| Plan: | De Groote Wielen Noordoosthoek |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0796.0002497-1401 |
het Crisis en herstelwet (Chw) bestemmingsplan 'De Groote Wielen Noordoosthoek' met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002497-1401 van de gemeente 's-Hertogenbosch;
de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
de verbeelding van het Chw bestemmingsplan 'De Groote Wielen Noordoosthoek' met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002497-1401;
een beroeps- of bedrijfsactiviteit die in hoofdzaak niet publieksaantrekkend is en die ondergeschikt is aan de woonfunctie en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Er is uitsluitend sprake van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als degene die de beroeps- of bedrijfsactiviteit uitoefent, in de betreffende woning woont;
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Een bijgebouw kan zijn een aangebouwd bijgebouw in de vorm van een aanbouw of een uitbouw, dan wel een vrijstaand bijgebouw;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
een aaneengesloten stuk grond, waarop op grond van de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar op grond van de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
een openbaar gebouw in een wijk gericht op het bijdragen aan de integrale leefkwaliteit van de wijk;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte;
een watergang die qua afmetingen en doorvaarthoogte geschikt is voor het gebruik door pleziervaartuigen;
de verticale afstand tussen de maatgevende hoogwaterstand en de onderkant van een overspanning boven de vaarweg bij volbelasting die te allen tijde beschikbaar is voor de vaartuigen;
een clustering van educatieve voorzieningen, zoals basisonderwijs, kinderopvang, peuterspeelzaal, sportzaal en daarmee vergelijkbare voorzieningen, in een gebouw;
zorg waar men zonder verwijzing naartoe kan gaan waar onder een huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige.
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover de regels van dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt;
elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak die op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2012 als vergunningplichtig wordt aangemerkt, waarbij de volgende onderverdeling in dit plan wordt gemaakt:
een brede definitie die ziet op alle fysieke waarden in de leefomgeving, onderdelen die in ieder geval onder de fysieke leefomgeving vallen zijn: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen;
huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste een in de gemeentelijke doelgroepenverordening bepaalde, jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijs, waarbij de instandhouding in die verordening is vastgelegd;
de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer (inclusief 30 km/uur-wegen) die op de gevel van een gebouw berekend wordt;
een gevel met een gecumuleerde geluidsbelasting, berekend overeenkomstig de methode uit hoofdstuk 2 van bijlage I van het Reken en meetvoorschrift geluidhinder 2006, die kleiner of gelijk is aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder die geldt voor de bronsoort waarvoor de hogere waarde benodigd is. Bij eengezinswoningen kan per verdieping worden beoordeeld of er sprake is van tenminste één geluidluwe gevel;
de zijde van de geluidluwe gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde Wgh
gebouwen en terreinen die in de Wet geluidhinder zijn aan gewezen als geluidsgevoelig;
geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;
(moes)tuinen en erven die gemeenschappelijk eigendom zijn van bewoners en onderhouden worden door rechthebbenden of andere beheerders;
een woning die met een andere woning verbonden is door middel van aan- of bijgebouwen, niet zijnde gestapelde woningen;
een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen;
bebouwing met een bouwhoogte van meer dan 25 meter;
een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
bewoning waarbij de bewoners er niet zelfstandig wonen omdat zij bepaalde (woon)voorzieningen (in een woning) met elkaar delen;
een plaats in het water waar een boot voor recreatief gebruik mag liggen, niet zijnde een ligplaats voor een woonboot,
voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, welzijn en/of zorg.
een knooppunt waar een reiziger kan wisselen van mobiliteitsvorm, inclusief voorzieningen voor de vervoersfunctie, een aantrekkelijke verblijfskwaliteit van de reiziger en een pick-up point voor pakketjes en boodschappen;
een overleg tussen de initiatiefnemer of de gemeente en de omgeving (omwonenden, belanghebbende organisaties en andere betrokkenen) voorafgaand aan een besluit, waarin inzichten worden gedeeld over de wensen, behoeften, belangen en bedenkingen bij een nadere invulling van een (deel)gebied;
functie waarvoor maximaal 35% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt;
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;
(binnen) opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke;
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning;
een aangelegd groen gebied aan het water dat primair is ingericht voor recreatie en sport;
de manier hoe het verkeer over de wegen wordt afgewikkeld. Daarin wordt van een reguliere ochtend- en avondspits (2 uurs intensiteiten, gemiddelde brede spits) als te hanteren maat uitgegaan. Incidenten en piekbelastingen vallen buiten de beschouwing;
een woning die onderdeel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee woningen, niet zijnde gestapelde woningen;
een bijbehorend bouwwerk, dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond;
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen;
langs een wegzijde met een regelmatige ligging of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft;
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;
het bouwkundig en functioneel splitsen van een zelfstandige woning in twee of meer zelfstandige woningen of het realiseren van een of meer woningen binnen de aaneengesloten hoofdbebouwing
voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel en daarvoor aangewezen standplaats is geplaatst;
een woning voor zelfstandig wonen die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte.
Dit bestemmingsplan is gericht op het ontwikkelen en waarborgen van:
Dit hoofdstuk is van toepassing op degene die de betrokken activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak, bestemmingsvlak of bouwperceel aangeeft, dat maximaal bebouwd mag worden.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.
Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling zijn gesteld, is verplicht:
Op de gronden met de bestemming 'Groen' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Groen' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. gebouwen | 1. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5 meter; |
| 2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per gebouw; | |
| b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 1. de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter; |
| 2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per bouwwerk geen gebouw zijnde; | |
| 3. in afwijking van het bepaalde in b onder 1 bedraagt de maximale bouwhoogte van kunstobjecten ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van verkeer 10 meter; |
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.2.1 als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 meter; |
| 2. de bouwoppervlakte bedraagt niet meer dan 50 m² per gebouw; | |
| 3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de groenstructuur; - de milieusituatie. |
|
| b. antennemasten ten behoeve van de mobiele telefonie | 1. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 30 meter; |
| 2. er wordt aangetoond dat plaatsing van een omgevingsvergunningsvrije installatie (op bestaande gebouwen of bouwwerken) niet mogelijk is; | |
| 3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: - de groenstructuur; - de milieusituatie. |
Op de gronden met de bestemming 'Natuur' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Natuur' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. bouwwerken, geen gebouw zijnde | 1. de maximum bouwhoogte bedraagt 3 meter; |
Gronden binnen deze bestemming mogen niet ondergronds worden bebouwd.
Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Het in lid 5.3.1 bepaalde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
De in lid 5.3.1 bedoelde vergunning wordt geweigerd, indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden en/of de werken voor de naast liggende gebieden onevenredig nadelige gevolgen hebben.
Op de gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Verkeer' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. gebouwen | 1. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5 meter; |
| 2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per gebouw; | |
| b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 1. de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter; |
| 2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per bouwwerk geen gebouw zijnde; | |
| 3. in afwijking van het bepaalde in b onder 1 bedraagt de maximale bouwhoogte van kunstobjecten ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van verkeer 10 meter. |
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2.1 als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 meter; |
| 2. de bouwoppervlakte bedraagt niet meer dan 50 m² per gebouw; | |
| 3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie. |
|
| b. antennemasten ten behoeve van de mobiele telefonie | 1. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 30 meter; |
| 2. er wordt aangetoond dat plaatsing van een omgevingsvergunningsvrije installatie (op bestaande gebouwen of bouwwerken) niet mogelijk is; | |
| 3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: - de groenstructuur; - de milieusituatie. |
Het is verboden op de gronden met de functieaanduiding 'water' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Het in lid 6.3.1 bepaalde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
Op de gronden met de bestemming 'Water' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Water' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 1. de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter; |
| 2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per bouwwerk geen gebouw zijnde; | |
| 3. in afwijking van het bepaalde in a onder 1 bedraagt de maximale bouwhoogte van kunstobjecten ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van verkeer 10 meter. |
Het is verboden op de gronden met de aanduiding 'ecologische verbindingszone' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Het in lid 7.3.1 bepaalde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
Op de gronden met de bestemming 'Wonen' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Wonen' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. hoofdgebouwen | 1. de hoofdgebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; |
| 2. het aantal te realiseren woningen overschrijdt niet het maximum aantal woningen per bouwvlak zoals op de verbeelding is aangegeven; | |
| 3. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bouwhoogte zoals op de verbeelding is aangegeven; | |
| 4. de maximale goothoogte bedraagt niet meer dan de goothoogte zoals op de verbeelding is aangegeven; | |
| 5. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen uitsluitend twee-aaneenwoningen worden gebouwd; | |
| 6. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd; | |
| 7. de minimale afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste: - voor twee-aaneenwoningen: aan één zijde 3 meter; - voor vrijstaande woningen: aan beide zijden 3 meter. |
|
| b. bijgebouwen en overkapping | 1. bijgebouwen en overkappingen mogen binnen het bouwvlak en in het achtererfgebied worden gebouwd; |
| 2. voor bijgebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak gelden de maximale bouw- en goothoogte zoals op de verbeelding aangegeven; | |
| 3. voor bijgebouwen en overkappingen in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, gelden de regels onder 4 tot en met 11; | |
| 4. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 50%; | |
| 5. van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, moet een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 25 m² onbebouwd blijven; | |
| 6. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 75 m², onverminderd van het bepaalde onder 4; | |
| 7. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd het bepaalde onder 4; | |
| 8. de maximale bouwhoogte is 3 meter; | |
| 9. als met hellende dakvlakken wordt gebouwd is, in afwijking van het bepaalde onder 8, de maximale goothoogte 3 meter, de maximale bouwhoogte 4,5 meter en de maximale dakhelling 50°; | |
| 10. bijgebouwen en overkappingen met één hellend dakvlak mogen uitsluitend worden gebouwd als een aanbouw tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw (aankapping); hierbij is, in afwijking van het bepaalde onder 8, de maximale goothoogte 3 meter, de maximale bouwhoogte 4,5 meter en moet het hoogste punt tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw worden gesitueerd; | |
| 11. dakterrassen zijn niet toegestaan. | |
| c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 1. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mogen, met uitzondering van erfafscheidingen, uitsluitend binnen het bouwvlak en in het achtererfgebied worden gebouwd; |
| 2. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 50%; | |
| 3. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 75 m², onverminderd van het bepaalde onder 2; | |
| 4. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd van het bepaalde onder 2; | |
| 5. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen op en voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1 meter; | |
| 6. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2 meter; | |
| 7. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 meter. | |
| e. algemeen | 1. er mogen uitsluitend gebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd; |
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de afmetingen en de plaatsing van de bebouwing ten behoeve van:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 8.2.1 als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.
| Bouwwerk | Voorwaarden |
| a. bijgebouwen en overkappingen | 1 Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.1, lid b sub 1 voor het bouwen van bijgebouwen in het voorerfgebied met dien verstande dat: a. de gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het voorerfgebied maximaal 25 m² mag bedragen; b. de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen erven niet onevenredig mogen worden geschaad; c. de stedenbouwkundige opzet van de omgeving niet mag worden aangetast; d. voor het bouwen naast de zijgevellijn van het hoofdgebouw op hoekpercelen gelden naast het bovenstaande de volgende voorwaarden: - de bebouwing dient te worden opgericht achter de denkbeeldige (verlengde) lijn die het snijpunt van de voorgevellijn en de zijgevellijn raakt en ligt onder een hoek van 45° ten opzichte van de voorgevellijn, maar niet door het bouwvlak van het betreffende hoofdgebouw heen gaat; - de voorgevel van een aangebouwd bijgebouw dient evenwijdig te zijn aan de voorgevel van de hoofdbebouwing; - de maximale breedte van een aangebouwd bijgebouw bedraagt 3 meter; - nadere eisen kunnen worden gesteld aan de minimale afstand van het bijgebouw tot de naar de openbare weg gekeerde zijdelingse perceelsgrens vanuit stedenbouwkundige opzet van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden en bezonning van de aangrenzende gronden. |
| 2. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de in 8.2.1 aangegeven maten en/of percentages, met dien verstande dat: a. er alleen mag worden afgeweken ten behoeve van een logische en zorgvuldige inpassing en/of aanpassing van een bouwplan aan de bijzondere omstandigheden van een eigen of naastgelegen bouwperceel en de daarop aanwezige bebouwing; b. de overschrijding maximaal 10% van de aangegeven maten en/of percentages mag bedragen, met dien verstande, dat ten aanzien van de onder 8.2.1 onder b onder 7 en 8 bepaalde maximum hoogte een overschrijding tot maximaal 5,5 meter is toegestaan voor wat betreft aanbouwen voor zover gelegen naast en tussen hoofdgebouwen; c. de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen erven niet onevenredig mag worden aangetast; d. de stedenbouwkundige opzet van de omgeving niet onevenredig mag worden aangetast. |
|
| 3. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de het bepaalde in 8.2.1 onder b onder 9 voor dakterrassen bij woningen, waar de woonkamer op de eerste verdieping is gelegen en er geen sprake is van onevenredige privacy-aantasting. | |
| b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde of overkappingen | 1. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder c onder 5 voor een hogere erfafscheiding, onder de volgende voorwaarden: a. de maximale bouwhoogte van een erfafscheiding op en/of voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1,5 meter; b. de maximale bouwhoogte van een erfafscheiding achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2,5 meter; c. de erfafscheiding heeft een open, pergola-achtige constructie. |
Het aanvangen of veranderen van het gebruik (in enge zin) is zonder melding of vergunning mogelijk, als het gebruik is vermeld in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden (voor zover van toepassing).
| Gebruik | Voorwaarden |
| a. wonen | 1. het gebruik van een woning mag niet leiden tot kamerbewoning of tot woningsplitsing; |
| b. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten | |
| c. tuinen, erven en terreinen | |
| d. ondergeschikte voorzieningen zoals benoemd in artikel 8.1 onder e. |
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen:
Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan :
Het is verboden om zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning een nieuwe activiteit te starten of een nieuwe voorziening te realiseren, tenzij er sprake is van een activiteit als genoemd in artikel 9.3. De bestemmingsplanactiviteitvergunning wordt alleen verleend voor de activiteiten genoemd in artikel 9.1 en wordt voor die actviteiten verleend als de aanvraag voldoet aan het onderstaande beoordelingskaders:
| Algemeen (gebruik en bouwen) | Voorwaarden |
| a. omgevingsdialoog | 1. er moet voldaan worden aan de Handreiking omgevingsdialoog zoals die luidt ten tijde van de aanvraag; door middel van een eindverslag moet worden onderbouwd dat voldaan is aan de in de dan geldende handreiking vastgestelde criteria voor een goede omgevingsdialoog; |
| b. groen | 1. binnen de bestemming "Woongebied" een kwantitatieve groenscore wordt behaald van minimaal 40% volgens de kwantitatieve groenscorekaart in Bijlage 4a van de planregels; |
| 2. voor een concreet project is een lagere groenscore mogelijk mits wordt aangetoond dat elders binnen de bestemming "Woongebied" extra groen wordt gerealiseerd zodat op planniveau wordt voldaan aan het vereiste onder b. groen lid 1.; | |
| c. biodiversiteit | 1. bij aanleg van meer dan 500 m² nieuwe verharding dient een minimale kwalitatieve biodiversiteitscore van 8 punten te worden gehaald conform de kwalitatieve biodiversiteitscorekaart in Bijlage 4b van de planregels; |
| d. Ruimtelijk Functioneel Kwaliteitskader | 1. de bebouwing dient te voldoen aan de spelregels en richtlijnen van de afzonderlijke sfeergebieden, waarbinnen de ontwikkeling ligt, die in het Ruimtelijk Functioneel Kwaliteitskader (Bijlage 3 van de planregels) worden omschreven. |
| Gebruik | Voorwaarden |
| a. algemeen | 1. voor het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor deze bestemming geldt de voorwaardelijke verplichting dat uiterlijk binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van een omgevingsvergunning voor de bestemmingsplanactiviteit bouwen, de landschappelijke investeringen, die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening aan de in de omgevingsvergunning beoogde stedelijke ontwikkeling verplicht zijn, dient te zijn gerealiseerd en in stand worden gelaten, waarbij de eindsituatie is zoals opgenomen in Bijlage 5 van deze planregels. |
| b. wonen | 1. er mogen tot maximaal 3.000 woningen binnen de bestemming "Woongebied" worden gebouwd, inclusief bijbehorende maatschappelijke voorzieningen zoals genoemd in 9.2 'Gebruik' onder b en maximaal 10 standplaatsen voor woonwagens, mits per woningbouwontwikkeling binnen het plangebied kan worden aangetoond dat ná realisatie van de beoogde woningen sprake is van een aanvaardbare structurele verkeersafwikkeling op de ontsluitingsroute Hustenweg/Blauwe Sluisweg vanaf de kruising Empelsehoefweg – Hustenweg tot en met de kruising Hooghemaal/Blauwe Sluisweg en vice versa; het beoordelingskader is alsvolgt: a. op de wegvakken tussen de kruissingen/rotondes maximaal 1.600 pae/uur/rijstrook (vrachtverkeer: 2) plaatsvindt, met zogenaamde intensiteit/capaciteit (I/C) verhoudingen van onder of gelijk aan 0,80; b. voor rotondes zonder fietsverkeer de verzadigingsgraad ligt op maximaal 0,80 of bedraagt de maximale wachttijd van max. 50 seconden/pae c voor rotondes met fietsverkeer de verzadigingsgraad van 0,75 ligt of de wachttijd maximaal 50 seconden/pae bedraagt d voor met verkeerslicht geregelde kruispunten voor de verkeersregeling een cyclustijd van maximaal 120 seconden als basis wordt aangehouden: . e. voor voorrangskruisingen de maximale wachttijd van 20 seconden bedraagt. 2. vanaf het moment dat een omgevingsvergunning is aangevraagd en ontvankelijk is, worden -zolang het maximum aantal woningen zoals bedoeld onder 1. nog niet is overschreden- de aangevraagde woningen gereserveerd, tot het moment van onherroepelijk worden van de bestemmingsplanactiviteitvergunning; |
| c. maatschappelijke voorzieningen | 1. het betreft alleen educatief voorzieningenclusters, eerstelijnszorg of een buurtcentrums; |
| 2. het gebruik van gronden voor educatief voorzieningenclusters is toegestaan voor een gezamenlijk gebruiksoppervlakte van maximaal 25.500m²; | |
| 3. het gebruik van gronden voor eerstelijnszorg is toegestaan voor een gezamenlijk gebruiksoppervlakte van maximaal 500 m²; | |
| 4. de afstand tot gevoelige functies bedraagt minimaal 30 meter of een kortere afstand indien is aangetoond dat ter plaatse van de milieugevoelige functie geen sprake is van onacceptabele milieuhinder als gevolg van de beoogde activiteiten. |
| Bouwen | Voorwaarden |
| a. algemeen | 1. Een bestemmingsplanactiviteitvergunning voor een bouwplan dat betrekking heeft op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen wordt niet eerder verleend dan nadat met een akoestisch onderzoek voor de geluidbelasting op de gevel (niet zijnde een dove gevel), is aangetoond dat deze niet meer bedraagt dan 63 dB en is aangetoond en wordt voldaan aan de volgende criteria: a. bij een geluidsbelasting op de gevel van 49 dB - 53 dB: - de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe geluidsgevoelige bestemming niet kan worden vergroot zodat de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner dan 49 dB bedraagt; - dat er geen bronmaatregelen kunnen worden getroffen waarmee de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner wordt dan 49 dB ; - dat er geen overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen waarmee de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner wordt dan 49 dB; - het stedenbouwkundig ontwerp zodanig vorm is gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; - bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) voldoet aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied, conform de Nota hogere grenswaarden geluid voor de gemeente 's-Hertogenbosch, of diens opvolger; - de woning tenminste één geluidluwe gevel te bezit; - bij de aanvraag om bouwvergunning een bouwakoestisch onderzoek is gevoegd waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit, waarbij, indien daar sprake van is, voor de geluidsbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting; b. bij een geluidsbelasting op de gevel van 54 dB - 63 dB: - alle criteria onder a. en - bij appartementen en gelijkvloerse woningen minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde is gesitueerd; - bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde is gesitueerd; |
| b. hoofdgebouwen | 1. de bouwhoogte bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; |
| 2. hoogbouw wordt ruimtelijk ingepast in de omgeving. Of sprake is van een aanvaardbare situatie wordt beoordeeld aan de hand van het Aanvullend moet worden aangetoond dat: a. van het totale geveloppervlak van een blok de gevel in zoveel mogelijk gevallen 50% minimaal 2 uur per dag direct zonlicht ontvangt in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober en voor de bezonning van omliggende gebouwen in zoveel mogelijk gevallen 60% van de omliggende gevels aan de noord-, oost- en westzijde van het blok minimaal 2 uur per dag direct zonlicht ontvangen in de periode van 19 februari en 21 november bij een zonnestand van meer dan 10 graden; b. geen sprake is van windhinder en windgevaar volgens NEN 8100. Voor windhinder moet tenminste worden voldaan aan een matig windhinderklimaat en voor windgevaar geldt dat geen sprake mag zijn van de kwalificatie gevaarlijk; |
|
| 3. a. minimaal 30% van de woningen wordt ontwikkeld voor de sociale huursector (zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 Bro onder d.); en b. minimaal 20% van de woningen wordt ontwikkeld voor geliberaliseerde woning voor middenhuur en/of sociale koopwoningen; woningen in de categorie middenhuur dienen duurzaam in stand te worden gehouden voor ten minste een termijn zoals opgenomen in de doelgroepenverordening; c. er kan worden afgeweken van het in lid b. onder 3 sub 1 en/of 2 bepaalde percentage mits voor het totale plangebied kan worden voldaan aan de genoemde percentages. |
|
| 4. in afwijking van het gestelde in lid b. onder 1 t/m 2 geldt voor hoofdgebouwen die eenmaal zijn vergund op basis van dit bestemmingsplan dat: a. de bouwhoogte niet mag toenemen ten opzichte van de bouwhoogte in de onherroepelijke omgevingsvergunning; en b. geen uitbreiding plaatsvindt aan de zijden van het perceel die grenzen aan het openbaar toegankelijk gebied. |
|
| c. bijgebouwen en overkappingen | 1. bijgebouwen en overkappingen worden binnen het achtererfgebied gebouwd; |
| 2. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bouwhoogte van het gerealiseerde hoofdgebouw, met een maximum goothoogte van 3,5 meter en een maximum bouwhoogte van 6 meter; | |
| 3. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied is 50%; | |
| 4. van het achtererfgebied moet een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 25 m² onbebouwd blijven; | |
| 5. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied is 75 m², onverminderd van het bepaalde in lid c onder 3 ; | |
| 6. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied, groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd het bepaalde in lid c onder 3; | |
| 7. als met hellende dakvlakken wordt gebouwd is de maximale goothoogte 3,2 meter, de maximale bouwhoogte 6 meter en de maximale dakhelling 50°; | |
| 8. bijgebouwen en overkappingen met één hellend dakvlak mogen uitsluitend worden gebouwd als een aanbouw tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw (aankapping); hierbij is de maximale goothoogte 3,2 meter, de maximale bouwhoogte 6 meter en moet het hoogste punt tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw worden gesitueerd; | |
| d. bouwwerken geen gebouwen zijnde | 1. bij woningen mogen bouwwerken geen gebouwen of overkappingen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen, uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd; |
| 2. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied is 50%; | |
| 3. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied is 75 m², onverminderd van het bepaalde in lid d onder 2; | |
| 4. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd van het bepaalde in lid d onder 3; | |
| 5. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen op en voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1 meter; | |
| 6. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2 meter; | |
| 7. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 meter. | |
| e. antennemasten ten behoeve van de mobiele telefonie | 1. in afwijking van het bepaalde in lid d onder 7 bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 30 meter; |
| 2. er wordt aangetoond dat plaatsing van een omgevingsvergunningsvrije installatie (op bestaande gebouwen of bouwwerken) niet mogelijk is; | |
| 3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: - de groenstructuur; - de milieusituatie |
|
| f. alle in dit artikel bepaalde bouwactiviteiten | 1. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Of sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beoordeeld aan de hand van de Nota Parkeernormering 2021 van de gemeente 's-Hertogenbosch of diens opvolger; |
Het is toegestaan zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning de volgende gebruiksactiviteiten aan te vangen of te vervangen:
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft buitenbeschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning dieper dan 70 meter onder peil een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken. De omgevingsvergunning wordt geweigerd als:
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het Chw bestemmingsplan De Groote Wielen Noordoosthoek van de gemeente 's-Hertogenbosch.