Type plan: beheersverordening
Naam van het plan: Eijkhagenbos
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.0882.BVEIJKHAGENBS02001-VG01

Artikel 7 Bos

7.1 Bestemmingsomschrijving
 
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
  1. ontwikkeling, instandhouding, herstel en versterking van bos ten behoeve van de opbouw van het het landschap, de volksgezondheid, de verbetering van het milieu voor de natuurlijke levensgemeenschappen, de houtproductie, de bodembescherming en/of de waterbeheersing;
  2. ontwikkeling, instandhouding, herstel en versterking van de aanwezige natuurlijke en landschappelijke waarden;
  3. bestrijding en voorkoming van bodemerosie en wateroverlast;
 
en daarbij behorende:
  1. extensief recreatief medegebruik.
7.2 Bouwregels
7.2.1 Algemeen
 
Op de voor 'Bos' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.
7.2.2 Uitzonderingen
 
Het in artikel 7 lid 2.1 bepaalde is niet van toepassing voor:
  1. de bouw van afrasteringen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1,00 meter mag bedragen;
  2. de bouw van kleinschalige recreatieve voorzieningen (zit- en schuilgelegenheid, picknickplaatsen), mits de aanleg geen onevenredige afbreuk doet aan de belangen van natuur en landschap met dien verstande dat:
    1. het oppervlak van recreatieve bouwwerken maximaal 20 m² mag bedragen, waarbij per hectare maximaal 1 recreatief bouwwerk mag worden aangelegd;
    2. de goothoogte maximaal 2,20 meter mag bedragen.
7.3 Specifieke gebruiksregels
7.3.1 Verboden gebruik
 
Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan het gebruik en/of laten gebruiken van gronden en opstallen voor en/of als:
  1. staanplaats of ligplaats voor onderkomens, behoudens voor zover en voor zolang de aanwezigheid van onderkomens nodig is in verband met het in het bos- en/of natuurgebied uit te voeren werken of werkzaamheden;
  2. sport- en wedstrijdterrein, kampeer- of caravanterrein, dagcamping, parkeerterrein, paardenbak en als lig- of speelweide;
  3. het testen van voertuigen, de beoefening van de motorsport, het houden van wedstrijden met motorvoertuigen, motoren of bromfietsen;
  4. het racen of crossen met motorrijtuigen, motoren of bromfietsen;
  5. het winnen van bosstrooisel en mos;
  6. staanplaats voor wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel;
  7. militaire oefeningen met uitzondering van marsoefeningen, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van voertuigen.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.4.1 Algemeen
 
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
  1. het aanbrengen van verhardingen van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  2. het ontginnen, bodem verlagen of afgraven, ophogen en/of egaliseren van de bodem, behoudens de aanleg van drinkpoelen;
  3. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en/of apparatuur, tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gericht gebruik van de grond;
  4. het vellen en/of rooien van houtgewas of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas ten gevolge kunnen hebben;
  5. het geheel of gedeeltelijk verwijderen van bosstroken en/of groenstroken.
7.4.2 Voorwaarden
 
De werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 7 lid 4.1 zijn:
  1. slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 7 lid 1 genoemde waarden, belangen en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast dan wel de mogelijkheden voor het herstel van waarden niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind;
  2. binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' slechts toegestaan, indien de werken of werkzaamheden als bedoeld in dit artikel niet in strijd zijn met artikel 15. 
7.4.3 Uitzondering
 
Het in artikel 7 lid 4.1 bepaalde is niet van toepassing voor:
  1. werkzaamheden, normale onderhouds- en beheerswerkzaamheden zijnde;
  2. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis;
  3. werken of werkzaamheden binnen het kader van de normale bodemexploitatie en bodemgebruik;
  4. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van de beheersverordening reeds in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende omgevingsvergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd;
  5. werken of werkzaamheden die noodzakelijk zijn ten behoeve van de ecologische structuur en/of waterhuishouding, de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap of natuur.
7.5 Afwijken van de bouwregels
7.5.1 Afwijken veldschuur
 
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 7 lid 2.1 bepaalde voor de bouw van een veldschuur, melkstal of een eenvoudige schuilgelenheid voor vee ten behoeve van een bestaand agrarisch bedrijf, mits:
  1. het bebouwd oppervlak per bouwwerk niet meer bedraagt dan 50 m²;
  2. de goothoogte niet meer bedraagt dan 4,50 meter;
  3. de oppervlakte van elk bouwperceel van een dergelijk bouwwerk ten minste 1 hectare bedraagt.
7.5.2 Afwijken schuilgelegenheid
 
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 7 lid 2.1 bepaalde voor de bouw van een eenvoudige schuil- of schaftgelegenheid voor personen, van wie de aanwezigheid verband houdt met in het bosgebied uit te voeren werken of werkzaamheden, mits:
  1. deze onontbeerlijk is;
  2. deze geen caravan, woon- of stacaravan, dan wel een aan zijn oorspronkelijke gebruik onttrokken voer- of vaartuig betreft.
7.5.3 Voorwaarden
 
Het bij een omgevingsvergunning afwijken als in artikel 7 lid 5.1 en artikel 7 lid 5.2 bedoeld wordt slechts toegestaan indien aan het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse geen afbreuk wordt gedaan en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.