direct naar inhoud van 5.4 Geluid
Plan: Vossenberg West II
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001

5.4 Geluid

5.4.1 Inleiding

De verandering van het plangebied van agrarisch gebied tot industriegebied betekent ook een verandering van de geluidkarakteristiek. Al in de jaren '70-'80 is besloten om de stedelijke groei van Tilburg in het agrarisch gebied in noordwestelijke richting aan weerszijden van het Wilhelminakanaal te realiseren. Industriële bedrijvigheid ten noorden van het kanaal en woonfuncties ten zuiden van het kanaal. Deze transformatie is vastgelegd in het toenmalige provinciale Streekplan en het Stadsbeheerplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0007.png"

Figuur 1.1 Stadsbeheerplan 1989, gemeente Tilburg, het plan Vossenberg West II is rood omcirkeld.

Ten zuiden van het kanaal is de transformatie tot woongebied nagenoeg voltooid. Ook het laatste deel van de Burgemeester Letschertweg wordt in 2012 opgeleverd. Het laatste deel van het industrieterrein Vossenberg, Vossenberg West II, moet nog worden gerealiseerd.

Ten behoeve van het bestemmingsplan Vossenberg West II is onderzocht of de transformatie ten aanzien van de milieuaspecten, waaronder het geluidaspect, tot een te verantwoorden leefkwaliteit bij de woonfuncties in de omgeving (zie figuren 2.1 en 2.2) leidt.

De beschouwing van het geluidaspect is in deze paragraaf beperkt tot de gevolgen voor de ruimtelijke keuzes in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan.

5.4.2 Het plangebied en de omgeving
5.4.2.1 Het gebied voor de transformatie

Het plangebied was voorheen in gebruik voor agrarische doeleinden, zoals bedekte teelt (incl. kassencomplexen met stookhuizen), landbouw en veeteelt. Op het gebied is het oud 'Bestemmingsplan in hoofdzaken' uit 1953 van toepassing. Laatstgenoemd bestemmingsplan maakt, binnen een ruime definitie, vele agrarische activiteiten mogelijk. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan was het agrarisch gebruik beëindigd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0008.png"

Figuur 2.1 weergave van het plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0009.png"

Figuur 2.2 ruimtelijke situatie medio 2008.

5.4.2.2 Omgeving plangebied

Het plan Vossenberg West II is geprojecteerd tussen gebieden met de volgende karakteristieken:

  • 1. noord: gemengd gebied en incidentele woningen en industrie
  • 2. oost: industrie
  • 3. zuid: een tweetal sluiswachterswoningen, kanaal (inclusief sluizen) met ten zuiden daarvan woongebied
  • 4. west: de Burgemeester Letschertweg en de overgang naar landelijk gebied

Een vanuit geluidoogpunt verantwoorde inpassing vereist een toegespitste aanpak per gebiedskarakteristiek. De oost- en westzijde zijn hierbij, vanwege de grote afstand tot geluidgevoelige objecten, niet relevant. De status van de twee sluiswachterswoningen wordt hierbij apart beschouwd. De noord- en zuidzijde worden, vanwege hun verschillende karakteristiek, afzonderlijk beschouwd.

Noordzijde plangebied

Aan de noordzijde van het plangebied zijn verspreid liggende (groepjes) woningen aanwezig. De akoestische situatie bij deze woningen is medio 20091 onderzocht ten behoeve van de planvorming voor de Burgemeester Letschertweg. Ten behoeve van het bestemmingsplan Vossenberg West II is dit onderzoek geactualiseerd.

Zuidzijde plangebied

Ten zuiden van het plangebied, ten zuiden van het Wilhelminakanaal is de woonwijk Reeshof (voormalige VINEX-locatie) gelegen en een agrarisch gebied, dat deels als natuurgebied ontwikkeld zal worden.

Oostzijde plangebied: Sluiswachterswoningen

Ten noorden van het Wilhelminakanaal, nabij de sluis, is een tweetal woningen gelegen. Deze sluiswachterwoningen worden door de grondwal, welke direct achter de woningen is gelegen, afgeschermd van het bedrijventerrein Vossenberg West II.

5.4.2.3 Geluidkeuzes bij ontwikkeling plangebied

Ten aanzien van industriegebieden kan onderscheid worden gemaakt in terreinen die:

  • gezoneerd zijn op grond van de Wet geluidhinder
  • niet gezoneerd zijn op grond van de Wet geluidhinder

Bedrijven die 'in een belangrijke mate geluid maken'2 moeten zijn gelegen op terreinen die zijn voorzien van een geluidzone. Deze geluidzone moet in een ruimtelijk plan3 zijn verankerd. Op het bedrijventerrein Vossenberg West II is ervoor gekozen om deze categorie bedrijven niet toe te staan door deze in het bestemmingsplan uit te sluiten. Geluidzonering ingevolge de Wet geluidhinder van het plangebied zelf is daarmee niet aan de orde.

Er is dus geen noodzaak om een geluidzone vast te stellen. Wel is het nuttig om vanuit het principe van een goede ruimtelijke ordening een onderverdeling te maken in de mate van milieubelasting die bedrijven kunnen veroorzaken (en waarbij ook andere aspecten dan geluid beschouwd worden). Landelijk wordt hierbij de systematiek zoals gegeven in de Brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG (verder: de VNG-Brochure4 ) toegepast.

De gemeente Tilburg sluit in haar ruimtelijke plannen aan bij deze landelijk gehanteerde systematiek. Na de planologische afweging in dit bestemmingsplan wordt de milieubelasting, en dus ook de geluidbelasting door individuele bedrijven, ten tijde van de daadwerkelijke invulling van het terrein beoordeeld via het milieuspoor in het kader van het stellen van milieuvoorschriften. De uitgangspunten voor deze 'finetuning' vinden hun basis in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (of de Wet milieubeheer voor zover van toepassing op grond van het overgangsrecht) en het Activiteitenbesluit, dit in combinatie met het gemeentelijk geluidbeleid. Voorts is het zo dat de ontwikkeling van Vossenberg West II een gemeentelijk project betreft. Dit betekent dat de gronden op het bedrijventerrein volledig in eigendom zijn bij de gemeente. De gemeente zal bij de gronduitgifte dan ook voorwaarden stellen aan de geluidsuitstraling van de te vestigen bedrijven, welke zullen zijn gebaseerd op het gemeentelijk geluidbeleid.

5.4.3 Milieuzonering via VNG-brochure

De VNG-Brochure geeft twee soorten richtafstanden voor het situeren van bedrijven en woningen ten opzichte van elkaar. Het betreft richtafstanden voor een rustige woonomgeving en richtafstanden voor gemend gebied. De richtafstand neemt toe met de zwaarte van de bedrijfscategorie. Deze zwaarte is weer gebaseerd op de milieubelasting (geur, stof, geluid, gevaar) met de grootste afstand. In onderstaande tabel worden de richtafstanden per milieucategorie gegeven:

Milieucategorie   'Gemengd gebied'   'rustige woonwijk'  
1   0 meter   10 meter  
2   10 meter   30 meter  
3.1   30 meter   50 meter  
3.2   50 meter   100 meter  
4.1   100 meter   200 meter  
4.2   200 meter   300 meter  
5.1   300 meter   500 meter  
5.2   500 meter   700 meter  
5.3   700 meter   1000 meter  
6   1000 meter   1500 meter  

Tabel 3.1 Richtafstanden per bedrijfscategorie.

5.4.3.1 Toepassing van de VNG-brochure

De gemeente Tilburg heeft op voorhand bepaald dat in het plangebied geen categorie 1, 2, 5.2, 5.3 en 6 bedrijven zijn toegestaan. Voor categorie 2 geldt de uitzondering dat bedrijfsverzamelgebouwen en groothandelsbedrijven wel zijn toegestaan. Uitgaande van de richtafstanden van de VNG-Brochure zijn in het MER twee varianten (A en B) onderzocht waarin respectievelijk de categorieën 3 tot en met 4 en 3 tot en met 5.1 (incl. subcategorieën) zijn opgenomen. De inwaartse zonering is hierbij zodanig gekozen, dat bij beide varianten voldaan wordt aan de richtafstanden. Voor een uitgebreide beschrijving van de varianten wordt verwezen naar paragraaf 2.2.4 van het MER.

De woonwijk Reeshof is beschouwd als rustige woonwijk in de zin van de VNG-Brochure, op grond van het feit dat in de voormalige VINEX-locatie Reeshof vrijwel alleen woningen voorkomen (functiescheiding). De woningen aan de noordzijde zijn beschouwd als gemengd gebied, aangezien deze langs een weg zijn gelegen waar sprake is van functiemenging met andere (agrarische) bedrijvigheid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0010.jpg" Figuur 3.1 Bepaling afstanden inwaartse zonering.

Ook kan dit gebied gezien worden als bebouwing langs hoofdinfrastructuur en lintbebouwing in het buitengebied, zoals bedoeld in de VNG-Brochure. Ook de sluiswachterwoningen zijn vanwege de solitaire ligging langs het kanaal en het historisch gebruik beschouwd als gemengd gebied.

Op basis van het MER heeft de gemeente Tilburg- voornamelijk vanwege de beperktere milieu- en geluidbelasting5 gekozen voor variant B, echter met dien verstande dat bedrijven in milieucategorie 5.1 - uit variant A - via een wijzigingsbevoegdheid mogelijk zijn. Omwille van het gewenste vestigingsklimaat op Vossenberg West II kan het in voorkomende gevallen namelijk wenselijk zijn om bedrijven uit milieucategorie 5.1 te faciliteren. Als harde voorwaarde daarbij geldt wel dat bedrijven in milieucategorie 5.1 alleen worden toegelaten indien ze voor wat betreft het aspect geluid vergelijkbaar zijn met bedrijven die behoren tot maximaal categorie 4.2. Voor de beschouwing en berekeningen van het aspect geluid is daarom uitgegaan van een situatie waarbij categorie 5.1 effectief is uitgesloten. Voor de overige milieuaspecten is het toestaan van bedrijven in milieucategorie 5.1 niet onaanvaardbaar, daar cumulatie met andere bronnen voor de overige milieuaspecten niet relevant is.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0011.jpg"

Figuur 3.2 Gekozen variant B. inclusief verdeling milieucategorieën.

Variant B betekent dat maximaal bedrijven uit categorie 4.2 of lager zijn toegestaan. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Logistieke bedrijven.
  • Opslag en distributie.
  • Container terminals.
  • Gemiddelde en zwaardere industrie.

Categorie 1 en 2 zijn niet toegestaan (behoudens bedrijfsverzamelgebouwen en groothandelsbedrijven) omdat deze lichte categorieën de schaarse ruimte voor categorie 3 en 4 bedrijven niet mogen belasten.

Categorie 5.2, 5.3 en 6 zijn niet toegestaan omdat deze de omgeving te zwaar belasten. Categorie 5.1 is alleen mogelijk via wijzigingsbevoegdheid, indien de geluidbelasting vergelijkbaar is met bedrijven uit maximaal categorie 4.2.

Systematiek VNG-Brochure in relatie tot geluidafschermende werking

De systematiek van de VNG-Brochure impliceert dat bij het aanhouden van de richtafstanden, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, een voldoende waarborg wordt gegeven voor een goed leefklimaat.

In het plangebied is, ter hoogte van de Reeshof, langs het Wilhelminakanaal een grondwal aanwezig met een hoogte van 10 meter. Bij de vertaling van de richtafstanden naar de inwaartse zonering van het plangebied is de (geluid)afschermende werking van deze wal niet meegenomen6.

5.4.3.2 Conclusie zonering volgens de VNG-brochure

De VNG-Brochure heeft status gekregen door de vele jurisprudentie die over de toepassing van de systematiek is verschenen. De strekking van deze jurisprudentie is, dat wanneer aan de richtafstanden voldaan wordt, in de lijn van de VNG-Brochure aangenomen mag worden dat sprake is van een goede ruimtelijke scheiding en daarmee een goede ruimtelijke kwaliteit. Binnen de systematiek zijn kortere afstanden toelaatbaar, mits goed gemotiveerd.

De inwaartse zonering van Vossenberg West II is zodanig ontworpen dat voldaan wordt aan de richtafstanden van de VNG-Brochure. Er worden geen kortere afstanden aangehouden. Wel is vanwege de grondwal sprake van een extra geluidafscherming.

5.4.4 Akoestisch onderzoek

Voor het MER is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting bij exploitatie van het plangebied7. Op basis van dat onderzoek wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de te verwachten geluidbelasting als gevolg van de ontwikkeling van Vossenberg West II. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de planologische beoordeling mede is gebaseerd op de systematiek van de VNG-Brochure 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009.

5.4.4.1 Invloed van de bedrijven op de omgeving

In het akoestisch onderzoek voor het MER is voor alle representatieve waarneempunten in de omgeving van het plangebied de geluidbelasting ten gevolge van het bedrijventerrein Vossenberg West II onderzocht.

Na vergelijking van de twee zoneringsvarianten (A en B) heeft de gemeente Tilburg gekozen voor een combinatievariant door in het bestemmingsplan uit te gaan van maximaal categorie 4.2 en alleen categorie 5.1 via een wijzigingsbevoegdheid toe te staan, mits de geluidemissie van die bedrijven vergelijkbaar is met bedrijven die zijn ingedeeld in maximaal categorie 4.2. Deze wijzigingsbevoegdheid geldt uitsluitend voor die percelen van het bedrijventerrein Vossenberg West II dat in variant A categorie 5.1 bedrijven toelaat.

Het akoestisch onderzoek geeft inzicht in het geluidniveau dat theoretisch gezien in de toekomst kan optreden bij een maximale invulling van het plangebied. Dit onderzoek is gebaseerd op enkele uitgangspunten en aannames:

  • Een inwaartse zonering conform MER-variant B.8
  • Een geluidemissie per m², behorende bij de hindercategorie

Tabel 5.1 geeft een overzicht van de geluidbelasting vanwege Vossenberg West II bij de bepalende waarneempunten. De ligging van de waarneempunten is weergegeven op de kaartjes achterin deze paragraaf. Het betreft de geluidbelasting in 2021.

Tabel 5.1 Geluidbelasting Vossenberg-West II bepalende waarneempunten.

Adres   Geluidbelasting in dB(A)   Opmerking  
Dongenseweg 274 (z)   49   Bestemming bedrijfswoning  
Eerstelijns woning Reeshof 01 (n)   47    
Eerstelijns woning Reeshof 02 (n)   48    
Eerstelijns woning Reeshof 03 (n)   48    
Eerstelijns woning Reeshof 04 (n)   48    
Eerstelijns woning Reeshof 05 (n)   47    
Eindsestraat 119 (zo)   46    
Eindsestraat 122 (z)   49    
Eindsestraat 125 (z)   49    
Eindsestraat 127 (z)   48    
Hoewel de sluiswachterwoningen zeer nabij het plangebied zijn gelegen, is mede vanwege de afscherming door de grondwal de geluidsbelasting ten gevolge van het plangebied circa 40 dB(A).  

5.4.4.2 Geluidbijdrage aan cumulatieve geluidsituatie

Om de impact van de geluidsniveaus op de omgeving te bepalen, is het noodzakelijk om deze te beschouwen in relatie tot de reeds aanwezige geluidsniveaus.

In tabel 5.2 wordt de cumulatieve geluidsituatie beschreven. Deze tabel is gebaseerd op het MER, met dien verstande dat alleen de informatie ten aanzien van de gekozen variant B is opgenomen.

Met de inrichting van het bedrijventerrein Vossenberg West II worden de richtafstanden van de VNG-Brochure 'Bedrijven en milieuzonering' in acht genomen. In beginsel mag dan ook worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen in de Reeshof en de woningen aan de noordzijde van het plangebied niet onaanvaardbaar worden belast door de afronding van het bedrijventerrein Vossenberg met Vossenberg West II.

Echter, in casu is er sprake van cumulerende bronnen in de omgeving die in meer of mindere mate bepalend zijn voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van genoemde woningen. Cumulerende bronnen, naast bedrijventerrein Vossenberg West II zijn: de Burgemeester Letschertweg, het gezoneerde industrieterrein de Wildert, een individueel bedrijf, het bestaande industrie/bedrijven- terrein Vossenberg, en scheepvaart op het Wilhelminakanaal. Hierdoor heeft de gemeente Tilburg, naast de afzonderlijke geluidbelasting van het bedrijventerrein, óók de gecumuleerde geluidbelasting voor de omliggende woningen onderzocht.

Voor de beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting bestaan geen wettelijke grenswaarden of normen, zoals op grond van de Wet geluidhinder. De methode voor de bepaling van de cumulatie is echter vastgelegd in een rekenvoorschrift9 en er bestaat een beoordelingssystematiek10 . Het resultaat van deze systematiek is gegeven in tabel 5.2.

Voor de situaties waarin de gecumuleerde geluidbelasting door de komst van Vossenberg West II in een andere klasse valt, is dit met een kleurmarkering aangegeven.

In tabel 5.2 wordt de geluidbelasting van het industrieterrein gepresenteerd opgeteld bij de geluidbelasting van de reeds aanwezige geluidbronnen. Voor de uitgangspunten bij de berekeningen wordt verwezen naar het MER.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0012.jpg"

Tabel 5.2 Cumulatieve geluidniveaus (in Lden) bij waarneempunten per onderzochte situatie

5.4.4.3 Conclusie
  • Uit tabel 5.1 volgt dat de hoogst berekende geluidbelasting vanwege Vossenberg West II bij een enkele woning 49 dB(A) bedraagt.
  • Uit tabel 5.2 volgt dat ten opzichte van referentiesituatie bij een aantal waarneempunten sprake is van een kwaliteitsafname van het woon- en leefklimaat.

5.4.5 Beoordeling en borging geluidkwaliteit

De geluidkwaliteit van een plangebied wordt bepaald door een veelheid aan factoren en gelimiteerd vanuit een verscheidenheid aan wet- en regelgeving11. Ten aanzien van het bestemmingsplan speelt de vraag of dit plan niet tot een onaanvaardbaar geluidniveau zou kunnen leiden.

De beoordeling van de geluidkwaliteit vindt plaats op basis van het principe van 'een goede ruimtelijke ordening'. De geluidsniveaus worden hierbij beoordeeld in relatie tot de omgeving. Een ruimtelijk besluit mag er dus niet toe leiden dat een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat zou ontstaan12.

5.4.5.1 Beoordelingscriteria

1. Toepassing VNG-Brochure

In paragraaf 5.4.3 is de toepassing van de VNG-Brochure beschreven. Daaruit blijkt dat bij de bestemming van het bedrijventerrein Vossenberg West II wordt voldaan aan de richtafstanden uit die brochure. Het voldoen aan de richtafstanden wordt volgens jurisprudentie beschouwd als het hanteren van een goede ruimtelijke scheiding. Hieruit volgt dat met de inwaartse zonering op basis van de VNG-brochure binnen bestemmingsplan Vossenberg West II is gewaarborgd dat de functies bedrijvigheid en wonen in voldoende mate van elkaar gescheiden zijn.

2. Gemeentelijk geluidbeleid

De gemeente heeft geluidbeleid vastgesteld gericht op een geluidszone van 50 dB(A) etmaalwaarde voor de gebieden Vossenberg Midden en Vossenberg West II. De geluidbeleid is vastgelegd in geluidbeheerplan Vossenberg. West/Midden.

Uit tabel 5.1 blijkt dat, zonder beschouwing van afscherming op het bedrijventerrein, ter plaatse van de Reeshof en de woningen aan de noordzijde van het plangebied13, maximaal 49 dB(A) bedraagt. Dit geluidsniveau past binnen het door de gemeente Tilburg gehanteerde beleid.

3. Beschouwing van de cumulatieve geluidsituatie

De cumulatieve situatie beschrijft de geluidemissie ten gevolge van de reeds bestaande geluidbronnen én de geluidemissie van het geprojecteerde bedrijventerrein. Voor de beoordeling van het cumulatieve geluidniveau bestaan geen grenswaarden.

De cumulatieve geluidssituatie geeft in de referentiesituatie (de reeds bestaande geluidbronnen) een hogere geluidsbelasting dan de afzonderlijke geluidemissie van het plan Vossenberg West II (zie tabel 5.1). De bijdrage van Vossenberg West II aan de berekende gecumuleerde geluidbelasting is dus beperkt.

Ondanks de beperkte toename van de geluidbelasting door de komst van Vossenberg West II, kan het misschien zo lijken dat het woon- en leefklimaat merkbaar verslechtert. Dit is echter inherent aan de gekozen methode waarmee de geluidbelasting inzichtelijk is gemaakt. Voor de classificering van woon- en leefklimaat in tabel 5.2 is gekozen voor de methode Miedema. Deze methode houdt in dat voor een bepaald gebied, waarin verschillende geluidsbronnen zoals wegen en industrieterreinen aanwezig zijn, de mate van hinder wordt beoordeeld. Hiervoor is een methode ontwikkeld om de verwachte (gecumuleerde) hinder te kwalificeren. Deze methode wordt de methode 'Miedema' genoemd. De methode Miedema berekent bij een bepaalde waarde van de geluidsbelasting van een geluidssoort (wegverkeer, industrie) de ervaren geluidhinder die gelijk is aan de hinder door wegverkeer in de stad. De verschillende soorten geluid kunnen daardoor bij elkaar worden opgeteld. De mate van hinder wordt vervolgens weergegeven in een wegingsfactor op basis waarvan vervolgens een classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving plaatsvindt.

Deze classificering heeft als nadeel dat deze subjectief is en dat afrondingsverschillen van bijvoorbeeld 0,1 dB al kunnen leiden tot een andere kwalificatie van het woon- en leefklimaat (bijvoorbeeld van "redelijk" naar "matig"). Dit terwijl het tienvoudige van dit verschil (1 dB) voor het menselijk gehoor niet waarneembaar is. Met deze wetenschap dienen de resultaten zoals weergegeven in tabel 5.2 ook te worden beschouwd.

Woningen Reeshof

Volgens de tabel met gecumuleerde geluidbelastingen is er ter plaatse van de woningen in de Reeshof geclassificeerd als 'Reeshof 02- 03 en 04' sprake van een 'matig' woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat wordt ter plaatse niet onaanvaardbaar geacht, omdat deze woningen beschikken over een geluidluwe buitenruimte en er sprake is van voldoende geluidwering van de gevels, gelet op het bouwjaar van de woningen. Hierdoor is een aanvaardbaar binnenniveau tevens gewaarborgd.

Woningen noordzijde plangebied

In verhouding met de bestaande bronnen, zoals de Burgemeester Letschertweg en De Wildert geeft Vossenberg West II een beperkte bijdrage aan de geluidbelasting ter plaatse van de woningen aan de noordzijde van het plangebied. Het effect is bij de meeste woningen nihil. Bij enkele woningen gaat het woon- en leefklimaat van 'redelijk' naar 'matig' en bij een enkele woning gaat deze van 'matig naar tamelijk slecht'. Dit leidt er niet toe dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van die woningen onaanvaardbaar wordt. De betreffende woningen zijn gelegen in een gemengd gebied (ligging dicht nabij de Burgemeester Letschertweg en bedrijventerrein De Wildert). Er is sprake van een Maximaal Toelaatbare Geluidbelasting van 55 dB(A) vanwege De Wildert bij onder meer de adressen Eindsestraat 111-119 (oneven)/116/120/122/125/127, Uiterste Stuiver 7, Heibloemstraat 6-16 (even) en Voldijk 2. De geluidbelasting vanwege bedrijventerrein Vossenberg West II op deze woningen ligt onder de 50 dB(A). Geconstateerd wordt dat er sprake is van een geringe bijdrage van geluid vanwege Vossenberg West II ter plaatse van de woningen aan de noordzijde van het plangebied.

Om niettemin zoveel als mogelijk aan de belangen van de bewoners aan de noordzijde van het plangebied tegemoet te komen is in het bestemmingsplan opgenomen dat eerstelijnsbebouwing moet plaatsvinden op het bedrijventerrein, voordat zich elders op het terrein (met uitzondering van de containerterminal) zwaardere inrichtingen dan die van milieucategorie 4.1 vestigen. Hiermee wordt een mate van afscherming gegarandeerd die ertoe leidt dat de geluidbijdrage vanwege Vossenberg West II nog verder beperkt wordt. Tabel 5.3 geeft de resultaten van deze maatregel.

Tabel 5.3. Effect afscherming noordzijde in dB(A), realistische situatie

Omschrijving   Variant B   Afschermingvariant  
Bosweg 6   42   min 1  
Dongenseweg 274 (bestemming bedrijfswoning)   49   min 6  
Eindsestraat 110   40   geen effect  
Eindsestraat 111   44   min 1  
Eindsestraat 112   43   geen effect  
Eindsestraat 116   40   min 1  
Eindsestraat 117   45   min 1  
Eindsestraat 119   46   min 1  
Eindsestraat 120   47   min 4  
Eindsestraat 122   49   min 4  
Eindsestraat 125   49   min 2  
Eindsestraat 127   48   min 1  
Vierbundersweg 3   39   geen effect  
Vierbundersweg 19   30   geen effect  
Vierbundersweg 165   41   geen effect  
Voldijk 1 (fundering)   43   min 1  
Voldijk 2   43   min 2  
Deze tabel heeft tabel 5.1 als uitgangspunt. Voor een overzicht van alle waarneempunten, alsmede een beschrijving van de afscherming, wordt verwezen naar het MER.  

Uit tabel 5.3, welke de reductie van de geluidsbelasting ten gevolge van het bedrijventerrein Vossenberg West II aangeeft, blijkt dat de afscherming voor de achterliggende woningen een reductie van de geluidsbelasting geeft. Bij de niet genoemde waarneempunten treedt geen geluidreductie op14.

Tabel 5.3 toont aan dat afscherming een effectieve maatregel is, en ondersteunt het in het MER beschreven argument dat de geluidberekeningen zoals weergegeven in de andere tabellen, een overschatting geven doordat afscherming op het bedrijventerrein niet is meegenomen. De in tabel 5.3 beschreven reductie is in de planregels geborgd. Voor een flexibele ontwikkeling van het bedrijventerrein is het echter onmogelijk om een verdergaande afscherming in het bestemmingsplan vast te leggen.

Gezien de beperkte toename van de geluidbelasting vanwege Vossenberg West II ten opzichte van de referentiesituatie - waarin reeds sprake is van een hoge geluidsbelasting - ter plaatse van de omliggende woningen, is deze toename niet onaanvaardbaar. Daarbij geldt dat het treffen van verdere geluidreducerende maatregelen ter plaatse van Vossenberg West II niet haalbaar is, gelet op de geluidbelasting die reeds in de referentiesituatie aanwezig is. Het treffen van dergelijke maatregelen zou ertoe leiden dat het bedrijventerrein Vossenberg West II financieel (grondexploitatie) en feitelijk niet uitvoerbaar zou zijn. De gevolgen die het treffen van maatregelen met zich meebrengt in vergelijking tot de beperkte toename van geluidbelasting voor deze bewoners, zijn voor het bedrijventerrein onaanvaardbaar. Gezien dat gegeven prevaleert het belang van de ontwikkeling van bedrijventerrein Vossenberg West II.

Bijlagen bij paragraaf geluid

Kaart 1 (10 van 14 in akoestisch rapport), algeheel overzicht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0013.png"

Kaart 2 (kaart 11 van 14 in akoestisch rapport, deelfragment Reeshof).

afbeelding "i_NL.IMRO.0855.BSP2011020-e001_0014.png"

5.4.6 Luchtverkeer

Het plangebied is gelegen in de Horizontal Surface en Conical Surface (IHCS) van de vliegbasis Gilze Rijen. De IHCS is vastgesteld ten behoeve van de vliegverkeersveiligheid en bestaat uit een obstakelvrij vlak met een hoogte van 65 meter boven NAP, gelegen met een straal van 4 km rond de landingsdrempels, dat overgaat in een conisch vlak met een helling van 5% tot 145 meter boven NAP over een afstand van 2 km. Het plangebied is gelegen in het conisch vlak met wisselende hoogten van 65 meter tot 135 meter. Hoewel het bestemmingsplan dergelijke bouwhoogten niet toestaat, is voor de volledigheid de IHCS wel in de planregels opgenomen.