| Plan: | Vossenberg West II |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001 |
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn:
Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke objecten en bestemmingen vertaald naar grenswaarden en richtwaarden.
De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar.
Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken.
Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van:
Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico.
Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht (zie bijlage 5).
In de omgeving van het plangebied bevinden zich de volgende bedrijven die van invloed zijn op de ontwikkeling van het plangebied.
LPG-tankstation 'De Fakkel' te Dongen
Aan de Eindsestraat 124, aan de Dongense zijde van de gemeentegrens, is een tankstation gelegen met LPG verkoop. Rekening moet worden gehouden met een jaarlijkse doorzet van LPG tot 200 m3 per jaar conform de risicokaart. Hierbij behoort op basis van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) een PR 10-6/jr.- contour van 45 meter. Er is geen sprake daarmee van een overlap met het plangebied. De PR 10-6/jr.- contour levert geen beperkingen op voor het plangebied. Tot 150 meter van het vulpunt dient het groepsrisico beoordeeld te worden. Een gedeelte van het plangebied met de bestemming Groen en Bedrijvigheid valt binnen dit gebied. Vanwege de relatief grote afstand tot de bedrijvigheid en de beperkte personendichtheid in de omgeving van het tankstation zal er geen sprake zijn van een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico.
Ardagh Glass Dongen B.V.
Het bedrijf Ardagh Glass Dongen B.V. maakt glazen flesjes en ander verpakkingsmateriaal, onder andere ten behoeve van buurbedrijf Coca Cola. Hierbij zijn gevaarlijke stoffen benodigd. Bij het bedrijf gaat het onder meer om een LPG opslag conform PGS-16, een bovengrondse tank van 20 m3. Aangezien echter bekend is dat LPG-tankstations (ongeacht het gebruik ervan) een aanzienlijk groter risico kennen dan genoemd in de PGS-16 is aangesloten op de systematiek uit het Bevi. Het Bevi kent aan LPG-tankstations een invloedsgebied toe van 150 meter (de afstanden zoals genoemd in PGS-16 zijn alle aanzienlijk kleiner) en een PR 10-6/jr.- contour die kleiner is dan 150 meter. De LPG-tank ligt op meer dan 150 meter van het plangebied zodat de risicobron niet relevant is voor het plangebied.
Coca Cola
Op het grondgebied van de gemeente Dongen ligt de productiefabriek van Coca Cola. Deze inrichting werkt met gevaarlijke stoffen. Conform de risicokaart zijn er een opslag voor fosforzuur, een LPG tank en een opslag voor chloorbleekloog aanwezig. De opslag van fosforzuur (40.000 liter) heeft een PR 10-6/jr.- contour van 135 meter., de LPG-tank kent een PR 10-6/jr.- contour van 30 meter voor de opslag van chloorbleekloog is een PR 10-6/jr.- contour van 0 meter vermeld. Alledrie de contouren reiken niet tot over het plangebied. Het plaatsgebonden risico vormt derhalve geen knelpunt voor de ontwikkelingen.
Het invloedsgebied van het groepsrisico bedraagt voor de LPG tank 150 meter en reikt niet over het plangebied. Voor de opslag van fosforzuur en chloorbleekloog is geen exact invloedsgebied bekend, maar vanwege de toxische aard van de stoffen is de verwachting dat het invloedsgebied voor een (beperkt) deel over het plangebied ligt. Conform het Bevi wordt aandacht besteed aan de inrichting in de verantwoordingsplicht (zie bijlage 5).
In het rapport Externe veiligheid Vossenberg-West II van Oranjewoud met projectnummer 239054 en datum 9 juni 2011, is de berekening gemaakt voor de twee ondergrondse hogedrukaardgastransportleidingen die van invloed zijn op het bestemmingsplan.
Deze hogedrukaardgastransportleidingen zijn relevant voor dit bestemmingsplan en zijn op de planverbeelding vermeld. Het betreft de volgende leidingen.
| Eigenaar | Leidingnummer | Diameter | Druk (bar) |
| N.V. Nederlandse gasunie | Z-522-01 | 219.10 | 40.00 |
| N.V. Nederlandse gasunie | Z-522-06 | 168.30 |
40.00 |
De plaatsgebonden risicocontour van 10-6 van de relevante hogedrukaardgastransportleidingen bedraagt 0 meter. De vereiste basisveiligheid is hiermee geboden.
Ten aanzien van het groepsrisico geldt dat het plan binnen het invloedsgebied van de hogedrukaardgastransportleidingen ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Hierdoor neemt het groepsrisico toe. In de verantwoording (bijlage) wordt hier nader op ingegaan.
De belemmerende strook bedraagt 4 meter aan weerszijden van de hogedrukaardgastransportleidingen. In dit bestemmingsplan liggen binnen deze strook geen objecten en worden geen objecten mogelijk gemaakt behoudens met een afwijkingsmogelijkheid, waarbij externe veiligheid een beoordelingscriterium is.
In het rapport Externe veiligheid Vossenberg-West II van Oranjewoud met projectnummer 239054 en datum 9 juni 2011, is het niet-leidinggebonden transport van gevaarlijke stoffen in Tilburg in beeld gebracht dat plaatsvindt over de weg, per spoor en over het Wilhelminakanaal.
Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg
Langs het plangebied ligt de Burgemeester Letschertweg. Deze weg verbindt de N261 aan de noordzijde van Tilburg met de A58 ten zuiden van de stad. Deze verbinding ontsluit de stad aan de westzijde. De verbindingsweg, Burgemeester Letschertweg, is opgenomen in de routering van gevaarlijke stoffen in Tilburg.
Ten aanzien van het groepsrisico geldt dat hier sprake is van een toename van het groepsrisico. In de verantwoording wordt hier nader op ingegaan (zie bijlage).
Vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor
Door de gemeente Tilburg loopt de spoorlijn Breda - Tilburg - Eindhoven/'s-Hertogenbosch. Hierover worden o.a. brandbare gassen en brandbare vloeistoffen vervoerd. Het spoor ligt op zodanig grote afstand van het plangebied dat er geen sprake is van een toename van het groepsrisico door deze ontwikkeling.
Vervoer van gevaarlijke stoffen over het Wilhelminakanaal
In het Basisnet Water wordt de vaarweg vermeld als een vaarweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, maar de intensiteiten zijn dusdanig beperkt dat geen toetsafstand geldt. In de cRvgs is de vaarweg niet in bijlage 6 opgenomen wat betekent dat geen rekening hoeft te worden gehouden met een risicocontour. Daarnaast is in de cRvgs omschreven dat voor de vaarwegen die niet in bijlage 6 worden genoemd, het groepsrisico niet berekend en verantwoord hoeft te worden, aangezien de transportintensiteiten te beperkt zijn. Het Wilhelminakanaal wordt daarom niet als relevante risicobron beschouwd.
Vanwege de ligging van het bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen is de verantwoordingsplicht ingevuld (zie bijlage Verantwoording externe veiligheid). Hierin zijn de volgende conclusies getrokken:
Het gemeentebestuur kent de risico's en acht deze aanvaardbaar. De brandweer heeft op 5 augustus 2011 advies uitgebracht. Dit advies is toegevoegd aan de toelichting op dit bestemmingsplan (Advies Brandweer).
Binnen het bestemmingsplan zijn geen bestaande verkooppunten en opslagen van consumentenvuurwerk en opslagen van professioneel vuurwerk aanwezig. Burgemeester en wethouders kunnen voor nieuw te vestigen verkoopruimten en opslagen van consumentenvuurwerk en ten behoeve van het uitbreiden, verbouwen en/of verplaatsen van bestaande (buffer)bewaarplaatsen onder voorwaarden omgevingsvergunning verlenen met afwijking van het bestemmingsplan. Bij nieuwvestiging van vuurwerkverkooppunten en/of opslag van consumentenvuurwerk wordt te allen tijde als voorwaarde opgenomen dat de veiligheidscontour zoals opgenomen in het Vuurwerkbesluit op het eigen perceel gesitueerd dient te zijn tenzij de veiligheidscontour zich uitstrekt over openbaar gebied en hierbij geen sprake is van kwetsbare en/of geprojecteerde kwetsbare objecten. Op basis van de veiligheidsafstanden in het Vuurwerkbesluit (Besluit van 22 januari 2002, Staatsblad 33 (2002), houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk) is het niet mogelijk om professioneel vuurwerk op te slaan (en te bewerken) in Tilburg. Er wordt op het bedrijventerrein Vossenberg West II daarom geen medewerking verleend aan nieuwvestiging van vuurwerkbedrijven van professioneel vuurwerk.