De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 3,00 meter bedragen met uitzondering van:
- ballenvangers, waarvan de hoogte maximaal 5,00 meter mag bedragen;
- voorzieningen van openbare verlichting, waarvan de hoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen;
- geluidwerende voorzieningen, welke maximaal een bouwhoogte mogen hebben die vereist is op grond van een akoestisch onderzoek op basis van de Wet geluidhinder.