direct naar inhoud van 3.3 Gemeentelijk beleid
Plan: School Empelseweg - Zeis
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0796.0002058-1401

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Ruimtelijke StructuurVisie 's-Hertogenbosch 2002 'Stad tussen stromen'

De Ruimtelijke StructuurVisie (RSV) van de gemeente 's-Hertogenbosch (juni 2003) is een basisdocument waarin de ontwikkelingen in en om de stad in een ruimtelijk en functioneel kader worden geplaatst. Voor de totale stad is het zogenaamde 'vleugelmodel' opgesteld. 's-Hertogenbosch is volgens deze visie opgebouwd uit een historisch centrum, een centrum aan de A2 en een viertal (woon)vleugels die ieder een eigen verbindingsas hebben.

Ten aanzien van de ontwikkeling van Empel wordt in de structuurvisie het volgende gemeld: Empel vormt één van de belangrijkste uitbreidingslocaties van de stad. De Brink in het centrum van het dorp wordt, gelijktijdig met de huidige uitbreidingen, ontwikkeld tot het wijkcentrum van dit dorp. De continuïteit en kwaliteit van de fietsroute door Maaspoort en richting Empel dienen te worden verbeterd. Vanuit de Brink zal ook een fietsverbinding met De Groote Wielen worden aangelegd.

3.3.2 Integrale Structuurvisie A2/Kanaalzone

In de Integrale Structuurvisie A2/Kanaalzone ligt de nadruk op het knooppunt van snelweg en spoorlijn in de A2-zone. Daarnaast wordt een aantal uitgewerkte voorstellen gedaan voor de randen van de uitbreiding rond Empel en voor het aanbod van bedrijventerreinen langs de A2.

De uitbreiding van Empel grenst aan de oostzijde aan de landschappelijke zone met de Zuid-Willemsvaart en de om te leggen rivier de Aa. Deze Aa-delta wordt gekarakteriseerd als een 'nat' landschappelijk gebied dat wordt doorsneden door een raster van hoger gelegen kades. Het orthogonale stelsel vormt kamers binnen dit gebied. De bosrijke omgeving van de Rosmalense Plas sluit aan op de sfeer van het Park Bosbeek, het zuidelijk van de Aa-delta gelegen uitloopgebied van het knooppunt A2.

3.3.3 Landschapsvisie 's-Hertogenbosch

Met de Landschapsvisie 's-Hertogenbosch (april 1999) wil de gemeente 's-Hertogenbosch bijdragen aan de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig landschap. Centraal in de Landschapsvisie staat het ontwikkelen van een beeld en een plan van aanpak voor het landschappelijk raamwerk van de gemeente gedurende een periode van 20 jaar. Het raamwerk vormt de dragende constructie van het Bossche landschap. Het bestaat uit een samenhangend patroon van natuur- en bosgebieden, dat wordt dooraderd door groene en blauwe netwerken die verbanden leggen met de omgeving.

De Landschapsvisie 's-Hertogenbosch is abstracter dan de Integrale Structuurvisie A2/Kanaalzone en beschrijft vergelijkbare karakteristieken van het ommeland van 'Bastion' Empel. In de landschapsvisie wordt een raamwerk beschreven dat bestaat uit grote open landschappelijke gebieden (Bossche Buitens) en verbindingsassen (Lange Lijnen). De uiterwaarden van Maas en Dieze vormen één van deze Buitens. Daarnaast wordt de zone tussen de toekomstige Zuid-Willemsvaart en Aa aangeduid als Natuurzone; landschappelijk groen. De polderwetering wordt als ecologische waardevolle verbinding gekarakteriseerd met de aanduiding plas-dras-zone.

3.3.4 Structuurschets Uitbreiding Empel

In de Structuurschets Uitbreiding Empel (1993) werd een structuurmodel voor de uitbreiding van Empel gepresenteerd. Dit model is vervolgens in bestemmingsplan 'Uitbreiding Empel 2e fase' (1997) verfijnd en bijgesteld. Het model is als volgt samen te vatten:

Gelegen tussen de rijksweg A2, het kanaaltracé en de rivierbedding van de Maas kan het toekomstige Empel worden gekarakteriseerd als een geïsoleerde, zelfstandige en herkenbare eenheid. De in het oude structuurmodel gepropageerde herkenbaarheid met duidelijke grenzen word versterkt door de aanwezigheid van de harde kaders rondom Empel. De in de jaren bijgestelde randvoorwaarden en inzichten leiden tot een aantal nieuwe uitgangspunten ten aanzien van de ontwikkeling van het totale uitbreidingsplan Empel:

  • De in de 1e fase ingezette cirkelvorminge structuur dient als thema te worden verheven voor de totale uitbreiding van Empel. Empel kan zich door het creëren van een eenduidige ronde rand duidelijk manifesteren ten opzichte van het omringende landschap. De door de provincie ontwikkelde bastiongedachte kan door het maken van een dergelijke heldere basisvorm worden versterkt.
  • De herkenbaarheid van het afgeronde dorp wordt versterkt door de duidelijke inkadering van het dorp in haar directe omgeving. Een cirkelvormige structuur van Empel wordt in een rechthoekig kader van barrières geplaatst; een cirkel manifesteert zich immers sterker indien deze komt te liggen in een vierkant. De begrenzing van het vierkant wordt gevormd door de A2 in het westen, de ontsluitingsweg voor Empel en Rosmalen-Noord in het zuiden. De voorgestelde omlegging van de Zuid-Willemsvaart vormt de oostelijke grens. De noordgrens van het vierkant wordt gevormd door de rivierbedding van de Maas met de Empelsedijk.
  • Door het gebied dat tussen de uiteindelijke kern en de begrenzing van het 'vierkant' ligt als een open landschappelijk gebied in te richten, wordt de heldere ronde begrenzing van het toekomstige dorp Empel zichtbaar. De zelfstandige ligging van het dorp is dan vanaf alle zijden van het kwadrant herkenbaar. In de open ruimten kunnen voorzieningen worden gerealiseerd in de vorm van sportvelden en dergelijke. Deze zone kan inspelen op de ecologische verbindingszone die noord-zuid loopt langs het tracé van de Zuid-Willemsvaart.
  • Daar waar de Hustenweg door het kanaal wordt afgesneden dient een verbijzondering te worden nagestreefd. Een verbijzondering in bebouwingshoogte en een eenmalige doorbreking van de ronde dorpsrand. Dit bijzondere punt wordt door de Hustenweg als as met de Brink van Empel verbonden. Dit punt kan vrij letterlijk als een ' bastion' worden uitgewerkt. Op dit punt worden de karakteristiek van het open landschap en de gesloten bebouwing het meest manifest.
  • Het kleiner worden van de totale oppervlakte van de uitbreiding en de veranderde inzichten ten aanzien van de fasering hebben geleid tot een onderverdeling van de nieuwbouw in drie verschillende buurten. Uitgangspunt is een duidelijke herkenbaarheid per buurt en het dooraderen van buurten met water en groen. Daarnaast blijft het uigangspunt gehandhaafd dat de meest oostelijke buurt de hoogste dichtheid kent.
3.3.5 Bestemmingsplannen Uitbreiding Empel 1e, 2e en 3e fase

Het noordelijke en oostelijke deel van de uitbreiding conform de Structuurschets Uitbreiding Empel zijn opgenomen in respectievelijk bestemmingsplan 'Uitbreiding Empel 1e fase' (1996) en 'Uitbreiding Empel 2e fase' (1997). De woningen in beide plannen zijn inmiddels gebouwd.

Ten behoeve van de voortgang van de woningbouw en het creëren van ruimte voor de vestiging van bedrijvigheid in de regio 's-Hertogenbosch is op 18 februari 2004 bestemmingsplan 'Uitbreiding Empel 3de fase' vastgesteld. Doel van dit plan was om voldoende ruimtelijke, functionele en juridische kaders te bieden voor een kwalitatief hoogwaardige uitbreiding van het zuidelijk deel van Empel. 'Uitbreiding Empel 3e fase' rondt het uitbreidingsgebied van Empel af: de schil van woningen en bedrijven rond de bestaande kern wordt ermee vervolmaakt. Empel manifesteert zich zo als zelfstandig en herkenbaar 'bastion' in het landschap.

Tussen de bestaande kern en de uitbreiding wordt in principe een informeel groengebied met sportieve recreatieve functies voorgestaan. De informele groenstructuur sluit aan bij de groenstructuur die in de eerste en tweede fase is ontwikkeld. Het woongebied beperkt zich tot een kleine 300 woningen en is voornamelijk gesitueerd ten oosten van de Empelseweg. Ten westen van deze weg is, mede door mogelijke geluidhinder, het gebied bestemd als bedrijventerrein. De rondweg die in de eerdere fases is geïntroduceerd wordt in de derde fase afgerond. Deze rondweg zal met het ommeland worden verbonden door een verbinding te maken ter hoogte van de bestaande Empelseweg in zuidelijke richting.

Bolwerk Empel

De toekomstige entree van Empel vraagt om een bijzondere ingreep die de eigenheid en het unieke karakter van de gemeenschap benadrukt. Het idee is ontwikkeld om voort te bouwen op de 'bastion'-gedachte die door de provincie in de uitwerking van het streekplan (zie paragraaf 3.2.3) is uitgedacht. Deze gedachte is vertaald in het creëren van een strakke rondlopende buitenrand van hogere bebouwing met een lichte kleur. Bij de toekomstige entree van Empel is dit thema vertaald in een bolwerk waarop en waarachter bebouwing is geplaatst. Nadat men het water is overgestoken rijdt men tussen twee groene dijklichamen het dorp in. Op deze manier wordt gerefereerd aan oude vestingsteden als Heusden en Willemstad. Achter deze groene 'voorwerken' zijn tussen de veertig en vijftig woningen geprojecteerd. Gedacht wordt om in de bolwerken een bijzonder woningtype te ontwikkelen dat enerzijds inspeelt op de beschutting en de beslotenheid van het bolwerk en daarnaast gebruik maakt van het prachtige uitzicht dat men heeft vanaf het bolwerk richting Rosmalense Plas.

Verkeer

De ontworpen verkeersstructuur voor Empel 3e fase is gebaseerd op principes die in het structuurmodel voor totaal Empel zijn vastgelegd. De Empelseweg vormt ook in de toekomst de belangrijkste entree van Empel (voor het autoverkeer). Voor het toekomstige Empel loopt de oriëntatie op de stad via de Empelseweg en de Blauwe Sluisweg in de richting van de aansluiting A2/Bruistensingel en Rosmalen. De Empelseweg is voorzien van een vrijliggend fietspad. De entree van het dorp via deze monumentale laan wordt geaccentueerd door de twee 'bolwerken'. Empel krijgt daarmee een monumentale en herkenbare entree.

Direct na de entree fungeert de aanwezige rotonde als verdeelpunt. Via de tak 'Diepteweg' wordt het bedrijventerrein Empel-Zuid ontsloten. Ook vormt de Diepteweg de doorgaande route richting de wijk Maaspoort. De rechtdoorgaande tak Empelseweg gaat over in de Proosdijstraat en vormt daarmee de oude historische route naar het centrum van het dorp: de Brink. De tak 'Zeis' vormt de laatste schakel in de ontsluitingsstructuur van de gerealiseerde nieuwbouw rondom de 'oude' kern. Vanaf de Zeis worden via verschillende zijstraten de woningen van het deelplan Empel 3e fase ontsloten.

De bolwerken aan weerszijden van de weg markeren eveneens de komgrens. Op de Diepteweg heeft de verkeersfunctie het primaat: er geldt een maximumsnelheid van 50 km/uur en hij is voorzien van een vrijliggend fietspad. Aan de Diepteweg worden geen percelen ontsloten, met uitzondering van de tennisvereniging. De Zeis en het gedeelte van de Empelseweg vanaf de rotonde met in het verlengde de Proosdijstraat zijn onderdeel van het verblijfsgebied en worden opgenomen in het 30 km/uur-gebied. De inrichting van de Zeis sluit aan op deze karakteristiek. De Zeis wordt op strategische locaties voorzien van snelheidsremmers. Het fietsverkeer maakt hier gebruik van dezelfde rijbaan als het autoverkeer.

Groenvoorzieningen en spelen

De groenstructuur van het plangebied bestaat uit een raamwerk van concentrisch groene en blauwe ringen om het bestaande Empel die met elkaar verbonden worden door een aantal groene wiggen. Minder abstract gezegd: tussen bestaande bebouwing en het uitbreidingsgebied is een groen uitloopgebied ontworpen dat deel uitmaakt van de groene ring om het bestaande dorp. Aan de zuidzijde van het woongebied en het bedrijventerrein Empel-Zuid is een brede watergang met groene oevers gesitueerd. Water en oevers vormen de tweede ring van groen in de derde fase. De buitenste ring wordt gevormd door het open polderlandschap en de Rosmalense Plas.

De Empelseweg vormt met zijn groene bermen en de groene bolwerken aan weerszijden van de weg de belangrijkste schakel tussen deze drie 'ringen' van groen. De noordoostelijk gelegen Bankade vormt een vergelijkbare dwarsverbinding. In het woongebied vormen kleinere groene wiggen in de woonstraten voor de groene verbinding van het uitloopgebied aan de binnenzijde en het water aan de buitenzijde van de buurt.

Het park. Net als in de eerste fase van de uitbreiding van Empel is het belangrijkste uitloopgebied van de derde fase gesitueerd tussen het oude en het nieuwe Empel. Door deze situering is tegemoet gekomen aan de wens om afstand te scheppen tussen de bestaande woningbouw en de geplande nieuwbouw. Het park vormt een onderdeel van de continue groenzone rond het bestaande dorp. Daarnaast wordt met de realisatie van het park voldaan aan het uitgangspunt dat elk fase van de uitbreiding zijn eigen uitloopgebied dient te hebben. Aan de oostzijde, waar het park aan de woningbouw grenst, zal het voornamelijk worden gebruikt als uitloopgebied voor de buurt waar kinderen kunnen spelen, klimmen, voetballen et cetera. Aan de westzijde van het park worden de bestaande recreatieve functies zoals het tennis geïntegreerd. Aan de noordzijde van de Empelseweg is in deze groenzijde een woonvorm voor senioren mogelijk gemaakt.

De ring van water. Aan de zuidzijde van het woongebied ligt een brede watergang die niet alleen van belang is voor de waterberging en -zuivering maar die tevens een recreatieve betekenis heeft voor met name het woongebied. Door de maatvoering van de watergang en de oevers wordt dit water geschikt gemaakt voor vissen, schaatsen, wandelen en genieten van het omringende landschap.

De groene entree. Aan weerszijden van de Empelseweg dient een ruime groene zone te worden gevrijwaard van bebouwing. Deze ruimte is wel bruikbaar om het vrijliggende fietspad in te realiseren. Daar waar de Empelseweg het dorp binnenkomt zijn twee groene bolwerken gepland. Om en op deze bolwerken kunnen wandelpaden en verblijfsplekken worden gerealiseerd.

De ontwikkeling van het kindcentrum sluit aan op de landschappelijke en stedenbouwkundige uitgangspunten van bestemmingsplan 'Uitbreiding Empel 3e fase'. Als onderdeel van de toekomstige entree van Empel is de 'bastion'-gedachte vertaald in een bolwerk waarop en waarachter bebouwing is geplaatst. De taluds vormen één van de groen dijklichamen waartussen men het dorp inrijdt. Waar in bestemmingsplan 'Uitbreiding Empel 3e fase' achter dit dijklichaam tussen de veertig en vijftig woningen geprojecteerd zijn, is in dit bestemmingsplan een school, kinderdagopvang en naschoolse opvang gepland. De belangrijkste wijziging ten opzichte van dit plan is dan ook de bestemming: 'maatschappelijk' in plaats van 'wonen'.

3.3.6 Welstandsnota Uitwerking Empel

Het bestemmingsplan vormt de basis voor de stedenbouwkundige opzet van de wijk. De architectonische verschijningsvorm wordt gewaarborgd door middel van een welstandsnota. In de welstandsnota van de gemeente 's-Hertogenbosch worden op verschillende schaalniveaus beschrijvingen en welstandscriteria geformuleerd. Naast algemene welstandscriteria die altijd en overal van toepassing zijn, zijn ook bijzondere welstandscriteria geformuleerd. De laatste zijn niet van toepassing op het plangebied maar alleen op de kern van Empel.

Wel worden gebiedsgerichte welstandscriteria genoemd die worden gebruikt voor kleine en middelgrote bouwplannen in de bestaande ruimtelijke structuur van 's-Hertogenbosch. Voor het opstellen van de gebiedsgerichte welstandscriteria is een gebiedsindeling gemaakt naar aanleiding van verschillende bebouwingstypen die in 's-Hertogenbosch zijn te onderscheiden. Per bebouwingstype zijn welstandscriteria opgesteld. Het plangebied is getypeerd als 'op zichzelf staande bebouwing':

  • Bebouwing en omgeving.

Gebouwen binnen dit type zijn centraal gelegen binnen een wijk of kern en hebben een individueel karakter. Zij onttrekken zich vaak aan de stedenbouwkundige context van de omliggende wijk. Voorbeelden zijn kerken, scholen, wijkgebouwen, dokterspraktijken et cetera. Door de centrale ligging en het individuele karakter zijn de gebouwen goed herkenbaar en belangrijk voor de oriëntatie. De bebouwing en de openbare ruimte in de directe omgeving zijn als één geheel ontworpen. De bebouwing is op de openbare ruimte georiënteerd. De bebouwing en de openbare ruimte in de directe omgeving worden als één geheel gezien en worden ook zodanig ingericht.

  • Bebouwing op zich

De architectuurstijl is verschillend, afhankelijk van de periode waarin deze gebouwd zijn en welke functie er gehuisvest wordt. De bebouwingsstructuur is open, de bebouwing is vrijstaand of in een klein aantal gevallen geschakeld. Aanpassingen aan de bebouwing dienen ondergeschikt te zijn aan de gevel als geheel.

  • Materiaal, detaillering en kleur

Het materiaal- en kleurgebruik verschilt per object en hangt nauw samen met de periode waarin het gebouwd is en de soort functie die gehuisvest wordt. In sommige gevallen wordt gebruik gemaakt van moderne materialen en felle kleuren.

Het bestemmingsplan voor het kindcentrum regelt de ruimtelijke en stedenbouwkundige opzet van de nieuwe ontwikkeling. De Welstandsnota Uitwerking Empel legt criteria aan voor zowel de stedenbouwkundige opzet als de architectonische verschijningsvorm. Het bouwvergunningsplichtige bouwplan moet zowel aan het bestemmingsplan als aan de welstandscriteria worden getoetst.

3.3.7 Onderwijsbeleidsplan 'Meer kansen voor kinderen 2005-2010'

In 2004 werd in het beleidsplan 'Meer kansen voor kinderen 2005-2010' het gemeentelijk onderwijsbeleid vastgesteld. Dit beleid is gericht op het creëren van kansen en ontwikkelingsmogelijkheden en op het voorkomen van achterstanden. Het omvat de volgende thema's:

  • preventieve aanpak (voorkomen dan wel beperken van (onderwijs)achterstanden)
  • sluitende zorgstructuur (zorg voor kinderen als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders, het onderwijs en de jeugd(gezondheids)zorg)
  • verbeteren kwaliteit van onderwijs
  • Brede Bossche Scholen
  • overgang primair - voortgezet onderwijs
  • aanpak voortijdig schoolverlaten en
  • scholen en veiligheid (ten behoeve van de ontwikkeling van een gezond normen- en waardenpatroon, als voorwaarde voor de leefbaarheid in de directe woonomgeving en de stad).

Bestemmingsplan School Empelseweg - Zeis maakt de bouw van een kindcentrum juridisch-planologisch mogelijk en stelt met de inrichting van een basiscluster (zie paragraaf 3.3.8) de gemeente 's-Hertogenbosch in staat haar onderwijsbeleid (preventieve aanpak, sluitende zorgstructuur et cetera) uit te voeren.

3.3.8 ABC, beleid 0- tot 13- jarigen, in 's-Hertogenbosch 2007-2011

Op 4 september 2008 heeft de raad de nota 'ABC, beleid 0- tot 13- jarigen, in 's-Hertogenbosch 2007-2011, onderdeel voorschoolse voorzieningen' vastgesteld. De hoofddoelstelling van het integrale jeugdbeleid is een zo optimaal mogelijke ontwikkeling van alle jongeren, zowel in sociaal, emotioneel als fysiek opzicht. Deze doelstelling wordt bereikt door de realisatie van een ononderbroken ontwikkelingslijn voor alle jongeren van 0 tot 23 jaar. Daarbij liggen de accenten op talentontwikkeling, het inhoudelijk pedagogisch klimaat en snelle en adequate interventies (hulp en zorg).

In de periode van voorschoolse voorzieningen en het basisonderwijs (0-13 jaar) wordt de doorgaande lijn gekenmerkt door het hanteren van één en hetzelfde pedagogisch-didactisch concept en een gezamenlijke huisvesting van voorschoolse voorzieningen en het basisonderwijs. Hiertoe wordt in 's-Hertogenbosch in de komende jaren het basiscluster gerealiseerd; het streven is het basiscluster te huisvesten in de basisschool. Dit is een geïntegreerde voorschoolse voorziening, waarin geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. In 2011 is het peuterspeelzaalwerk volledig geïntegreerd met de kinderopvang in het basiscluster. Elk basiscluster biedt diverse ontwikkelingsgerichte opvangarrangementen voor kinderen tussen 0 en 4 jaar aan, waaruit ouders een keuze kunnen maken. Het basiscluster is toegankelijk voor alle ouders en dichtbij, dat wil zeggen in elke wijk aanwezig. Ook financieel is het basiscluster toegankelijk voor alle ouders door middel van rijksmiddelen voor kinderopvang (Wet kinderopvang) en de gemeentelijke subsidie voor het peuterspeelzaalwerk.

Met de bouw van het kindcentrum op de hoek van de Empelseweg en de Zeis voldoet de gemeente 's-Hertogenbosch niet alleen aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting maar ook aan de behoefte aan kinderopvang (zie paragraaf 1.1). Het kindcentrum wordt als basiscluster ingericht: kinderopvang met peuterarrangementen zijn er geïntegreerd in één voorschoolse voorziening. Daarnaast wordt er een BSO-ruimte gerealiseerd.

3.3.9 Nota Parkeernormen

Op 9 december 2003 stelde de raad van 's-Hertogenbosch de nota 'Parkeernormen, inclusief een methode voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen met behulp van de parkeerbalans' vast. Het doel van deze rapportage is het ontwikkelen van eenduidige parkeernormen die in de gehele gemeente toegepast kunnen worden, waarbij evenwicht wordt gezocht tussen enerzijds de vraag naar parkeerplaatsen en anderzijds de kwaliteit van de openbare ruimte. Dit evenwicht kan berekend worden met behulp van de parkeerbalans.

Uit landelijk onderzoek van 3VO blijkt dat 14% van alle schoolgaande kinderen met de auto van en naar een basisschool wordt gehaald en gebracht. Dit halen en brengen veroorzaakt tijdens de begin- en eindtijden veel overlast voor de (lopende en fietsende) schoolgaande kinderen en voor de bewoners uit de omgeving van de school. De CROW-normen hielden daarmee geen rekening en zijn hierop in de nota aangepast: de nieuwe norm gaat uit van het beperkt faciliteren van parkeerplaatsen ten behoeve van halen en brengen van schoolgaande kinderen.

De parkeernorm voor een basisschool is als volgt berekend: 0,5 parkeerplaats per leslokaal voor onderwijzend personeel + 0,1 parkeerplaats per leslokaal voor niet onderwijzend personeel + 1,75 parkeerplaats per leslokaal voor het halen en brengen van kinderen, in totaal 2,35 parkeerplaats per leslokaal. (Daarbij is er vanuit gegaan dat één leslokaal 25 leerlingen telt. Als 14% van de leerlingen wordt gehaald en gebracht met de auto, komt dit neer op 3,5 parkeerplaatsen. De helft hiervan wordt daadwerkelijk aangelegd, met het gevolg dat er voor het halen en brengen van schoolgaande kinderen 1,75 parkeerplaats per leslokaal moet worden aangelegd.)

Door de ontwikkeling van de zogenaamde ‘Brede Bossche Scholen’ en Multi Functionele Accomodaties (MFA) zou het parkeerprobleem rondom de basisscholen alleen maar groter worden. Brede scholen en MFA’s zijn voorzieningen van een grotere omvang waarin verschillende functies (bijvoorbeeld kinderopvang, onderwijs, peuterspeelzaal, sportvoorzieningen een sociaal-cultureel centrum of een verenigingsgebouw) in één gebouw zijn ondergebracht. Door de grote omvang van deze clusters komen er meer kinderen naar één plek. Maar door de grote diversiteit van de functies en het tijdstip van het gebruik is de uitwisselbaarheid van het gebruik van de parkeerplaatsen groot. Ook de (CROW-)normen die de afgelopen jaren voor kinderdagverblijven, crèches et cetera zijn gebruikt werden te laag ervaren en zijn daarom in de nota Parkeernormen aangepast. Tevens werd het wenselijk gevonden om een categorie ‘buitenschoolse opvang’ toe te voegen.

De parkeernorm voor crèche, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal bedraagt in de nota Parkeernormen 2,0 parkeerplaats per groep, die voor buitenschoolse opvang 0,25 parkeerplaats per groep. Bij de ontwikkeling van de Brede Bossche Scholen moet aandacht worden besteed aan de uitwisselbaarheid van de diverse parkeerplaatsen. Verder is in nieuwe situaties en uitbreidingen het uitgangspunt dat de parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd.

In dit bestemmingsplan zijn de bovenstaande parkeernormen en de wijze van aanleg gehanteerd. In de planbeschrijving (zie paragraaf 4.3) is aangegeven hoe door middel van de parkeerbalans het benodigd aantal parkeerplaatsen is bepaald.

3.3.10 Nota spelen

De Nota Spelen (januari 2004) biedt het beleidskader voor buitenspelen in de gemeente 's-Hertogenbosch op de daarvoor formeel bestemde plekken in de openbare ruimte. Per wijk is/wordt hiervoor een wijkspeelplan opgesteld, dat inzicht geeft in de verschillende speelplekken die in een wijk voor de verschillende leeftijdsgroepen gerealiseerd moeten worden. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met bevolkingssamenstelling naar leeftijd en met de reeds aanwezige speelplekken in de wijk.

Voor wat betreft de speelplekken wordt onderscheid gemaakt in verschillende leeftijdscategorieën, aangezien elke categorie haar eigen behoeften en beperkingen heeft. Er wordt rekening gehouden met jonge kinderen van 0-6 jaar (spelen tot 100 meter van de eigen woning), met schoolkinderen van 6-12 jaar (spelen tot 400 meter van de eigen woning), en jongeren van 12-18 jaar (spelen tot circa 1000 meter van de eigen woning). Bij de uitgevoerde inventarisatie is een speelplek ingedeeld in één van de bovengenoemde leeftijdscategorieën, indien zich daar een speeltoestel bevindt dat geschikt is voor de overeenkomende leeftijdscategorie. Iedere speelplek is vervolgens voorzien van een cirkel, behorende bij de leeftijdscategorie, zodat een duidelijk beeld ontstaat van de spreiding van de speelplekken in de wijk.

Voor Empel is het Wijkspeelplan Empel van toepassing. Hoewel op de nieuwe schoollocatie speelplekken worden ingericht ten behoeve van het kindcentrum, heeft de ontwikkeling van het kindcentrum geen invloed op de doelstelling en uitvoering van het wijkspeelplan.

3.3.11 Nota Grondbeleid 2005

In de Nota Grondbeleid 2005 (februari 2005) stelt de gemeenteraad primair de kaders vast voor het door het college te voeren grondbeleid. Grondbeleid wordt door de gemeente 's-Hertogenbosch gezien als het beleid dat, ten behoeve van de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening, streeft naar het creëren van ruimte voor wonen, werken, winkelen en recreëren in zowel uitleggebieden als bestaand stedelijk gebied, door het oppakken of ondersteunen van concrete ontwikkelinitiatieven.

In de Nota Grondbeleid zijn vastgelegd: de kaders voor actief en passief grondbeleid, het prijsbeleid, de financiële grondslagen, het risicomanagement en de mate waarin voorzieningen worden opgenomen in de grondexploitatie. Bij de besluitvorming over een bestemmingsplan maakt de raad een afweging tussen alle gemeentelijke doelstellingen ten aanzien van het gebied en het beoogde financiële resultaat.

De keuze van de vorm van grondbeleid (actief, passief, PPS of bouwclaimmodel) is in hoofdstuk 8 beschreven.