan in een bestemming 'Wonen' zonder deze aanduiding. Daranaast geldt nog de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - weegbrug' wat impliceert dat er ene weegbrug aanwezig is. Op het perceel ligt ook nog de dubbelbestemming 'Waarde - archeologische verwachtingswaarde 2'. Dit geeft aan dat bij bodemingrepen die dieper gaan dan 30 centimeter én een oppervlakte beslaan van meer dan 2.500 m2 is het verplicht een archeologisch onderzoek uit te voeren. Tevens geldt nog de gebiedsaanduiding 'Overige zone - natte natuur'. Deze aanduiding geeft aan dat de gronden zijn bestemd voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van waterafhankelijke natuurgebieden. Voor activiteiten in of de bodem in dit specifieke gebied is een aanlgevergunning noodzakelijk.
Wijzigingsbevoegdheid voor woningsplitsing
In artikel 19.6.2 van de bij het bestemmingsplan Buitengebied behorende Reparatieplan is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om de voormalige boerderij te splitsen. Hiervoor gelden in dit geval de volgende voorwaarden:
g. het wijzigingsplan positief wordt beoordeeld door het kwaliteitsteam.
In hoofdstuk 7 'Toetsing van het plan aan de wijzigingsbevoegdheid' is de wijzigingsbevoegheid voor de woningsplitsing getoetst.
Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeente waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in de gemeente te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. In het LOP zijn elf landschapsensembles benoemd. Elk landschapsensemble kenmerkt zich door eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap.
Het plangebied ligt in het landschapsensemble van het kampenlandschap van Zieuwent en Marienvelde. De historische karakteristiek bestaat hier vooral uit het kleinschalige cultuurlandschap dat hier ooit was en uit het watersysteem, dat gekenmerkt werd door periodiek stagnerend water in de lagere delen van het landschap, eveneens kleinschalig tussen de zandruggen in. Dit gebied is bij de ruilverkaveling Zieuwent-Harreveld vrij fors op de schop gegaan ten behoeve van de landbouw, waardoor de kleinschaligheid is verdwenen en het onderscheid met de ontginningslandschappen nauwelijks meer zichtbaar is. Niettemin zijn er toch op veel plaatsen gronden die maar nauwelijks rendabel gemaakt kunnen worden, bijvoorbeeld omdat ze te nat zijn. Zeker al hier een nieuwe wateropgave en een opgave voor de ontwikkeling van natuur bij komt, kan op veel plaatsen een omslagpunt bereikt worden om juist deze moeilijkere gronden af te stoten en de wat hogere, goed ontwaterde gronden te blijven benutten.
Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. In het Waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel staat het beleid beschreven op een drietal hoofdthema's. Voor het thema Veiligheid is bescherming tegen hoog water op de rivieren het speerpunt. Het functioneren van de primaire en regionale waterkeringen staat hierbij centraal. Het thema Watersysteembeheer is gericht op het voorkomen van afwenteling door het hanteren van de drietrapsstrategie 'Vasthouden - Bergen - Afvoeren'. Voor de waterkwaliteit is het uitgangspunt 'stand still - step forward'. Watersysteembenadering en integraal waterbeheer dienen als handvatten voor het benutten van de natuurlijke veerkracht van een watersysteem. Het einddoel is een robuust en klimaatbestendig watersysteem voor de toekomst. Voor het thema Waterketenbeheer streeft Waterschap Rijn en IJssel naar een goed functionerende waterketen waarbij er een optimale samenwerking met de gemeenten wordt nagestreefd.
Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er is meer ruimte nodig voor het waterbeheer van de toekomst. Ook op andere terreinen, zoals recreatie, wonen en landbouw speelt water een centrale rol. Het waterschap wil in het watertoetsproces vroegtijdig meedenken over de rol van het water in de ruimtelijke ontwikkeling en wil samen met de gemeente op zoek naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving.
| Thema | Toetsvraag | Relevant |
| HOOFDTHEMA'S | ||
| Veiligheid |
1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? |
Nee Nee |
| Riolering en Afvalwaterketen | 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van het waterschap? |
Nee Nee Nee |
| Wateroverlast (oppervlaktewater) |
1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2500 m2? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? |
Nee Nee Nee Nee |
| Oppervlakte- waterkwaliteit |
1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? | Nee |
| Grondwater- overlast |
1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? |
Nee Nee Nee |
| Grondwater- kwaliteit |
1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? | Nee |
| Inrichting en beheer |
1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? |
Nee Nee |
| Volksgezondheid | 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? |
Nee Nee |
| Natte natuur | 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? |
Nee Nee Nee Nee |
| Verdroging | 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? | Nee |
| Recreatie | 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? | Nee |
| Cultuurhistorie | 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig? | Nee |
Vanuit het plangebied wordt hemelwater indirect geloosd op het oppervlaktewater. Via de om de woning liggende gronden vloeit het hemelwater langzaam richting de in de nabijheid gelegen sloten. Het hemelwater heeft dan alle tijd om langzaam in de bodem te worden opgenomen. Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit leiden.
De voormalige boerderij is al jaren geleden gesplitst in twee wooneenheden. Planologisch is dit niet geregeld. Nu er sprake is van een al langdurig bestaande splitsing van wooneenheden is onderzoek naar de gesteldheid van de bodem niet meer vereist. Wordt in de gesplitste situatie meer dan 50 m2 extra verblijfsruimte in gebruik genomen dan dient hier wel een onderzoek naar de gesteldheid van de bodem te worden uitgevoerd door middel van een bodemonderzoek.
Een bodemonderzoek is derhalve niet uitgevoerd en gezien de criteria ook niet nodig.
Bij de woningsplitsing vindt geen aan- en/of verbouw plaats en geen sloopwerkzaamheden. Het verstoren of beschadigen van flora en fauna is hier dus niet aan de orde. Een onderzoek is hier dan ook niet verplicht. Wel telt ten allen tijde de algemene zorgplicht.
Zorgplicht
Ten aanzien van de ingrepen is nog een algemeen geldende voorwaarde vanuit de Flora- en faunawet van toepassing: Op basis van de zorgplicht volgens artikel 2 van de Flora- en faunawet dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit houdt in dat bij het uitvoeren van werkzaamheden altijd rekening moet worden gehouden met aanwezige planten en dieren. Dieren moeten de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood.
Het perceel Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent is gelegen in de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachtingswaarde 2' zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' en het 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre'. Dit wil zeggen dat deze gronden mede bestemd zijn voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem.
Ter bescherming van de eventuele waarden in de bodem is in de regels van deze dubbelbestemming opgenomen dat bij het verrichten van bodemingrepen dieper dan 30 cm en een oppervlakte van 2.500 m2 een rapport moet worden overlegd waarin de archeologische waarde van de gronden is vastgelegd.
In onderhavig geval worden geen bodemingrepen verricht. Een onderzoek is hierbij dan ook niet nodig.
Door de Omgevingsdienst Achterhoek is het geluid afkomstig van de omgeving en vanuit het plangebied beoordeeld. De conclusie hiervan is opgenomen in een onderzoeksrapport die als bijlage 1 is bijgevoegd.
Wegverkeerslawaai
Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen een geluidzone met uitzondering van wegen waar een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De te splitsen boerderij is gelegen in de geluidzone van deGrobbenweg, een doorgaande weg tussen de Boekelderweg en de Kunnerij. Voor de Grobbenweg geldt een maximale snelheid van 60 km/uur.
Voor de nieuwe zelfstandige wooneenheid dient op basis van de Wet geluidhinder dus onderzoek gedaan te worden naar de geluidsbelasting op de gevel. Met behulp van de Standaardrekenmethode I van het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 is de gevelbelasting op deze woning door het wegverkeer van de Grobbenweg indicatief berekend.
Voor geluidgevoelige objecten in een wegverkeerszone geldt op basis van artikel 82 van de Wet geluidhinder een voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) op de gevel van een woning. Uit de gedane indicatieve berekening, waarbij een aanname is gedaan van het aantal motorvoertuigen per etmaal, blijkt dat de geluidbelasting op de gevel 45,8 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt dus niet overschreden. De berekening is als bijlage 2 bijgevoegd.
Het wegverkeerslawaai is op basis van deze indicatieve berekening geen belemmering voor de woningsplitsing.
Overig geluid
Omliggende bedrijven worden vanwege het aspect geluid niet in de bedrijfsvoering belemmerd. De woning aan de Grobbenweg 3 is ten behoeve van de milieuvergunning uit 2009 van de pluimveehouderij aan de Grobbenweg 4 al meegenomen in de toetsing door het als een burgerwoning te beschouwen. Bij het toetsen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is het geluidbeleid van de gemeente Oost Gelre betrokken. Onderzoek heeft voldoende aangetoond dat er bij de woningen Grobbenweg 3 en Grobbenweg 3a sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geluid vormt dan ook geen belemmeringen.
De luchtkwaliteit is afhankelijk van de mate van verontreiniging door diverse luchtverontreinigende stoffen waarbij de voornaamste bronnen van luchtverontreiniging het wegverkeer, industriële bedrijven en de landbouw zijn. Vanuit Europese richtlijnen wordt aangegeven welke luchtkwaliteitsnormen voor deze stoffen gelden. In Nederland zijn deze richtlijnen sinds 15 november 2007 geïmplementeerd in de Wet milieubeheer middels een wetswijziging van hoofdstuk 5 (milieukwaliteitseisen) titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, beter bekend als de Wet Luchtkwaliteit.
Artikel 5.16 lid 1 en 2 van de Wet milieubeheer geeft aan dat bestuursorganen bevoegdheden of wettelijke voorschriften, waarvan de uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit uit kunnen oefenen dan wel toepassen, hetzij:
De hierboven aangegeven grenswaarden uit bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn voor de luchtverontreinigende stoffen zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), lood, koolmonoxide (CO), fijn stof (PM10), en benzeen (C6H6) en worden in de hieronder staande tabel aangegeven:
| Stof | Grenswaarde |
| SO2 | 350 µg/m³ als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 24 maal per kalenderjaar mag worden overschreden |
| 125 µg/m³ als 24 uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 3 maal per kalenderjaar mag worden overschreden | |
| NO2 | 200 µg/m³ als uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 18 maal per kalenderjaar mag worden overschreden |
| 40 µg/m³ als jaargemiddelde concentratie, uiterlijk op 1 januari 2010 | |
| PM10 | 40 µg/m³ als jaargemiddelde concentratie |
| 50 µg/m³ als 24 uurgemiddelde concentratie, waarbij geldt dat deze maximaal 35 maal per kalenderjaar mag worden overschreden | |
| Lood | 0,5 µg/m³ als jaargemiddelde concentratie |
| CO | 10.000 µg/m³ als 8 uursgemiddelde concentratie |
| C6H6 | 10 µg/m³ tot 1-1-2010 en 5 µg/m³ na 1-1-2010 als jaargemiddelde concentratie |
Het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM)' legt vast wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Dat is het geval wanneer aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. De systematiek voor het bepalen of een project NIBM is vóór en na de vaststelling van het NSL dezelfde en voor het grootste gedeelte geregeld in de 'Regeling NIBM' (luchtkwaliteitseisen).
De 'Regeling NIBM' (luchtkwaliteitseisen) geeft voor een aantal categorieën van projecten een, getalsmatige, invulling aan de NIBM-grens. Het gaat ondermeer om woningbouw- en kantoorprojecten en enkele soorten van inrichtingen (bijv. emplacementen, kassen en andere landbouwinrichtingen). Als een project binnen de, getalsmatige, begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de 1% of 3% grens en de grenswaarden nodig en kan het project doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen.
Voor woningbouw is het huidige 1% criterium (interimperiode) 500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg en 1000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. De woningsplitsing van de voormalige boerderij naar twee wooneenheden aan de Grobbenweg 3, 3a in Zieuwent maakt wel een extra wooneenheid mogelijk, echter ruim minder woningen dan het hier genoemde criterium, waardoor het aannemelijk is gemaakt dat die uitoefening of toepassing niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 Wet milieubeheer een grenswaarde is opgenomen.
Er is geen sprake van ontoelaatbare luchtverontreiniging als gevolg van de woningsplitsing naar twee wooneenheden aan de Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent.
Door de Omgevingsdienst Achterhoek is geur afkomstig van de omgeving en vanuit het plangebied beoordeeld. De conclusie hiervan is opgenomen in een onderzoeksrapport die als bijlage 1 is bijgevoegd.
De beoogde woningsplitsing vindt plaats op voldoende afstand van omliggende veehouderijen. De voorgenomen ontwikkeling werkt niet belemmerend voor deze bedrijven. Ook het woon- en leefklimaat op deze locatie is hierbij niet in het geding. De enige uitzondering op deze conclusie vormt mogelijk de veehouderij Grobbenweg 4. De vergunde geurbelasting van dit bedrijf op de te splitsen woning is zodanig dat gesproken kan worden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De door woningsplitsing in planologisch opzicht nieuw te creeren woonruimte (Grobbenweg 3) ligt echter iets dichterbij het bedrijf dan de al toegestane woning (Grobbenweg 3a). De geurbelasting op de nieuwe woning is daardoor iets hoger dan de geurbelasting op de bestaande woning. Het gaat hierbij om een vrij marginaal verschil van 0,3 odour units/m3, waarbij op beide woningen wordt voldaan aan de geurnorm van 14 odour units/m3. De nieuwe woning vormt daarmee een iets grotere beperking van de uitbreidingsmogelijkheden van de vehouderij Grobbenweg 4 dan de bestaande woning. Het is aan het bevoegd gezag om af te wegen of hierbij sprake is van een onevenredige aantasting van de milieusituatie of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Afweging
De voormalig boerderij Grobbenweg 3, 3a bestaat bouwkundig uit een voorhuis met deel. Het voorhuis (Grobbenweg 3) werd bewoond en de deel (Grobbenweg 3a) was voor het houden van dieren. Nu is de deel de afgelopen jaren als woonhuis verbouwd en als zodanig in gebruik genomen. Er wordt vanuit gegaan dat, nu de boerderij planologisch wordt gesplitst, het achterhuis (Grobbenweg 3a) de nieuwe wooneenheid is en niet, zoals de Omgevingsdienst schetst, het voorhuis Grobbenweg 3. Hieruit kan dan worden geconcludeerd dat er geen beperkingen gelden voor uitbreidingsmogelijkheden van de veehouderij Grobbenweg 4 en is er geen sprake van onevenredige aantasting van de milieusituatie.
Het perceel Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent is gelegen in de bestemming 'Wonen' binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Oost Gelre 2011' en het 'Reparatieplan Buitengebied Oost Gelre'. In deze bestemming is woningsplitsing niet mogelijk. Door middel van een opgenomen wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan binnen de bestemming 'Wonen' is het onder voorwaarden mogelijk om woningsplitsing toe te staan. In paragraaf 4.4 zijn de voorwaarden beschreven. Wel dient het perceel nog landschappelijk te worden ingepast.
Landschappelijke inpassing op perceelsniveau aan de Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent zal geen toegevoegde meerwaarde hebben. Het perceel is al landschappelijk ingepast.
Om toch aan de voorwaarde landschappelijke inpassing te voldoen is 'afkopen' een optie. Dit afkopen gebeurt door middel van het storten van een geldbedrag in een fonds. Dit geld zal in een later stadium worden gebruikt om elders in de gemeente landschappelijke inpassing toe te passen. Momenteel hebben wij het fonds 'Besselinkschans'. Hierin kan een geldbedrag worden gestort die dus in een later stadium ten behoeve van landschappelijke inpassing in de Besselinkschans kan worden gebruikt. Door middel van een anterieure overeenkomst wordt dit met verzoeker geregeld.
De voorgenomen ontwikkeling wordt hierna getoetst aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid voor woningsplitsing. De onderzoeksresultaten uit het vorige hoofdstuk worden hierin meegenomen:
Ad a) De splitsing van de voormalige boerderij in twee woningen uitsluitend is toegestaan bij karakteristieke gebouwen;
Bij vaststelling van het Reparatieplan buitengebied Oost Gelre heeft de gemeenteraad besloten om de term 'karakteristiek' te schrappen. Wel moet de woningsplitsing plaatsvinden bij voormalige boerderijen. Hier wordt aan voldaan nu het gaat om een voormalig agrarisch bedrijf met een karakteristieke silhouet met voor- en achterhuis.
Ad b) De inhoud van het te splitsen gebouw (dus zonder vrijstaande stallen, schuren en loodsen e.d.) niet minder bedraagt dan 900 m3;
De inhoud van de voormalige boerderij bedraagt ongeveer 1.000 m3.
Ad c) Bij alle woningen 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken is toegestaan, met dien verstande dat het achtererfgebied voor niet meer dan 50% mag worden bebouwd.
In het huidige bestemmingsplan heeft het perceel de aanduiding 'wonen – agrarisch medegebruik'. Ingevolge de regels mag er dan bij de bestaande boerderij 250 m2 aan bijbehorende bouwwerken aanwezig zijn. Ingevolge die regels mag er voor het nieuwe woonhuis 150 m2 aan bijbehorende bouwwerken aanwezig zijn dus in totaal 400 m2. Op het perceel is ongeveer 850 m2 aan bijbehorende bouwwereken aanwezig. Vanwege de al lang gedoogde woningsplitsing is het niet redelijk nu te eisen om de bebouwing terug te brengen naar 400 m2. In het bestemmingsplan is een 'saneringsregel' opgenomen die aangeeft dat, na sloop van een bijbehorend bouwwerk, er 30% van de gesloopte oppervlakte terugebouwd mag worden. Zo zal in de loop der jaren het bebouwingsvolume op het perceel teruglopen.
Ad d) Er sprake is van een landschappelijke inpassing door middel van erfinrichtingsplan
Landschappelijke inpassing op perceelsniveau aan de Grobbenweg 3, 3a te Zieuwent zal geen toegevoegde meerwaarde hebben. Het perceel is al landschappelijk ingepast.
Om toch aan de voorwaarde landschappelijke inpassing te voldoen is 'afkopen' een optie. Dit afkopen gebeurt door middel van het storten van een geldbedrag in een fonds. Dit geld zal in een later stadium worden gebruikt om elders in de gemeente landschappelijke inpassing toe te passen. Momenteel hebben wij het fonds 'Besselinkschans'. Hierin kan een geldbedrag worden gestort die dus in een later stadium ten behoeve van landschappelijke inpassing in de Besselinkschans kan worden gebruikt. Door middel van een anterieure overeenkomst wordt dit met verzoeker geregeld.
Ad e) De wijziging mag niet leiden tot aantasting van landschappelijke waarden en natuurwaarden, waarvan laatstgenoemde door middel van onderzoek dient te worden aangetoond;
Landschappelijke waarden en natuurwaarden worden door een woningsplitsing niet aangetast. Onderzoek hierna is dan ook niet nodig.
Ad f) De wijziging geen onevenredige aantasting tot gevolg heeft voor:
Uit het onderzoek van de Omgevingsdienst Achterhoek, welke als bijlage 1 bij dit plan is bijgevoegd, blijkt dat er geen aantasting plaatsvindt van genoemde aspecten. Bij woningsplitsing komt het sociale veiligheid niet in het gedrang, deze zal eerder toenemen.
Ad g) het wijzigingsplan positief wordt beoordeeld door het kwaliteitsteam.
Het kwaliteitsteam heeft positief ingestemd met de woningsplitsing.
Op 1 juli 2008 zijn de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (en het Besluit ruimtelijke ordening) in werking getreden. Daarnaast heeft het ministerie VROM het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP-2008) gepresenteerd. Deze standaard geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de opzet van bestemmingsplannen. Op aan groot aantal punten wijkt deze standaard af van de tot nu toe gebruikelijke vormgeving van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van deze standaard is overigens ook rekening gehouden met het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2008 (IMRO-2008) en de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen 2008 (PRBP-2008).De bestemmingen in het voorliggende bestemmingsplan passen binnen die standaard. De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij andere recente bestemmingsplannen van de gemeente Oost Gelre.
Bovengenoemd rapport, model en richtlijn zijn in 2012 gewijzigd in SVBP-2012, IMRO-2012 en PRBP-2012. Dit wijzigingsplan is met deze standaarden tot stand gekomen.
Het digitale bestemmingsplan Grobbenweg 3, 3a Zieuwent woningsplitsing is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand NL.IMRO.1586.WPBUI1511- de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand met bijbehorende regels. De papieren plankaart (nu bekend als de analoge verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan) is getekend op een schaal 1:1.000 en omvat 1 kaartblad. Het kaartblad geeft de bestemming van de gronden aan. Waar nodig zijn aanduidingen op de kaart opgenomen waarvan de betekenis in de regels wordt verklaard. Indien er verschillen aanwezig mochten zijn tussen de digitale en de analoge verbeelding dan is op grond van artikel 1.2.3 Bro de digitale verbeelding beslissend.
De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn:
De woningsplitsing en de bijbehorende procedure worden door verzoeker bekostigd. Indien het project aanleiding geeft tot uitkering van planschade (artikel 6.1 Wro) zullen de kosten worden doorberekend aan verzoeker. Ten behoeve van het project is een anterieure overeenkomst inzake grondexploitatie en planschade afgesloten met verzoeker.
Het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van een gebouw met een wooneenheid als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor voor de betrokken gronden een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wro dient te worden vastgesteld. Burgemeester en Wethouders mogen op grond van artikel 6.12 Wro afzien van een exploitatieplan indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderzins verzekerd is. Met verzoeker is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin is opgenomen dat de te maken kosten, waaronder eventuele planschade, voor rekening van verzoeker zijn. Burgemeester en wethouders achten het plan economisch uitvoerbaar.
In het kader van de wijziging van het bestemmingsplan zal het ontwerpwijzigingsplan voor een periode van zes weken ter inzage worden gelegd (overeenkomstig afdeling 3:4 Algemene Wet bestuursrecht). Binnen deze termijn kan een ieder zijn/haar zienswijze omtrent de wijziging indienen. Dan zal ook duidelijk worden hoe omwonenden tegen het plan aankijken. Ingebrachte zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming. Gedurende de inzagetermijn voor het ontwerpwijzigingsplan zijn geen zienswijzen ingebracht.
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gevoerd met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Binnen het plan zijn geen nationale en provinciale belangen in het geding. Vooroverleg met de Vrom-inspectie en de provincie Geldeland is dan ook geen verplichting. Daarnaast zijn er geen wateraspecten in het geding waardoor er vooroverleg moet worden gevoerd met het Waterschap Rijn en IJssel.
In de ontwerpfase worden de diensten van provincie en het Waterschap door middel van een kennisgeving op de hoogte gebracht van het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de inzage termijn zijn er geen zienswijzen en/of op- en/of aanmerkingen ingekomen.