direct naar inhoud van Artikel 1 Begrippen
Plan: Beheersverordening Enschotsebaan en omgeving
Status: onherroepelijk
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0855.BHV2013001-e001

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan:

de beheersverordening Beheersverordening Enschotsebaan en omgeving van de gemeente Tilburg;

1.2 projectbesluit:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0855.BHV2013001- met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

1.3 aan huis verbonden beroep

Beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als 'aan huis verbonden', zijnde beroepsactiviteiten van ten ministe één bewoner, plaats vindend in de betrokken woning, waabij:

  • a. geen sprake is van een activiteit die is vermeld in de categorieën 2 t/m 5 zoals opgenomen in de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' of een inrichting zoals opgenomen in art. 41 Wet geluidhinder;
  • b. geen sprake is van een ontoelaatbare publieks- of verkeersaantrekking, mede in verband met eventueel reeds in de directe nabijheid aanwezige beroepsvestigingen,
  • c. voldoende is of kan worden voorzien in parkeergelegenheid voor werknemers en bezoekers;
  • d. de beroepsuitoefening naar omvang ondergeschikt is aan het wonen, d.w.z. niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning (inclusief aan-, uit en/of bijgebouw) en totaal niet meer dan 80 m² in beslag neemt;
  • e. de beroepsuitoefening in zijn uiterlijke verschijningsvorm ondergeschikt is aan de woning en de woonomgeving;
  • f. geen detailhandel plaatsvindt, anders dan in ter plaatse vervaardigde goederen;
  • g. op geen enkele andere wijze overlast wordt veroorzaakt.
1.4 aaneengesloten

en woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen (hoofdgebouwen), niet zijnde stapelwoningen.

1.5 aanbouw

Uitbreiding van een gebouw bestaande uit één bouwlaag welke direct ten dienste staat van het gebouw doch niet één open ruimte vormt met de rest van het gebouw, zowel qua bouwmassa als verschijningsvorm ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.6 achtergevelrooilijn

De achterste, niet naar het openbaar gebied toegekeerde lijn die het bouwvlak begrenst.

1.7 appartement of bovenwoning

Een woning onderdeel uitmakende van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.

1.8 bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

1.9 bebouwingspercentage

Het percentage dat per bouwperceel bepaalt hoeveel procent van dat bouwperceel - binnen het aangegeven bouwvlak - ten hoogste mag worden bebouwd.

1.10 bedrijfsverzamelgebouw

Een gebouw dat dient om verschillende bedrijven in te huisvesten, waarbij de ruimtelijke uitstraling in overeenstemming is met die van één bedrijf en wordt voorzien in gezamenlijke faciliteiten.

1.11 bedrijven

Het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten die liggen op het vlak van industrie, groothandel met eventueel bijbehorende ondergeschikte showroom (derhalve géén detailhandel daaronder te begrijpen), ambacht, nijverheid, productie, distributie, logistiek, vervoer, opslag, reparatie (waaronder autoreparatiebedrijven), e.d.

Tevens worden hiertoe gerekend bijbehorende kantoorruimten en installaties.

Niet tot bedrijven worden gerekend: kantoren, horeca, prostitutie inrichting, (perifere) detailhandel, nutsvoorzieningen, tank- en servicestations, autowasplaatsen, zorg- en dienstverlening, recreatie, sport, agrarisch bedrijf, maatschappelijke instellingen en bedrijfspompen, zijnde pompen die zijn bedoeld voor de eigen brandstoffenvoorziening.

1.12 bestaande bouwwerken

Bouwwerken die op het tijdstip van de vaststelling van de verordening:

  • a. aanwezig zijn met een verleende vergunning;
  • b. nog kunnen worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen.

Hieronder valt niet een bouwwerk dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen het overgangsbepalingen van dat plan.

1.13 bestaand gebruik

het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op moment van de vaststelling van de verordening of kan worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;

1.14 bijgebouw

Een vrijstaand gebouw ten dienste van en behorende bij het hoofdgebouw bestaande uit maximaal één bouwlaag, dat zowel qua bouwmassa als verschijningsvorm ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.15 bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van standplaats.

1.16 bouwdiepte

Onder 'bouwdiepte' wordt verstaan de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht en horizontaal vanaf de naar de weg gekeerde gevel.

1.17 bouwhoogte

Onder 'bouwhoogte' wordt verstaan:

  • a. de hoogte van gebouwen, met uitzondering van lift- en trappenhuizen, lichtkappen en ondergeschikte onderdelen van gebouwen zoals schoorstenen, masten en delen van ventilatie-installaties, gemeten uit het hoogste punt boven het (straat)-peil.
  • b. de hoogte van bouwwerken die geen gebouw zijn, gemeten uit het hoogste punt boven het (straat)-peil.
1.18 bouwlaag

Een deel van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5 m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.

1.19 bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.20 bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.21 bouwwerken van algemeen nut

Bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen.

1.22 bruto vloeroppervlakte (b.v.o.)

De som van de buitenwerks en horizontaal gemeten oppervlakten van de inpandige vloeren -horizontale vlakken ter plaatse van trappen, hellingen en vides met een oppervlakte tot en met 4m² daaronder begrepen- voorzover de ruimten waarbinnen de vloeren zich bevinden een grotere inwendige hoogte hebben dan 1,5 m.

1.23 dakhelling

Hoek die gevormd wordt door een schuin dakvlak en een horizontaal vlak die elkaar snijden op de goothoogte.

1.24 detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop/ ter gebruik aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop/gebruik), verkopen en/of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.25 gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met (minimaal twee) wanden omsloten ruimte vormt.

1.26 geschakelde woning

Woningen waarvan de hoofdgebouwen door middel van bijgebouwen met elkaar verbonden worden en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens moet worden gebouwd.

1.27 goothoogte

Hoogte waarop zich de snijlijn bevindt van een verticaal en een hellend vlak, waarbij die vlakken de begrenzing zijn van het maximaal toegestane bouwvolume.

1.28 groenvoorzieningen

Het geheel c.q een complex van grootschalige voorzieningen en activiteiten t.b.v. groenaanleg zoals buurt-, wijk- en stadsparken e.d. met bijbehorende voorzieningen zoals verhardingen, waterpartijen, waterberging, watergangen en sloten, speelplaatsen, speel- en trapveldjes, bruggen en andere kunstwerken, straatmeubilair, etc.

1.29 grondgebonden woning

Een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond en niet zijnde een gestapelde woning.

1.30 hoofdgebouw of hoofdbebouwing

Een gebouw of bebouwing ten dienste van de bestemming van de betreffende gronden, dat/die op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

1.31 hoogspanningslijn

Een leiding of kabel met een nominale elektrische spanning van 1000 volt of meer.

1.32 kantoor

Een samenstel van activiteiten, waarbij het accent ligt op het verrichten van administratieve handelingen tbv. het voeren of leiden van eeen onderneming of organisatie,het verlenen van diensten waaronder zakelijk dienstverlening (o.a. informatie- en computertechnologie, computerservice, communicatieverkeer), het verrichten van onderzoek, welke door een vestiging of een bundeling van vestigingen worden verricht in een geheel van ruimten die zijn ondergebracht in een specifiek daarvoor ingericht (administratie)kantoor (kantoorgebouw,- vleugel, - laag e.d).

1.33 landschap

Het waarneembare deel van het aardoppervlak, bepaald door de onderlinge samenhang en benvloeïding van de levende en niet levende natuur.

1.34 maatschappelijke voorzieningen en instellingen

Hieronder worden verstaan:

  • a. sociaal-culturele voorzieningen, schouwburg, theater, buurt- en clubhuis, sociëteit, bibliotheek, volksuniversiteit,e.d.;
  • b. culturele voorzieningen, zoals musea, atelierruimten voor kunstenaars e.d.;
  • c. medische of paramedische voorzieningen, zoals ziekenhuis, kliniek, gezondheidscentrum, centrum voor dagbehandeling, consultatiebureau, e.d.;
  • d. welzijnsvoorzieningen, zoals verzorgingstehuis, verpleeghuis, inrichtingen voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking , tehuis voor daklozen, e.d.;
  • e. educatieve voorzieningen, zoals basis-, voortgezet en wetenschappelijk onderwijs, beroepsonderwijs, kunstonderwijs, muziekschool, volksuniversiteit, cursuscentrum, onderwijsinstituten t.b.v. specifiek onderwijs, e.d.;
  • f. voorzieningen t.b.v. kinderopvang zoals kindercrèche, peuterspeelzaal, speelterrein, kinderdagverblijf en (naschoolse) kinderopvangcentrum, al dan niet commercieel;
  • g. openbare en bijzondere instellingen waaronder overheidsinstellingen zoals stadskantoren, politiekantoor, brandweerkazerne, e.d.;
  • h. maatschappelijke voorzieningen;

Tot maatschappelijke instellingen worden niet gerekend de zogenaamde 'andere gezondheidszorggebouwen' (blijkens hun constructie en inrichting bestemd voor doeleinden van medische verpleging, verzorging, of behandeling dan wel van medisch onderzoek) zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen.

1.35 netto vloeroppervlak (n.v.o.)

De som van de binnenwerks gemeten oppervlakten van de voor publiek toegankelijke verblijfsruimten binnen een horeca-inrichting van de categorie 1, 2 of 3, zoals café- en barruimte (inclusief bar), eetzaal, foyer, dansvloer / podium, entree e.d, met uitzondering van oppervlakten t.b.v. keuken, toiletgroepen, garderobe, opslag, dienstruimten e.d.

1.36 nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

1.37 ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van ) een bouwwerk, waarvan de vloer gelegen is op ten minste 1,75 strekkende meter beneden peil.

1.38 oppervlakte

Onder 'oppervlakte' wordt verstaan':

  • a. de oppervlakte van een bouwwerk buitenwerks gemeten boven het peil met uitzondering van de oppervlakte van:
    • 1. een ondergeschikt bouwdeel (zoals open buitentrap, hellingbanen, e.d)waarvan de verticale projectie op het horizontaal vlak kleiner is dan 4 m2 of
    • 2. een uitkragend constructiedeel (zoals entreeoverkapping, dakoverstekken, niet beweegbare zonweringconstructies e.d.)waarvan de breedte van de verticale projectie op het horizontale vlak kleiner is dan 0,75 meter;
  • b. de oppervlakte van een onbebouwd gedacht terrein, gemeten binnen de grenzen van dat terrein.
1.39 patiowoning

Woningen waarvan de hoofdgebouwen met elkaar verbonden zijn, eventueel door middel van één of twee bijgebouwen, en waarvan de achtergevels gebouwd zijn in de achterste perceelsgrens.

1.40 peil (straatpeil)

Hieronder wordt verstaan:

  • a. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de straat grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang.
  • b. Voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
1.41 plangrens

Een weergegeven lijn, die de grens van het verordeningsgebied aanduidt.

1.42 productiegebonden detailhandel

Detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.

1.43 speelvoorzieningen

Voorzieningen ten dienste van sport en spel.

1.44 stalling en parkeren

Onder 'stalling en parkeren' wordt verstaan:

  • a. grootschalige (openbare) gebouwde parkeer- en stallingsvoorzieningen met de darbij behorende voorzieningen. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

parkeergarages, -kelders en -dekken, fietsenkelders en -stalling, stallingsgebouw, verhuur- en reparatie-inrichting, alsmede bijbehorende in- en uitritten, routing, in- en uitgangen, hellingsbanen, trappenhuizen, liften portier- c.q. bewakingsloge, betaalautomaten, vitrines, e.d.;'

  • b. voor zover deze terreinen onbebouwd blijven: niet-gebouwde parkeer- en stallingsvoorzieningen;
  • c. verkeers en straatmeubilair.
1.45 straatpeil

Zie: peil (straatpeil).

1.46 uitbouw

Uitbreiding van een gebouw welke direct ten dienste staat van het gebouw, één ruimte vormt met de rest van het gebouw en is uitgevoerd in één bouwlaag, dat zowel qua bouwmassa als verschijningsvorm ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.47 verkeersvoorzieningen t.b.v. wegverkeer en verblijf

Hieronder wordt verstaan het openbaar wegverkeers- en verblijfsgebied waarbij de nadruk ligt op de erftoegangsfunctie (geleider van het bestemmingsverkeer) voor gemotoriseerd en langzaam verkeer en/of de verblijfsfunctie voor voetgangers met alle bijkomende en ondersteunende voorzieningen en kunstwerken. Daarnaast vindt parkeren en stallen plaats. Het betreft hier buurtstraten, woonstraten, woonerven, winkelerven en voetgangersgebied inclusief bijbehorende kunstwerken.

1.48 voorgevelrooilijn

De naar het openbaar gebied toegekeerde lijn, die het hoofdbebouwingsvlak begrensd.

1.49 weg

Alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, waaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.

1.50 vrijstaande woning

Een woning die hoogstens door middel van bijgebouwen met een andere woning verbonden is en waarvan geen van de beide zijgevels in de zijdelingse perceelsgrens staan.

1.51 Wet geluidhinder

De wet van 16 februari 1979, Staatsblad 99 (1979), houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder.

1.52 Wet milieubeheer

De wet zoals geplaatst in Staatsblad 551 (1992). Deze wet is in werking getreden op 1 maart 1993.

1.53 wonen

Hieronder wordt verstaan:

  • a. het geheel van aan huis gebonden activiteiten van huishoudens die plaatsvinden in al dan niet gestapelde woningen, zelfstandige wooneenheden, woongebieden e.d. annex tuin en directe omgeving, ten dienste van het verblijven door mensen met daarbij behorende activiteiten zoals eten, slapen, recreën, etc. Niet tot wonen behoort het verblijf in recreatieve dagverblijven;
  • b. studentenhuisverstiging, huisvestiging van ouderen, verzorgingstehuis, gezinsvervangende huisvestiging en dergelijke, alsmede bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen (en ruimten) c.q. verzorgingsfaciliteiten;
  • c. beroepsactiviteiten die kunnen worden beschouwd als aan huis verbonden beroep, zijnde beroepsactiviteiten van tenminste één bewoner, plaatsvindend in de betrokken woning.
  • d. tijdelijke bewoning van (vrijstaande) bijgebouwen t.b.v. mantelzorg.
1.54 woning

Een (gedeelte van een) gebouw dat krachtens zijn indeling geschikt en bedoeld is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen een aan huis verbonden beroep.

1.55 Zorg- en dienstverlening

Onder zorg- en dienstverlening (persoonlijk en zakelijk) wordt verstaan:

  • a. persoonlijke zorg- en dienstverlening die plaats vindt op commerciële basis en niet kan worden aangemerkt als sociale c.q. welzijnsvoorziening en niet of niet alle kenmerken heeft van beroep aan huis. Hiertoe wordt gerekend: huisartsenpraktijken, tandartsenpraktijken, praktijk voor fysiotherapie, kinderopvangcentrum, kapsalon, pedicure, manicure, massagesalon, tatooshop, schoonheidssalon, zonnestudio e.d;
  • b. kleinschalige zakelijke (commerciële) dienstverlening die niet of niet alle kenmerken heeft van een beroep aan huis. Hiertoe wordt gerekend: uitzendbureau, klein bank/ postkantoor (postagentschap), assurantiekantoor, coppy-shop, notariskantoor, makelaarskantoor, advocatenkantoor, architectenbureau, deurwaarderskantoor, hypotheek verstrekkers- en adviseurs, etc.