direct naar inhoud van 5.8 Flora en fauna
Plan: De Locht 3, Wijbosch
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0844.BPDeLocht3-VG01

5.8 Flora en fauna

De wettelijke bescherming van natuurgebieden is geregeld in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 oktober 2005 is hierin ook het beschermingsregime van de Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd. Vogel- en Habitatrichtlijngebieden worden volgens de gewijzigde wet beschouwd als Beschermd Natuurmonument annex Natura 2000-gebied.

Door Agel Adviseurs is een quickscan naar de natuurwaarden uitgevoerd: rapport "Quickscan Flora- en Faunawet, Klaverwei te Wijbosch" (2 maart 2010, nr. 20080098/D02). Dit rapport is als bijlage opgenomen. Dit rapport is uitgevoerd voor de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Klaverwei, beschreven in paragraaf 2.2van dit rapport. De resultaten van dit rapport zijn, in overleg met de gemeente, grotendeels tevens van toepassing voor deze locatie. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoeksrapport zijn hieronder integraal weergegeven.

"Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van gebieden die zijn aangewezen in het kader van de natuurbeschermingswet 1998. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied ligt op een afstand van tenminste 12 kilometer ten westen van het plangebied en betreft het Natura 2000-gebied “Natura 2000-gebied 'Kampina & Oisterwijkse Vennen”. Het Natura2000 gebied betreft een Habitatrichtlijn + Vogelrichtlijn. Aangezien de beoogde plannen geen directe relatie heeft met het natuurgebied zijn negatieve effecten uit te sluiten. Het plangebied maak geen onderdeel uit van een natuurgebied- en/of beheersgebiedplan van de provinciale Ecologische Hoofdstructuur. Aangezien de beoogde plannen geen directe relatie heeft met een gebied dat is aangewezen als EHS zijn negatieve effecten uit te sluiten.

Soortenbescherming

Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat het onderzoeksgebied een potentiële habitat biedt voor een aantal (algemene) beschermde soorten en enkele soorten zoogdieren die zijn vermeld in categorie 1. Deze soorten zijn niet beschermd in het kader van de Flora- en Faunawet of er geld een algemene vrijstelling van art. 8 t/m 12 bij ruimtelijke ingrepen, een ontheffing Flora- en Faunawet is derhalve niet noodzakelijk.

In de Flora- en Faunawet is een zorgplicht opgenomen. Dit houdt in dat voorafgaand aan de ingreep alle maatregelen dienen te worden getroffen om nadelige gevolgen op flora en fauna voor zover mogelijk te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht geldt altijd en voor alle soorten, ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.

Er zijn geen zoogdieren aangetroffen. Verwacht wordt dat enkele algemene voorkomende beschermde zoogdiersoorten zoals de mol, konijn, egel en diverse muissoorten voorkomen binnen de onderzoekslocatie. Omdat het hier gaat om zoogdiersoorten die in grote delen van Nederland en Brabant algemeen zijn, doet het verdwijnen van leefgebied in het plangebied geen afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van regionale of landelijke populaties. Ontheffing van de Flora- en faunawet (categorie 1) en/of compensatie is daarom niet noodzakelijk.

Het plangebied maakt zeer waarschijnlijk deel uit van een fourageergebied voor vleermuizen. Het plangebied blijft deze functie behouden tijdens en na de ingreep. Negatieve effecten op populatieniveau zijn door het verloren gaan van de open ruimte en aanvliegroutes niet te verwachten. In het plangebied wordt bebouwing gesloopt. [...]

Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Vogelrichtlijn en de Flora- en Faunawet. Met broedvogels kan in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli) indien concreet broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze maar meer nog omdat het plangebied al is gerealiseerd zijn geen belemmeringen vanuit de Flora- en Faunawet aan de orde.

Uit de inventarisatie van de overige soortgroepen (vissen, ongewervelde, amfibieën en reptielen), binnen het plangebied is naar voren gekomen dat verder geen sprake is van beschermde diersoorten. Het mogelijk aantasten van bijzondere overige soorten is dan ook niet aan de orde."

Uit de quickscan blijkt dat er mogelijk sprake is van de aanwezigheid van vleermuizen. De te slopen bebouwing is momenteel echter nog in gebruik als caravanstalling. Deze gebouwen zijn volledig afgesloten en bestaan uit enkelwandige muren, dus zonder spouw, en een golfplaatdak. De dakconstructie van het te verbouwen boerderijpand is tevens afgesloten. Deze feiten leiden ertoe dat het is uit te sluiten dat deze bebouwing wordt gebruikt door vleermuizen als verblijfplaats.

Conclusie

Een ontheffing van de Flora en faunawet is niet nodig.