direct naar inhoud van 2.5 Gemeentelijk beleid in relatie tot de Spoozone
Plan: Spoorzone - deelgebied Lochtstraat
Status: onherroepelijk
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.PBS2009003-e001

2.5 Gemeentelijk beleid in relatie tot de Spoozone

2.5.1 Algemeen

In april 2000 is het "Ontwikkelingsperspectief Spoorzone" (van bureau BVR/Riek Bakker) in het College behandeld. Dit perspectief heeft als strategisch raamwerk voor latere planstudies en planontwikkelingen gediend, zoals voor de "Visie Spoorzone Tilburg" (september 2002) van het Atelier van de Rijksbouwmeester.

Aanleidingen om tot een herontwikkelingsvisie op de Spoorzone te komen liggen ondermeer in de volgende gesignaleerde knelpunten:

  • het openbaar vervoerknooppunt beschikt over onvoldoende ruimte om het groeiend aantal passagiers en materieel per spoor en weg te kunnen verwerken;
  • er bestaat een spanning tussen het transformeren van de Spoorlaan tot een stadsboulevard met een aantrekkelijk verblijfsmilieu enerzijds en het behoud van de verkeersfunctie (auto, bus en vrijliggende fietspaden) anderzijds;
  • de rommelige en verouderde ruimtelijk functionele structuur van de Spoorzone;
  • het spoor en aanverwante functies zijn een barrière tussen de noordelijke en de zuidelijke stadsdelen;

Daarnaast biedt de Spoorzone een aantal kansen en potenties om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de identiteit van Tilburg, de sociaal-economische structuur. Ook kan met de Spoorzone invulling gegeven worden aan beleidsdoelstellingen van hogere overheden op gebied van mobiliteit en het versterken van stedelijke knooppunten.

Tegelijk met de opstelling van de Visie Spoorzone Tilburg liep een aantal andere planvormingsprojecten die met de bepaling van de stedenbouwkundige invulling van het plangebied in sterke wisselwerking hebben gestaan. Twee belangrijke beleidsnota's in dit kader zijn:

Het Tilburgs Verkeers- en Vervoersplan (TVVP)

Op 15 december 2003 is het TVVP door de raad vastgesteld. In het TVVP is het stedelijk beleid met betrekking tot verkeer en vervoer uitgewerkt en wordt de toekomstige gewenste stedelijke verkeersinfrastructuur aangegeven.

De ontwikkelingen in de spoorzone spelen een belangrijke rol bij het verwezenlijken hiervan, met name met betrekking tot de inrichting van de openbaar vervoersknoop en de verbetering van de bereikbaarheid van de binnenstad.

Masterplan Binnenstad

Op 15 december 2003 is eveneens het Masterplan Binnenstad door de Raad vastgesteld. Het Masterplan Binnenstad geeft richting aan dit structuurplan. In het Masterplan wordt de toekomst van de binnenstad geformuleerd vanuit een samenhangende visie. De vertaling van die visie in plannen en maatregelen vormt vervolgens een geïntegreerd geheel, resulterend in een totaalconcept voor de toekomstige binnenstad. Aan het Masterplan Binnenstad liggen diverse studies ten grondslag.

2.5.2 Structuurplan Spoorzone

In aansluiting op de onder 2.4.1 beschreven plannen is het Structuurplan Spoorzone door de raad vastgesteld. Dit plan heeft de status van een wettelijk structuurplan op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

Het structuurplan sluit ook aan op de kaders die Tilburg voor haar stedelijke ontwikkeling heeft opgesteld, zoals:

De Ruimtelijke Structuurvisie Tilburg 2020 (2004) is de ruimtelijke vertaling en onderlinge afstemming van de ambities van de gemeente Tilburg tot het jaar 2020 op de gebieden wonen, werken, voorzieningen, recreatie, mobiliteit, natuur, water en landbouw.

"Tilburg, stad van contrasten" vormt het leidende thema voor de ruimtelijke ontwikkeling; contrasten tussen stad en landschap, tussen de stad en de omliggende dorpen, maar ook tussen de stedelijke en de dorpse elementen in de stad. De ruimtelijke contrasten die Tilburg karakteriseren maken de kwaliteiten van de stad zichtbaar. Kiezen voor het benutten en versterken van deze kwaliteiten betekent een verbijzondering van Tilburg ten opzichte van de andere grote steden in Noord-Brabant.

Primair wordt de invulling van de verstedelijkingsopgave gezocht in het bestaand stedelijk gebied. Op enkele plaatsen in de stad wordt op verantwoorde wijze geïntensiveerd, zoals bijvoorbeeld in de spoorzone. Voor de Spoorzone geeft de structuurvisie aan dat, vooral na verplaatsing van de NS-werkplaats, deze zal transformeren tot een locatie met een centrumstedelijk plus milieu: veel functiemenging en een hoge dynamiek. Een substantieel deel van het woningbouwprogramma voor de bestaande stad kan hier worden gerealiseerd. Samen met de binnenstad zal in dit gebied een samenballing plaatsvinden van kwalitatief hoogwaardige voorzieningen. Dit betekent bouwen in hoge dichtheden, een multifunctioneel karakter en stadsoverstijgende functies.

In de beleidsnota Hoofdlijnen economisch beleid 2001 - 2010  is als één van de   speerpunten opgenomen de aandacht in het economische beleid van de industrie te verbreden naar de overige economische sectoren als de (zakelijke) dienstverlening.

In de nota(s) Ruimte voor Kantoren (1998, 2001)  is de Spoorzone aangewezen als één van de locaties voor nieuwe kantoren. Gedacht wordt hierbij met name aan grotere kantoorgebruikers met veel administratief personeel in de sectoren bank- en verzekeringswezen, overheid en semi-overheid en aan kleinere kantoorgebruikers die veel waarde hechten aan de vestiging in een stedelijke ambiance.

De nota Ruimte voor Detailhandel (2002) en de voortgangsrapportage detailhandel (2007) gaat niet expliciet in op de Spoorzone. Wel wordt er een versterking van de detailhandelsfunctie in de binnenstad voorzien, met name in de categorie recreatief winkelen. Het grootste gedeelte van de nieuwe winkelruimte in de binnenstad tot 2010 zal op het Pieter Vreedeplein worden gerealiseerd. Daarnaast richt de nota zich op versterking van kleine en bijzonder winkels in het dwaalgebied.

In de horecanota "Over smaak valt best te twisten (2005)"  wordt de Spoorzone gekenmerkt als dé locatie in Tilburg waar (eventueel) één of enkele "stand alone" horacavestigingen (zoals megadisco's en/of nachtclubs) kunnen worden gerealiseerd (horeca III). Voorts voorziet de nota in het beperkt ontwikkelen van functieondersteunende horeca (gerelateerd aan bijvoorbeeld cultuurfuncties of aan het knooppunt van openbaar vervoer) in de categorie I en II. Ook zal ruimte worden geboden aan het beperkt ontwikkelen van horeca in de categorie I en II die bijdragen aan de verlevendiging van het gebied.

De Woonvisie 2002 woonmilieubenadering (gecontinueerd in de Woonvisie 2006 -2010) ziet de Spoorzone als de locatie in de stad waar een "Centrum Stedelijk Plus" woonmilieu dient te worden gerealiseerd. Een dergelijk woonmilieu kenmerkt zich door een zeer hoge dichtheid, sterke menging van functies, een hoog en bijzonder voorzieningenniveau (detailhandel, recreatie, dienstverlening, stedelijke functies), centrale ligging en optimale (OV) bereikbaarheid.

De nota Hoger Onderwijs 2003 - 2006  geeft aan dat bij de verdere ruimtelijke ontwikkeling van de Spoorzone het hoger onderwijs zeker zal worden betrokken.

Het wijkplan Oud-Noord (2004) geeft aan dat de ontwikkelingen in de spoorzone kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan de inrichting en leefbaarheid van Oud-Noord. Er liggen kansen, maar ook een aantal opgaven uit het wijkplan om rekening mee te houden:

  • barrière tussen Oud-Noord en het centrum slechten;
  • het imago van Oud-Noord kan een positieve impuls krijgen door nieuwe, hoogwaardige bebouwing die in directe relatie staat met de stad;
  • de knooppunten bij het NS-plein en de aansluiting van de Besterdring en de Gasthuisring kunnen door ontwikkeling van de Spoorzone verbeterd worden, zowel in de openbare ruimte als in de bebouwing;
  • een "cultuurlaan" langs het traject Gasthuisring – Goirkestraat kan de kwaliteit van het De Pont museum voor moderne kunst en het Textielmuseum meer voor het voetlicht brengen. Om een hoogwaardige en ononderbroken cultuurlaan te realiseren is het wenselijk om de toekomstige Noordlaan niet aan te haken op de kruising Gasthuisring – Spoorlaan, maar deze door te trekken tot de St. Ceciliastraat;
  • de kwaliteit van het openbaar vervoer in Oud-Noord, en dan met name Theresia, kan toenemen met de transformatie van de Spoorzone van "gemiddeld" nu, naar "zeer goed" in de toekomst;
  • uit de wijkanalyse blijkt dat er in Oud-Noord weinig openbaar groen is. Met de aanleg van nieuwe openbare groenvoorzieningen biedt de Spoorzone kansen om hier verbetering in te brengen;
  • in Oud-Noord is al enige jaren behoefte aan een aantal sociale voorzieningen. In de spoorzone kan wellicht een plaats gecreëerd worden voor dergelijke voorzieningen.

Het Wijkplan Oud-Noord noemt verder nog de volgende aandachtspunten voor de buurt:

  • de Noordlaan mag geen barrière vormen;
  • zorgdragen voor een sociaal veilige stationsomgeving;
  • tegengaan van verloedering tijdens planfase en realisatiefase;
  • nieuw te vestigen detailhandel in de Spoorzone mag niet in concurrentie zijn met de bestaande detailhandel in Oud-Noord.

Het Structuurplan Spoorzone past tevens in het beleid dat is verwoord in het provinciale Streekplan (2002), de Nota Belvedère (1999) en de Nota Ruimte (2004) van het Rijk.

Naast het hierboven aangehaalde beleid zijn er na het Structuurplan Spoorzone nog enkele mede voor de ontwikkeling van de Spoorzone relevante beleidsstukken opgesteld, zijnde de nota Cultuur en het Algemeen Beleidsplan College. Verder is nog van belang om te wijzen op de visie op de ontwikkeling van hoogbouw in Tilburg en in het bijzonder de Spoorzone.

2.5.3 Cultuur

In de nota Cultuur 2005 - 2010 "Kunstenmakers"  wordt voorzien in vier "cultuurkwartieren" in de stad, waarvan de vierde in de Spoorzone dient te worden ontwikkeld. Het cultureel kwartier in de Spoorzone is een locatie waar gedurende de dag allerlei activiteiten plaatsvinden op het terrein van de beeldende kunst, cultureel erfgoed, theater, film, muziek en dans. De centrale locatie vormt een groot gebouw met expositieruimte, filmzalen, toneelzalen, ruimte voor debat en een centrale ontmoetingsplek met horecafunctie. Ook 'T-SPOOR', een inspirerend, educatief en dynamisch centrum kan in deze locatie gevestigd worden. Daarnaast biedt het cultureel kwartier ook ruimte voor creatieve bedrijvigheid. Het cultureel kwartier is niet alleen "Eat, Drink, Dance and Art" maar ook "Shop" en vooral ook "Work".

Ten aanzien van de afstemming met de ontwikkeling van het cultuurkwartier Veemarktkwartier heeft het college in december 2006 besloten dat bij de ontwikkeling van het Veemarktkwartier het accent wordt gelegd op de maakfunctie (werkplaatsen) en minder op de publieksfunctie, mits niet concurrerend met de Spoorzone-ontwikkeling. Voor publieksfuncties wordt het accent gelegd bij de Spoorzone. Naast deze accentlegging wordt een complementaire ontwikkeling van beide projecten voor gestaan, die geborgd wordt door een programmasturing vanuit de gemeente organisatie.

2.5.4 Algemeen Beleidsplan College (ABC) 2006 - 2010

3.4 Algemeen Beleidsplan College (ABC) 2006-2010.

In het ABC 2006 - 2010 staat een aantal uitspraken die richtinggevend zijn voor de planontwikkeling en het gewenste programma van de Spoorzone. Hieronder staan deze letterlijk en integraal opgenomen:

  • Voor de stedelijke ontwikkeling en inrichting van de stad is de Spoorzone van eminent belang, en niet alleen als volwaardig openbaar vervoersknooppunt voor stad, regio en het nationaal stedelijk netwerk BrabantStad'.
  • De Spoorzone kan de identiteit van Tilburg versterken door een goede programmering van stedelijke voorzieningen, woningbouw en kantoren. Dat kan ook door het thematiseren van deelplangebieden voor (nieuwe) culturele activiteiten en voor (startende) bedrijvigheid die gelieerd is aan de in Tilburg aanwezige kennisinstituten (met name de Universiteit van Tilburg).
  • Het in het gebied aanwezige industrieel erfgoed wordt beschouwd als één van de kwaliteitsdragers van het gebied. Om hergebruik daarvan mogelijk te maken wordt zonodig een beroep gedaan op de RGI (Fonds Grootschalige Investeringen).
  • Onderzocht wordt welke mogelijkheden er zijn om in de Spoorzone te komen tot de oprichting van een "Huis van de Wereld". Een centrum waar de (zestig) Tilburgse organisaties voor mondiale bewustwording, de vele migrantenorganisaties, en andere initiatieven een plek vinden en waar nieuwe verbindingen ontstaan.
  • De kennisinfrastructuur en de studentenidentiteit in de stad willen we versterken. Universiteit en hogescholen zouden zich ook meer in de stad kunnen profileren. Op dit moment gebeurt dat eigenlijk alleen met het Kunstcluster. Kennis kan worden gedeeld met de stad door het houden van lezingen (Studium Generale) op locaties in de binnenstad. Hoogtijdagen zoals de opening van het Academisch Jaar zouden ook in de binnenstad gevierd kunnen worden. Vestiging van een Huis van de Studenten in het Veemarktkwartier of de Spoorzone zou dynamiek brengen in de binnenstad, maar zou ook de zichtbaarheid van de onderwijsinstellingen een grote impuls geven. De Universiteit en de andere onderwijsinstellingen worden uitgenodigd om daarvoor met ons initiatieven te ontwikkelen.
  • Tilburg heeft op verschillende locaties, bijvoorbeeld de Spoorzone, ruimte voor kantoorbedrijvigheid. De stad levert op diverse terreinen hoogwaardige kennis en kenniswerkers: juristen, economen, fiscalisten. Die combinatie willen wij benutten met een incubatorprogramma voor afgestudeerden en met de werving van regiokantoren van landelijke spelers.
  • Onderzocht wordt of het realiseren van een "Huis van de Stad" (inclusief huisvesting van bestuur en ambtelijk apparaat) in de Spoorzone een goede katalysator kan zijn voor een hoogwaardige ontwikkeling van het gebied.'
2.5.5 Hoogbouwzone

De Spoorzone is onderdeel van een gebied dat zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld tot een grootschalige verstedelijkingszone met bovenstedelijke functies. Het betreft het gebied ten zuiden van het spoor tussen de Universiteit van Tilburg in het westen tot aan de Ringbaan Oost. De betekenis van deze oost-westas als hoogbouwzone groeit, ingezet met onder andere het kantoorgebouw van Interpolis met een hoogte van 95 meter en het appartementengebouw Westpoint met een hoogte van ruim 140 meter. Recente bouwontwikkelingen sluiten hierop aan met markante hoogbouwelementen, onder andere het Hollandterrein en het Haestrechtkwartier. Deze zone zal zich verder ontwikkelen tot een gebied met bovenstedelijke functies, een hoge dynamiek en een grote verstedelijkingsgraad, dat ruimtelijk gezien in positieve zin zal contrasteren met de rest van de stad.