direct naar inhoud van 2.3 Historie
Plan: Spoorzone - deelgebied Lochtstraat
Status: onherroepelijk
Plantype: projectbesluit
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.PBS2009003-e001

2.3 Historie

Met de Spoorzone bezit Tilburg een uniek stadsdeel dat een zeer goed beeld geeft van de ontwikkeling van agrarische nederzettingen tot industriƫle stad. Veel aspecten in het gebied zijn nog herkenbaar en eventueel in te zetten bij de verdere ontwikkeling van het gebied.

De Spoorzone is doorweven met grote en kleine elementen die de ontwikkelingsgeschiedenis afleesbaar hebben gehouden. Dit betreft niet alleen de voormalige gehuchten, verbonden door een uitgebreid stelsel van wegen en paden, maar ook de tussen de nederzettingen gelegen akkers en weilanden. Bijzonder is dat van deze middeleeuwse situatie binnen het plangebied nog een aantal elementen aanwezig is en zelfs als regisseur diende voor "moderne" inpassingen, zoals de aanleg van de Cityring (omstreeks 1960) die zich ook voegde in dit patroon. Het belangrijkste element in de huidige structuur is de van oost naar west gelegen spoorlijn, die bepalend was voor de verdere ontwikkelingen in het gebied. De spoorlijn bevestigde in fysieke zin ook de uit de zeventiende eeuw daterende bestuurlijke parochiale "opdeling" van de stad in "Noord" en "Zuid". In het plangebied is deze scheiding herkenbaar in de stedenbouwkundige invulling van de beide delen.

Met name de Spoorlaan, met zijn architectonisch rijke invulling, is als daadwerkelijke maar vooral uiterlijke begrenzing van de Heuvelse Akkers een beeldbepalende factor in het plange-bied. Bovendien vormt de brede boulevardachtige uitleg een belangrijk stedenbouwkundig ge-geven. Zoals ook destijds bedoeld, is de Spoorlaan door zijn ligging bij de uitgang van het station een belangrijk "visitekaartje" van de stad. De opbouw en invulling van de Spoorlaan wijkt sterk af van het gebied ten noorden van de spoorlijn waar bedrijfsbebouwing wordt afgewisseld met kleinschalige woningbouw.

Het complex NS-werkplaats heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de sociaal-economische en geografische ontwikkeling, namelijk de aanleg van de spoorverbinding door Tilburg en de ontwikkeling van een grote lijnwerkplaats voor het zuiden van Nederland. Het is tevens van belang voor de typologische ontwikkeling van de lijnwerkplaatsen. Het heeft architectuurhistorisch belang als voorbeeld van de uiterst sobere en doelmatige vormgeving van spoorwegwerkplaatsen, het toont een staalkaart van de stijlontwikkeling van een eeuw spoorwegarchitectuur en is tevens van belang door de bijzondere samenhang van ex- en inte-rieur. Het heeft ensemblewaarde als onderdeel van de stedelijke ontwikkeling van Tilburg, in het bijzonder de ontwikkeling tot een industrieel spoorwegknooppunt. Een aantal bijzondere ele-menten op de NS-werkplaats zijn cultuurhistorisch waardevol.

Voorts is er aandacht voor het stationscomplex, dat bestaat uit een aantal min of meer losstaande volumes van staal en glas die deels onder en op de drie perrons zijn gebouwd. Het geheel is op een opvallende wijze overkapt met twaalf grote, aaneengeschakelde luifels, zogenaamde hypparschalen van 21 bij 21 meter. Dit "zwevend" dak wordt geschraagd door schuin opgestelde, stalen kolommen aan de voor- en achterzijde en betonnen steunpunten op de perrons. Naast en los van het stationsgebouw staat een markante, uit baksteen opgetrokken 'wasknijper': de stationstoren met klok.