direct naar inhoud van Artikel 5 Bedrijventerrein - II
Plan: Bedrijventerrein De Horsel
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0951.NUbpDeHorsel-VA01

Artikel 5 Bedrijventerrein - II

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving

De voor "bedrijventerrein - II" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven;
  • b. een brandstoffenverkooppunt zonder verkoop van LPG, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg";
  • c. een brandstoffenverkooppunt met bijbehorende verkoop van LPG, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen met lpg";
  • d. de opslag van grondstoffen voor de grondstoffenwinning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "opslag";
  • e. detailhandel;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. wegen, voet- en fietspaden;

één en ander met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en voorzieningen zoals tuinen, erven, groen- en parkeervoorzieningen, en conform de regels in de nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving.

5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
a Bedrijfscategorie

binnen deze bestemming zijn uitsluitend bedrijven toegestaan voorzover deze voorkomen in categorie 2, 3.1, 3.2, 4.1 of 4.2 van de als bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten, alsmede na ontheffing op grond van 5.5.1. bedrijven die opgenomen zijn in een hogere milieucategorie en deze bedrijven naar aard, milieubelasting en ruimtelijke impact (verkeersaantrekkende werking, ruimtebeslag, aantal arbeidsplaatsen e.d.) vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven.

b Groothandel

In afwijking van het bepaalde onder a. zijn groothandelsbedrijven uitsluitend toegestaan na verlening van ontheffing als opgenomen in 5.5.3, met dien verstande dat de bestaande groothandelsbedrijven zijn toegestaan.

c Geluidszoneringsplihtige inrichtingen

geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn niet toegestaan.

d Bevi-inrichtingen

bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan.

e Kantoren

binnen deze bestemming zijn uitsluitend onzelfstandige kantoren in ondergeschikte vorm toegestaan.

f Buitenopslag

buitenopslag is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de op grond van dit artikel toegestane bedrijvigheid, binnen het bouwvlak en achter het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw. Buitenuitstalling is uitsluitend toegestaan voor bedrijven met als hoofdactiviteit de verkoop van auto's, caravans, boten of bestratingsmateriaal ten behoeve van het bestaande bestratingsbedrijf.

g Reclame-uitingen

reclamezuilen, reclamemasten en reclame-uitingen als bouwwerk op een gebouw zijn niet toegestaan.

h Detailhandel

detailhandel is niet toegestaan, behoudens:

  • 1. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit;
  • 2. detailhandel in volumineuze goederen in de vorm van verkoop:

van auto's, boten en caravans, keukens, meubels en woninginrichting,

bouwmarkten en tuincentra, uitsluitend na verlening van ontheffing als

opgenomen in 5.5.3;

  • 3. bestaande detailhandelsactiviteiten.
i Parkeergelegenheid

op eigen terrein dient voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn.

j Veiligheidszone – lpg1

ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone – lpg1", zijnde de plaatsgebonden risicocontour van het lpg-vulpunt, zijn geen bedrijfswoningen, geen onzelfstandige kantoren en geen enkele vorm van detailhandel of overige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toegestaan.

k Veiligheidszone – lpg2

ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone – lpg2", is een verandering van bedrijfsactiviteiten, een functieverandering of een nieuwvestiging van een bedrijf uitsluitend toegestaan na verlening van ontheffing als opgenomen in 5.5.2.

l Veiligheidszone - A76

Ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone-A76" is een verandering van bedrijfsactiviteiten, een functieverandering of een nieuwvestiging van een bedrijf uitsluitend toegestaan na verlening van ontheffing als opgenomen in 5.5.2.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Uitsluitend zijn toegestaan gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming.

5.2.2 Bouwverbod "veiligheidszone - lpg2"

In afwijking van het hiernavolgende mag niet worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone – lpg2", te weten het invloedsgebied van het lpg-vulpunt, met dien verstande dat bouwwerken die de veiligheid bevorderen, wel zijn toegestaan.

5.2.3 Gebouwen

Voor gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak";
  • b. het bouwvlak wordt per bouwperceel voor minimaal 40% bebouwd, tot maximaal het ter plaatse van de aanduiding "maximum bebouwingspercentage" aangegeven bebouwingspercentage;
  • c. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de zijdelingse bouwperceelsgrenzen bedraagt tenminste 2 m;
  • d. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding "maximale bebouwingshoogte" is aangegeven;
  • e. ter plaatse van de aanduidingen "bebouwingsvrije zone" en "overlegzone" is het bepaalde in 14.1 Bebouwingsvrije zone en Overlegzone van toepassing.
5.2.4 Bedrijfswoningen

In aanvulling op het voorgaande gelden voor bedrijfswoningen de volgende regels:

  • a. de bouw van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan;
  • b. bestaande bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning";
  • c. bestaande bedrijfswoningen mogen worden verbouwd, vervangen en tot maximaal 15 % van de bestaande oppervlakte van de betreffende bedrijfswoning worden uitgebreid, waarbij het volgende in acht moet worden genomen;
  • 1. de inhoud per bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan maximaal 800 m3;
  • 2. in afwijking van het bepaalde in 5.2.3. onder . mag de goothoogte van de bedrijfswoning niet meer bedragen dan 7 m;
  • 3. de totale bebouwde oppervlakte van bijgebouwen bij de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 80 m2 en de goothoogte van de bijgebouwen niet meer dan 3 m.
5.2.5 Gebouwen van openbaar nut

Voor gebouwen van openbaar nut gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • b. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m2.
5.2.6 Ondergronds bouwen

Ondergronds bouwen is uitsluitend mogelijk op gronden waar gebouwen toegestaan zijn, tot op een diepte van 5 m gerekend vanaf het peil.

5.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen qua aard en afmetingen te passen bij de toegelaten bestemming;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag binnen het bouwvlak niet meer bedragen dan 6 m, met uitzondering van:
    • 1. schoorstenen, silo's en andere voor bedrijven noodzakelijke bouwwerken, waarbij een maximale hoogte van 12 m is toegestaan;
    • 2. erfafscheidingen, waarbij een maximale hoogte van 2 m is toegestaan;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag buiten het bouwvlak niet meer bedragen dan 2 m;
  • d. er zijn niet meer dan 2 vlaggenmasten per bouwperceel toegestaan;
  • e. ter plaatse van de aanduiding "silo" mag de maximale bouwhoogte ten behoeve van silo's 24 m bedragen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding "silo" mag de bouwhoogte van de bestaande schoorsteen maximaal 25 m bedragen;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder b en c mag de bouwhoogte van wegbewijzeringen en lichtmasten niet meer bedragen dan 8 m bedragen
  • h. reclamezuilen, reclamemasten en andere reclame-uitingen zijn niet toegestaan vóór de voorgevel, alsmede het verlengde daarvan;
  • i. in afwijking van sub h zijn reclamezuilen voor de voorgevel toegestaan mits ze voldoen aan de volgende eisen:
    • 1. de reclamezuilen zijn gesitueerd bij de toegang van het perceel;
    • 2. de oppervlakte van een reclamezuil bedraagt niet meer dan 1,5 m²;
    • 3. de breedte van een reclamezuil bedraagt niet meer dan 1,5 m;
    • 4. de hoogte van een reclamezuil bedraagt niet meer dan 2 m.
  • j. ter plaatse van de aanduidingen "bebouwingsvrije zone" en "overlegzone" is het bepaalde in 14.1 Bebouwingsvrije zone en Overlegzone van toepassing.
5.2.8 Afwijkingenregeling

In afwijking van het voorgaande geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dat, indien en voorzover de bestaande bouwhoogte de voorgeschreven bouwhoogte overschrijdt, de bestaande maatvoering is toegestaan.

5.2.9 Situering lpg-vulpunt en ondergronds reservoir

Het lpg-vulpunt en het ondergrondse reservoir ten behoeve van de aanlevering van lpg, zijn uitsluitend toegestaan op de bestaande locatie. Verplaatsing is uitsluitend mogelijk nadat burgemeester en wethouders een ontheffing als bedoeld in 5.3.4 hebben verleend.

5.3 Ontheffing van de bouwregels
5.3.1 Ontheffing bouwen binnen "veiligheidszone - lpg2"

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 5.2.2 teneinde bouwwerken toe te staan ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone – lpg2", met dien verstande dat het bouwen uitsluitend is toegestaan als voldaan wordt aan de wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Daarbij wordt een verantwoording gegeven van het groepsrisico in het invloedsgebied van het lpg-vulpunt.

5.3.2 Ontheffing nutsgebouwen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing verlenen van het bepaalde in 5.2.5. teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van grotere nutsvoorzieningen toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m;
  • b. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m2;
  • c. de ontheffing mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen;
  • d. de ontheffing leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
5.3.3 Ontheffing bouwhoogte

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 5.2.3 sub d, teneinde de geldende bouwhoogte te verhogen tot 12 m, mits wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en/of bouwwerken worden niet onevenredig aangetast;
  • b. de verhoging is noodzakelijk in verband met de aard van het bedrijf, danwel vanwege bedrijfseconomische of andere bedrijfsomstandigheden.
5.3.4 Ontheffing situering lpg-vulpunt en ondergronds reservoir

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing als bedoeld in 5.2.9 verlenen, teneinde het lpg-vulpunt en / of het ondergrondse reservoir te verplaatsen.

Voor het verplaatsen van het ondergrondse reservoir geldt de volgende voorwaarde:

  • a. de plaatsgebonden risicocontour van het ondergrondse reservoir blijft na de verplaatsing binnen de perceelsgrenzen van het bedrijf ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen met lpg".

Voor het verplaatsen van het lpg-vulpunt geldt de volgende voorwaarde:

  • b. de plaatsgebonden risicocontour van het lpg-vulpunt komt voor een groter gedeelte te liggen binnen de perceelsgrenzen van het bedrijf ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen met lpg".
5.3.5 Ontheffing accent hoek Industriestraat en Daelderweg

Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in 5.2.3teneinde ter plaatse van het bestemmingsvlak dat aan de noordzijde begrensd wordt door de Industriestraat en aan de westzijde door de Daelderweg met overschrijding van het bouwvlak en de maximale bouwhoogte de bouw van een accent mogelijk te maken, mits:

  • a. de afstand van het accent tot de Industriestraat tenminste 14 meter bedraagt;
  • b. de overschrijding van het bouwvlak niet meer dan 7 m bedraagt;
  • c. de oppervlakte van het accent niet meer dan 375 m² bedraagt;
  • d. de bouwhoogte van het accent niet meer dan 15 m bedraagt;
  • e. de zijde van het accent dat evenwijdig loopt aan de Industriestraat niet langer is dan 30 m;
  • f. de zijde van het accent dat evenwijdig loopt aan de Daelderweg niet langer is dan 20 m.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 LPG-vulpunt

Het vulpunt, als bedoeld in 5.1.2 sub d mag uitsluitend worden gevuld buiten de openingstijden van de detailhandelsvestigingen, die zijn gesitueerd ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone – lpg2".

5.5 Ontheffing van de gebruiksregels
5.5.1 Toestaan vergelijkbare bedrijven

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 5.1.2. sub a voor het toestaan van bedrijven die niet zijn opgenomen in de als bijlage toegevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten danwel opgenomen zijn in een hogere milieucategorie en deze bedrijven naar aard en milieubelasting en ruimtelijke impact (verkeersaantrekkende werking, ruimtebeslag, aantal arbeidsplaatsen e.d.) vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat is niet toegestaan;
  • b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken plaats.
5.5.2 Toestaan functieverandering binnen "veiligheidszone - lpg2" en "veiligheidszone-A76"

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 5.1.2 sub k en l voor het toestaan van een verandering van bedrijfsactiviteiten, functieverandering of nieuwvestiging van een bedrijf ter plaatse van de aanduiding "veiligheidszone – lpg2" en/of "veiligheidszone-A76", met dien verstande dat de verandering uitsluitend is toegestaan als voldaan wordt aan de wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Daarbij wordt een verantwoording gegeven van het groepsrisico.

5.5.3 Toestaan detailhandel in volumineuze goederen en groothandels bedrijven

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in 5.1.2 sub b en/of sub h onder 2 voor het toestaan van groothandelsbedrijven en/of detailhandel in volumineuze goederen in de vorm van verkoop van auto's, boten en caravans, keukens, meubels en woninginrichting, bouwmarkten en tuincentra, met dien verstande dat groothandelsbedrijven en/of detailhandel in volumineuze goederen uitsluitend zijn toegestaan als voldaan wordt aan de wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Daarbij wordt een verantwoording gegeven van het groepsrisico in het invloedsgebied van het lpg-vulpunt.

5.6 Wijzigingsbevoegdheid
5.6.1 Vervallen aanduiding "opslag"

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, ten behoeve van de gronden ter plaatse van de aanduiding "Wro-zone – wijzigingsgebied 1", de aanduiding "opslag" te laten vervallen en op deze gronden een bouwvlak op te nemen, één en ander met inachtneming van de volgende regels:

  • a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • b. de bebouwingsregels uit dit artikel zijn onverkort van toepassing op het nieuw op te nemen bouwvlak;
  • c. uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie;
  • d. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige verslechtering van de normale verkeersafwikkeling of van de parkeersituatie in de omgeving, gelet op de stedenbouwkundige structuur hiervan;
  • e. er wordt voldaan aan de wet- en regelgeving ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Daarbij wordt een verantwoording gegeven van het groepsrisico in het invloedsgebied van het lpg-vulpunt, alsmede in het invloedsgebied van de snelweg A76;
  • f. voldaan dient te worden aan de wettelijke eisen inzake luchtkwaliteit;
  • g. aangetoond wordt dat archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast.