direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Lückerheide
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0928.TAMLuckerheide-Vg01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie Lückerheide. Dit TAM-omgevingsplan vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) van het omgevingsplan van de gemeente Kerkrade.

Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

Leeswijzer

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Kerkrade.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige van toepassing op dit plan.

1.1 plan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Lückerheide met identificatienummer NL.IMRO.0928.TAMLuckerheide-Vg01 van de gemeente Kerkrade.

1.2 TAM-omgevingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0928.TAMLuckerheide-Vg01 met de bijbehorende regels.

1.3 locatievlak

Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.

1.4 aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 bebouwing

Één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.7 bebouwingspercentage

Een percentage ter plaatse van de aanduiding of in de regels aangegeven, dat de grootte van het bouwperceel of bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd.

1.8 bestaand
  • Bebouwing: aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, dan wel die op dat tijdstip op basis van een afgegeven vergunning mag worden gebouwd, tenzij de regels anders bepalen;
  • Gebruik: het gebruik van gronden en bouwwerken, zoals dat bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
1.9 bevoegd gezag

Bevoegd gezag als bedoeld in de Omgevingswet (als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Kerkrade voor omgevingsplanactiviteiten).

1.10 bouw(vlak)grens

De grens van een bouwvlak.

1.11 bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige bij elkaar horende bebouwing is toegelaten.

1.12 bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.13 detailhandel

Het bedrijfsmatig aan particulieren te koop of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop of ten verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aan-wending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; horeca-activiteiten zijn hieronder niet begrepen.

1.14 dienstverlening

Bedrijfsmatige activiteiten waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van publieksgerichte, administratieve, zakelijke of financiële diensten, zoals wasserette, kapsalon, schoonheidssalon, autorijschool, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, postkantoor, telefoon- en internetdiensten, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopieerservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, reparatiebedrijf voor muziekinstrumenten, cateringbedrijf, alsmede naar aard en uitstraling daarmee gelijk te stellen bedrijven.

1.15 gebruiken

Het gebruiken, doen en laten gebruiken.

1.16 horeca

Omvattend, c.q nader onder te verdelen in navolgende categorieën:

  • a. horeca A: horecabedrijven gericht op het al dan niet voor gebruik ter plaatse verstrekken van etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak- en niet alcoholische dranken, zoals cafetaria, tearoom, snackbar, koffie-corner, croissanterie, ijssalon, lunchroom, broodjeszaak en daarmee vergelijkbare horecabedrijven;
  • b. horeca B: horecabedrijven gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholische en niet- alcoholische dranken, zoals restaurants, bistro’s, grillrooms en daarmee vergelijkbare horecabedrijven;
  • c. horeca C: horecabedrijven gericht op het verstrekken van alcoholische en niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met eventueel daaraan ondergeschikt het verstrekken van etenswaren of maaltijden voor gebruik ter plaatse, zoals (eet)cafés, pub, taverne, feestzaalaccommodaties, met uitzondering van discotheken/bar-dancings en nachtclubs;
  • d. horeca D: horecabedrijven die als hoofddoel hebben het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse, met een in het algemeen hoge gespreksfrequentie met name gedurende de late avond en de nachtelijke uren, waarbij het doen beluisteren van overwegend elektrisch versterkte muziek en het gelegenheid geven tot dansen een wezenlijk onderdeel vormen, zoals discotheken/bar-dancings, nachtclubs;
  • e. horeca E: horecabedrijven gericht op het verstrekken van logies met als nevenactiviteiten het verstrekken van maaltijden of dranken voor gebruik ter plaatse, zoals hotels en pensions;
  • f. horeca F: horecabedrijven als omschreven onder ‘horeca C’, evenwel uitsluitend voor zover deze horecabedrijven in directe relatie staan, c.q. ondersteunend en ondergeschikt zijn aan de ter plaatse geldende functie, zoals een kantine bij een sporthal (maatschappelijk).
1.17 infiltratievoorziening

Een tijdelijke - ondergrondse - buffer voor regenwater, zoals bijvoorbeeld een verzameling infiltratiekratten, van waaruit geleidelijke infiltratie van regenwater in de ondergrond plaats kan vinden.

1.18 maatschappelijke doeleinden

Onderwijsvoorzieningen, medische voorzieningen, daaronder mede begrepen een apotheek, sociaal-culturele voorzieningen, religieuze- en levensbeschouwelijke voorzieningen, justitiële voorzieningen, overdekte sportvoorzieningen, dagopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen.

1.19 openbaar nut; openbare nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwtjes, rioleringen, ondergrondse locale leidingen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie dan wel naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen voorzieningen.

1.20 peil

De hoogte vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.

1.21 stedenbouwkundig beeld

Het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's ter plaatse bepaald beeld in samenhang met de ter plaatse aanwezige beelden gevormd door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n).

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • a. De regels in hoofdstuk 22c zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Lückerheide, waarvan de geometrische planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.TAMLuckerheide-Vg01, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
  • b. De besluiten als bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Lückerheide, zover het regels betreft die zijn opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet.
  • c. De regels in afdeling 22.2 van het Omgevingsplan Gemeente Kerkrade, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit Omgevingsplan, zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan wordt bij het bouwen van bouwwerken op de volgende wijze gemeten:

3.1 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenzijde van de gevels en/of hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuur;

3.2 (bouw)hoogte van een bouwwerk:

vanaf peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

3.3 oppervlakte van een bouwwerk (m²):

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

3.4 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is;

3.5 goothoogte van een bouwwerk:

vanaf peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.6 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, technische installaties, voorzieningen ten behoeve van duurzame energie, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen niet meer dan 2,00 meter bedraagt.

Artikel 4 Normadressaat

Aan de regels in Hoofdstuk 22c wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Hoofdstuk 2 Functieomschrijving

Artikel 5 Maatschappelijk

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'Maatschappelijk', waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0928.TAMLuckerheide-Vg01 (hierna: verbeelding) zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

5.2 Toegestane functies

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Maatschappelijk' heeft de volgende functie(s):

  • a. maatschappelijke doeleinden;
  • b. wonen met 24-uurszorg ter plaatse van de aanduiding 'wonen met 24-uurszorg';
  • c. horeca, uitsluitend voor zover het betreft horeca F;
  • d. kantoren;
  • e. verblijfsgebied, verhardingen, groen-, verkeers-, parkeervoorzieningen en voorzieningen voor het vasthouden (infiltratie), bergen en afvoeren van hemelwater;
  • f. openbare nutsvoorzieningen;

een en ander met daarbij behorende bouwwerken en voorzieningen zoals tuinen, erven, speel- en straatmeubilair.

5.3 Algemene regels toegestaan gebruik
5.3.1 Horeca en kantoren

Het gebruik van gronden en gebouwen op een voor 'Maatschappelijk' aangewezen locatie voor horeca en/of kantoren is toegestaan onder de volgende voorwaarden:

  • a. horeca en/of kantoren dienen in directe relatie te staan met c.q. ondersteunend en ondergeschikt te zijn aan de onder 5.2 onder a genoemde ‘maatschappelijke doeleinden’.
5.4 Bouwactiviteiten
5.4.1 Toepassingsbereik

Deze paragraaf gaat over het bouwen van bouwwerken op een voor 'Maatschappelijk' aangewezen locatie.

5.4.2 Algemeen

Een bouwwerk mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de functie 'Maatschappelijk'.

5.4.3 Beoordelingsregels - bouwwerk 'hoofdgebouw' en overige gebouwen

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 voor het bouwen van een hoofdgebouw en overige gebouwen, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • b. Het hoofdgebouw en overige gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd.
  • c. Het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'hoofdgebouw'.
  • d. De bouwhoogte van het hoofdgebouw en overige gebouwen mag niet meer bedragen dan aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)';
  • e. Het bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt maximaal 40.
5.4.4 Beoordelingsregels - bouwwerk 'bijbehorend bouwwerk'

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk buiten het bouwvlak, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. De bouwhoogte maximaal 3,5 meter mag bedragen.
  • b. Het gezamenlijk oppervlak van bijbehorende bouwwerken niet meer dan 70 m² per bouwperceel mag bedragen.
5.4.5 Beoordelingsregels - Bouwwerken ten dienste van het openbaar nut

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 voor het bouwen van bouwwerken ten dienste van het openbaar nut, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de hoogte en oppervlakte bedraagt maximaal 3 meter respectievelijk 25 m².
5.4.6 Beoordelingsregels - Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 meter bedragen, met uitzondering van:
    • 1. terreinafscheidingen die maximaal 2 meter hoog mogen zijn;
    • 2. antennes, vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen die maximaal 8 meter hoog mogen zijn;
    • 3. vleermuistorens die maximaal 9 meter hoog mogen zijn.
5.4.7 Aanvullende beoordelingsregels gezamenlijk geluid

Voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw geldt in aanvulling op de beoordelingsregels in lid 5.4.1 tot en met 5.4.4, dat in afwijking van de standaardwaarden zoals benoemd in artikel 5.78t van het Bkl, overeenkomstig artikel 5.78ad van het Bkl het gezamenlijk geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen is bepaald op 58 dB.

5.5 Maatwerkvoorschriften

Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en maatvoering van de bebouwing indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken, dan wel indien zulks noodzakelijk is in verband met de verkeers-, sociale- en brandveiligheid, externe veiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding;
  • b. de situering en maatvoering van de bebouwing ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit en het stedenbouwkundige beeld ter plaatse.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Algemene aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in artikel 22.35 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 7 Anti dubbeltelregeling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Algemene bouwregels

8.1 Hemelwaterberging
8.1.1 Algemeen
  • a. Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit hoofdstuk 22c, dient op eigen terrein te worden voorzien in een voorziening van voldoende omvang voor de berging en infiltratie van hemelwater afkomstig van de betreffende bebouwing en bijbehorende verhardingen.
  • b. Er is sprake van een voorziening van voldoende omvang indien de capaciteit is afgestemd op een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 1:100, gemiddeld klimaatscenario 2050, wat wil zeggen 80 mm, bij een buiduur van twee uur, waarbij de waterhuishoudkundige voorzieningen zodanig worden gedimensioneerd dat een dergelijke bui weer binnen 24 uur verwerkt kan worden.
8.1.2 Maatwerkvoorschrift

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het gestelde in 8.1.1 indien bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangetoond dat:

  • a. geen (grond)wateroverlast in de omgeving zal ontstaan.
  • b. de voorziening redelijkerwijs niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd, indien de aanvraag betrekking heeft op het realiseren van een voorziening anders dan op eigen terrein.
8.2 Parkeren
8.2.1 Realisatie parkeergelegenheid

Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit plan dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd en vervolgens in stand te worden gehouden. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan de 'Nota Parkeernormen 2024 Gemeente Kerkrade' (vastgesteld door de gemeenteraad op 20 oktober 2024), dan wel wanneer deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt voldaan aan de actuele vastgestelde nota op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend.

8.2.2 Maatwerkvoorschrift

Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het gestelde in 8.2.1 indien bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangetoond dat anderszins is geborgd dat onevenredige parkeeroverlast in het openbaar gebied wordt voorkomen.

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 9 Overgangsrecht

9.1 Bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22c aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit hoofdstuk 22c, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan;
  • b. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding dit hoofdstuk 22c, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvóór - als onderdeel van het Omgevingpslan gemeente Kerkrade - geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat bestemmingsplan.
9.2 Gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22c en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met dit hoofdstuk 22c strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk 22c beschreven strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk 22c voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bedoeld onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvóór - als onderdeel van het Omgevingpslan gemeente Kerkrade - geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.