direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22H Canon Venlo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.TAM202503CANON-VA01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de projectontwikkeling op de locatie Canon Venlo en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22H) van het Omgevingsplan van de gemeente Venlo. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22H van het omgevingsplan van de gemeente Venlo. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22H.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22H.' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

1.1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:

2.1 TAM-Omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22H 'Canon Venlo', waarmee de geometrische planobjecten met bijbehorende regels en bijlagen met planidentificatienummer NL.IMRO.0983.TAM202503CANON worden ingevoegd in hoofdstuk 22H van het Omgevingsplan gemeente Venlo.

2.2 omgevingsplan

Het Omgevingsplan van de gemeente Venlo, zoals dat geldt ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.

2.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels

worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.4 aanduidingsgrens

De grens van de aanduiding indien het een vlak betreft.

2.5 ander bouwwerk

Een bouwwerk geen gebouw zijnde.

2.6 bebouwing

Een of meer gebouwen en/ of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

2.7 bebouwingspercentage

Een in de voorschriften aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

2.8 bedrijf

Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;

2.9 bedrijfsvloeroppervlak

De totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten;

2.10 bestaand
  • Bij bebouwing: bebouwing zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning;
  • Bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen;
2.11 bestemmingsgrens

Een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bestemmingsvlak;

2.12 bestemmingsvlak

Een op de plankaart aangegeven vlak met eenzelfde bestemming;

2.13 bijgebouw

Een gebouw behorende bij en dienstbaar aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw;

2.14 bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

2.15 bouwgrens

Een op de plankaart aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak;

2.16 bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback en met een maximale hoogte van 3 m voor woningen;

2.17 bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten;

2.18 bouwperceelsgrens

Een grens van een bouwperceel;

2.19 bouwvlak

Een op de plankaart aangegeven vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waarop gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

2.20 bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

2.21 coffeeshop

Een horecabedrijf, waarin uitsluitend alcoholvrije dranken en eventueel kleine eetwaren worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar softdrugs worden verstrekt voor gebruik ter plaatse of gebruik elders;

2.22 cultuurhistorische waarde

De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik van de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied: Cultuurhistorie is een verzamelnaam voor de begrippen archeologie, historische bouwkunde (monumenten en beeldbepalende panden en bouwwerken), historische geografie (landschappelijke structuren en patronen door ingrijpen van de mens) en mensgebonden natuur (solitaire bomen, laan- en haagbeplantingen, boomgaarden en houtwallen);

2.23 dagrecreatie

Vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf;

2.24 detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop of te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

2.25 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling

Bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;

2.26 gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

2.27 geluidzoneringsplichtig bedrijf

Een bedrijf, bij welke ingevolge de Omgevingswet rondom het terrein van vestiging in een omgevingsplan een zone moet worden vastgesteld;

2.28 hoofdgebouw

Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;

2.29 kantoor

Een gebouw of ruimte dat/die dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden ten behoeve van derden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen;

2.30 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit

De in de Bedrijvenlijst van VNG genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met overwegend behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;

2.31 lijsten van bedrijven

De lijsten van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering, zoals die lijsten zijn opgenomen in de bijlagen behorende bij deze voorschriften;

2.32 matrix

De op de plankaart als aanduiding opgenomen horizontaal in hokjes verdeelde rij, waarin op de plankaart verklaarde gegevens zijn opgenomen;

2.33 nevengeschikte functie

Functie waarbij maximaal 50% van de opstallen als zodanig mag worden gebruikt;

2.34 nokhoogte

Het hoogste punt van een schuin dak;

2.35 Omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Omgevingsplanactiviteit bestaande uit:

  • Een bouwactiviteit;
  • Het in stand houden van een bouwwerk; en
  • Het gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
2.36 ondergeschikte activiteit

Activiteit waarbij maximaal 30% van de opstallen als zodanig mag worden gebruikt

2.37 ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil;

2.38 overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport;

2.39 Parkeervoorziening

Een al of niet overdekte, op straat aanwezige dan wel met een straat in open verbinding staande ruimte, die gelet op de ligging en ontsluiting geschikt is om te worden gebruikt voor het parkeren van motorvoertuigen;

2.40 Peil
  • Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
    de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang
  • Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
    de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld
  • Indien in of op het water wordt gebouwd:
    het Nieuw Amsterdams Peil;
2.41 perceelsgrens

Een grenslijn tussen bouwpercelen onderling;

2.42 prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, daaronder begrepen straatprostitutie;

2.43 risicovolle activiteit

Activiteit als bedoeld in bijlage VII van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

2.44 ruimtelijke kwaliteit

De kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte, voor zover nader beschreven in de toelichting op dit plan en/of voor zover tot uiting komend in de Beschrijving in Hoofdlijnen gemeenschappelijk aan alle bestemmingen;

2.45 seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

2.46 Verbeelding

De verbeelding van het TAM-Omgevingsplan 'Canon Venlo'.

2.47 verkoopvloeroppervlakte

De totale oppervlakte van de voor het publiek toegankelijke en zichtbare winkelruimte, inclusief de etalageruimte en de ruimte achter de toonbank (dit is de netto-vloeroppervlakte);

2.48 voorgevel

Een of meer gevel(s) van een gebouw die is/zijn gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant(en) van een gebouw vorm(t)(en);

2.49 voorgevelrooilijn

Op de plankaart aangegeven naar de weg gekeerde bouwgrens;

2.50 voorzieningen van algemeen nut

Kleinschalige nutsvoorzieningen, zoals transformatorhuisjes en schakelkastjes, ondergrondse lokale leidingen, tele- en datacommunicatieleidingen, riolering, telefooncellen en wachthuisjes, straatvoorzieningen (onder andere voor afvalstoffen), met een inhoud van maximaal 50 m3 per op te richten bouwwerk en een hoogte van maximaal 3,00 m;

2.51 wadi

Een bovengrondse voorziening voor de afvoer van water door drainage en infiltratie, zoals een ondiepe greppel of een groenvoorziening;

2.52 watergang

Een werk, al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen –taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan;

2.53 weg

Een voor het rij- en ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden;

2.54 wet/wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze voorschriften wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald;

2.55 zijgevel

Een gevel van een hoofdgebouw, niet zijnde de voor of achtergevel;

2.56 zolder

Ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt/uitmaken van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • a. De regels in dit hoofdstuk 22H zijn van toepassing op de locatie Canon Venlo, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0983.TAM202503CANON;
  • b. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het eerste lid;
  • c. De regels in afdeling 22.2 van het Omgevingsplan gemeente Venlo, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het eerste lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22H.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het Omgevingsplan van de gemeente Venlo zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

4.1 Afstand tot de bouwperceelsgrens

Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

4.2 Bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil van het bouwwerk tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.3 Dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.4 Goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel

4.5 Horizontale diepte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel.

4.6 Inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

4.7 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

4.8 Oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.9 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

Artikel 5 Normadressaat

Aan de regels in dit Hoofdstuk 22H wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk 22H.

Artikel 7 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Hoofdstuk 2 Functies en regels voor activiteiten

Artikel 8 Algemene regels voor het gebruik van gronden en bouwwerken

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en de in dit hoofdstuk 22H daaraan verbonden regels.

Artikel 9 Bedrijventerrein

9.1 Bestemmingsomschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'Bedrijventerrein' heeft de volgende functies:

  • a. Gebouwen ten behoeve van bedrijven of bedrijfsactiviteiten die voorkomen in de milieucategorieën 1, 2 en 3, niet zijnde risicovolle activiteiten, zoals vermeld in de bij deze voorschriften behorende primaire lijst van bedrijfstypen ( bijlage 1) alsmede gebouwen ten behoeve van bedrijven of bedrijfsactiviteiten die zijn gericht op:
    • 1. Onderzoek en ontwikkeling van systemen, componenten en materialen voor het gebruik op kantoren en tekenkamers;
    • 2. Het vervaardigen van kantoor-, print-, reproductie- en tekenkamerapparatuur;
    • 3. Vervaardigen van materialen voor gebruik in kantoor-, print-, reproductie- en tekenkamerapparatuur;
    • 4. Opslag en distributie van grond- en hulpstoffen, onderdelen, tussen- en eindproducten, voor zover betrekking hebbende op kantoor-, print-, reproductie- en tekenkamerapparatuur;
    • 5. Recycling van apparaten van eigen label ten behoeve van hergebruik;
    • 6. Ondersteunende activiteiten bij de uitvoering van een van de in dit lid genoemde activiteiten;

Uitsluitend voorzover het geen risicovolle activiteiten betreft;

  • b. Secundair voor gebouwen ten behoeve van bedrijven of bedrijfsactiviteiten die voor komen in de milieucategorieën 1, 2 en 3, niet zijnde risicovolle activiteiten zoals vermeld in de bij deze voorschriften behorende secundaire lijst van bedrijfstypen (bijlage 2).
  • c. Waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;
    Met de daarbij behorende:
  • d. Wegen en paden;
  • e. Groenvoorzieningen;
  • f. Parkeervoorzieningen. Er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein, waarbij de in het volgende schema genoemde normen gelden. Deze normen zijn afhankelijk van de bebouwing en de mate van het gezamenlijk gebruik van de omringende bebouwing.

Grondgebruik (functies)   Aantal parkeerplaatsen per 100m2 bvo  
Kantoor (zonder baliefunctie)   0,2 – 0,25  
Industrie, groothandel, transport   1,1 – 1,6  
Showroom   1,0  
Opslag   0,3 – 0,7  
Laboratorium   1,0  

  • g. Terreinen;
  • h. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen
9.2.1 Toegelaten bouwactiviteiten

Op een locatie die is aangewezen als 'Bedrijventerrein' mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. Bouwwerken met een dak, voor zover wordt voldaan aan 9.2.2;
  • b. Bouwwerken zonder een dak, voor zover wordt voldaan aan 9.2.3.
9.2.2 Bouwwerken met een dak

Voor het bouwen van bouwwerken met een dak gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. Een bouwwerk met een dak mag uitsluitend in een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. Het bebouwingspercentage mag per bouwvlak niet meer dan het op de plankaart vermelde percentage bedragen;
  • c. De goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer dan de op de plankaart aangegeven hoogte bedragen;
  • d. De bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer dan de op de plankaart aangegeven hoogte bedragen;
  • e. Er mogen geen bedrijfswoningen worden gebouwd.
9.2.3 Bouwwerken zonder een dak

Voor het bouwen van bouwwerken zonder een dak gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 4 m bedragen;
  • b. De hoogte van overige bouwwerken zonder een dak, mag maximaal de toegestane bouwhoogte van bouwwerken met een dak bedragen.
9.2.4 Vergunningplicht omgevingsplanactiviteit bouwwerken
  • 1. Verbod overschrijden goot- en bouwhoogte bouwwerk met dak

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de maximale goot- en bouwhoogte als opgenomen in artikel 9.2.2 te overschrijden.

  • 2. Verbod overschrijden maximum bebouwingspercentage

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning het maximum bebouwingspercentage als opgenomen in artikel 9.2.2 te overschrijden.

  • 3. Verbod overschrijden maximale bouwhoogte bouwwerk zonder dak

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de maximale bouwhoogte als opgenomen in artikel 9.2.3 te overschrijden.

  • 4. Verbod overschrijden bouwhoogte gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de maximale bouwhoogte als opgenomen in artikel 9.2.2 te overschrijden ten behoeve van plaatselijke verhogingen zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen.

9.2.5 Beoordelingsregels
  • a. De omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 9.2.4.1 tot en met 9.2.4.4. worden alleen verleend indien:
    • 1. Er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden;
    • 2. Geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefklimaat van omliggende percelen;
    • 3. De aanvraag vanuit het oogpunt van stedenbouwkundige kwaliteit aanvaardbaar is;
    • 4. Er geen afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid, sociale veiligheid of omgevingsveiligheid.
  • b. In aanvulling op het bepaalde onder 1 geldt voor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.4.1 dat de vergunning alleen wordt verleend indien de afwijking niet meer dan 10% van de op basis van artikel 9.2.2 toegelaten relevante hoogte bedraagt;
  • c. In aanvulling op het bepaalde onder 1 geldt voor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.4.2 dat de vergunning alleen wordt verleend indien de afwijking niet meer dan 10% van het op basis van 9.2.2 toegelaten percentage bedraagt;
  • d. In aanvulling op het bepaalde onder 1 geldt voor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.4.3 dat de vergunning alleen wordt verleend indien de bouwhoogte niet meer dan 10% van de op basis van artikel 9.2.3 toegelaten relevante hoogte bedraagt;
  • e. In aanvulling op het bepaalde onder 1 geldt voor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.4.4 dat de vergunning alleen wordt verleend indien:
    • 1. De maximale oppervlakte waarvoor wordt afgeweken van de bouwhoogte niet meer dan 10% van het bouwvlak bedraagt; en
    • 2. De bouwhoogte maximaal 1,25 maal de op basis van artikel 9.2.2 toegelaten bouwhoogte bedraagt.
9.2.6 Aanvraagvereisten
  • a. Op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.4 zijn de aanvraagvereisten als opgenomen in paragraaf 22.5.2.3 van het omgevingsplan van de gemeente Venlo van overeenkomstige toepassing;
  • b. In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid wordt een motivering verstrekt waaruit blijkt dat aan artikel 9.2.5 onder 1 wordt voldaan.
9.3 Verboden gebruik

Het is verboden gronden of bouwwerken ter plaatse van 'Bedrijventerrein' te gebruiken voor c.q.:

  • a. risicovol bedrijf;
  • b. Seveso-bedrijf;
  • c. wonen;
  • d. detailhandel;
  • e. prostitutie en/of seksinrichtingen;
  • f. coffeeshops;
  • g. opslag van goederen en materialen voor de voorgevelrooilijn.
9.4 Verbod
9.4.1 Algemeen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken voor:

  • a. Een bedrijf van een andere milieucategorie dan toegelaten op basis van artikel 9.1;
  • b. Een bedrijf van een milieucategorie die wel is toegelaten op basis van artikel 9.1, maar die niet is opgenomen in de Staat van Bedrijfsactiviteiten die als Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten is opgenomen bij deze regels.
9.4.2 Beoordelingsregels
  • a. De omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 9.4.1 onder a en b worden alleen verleend indien de aangevraagde activiteiten naar aard en invloed op de omgeving gelijkt te stellen zijn met de op basis van artikel 9.1 toegelaten bedrijven;
  • b. Bij de beoordeling van het bepaalde onder 1 wordt betrokken:
    • 1. De geluidemissie;
    • 2. Geurbelasting;
    • 3. De verspreiding van stof;
    • 4. Veiligheidsrisico's;
    • 5. Gevolgen voor de kwaliteit van de buitenlucht;
    • 6. Verkeersaantrekkende werking;
    • 7. Eventuele visuele hinder;
  • c. In aanvulling op het bepaalde onder 1 en 2 geldt dat:
    • 1. Géén sprake mag zijn van een nieuw afvalverwerkend bedrijf of een andere vorm van een afvalverwerkend bedrijf;
    • 2. Er geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.
9.4.3 Aanvraagvereisten
  • a. Op aanvragen om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.4.1 zijn de aanvraagvereisten als opgenomen in paragraaf 22.5.2.3 van dit omgevingsplan van overeenkomstige toepassing.
  • b. In aanvulling op het bepaalde in het eerste lid wordt een motivering verstrekt waaruit blijkt dat aan artikel 9.4.2 wordt voldaan.
9.5 Voorwaardelijke verplichting flora en fauna

Het uitvoeren van nieuwe (bouw)projecten overeenkomstig het gestelde in artikel 9.1 en 9.2 is slechts toegestaan, indien:

  • a. Noodzakelijk onderzoek in het kader van flora en fauna als bedoeld in de Omgevingswet (zoals een soortenonderzoek) naar het voorkomen van beschermde soorten is uitgevoerd; en
  • b. Op basis van de uitkomsten van dat onderzoek de eventueel benodigde mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn getroffen.
9.6 Specifieke vorm van bedrijventerrein – groenzone

Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein – groenzone' dient, naast de functies die op grond van de functieaanduiding zijn toegestaan, te worden voorzien in behoud van de aanwezige boomstructuur en in verdere landschappelijke afscherming van de (te realiseren) bebouwing aan de zijde van de A67 en de Nijmeegseweg. Voordat ontwikkeling of wijziging van het terrein plaatsvindt, treedt de initiatiefnemer in overleg met het bevoegd gezag om de wijze van inpassing, behoud en eventuele aanvullende landschappelijke maatregelen vast te stellen. De ontwikkeling is slechts toegestaan indien in dit overleg is aangetoond dat de bestaande boomstructuur en landschappelijke afscherming voldoende worden geborgd.

9.7 Specifieke vorm van bedrijventerrein - beschermingszone watergang

Op of in een locatie die is aangewezen als 'specifieke vorm van bedrijventerrein - beschermingszone watergang' mag niet worden gebouwd.

9.8 Specifieke vorm van bedrijventerrein - zone langs wegen
9.8.1 Omschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'specifieke vorm van bedrijventerrein - zone langs wegen' is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor het tegengaan van bebouwing.

9.8.2 Verbod

Op een locatie die is aangewezen als 'specifieke vorm van bedrijventerrein - zone langs wegen', mag niet worden gebouwd.

9.8.3 Uitzondering

Bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer zijn uitgezonderd.

9.8.4 Vrijstelling

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 9.8.2 en toestaan dat in de andere voor die gronden aangewezen functies, bouwwerken worden gebouwd:

  • a. in de zone, gemeten van 50 tot 100 m uit de as van de dichtstbij gelegen rijbaan van de A67, inclusief toe- en afritten, mits het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen functie en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
  • b. in de zone, gemeten van 25 tot 50 meter uit de as van de van de meest nabijgelegen rijstrook van de Nijmeegseweg, mits het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen functie en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
  • c. De wegbeheerder wordt gehoord.

Artikel 10 Bos

10.1 Bestemmingsomschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'Bos' heeft de volgende functies:

  • a. Bos en bebossing;
  • b. Groenvoorzieningen;
  • c. Waterlopen en waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede waterbergings- en infiltratievoorzieningen;

Met daaraan ondergeschikt:

  • d. Recreatief medegebruik;
  • e. Paden en wegen;

Met de daarbij behorende:

  • f. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
10.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
10.2.1 Toegelaten bouwactiviteiten

Op een locatie die bestemd is als 'Bos' mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. Bouwwerken zonder een dak, voor zover voldaan wordt aan 10.2.3;
10.2.2 Bouwwerken met een dak

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken met een dak worden gebouwd.

10.2.3 Bouwwerken zonder een dak

Voor het bouwen van bouwwerken zonder een dak gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1 m bedragen, met uitzondering van:
    • 1. Vlaggenmasten, waarvan de hoogte maximaal 5m mag zijn;
    • 2. Speeltoestellen, waarvan de hoogte maximaal 3m mag zijn;
    • 3. Erf- en tuinafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2m mag zijn;
    • 4. Observatieposten, waarvan de hoogte maximaal 8m mag zijn.
10.3 Maatwerkvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen:

  • a. Aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:
    • 1. Het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurwetenschappelijke waarden van de grond;
    • 2. De verkeersveiligheid; en
    • 3. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
  • b. Met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
10.4 Specifieke functieregel

Tot een gebruik, strijdig met deze functie, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. Het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  • b. Het gebruik van de gronden voor de uitoefening van een ambachtelijk, industrieel, handels- en/of horecabedrijf.
10.5 Binnenplanse omgevingsplanactiviteit (aanlegvergunning)
10.5.1 Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. Het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en ophogen van gronden;
  • b. Het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
  • c. Het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden;
  • d. Het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik en het educatief medegebruik;
  • e. Het aanleggen van ligplaatsen voor vaartuigen;
  • f. Het aanbrengen van drainage;
  • g. Het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen.
10.5.2 Uitzonderingen

Het in artikel 10.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. Het normale onderhoud betreffen;
  • b. Reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
  • c. Mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
10.5.3 Beoordelingsregels

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 10.5.1 zijn slechts toelaatbaar, mits door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de landschappelijke waarden van de gronden ontstaan of kunnen ontstaan.

10.6 Specifieke vorm van bos - zone langs wegen
10.6.1 Omschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'specifieke vorm van bos - zone langs wegen' is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor het tegengaan van bebouwing.

10.6.2 Verbod

Op een locatie die is aangewezen als 'specifieke vorm van bos - zone langs wegen', mag niet worden gebouwd.

10.6.3 Uitzondering

Bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer zijn uitgezonderd.

10.6.4 Vrijstelling

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 10.6.2 en toestaan dat in de andere voor die gronden aangewezen functies, bouwwerken worden gebouwd:

  • a. in de zone, gemeten van 50 tot 100 m uit de as van de dichtstbij gelegen rijbaan van de A67, inclusief toe- en afritten, mits het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen functie en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
  • b. in de zone, gemeten van 25 tot 50 meter uit de as van de van de meest nabijgelegen rijstrook van de Nijmeegseweg, mits het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen functie en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
  • c. De wegbeheerder wordt gehoord.

Artikel 11 Groen

11.1 Bestemmingsomschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'Groen' heeft de volgende functies:

  • a. Plantsoenen;
  • b. Groenvoorzieningen;
  • c. Speelvoorzieningen;
  • d. Beplanting;
  • e. Parken;
  • f. Waterlopen en waterpartijen, waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.

met daaraan ondergeschikt;

  • g. Verhardingen;
  • h. Hondenuitlaatplaatsen;
  • i. Kunstwerken.

met de daarbij behorende:

  • j. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • k. Voorzieningen van algemeen nut.
11.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
11.2.1 Toegelaten bouwactiviteiten

Op een locatie die is aangewezen als 'Groen' mogen uitsluitend worden gebouwd:

  • a. Bouwwerken met een dak, voor zover wordt voldaan aan 11.2.2;
  • b. Bouwwerken zonder een dak, voor zover wordt voldaan aan 11.2.3.
11.2.2 Bouwwerken met een dak

Voor het bouwen van bouwwerken met een dak gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd;
  • b. De bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • c. De oppervlakte van voorzieningen van algemeen nut mag niet meer dan 15 m2 bedragen.
  • d. overkappingen zijn niet toegestaan;
11.2.3 Bouwwerken zonder een dak

Voor het bouwen van bouwwerken zonder een dak gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen;
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a. mag de hoogte van lichtmasten niet meer dan 12 m bedragen.

Artikel 12 Water

12.1 Bestemmingsomschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'Water' heeft de volgende functies:

  • a. Waterberging;
  • b. Waterhuishouding en ecologische en natuurwaarden;
  • c. Waterlopen en daarbij behorende oevervoorzieningen;
  • d. Kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden;

Met de daarbij behorende:

  • e. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers.
12.2 Specifieke vorm van water - beschermingszone watergang

Op of in een locatie die is aangewezen als 'Water' en 'specifieke vorm van water – beschermingszone watergang' mag niet worden gebouwd.

12.3 Specifieke vorm van water - zone langs wegen
12.3.1 Omschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'specifieke vorm van water - zone langs wegen' is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor het tegengaan van bebouwing.

12.3.2 Verbod

Op een locatie die is aangewezen als 'specifieke vorm van water - zone langs wegen', mag niet worden gebouwd.

12.3.3 Uitzondering

Bouwwerken welke nodig zijn voor het wegverkeer zijn uitgezonderd.

12.3.4 Vrijstelling

Burgemeester en Wethouders kunnen vrijstelling verlenen van het bepaalde in lid 12.3.2 en toestaan dat in de andere voor die gronden aangewezen functies, bouwwerken worden gebouwd:

  • a. in de zone, gemeten van 50 tot 100 m uit de as van de dichtstbij gelegen rijbaan van de A67, inclusief toe- en afritten, mits het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen functie en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
  • b. in de zone, gemeten van 25 tot 50 meter uit de as van de van de meest nabijgelegen rijstrook van de Nijmeegseweg, mits het bouwwerk in overeenstemming is met de ter plaatse op de verbeelding aangewezen functie en door de bouw of situering van het bouwwerk het verkeersbelang niet onevenredig wordt aangetast;
  • c. De wegbeheerder wordt gehoord.
12.4 Specifieke functieregel

 Tot een gebruik, strijdig met deze functie, wordt in ieder geval gerekend:

  • a. Het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

Artikel 13 Waterstaat - Watergang

13.1 Bestemmingsomschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'Waterstaat - Watergang' is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor de bescherming en onderhoud van water en (overkluisde) watergangen.

13.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken
13.2.1 Toegelaten bouwactiviteiten

Op een locatie die is aangewezen als 'Waterstaat - Watergang', mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd, als daarbij de gebods- en verbodsbepalingen van de Waterschapsverordening Waterschap Limburg in acht worden genomen.

Artikel 14 Leiding - Gas

14.1 Bestemmingsomschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'Leiding – Gas' is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede aangewezen voor de aanleg en instandhouding van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding met een belemmerende strook van 4 meter aan weerszijde van de leiding, met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde.

14.2 Verbod

Op een locatie die is aangewezen als 'Leiding – Gas' is het verboden zonder omgevingsvergunning:

  • a. Te bouwen;
  • b. De volgende omgevingsplanactiviteiten uit te voeren:
    • 1. het aanbrengen van hoog opgaande en/of diep wortelende beplanting, waaronder rietbeplanting;
    • 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronden of ophogen;
    • 3. het uitvoeren van grondroerende werkzaamheden, waaronder begrepen het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage, anders dan regulier spit- en ploegwerk;
    • 4. het diepploegen van de bodem;
    • 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen;
    • 6. het permanent opslaan van goederen, waaronder afvalstoffen;
    • 7. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van waterlopen;
    • 8. het plaatsen van onroerende objecten, zoals lichtmasten, wegwijzers en straatmeubilair;
    • 9. het indrijven van voorwerpen in de bodem.
14.3 Uitzondering
  • a. Bouwwerken welke nodig zijn voor de gasleiding zijn uitgezonderd, mits de hoogte maximaal 2.5m is.
  • b. Het verbod als bedoeld in artikel 14.2 lid b is niet van toepassing op werkzaamheden die:
    • 1. voorkomen op een door de leidingbeheerder vastgestelde en openbaar gemaakte beplantingslijst;
    • 2. mechanisch worden uitgevoerd en vallen onder de werking van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten;
    • 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit omgevingsplan;
    • 4. zijn toegestaan op grond van een eerder verleende vergunning;
    • 5. worden uitgevoerd ten behoeve van het beheer, onderhoud of de instandhouding van de leiding(en).
14.4 Vrijstelling

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de gasleiding en de leidingbeheerder vooraf schriftelijk is gehoord een omgevingsvergunning verlenen voor:

  • a. bouwwerken geen gebouw zijnde, welke op grond van de andere voor die gronden aangewezen functie(s) zijn toegelaten.
  • b. De onder artikel 14.2 lid b genoemde omgevingsplanactiviteiten.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 15 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 16 Algemene regels omgevingsplanactiviteiten

16.1 Hemelwatervoorzieningen – Algemene regels
  • a. Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk 22H, waaronder begrepen het verbouwen en uitbreiden van bestaande bouwwerken, dient op eigen terrein een adequate voorziening te worden getroffen voor de opvang, berging en infiltratie van hemelwater;
  • b. Er wordt een adequate voorziening getroffen wanneer wordt voldaan aan de door de gemeente Venlo gestelde eisen voor het afkoppelen van hemelwater, zoals vastgelegd in de 'Afkoppelbeslisboom Gemeente Venlo' opgenomen in het Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2031 en als vastgesteld door de gemeenteraad op 30 juni 2021 en diens rechtsopvolgers.
16.2 Gebodsbepaling in stand houden hemelwatervoorzieningen

Indien in het kader van een vergunningplicht als opgenomen in dit hoofdstuk 22H dient te worden voorzien in een adequate voorziening voor de opvang, berging en infiltratie van hemelwater overeenkomstig artikel 15.1, dan dient de betreffende voorziening zoals aangegeven in de aanvraag en vervolgens is vergund na de aanleg ervan duurzaam in stand te worden gehouden.

16.3 In stand houden bestaande bouwwerken

In aanvulling op artikel 22.40 van het Omgevingsplan gemeente Venlo is voor het in stand houden van een bestaand bouwwerk geen omgevingsvergunning vereist, mits het een feitelijk bestaand bouwwerk betreft dat is gebouwd:

  • a. Overeenkomstig een daarvoor verleende omgevingsvergunning;
  • b. Overeenkomstig algemene regels als opgenomen in dit omgevingsplan;
  • c. Overeenkomstig algemene regels, zoals die golden ten tijde van het bouwen van het bouwwerk, hetgeen ook kan worden aangetoond.

Artikel 17 Algemene bouwbepaling met betrekking tot vastgesteld archeologisch beleidskader

In afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen in hoofdstuk 2, geldt ten aanzien van de toegestane bouwmogelijkheden, onverkort het gestelde in de Erfgoedverordening Venlo 2024, en de bijbehorende gemeentelijke archeologische beleidskaart.

Artikel 18 Grondwaterbescherming – Boringsvrije zone Venloschol

18.1 Verbod boringen of grondroerende werkzaamheden
  • a. Het is verboden binnen het plangebied grondroerende werkzaamheden of booractiviteiten uit te voeren die dieper reiken dan 5,0 meter boven NAP (m+ NAP);
  • b. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning binnen het plangebied een activiteit in de bodem te verrichten als daardoor de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kan worden aangetast.
  • c. Het verbod als bedoeld in lid 1 en 2 geldt niet voor:
    • 1. werkzaamheden waarvoor een vergunning is verleend door het daartoe bevoegde gezag op grond van de geldende wet- en regelgeving.
    • 2. werkzaamheden die vallen onder de uitzonderingen zoals genoemd in de omgevingsverordening Limburg, waarbij de beschermende lagen niet worden aangetast;

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 19 Overgangsrecht

19.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22H aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit hoofdstuk 22H, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. Gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. Na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan;
  • b. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22H, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvóór - als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Venlo - geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan.
19.2 Overgangsrecht gebruiken van gronden en bouwwerken
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22H en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. Het is verboden het met dit hoofdstuk 22H strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk 22H strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22H voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvóór - als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Venlo - geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan.