direct naar inhoud van Artikel 16 Algemene ontheffingsregel
Plan: Bedrijventerrein De Horsel
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0951.NUbpDeHorsel-VA01

Artikel 16 Algemene ontheffingsregel

16.1 Ontheffing kleine overschrijdingen
16.1.1 Ontheffing

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels ontheffing kan worden verleend, zijn burgemeester en wethouders bevoegd ontheffing te verlenen van de desbetreffende bepalingen van het plan voor:

  • a. het afwijken van de toegelaten maximale maten ten aanzien van goot- en bouwhoogten, bebouwingspercentages, bouwperceelsgrensafstanden met ten hoogste 10 %;
  • b. geringe afwijkingen c.q. overschrijdingen van de op de plankaart aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en dwarsprofielen, welke in het belang zijn van de ruimtelijke ontwikkeling, danwel noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein;
  • c. het oprichten van voorzieningen ten dienste van het ontvangen van radio- en televisiesignalen, voorzover deze voorzieningen van geringe horizontale afmetingen zijn en mits de hoogte niet meer bedraagt dan maximaal 15 meter voor antennes voor privégebruik en maximaal 30 meter voor antennes voor gemeenschappelijk gebruik.
16.1.2 Voorwaarden situering

Burgemeester en wethouders kunnen bij de verlening van de ontheffing voorwaarden stellen ten aanzien van de situering van de in 16.1 onder c bedoelde bouwwerken en voorzieningen, teneinde een ruimtelijk verantwoorde plaatsing ten opzichte van de omgeving te waarborgen.

16.1.3 Verlening

Een in 16.1 genoemde ontheffing kan slechts worden verleend indien:

  • a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden hierdoor niet onevenredig worden aangetast;
  • b. de procedureregel als genoemd in in acht wordt genomen.
16.2 Ontheffing bebouwingsvrije zone en overlegzone

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 14.1, teneinde bouwwerken toe te staan die op grond van de overige bepalingen van dit bestemmingsplan mogen worden gebouwd, mits:

  • a. de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad;
  • b. burgemeester en wethouders voordat zij de ontheffing verlenen, de wegbeheerder hebben gehoord.
16.3 Ontheffing ondergrondse parkeergarage

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in Artikel 4 en Artikel 5 van dit bestemmingsplan, teneinde binnen de bestemmingen Bedrijventerrein - Ien Bedrijventerrein - II buiten het bouwvlak een ondergrondse parkeergarage toe te staan, mits de parkeergarage in zijn geheel onder het maaiveld is gelegen.