direct naar inhoud van Artikel 8 Wonen - werken
Plan: Beheersverordening Enschotsebaan en omgeving
Status: onherroepelijk
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BHV2013001-e001

Artikel 8 Wonen - werken

8.1 Bestemmingsomschrijving
8.1.1 Functie

De voor ´Wonen - werken´ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, al dan niet in combinatie met:
    • 1. de uitoefening van bedrijfsmatige activiteiten;
    • 2. bedrijvigheidheid die is genoemd in bijlage 1 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' onder de categorie 1, met uitzondering van inrichtingen als bedoeld in 41 Wet geluidhinder, met dienverstande dat er sprake is van grondgebonden gebouwen;
    • 3. kantoren tot maximaal 250 m2 b.v.o';
    • 4. maatschappelijke instellingen;
    • 5. recreatie en sport;
    • 6. zorg- en dienstverlening (zakelijk en persoonlijk)

met dien verstande dat de voor deze bestemming aangewezen bouwpercelen minimaal 750 m2 en maximaal 3.500 m2 bedragen;

  • b. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen;
  • c. groen-, water- en speelvoorzieningen;
  • d. bouwwerken van algemeen nut.
8.1.2 Bijbehorende voorzieningen

De voor ´Wonen - werken´ aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor:

  • a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen;
  • b. tuinen en erven;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • d. objecten voor beeldende kunst;
  • e. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen;

voor zover deze voorzieningen behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 8.1.1 genoemde functies.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Algemeen
  • a. Bestaande bebouwing welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de regels volgens deze beheersverordening, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht
  • b. De in dit artikel genoemde voorgevelrooilijnen zijn weergegeven op de bijlage Situering rooilijnen.
8.2.2 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende algemene bepalingen:

  • a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd;
  • b. het aantal woningen mag binnen het besluitvlak niet meer bedragen dan het op de verbeelding aangegeven maximum;
  • c. woningen mogen een inhoud hebben van maximaal 750 m3;
  • d. ten aanzien van de voorgevel;
    • 1. de voorgevel van het hoofdgebouw moet in de voorgevelrooilijn dan wel binnen 3 m achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
    • 2. de voorgevels van twee naastgelegen woningen dienen minimaal 1 m van elkaar te verspringen;
  • e. ten aanzien van de bouwdiepte:
    • 1. de bouwdiepte in het bouwperceel bedraagt 15 m gemeten vanaf de voorgevel;
    • 2. de afstand van de achtergevel tot de achterste perceelgrens dient minimaal 10 m te bedragen;
  • f. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens dient minimaal 5 m te bedragen;
  • g. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan het op de verbleeding aangegeven maximum;
  • h. het bouwen van ondergrondse bouwwerken is toegestaan.
8.2.3 Bijgebouwen ten behoeve van bedrijvigheid

Voor bijgebouwen ten behoeve van bedrijvigheid gelden de volgende bepalingen:

  • a. bijgebouwen ten behoeve van bedrijvigheid dienen achter het hoofdgebouw te worden opgericht;
  • b. maximaal 50% van de perceelsbreedte mag worden bebouwd voor bijgebouwen ten behoeve van bedrijvigheid tot een maximum van 750 m3;
  • c. de afstand van bijgebouwen ten behoeve van bedrijvigheid tot de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 5 m aan één zijde te bedragen, met dien verstande dat de zijde die grenst aan het openbaar gebied vrij dient te blijven van bebouwing.
  • d. de afstand van bijgebouwen ten behoeve van bedrijvigheid tot de achterste perceelsgrens dient minimaal 2 m te bedragen;
  • e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m, waarbij de perceelsgrens vanaf 3 meter in de perceelsgrens een dakhelling (afschuiningshoek) van 45° in acht moet worden genomen.
8.2.4 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten behoeve van wonen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen ten behoeve van wonen gelden de volgende bepalingen:

  • a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen niet vóór 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
  • b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uit maximaal 1 bouwlaag bestaan;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen op het bouwperceel mag niet meer bedragen dan 40% van de oppervlakte van het onbebouwde gedeelte van het bouwperceel, dat is gelegen 3 meter achter de voorgevel van de woning, tot een maximum van 60m2;
  • d. ten aanzien van de hoogte:
    • 1. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen met een platte afdekking mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de hoofdbebouwing vermeerderd met een dakconstructie van maximaal 0,5 m, met een maximale totale hoogte van 4,5 m;
    • 2. de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen met een platte afdekking mag ten hoogste 3 m bedragen, tenzij door middel van een maatvoeringsaanduiding een ander maximum is aangegeven;
    • 3. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een schuine kap mag ten hoogste 3 m bedragen, de bouwhoogte ten hoogste 4,5 m waarbij de dakhelling maximaal 45° mag bedragen.Deze afschuining geldt niet:
      • in die gevallen waarbij op het naastgelegen perceel in de perceelscheiding al een gebouw met een zelfde of hogere hoogte aanwezig is dan wel gelijktijdig wordt opgericht.
8.2.5 Bouwwerken van algemeen nut

Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende bepalingen:

  • a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht, met uitzondering van de gronden gelegen voor de (verlengde) voorgevelrooilijn;
  • b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m;
  • c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m².
8.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 m mag bedragen;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de hooge van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde vóór de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 m mag bedragen;
  • c. (openlucht) zwembaden, vijvers en daarmee gelijk te stellen bij een tuin behorende voorzieningen mogen worden opgericht, met dien verstande dat de totale oppervlakte niet meer mag bedragen dan 40% van het bouwperceel en de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,5 m.
8.2.7 Parkeren

Voor parkeren gelden de volgende bepalingen:

  • a. woningen hebben minimaal 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein;
  • b. parkeren ten behoeve van bedrijvigheid dient te gebeuren op eigen terrein achter de voorgevelrooilijn;
  • c. voor overige eisen ten aanzien van parkeren dient voldaan te worden aan de voorschriften uit de bouwverordening.
8.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van de hiertoe opgestelde procedurevoorschriften, nadere eisen te stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van:
    • 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. de brandveiligheid;
    • 5. de milieusituatie;
    • 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen ten behoeve van:
    • 1. de brandveiligheid;
    • 2. de milieusituatie;
    • 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.