direct naar inhoud van Regels
Plan: Veilingterrein Venlo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0983.BP202318VEILING-VA01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

Het bestemmingsplan 'Veilingterrein Venlo' met identificatienummer 'NL.IMRO.0983.BP202318VEILING-VA01' van de gemeente Venlo.

1.2 bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen.

1.3 aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aangebouwd bijgebouw

Een bijgebouw, dat op enigerlei wijze aan het hoofdgebouw is aangebouwd door het verankeren van vloer, dak of mu(u)r(en) en/of door het gebruik maken van dezelfde constructiemu(u)r(en) en in bouwkundige zin ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.6 aan- en/of uitbouw

Een aan een hoofdgebouw vastgebouwd gebouw, dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in directe verbinding staat met het hoofdgebouw.

1.7 aan huis verbonden bedrijf

Het door de bewoner van een woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel.

1.8 aan huis verbonden beroep

Het door de bewoner van een woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn omvang in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van consument-verzorgende ambachtelijke bedrijfsactiviteiten noch detailhandel.

1.9 afhankelijke woonruimte

Een onderdeel van het hoofdgebouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest.

1.10 ander bouwwerk

Een bouwwerk geen gebouw zijnde.

1.11 archeologische waarde

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten in het verleden.

1.12 archeologisch onderzoek

Onderzoek naar archeologische waarden uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm voor Nederlandse Archeologie (versie 4.1).

1.13 archeologisch waardevol gebied

Gebied met (zeer) hoge archeologische waarden of verwachting.

1.14 bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.15 bebouwingspercentage

Het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwvlak, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming.

1.16 bebouwingsgrens

De op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn, welke niet door gebouwen mag worden overschreden behoudens krachtens de regels duidelijk toegelaten afwijkingen.

1.17 bed and breakfast

Een horecagelegenheid ondergeschikt aan een woning die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf voor korte tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is.

1.18 bedrijf

Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen niet daaronder begrepen.

1.19 bedrijfsgebouw

Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.

1.20 bestaande situatie (bebouwing en gebruik)

Bebouwing: de als zodanig op de verbeelding aangegeven bebouwing, welke bestaat op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, dan wel op dat tijdstip op basis van een afgegeven bouwvergunning mag worden gebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald;

Gebruik: gebruik van gronden en bouwwerken, zoals dat bestaat ten tijde van het van kracht worden van dit plan.

1.21 bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

1.22 bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaal vlak met eenzelfde bestemming.

1.23 bijgebouw

Een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen (hoofd)gebouw, dat zich daarvan door zijn kleinere constructie of geringere afmetingen visueel onderscheidt.

1.24 bijzondere woonvorm

Een woonvorm die niet op één lijn te stellen is met een huishouden, omdat er geen sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling van de groep en omdat de bewoners zijn aangewezen op noodzakelijke en aanwezige permanente begeleiding en/of therapie ter plaatse of in de directe omgeving.

1.25 bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats.

1.26 bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

1.27 bouwkundig afgescheiden

Bouwkundig afgescheiden betekent dat de gebouwen los van elkaar dienen te staan of dat er andere bouwkundige voorzieningen getroffen zijn waardoor milieubelasting voorkomen wordt op vergelijkbare wijze als bij bouwkundige afscheiding.

1.28 bouwlaag

Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback.

1.29 bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

1.30 bouwperceelgrens

Een grens van een bouwperceel.

1.31 bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.32 bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.33 bruto vloeroppervlakte

De oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen. Meten vindt plaats op basis van NEN 2580.

1.34 buurt- of gemakswinkel

Kleinschalig detailhandelsbedrijf met een grote verscheidenheid aan artikelen, merendeels levensmiddelen.

1.35 cultuur en ontspanning

Het (bedrijfsmatig) verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, zoals podiumkunsten en filmhuizen, musea en toeristische attracties, muziek- en dansscholen, freerunning, kleinschalige evenementen, oefenruimten en creativiteitscentra en feestzalenverhuur, met dien verstande dat speelhallen, casino's, en seksinrichtingen niet zijn toegestaan.

1.36 dak

Iedere bovenbeëindiging van een gebouw.

1.37 detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop of te huur of in lease aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, ter verhuur, ter leasing, het verkopen, het verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen respectievelijk huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.38 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling

Bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's, pakkethubs en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting.

1.39 dove gevel/voorzetgevel

Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

1.40 gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.41 geluidgevoelige objecten

Woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder.

1.42 gemotoriseerd voertuig

Hieronder vallen personenauto's, bedrijfsmotorvoertuigen (bestelauto's, vrachtauto's, trekkers, speciale voertuigen, bussen), motorfietsen en voertuigen met een bromfietskenteken.

Op rails rijdende voertuigen en fietsen met trapondersteuning vallen hier niet onder.

1.43 gevellijn

De als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd.

1.44 hogere grenswaarde

Een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen.

1.45 hoofdgebouw

Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.46 horeca

Het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren en/of logies.

Horeca, categorie 1:

Een horecabedrijf dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waarnaast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt.

Horeca, categorie 2:

Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd. Daaronder worden begrepen: broodjeszaak, lunchroom, ijssalon/ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant.

Horeca, categorie 3:

Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse dienen te worden genuttigd, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar.

Horeca, categorie 4:

Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en een zalencentrum (met nachtvergunning).

Horeca, categorie 5:

Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met een restaurant. Daaronder wordt begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers.

1.47 horecabedrijf

Een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en/of ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodaties, een en ander gepaard gaande met dienstverlening, niet zijnde coffeeshops.

1.48 hotel

Een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf.

1.49 huishouden

De bewoning van een woning door:

  • a. één persoon;
  • b. twee of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, waaronder geen kamerbewoning begrepen.
1.50 kamerbewoning

Een woning die, al dan niet mede door de rechthebbende, duurzaam en (nagenoeg) zelfstandig kamergewijs door maximaal 2 personen wordt bewoond en die niet valt aan te merken als het verstrekken van logies.

1.51 kamerverhuur(bedrijf)

Een pand of een deel van een pand dat door meer dan 2 personen, anders dan door de rechthebbende, bedrijfsmatig kamergewijs wordt bewoond en welk niet valt aan te merken als logiesverblijf.

1.52 kantoor

Een gebouw of ruimte, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden ten behoeve van derden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar aard daarmee gelijk te stellen instellingen.

1.53 natuurinclusief bouwen

Natuurinclusief bouwen is een benadering van bouwen waarbij rekening wordt gehouden met de natuur en biodiversiteit. Het idee is om gebouwen en infrastructuur te ontwerpen en te realiseren op een manier die het natuurlijke milieu ondersteunt en versterkt, in plaats van het te verstoren.

Dit kan op verschillende manieren, zoals bijvoorbeeld:

  • 1. Groene gevels: Het integreren van plantengroei langs gevels vanuit de volle grond, wat niet alleen de biodiversiteit bevordert, maar ook helpt bij het isoleren van gebouwen en het verbeteren van de luchtkwaliteit.
  • 2. Nestkasten en diervriendelijke voorzieningen: Het aanbrengen van nestkasten, vleermuizenkasten, of andere voorzieningen die de leefomgeving van dieren ondersteunen.
  • 3. Groen rondom gebouwen: Het aanleggen van tuinen, bomen, en struiken rond gebouwen die bijdragen aan het behoud van de natuur in stedelijke omgevingen.
  • 4. Waterbeheer: Het inzetten van regenwateropvangsystemen of het creëren van doorlatende verharding zodat regenwater goed kan infiltreren in de bodem.
1.54 maatschappelijke voorzieningen

Het uitoefenen van activiteiten gericht op de sociale, maatschappelijke, educatieve en openbare dienstverlening. Hieronder vallen in elk geval activiteiten op het gebied van 'positieve gezondheid', 'leren en innoveren', 'werken en ondernemen' en 'bewegen, ontspannen en verzorgen'. Tevens vallen hieronder medisch en/of onderwijs gerelateerde kantoren en medisch en/of onderwijs gerelateerde hotels.

Positieve gezondheid:

Activiteiten gericht op positieve leefstijl en gezondheid. Het gaat hierbij om gedragsverandering, preventie, bewegen, mentale gezondheid, gezonde voeding en innovatieve concepten en producten op het gebied van gezondheidszorg, zorg en welzijn. Hieronder vallen in elk geval artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven, consultatiebureau's, apotheken en hiermee vergelijkbare functies.

Leren en innoveren:

Activiteiten gericht op leren en innoveren. Hieronder vallen in elk geval onderwijsfaciliteiten, innovatiecentra, fieldlabs, simulatiecentra en kinderopvang.

Werken en ondernemen:

Activiteiten gericht op innovatieve werkfuncties waarbij de synergie wordt gezocht rondom vernieuwingen in zorg en onderwijs en in gezond leven. Dit biedt allerlei kansen voor startups en andere bedrijven. Het gaat hierbij vooral om (kleinschalig) aanbod aan werkruimtes zoals studio's, ateliers, flex- en co-offices, maakruimtes en trainingscentra.

Bewegen, ontspannen en verzorgen:

Activiteiten gericht op onder meer bewegen, verzorgen, cultuur en ontspanning. Hieronder vallen in elk geval dans, yoga, kleinschalige evenementen, fitness, een skatepark, een sportschool, wellness/spa, urban farming en hiermee vergelijkbare functies. Een seks- en/of pornobedrijf valt hier in ieder geval niet onder.

1.55 medisch gerelateerd

Functies die direct bij gezondheidszorg betrokken zijn, daaraan ondersteunend zijn of waarvan de aanwezigheid nabij instellingen op het gebied van gezondheidszorg en leefstijl van belang is voor de bedrijfsvoering van de betreffende functie.

1.56 milieugevoelig object

Een gebouw dat gevoelig is voor hinder door geluid (geluidgevoelig object conform Wet geluidhinder), geur (geurgevoelig object conform Wet geurhinder en veehouderijen), stof en/of externe veiligheid (kwetsbaar object conform Besluit externe veiligheid inrichtingen). Dit betreft in de praktijk voornamelijk woningen.

1.57 Mixed-Use-Index (MXI)

De verhouding (uitgedrukt in procenten (%)) tussen wonen en niet-woonfuncties in een gebied, waarbij parkeervoorzieningen niet worden meegerekend. Hiervoor wordt de rekenformule gebruikt:
(bruto vloeroppervlak wonen / totale bruto vloeroppervlak aan gebouwen in een gebied) * 100.

1.58 ondergeschikte bouwdelen

Bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteekt, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, liftopbouwen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, balkons en overstekende daken;

1.59 ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 m beneden peil.

1.60 onderwijsinstelling

Instelling ten behoeve van georganiseerde communicatie van niet-incidentele aard met als doel overdracht van kennis, vermeerdering van inzicht en/of aanleren van vaardigheden zoals primair en speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar (beroeps)onderwijs en educatie, tertiair onderwijs en overig onderwijs en bij onderwijs behorende sportvoorzieningen.

1.61 onderwijs gerelateerd

Functies die direct bij onderwijs betrokken zijn, daaraan ondersteunend zijn of waarvan de aanwezigheid nabij onderwijsinstellingen van belang is voor de bedrijfsvoering van de betreffende functie.

1.62 overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport.

1.63 parkeerhub

Een gebouwde parkeervoorziening waar verschillende vormen van (deel)mobiliteit samen kunnen komen en ook andere ondergeschikte voorzieningen kunnen worden ondergebracht, zoals een pakjeswand, transformatorruimte, deelmobiliteit, etc.

1.64 parkeervoorziening

Een al of niet overdekte, op straat aanwezige dan wel met een straat in open verbinding staande ruimte, die gelet op de ligging en de ontsluiting geschikt is om te worden gebruikt voor het parkeren van motorvoertuigen.

1.65 peil
  • a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang van het bouwwerk;
  • b. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld ter plaatse van de hoofdtoegang van het bouwwerk.
1.66 perceelsgrens

Een grenslijn tussen bouwpercelen onderling.

1.67 prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding, daaronder begrepen straatprostitutie.

1.68 seksinrichting

De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.69 straatprostitutie

Het zich op de openbare weg of in een zich op de openbare weg bevindend voertuig beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen tegen vergoeding.

1.70 studenten

Personen die ingeschreven zijn bij een voltijdstudie aan een MBO-opleiding, HBO-opleiding, academie, universiteit of vergelijkbare onderwijsinstelling, dan wel personen die niet langer dan 1 jaar uitgeschreven zijn bij een voltijdstudie aan een MBO-opleiding, HBO-opleiding, academie, universiteit of vergelijkbare onderwijsinstelling.

1.71 studentenkamers

Kamers ten behoeve van de huisvesting van studenten, waarbij de bewoners beschikken over een eigen (slaap)kamer en waarbij zij afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die kamer.

1.72 studentenwoningen

Woningen gericht op de huisvesting van studenten, dit met inbegrip van studentenkamers.

1.73 supermarkt

Grootschalig detailhandelsbedrijf met een winkelvloeroppervlak van meer dan 400 m² en een grote verscheidenheid aan artikelen, merendeels levensmiddelen, waarbij sprake is van zelfbediening voor de klanten.

1.74 tuin

Gronden gelegen tussen de voorgevel dan wel bijgebouwenlijn en het openbare gebied bestaande uit verkeersontsluiting(en), groenvoorzieningen en/of pleinvormige ruimten.

1.75 uitbouw

Een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.76 verkeer

Wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, railverkeer, luchtverkeer, voet- en rijwielpaden, parkeervoorzieningen, bermen en beplanting en/of straatmeubilair.

1.77 voorgevel

Een of meer gevel(s) van een gebouw die is/zijn gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant(en) van een gebouw vorm(t)(en).

1.78 voorwerpen van beeldende kunst

Door kunst voortgebrachte voorwerpen, zoals schilderijen en beelden.

1.79 voorzieningen van algemeen nut

Voorzieningen ten behoeve van het op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer.

1.80 vrijstaand bijgebouw

Een bijgebouw, dat in functionele en bouwkundige zin ondergeschikt is aan en qua constructie en in ruimtelijk visueel opzicht vrij staat van het hoofdgebouw of daarmee slechts verbonden is door een tuinmuur, haag of andere tuinafscherming.

1.81 watergang

Een werk, al of niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen -taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan.

1.82 waterhuishoudkundige voorzieningen

Waterhuishoudkundige voorzieningen zijn voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit.

1.83 weg

Een voor het rij- en ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden.

1.84 wet/wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald.

1.85 wonen

Het gehuisvest zijn in een woning.

1.86 woning/wooneenheid

Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

1.87 zolder

Ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.

1.88 zijerf

Gronden gelegen tussen een zijgevel van het hoofdgebouw en de zijdelingse niet aan een weg grenzende perceelsgrens, waarop volgens de regels bijgebouwen mogen worden opgericht.

1.89 zijgevel

Een gevel van een hoofdgebouw, niet zijnde de voor- of achtergevel.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 de afstand

De afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.

2.2 de dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.4 de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.5 de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken langs) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren).

2.8 de ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

2.9 peil
  • a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • b. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld;
  • c. Indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil.
2.10 ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Gemengd

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, waaronder tevens begrepen kamerbewoning (maximaal 2 personen per woning bij kamerbewoning);
  • b. bijzondere woonvormen;
  • c. aan huis verbonden beroepen en bedrijven zoals opgenomen in de als Bijlage 1 bij deze regels behorende Lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten;
  • d. bedrijfsmatige activiteiten en dienstverlening, zoals opgenomen in de als Bijlage 2 bij deze regels behorende Lijst van bedrijfsactiviteiten;
  • e. maatschappelijke voorzieningen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' tevens voor kleinschalige dagelijkse detailhandel, zoals buurt- of gemakswinkels, met een gezamenlijke maximale brutovloeroppervlakte van 250 m2;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' tevens voor horeca-gelegenheden uit categorie 1 en 2, met een gezamenlijke maximale brutovloeroppervlakte van 200 m2;
  • h. bovengrondse en ondergrondse parkeervoorzieningen, met dien verstande dat voldaan dient te worden aan het bepaalde in artikel 16.1;
  • i. (collectieve) (ondergrondse) energievoorzieningen, warmte- en koude opslagvoorzieningen alsmede overige duurzaamheidsvoorzieningen;

met daarbij behorende:

  • j. wegen en paden, waaronder vluchtroutes;
  • k. bermen en beplanting;
  • l. groenvoorzieningen en tuinen;
  • m. voorwerpen van beeldende kunst;
  • n. voorzieningen van algemeen nut;
  • o. waterhuishoudkundige voorzieningen, watergangen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;
  • p. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. Een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. De maximaal te bebouwen oppervlakte per bouwvlak, exclusief gebouwde parkeervoorzieningen, bedraagt niet meer dan het op de verbeelding weergegeven bebouwingspercentage;
  • c. Gebouwen mogen worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte en goothoogte zoals op de verbeelding is aangeduid ter plaatse van de aanduidingen 'maximum bouwhoogte (m)' en 'maximum goothoogte (m)';
  • d. In afwijking van het bepaalde onder a is de bouw van balkons en andere ondergeschikte bouwdelen van gebouwen buiten het bouwvlak toegestaan vanaf de 2e bouwlaag, waarbij:
    • 1. op de tweede bouwlaag de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt;
    • 2. vanaf de derde bouwlaag de overschrijding niet meer dan 4 meter bedraagt;
  • e. Bebouwing moet voldoen aan het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 5).
  • f. ter plaatsen van 'specifieke bouwaanduiding - 1' dienen gebouwen op tenminste drie locaties niet-aaneengesloten te zijn teneinde een verbinding te realiseren naar de collectieve hoven, waarbij de onbebouwde tussenruimte tussen gebouwen aan de volgende voorwaarden voldoet:
    • 1. op twee locaties bedraagt de onbebouwde tussenruimte tussen gebouwen tenminste 10 meter;
    • 2. op één locatie bedraagt de onbebouwde tussenruimte tussen gebouwen tenminste 6 meter;
    • 3. de locaties zijn aan drie verschillende zijden van het bouwvlak gesitueerd, waarvan tenminste één locatie aan de zijde van de centrale as.
3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. De minimale afstand van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde lichtmasten, tot aan de bestemming 'Verkeer' bedraagt 5 m.
  • b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen moet voldoen aan het beeldkwaliteitsplan en mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de openbaar gebied gekeerde gevels, c.q. het verlengde daarvan, niet meer dan 1 m mag bedragen.
  • c. De bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 0,3 meter boven de hoogte van de vloer van de eerste bouwlaag en deze overkapping moet achter de naar de weg gekeerde gevel worden opgericht.
  • d. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 20 m.
  • e. De bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst mag niet meer bedragen dan 10 m.
  • f. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen.
  • g. De maximaal te bebouwen oppervlakte per bouwvlak, exclusief gebouwde parkeervoorzieningen, bedraagt niet meer dan het op de verbeelding weergegeven bebouwingspercentage.
3.2.3 Bouwwerken uitgesloten

Ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten – bouwwerken' zijn de gronden niet aan te merken als achtererfgebied, zoals bedoeld in bijlage I, onder A (begrippen), van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

3.3 Nadere eisen
3.3.1 Plaats en afmeting bebouwing

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing binnen het plangebied:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van een goede milieusituatie;
  • d. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • e. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  • f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;
  • g. met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Bebouwingspercentage

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub b en een hoger bebouwingspercentage toestaan, mits:

  • a. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd blijft;
  • b. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • c. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  • d. de brandveiligheid en rampenbestrijding gewaarborgd blijven.
3.4.2 Bouwhoogte voorwerpen van beeldende kunst

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 sub f en een overschrijding van de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst toestaan, mits:

  • a. deze overschrijding niet meer dan 5 meter bedraagt;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd blijft;
  • c. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • d. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  • e. de brandveiligheid en rampenbestrijding gewaarborgd blijven.
3.4.3 Ondergeschikte bouwdelen en balkons

Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub d om de bouw van balkons en andere ondergeschikte bouwdelen op de 2e bouwlaag van gebouwen buiten het bouwvlak toe te staan, mits:

  • a. deze overschrijding niet meer dan 4 meter bedraagt;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd blijft;
  • c. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • d. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  • e. de brandveiligheid en rampenbestrijding gewaarborgd blijven.
3.5 Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Programma
  • a. op de gronden met de bestemming 'Gemengd' bedraagt het totaal gezamenlijk brutovloeroppervlakte (m2), exclusief ondergrondse bouwdelen van parkeervoorzieningen, maximaal 137.000 m2;
  • b. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt dat voor de functie wonen het volgende:
    • 1. Het aantal reguliere wooneenheden bedraagt niet meer dan 690;
    • 2. het aantal studentenwoningen bedraagt minimaal 180;
    • 3. Van de reguliere wooneenheden en studentenwoningen wordt minimaal 30% gerealiseerd als sociale huurwoning;
    • 4. Van de reguliere wooneenheden wordt minimaal 25% gerealiseerd als middensegment huur en/of betaalbare koop;
    • 5. Maximaal 5.000m2 bruto vloeroppervlakte betreft bijzondere woonvormen;
  • c. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt voor de 'niet-wonen' functies genoemd in lid 3.1 sub d tot en met g het volgende:
    • 1. de totale bruto vloeroppervlakte van deze functies bedraagt minimaal 22.000 m2 bvo, met dien verstande dat:
      • minimaal 8.000 m2 brutovloeroppervlakte moet worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen gericht op 'positieve gezondheid';
      • minimaal 5.000 m2 brutovloeroppervlakte moet worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen gericht op 'bewegen, ontspannen en verzorgen’;
    • 2. de totale bruto vloeroppervlakte van deze functies bedraagt maximaal 42.500 m2 bvo, waarvan 400 m2 is opgenomen in de enkelbestemming 'Groen' ten behoeve van het paviljoen, met dien verstande dat:

a: maximaal 39.150 m2 brutovloeroppervlakte mag worden gebruikt voor 'maatschappelijke voorzieningen', met dien verstande dat:

      • maximaal 14.650 m2 brutovloeroppervlakte mag worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen gericht op 'positieve gezondheid';
      • maximaal 11.500 m2 brutovloeroppervlakte mag worden gebruik voor maatschappelijke voorzieningen gericht op 'leren en innoveren';
      • maximaal 5.000 m2 brutovloeroppervlakte mag worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen gericht op 'bewegen, ontspannen en verzorgen'.
      • maximaal 3.000 m2 brutovloeroppervlakte mag worden gebruikt medisch en/of onderwijs gerelateerde kantoren;
      • maximaal 5.000 m2 brutovloeroppervlakte mag worden gebruikt voor medisch en/of onderwijs gerelateerde hotels;
      • het activiteiten in de categorie A van de Lijst van bedrijfsactiviteiten betreft;

b: maximaal 2.500 m2 brutovloeroppervlakte mag worden gebruikt voor 'bedrijfsmatige activiteiten', met dien verstande dat:

c: ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' mag maximaal 250 m2 brutovloeroppervlakte worden gebruikt voor 'detailhandel', met dien verstande dat:

      • uitsluitend sprake is van kleinschalige dagelijkse detailhandel, zoals buurt- of gemakswinkels;

d: ter plaatse van de aanduiding 'horeca' mag maximaal 200 m2 brutovloeroppervlakte worden gebruikt voor zelfstandige 'horeca' uit categorie 1 en 2;

  • d. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt voor parkeervoorzieningen, genoemd in lid 3.1 sub h, het volgende:
    • 1. de totale bruto vloeroppervlakte, exclusief ondergrondse bouwdelen, van deze functie bedraagt maximaal 27.000 m2 bvo.
  • e. De Mixed-Use-Index mag per bouwvlak niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangeven met de maatvoeringsaanduiding 'MXI', met dien verstande dat:
    • 1. bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen aangetoond moet zijn dat aannemelijk is dat de MXI, zoals aangegeven met de maatvoeringsaanduiding, bij het afronden van ontwikkeling in het aanduidingsvlak voldoet aan de opgenomen waarde voor MXI met de maatvoeringsaanduiding.
  • f. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen moet aangetoond zijn dat voldaan wordt aan de maximale oppervlaktecriteria van functies genoemd in artikel 3.5.1.
3.5.2 Aan huis gebonden beroepen

Het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteit is toegestaan in combinatie met het wonen, mits:

  • a. het bedrijven betreft welke genoemd zijn in Bijlage 1 Lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten;
  • b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • c. de beroeps- en/of bedrijfsoppervlakte maximaal 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en de bijgebouwen bedraagt, met een maximum van 50 m²;
  • d. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk door de bewoner(s) van het hoofdgebouw zelf worden uitgeoefend;
  • e. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten het woon- en leefklimaat niet onevenredig aantasten;
  • f. de woning en de bij de woning behorende bijgebouwen aan het Bouwbesluit c.q. de Bouwverordening blijven voldoen;
  • g. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten geen parkeeroverlast voor de directe (woon)omgeving veroorzaken of dat hierdoor geen extra parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn;
  • h. geen (overig) gevaar schade, hinder of overlast voor de (woon)omgeving ontstaat;
  • i. geen detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van detailhandel die ondergeschikt is aan en verband houdt met de ter plekke uitgeoefende kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • j. geen horeca-activiteiten worden uitgeoefend;
  • k. geen prostitutiebedrijf, seksinrichting of aanverwante activiteiten op erotisch en/of pornografisch gebied wordt/worden uitgeoefend.
3.5.3 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gebouwen en gronden voor:

  • a. prostitutie en/of seksinrichtingen;
  • b. casino's;
  • c. coffeeshops;
  • d. risicovolle inrichtingen;
  • e. supermarkten;
  • f. milieugevoelige objecten, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - milieuzone';
  • g. bovengrondse en ondergrondse parkeervoorzieningen, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - ondergronds bouwwerk uitgesloten'.
3.5.4 Nieuwe activiteiten en voorzieningen alleen met vergunning
  • a. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een nieuwe activiteit te starten of te wijzigen of een voorziening te realiseren zoals bedoeld in artikel 3.1.
  • b. De omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend als de aanvraag voldoet aan het in artikel 3.5.5 vastgelegde 'beoordelingskader vergunningaanvraag'.

3.5.5 Beoordelingskader vergunningaanvraag
  • a. Bebouwing binnen de bestemming 'Gemengd' voldoet aan de programmatische uitgangspunten en regels omtrent Mixed Use Index in artikel 3.5.1.
  • b. Gebruik van geluidgevoelige objecten is alleen toegestaan als de uitwendige scheidingsconstructie van de geluidbelaste gevels aan een binnenwaarde in de achterliggende geluidgevoelige vertrekken van maximaal 33 dB voldoet, waarbij voor de geluidbelasting de gecumuleerde geluidbelasting van wegverkeer inclusief 30 km/u wegen (Lcum) aangehouden is.
  • c. Ter hoogte van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd – voorwaardelijke verplichting' geldt het volgende beoordelingskader:
    • 1. uit akoestisch onderzoek blijkt dat binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van woningen of andere geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de volgende waarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau:
      • 35 dB(A) in de dagperiode;
      • 30 dB(A) in de avondperiode; en
      • 25 dB(A) in de nachtperiode.
    • 2. Indien sprake is van overschrijding van de grenswaarde, zijnde 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevel van een geluidsgevoelig object, door geluid afkomstig van VieCuri, is bij het bepalen van de geluidniveaus zoals hiervoor bedoeld ook rekening gehouden met cumulatie met wegverkeerslawaai, conform de cumulatiemethode uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012.
    • 3. uit akoestisch onderzoek blijkt dat binnen geluidsgevoelige ruimten dan wel verblijfsruimten van woningen of andere geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de volgende maximale geluidniveaus:
      • 55 dB(A) in de dagperiode;
      • 50 dB(A) in de avondperiode; en
      • 45 dB(A) in de nachtperiode.
  • d. De gebouwen mogen pas in gebruik genomen worden als voldaan wordt aan de maatregelen ten aanzien van natuurinclusief bouwen (en deze maatregelen ook duurzaam in stand worden gehouden) zoals opgenomen in Bijlage 3 en Bijlage 4 van de regels en voor zover dat niet mogelijk is, naar het oordeel van het bevoegd gezag, voldoende onderbouwd is dat alle mogelijkheden die redelijkerwijs kunnen worden getroffen, worden getroffen en het treffen van meer voorzieningen redelijkerwijs niet kan worden verlangd van de aanvrager.
  • e. De verkeersgeneratie van het binnen de bestemming 'Gemengd' gerealiseerde en vergunde programma, op basis van de gebruiksregels in artikel 3.1 en de programmatische uitgangspunten in artikel 3.5.1, bedraagt niet meer dan 6.525 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal.
  • f. Voor gebouwen met een bouwhoogte van tenminste 30 meter ten behoeve van woningen blijkt uit bezonningsonderzoek dat de (omliggende) woningen tenminste 2 uur zon per dag per woning hebben in de periode 21 april tot 21 augustus, met dien verstande dat als niet voldaan wordt aan deze norm mitigerende maatregelen worden genomen die naar het oordeel van het bevoegd gezag alsnog leiden tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
  • g. Voor gebouwen met een bouwhoogte van tenminste 30 meter blijkt uit windhinderonderzoek dat wordt voldaan aan tenminste een matig windklimaat, zoals beschreven in NEN 8100.
  • h. Voor het realiseren van waterbergingsvoorzieningen gelden de volgende voorwaarden:
    • 1. Hemelwatervoorzieningen dienen te worden gedimensioneerd op de maatgevende bui 100 mm in 24 uur per uur m2 verhard oppervlak;
    • 2. De bergingscapaciteit dient binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn;
    • 3. Bij een T=100 bui 70 mm in 1 uur mag geen schade ontstaan;
    • 4. Er mag als gevolg van (de berging van) hemelwater geen onaanvaardbare wateroverlast ontstaan voor aangrenzende percelen.
3.6 Afwijken van de gebruiksregels
3.6.1 Afwijken oppervlaktes programma

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.5.1 ten aanzien van de bruto vloeroppervlaktes van de functies zoals genoemd in 3.5.1 onder c2, sub a t/m d, mits:

  • a. de totale bruto vloeroppervlakte van de functies zoals genoemd in 3.5.1 sub a t/m c tezamen niet meer bedraagt dan 42.500 m² bruto vloeroppervlakte;
  • b. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • c. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd blijft;
  • d. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  • e. de sociale veiligheid gewaarborgd blijft;
  • f. de brandveiligheid en rampenbestrijding gewaarborgd blijven;
  • g. er een voldoende mix is van de niet-woonfuncties versus de woonfuncties.
3.6.2 Afwijken locatie horeca en detailhandel

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.5.1 zodat horeca en detailhandel óók buiten het aanduidingsgebied van de betreffende functieaanduidingen toelaatbaar is, mits:

  • a. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd blijft;
  • c. er een voldoende mix is van de niet-wonen functies versus de woonfuncties;
  • d. de op grond van artikel 3.5.1 sub c2 maximaal toegestane bruto vloeroppervlaktes niet worden overschreden.
3.6.3 Afwijken lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten en lijst van bedrijfsactiviteiten

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 en 3.5.1 en 3.5.2:

  • a. om activiteiten toe te laten die niet in de Lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover de betreffende activiteiten naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met activiteiten zoals opgenomen in de Lijst aan huis gebonden beroepen en bedrijfsactiviteiten, waarbij de activiteiten qua aard en omvang dienen te passen bij het karakter van het gebied, één en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag;
  • b. om activiteiten toe te laten die niet in de Lijst van bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover de betreffende activiteiten naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met activiteiten zoals opgenomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, waarbij de activiteiten qua aard en omvang dienen te passen bij het karakter van het gebied, één en ander ter beoordeling van het bevoegd gezag;
  • c. om activiteiten in categorie B van de Lijst van bedrijfsactiviteiten toe te laten, mits deze bouwkundig afscheiden is van woningen/andere gevoelige functies. Bouwkundig afgescheiden betekent dat de gebouwen los van elkaar dienen te staan of dat er andere bouwkundige voorzieningen getroffen zijn waardoor milieubelasting voorkomen wordt op vergelijkbare wijze als bij bouwkundige afscheiding. Bouwkundige voorzieningen om de milieubelasting te voorkomen zijn vergelijkbaar als bij bouwkundige afscheiding wanneer aan de volgende geluidsnormen wordt voldaan:
      07:00 - 19:00 uur   19:00 - 23:00 uur   23:00 - 07:00 uur  
    LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen   50 dB(A)   45 dB(A)   40 dB(A)  
    LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen   35 dB(A)   30 dB(A)   25 dB(A)  
    LArmax op de gevel van gevoelige gebouwen   70 DB(A)   65 dB(A)   60 dB(A)  
    LArmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen   55 dB(A)   50 dB(A)   45 dB(A)  
  • d. bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een activiteit dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, trillingen, geur, stof, gevaar, lucht en bodem, alsmede de diversiteit en het al dan niet continue karakter van de activiteit en de visuele hinder en de verkeersaantrekkende werking.

3.6.4 Afwijkingsbevoegdheid kamerverhuurbedrijf

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 ten aanzien van hetgeen in dit bestemmingsplan is bepaald met betrekking tot kamerbewoning, ten behoeve van een kamerverhuurbedrijf en zo kamergewijze bewoning voor meer dan 2 personen per woning toestaan, mits in het kader van een goed woon- een leefklimaat:

  • a. per kamer wordt voorzien in voldoende gebruiks- en leefoppervlakte;
  • b. wordt voorzien in voldoende stallingsruimte voor fietsen en wordt voorzien in voldoende bergruimte voor het opslaan van huishoudelijk afval;
  • c. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien;
  • d. het gebruik geen overlast voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt;
  • e. bij de beoordeling of wordt voldaan aan de onder a tot en met d beschreven voorwaarden wordt getoetst aan de 'Beleidsregel kamerverhuur, woningsplitsing en woningomzetting Venlo 2020' als vastgesteld door burgemeester en wethouders van Venlo op 18 februari 2020, met dien verstande dat wanneer deze beleidsregel wordt herzien, aanvragen worden getoetst aan de geldende beleidsregel ten tijde van het indienen van de aanvraag.

3.6.5 Afwijkingsbevoegdheid aanduiding milieuzone

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.5.3 sub f ten aanzien van hetgeen in dit bestemmingsplan is bepaald met betrekking tot het niet toestaan van milieugevoelige objecten in de zone 'specifieke vorm van gemengd - milieuzone', mits:

  • a. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd blijft;
  • c. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  • d. de sociale veiligheid gewaarborgd blijft;
  • e. de brandveiligheid en rampenbestrijding gewaarborgd blijven;
  • f. er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
  • g. mits de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven niet onevenredig wordt geschaad.
3.6.6 Afwijkingsbevoegdheid Mixed-Use-Index

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.5.1 sub e ten aanzien van hetgeen in dit bestemmingsplan is bepaald met betrekking tot de Mixed-Use-Index per bouwvlak, waarbij de maatvoeringsaanduiding 'MXI' met maximaal 10%-punt verhoogd of verlaagd mag worden, mits:

  • a. de Mixed-Use-Index per bouwvlak niet meer bedraagt dan 95%;
  • b. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • c. de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving gewaarborgd blijft;
  • d. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  • e. de sociale veiligheid gewaarborgd blijft;
  • f. de brandveiligheid en rampenbestrijding gewaarborgd blijven;
  • g. er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
  • h. er een voldoende mix is van de niet-woonfuncties versus de woonfuncties;
  • i. er voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.1, en er geen belemmeringen inzake de verkeersafwikkeling optreden.

Artikel 4 Groen

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. plantsoenen;
  • b. groenvoorzieningen;
  • c. bermen en beplanting;
  • d. parken;
  • e. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;
  • f. wegen en paden, waaronder vluchtroutes;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - paviljoen' voor een horeca-gelegenheid uit categorie 1 en/of 2, met een bruto vloeroppervlakte van maximaal 400 m2;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - ondergronds bouwwerk', voor een ondergrondse parkeervoorzieningen, met dien verstande dat voldaan dient te worden aan het bepaalde in artikel 16.1;
  • i. parkeren, met inachtneming van het gestelde in artikel 4.3 en artikel 4.4;

met daaraan ondergeschikt:

  • j. verhardingen;
  • k. speelvoorzieningen;
  • l. hondenuitlaatplaatsen;
  • m. kunstwerken;

met de daarbij behorende:

  • n. voorzieningen van algemeen nut.
4.2 Bouwregels
4.2.1 Paviljoen

Voor het bouwen van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - paviljoen' gelden de volgende regels:

  • a. het gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het gebouw heeft een bruto vloeroppervlakte van maximaal 400 m2;
  • c. het gebouw mag worden gebouwd tot een maximale bouwhoogte en goothoogte zoals op de verbeelding is aangeduid ter plaatse van de aanduidingen 'maximum bouwhoogte (m)' en 'maximum goothoogte (m)';
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen;
  • b. overkappingen zijn niet toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde sub a mag de hoogte van lichtmasten niet meer dan 12 m bedragen.
4.2.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan:

  • a. de plaats en de afmetingen van de bebouwing,
    • 1. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • 2. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
    • 3. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
    • 4. ter waarborging van de sociale veiligheid;
    • 5. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;
  • b. met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
4.3 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval verstaan het gebruik van de gebouwen en gronden voor:

  • a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste en vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • c. parkeren van gemotoriseerde voertuigen, met uitzondering van:
    • 1. tijdelijk parkeren van gemotoriseerde voertuigen gedurende de realisatiefase, voor een maximale periode van 15 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, totdat de permanente (gebouwde) parkeervoorzieningen gereed zijn.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1 Afwijkingsbevoegdheid parkeren op maaiveld

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 sub i en artikel 4.3 sub c ten aanzien van hetgeen in dit bestemmingsplan is bepaald met betrekking tot het parkeren van gemotoriseerde voertuigen, mits:

  • a. het parkeren van deelauto's, voertuigen van minder validen, voertuigen voor bevoorrading en/of voertuigen ten behoeve van professionele zorg- of hulpverleners die regelmatig te maken hebben met acute (medische) situaties betreft;
  • b. de verkeersveiligheid gewaarborgd blijft;
  • c. er geen sprake is van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • d. er geen sprake is van onevenredige aantasting van het mobiliteitsconcept.

Artikel 5 Maatschappelijk

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs': onderwijs;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'verenigingsleven': een jeugdvereniging.

met daaraan ondergeschikt:

  • c. wegen en paden;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. parkeervoorzieningen;

met de daarbij behorende:

  • f. gebouwen;
  • g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  • b. het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' is aangegeven;
  • c. de goothoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is aangegeven;
  • d. de bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 m mag bedragen;
  • b. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat er slechts 1 overkapping per bouwperceel mag worden gerealiseerd, de oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen en deze achter de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw wordt opgericht;
  • c. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer dan 12 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2,5 m bedragen.
5.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:

  • a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
  • b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
  • c. ter waarborging van een goede milieusituatie;
  • d. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
  • e. ter waarborging van de sociale veiligheid;
  • f. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding;
  • g. met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
5.4 Afwijken van de bouwregels
5.4.1 Algemeen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 5.2.1 sub a en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:

  • a. de oppervlakte van gebouwen buiten het bouwvlak niet meer bedraagt dan 10% van de oppervlakte van het bouwvlak per bouwperceel;
  • b. de afstand tot de perceelsgrens niet minder dan 3 m bedraagt;
  • c. de bouwhoogte niet meer dan 4 m bedraagt, met dien verstande dat indien de maximale bouwhoogte van gebouwen gelegen op hetzelfde bouwperceel als bedoeld in lid 9.2.1 sub d minder bedraagt dan 4 m, de maximale bouwhoogte niet meer mag bedragen dan deze hoogte.
5.4.2 Criteria

De in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
5.5 Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in elk geval verstaan het gebruik van de gebouwen en gronden voor:

  • a. een ambachtelijk, industrieel, handels en/of horecabedrijf;
  • b. prostitutie en/of seksinrichtingen;
  • c. coffeeshops.

Artikel 6 Water

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. waterberging;
  • b. waterhuishouding en ecologische natuurwaarden;
  • c. waterlopen en daarbij behorende oevervoorzieningen;
  • d. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen.
6.3 Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gebouwen en gronden als standplaats voor kampeermiddelen.

Artikel 7 Waarde - Begrenzing vindplaats archeologie

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Begrenzing vindplaats archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de in deze gronden voorkomende archeologische vindplaatsen.

Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte bestemmingen binnen de gebieden met de dubbelbestemming ' Waarde - Begrenzing vindplaats archeologie' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien, gehoord de gemeentelijke archeoloog en/of de beleidsadviseur monumenten van de gemeente Venlo, het verenigbaar is met het belang van het cultuurhistorisch waardevol gebied.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Bouwen

Er mag slechts worden gebouwd indien:

  • a. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming en;
  • b. de bebouwing aantoonbaar niet leidt tot verstoring van archeologische waarden.
7.2.2 Verstoring archeologisch materiaal

Geen verstoring van archeologisch materiaal in de zin van 7.2.1 onder b vindt plaats indien:

  • a. de ingre(e)p(en) word(t)(en) verricht op minder dan 40 cm onder het maaiveld;
  • b. het bouwplan of bouwplannen uitsluitend betrekking heeft of hebben op verandering of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwde oppervlakte gehandhaafd blijft en de bestaande fundering niet wordt gewijzigd en/of uitgebreid;
  • c. op basis van een archeologisch rapport zoals gesteld in de op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldige Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en het op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldige cultuurhistorische beleid van de gemeente is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
7.2.3 Voorwaarden archeologisch verstoring

Indien uit het onder lid 7.2.2 onder c bedoelde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van nader archeologisch onderzoek, waaronder opgravingen conform de op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;
  • c. de verplichting de activiteit die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
7.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 7.2.1 indien:

  • a. de archeologische waarden niet worden aangetast;
  • b. de nieuwbouw binnen de archeologische waarden past, dan wel een kwalitatieve bijdrage levert aan de genoemde waarden;
  • c. de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld tot nihil.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1 Verbod

Het is verboden op of in gronden welke zijn bestemd als van 'Waarde - Begrenzing vindplaats archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:

  • a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodem verlagen, egaliseren, afgraven of ophogen;
  • b. het vellen, rooien of aanleggen van diepwortelende beplantingen en/ of bomen, inclusief het verwijderen van stobben;
  • c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend worden woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
  • d. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
  • f. het graven, aanleggen, verbreden, vergroten of dempen van sloten, greppels, watergangen, vijvers of vaarten;
  • g. het slopen van bestaande opstallen beneden de 30 cm boven maaiveld, en het verwijderen van funderingen.
7.4.2 Uitzonderingen

Het verbod als bedoeld in lid 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebbend op normaal onderhoud en beheer;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
  • d. minder diep reiken dan 0,40 meter onder het maaiveld en waarbij geen grond blijvend wordt afgevoerd;
  • e. archeologisch onderzoek betreffen.
7.4.3 Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden

De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar mits:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in lid 7.1 genoemde doeleinden;
  • b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de archeoloog van de gemeente Venlo.
7.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming Waarde - Begrenzing vindplaats archeologie (geheel of gedeeltelijk) van de verbeelding wordt verwijderd, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt advies ingewonnen bij de archeoloog van de gemeente Venlo.

Artikel 8 Waarde - Hoge of middelhoge archeologische verwachting

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Waarde - Hoge of middelhoge archeologische verwachting aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Bouwen

Er mag slechts worden gebouwd indien:

  • a. bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming en;
  • b. het bouwplangebied de oppervlakteondergrens van 0 m² van het betreffende archeologische waardegebied niet overschrijdt;
  • c. bij overschrijding van de onder b bedoelde ondergrenzen, de bebouwing aantoonbaar niet leidt tot verstoring van archeologische waarden.
8.2.2 Verstoring archeologisch materiaal

Geen verstoring van archeologisch materiaal in de zin van 8.2.1 onder c vindt plaats indien:

  • a. de ingre(e)p(en) word(t)(en) verricht op minder dan 40 cm onder het maaiveld;
  • b. het bouwplan of bouwplannen uitsluitend betrekking heeft of hebben op verandering of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwde oppervlakte gehandhaafd blijft en de bestaande fundering niet wordt gewijzigd en/of uitgebreid;
  • c. op basis van een archeologisch rapport zoals gesteld in de op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldige Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en het op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldige cultuurhistorische beleid van de gemeente is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
8.2.3 Voorwaarden archeologisch verstoring

Indien uit het onder lid 8.2.2 onder c bedoelde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden zullen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van nader archeologisch onderzoek, waaronder opgravingen conform de op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties;
  • c. de verplichting de activiteit die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de op het moment van ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan geldende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie en door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
8.2.4 Voorwaarden vergunning

De regels als bedoeld in lid 8.2.3 kunnen alleen aan de omgevingsvergunning worden verbonden indien:

  • a. de bouwwerkzaamheden plaatsvinden binnen een gebied dat een omvang heeft van minimaal 0 m² en;
  • b. de ingre(e)p(en) word(t)(en) verricht op meer dan 40 cm onder het maaiveld.
8.3 Afwijken van de bouwregels

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 8.2.1 indien:

  • a. de archeologische waarden niet worden aangetast;
  • b. de nieuwbouw binnen de archeologische waarden past, dan wel een kwalitatieve bijdrage levert aan de genoemde waarden;
  • c. de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld tot nihil.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
8.4.1 Verbod

Het is verboden op of in deze gronden met de bestemming Waarde - Hoge of middelhoge archeologische verwachting zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodem verlagen, egaliseren, afgraven of ophogen;
  • b. het vellen, rooien of aanleggen van diepwortelende beplantingen en/ of bomen, inclusief het verwijderen van stobben;
  • c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend worden woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage;
  • d. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
  • f. het graven, aanleggen, verbreden, vergroten of dempen van sloten, greppels, watergangen, vijvers of vaarten;
  • g. het slopen van bestaande opstallen beneden de 30 cm boven maaiveld, en het verwijderen van funderingen.
8.4.2 Uitzonderingen

Het verbod van sublid 8.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. betrekking hebbend op normaal onderhoud en beheer;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
  • d. minder diep reiken dan 0,40 meter onder het maaiveld en waarbij geen grond blijvend wordt afgevoerd;
  • e. archeologisch onderzoek betreffen.
8.4.3 Toelaatbaarheid werken of werkzaamheden

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar mits:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in lid 8.1 genoemde doeleinden;
  • b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de archeoloog van de gemeente Venlo.
8.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming Waarde - Hoge of middelhoge archeologische verwachting (geheel of gedeeltelijk) van de verbeelding wordt verwijderd, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt advies ingewonnen bij de archeoloog van de gemeente Venlo.

Artikel 9 Waterstaat - Bescherming watergang

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Bescherming watergang' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, tevens bestemd voor:

  • a. beheer en onderhoud van de in het plangebied gelegen watergang;
  • b. de bescherming van de ecologische waarden van de watergang.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag alleen worden gebouwd, ten behoeve van deze bestemming.

9.2.2 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel:

  • a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen.
9.3 Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de watergang, worden afgeweken van:

  • a. het bepaalde in lid 9.2.1 en toestaan dat de in de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, mits vooraf advies wordt ingewonnen van het betreffende waterschap en de Keur van het waterschap in acht wordt genomen.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 Algemene bouwregels

11.1 Algemene bepaling over bestaande afstanden en andere maten

Voor bestaande afstanden en andere maten gelden de volgende regels:

  • a. indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden.
  • b. in die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden.
11.2 Algemene bepalingen m.b.t. ondergronds bouwen
11.2.1 Ondergrondse werken

Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.

11.2.2 Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels:

  • a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak.
  • b. het oppervlak aan ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan het toegestane oppervlak aan bouwwerken boven peil vermeerderd met 15 m².
  • c. in afwijking van het bepaalde onder a en b, mogen ondergrondse bouwwerken ten behoeve van parkeren wel worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van groen - ondergronds bouwwerk' en 'specifieke vorm van gemengd - ondergronds bouwwerk'.
  • d. in afwijking van het bepaalde onder a en b, mogen ondergrondse bouwwerken niet worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - ondergronds bouwwerk uitgesloten'.
  • e. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 10 meter onder peil.
  • f. bij het berekenen van de blijkens de digitale verbeelding of deze regels geldende bebouwingspercentages, of van het in deze regels maximaal te bebouwen oppervlak, wordt de oppervlakte van ondergrondse gebouwen mede in aanmerking genomen.

Artikel 12 Algemene gebruiksregels

Het is verboden de in de Artikel 3, 4, 5 en 6 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de bestemmingsomschrijving.

Artikel 13 Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken, bij omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, bouwhoogtes, percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen, bouwhoogtes en percentages, met dien verstande dat niet mag worden afgeweken van de in deze regels opgenomen maximale vierkante meters programma;
  • b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geven;
  • c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft;
  • d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m, met uitzondering van erfafscheidingen;
  • e. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits:
    • 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen;
    • 2. de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen.
  • f. de bestemmingsregels ten behoeve van het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, (glas)containers, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, mits:
    • 1. de oppervlakte niet meer dan 15 m2 bedraagt;
    • 2. de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt;
    • 3. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 10 meter mag bedragen;
    • 4. uit een bodemonderzoek is gebleken dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik.

Artikel 14 Algemene wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van:

  • a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein;
  • b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft;
  • c. de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;
  • d. het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij wordt verwezen naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

Artikel 15 Algemene procedureregels

15.1 Procedure nadere eisen

Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Artikel 16 Overige regels

16.1 Parkeren
16.1.1 Parkeren, laden en lossen
  • a. bij nieuwbouw, verbouw of wijziging van het gebruik dient de inrichting van de gronden zodanig plaats te vinden dat ten behoeve van parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand gehouden in, op of onder het gebouw, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, dan wel in een centrale parkeervoorziening binnen het plangebied;
  • b. aan het bepaalde in sub a wordt geacht te zijn voldaan indien bij verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' en/of wijzigen van het gebruik vast staat dat:
    • 1. de parkeervraag van het betreffende gebied en de betreffende functie(s) ten minste overeenkomt met het parkeeraanbod dat voor het betreffende gebied en de betreffende functie(s) benodigd is, overeenkomstig de parkeernormen zoals vastgelegd in bijlage 6; en
    • 2. de totale parkeervraag van de functies in de bestemmingen 'Gemengd' en 'Groen' niet meer bedraagt dan 1.172 parkeerplaatsen.
  • c. de in sub a bedoelde ruimte voor het parkeren van auto’s, inclusief de rijwegen om deze ruimten te bereiken, moeten redelijkerwijs bereikbaar zijn per auto en onafhankelijk van andere parkeerruimten kunnen functioneren. Voorts moet deze ruimte afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's;
  • d. indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in de behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, dan wel in een centrale voorziening binnen het plangebied.
16.1.2 Afwijken
  • a. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 16.1.1 indien wordt voorzien in de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte, die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld in 16.1.1, daarbij rekening houdend met de reeds bestaande bebouwing ter plaatse en de mogelijkheid van dubbelgebruik.
  • b. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 16.1.1 sub b onder 1 en worden toegestaan dat in minder parkeerplaatsen wordt voorzien dan is voorgeschreven in de parkeernormen zoals vastgelegd in bijlage 6, indien:
    • 1. uit monitoring blijkt dat er restcapaciteit is in het bestaande parkeeraanbod in het plangebied; en
    • 2. gemotiveerd kan worden dat de parkeervraag van functies in de praktijk geringer is dan op grond van de parkeernormen zoals vastgelegd in bijlage 6.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 17 Overgangsrecht

17.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
17.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 18 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Veilingterrein Venlo'