Eijkhagenbos
Regels
2 Regels besluitvlakken
Artikel 9 Recreatie - Volkstuin
Type plan:
beheersverordening
Naam van het plan:
Eijkhagenbos
Status:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0882.BVEIJKHAGENBS02001-VG01
Toelichting
Regels
Bijlagen bij de regels
Vaststellingsbesluit
Begrippen
Wijze van meten
Begin
Vorige
Volgende
Omhoog
Artikel 9 Recreatie - Volkstuin
9.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
volkstuinen;
en daarbij behorende:
toegangswegen, -paden en verblijfsgebied;
parkeervoorzieningen, conform het bepaalde in artikel 23 lid 2.2;
groenvoorzieningen;
voorzieningen voor het opvangen, vasthouden (infiltreren), bergen en afvoeren van hemelwater.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Algemeen
Op de voor 'Recreatie - Volkstuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd:
(hoofd)gebouwen, geen woning zijnde, ten behoeve van het onder
artikel 9 lid 1
toegestane gebruik;
de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
9.2.2 Regels met betrekking tot gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
ter plaatse van het bestemmingsvlak is maximaal één hoofdgebouw toegestaan;
het maximale bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van het besluitsubvlak 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven;
het hoofdgebouw mag maximaal 3,20 meter bedragen en de oppervlakte mag maximaal 100 m² bedragen;
per afzonderlijke volkstuin is één gebouw (niet zijnde een hoofdgebouw) toegestaan, met dien verstande dat:
de oppervlakte van de afzonderlijke volkstuin minimaal 50 m² bedraagt;
de oppervlakte van een gebouw maximaal 10 m² per afzonderlijke volkstuin mag bedragen;
de bouwhoogte van een gebouw maximaal 2,40 meter mag bedragen.
9.2.3 Regels met betrekking tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3,20 meter bedragen, met uitzondering van:
palen en masten, waarvan de hoogte maximaal 7,00 meter mag bedragen;
perceelsafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2,00 meter mag bedragen.
9.3 Nadere eisen
9.3.1 Algemeen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van:
de situering, de oppervlakte, de hoogte van bebouwing;
de aard, hoogte en de situering van erfafscheidingen;
voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing.
9.3.2 Voorwaarden stellen nadere eisen
De nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld:
indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing en;
ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden.