direct naar inhoud van Regels
Plan: De Groote Wielen Noordoosthoek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002497-1401

Regels

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het Crisis en herstelwet (Chw) bestemmingsplan 'De Groote Wielen Noordoosthoek' met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002497-1401 van de gemeente 's-Hertogenbosch;

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3 verbeelding

de verbeelding van het Chw bestemmingsplan 'De Groote Wielen Noordoosthoek' met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002497-1401;

1.4 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

een beroeps- of bedrijfsactiviteit die in hoofdzaak niet publieksaantrekkend is en die ondergeschikt is aan de woonfunctie en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Er is uitsluitend sprake van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als degene die de beroeps- of bedrijfsactiviteit uitoefent, in de betreffende woning woont;

1.5 aanbouw

een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.6 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.7 achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.8 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.9 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.10 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.11 bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Een bijgebouw kan zijn een aangebouwd bijgebouw in de vorm van een aanbouw of een uitbouw, dan wel een vrijstaand bijgebouw;

1.12 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;

1.13 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop op grond van de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.14 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel;

1.15 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar op grond van de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;

1.16 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

1.17 buurtcentrum

een openbaar gebouw in een wijk gericht op het bijdragen aan de integrale leefkwaliteit van de wijk;

1.18 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.19 dove gevel

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte;

1.20 doorvaarbare watergang

een watergang die qua afmetingen en doorvaarthoogte geschikt is voor het gebruik door pleziervaartuigen;

1.21 doorvaarthoogte

de verticale afstand tussen de maatgevende hoogwaterstand en de onderkant van een overspanning boven de vaarweg bij volbelasting die te allen tijde beschikbaar is voor de vaartuigen;

1.22 educatief voorzieningencluster

een clustering van educatieve voorzieningen, zoals basisonderwijs, kinderopvang, peuterspeelzaal, sportzaal en daarmee vergelijkbare voorzieningen, in een gebouw;

1.23 eerstelijnszorg

zorg waar men zonder verwijzing naartoe kan gaan waar onder een huisarts, tandarts, fysiotherapeut, maatschappelijk werker of wijkverpleegkundige.

1.24 erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en voor zover de regels van dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt;

1.25 evenement

elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak die op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2012 als vergunningplichtig wordt aangemerkt, waarbij de volgende onderverdeling in dit plan wordt gemaakt:

  • klein evenement: tot en met 500 bezoekers;
  • middelgroot evenement: 501 tot en met 5000 bezoekers;
  • groot evenement: vanaf 5000 bezoekers;
1.26 fysieke leefomgeving

een brede definitie die ziet op alle fysieke waarden in de leefomgeving, onderdelen die in ieder geval onder de fysieke leefomgeving vallen zijn: bouwwerken, infrastructuur, water, watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed;

1.27 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.28 gebruiksoppervlakte

de vloeroppervlakte van een ruimte of van een groep van ruimten, gemeten op vloerniveau, tussen de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen;

1.29 geliberaliseerde woning voor middenhuur

huurwoning met een aanvangshuurprijs van ten minste het bedrag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, en ten hoogste een in de gemeentelijke doelgroepenverordening bepaalde, jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijs, waarbij de instandhouding in die verordening is vastgelegd;

1.30 geluidbelasting op de gevel

de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer (inclusief 30 km/uur-wegen) die op de gevel van een gebouw berekend wordt;

1.31 geluidluwe gevel

een gevel met een gecumuleerde geluidsbelasting, berekend overeenkomstig de methode uit hoofdstuk 2 van bijlage I van het Reken en meetvoorschrift geluidhinder 2006, die kleiner of gelijk is aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder die geldt voor de bronsoort waarvoor de hogere waarde benodigd is. Bij eengezinswoningen kan per verdieping worden beoordeeld of er sprake is van tenminste één geluidluwe gevel;

1.32 geluidluwe zijde

de zijde van de geluidluwe gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde Wgh

1.33 geluidsgevoelige gebouwen en terreinen

gebouwen en terreinen die in de Wet geluidhinder zijn aan gewezen als geluidsgevoelig;

1.34 geluidsgevoelige ruimte

geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;

1.35 gemeenschappelijke (moes)tuinen en erven

(moes)tuinen en erven die gemeenschappelijk eigendom zijn van bewoners en onderhouden worden door rechthebbenden of andere beheerders;

1.36 geschakelde woning

een woning die met een andere woning verbonden is door middel van aan- of bijgebouwen, niet zijnde gestapelde woningen;

1.37 gestapelde woning

een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen;

1.38 hoogbouw

bebouwing met een bouwhoogte van meer dan 25 meter;

1.39 hoofdgebouw

een gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.40 kamerbewoning

bewoning waarbij de bewoners er niet zelfstandig wonen omdat zij bepaalde (woon)voorzieningen (in een woning) met elkaar delen;

1.41 ligplaats

een plaats in het water waar een boot voor recreatief gebruik mag liggen, niet zijnde een ligplaats voor een woonboot,

1.42 maatschappelijke voorzieningen

voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, welzijn en/of zorg.

1.43 mobiliteitshub

een knooppunt waar een reiziger kan wisselen van mobiliteitsvorm, inclusief voorzieningen voor de vervoersfunctie, een aantrekkelijke verblijfskwaliteit van de reiziger en een pick-up point voor pakketjes en boodschappen;

1.44 omgevingsdialoog

een overleg tussen de initiatiefnemer of de gemeente en de omgeving (omwonenden, belanghebbende organisaties en andere betrokkenen) voorafgaand aan een besluit, waarin inzichten worden gedeeld over de wensen, behoeften, belangen en bedenkingen bij een nadere invulling van een (deel)gebied;

1.45 ondergeschikte functie

functie waarvoor maximaal 35% van de vloeroppervlakte als zodanig mag worden gebruikt;

1.46 openbaar toegankelijk gebied

weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;

1.47 opslag

(binnen) opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke;

1.48 overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

1.49 recreatiewoning

een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning;

1.50 sociale koopwoning

koopwoning met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste de koopprijs die voortvloeit uit de geldende Voorwaarden en Normen voor hypotheken met Nationale Hypotheekgarantie (NHG), waarbij de instandhouding voor de in de gemeentelijke verordening omschreven doelgroep (doelgroepenverordening) voor een in de doelgroepenverordening vastgesteld tijdvak is verzekerd;

1.51 strandpark

een aangelegd groen gebied aan het water dat primair is ingericht voor recreatie en sport;

1.52 structurele verkeersafwikkeling

de manier hoe het verkeer over de wegen wordt afgewikkeld. Daarin wordt van een reguliere ochtend- en avondspits (2 uurs intensiteiten, gemiddelde brede spits) als te hanteren maat uitgegaan. Incidenten en piekbelastingen vallen buiten de beschouwing;

1.53 twee-aaneenwoning

een woning die onderdeel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee woningen, niet zijnde gestapelde woningen;

1.54 uitbouw

een bijbehorend bouwwerk, dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.55 vloeroppervlakte

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan- en bijgebouwen op de begane grond;

1.56 voorgevellijn

denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen;

1.57 voorgevelrooilijn

langs een wegzijde met een regelmatige ligging of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft;

1.58 woning

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

1.59 woningsplitsing

het bouwkundig en functioneel splitsen van een zelfstandige woning in twee of meer zelfstandige woningen of het realiseren van een of meer woningen binnen de aaneengesloten hoofdbebouwing

1.60 woonwagen

voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel en daarvoor aangewezen standplaats is geplaatst;

1.61 zorgwoning

een woning voor zelfstandig wonen die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte.

Hoofdstuk 2 Doelstelling

Artikel 2 Doelen

2.1 Het doel van dit bestemmingsplan verbrede reikwijdte

Dit bestemmingsplan is gericht op het ontwikkelen en waarborgen van:

  • 1. een woonwijk met een divers woningaanbod en flexibele bouwmogelijkheden;
  • 2. voorzieningen die nodig zijn om de woonwijk goed te kunnen laten functioneren;
  • 3. een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;
  • 4. een klimaatbestendige, energiezuinige en duurzame fysieke leefomgeving met een centrale rol voor water;
  • 5. een verkeersstructuur voor een goede en veilige bereikbaarheid van het woongebied met aandacht voor slimme duurzame vormen van mobiliteit;
  • 6. een groene woonwijk die aantrekkelijk is voor flora en fauna en bijdraagt aan de biodiversiteit.

Hoofdstuk 3 Regels voor activiteiten

Artikel 3 Inleidende bepalingen

3.1 Op wie van toepassing

Dit hoofdstuk is van toepassing op degene die de betrokken activiteit verricht of laat verrichten, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

3.2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

3.2.1 bebouwingspercentage

Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwvlak, bestemmingsvlak of bouwperceel aangeeft, dat maximaal bebouwd mag worden.

3.2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.2.3 de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.2.4 de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.2.5 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel

De oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen.

3.2.6 peil
  • a. Voor een hoofdgebouw met aangebouwde bijgebouwen: de hoogte van de kruin van de aan het bouwperceel grenzende weg;
  • b. voor andere gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw;
  • c. voor bouwwerken op of boven het water: de hoogte van het wateroppervlak.
3.3 Algemene verbodsbepaling
  • a. Het is verboden de gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de in dit plan gestelde regels;
  • b. onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan:
    • 1. het plaatsen, laten plaatsen of geplaatst houden van een onderkomen op een sta- of ligplaats op onbebouwde locaties;
    • 2. bedrijfsmatige seksactiviteiten;
    • 3. zelfstandige horeca-activiteiten, belhuizen en afhaalzaken;
    • 4. het aanbieden van logies;
    • 5. het kamperen op onbebouwde gronden;
    • 6. het wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken;
    • 7. het opslaan van goederen voor de voorgevelrooilijn;
    • 8. het opslaan van goederen in de openbare ruimte anders dan opslag die hoort bij een aan de openbare ruimte toegewezen functie;
    • 9. het opslaan van voertuigen, vliegtuigen, boten of onderdelen daarvan op onbebouwde locaties;
    • 10. het storten of het opslaan van puin en afvalstoffen op onbebouwde locaties, met uitzondering van het voor korte tijd opslaan van huishoudelijk tuinafval;
    • 11. het verwijderen van aangelegde parkeerplaatsen op privé terreinen of binnen niet openbare gebieden, voor zover deze nodig zijn om aan de parkeerbehoefte voor de ter plaatse aanwezige functie te voldoen.
3.4 Specifieke zorgplicht

Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende afdeling zijn gesteld, is verplicht:

  • a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
  • b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
  • c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 4 Groen

4.1 Functietoedeling

Op de gronden met de bestemming 'Groen' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. speel- en (buiten)sportvoorzieningen;
  • c. strandpark ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - strandpark';
  • d. kleine evenementen;
  • e. middelgrote evenementen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - strandpark';
  • f. fiets- en voetpaden;
  • g. dagrecreatie;
  • h. waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen en waterlopen;
  • i. antennemasten;
  • j. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals nutsvoorzieningen en bijbehorende verhardingen en kunstwerken.
4.2 Bouwactiviteiten
4.2.1 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan onder voorwaarden

Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Groen' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. gebouwen   1. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5 meter;  
  2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per gebouw;  
b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde   1. de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter;  
  2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per bouwwerk geen gebouw zijnde;  
  3. in afwijking van het bepaalde in b onder 1 bedraagt de maximale bouwhoogte van kunstobjecten ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van verkeer 10 meter;  
4.2.2 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan met afwijking

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 4.2.1 als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde   1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 meter;  
  2. de bouwoppervlakte bedraagt niet meer dan 50 m² per gebouw;  
  3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van:
- de verkeersveiligheid;
- de sociale veiligheid;
- de groenstructuur;
- de milieusituatie.  
b. antennemasten ten behoeve van de mobiele telefonie   1. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 30 meter;  
  2. er wordt aangetoond dat plaatsing van een omgevingsvergunningsvrije installatie (op bestaande gebouwen of bouwwerken) niet mogelijk is;  
  3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van:
- de groenstructuur;
- de milieusituatie.  
4.3 Gebruiksactiviteiten
  • a. Het is verboden grote evenementen te houden.
  • b. Middelgrote evenementen zijn uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    • 1. per jaar mogen maximaal 4 dagen evenementen (exclusief op- en afbouw) plaatsvinden;
    • 2. per evenement bedraagt het maximaal aantal op- en afbouwdagen 3;
    • 3. de eindtijd van het evenement op weekdagen en zondag is 24:00 uur;
    • 4. de eindtijd van het evenement op vrijdag, zaterdag en weekdagen waarop een nationale feestdag volgt is 01:00 uur;
    • 5. het geluidsniveau bedraagt niet meer dan 60 dB(A)/75 dB(C) bij een geluidsgevoelige functie.

Artikel 5 Natuur

5.1 Functietoedeling

Op de gronden met de bestemming 'Natuur' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:

  • a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuur / landschapselementen / ecologische verbindingszone;
  • b. onverharde paden;
  • c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • d. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschaps- en natuurwaarden.
5.2 Bouwactiviteiten
5.2.1 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan onder voorwaarden

Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Natuur' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. bouwwerken, geen gebouw zijnde   1. de maximum bouwhoogte bedraagt 3 meter;  
5.2.2 Ondergronds bouwen

Gronden binnen deze bestemming mogen niet ondergronds worden bebouwd.

5.3 Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Natuur' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0.50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd.
  • b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0.50 m onder maaiveld, voorzover gronden;
  • c. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels;
  • d. het verlagen van de waterstand anders dan door sloten/greppels of drainage m.u.v. grondwateronttrekkingen;
  • e. het vellen of rooien van bos en/of het verwijderen van houtopstanden;
  • f. het verwijderen van natuur- en landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren;
  • g. het verwijderen van perceelsindelingen, paden en onverharde wegen;
  • h. het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, dan wel aanbrengen van andere niet omkeerbare oppervlakteverhardingen groter dan 100 m² per perceel.
5.3.2 Uitzonderingen

Het in lid 5.3.1 bepaalde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

  • a. gering van omvang zijn;
  • b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • c. ten behoeve van behoud, herstel en/of versterking van aanwezige of potentiële natuurwaarden betreffen;
  • d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
5.3.3 Toelaatbaarheid

De in lid 5.3.1 bedoelde vergunning wordt geweigerd, indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden en/of de werken voor de naast liggende gebieden onevenredig nadelige gevolgen hebben.

Artikel 6 Verkeer

6.1 Functietoedeling

Op de gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:

  • a. wegen;
  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. mobiliteitshubs;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. fiets- en voetpaden;
  • f. waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen en waterlopen;
  • g. ter plaatse van de functieaanduiding 'water' ook voor:
    • 1. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    • 2. de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel watersystemen;
    • 3. de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel ecologische verbindingszone;
  • h. antennemasten dit met in achtneming van de bouwregels van lid 6.2.2 onder b;
  • i. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, abri's, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen en verkeerskundige voorzieningen.
6.2 Bouwactiviteiten
6.2.1 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan onder voorwaarden

Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Verkeer' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. gebouwen   1. de maximum bouwhoogte bedraagt 3,5 meter;  
  2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per gebouw;  
b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde   1. de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter;  
  2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per bouwwerk geen gebouw zijnde;  
  3. in afwijking van het bepaalde in b onder 1 bedraagt de maximale bouwhoogte van kunstobjecten ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van verkeer 10 meter.  
6.2.2 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan met afwijking

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 6.2.1 als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde   1. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 meter;  
  2. de bouwoppervlakte bedraagt niet meer dan 50 m² per gebouw;  
  3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van:
- de verkeersveiligheid;
- de sociale veiligheid;
- de milieusituatie.  
b. antennemasten ten behoeve van de mobiele telefonie   1. in afwijking van het bepaalde in lid a onder 1 bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 30 meter;  
  2. er wordt aangetoond dat plaatsing van een omgevingsvergunningsvrije installatie (op bestaande gebouwen of bouwwerken) niet mogelijk is;  
  3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van:
- de groenstructuur;
- de milieusituatie.  
6.3 Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
6.3.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden op de gronden met de functieaanduiding 'water' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het afgraven, egaliseren, aanvullen of ophogen van gronden;
  • b. het wijzigen van de waterhuishouding of de grondwaterstand en/of het vergroten van de toe- of afvoer van water door bijvoorbeeld het afdammen, stuwen, bemaling en onderbemaling, het draineren van gronden, en het graven, dempen of anderszins vergroten en verbeteren van waterlopen, sloten en greppels, anders dan ten gevolge van een uitwerkingsplan voor natuur en landschap.
6.3.2 Uitzonderingen

Het in lid 6.3.1 bepaalde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

  • a. gering van omvang zijn;
  • b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • c. ten behoeve van behoud, herstel en/of versterking van aanwezige of potentiële natuurwaarden betreffen;
  • d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
6.3.3 Toelaatbaarheid
  • a. De in lid 6.3.1 bedoelde vergunning wordt geweigerd, indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden en/of de werken voor de naast liggende gebieden onevenredig nadelige gevolgen hebben;
  • b. Alvorens te beslissen over het verlenen van een vergunning als genoemd in lid 6.3.1 winnen burgemeester en wethouders advies in bij het waterschap.

Artikel 7 Water

7.1 Functietoedeling

Op de gronden met de bestemming 'Water' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:

  • a. water;
  • b. waterberging;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. natuur;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'ecologische verbindingszone': activiteiten en voorzieningen mede ter behoud, herstel en/of versterking van de aanwezige of potentiële natuurwaarden;
  • f. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals openbare verblijfsvoorzieningen, bruggen, taluds, dammen en/of duikers, steigers, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen, voet- en fietspaden, taluds, bermen, kunstwerken, oeverbeschoeiingen en kademuren.
7.2 Bouwactiviteiten
7.2.1 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan onder voorwaarden

Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Water' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde   1. de maximum bouwhoogte bedraagt 5 meter;  
  2. de maximum bouwoppervlakte bedraagt 15 m² per bouwwerk geen gebouw zijnde;  
  3. in afwijking van het bepaalde in a onder 1 bedraagt de maximale bouwhoogte van kunstobjecten ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van verkeer 10 meter.  
7.3 Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
7.3.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden op de gronden met de aanduiding 'ecologische verbindingszone' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het afgraven, egaliseren, aanvullen of ophogen van gronden;
  • b. het wijzigen van de waterhuishouding of de grondwaterstand en/of het vergroten van de toe- of afvoer van water door bijvoorbeeld het afdammen, stuwen, bemaling en onderbemaling, het draineren van gronden, en het graven, dempen of anderszins vergroten en verbeteren van waterlopen, sloten en greppels, anders dan ten gevolge van een uitwerkingsplan voor natuur en landschap.
7.3.2 Uitzonderingen

Het in lid 7.3.1 bepaalde verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

  • a. gering van omvang zijn;
  • b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen;
  • c. ten behoeve van behoud, herstel en/of versterking van aanwezige of potentiële natuurwaarden betreffen;
  • d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
7.3.3 Toelaatbaarheid
  • a. De in lid 7.3.1 bedoelde vergunning wordt geweigerd, indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden en/of de werken voor de naast liggende gebieden onevenredig nadelige gevolgen hebben;
  • b. Alvorens te beslissen over het verlenen van een vergunning als genoemd in lid 7.3.1 winnen burgemeester en wethouders advies in bij het waterschap.

Artikel 8 Wonen

8.1 Functietoedeling

Op de gronden met de bestemming 'Wonen' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:

  • a. wonen in de vorm van woningen, niet zijnde woonwagens;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', tot en met 31 december 2031, of zoveel eerder als de bestaande bedrijfsactiviteiten worden gestaakt, uitsluitend de bestaande bedrijfsactiviteiten zoals omschreven in Bijlage 2 van de regels toegestaan;
  • c. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten;
  • d. tuinen, erven en terreinen;
  • e. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals groen en groenvoorzieningen, parkeer- en verkeersvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen,
8.2 Bouwactiviteiten
8.2.1 Bouwactiviteiten die zijn toegestaan onder voorwaarden

Het bouwen of veranderen van bouwwerken is toegestaan binnen de bestemming 'Wonen' als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. hoofdgebouwen   1. de hoofdgebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd;  
  2. het aantal te realiseren woningen overschrijdt niet het maximum aantal woningen per bouwvlak zoals op de verbeelding is aangegeven;  
  3. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bouwhoogte zoals op de verbeelding is aangegeven;  
  4. de maximale goothoogte bedraagt niet meer dan de goothoogte zoals op de verbeelding is aangegeven;  
  5. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' mogen uitsluitend twee-aaneenwoningen worden gebouwd;  
  6. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' mogen uitsluitend vrijstaande woningen worden gebouwd;  
  7. de minimale afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste:
- voor twee-aaneenwoningen: aan één zijde 3 meter;
- voor vrijstaande woningen: aan beide zijden 3 meter.  
b. bijgebouwen en overkapping   1. bijgebouwen en overkappingen mogen binnen het bouwvlak en in het achtererfgebied worden gebouwd;  
  2. voor bijgebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak gelden de maximale bouw- en goothoogte zoals op de verbeelding aangegeven;  
  3. voor bijgebouwen en overkappingen in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, gelden de regels onder 4 tot en met 11;  
  4. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 50%;  
  5. van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, moet een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 25 m² onbebouwd blijven;  
  6. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 75 m², onverminderd van het bepaalde onder 4;  
  7. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd het bepaalde onder 4;  
  8. de maximale bouwhoogte is 3 meter;  
  9. als met hellende dakvlakken wordt gebouwd is, in afwijking van het bepaalde onder 8, de maximale goothoogte 3 meter, de maximale bouwhoogte 4,5 meter en de maximale dakhelling 50°;  
  10. bijgebouwen en overkappingen met één hellend dakvlak mogen uitsluitend worden gebouwd als een aanbouw tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw (aankapping); hierbij is, in afwijking van het bepaalde onder 8, de maximale goothoogte 3 meter, de maximale bouwhoogte 4,5 meter en moet het hoogste punt tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw worden gesitueerd;  
  11. dakterrassen zijn niet toegestaan.  
c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde   1. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mogen, met uitzondering van erfafscheidingen, uitsluitend binnen het bouwvlak en in het achtererfgebied worden gebouwd;  
  2. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 50%;  
  3. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, is 75 m², onverminderd van het bepaalde onder 2;  
  4. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, niet zijnde het bouwvlak, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd van het bepaalde onder 2;  
  5. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen op en voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1 meter;  
  6. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2 meter;  
  7. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 meter.  
e. algemeen   1. er mogen uitsluitend gebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd;  
8.2.2 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot de afmetingen en de plaatsing van de bebouwing ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden en bezonning van de aangrenzende gronden;
  • f. de handhaving van de oorspronkelijke parcellering.
8.3 Bouwwerken die zijn toegestaan met omgevingsvergunning

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 8.2.1 als het bouwwerk is opgenomen in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden.

Bouwwerk   Voorwaarden  
a. bijgebouwen en overkappingen   1 Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.1, lid b sub 1 voor het bouwen van bijgebouwen in het voorerfgebied met dien verstande dat:
a. de gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het voorerfgebied maximaal 25 m² mag bedragen;
b. de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen erven niet onevenredig mogen worden geschaad;
c. de stedenbouwkundige opzet van de omgeving niet mag worden aangetast;
d. voor het bouwen naast de zijgevellijn van het hoofdgebouw op hoekpercelen gelden naast het bovenstaande de volgende voorwaarden:
- de bebouwing dient te worden opgericht achter de denkbeeldige (verlengde) lijn die het snijpunt van de voorgevellijn en de zijgevellijn raakt en ligt onder een hoek van 45° ten opzichte van de voorgevellijn, maar niet door het bouwvlak van het betreffende hoofdgebouw heen gaat;
- de voorgevel van een aangebouwd bijgebouw dient evenwijdig te zijn aan de voorgevel van de hoofdbebouwing;
- de maximale breedte van een aangebouwd bijgebouw bedraagt 3 meter;
- nadere eisen kunnen worden gesteld aan de minimale afstand van het bijgebouw tot de naar de openbare weg gekeerde zijdelingse perceelsgrens vanuit stedenbouwkundige opzet van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden en bezonning van de aangrenzende gronden.  
  2. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de in 8.2.1 aangegeven maten en/of percentages, met dien verstande dat:
a. er alleen mag worden afgeweken ten behoeve van een logische en zorgvuldige inpassing en/of aanpassing van een bouwplan aan de bijzondere omstandigheden van een eigen of naastgelegen bouwperceel en de daarop aanwezige bebouwing;
b. de overschrijding maximaal 10% van de aangegeven maten en/of percentages mag bedragen, met dien verstande, dat ten aanzien van de onder 8.2.1 onder b onder 7 en 8 bepaalde maximum hoogte een overschrijding tot maximaal 5,5 meter is toegestaan voor wat betreft aanbouwen voor zover gelegen naast en tussen hoofdgebouwen;
c. de bezonning en het uitzicht van de naastgelegen erven niet onevenredig mag worden aangetast;
d. de stedenbouwkundige opzet van de omgeving niet onevenredig mag worden aangetast.  
  3. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de het bepaalde in 8.2.1 onder b onder 9 voor dakterrassen bij woningen, waar de woonkamer op de eerste verdieping is gelegen en er geen sprake is van onevenredige privacy-aantasting.  
b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde of overkappingen   1. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.1 onder c onder 5 voor een hogere erfafscheiding, onder de volgende voorwaarden:
a. de maximale bouwhoogte van een erfafscheiding op en/of voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1,5 meter;
b. de maximale bouwhoogte van een erfafscheiding achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2,5 meter;
c. de erfafscheiding heeft een open, pergola-achtige constructie.  
8.4 Gebruiksactiviteiten
8.4.1 Gebruiksactiviteiten die zijn toegestaan onder voorwaarden

Het aanvangen of veranderen van het gebruik (in enge zin) is zonder melding of vergunning mogelijk, als het gebruik is vermeld in onderstaande tabel en voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden (voor zover van toepassing).

Gebruik   Voorwaarden  
a. wonen   1. het gebruik van een woning mag niet leiden tot kamerbewoning of tot woningsplitsing;  
b. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten    
c. tuinen, erven en terreinen    
d. ondergeschikte voorzieningen zoals benoemd in artikel 8.1 onder e.    
8.4.2 Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het gebruik van aan- en/of bijgebouwen als zelfstandige woonruimte en het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor inwoning. Mantelzorg valt hier niet onder;
  • b. kamerbewoning.

Artikel 9 Woongebied

9.1 Functietoedeling

Op de gronden met de bestemming 'Woongebied' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan :

  • a. wonen in de vorm van (zorg)woningen al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit en daarbij behorende tuinen, gemeenschappelijke moestuinen, erven, water e.d.;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf', tot en met 31 december 2031, of zoveel eerder als de bestaande bedrijfsactiviteiten worden gestaakt, uitsluitend de bestaande bedrijfsactiviteiten zoals omschreven in Bijlage 2 van de regels toegestaan;
  • c. maatschappelijke voorzieningen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - doorvaarbare watergang': tevens een doorvaarbare watergang;
  • e. verkeer- en parkeervoorzieningen, waaronder mobiliteitshubs;
  • f. fiets- en voetpaden;
  • g. wegen;
  • h. groen;
  • i. waterberging, waterhuishoudkundige voorzieningen en waterlopen;
  • j. antennemasten;
  • k. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals speel- en/of sportvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, abri's, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen en verkeerskundige voorzieningen.
9.2 Gebruiks- en bouwactiviteiten die zijn toegestaan met een bestemmingsplanactiviteitvergunning

Het is verboden om zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning een nieuwe activiteit te starten of een nieuwe voorziening te realiseren, tenzij er sprake is van een activiteit als genoemd in artikel 9.3. De bestemmingsplanactiviteitvergunning wordt alleen verleend voor de activiteiten genoemd in artikel 9.1 en wordt voor die actviteiten verleend als de aanvraag voldoet aan het onderstaande beoordelingskaders:

Algemeen (gebruik en bouwen)   Voorwaarden  
a. omgevingsdialoog   1. er moet voldaan worden aan de Handreiking omgevingsdialoog zoals die luidt ten tijde van de aanvraag; door middel van een eindverslag moet worden onderbouwd dat voldaan is aan de in de dan geldende handreiking vastgestelde criteria voor een goede omgevingsdialoog;  
b. groen   1. binnen de bestemming "Woongebied" een kwantitatieve groenscore wordt behaald van minimaal 40% volgens de kwantitatieve groenscorekaart in Bijlage 4a van de planregels;  
    2. voor een concreet project is een lagere groenscore mogelijk mits wordt aangetoond dat elders binnen de bestemming "Woongebied" extra groen wordt gerealiseerd zodat op planniveau wordt voldaan aan het vereiste onder b. groen lid 1.;  
c. biodiversiteit   1. bij aanleg van meer dan 500 m² nieuwe verharding dient een minimale kwalitatieve biodiversiteitscore van 8 punten te worden gehaald conform de kwalitatieve biodiversiteitscorekaart in Bijlage 4b van de planregels;  
d. Ruimtelijk Functioneel Kwaliteitskader   1. de bebouwing dient te voldoen aan de spelregels en richtlijnen van de afzonderlijke sfeergebieden, waarbinnen de ontwikkeling ligt, die in het Ruimtelijk Functioneel Kwaliteitskader (Bijlage 3 van de planregels) worden omschreven.  

Gebruik   Voorwaarden  
a. algemeen   1. voor het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor deze bestemming geldt de voorwaardelijke verplichting dat uiterlijk binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van een omgevingsvergunning voor de bestemmingsplanactiviteit bouwen, de landschappelijke investeringen, die ingevolge de provinciale Interim omgevingsverordening aan de in de omgevingsvergunning beoogde stedelijke ontwikkeling verplicht zijn, dient te zijn gerealiseerd en in stand worden gelaten, waarbij de eindsituatie is zoals opgenomen in Bijlage 5 van deze planregels.  
b. wonen   1. er mogen tot maximaal 3.000 woningen binnen de bestemming "Woongebied" worden gebouwd, inclusief bijbehorende maatschappelijke voorzieningen zoals genoemd in 9.2 'Gebruik' onder b en maximaal 10 standplaatsen voor woonwagens, mits per woningbouwontwikkeling binnen het plangebied kan worden aangetoond dat ná realisatie van de beoogde woningen sprake is van een aanvaardbare structurele verkeersafwikkeling op de ontsluitingsroute Hustenweg/Blauwe Sluisweg vanaf de kruising Empelsehoefweg – Hustenweg tot en met de kruising Hooghemaal/Blauwe Sluisweg en vice versa; het beoordelingskader is alsvolgt:
a. op de wegvakken tussen de kruissingen/rotondes maximaal 1.600 pae/uur/rijstrook (vrachtverkeer: 2) plaatsvindt, met zogenaamde intensiteit/capaciteit (I/C) verhoudingen van onder of gelijk aan 0,80;
b. voor rotondes zonder fietsverkeer de verzadigingsgraad ligt op maximaal 0,80 of bedraagt de maximale wachttijd van max. 50 seconden/pae
c voor rotondes met fietsverkeer de verzadigingsgraad van 0,75 ligt of de wachttijd maximaal 50 seconden/pae bedraagt
d voor met verkeerslicht geregelde kruispunten voor de verkeersregeling een cyclustijd van maximaal 120 seconden als basis wordt aangehouden: .
e. voor voorrangskruisingen de maximale wachttijd van 20 seconden bedraagt.
2. vanaf het moment dat een omgevingsvergunning is aangevraagd en ontvankelijk is, worden -zolang het maximum aantal woningen zoals bedoeld onder 1. nog niet is overschreden- de aangevraagde woningen gereserveerd, tot het moment van onherroepelijk worden van de bestemmingsplanactiviteitvergunning;  
c. maatschappelijke voorzieningen   1. het betreft alleen educatief voorzieningenclusters, eerstelijnszorg of een buurtcentrums;  
  2. het gebruik van gronden voor educatief voorzieningenclusters is toegestaan voor een gezamenlijk gebruiksoppervlakte van maximaal 25.500m²;  
  3. het gebruik van gronden voor eerstelijnszorg is toegestaan voor een gezamenlijk gebruiksoppervlakte van maximaal 500 m²;  
  4. de afstand tot gevoelige functies bedraagt minimaal 30 meter of een kortere afstand indien is aangetoond dat ter plaatse van de milieugevoelige functie geen sprake is van onacceptabele milieuhinder als gevolg van de beoogde activiteiten.  

Bouwen   Voorwaarden  
a. algemeen   1. Een bestemmingsplanactiviteitvergunning voor een bouwplan dat betrekking heeft op geluidsgevoelige gebouwen en terreinen wordt niet eerder verleend dan nadat met een akoestisch onderzoek voor de geluidbelasting op de gevel (niet zijnde een dove gevel), is aangetoond dat deze niet meer bedraagt dan 63 dB en is aangetoond en wordt voldaan aan de volgende criteria:

a. bij een geluidsbelasting op de gevel van 49 dB - 53 dB:
- de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe geluidsgevoelige bestemming niet kan worden vergroot zodat de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner dan 49 dB bedraagt;
- dat er geen bronmaatregelen kunnen worden getroffen waarmee de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner wordt dan 49 dB ;
- dat er geen overdrachtsmaatregelen kunnen worden getroffen waarmee de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen kleiner wordt dan 49 dB;
- het stedenbouwkundig ontwerp zodanig vorm is gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat;
- bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) voldoet aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied, conform de Nota hogere grenswaarden geluid voor de gemeente 's-Hertogenbosch, of diens opvolger;
- de woning tenminste één geluidluwe gevel te bezit;
- bij de aanvraag om bouwvergunning een bouwakoestisch onderzoek is gevoegd waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit, waarbij, indien daar sprake van is, voor de geluidsbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting;

b. bij een geluidsbelasting op de gevel van 54 dB - 63 dB:
- alle criteria onder a. en
- bij appartementen en gelijkvloerse woningen minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidluwe zijde is gesitueerd;
- bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde is gesitueerd;  
b. hoofdgebouwen   1. de bouwhoogte bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;  
  2. hoogbouw wordt ruimtelijk ingepast in de omgeving. Of sprake is van een aanvaardbare situatie wordt beoordeeld aan de hand van het Aanvullend moet worden aangetoond dat:
a. van het totale geveloppervlak van een blok de gevel in zoveel mogelijk gevallen 50% minimaal 2 uur per dag direct zonlicht ontvangt in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober en voor de bezonning van omliggende gebouwen in zoveel mogelijk gevallen 60% van de omliggende gevels aan de noord-, oost- en westzijde van het blok minimaal 2 uur per dag direct zonlicht ontvangen in de periode van 19 februari en 21 november bij een zonnestand van meer dan 10 graden;
b. geen sprake is van windhinder en windgevaar volgens NEN 8100. Voor windhinder moet tenminste worden voldaan aan een matig windhinderklimaat en voor windgevaar geldt dat geen sprake mag zijn van de kwalificatie gevaarlijk;  
  3. a. minimaal 30% van de woningen wordt ontwikkeld voor de sociale huursector (zoals gedefinieerd in artikel 1.1.1 Bro onder d.); en
b. minimaal 20% van de woningen wordt ontwikkeld voor geliberaliseerde woning voor middenhuur en/of sociale koopwoningen; woningen in de categorie middenhuur dienen duurzaam in stand te worden gehouden voor ten minste een termijn zoals opgenomen in de doelgroepenverordening;
c. er kan worden afgeweken van het in lid b. onder 3 sub 1 en/of 2 bepaalde percentage mits voor het totale plangebied kan worden voldaan aan de genoemde percentages.  
  4. in afwijking van het gestelde in lid b. onder 1 t/m 2 geldt voor hoofdgebouwen die eenmaal zijn vergund op basis van dit bestemmingsplan dat:
a. de bouwhoogte niet mag toenemen ten opzichte van de bouwhoogte in de onherroepelijke omgevingsvergunning; en
b. geen uitbreiding plaatsvindt aan de zijden van het perceel die grenzen aan het openbaar toegankelijk gebied.  
c. bijgebouwen en overkappingen   1. bijgebouwen en overkappingen worden binnen het achtererfgebied gebouwd;  
  2. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan de bouwhoogte van het gerealiseerde hoofdgebouw, met een maximum goothoogte van 3,5 meter en een maximum bouwhoogte van 6 meter;  
  3. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied is 50%;  
  4. van het achtererfgebied moet een aaneengesloten oppervlakte van minimaal 25 m² onbebouwd blijven;  
  5. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied is 75 m², onverminderd van het bepaalde in lid c onder 3 ;  
  6. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied, groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd het bepaalde in lid c onder 3;  
  7. als met hellende dakvlakken wordt gebouwd is de maximale goothoogte 3,2 meter, de maximale bouwhoogte 6 meter en de maximale dakhelling 50°;  
  8. bijgebouwen en overkappingen met één hellend dakvlak mogen uitsluitend worden gebouwd als een aanbouw tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw (aankapping); hierbij is de maximale goothoogte 3,2 meter, de maximale bouwhoogte 6 meter en moet het hoogste punt tegen de zij- en/of achterkant van het hoofdgebouw worden gesitueerd;  
d. bouwwerken geen gebouwen zijnde   1. bij woningen mogen bouwwerken geen gebouwen of overkappingen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen, uitsluitend in het achtererfgebied worden gebouwd;  
  2. het maximale bebouwingspercentage van het achtererfgebied is 50%;  
  3. de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied is 75 m², onverminderd van het bepaalde in lid d onder 2;  
  4. als de oppervlakte van het bouwperceel groter is dan 750 m² en de oppervlakte van het achtererfgebied groter is dan 200 m², dan is de maximale gezamenlijke oppervlakte van alle bouwwerken in het achtererfgebied, 10% van de oppervlakte van het bouwperceel, tot in totaal 100 m², onverminderd van het bepaalde in lid d onder 3;  
  5. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen op en voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1 meter;  
  6. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2 meter;  
  7. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 meter.  
e. antennemasten ten behoeve van de mobiele telefonie   1. in afwijking van het bepaalde in lid d onder 7 bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 30 meter;  
  2. er wordt aangetoond dat plaatsing van een omgevingsvergunningsvrije installatie (op bestaande gebouwen of bouwwerken) niet mogelijk is;  
  3. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van:
- de groenstructuur;
- de milieusituatie  
f. alle in dit artikel bepaalde bouwactiviteiten   1. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Of sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beoordeeld aan de hand van de Nota Parkeernormering 2021 van de gemeente 's-Hertogenbosch of diens opvolger;  
9.3 Gebruiksactiviteiten die zijn toegestaan zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning

Het is toegestaan zonder bestemmingsplanactiviteitvergunning de volgende gebruiksactiviteiten aan te vangen of te vervangen:

9.4 Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het gebruik van aan- en/of bijgebouwen als zelfstandige woonruimte en het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor inwoning. Mantelzorg valt hier niet onder;
  • b. kamerbewoning.

Hoofdstuk 4 Algemene regels

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels

10.1 overige zone - archeologie
  • a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - archeologie' zijn geen werkzaamheden toegestaan, die een grondoppervlakte betreffen groter dan 100 m² en meer dan 9 meter beneden maaiveld;
  • b. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a, en toestaan dat onder maaiveld wordt gebouwd mits:
    • 1. een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de bouwwerkzaamheden betrekking hebben, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd;
    • 2. indien uit het onder 1. genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarde van de gronden door de bouwwerkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning een of meer van de volgende voorwaarden verbinden:
      • de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
      • de verplichting tot het doen van opgravingen;
      • de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een erkend archeoloog;
    • 3. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het onder 2 bepaalde met betrekking tot de mogelijkheid van opleggen van voorwaarden is van overeenkomstige toepassing;
10.2 milieuzone - zones wet milieubeheer
  • a. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'milieuzone - zones wet milieubeheer' zijn geen woonfuncties en maatschappelijke functies toegestaan;
  • b. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a, en woonfuncties en maatschappelijke functies toestaan mits:
    • 1. is aangetoond dat voor de beoogde functie geen sprake is van milieuhinder als gevolg van de betreffende bedrijfsactiviteiten en het bestaande bedrijf wordt niet belemmerd in haar bedrijfsvoering, of;
    • 2. de bedrijfsactiviteiten gerelateerd aan de milieuzone zijn minimaal 1 jaar beëindigd.

Artikel 11 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft buitenbeschouwing bij de beoordeling van latere bouwplannen.

Artikel 12 Algemene bouwregels

  • a. Bij de toepassing van de bouwregels in dit plan worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons, valbescherming en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer bedraagt dan 1 meter;

Artikel 13 Algemene aanleg- en gebruiksregels

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning dieper dan 70 meter onder peil een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen of te gebruiken. De omgevingsvergunning wordt geweigerd als:

  • a. er negatieve effecten zijn op de milieusituatie;
  • b. er negatieve effecten zijn op het grondwater;
  • c. gebruik wordt gemaakt van bodembedreigende stoffen;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden wordt belemmerd.

Artikel 14 Algemene afwijkingsregels

  • a. Het bevoegd gezag kan, mits het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast, met een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de verbeelding:
    • 1. voor een vermeerdering of vermindering van maten en normen tot 10% van die maten en normen;
    • 2. voor een geringe afwijking van plaats en richting van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen als dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waarin een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt;
    • 3. voor een grotere bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer tot een bouwhoogte van 10 meter;
    • 4. voor een grotere bouwhoogte van gebouwen vanwege plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, onder de volgende voorwaarden:
      • de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging is 10% van het dakoppervlak;
      • de maximale hoogte van de plaatselijke verhoging is 4 meter;
  • b. het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde in lid 3.3, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotregels

Artikel 15 Overgangsrecht

15.1 Bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
  • 2. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%;
  • 3. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
15.2 Gebruik
  • 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • 2. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • 3. indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • 4. het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 16 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het Chw bestemmingsplan De Groote Wielen Noordoosthoek van de gemeente 's-Hertogenbosch.