direct naar inhoud van Toelichting Herinrichting N324 - gedeelte tankstation
Plan: Herinrichting N324 - rotondes Tolschestraat en Industriestraat
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01

Toelichting Herinrichting N324 - gedeelte tankstation

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding en doel

De provincie Noord-Brabant werkt aan de herinrichting van de N324 tussen Oss en Grave. Doel van het project is om de weg opnieuw in te richten, zodat de doorstroming, veiligheid en leefbaarheid verbeteren. Zo worden nieuwe rotondes aangelegd en bestaande en nieuwe kruisingen krijgen geavanceerde verkeersregelinstallaties. Het aantal aansluitende zijwegen en inritten van percelen vermindert door de aanleg van enkele parallelwegen. Daarnaast komen er mogelijkheden om langzaam verkeer te passeren. Ook kunnen fietsers en voetgangers de weg straks makkelijker oversteken. Ten behoeve van deze herinrichting zijn reeds drie bestemmingsplannen onherroepelijk. Deze zijn ook terug te vinden op ruimtlijkeplannen.nl:afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0001.png" Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave

  • Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Landerd
  • Herinrichting N324 - Rotonde Palmstraat (gemeente Landerd)

Voorliggend bestemmingsplan gaat over het planologisch regelen van de laatste fase van de reconstructie N324. In deze fase wordt de rotonde bij de Tolschestraat in de gemeente Grave planologisch mogelijk gemaakt. Op de locatie van de toekomstige rotonde is beperkt ruimte voor de ontwikkeling. Hierdoor dient het Tango tankstation te worden verplaatst naar een nieuwe locatie bij de Industriestraat/Arnoud van Gelderweg in Grave. Voorliggend bestemmingsplan maakt ook deze verplaatsing van het Tango tankstation mogelijk. Ten behoeve van de vervallen parkeerplaatsen van Mariëndaal door de herinrichting worden de te ontwikkelen parkeerplaatsen meegenomen in de herinrichting van de Tolschestraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0002.png"

Afbeelding: Ligging van de toekomstige rotonde Tolschestraat en de toekomstige locatie van het Tango tankstation (Industriestraat) in de gemeente Grave

1.2 Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied voor onderhavig bestemmingsplan bestaat uit twee deelgebieden, dit betreffen de locaties Tolschestraat en Industriestraat/Arnoud van Gelderweg. In beide gebieden wordt een kruising vervangen voor een rotonde. Voor de locatie Industriestraat/Arnoud van Gelderweg is de rotonde mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan 'Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave'. Voor de rotonde Tolschestraat geldt dat alle onderzoeken zijn verricht in het kader van de bestemmingsplannen voor de herinrichting N324, de rotonde Tolschestraat wordt planologisch mogelijk gemaakt in voorliggend bestemmingsplan. De rotonde is destijds niet direct mogelijk gemaakt, omdat onvoldoende ruimte is op de locatie. Met de verplaatsing van het (bij de kruising gelegen) Tango tankstation is het mogelijk de rotonde in te passen. Het tankstation wordt door middel van voorliggend bestemmingsplan op een nieuwe locatie bij de Industriestraat/Arnoud van Gelderweg planologisch mogelijk gemaakt. Hieronder wordt per locatie de ligging en de begrenzing van het plangebied beschreven.

Plangebied Tolschestraat

Het plangebied voor de herinrichting van de Tolschestraat is gelegen aan de rand van het dorp Velp in de gemeente Grave. Het plangebied omvat in de huidige situatie een kruising met VRI (verkeersregelinstallatie). Hier kan het verkeer vanuit de Tolschestraat en Zandkruiersweg de N324 kruizen of oprijden. Ten noordoosten van de kruising bevindt zich een tankstation van de Tango en een snackbar in een keet. Verder liggen er een pannenkoekenrestaurant 'Den Tol' en een ABC restaurant ten zuiden van de kruising. Aan de noordwestzijde van de kruising bevinden zich struiken en bosachtig gebied. Dit bosachtige gebied maakt onderdeel uit van Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit betekent dat het onderdeel uitmaakt van een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Meer hierover wordt toegelicht in paragraaf 4.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0003.png"

Afbeelding: Huidige situatie Tolschestraat

Voor de herinrichting van de N324 wordt de huidige kruising vervangen door een rotonde. De aanleg van de rotonde zorgt voor verbeterde verkeersveiligheid, zowel voor motorvoertuigen op de weg als voor kruisend verkeer (waaronder fietsers en voetgangers). Ook draagt het bij aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De rotonde bij de Tolschestraat zal meer ruimte innemen dan de huidige kruising op de locatie vraagt. Hierdoor is grond nodig van het Tango tankstation en van de residentie Mariëndaal. Door de hoeveelheid grond die nodig is van de Tango dient het tankstation verplaatst te worden naar een andere locatie. Gekozen is om het tankstation in te passen in de te herinrichten kruising van de Industriestraat en de N324, waar 2e kwartaal 2019 een nieuwe rotonde wordt gerealiseerd. Voor de herinrichting van het gebied Tolschestraat heeft de residentie Mariëndaal gevraagd om een parkeerterrein in te passen, omdat een aantal parkeerplaatsen komt te vervallen door de herinrichting van de Tolschestraat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0004.png"

Afbeelding: Locatie toekomstige rotonde Tolschestraat met de oude locatie Tango en parkeerplaatsen Mariëndaal schematisch weergegeven

Plangebied Industriestraat/Arnoud van Gelderweg

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een kruising van de Industriestraat met de N324, gelegen ten noorden van de kern Grave. De Arnoud van Gelderweg loopt parallel aan de N324 en kruist de Industriestraat. Ten westen van de N324 ligt de waterloop Graafsche Raam met groenstruweel die parallel aan de weg ligt. Ten noordoosten van de kruising ligt een braakliggend terrein wat voornamelijk verhard is. Op sommige plekken is ruig struweel aanwezig. Aan de zuidoostzijde van de kruising bevindt zich bedrijf Hong Shen Natuursteen BV op het naastgelegen industrieterrein.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0005.png"

Afbeelding: Huidige situatie Industriestraat/Arnoud van Gelderweg

De kruising van de Industriestraat en N324 wordt vervangen door een rotonde die planologisch is mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan 'Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave'. De verplaatsing van het Tango tankstation naar de Industriestraat/Arnoud van Gelderweg leidt tot een inpassing bij de rotonde (realisatie tweede kwartaal van 2019). Dit vraagt om een verlegging van de Arnoud van Gelderweg om het toekomstige tankstation.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0006.png" Afbeelding: Plangebied Industriestraat met de toekomstige Tango locatie en de verlegging van de Arnoud van Gelderweg schematisch weergegeven

1.3 Geldende bestemmingsplannen

De herinrichting van beide locaties passen niet binnen de daar vigerende bestemmingsplannen. Hieronder worden per locatie de vigerende bestemmingsplannen en de (dubbel)bestemmingen inzichtelijk gemaakt.

Plangebied Tolschestraat

Ter plaatse van het plangebied van de locatie Tolschestraat gelden de volgende bestemmingsplannen:

  • Bestemmingsplan Kerkdorpen, Grave (vastgesteld 28 juni 2011);
  • Bestemmingsplan Seksinrichtingen (vastgesteld 27 januari 2015);
  • Bestemmingsplan Waardevolle bomen en bebouwing (vastgesteld mei 2018);
  • Bestemmingsplan Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave (vastgesteld 20 december 2016);
  • Bestemmingsplan Archeologie (vastgesteld 21 april 2015).

De gronden waarop de herinrichting is voorzien hebben de volgende enkel- en dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen, te weten:

  • Enkelbestemming Maatschappelijk
  • Enkelbestemming Verkeer
  • Enkelbestemming Bos
  • Enkelbestemming Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen zonder vulpunt lpg
  • Enkelbestemming Horeca
  • Enkelbestemming Groen
  • Dubbelbestemming waarde - Archeologie
  • Gebiedsaanduiding overige zone - waardevolle bebouwing
  • Gebiedsaanduiding overige zone - archeologie categorie 5

Plangebied Industriestraat

Ter plaatse van het plangebied van de locatie Industriestraat/Arnoud van Gelderweg gelden de volgende bestemmingsplannen:

  • Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Wisseveld en Nieuwe Haven (vastgesteld 5 juli 2016);
  • Bestemmingsplan Buitengebied Grave, herziening 2018 (vastgesteld 15 mei 2018);
  • Bestemmingsplan Seksinrichtingen (vastgesteld 27 januari 2015);
  • Bestemmingsplan Waardevolle bomen en bebouwing (vastgesteld mei 2018);
  • Bestemmingsplan Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave (vastgesteld 20 december 2016);
  • Bestemmingsplan Archeologie (vastgesteld 21 april 2015).

De gronden waarop de herinrichting is voorzien hebben de volgende enkel- en dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen, te weten:

  • Enkelbestemming Bedrijventerrein
  • Enkelbestemming Verkeer
  • Dubbelbestemming Waarde - Archeologie
  • Gebiedsaanduiding overige zone - archeologie categorie 4
  • Gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone - radarverstoringsgebied

1.4 Leeswijzer

Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project gegeven. Hierbij wordt ingegaan op de huidige en de toekomstige situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader binnen het rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt getoetst of het plan binnen deze beleidskaders past. In hoofdstuk 4 zijn de ruimtelijke- en milieuaspecten van het project opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de plankaart en in de voorschriften is opgenomen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid en de inspraak en het overleg.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

In de eerste paragraaf wordt ingegaan op nut en noodzaak van het project dat in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Daarna wordt op hoofdlijnen de toekomstige situatie van de plangebieden beschreven.

2.1 Nut en noodzaak

Nut en noodzaak van dit project komt voort uit de herinrichting N324. Het groot onderhoud dat nodig is aan de N324 is voor de provincie de aanleiding om enkele jaren geleden al te starten met een zogenaamde planstudie. Met de planstudie is beoogd om naast de groot-onderhoudsmaatregelen ook alle overige knelpunten en wensen voor deze weg aan te pakken. Het belangrijkste doel daarbij is een nieuwe N324 die voldoet aan de richtlijnen van het landelijke concept “Duurzaam Veilig”. De planstudie is afgerond in 2014 en levert een substantiële verbetering op met betrekking tot de veiligheid. Daartoe wordt een aantal situaties aangepast om de betere veiligheid te kunnen garanderen. Onder deze situaties vallen ook de kruisingen bij de Tolschestraat en de Industriestraat. Op deze twee locaties worden rotondes gerealiseerd ter vervanging van de kruisingen. Door deze maatregel te nemen kan een betere veiligheid worden gegarandeerd. Het aantal ongevallen is de laatste jaren afgenomen, maar het aantal ongevallen met slachtoffers is de laatste jaren toegenomen. De maatregelen, zoals hiervoor genoemd, zijn bedoeld om het aantal ongevallen en slachtoffers terug te dringen.

De aanleg van de rotonde van de Tolschestraat vraagt meer ruimte dan de huidige kruising. Hierdoor is grond nodig van het tankstation van de Tango en de residentie Mariëndaal. Door de hoeveelheid grond die nodig is van de Tango dient het tankstation verplaatst te worden naar een andere locatie. Deze ingrijpende aanpassingen in het gebied vraagt om een herinrichting van het gebied waarbij het tankstation wordt verwijderd en de rotonde ruimtelijk wordt ingepast. Voor de herinrichting van het gebied Tolschestraat heeft de residentie Mariëndaal gevraagd om een parkeerterrein in te passen en mogelijk te maken in dit plan, omdat een aantal parkeerplaatsen komt te vervallen door de herinrichting van de Tolschestraat.

Voor de locatie keuze ten behoeve van het nieuwe tankstation is een afweging gemaakt door de gemeente Grave (zie Bijlage 1). Daartoe zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd:

  • Het is belangrijk dat het tankstation behouden blijft voor de gemeente.
  • Vergelijkbaar perceeloppervlak met de bestaande situatie (nu 1.030 m2) en zichtbaar vanaf en nabij de N324.
  • Veilige tweezijdige bereikbaarheid vanaf de N324, via een geregelde kruising of een rotonde.
  • De nieuwe locatie dient aan te sluiten op bestaande bebouwde structuren, maar niet naast een bestaand tankstation te liggen.
  • Een tankstation (zonder LPG) is een bedrijf in milieucategorie 2 met in principe een aan te houden afstand van 30 meter ten opzichte van gevoelige functies zoals woningen.

 

Op grond van deze uitgangspunten is gekeken naar andere locaties aan de N324, op voldoende afstand van woningen en binnen de gemeentegrenzen van Grave. Een drietal locaties zijn verder onderzocht (zie afbeeldingen hieronder):

  • 1. Tussenruimte nieuwe ruimte Bosschebaan - Generaal de Bonsweg.
  • 2. Aansluiting Generaal de Bonsweg.
  • 3. Arnoud van Gelderweg - hoek Industriestraat (bedrijventerrein Wisseveld).

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0007.png"

Uit de beoordeling van de drie locaties komt de locatie bij de kruising van de Industriestraat met de N324 als meest geschikte locatie naar voren. Deze locatie ligt in bestaand stedelijk gebied, een verkeersveilige inrichting is mogelijk en de locatie is goed bereikbaar en zichtbaar vanaf de N324. De locatie kan ontsloten worden via de parallelweg en is verkeerskundig uitvoerbaar.

De andere twee locaties zijn minder geschikt. Zo heeft de locatie bij de Bosschebaan conform de provinciale verordening niet de voorkeur. De locatie bij de aansluiting Generaal de Bonsweg is ongewenst vanuit de gemeentelijke structuurvisie, provinciale verordening, doelen binnen de Raamvallei en de ontwikkeling van het museum.

Bij de nieuwe locatie voor het Tango tankstation wordt de kruising vervangen door een rotonde (in het 2de kwartaal van 2019), waardoor het tankstation ingepast kan worden in de nieuwe situatie. Om het tankstation op de locatie in te passen is een verlegging van de Arnoud van Gelderweg noodzakelijk.

2.2 Toekomstige situatie

Locatie Tolschestraat

Voor de herinrichting van de N324 wordt de huidige kruising van de Tolschestraat met de N324 vervangen door een rotonde. De aanleg van de rotonde zorgt voor verbeterde verkeersveiligheid, zowel voor motorvoertuigen op de weg als voor kruisend verkeer (waaronder fietsers en voetgangers). Ook wordt met het plan de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. De rotonde bij de Tolschestraat zal meer ruimte innemen dan de huidige kruising op de locatie vraagt. Hierdoor is er grond nodig van het Tango tankstation en de residentie Mariëndaal. Door de hoeveelheid grond die nodig is van de Tango dient het tankstation verplaatst te worden naar een andere locatie. Voor de herinrichting van het gebied Tolschestraat (zie navolgende afbeelding) heeft de residentie Mariëndaal gevraagd om een parkeerterrein in te passen en mogelijk te maken in het plan, omdat een aantal parkeerplaatsen komt te vervallen door de herinrichting van de Tolschestraat.

In het voorliggend ontwerp voor het projectgebied is rekening gehouden met de aanleg van circa 70 parkeerplaatsen op het Mariëndaal terrein. Voor de realisatie van de parkeerplaats op het terrein van Mariëndaal ter hoogte van het kruispunt van de N324 en de Tolschestraat te Velp dienen bomen gekapt te worden en de ondergroei en dood hout verwijderd te worden, waarna het plangebied bouwrijp gemaakt wordt. Vervolgens zal de parkeerplaats bestaan uit klinkerverharding en gravel met grasmengsel. Daarnaast zal ook groen aangelegd worden. De oude bomenlaan ten westen van het plangebied blijft behouden. Op de locatie van de Tango wordt het tankstation afgebroken en de verharding verwijderd. Door de vrijgekomen ruimte kan de rotonde gerealiseerd worden, de grond waar eerder het tankstation stond krijgt de bestemming verkeer. De rotonde zal bestaan uit vier toe- en afritten. De toe- en afritten zijn voorzien van middengeleiders. Daarnaast wordt de rotonde voorzien van vrijliggende fietspaden. Fietsers kunnen via middengeleiders de aansluitende wegen in etappes oversteken.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0008.png"

Afbeelding: herinrichting van de locatie Tolschestraat (zie voor het ontwerp ook Bijlage 2)

Locatie Industriestraat

Het gebied bij de kruising Industriestraat en de N324 wordt heringericht. Hierbij wordt de nieuwe locatie van het tankstation ingepast. Om de herinrichting landschappelijk in te passen worden verschillende plekken rondom het tankstation groen aangepast, in de vorm van bomen of struiken (zie afbeelding hieronder). Ook wordt de Arnoud van Gelderweg om het tankstation heen gelegd. Hiervoor wordt een gedeelte van de huidige weg gesloopt en wordt een nieuw gedeelte van de weg aangelegd, in de vorm van asfalt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0009.png"

Afbeelding: herinrichting van de locatie N324/Industriestraat. De rotonde zoals hierboven afgebeeld is reeds planologisch mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan Herinirichting N324 - gedeelte gemeente Grave (zie ook Bijlage 3)

Hoofdstuk 3 Beleidskader

Dit hoofdstuk geeft een nadere toelichting op het relevante ruimtelijke beleidskaders. Ingegaan wordt op het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Per beleidsstuk is in de navolgende paragrafen een korte samenvatting opgenomen, gevolgd door een alinea waarin wordt aangegeven wat de relevantie van het beleidsstuk voor het plan is. Beleid, wet- en regelgeving met betrekking tot de deelaspecten komen aan de orde in hoofdstuk 4.

3.1 Rijk

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is vastgesteld op 13 maart 2012 en vormt het kader dat de (nieuwe) ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 benoemt en de focus bepaalt voor de mobiliteitsinvesteringen. Het Rijk gaat gericht investeren in projecten die bijdragen aan een betere bereikbaarheid van de gebieden met de grootste economische verdiencapaciteit voor Nederland. Door weg, spoor, regionaal OV en vaarwegen in samenhang met ruimtelijke ontwikkeling te bekijken, gaan bereikbaarheid, leefbaarheid en duurzaamheid hand in hand.

Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland.
  • Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat.
  • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

De MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) regio Brabant en Limburg omvat de provincies Noord-Brabant en Limburg met daarin de Brainport Zuidoost Nederland. Opgaven van nationaal belang in dit gebied zijn:

  • Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost Nederland (waaronder Brainport Avenue) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a. verdere ontwikkeling Eindhoven Airport);
  • Het borgen van de waterveiligheid en -kwaliteit en zoetwatervoorziening voor de korte termijn (zoals Maaswerken en uitvoering hoogwaterbeschermingsprogramma) en de lange termijn. Binnen het Deltaprogramma wordt deze opgave opgepakt;
  • Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden;
  • Het ruimtelijk mogelijk maken van het (internationaal) buisleidingnetwerk vanuit Rotterdam en Antwerpen naar Chemelot en het Roergebied;
  • Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) over de grens;
  • Het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie in het westelijk deel van Noord-Brabant.

In de nota wordt de ambitie uitgesproken om een betrouwbare en acceptabele reistijd te verzorgen. Een betere bereikbaarheid van de economische kerngebieden in Nederland is van groot belang voor de versterking van de economie. Daarnaast is het van belang om niet alleen het hoofdwegennet te verbeteren, maar ook te werken aan de robuustheid van het onderliggende netwerk. Als er goede alternatieve routes beschikbaar zijn, is het wegennet minder gevoelig voor verstoringen.

Het is de ambitie om, daar waar mogelijk, verkeersstromen te scheiden. Het hoofdwegennet is beschikbaar voor zowel regionaal verkeer als doorgaand verkeer. Het kan kosteneffectief zijn om alternatieven te bieden aan het regionaal verkeer, bijvoorbeeld door het onderliggende wegennet op te waarderen.

Tot slot wordt gekeken naar gebiedsgerichte aanpakken. Vanuit het besef dat het hoofdwegennet en onderliggend wegennet een samenhangend netwerk vormen, werken de overheden samen bij de aanpak van knelpunten. Het Rijk neemt het initiatief bij knelpunten op het hoofdwegennet. In stedelijke netwerken ligt het initiatief bij de decentrale overheden, in dit geval de provincie Noord-Brabant.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

De herinrichting van de N324 sluit in algemene zin aan op de SVIR. Voorliggend plan maakt een rotonde mogelijk en draagt daarom bij aan een veiligere verkeerssituatie. Met de herinrichting van de N324 wordt het hoofdwegennet in de provincie verbeterd. Verkeersstromen worden zoveel mogelijk gescheiden, mede door de voorzieningen voor fietsverkeer, doorgaandverkeer en bestemmingsverkeer. Voor de verplaatsing van de Tango geldt dat een nieuw tankstation uitgerust is met nieuwe technische maatregelen waardoor de veiligheid verbeterd en de milieueffecten worden geminimaliseerd. Ook is onderzoeken uitgevoerd met betrekking tot de milieueffecten van het tankstation op de omgeving (zie Hoofdstuk 4) waarbij milieueffecten (bodem, water en lucht) voldoen aan de geldende normen.

De SVIR staat hiermee de herinrichting van de N324 niet in de weg. In het plangebied worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met een van de nationale belangen. Het voorgenomen initiatief is hiermee in lijn met de SVIR, aangezien verder geen nationale belangen in het geding zijn.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking

Ingevolgde artikel 3.1.6 lid 2 Bro (Ladder voor duurzame verstedelijking) bevat de toelichting bij een bestemmingsplan, waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

In het onderhavige geval is het niet nodig de laddertoets te doorlopen. Uitgangspunt is dat het hier om de herinrichting van een weg gaat en dit is in beginsel niet ladderplichtig. Omdat voor de herinrichting van de weg een aantal specifieke aanpassingen in de omgeving nodig zijn, zijn deze punten hierna ieder afzonderlijk beoordeeld. Voor ieder van de afzonderlijke punten is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkelingen, waardoor het niet nodig is de ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen.

Locatie Tolschestraat

Met betrekking tot de herinrichting van het zorgcentrum geldt dat het hier slechts om de uitbreiding van het aantal parkeerplekken gaat.

In de uitspraak van de ABRvS d.d. 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:943 is bepaald dat een parkeerterrein waarvan de behoefte afhankelijk is van de aanwezigheid van een bestaande voorziening, zoals bijvoorbeeld een recreatieterrein, niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, Bro. In de uitspraak van de ABRvS d.d. 24 augustus, ECLI:NL:RVS:2016:2319 is bepaald dat – in de gegeven omstandigheden - gelet op de kleinschalige bebouwing met een beperkte ruimtelijke uitstraling die het project mogelijk maakt, op een locatie waar in de bestaande situatie sprake is van parkeerplaatsen ten behoeve van de kantoorbestemming die op deze gronden rust, en de beperkte omvang en ruimtelijke uitstraling van de parkeerplaats, bezien in het licht van de doelstelling van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, de voorziene ontwikkeling niet zodanig substantieel is dat deze als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt.

Locatie Industriestraat

De verplaatsing van een functie die reeds is toegestaan binnen datzelfde gebied, waarbij het bebouwd oppervlak niet toeneemt, is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zie o.a. ABRvS 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2316. Nu de Tango reeds aanwezig is in de gemeente Grave en geen sprake is van een zodanige (functie en/of bouw) uitbreiding, is in onderhavig plan geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het tankstation wordt verplaats binnen het zelfde verzorgingsgebied van het tankstation. Derhalve behoeft de ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen te worden.

3.2 Provincie en regio

3.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 is vastgesteld. In de structuurvisie worden de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 beschreven. De provincie kiest voor een duurzame ontwikkeling waarin de kwaliteiten van de provincie sturend zijn bij de ruimtelijke keuzes die de komende jaren op de provincie afkomen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de kracht en identiteit van Noord-Brabant. Belangrijke beleidswijzigingen hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant. De grote uitdaging voor Noord-Brabant is om het (hoog)stedelijk gebied verder te ontwikkelen tot een krachtig netwerk en tegelijkertijd de groene en blauwe waarden van Noord-Brabant te versterken.

Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Brabant heeft als hoofddoel: 'zorgvuldiger omgaan met de Brabantse ruimte'. De provincie streeft er naar om de economische, ecologische en sociaal-culturele kwaliteiten meer met elkaar in balans te brengen, zodat het voor iedereen prettig wonen, werken en recreëren is in de provincie. Om het hoofddoel te kunnen bereiken, heeft de provincie vijf leidende principes geformuleerd voor het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2020:

  • meer aandacht voor de onderlagen: het watersysteem, de bodemtypologie en de geomorfologie en de infrastructuur;
  • zuinig ruimtegebruik;
  • concentratie van verstedelijking: inbreiden, herstructureren en intensiveren;
  • zonering van het buitengebied;
  • grensoverschrijdend denken en handelen.

Lagenbenadering in de verordening ruimte

Bij de afweging van gebieden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in Noord-Brabant wordt de zogeheten 'lagenbenadering' toegepast. Tussen de lagen bestaat geen hiërarchische volgorde.

De benadering gaat uit van de volgende drie lagen:

  • Eerste laag

De eerste laag wordt gevormd door de bodemtypologie, de geomorfologie en het watersysteem en de hiermee samenhangende natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische (landschaps)waarden. Deze eerste laag is uitermate belangrijk vanwege de lange reproductietijd en daarmee de onvervangbaarheid van deze waarden en systemen.

  • Tweede laag

De tweede laag wordt gevormd door de infrastructuur. Deze laag, met belangrijke weg-, spoor- en waterverbindingen is, net als de eerste laag, sturend voor ruimtelijke ontwikkelingen.

  • Derde laag

De derde laag bestaat uit het ruimtegebruik voor wonen, werken, landbouw en recreatie. In de Verordening wordt dit ook wel de occupatie genoemd.

De lagenbenadering wordt gebruikt om ruimtelijke keuzen te onderbouwen en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Per gebied leidt deze benaderingswijze tot verschillende (ruimtelijke) uitkomsten, dit hangt af van de specifieke regionale of lokale omstandigheden en kwaliteiten. Dit sluit aan bij de contrastrijkheid en de veelvormigheid van Brabant. Met behulp van de lagenbenadering kunnen de vragen 'waar' en vooral ook 'op welke wijze' ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden beter worden beantwoord.
Het beleid van de provincie is al geruime tijd gericht op het bundelen van stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden. Dit zorgt ervoor dat voldoende draagvlak wordt gecreëerd voor de steden als economische en culturele motor. Het voorkomt daarnaast het dichtslibben van het landelijk gebied. Om de stedelijke concentraties ook in de toekomst goed bereikbaar te houden is de ligging van belangrijke wegen, spoorwegen en vaarwater erg van belang.

De herinrichting van de N324 valt binnen de tweede laag en past bij de ontwikkelingen in het gebied. Conform het doel van de Verordening draagt het bij aan een betere infrastructuur en bereikbaarheid van Noord-Brabant.

De relatie met voorliggend bestemmingsplan
Gelet op het voorgaande geeft de herinrichting invulling aan de doelstellingen van de provincie genoemd in de Verordening. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de infrastructuur verbeterd en zal een optimalisatieslag plaatsvinden met betrekking tot de veiligheid rondom en de bereikbaarheid van de N324. Ook kan de verplaatsing van de Tango een positief effect hebben op de bereikbaarheid door de centralere ligging. Bereikbaarheid is een gebruikswaarde die conform de Verordening bijdraagt aan ruimtelijke kwaliteit. De uitbreiding van de parkeerplaatsen bij de Residentie Mariëndaal draagt daarnaast bij aan de derde laag van de Verordening: het ruimtegebruik voor werken en zorg. De voorgenomen ontwikkelingen zijn aldus niet in strijd met de Verordening.

Structuren binnen het plangebied

Binnen het plangebied zijn verschillende structuren benoemd binnen de structurenkaart van de structuurvisie. Het plangebied bestaat uit twee gebieden: plangebied Tolschestraat en plangebied Industriestraat/Arnoud van Gelderweg. De structuren en kenmerken worden hieronder per plangebied verder toegelicht.

Plangebied Tolschestraat

Kerngebied groenblauw

Het plangebied bij Mariendaal ligt in het robuust water- en natuursysteem met als structuur kerngebied groenblauw. Het kerngebied groenblauw bestaat uit de ecologische hoofdstructuur inclusief de ecologische verbindingszones en waterstructuren. Het ruimtelijke beleid is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten. Binnen het kerngebied liggen bestaande natuurgebieden, maar ook gebieden waar nog ontwikkeling van natuur moet plaatsvinden.

Groenblauwe mantel

De wegaanpassing van kruising naar rotonde bij de Tolschestraat ligt binnen de structuur groenblauwe mantel. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn meestal gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. Ook de groene gebieden in de buurt van stedelijke omgeving zijn onderdeel van de groenblauwe mantel. De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan landschapselementen, het watersysteem en het voorkomen van bijzondere planten en dieren.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0010.png"

Afbeelding: Het plangebied Tolschestraat weergegeven in de structurenkaart van de structuurvisie ruimtelijke ordening van de Provincie Noord-Brabant. Uit de afbeelding kan worden gehaald dat de ontwikkeling van de parkeerplaatsen is gelegen in het kerngebied groenblauw (groen in de afbeelding) en de ontwikkeling van de rotonde grenst aan het kerngebied groenblauw en de groenblauwemantel (roze in de afbeelding).

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

De ontwikkeling van de parkeerplaatsen voor Mariëndaal in het kerngebied groenblauw wordt landschappelijke ingepast, waarbij de parkeerplaats door beplanting aan het zicht wordt onttrokken. Bij de herinrichting is er rekening gehouden met behoud van aanwezige bomen en de lokale plantensoorten. Het aantal te kappen bomen is daardoor beperkt. Ook worden de parkeerplaatsen voorzien van halfverharding waardoor een deel van het hemelwater nog in de bodem kan infiltreren.

De ontwikkeling van de rotonde ligt deels in het kerngebied de groenblauwe mantel. Bij de vaststelling van dit bestemmingsplan is de groenblauwe mantel dus van toepassing. De beoogde ontwikkeling past binnen artikel 6.1 bescherming van de groenblauwemantel uit de provinciale verordening.

Plangebied Industriestraat/Arnoud van Gelderweg

Kernen in het landelijk gebied

De ontwikkeling van het nieuwe tankstation vindt plaats binnen de structuur kernen in het landelijk gebied. De kernen in Noord-Brabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap. Toekomstige stedelijke ontwikkelingen in dit gebied moeten passen qua maat en schaal bij de kern. De provincie vindt een goede ruimtelijke inpassing van nieuwe werklocaties in de kern en het omliggende landschap erg belangrijk.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0011.png"

Afbeelding: Het plangebied Industriestraat/Arnoud van Gelderweg weergegeven in de structurenkaart van de structuurvisie ruimtelijke ordening van de Provincie Noord-Brabant. Uit de afbeelding kan worden gehaald dat de ontwikkeling van het tankstation is gelegen in het gebied: kernen in het landelijk gebied (oranje in de afbeelding).

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

De ontwikkeling van het tankstation draagt bij aan de bedrijvigheid op het bedrijventerrein. Hierbij is er gelet op een goede landschappelijke inpassing van het tankstation, dit is ook opgenomen in de verbeelding en regels.

Structuurvisie over mobiliteit

Ten aanzien van het aspect mobiliteit wordt in de Structuurvisie uitgegaan van een groei met 40% in de periode tot 2030. De automobiliteit in Noord-Brabant is in de afgelopen 10 jaar met zo'n 25% gegroeid. In de komende jaren zal deze groei zich voortzetten.
De ligging van de stedelijke concentratiegebieden aan internationale assen en de verbinding tussen deze verschillende gebieden (door regionale assen) zijn cruciaal voor het economisch functioneren van Noord-Brabant. Het creëren van een betere verknoping van infrastructuur en ruimtelijke ontwikkeling en bevordering van de bereikbaarheid zijn essentieel. Het landschap dient meer aandacht te krijgen bij de uitbreiding en aanleg van infrastructuur, omdat een goede afstemming van de vormgeving van wegen met de omgeving bijdraagt aan de kwaliteit van Brabant. De bereikbaarheid tussen steden, en tussen steden en omliggende regio's dient te worden verbeterd. Daarbij wordt bestaande weginfrastructuur optimaal benut en infrastructuur uitgebouwd als dat noodzakelijk is. Nieuwe doorsnijdingen van het buitengebied door infrastructuur worden zoveel mogelijk voorkomen.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

De herinrichting van de N324 draagt bij aan het versterken van het infrastructurele netwerk en de algemene bereikbaarheid in Noord-Brabant. Het tankstation bevindt zich reeds in de gemeente en wordt enkel verplaatst. Dit zorgt niet voor extra ontwikkelingen. De verplaatsing zorgt voor een centralere liggen van het tankstation, wat bijdraagt aan een betere bereikbaarheid vanuit de kern Grave. De aanleg van de parkeerplaatsen bij de Residentie Mariëndaal sluiten daarnaast aan bij het aspect mobiliteit. De herinrichting geeft invulling aan het provinciaal beleid.

3.2.2 Verordening ruimte Noord-Brabant

De provincie geeft in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid. De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Zaken uit de structuurvisie die van provinciaal belang zijn, zijn vastgelegd in de Verordening ruimte. De Verordening Ruimte Noord-Brabant (hierna: 'Verordening'), geconsolideerd januari 2019, bevat regels waaraan de in de verordening vermelde gemeentelijke planologische besluiten moeten voldoen. Verder worden de volgende structuren benoemd:

  • Bestaand stedelijk gebied;
  • Natuur Netwerk Brabant;
  • Groenblauwe mantel;
  • Gemengd landelijk gebied.

Binnen het plangebied voor de herinrichting N324 - rotondes Rolschestraat en Industraat komen drie van de vier bovengenoemde de structuren voor. De structuren die voorkomen in het plangebied zijn: Bestaand stedelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant en Groenblauwe mantel. Hieronder wordt per structuur verder toegelicht waar dit bestemmingsplan in moet voorzien.

Bestaand stedelijk gebied (artikel 4)

Een bestemmingsplan dat voorziet in een stedelijke ontwikkeling is uitsluitend gelegen in bestaand stedelijk gebied. Het bestaand stedelijk gebied van de stedelijke structuur bestaat uit:

  • stedelijk concentratiegebied;
  • kernen in landelijk gebied.

Natuur Netwerk Brabant (artikel 5)

Een bestemmingsplan gelegen in het Natuur Netwerk Brabant:

  • strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden;
  • stelt regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden en houdt daarbij rekening met de overige aanwezige waarden en kenmerken, waaronder de cultuurhistorische waarden en kenmerken;
  • bepaalt dat zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, de bestaande bebouwing en de bestaande planologische gebruiksactiviteit zijn toegelaten.

Binnen het bestemmingsplan wordt de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant aangepast om een kleinschalige ingreep, de realisatie van de parkeerplaatsen bij Mariëndaal, mogelijk te maken. Hiervoor moet het bestemmingsplan de volgende onderdelen bevatten volgens de verordeningen ruimte (artikel 5 onder 5.5.):

Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant op verzoek van de gemeente wijzigen ten behoeve van een individuele, kleinschalige ingreep.

Een verzoek om wijziging van de begrenzing, als bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een bestemmingsplan waaruit blijkt dat:

  • de voorgestelde ingreep slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant in het desbetreffende gebied;
  • de voorgestelde ingreep leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel;
  • de voorgestelde ingreep is onderbouwd met een afweging van alternatieven;
  • de voorgestelde ingreep vergezeld gaat van zodanige maatregelen dat er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing;
  • de uitvoering van de voorgestelde ingreep en de daarbij betrokken maatregelen en de monitoring daarvan zijn verzekerd;
  • wordt voldaan aan de regels inzake het compenseren van verlies van ecologische waarden en kenmerken bedoeld in de compensatieregels van de verordening ruimte.

Groenblauwe mantel (artikel 6)

Een bestemmingsplan dat is gelegen in de groenblauwe mantel:

  • strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden;
  • stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
  • De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, bevat een verantwoording over de wijze waarop de nodige kennis over de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken is vergaard.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van de parkeerplaatsen strijdig is met artikel 5.1 van de Verordening Ruimte. Omdat het een kleinschalige ingreep betreft kan de ontwikkeling mogelijk worden gemaakt, mits voldaan kan worden aan de voorwaarden in artikel 5.5 (zoals hierboven genoemd). Voor de inhoudelijke onderbouwing wordt verwezen naar het compensatieplan in Bijlage 9. Hiertoe dient tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan een voornemen tot herbegrenzing NNB ter inzage te worden gelegd (zie verbeelding). In plaats van de aanduiding NNB zal het gebied herbestemd worden naar de aanduiding Groenblauwe mantel. Om de kwaliteiten van het landschap te borgen zijn er regels opgenomen met betrekking tot landschappelijke inpassing (zie artikel Verbroken kruisverwijzing naar 'Overige zone - landschappelijke inpassing').

Ook kan geconcludeerd worden dat de ontwikkeling van de rotonde bij de Tolschestraat strijdig is met artikel 6.1 van de Verordening Ruimte. De verkeersbestemming van de rotonde ligt deels in een aangewezen beschermingsgebied van de groenblauwe mantel. Omdat het een ontwikkeling van een weg betreft kan de ontwikkeling mogelijk worden gemaakt, mits voldaan kan worden aan de voorwaarden in artikel 6.17 van de Verordening Ruimte. De nut en noodzaak van deze verkeersmaatregel wordt onderbouwd in paragraaf 2.1. De compensatie van de toename van verhard oppervlak wordt geregeld in het waterhuishoudkundig plan (Bijlage 10) die is opgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan 'Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave'. Bij de inrichting van rotonde is rekening gehouden met landschappelijke en ecologische waarden van het gebied, dit wordt beschreven in de Groenvisie (Bijlage 23). Om de kwaliteiten van de groenblauwe mantel te borgen zijn er regels opgenomen met betrekking tot de bescherming van de groenblauwe mantel (zie artikel 4.3).

3.2.3 Omgevingsvisie

De provincie Noord-Brabant is voornemens om in 2019 de Brabantse Omgevingsvisie vast te stellen. Het ontwerp van deze omgevingsvisie heeft ter inzage gelegen van 1 mei tot 30 juni 2018.

De Brabantse Omgevingsvisie geeft antwoord op de vraag hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar we in 2030 tenminste moeten staan om die lange termijndoelen te halen. De visie benoemt daarbij een aantal hoofdopgaven:

  • De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant.
  • Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken.
  • Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Dit heeft gevolgen voor hoe we onze leefomgeving vormgeven.
  • Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en Brabanders stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor hoe het netwerk van steden en dorpen functioneert en verder vorm krijgt.
  • Concurrerende, duurzame economie: we willen top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij we de omslag naar een verregaande circulaire economie maken en digitalisering steeds belangrijker wordt.


De relatie met voorliggend bestemmingsplan
Gelet op het voorgaande geeft de herinrichting van de N324 en de aanleg van de parkeerplaatsen bij de Residentie Mariëndaal invulling aan de Omgevingsvisie van de provincie neergelegd in de Verordening. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de infrastructuur en de omgevingskwaliteit verbeterd. Een optimalisatieslag met betrekking tot de veiligheid rondom en de bereikbaarheid van de N324 zal plaatsvinden. De voorgenomen ontwikkelingen zijn daarom niet in strijd met de Omgevingsvisie.

3.3 Gemeente

3.3.1 Structuurvisie gemeente Grave 2025, Vitale vestiging gemeente aan de Maas

De structuurvisie is op 28 januari 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van Grave. De structuurvisie geeft een samenhangend ontwikkelingskader vanuit een duidelijke stip op de horizon: Grave wil profileren als vitale vestinggemeente aan de Maas. Daarvoor presenteert de gemeente in haar structuurvisie een robuuste, ruimtelijke structuur, die voldoende flexibiliteit biedt om in te spelen op de steeds sneller veranderende economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Het uitvoeringsprogramma bij de structuurvisie is niet in beton gegoten maar geeft wel richting aan de ambities van de gemeente. De structuurvisie nodigt uit om daadwerkelijk aan de slag te gaan. De structuurvisie is een start om met nieuw elan samen met alle betrokken partijen aan de slag te gaan voor een duurzame, aantrekkelijke en vitale gemeente die op de toekomst berekend is.

In het kader van het opstellen van de structuurvisie is ook gesproken over de N324. Zelfs is gesproken over het verleggen van de N324 om zo overlast in de kern van Grave te voorkomen. Dit bleek geen haalbare optie. Daarom is de inzet tot 2025: verbetering van de inpassing van de N324. In de structuurvisie is opgenomen dat de weg wordt aangepast met rotondes, parallelstructuren, etc. Ook wordt gesteld dat in overleg met de provincie wordt gekeken naar de ruimtelijke inpassing van de weg binnen de kom van Grave.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

In het kader van voorliggend bestemmingsplan hebben gemeente en provincie samen de plannen uitgewerkt voor de aanpassingen aan de N324. Dit bestemmingsplan maakt de aanpassingen op het grondgebied van de gemeente Grave juridisch-planologisch mogelijk.

3.3.2 Bomenverordening gemeente Grave 2014

Op 5 juli 2016 is de Bomenverordening gemeente Grave 2016 vastgesteld. In de Bomenverordening is een groene kaart en register met daarop beschermde bomen opgenomen. Verder wordt in de verordening benoemd dat het verboden is beschermde bomen te kappen. Ook is geregeld dat het bevoegd gezag hierover een ontheffing kan verlenen. De verordening is doorvertaald in een paraplubestemmingsplan 'Waardevolle Bomen en Bebouwing'. Naast de bescherming van waardevolle bomen worden in het paraplubestemmingsplan ook aangewezen karakteristieke bebouwing (cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, Rijks- en gemeentelijke monumenten) binnen de gemeente beschermd. Het plangebied van het bestemmingsplan 'Waardevolle Bomen en Bebouwing' bestaat uit nagenoeg het hele grondgebied van de gemeente Grave. Een deel van het park bij Mariëndaal valt buiten de scope van dit bestemmingsplan.

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

Op de huidige locatie van het tankstation aan de Tolschestraat/N324 staan twee monumentale bomen (zie afbeelding hieronder). Ook is te zien dat de locatie Tolschestraat omringd is door groene boomzones.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0012.png"

Afbeelding: kaart van de groenestructuren en waardevolle bomen uit de bomenverordening van de gemeente Grave

Bij realisatie van de ontwikkelingen zoals bedoeld in voorliggend bestemmingsplan, zal in de uitvoering voldaan worden aan de bomenverordening van de gemeente Grave. Hierbij wordt rekening gehouden met de monumentale bomen en de omliggende groene gebieden.

3.3.3 Gebiedsvisie voor Wisseveld en omgeving

In september 2016 is de Gebiedsvisie Waterlinie Grave vastgesteld. De gebiedsvisie heeft onder andere betrekking op het bedrijventerrein Wisseveld. In de visie ziet de gemeente het bedrijventerrein veranderen van een monofunctioneel bedrijventerrein naar een gemengd, aantrekkelijk gebied waar gewoond, gewerkt en gerecreërd kan worden. De gemeente laat deze herontwikkeling volledig over aan private partijen. Het doel van de visie is om een helder, maar ook flexibel ruimtelijk kader te creëren voor de gefaseerde transformatie van Wisseveld. De visie geeft de potentie van de plek weer en legt de ambities voor het gebied vast. In de visie zijn voor het gebied de kernwaarden woonbelving, historie en recreatiekracht vastgesteld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0013.png"

Afbeelding: Het plangebied met de deelgebieden uit de Gebiedsvisie voor Wisseveld en omgeving

Relatie met voorliggend bestemmingsplan

Het plangebied voor de nieuwe locatie van het tankstation en de verlegging van de Arnoud van Gelderweg vallen binnen het plangebied van de Gebiedsvisie voor Wisseveld en omgeving. De ontwikkeling ligt in het deelgebied werkzone Arnoud van Gelderweg. In de visie is in dit gebied ruimte voor bedrijfsbebouwing langs de Arnoud van Gelderweg. De naastgelegen N324 en de rotonde Industriestraat vormen de entree van Grave. Door de zichtlocatie is ruimtelijke kwaliteit en uitstraling een belangrijk thema. Aan de Industriestraat zijn in de visie woningen gepland.

Ten behoeve van de toekomstige woningbouwplannen in de deelgebieden Wonen aan de Maas en Wonen aan de Vesting (zie bovenstaande afbeelding) is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (Bijlage 15). In de gebiedsvisie Waterlinie Grave zijn plannen gemaakt voor woningbouw (geluidsgevoelige objecten). Het doel van het akoestisch onderzoek is het toetsen of vanwege de geluidsbelasting van de N324 voor de geprojecteerde nieuwbouw voldaan kan worden aan de eisen gesteld in de Wet geluidhinder.

Uit het onderzoek blijkt dat vanwege de N324 niet voor alle geprojecteerde nieuwbouw voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Ook blijkt uit het onderzoek dat er geen doelmatige maatregelen toepasbaar zijn om de geluidsbelasting terug te kunnen brengen tot 48 dB. Daarom dient er een hogere waarde voor enkele geprojecteerde nieuwbouw woningen vastgesteld te worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0014.png"

Tabel: Gebouwen waarvoor een hogere waarde dient te worden vastgesteld en de gecumuleerde geluidbelasting (excl. Aftrek art. 110g Wgh)

De hogere waarden dienen te worden vastgesteld door de gemeente Grave. Daarbij geldt dat voldaan dient te worden aan een binnenwaarde van 33 dB. In een nader uit te voeren gevelmaatregelenonderzoek voor de realisatie van de woningen dient uitgezocht te worden of er aanvullend gevelmaatregelen noodzakelijk zijn.

Aanvullend is er ook gekeken naar het aspect geur in relatie tot de beoogde toekomstige woningbouw . Bij de bepaling van de milieuzonering is uitgegaan van de in VNG-brochure opgenomen uitgangspunten. In de VNG-brochure wordt voor een benzineservicestation zonder lpg een richtafstand van 30 m ten opzichte van een rustige woonwijk geadviseerd voor de aspecten geur en geluid. Deze richtlijnen zijn indicatief voor een goede ruimtelijke ordening. Bij realisatie van het tankstation dient rekening gehouden te worden met de vigerende maximale richtafstand van benzineservicestations zonder LPG (SBI-2008-code 473 – 3). Om een goede ruimtelijke ordening te borgen is een zone opgenomen van 30 meter vanaf de maximale rooilijn van de nieuwe woningen, waarin geen (stationaire) geurbronnen aanwezig mogen zijn (zie ook in de rgels artikel 10.3).

Bij de bouwaanvraag van het tankstation dient rekening gehouden te worden met deze normen. Zie ook hoofdstuk 4.4.4.2.

Hoofdstuk 4 Verantwoording

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op relevante milieugegevens en milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van dit bestemmingsplan. Indien onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van dit bestemmingsplan wordt het onderzoekskader van het betreffende milieuthema genoemd. Vervolgens komen het onderzoek zelf en de relevantie voor het plan aan de orde. De onderzoeksrapportages zijn opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

Voor de herinrichting van de N324 dient het kruispunt met de Tolschestraat vervangen te worden door een rotonde. Het ruimte gebrek op deze locatie leidt tot de verplaatsing van het Tango tankstation en tot de herinrichting van de locatie Tolschestraat in combinatie met de aanleg van parkeerplaatsen voor de zorgresidentie Mariëndaal. Het tankstation wordt verplaatst naar de Arnoud van Gelderweg/Industriestraat. Door onderhavig bestemmingsplan wordt het laatste deel van de herinrichting van de N324 planologisch mogelijk gemaakt. De onderzoeken met betrekking tot de rotonde Tolschestraat zijn eerder uitgevoerd in het kader van de herinrichting van de N324, deze onderzoeken zijn nog actueel en worden ook ten grondslag gelegd aan dit plan. De conclusies uit voornoemde onderzoeken zijn per milieuthema opgenomen. De onderzoeken voor de aanleg van de parkeerplaatsen en de realisatie van het tankstation op de nieuwe locatie zijn in het kader van het voorliggend bestemmingsplan uitgevoerd, ook de conclusies uit deze onderzoeken worden per deelthema weergegeven.

Wanneer geen onderzoek heeft plaatsgevonden, specifiek voor dit bestemmingsplan, maar het thema wel relevant is voor dit bestemmingsplan, wordt kort aangegeven wat de relevantie van het thema is voor het plan.

4.1 Vormvrije m.e.r. beoordeling herinrichting N324

Voor de herinrichting van de N324 is een vormvrije m.e.r. beoordeling gedaan om te bezien of het project m.e.r. plichtig is. Eerst wordt ingegaan op het onderzoekskader dat ten grondslag ligt aan voornoemde m.e.r.-beoordeling, waarna de resultaten worden toegelicht en de relevantie voor het plan aan de orde komt.

Onderzoekskader

Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) wijst activiteiten aan waarvoor (naar gelang de omvang van de activiteit) een MER, een m.e.r.-beoordeling of een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden opgesteld:

  • Past een activiteit in de beschrijving van de zogenaamde C-lijst dan dient altijd een MER te worden opgesteld.
  • Past een activiteit in de beschrijving van de zogenaamde D-lijst dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling worden opgesteld. Bij een m.e.r.-beoordeling wordt onderzocht of al dan niet een MER dient te worden opgesteld.
  • Voor activiteiten die in de D-lijst zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde (betreffende de omvang van de activiteit) vallen, geldt de vergewisplicht. Het bevoegd gezag dient zich er dan van te vergewissen dat de voorgenomen activiteit daadwerkelijk geen aanzienlijke milieugevolgen heeft. Het bevoegd gezag moet haar keuze om geen m.e.r. beoordeling uit te voeren motiveren in de toelichting van het plan/besluit. Hiervoor wordt een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld.

De aanleg of wijziging van wegen is in het Besluit m.e.r. zowel in onderdeel C als D opgenomen. Er is geen wettelijke verplichting om voor de herinrichting van de N324 een MER, m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r.-beoordeling op te stellen. De provincie Noord-Brabant kiest ervoor om vrijwillig een vormvrije m.e.r.-beoordeling op te stellen. Hierdoor komt op basis van het principeplan relevante milieu-informatie naar boven die kan worden gebruikt bij de verdere de planuitwerking, communicatie met de omgeving en de planprocedure.

Onderzoeksresultaat

Naar aanleiding van de vormvrije m.e.r. beoordeling kan in zijn algemeenheid worden geconcludeerd dat de herinrichting een gering ruimtebeslag heeft en niet leidt tot grotere emissies. Negatieve effecten zijn daarmee beperkt en lokaal van aard.

De herinrichting van de N324 leidt tot positieve effecten op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid, landschap, cultuurhistorie, natuur en geluid. Er is geen sprake van zeer negatieve effecten.

Potentiële negatieve effecten zijn geconstateerd voor waterberging en waterkwantiteit. Dit heeft te maken met de realisatie van de rotonde bij de Industriestraat, die deels in de Graafsche Raam is geprojecteerd. De watertoetsprocedure (welke in het kader van het bestemmingsplan is doorlopen) borgt dat negatieve effecten worden voorkomen dan wel worden gecompenseerd. Aangezien de bestemmingsplanprocedure hier in voorziet, is er geen aanleiding om een m.e.r.-beoordeling of MER op te stellen.

Om de verkeersveiligheid te verbeteren worden aansluitingen gesaneerd. Op enkele locaties is sprake van omrijdbewegingen voor aanwonenden, hetgeen negatief is beoordeeld. Dit effect is echter niet te voorkomen en te grote omrijdafstanden worden voorkomen door waar nodig aansluitingen te behouden. De realisatie van een parallelstructuur zou hier als maatregel een oplossing bieden. Echter is deze maatregel in een eerder stadium al afgewogen en afgevallen. Een MER of m.e.r.-beoordeling biedt hier geen meerwaarde.

Mogelijk treden lokaal negatieve akoestische consequenties op. Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan is dit nader onderzocht op grond van de Wet geluidhinder. Dit onderzoek wordt in het ontwerpbestemmingsplan (volgende fase) toegevoegd bij deze toelichting en wordt nader omschreven in paragraaf 4.5 van deze toelichting. Aangezien de bestemmingsplanprocedure hier reeds in voorziet, is er ook ten aanzien van geluid geen aanleiding om een m.e.r.-beoordeling of MER op te stellen.

Op basis van het principeplan en de beschikbare informatie wordt in de onderhavige vormvrije m.e.r.-beoordeling geconcludeerd dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu vooralsnog uitgesloten zijn. Een herijking van deze conclusie heeft plaatsgevonden op basis van de uitgevoerde onderzoeken voor dit bestemmingsplan. Aan de hand hiervan wordt eveneens geconcludeerd dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uitgesloten zijn.


Conclusie

Aan de hand van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is geconcludeerd dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Het document met de vormvrije m.e.r. beoordeling is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd.

4.2 Natuurparagraaf

In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen zoals in voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, zich verhouden tot de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming.

Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de bescherming van de Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een Natura 2000-gebied moet een vergunning worden aangevraagd.

Op het gebied van soortenbescherming regelt de Wet natuurbescherming de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De wet bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van de ontwikkeling niet in de weg staat.

Houtopstanden (bomen) worden door de Wet natuurbescherming slechts beschermd voor zover deze buiten de bebouwde kom staan.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Weidevogelgebieden

In het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) en Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte (SVIR) is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het NNN is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk van het NNN bestaat uit verbindingszones en beschermde reservaten en Natura 2000-gebieden. Het doel van het NNN is het vergroten en verbinden van natuurgebieden. Door deze verbindingen vindt uitwisseling plaats van planten en dieren tussen gebieden. Het NNN is begrensd en planologisch vastgelegd. Ruimtelijke ingrepen met significant negatieve effecten zijn niet toegestaan. Het nee, tenzij-regime laat alleen onder bepaalde voorwaarden ontwikkelingen toe. De provincie is het bevoegd gezag voor de NNN- en Weidevogelgebieden.

4.2.1 Natuuronderzoek voor het plangebied herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave

Voor de herinrichting van de N324 zijn ecologische onderzoeken uitgevoerd (literatuuronderzoek, flora en fauna onderzoek en een toetsing en compensatieplan NNN). De conclusies uit deze onderzoeken volgen hieronder.

Soortenbescherming

Uit veldonderzoek van BLT Advies (zie Bijlage 5) naar beschermde soorten volgt dat het plangebied mogelijk een essentiële functie heeft voor beschermde soort(groepen)en. In de tabel hierna zijn de strikter beschermde soorten en/of soortgroepen opgenomen die mogelijk in het plangebied voorkomen en schade ondervinden van de geplande werkzaamheden. Tevens zijn de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling, evenals de eventuele noodzaak voor nader onderzoek en/of een ontheffingsprocedure in het kader van de Flora- en faunawet opgenomen.

Uit het onderzoek volgt dat mogelijke effecten ten gevolge van de ontwikkeling op vleermuizen aan de orde zijn. Daarom is aanvullend onderzoek uitgevoerd om te bepalen welke soorten daadwerkelijk van het plangebied gebruik maken, welke functies het plangebied heeft voor deze soort en of daadwerkelijk sprake is van effecten. Tevens kunnen beschermde vaatplanten in het plangebied worden verwacht. Ook hiervoor geldt dat nader onderzoek zal moeten bepalen of er groeiplaatsen aanwezig zijn en of deze groeiplaatsen verdwijnen als gevolg van deze ingreep.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0015.png"

Natuur Netwerk Nederland (NNN) 

Als gevolg van de herinrichting van de N324 treedt ruimtebeslag op in het NNN, hiervoor heeft er een toetsing plaatsgevonden en is er een compensatieplan opgesteld.

Toetsing en compensatie NNN-gebied

Zoals genoemd is voor de herinrichting van de N324 een toetsing gedaan en compensatieplan opgesteld voor het ruimtebeslag op een NNN gebied. In Bijlage 6 is de toetsing en compensatieplan NNN opgenomen. Het ruimtebeslag leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de aanwezige NNN. In samenspraak met de provincie Noord-Brabant is voor de bepaling van het ruimtebeslag en de compensatie alleen uitgegaan van die locaties waar als gevolg van de reconstructie van de N324 in het nieuwe bestemmingsplan sprake is van een wijziging van de bestemming: van bestemming natuur naar bestemming verkeer.

In onderstaande tabel is het ruimtebeslag per beheertype voor het gehele tracé opgenomen:

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0016.png"

Als gevolg van de herinrichting is sprake van een toename van de geluidbelasting in het NNN. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de geluidbelasting in de huidge en toekomstige situatie:

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0017.png"

Als drempelwaarden waarboven effecten van geluidverstoring binnen deze gebieden kunnen optreden zijn respectievelijk de 42 dB(A) (gesloten gebied) en 47 dB(A) (open gebied) aangehouden. Het areaal gesloten gebied met een geluidbelasting van meer dan 42 dB(A) neemt met 18.575 m2 toe. Het areaal open gebied met een geluidbelasting van meer dan 47 dB(A) neemt af met 7.332 m2. In totaliteit is sprake van een toename van 11.242 m2. 


Het effect is aanzienlijk en leidt tot een wezenlijke aantasting van planologisch beschermd gebied. Omdat er sprake is van een wezenlijke aantasting van de NNN vanuit zowel ruimtebeslag als geluidverstoring was een wijziging van de begrenzing noodzakelijk als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. Deze wijziging heeft destijds plaatsgevonden bij het vaststellen van het bestemmingsplan Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave. De toetsing aan artikel 5.3 van de Verordening Ruimte heeft destijds plaatsgevonden.

Groot openbaar belang

De N324 (Paalgraven (Landerd) - Maasbrug (Grave)) is aan groot onderhoud toe. De toestand van de verharding is dermate slecht, dat een volledige reconstructie noodzakelijk is. Om de veiligheid te verbeteren worden of zijn enkele maatregelen getroffen:

  • De snelheid in de kern Grave is aangepast van 80 km/uur naar 50 km/uur.
  • Een aantal situaties wordt zo aangepast dat er rotondes komen en op een aantal locaties komt een verkeersregelinstallatie, waar deze er nu niet is.

Deze maatregelen worden genomen om zo een betere veiligheid te kunnen garanderen en de doorstroming naar behoren te laten zijn. De maatregelen, zoals hiervoor genoemd, zijn bedoeld om het aantal ongevallen en slachtoffers terug te dringen. De gehele herinrichting van de N324 draagt bij aan een betere doorstroming, hogere veiligheid en betere leefbaarheid op en nabij de N324. De herinrichting betreft een bestaande weg, er zijn dan ook geen alternatieve locaties aanwezig voor het verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid van de N324.


Alternatieve oplossingen

Voor het oplossen van de knelpunten met betrekking tot veiligheid, doorstroming en leefbaarheid is een integrale benadering gekozen, waarbij naast de verkeerskundige problematiek ook is gekeken naar de ruimtelijke inpassing (natuur en landschap). Er zijn verschillende varianten opgesteld voor het oplossen van de diverse problemen op wegvak- en kruispuntniveau. Bij deze varianten zijn de strijdigheden tussen Duurzaam Veilig, wensen van belanghebbenden, natuur en landschap en verkeersveiligheid afgewogen en zijn maatregelen opgesteld. Uiteindelijk zijn in het kader van een duurzaam veilige inrichting van de N324 voor een aantal principe oplossingen gekozen. Deze oplossingen leiden tot ruimtebeslag aan weerszijden van de weg met oppervlakte verlies binnen het NNN tot gevolg. Daarnaast treedt ruimtebeslag op doordat rekening gehouden dient te worden met een obstakel vrije zone langs de hoofdrijbaan. Andere oplossingen waarbij geen ruimtebeslag in het NNN zou optreden, gingen ten koste van de veiligheid, terwijl het verbeteren van de veiligheid de voornaamste aanleiding voor de herinrichting is.


Financiële compensatie

Binnen het bestemmingsplan is geen ruimte voor fysieke compensatie als bedoeld in artikel 5.6.1 lid a, daarom is de omvang van financiële compensatie als bedoeld in artikel 5.6.1 lid b bepaald. Hierbij is ook rekening gehouden met toeslagen (als gevolg van artikel 5.6.2, niet voor geluidverstoring). Bij financiële compensatie moet worden voldaan aan de voorwaarden die zijn beschreven in artikel 5.8. De financiële compensatie heeft destijds plaatsgevonden bij het onherroepelijk maken van het bestemmingsplan.


Conclusie

Het aspect natuur staat de aanpassingen aan de N324 niet in de weg. De financiële compensatie heeft reeds plaatsgevonden bij het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan herinrichting N324.

4.2.2 Natuur plangebied Tolschestraat

Gebiedsbescherming

Gelet op de afstand van circa 14 kilometer tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Sint Jansberg en Oeffelter Meent) zijn effecten als gevolg geluid, licht en een toename van stikstof uitgesloten. Verder vervolgstappen vanuit de Wnb zijn daarom niet aan de orde.

Weidevogelleefgebieden, ecologische verbindingszones en NNN-gebied

Binnen de provincie zijn geen weidevogelleefgebieden aangewezen. In de omgeving van het plangebied (<200 meter) zijn ecologische verbindingszones afwezig. Effecten op weidevogelleefgebied en ecologische verbindingszones zijn als gevolg van de ontwikkeling op voorhand uitgesloten. De ontwikkeling van de parkeerplaatsen bij Mariëndaal leidt tot ruimtebeslag van NNB-gebied en daarmee is sprake van een conflict met artikel 5 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.

Toetsing en compensatie NNN-gebied

Als gevolg van de herinrichting van het terrein van Mariëndaal treedt ruimtebeslag op in het NNB. Dit leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de aanwezige NNB. Het ruimtebeslag van de rotonde op het NNN, de aanleiding voor de herinrichting van het terrein van Mariëndaal, is al gecompenseerd in het kader de reconstructie van de N324 (zie Bijlage 6). In onderstaande tabel is het ruimtebeslag van de parkeerplaatsen op het NNB gebied weergegeven. Het netto areaal waar daadwerkelijk sprake is van ruimtebeslag bedraagt 2.065 m2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0018.png"

Als gevolg van de herinrichting is geen sprake van overige (externe) effecten. Het gaat reeds om een verstoorde situatie als gevolg van de ligging direct naast de N324 en bovendien is op de locatie al een zorghotel gelegen met bijbehorend parkeerterrein. Overige effecten als gevolg van de reconstructie zijn al in het eerdere compensatieplan meegenomen (Arcadis, 2016). De herinrichting van de parkeerplaats op deze locatie leidt naast ruimtebeslag niet tot effecten waarvoor nog aanvullend compensatie vereist is.

Als gevolg van de herinrichting van het terrein van Mariëndaal treedt ruimtebeslag op in het NNB. Dit ruimtebeslag leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de aanwezige NNB. Een dergelijke aantasting is niet zonder meer toegestaan: voor een ontwikkeling als beschreven in dit rapport is een toetsing vereist, in dit geval aan artikel 5.5 van de Verordening Ruimte. Wanneer voldaan wordt aan de in artikel 5.5 gestelde voorwaarden kan de ontwikkeling mogelijk worden gemaakt. Hieronder wordt verder ingegaan op de voorwaarden uit artikel 5.5 en hoe hieraan voldaan kan worden.

Aantasting ecologische waarden en kenmerken 

Het ruimtebeslag van het NNN gebied is met ongeveer 2000 m2 gering. Ook blijkt er geen sprake te zijn van versnippering. Effecten op de geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde zijn ook niet aan de orde. De aantasting is daardoor derhalve beperkt.

Kwalitatieve of kwantitatieve versterking NNB

Het ruimtebeslag van het NNN gebied is zoals eerder genoemd gering. Bovendien ligt het deel van het NNN waar de ingreep in plaatsvindt nabij bestaand stedelijk gebied en wordt het begrensd door de N324. Daarnaast gaat het om een uitloper van het NNB en is de netwerkfunctie dus ook beperkt.

Als beschreven in het Toetsing en compensatieplan NNN (2019) (zie Bijlage 9) is er geen sprake van versnippering en zijn effecten op de omgevingsaspecten, landschapsstructuur en belevingswaarde ook niet aan de orde. Doordat de parkeerplaatsen landschappelijk worden ingepast, kan de huidige functie nog steeds deels worden vervuld en kunnen meerder bomen behouden blijven. Bovendien wordt de inpassing planologisch geborgd in de regels bij dit bestemmingsplan.

Alternatieven

Om de verkeersveiligheid te verbeteren is gekozen om een rotonde te realiseren ter hoogte van de huidige kruising N324 en Tolschestraat. De reconstructie van de N324 betreft een bestaande weg, er zijn dan ook geen alternatieve locaties aanwezig voor het verbeteren van de verkeersveiligheid en leefbaarheid van de N324 en de kruising van de Tolschestraat en N324. Voor de aanleg van de rotonde en bijbehorende geluidsschermen is het noodzakelijk om een deel van het naastgelegen terrein van de zorgresidentie Mariëndaal te gebruiken waardoor parkeergelegenheid vervalt. De ontwikkeling wordt gebruikt om het bestaande parkeerterrein in te richten. Vanuit Mariëndaal is een herinrichting van het parkeerterrein vereist omdat de patiënten op dit moment te veel (licht)prikkels ervaren van het parkeren van de auto's direct aan het pand. Dit is niet goed voor hun (geestelijke)gezondheid. In het bestemmingplan worden daarom de parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het gebouw gesaneerd en ingericht als tuin. En deze worden met de herinrichting op een nieuwe plek teruggebracht. Hiermee wordt geanticipeerd op de groei van de zorgresidentie als gevolg van meer patiënten en uitbreiding van de kantoorfunctie. Het gaat totaal om 80 parkeerplaatsen, waarbij de verdeling ongeveer als volgt is: 20 plekken gerelateerd aan bewoners, 45 zorgmedewerkers en 15 kantoormedewerkers.

Voor de parkeerplaatsen zijn meerdere opties overwogen:

  • Parkeerplaatsen aan de noordzijde van het pand. Dit is echter een park/tuin die gebruikt wordt voor wandelen en recreëren. Dit is aan de kant van het bos en dus rustig gelegen.
  • Parkeerplaatsen aan de oostzijde van het pand. Hier staat een bijzondere bomenrij. Het is niet wenselijk om deze te kappen of tussen te parkeren in verband met schade.
  • Parkeerplaatsen aan de westzijde van het pand: dit valt niet binnen het perceel van de eigenaar en leidt bovendien ook tot ruimtebeslag op de NNB.
  • Parkeerplaatsen buiten het perceel van de eigenaar: niet wenselijk in verband met loopafstand voor de patiënten.

Parkeerplaatsen aan de zuidzijde van het pand zijn hiermee de enige mogelijke oplossing. Deze parkeerplaatsen worden landschappelijk ingepast. De parkeerplaatsen worden door bomen gescheiden van de weg en gebouw.

Landschappelijke en natuurlijke inpassing

De voorgenomen ontwikkeling moet vergezeld gaan met maatregelen die zorgenvoor een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing. Binnen het plan zijn de parkeerplaatsen landschappelijk en natuurlijk ingepast. De parkeerplaats wordt door aan te brengen beplanting aan het zicht onttrokken. Bij de herinrichting wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met behoud van aanwezige bomen.

Verzekering van uitvoering

De vijfde voorwaarde die getseld wordt vanuit artikel 5.5 is dat “de uitvoering van de voorgestelde ingreep en de daarbij betrokken maatregelen en de monitoring daarvan zijn verzekerd”. De aanleg van de parkeerplaatsen maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan. De manier waarop de parkeerplaats wordt ingepast is ook opgenomen in het betsemmingsplan. Hiermee is uitvoering voldoende verzekerd.

Financiële compensatie

Binnen het bestemmingsplan is geen ruimte voor fysieke compensatie als bedoeld in artikel 5.6.1 lid a, daarom is hieronder de omvang van financiële compensatie als bedoeld in artikel 5.6.1 lid b bepaald.

Het ruimtebeslag als gevolg van de ingreep omvat een klein bosperceel (gemengd loof- en naaldhout) aan de rand van landgoed Mariëndaal behorende tot natuurbeheertype N16.03 Droog bos met productie. Het totale ruimtebeslag betreft 2.065 m2. De diversiteit is in de huidige situatie (nog) relatief laag. Het aanwezige gemengd loof- en naaldbos van het natuurbeheertype heeft op basis van de geschatte leeftijd van de aanwezige bomen een ontwikkelingstijd van 25 – 100 jaar. Hiervoor geldt een toeslag van 2/3 in oppervlak, plus de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer. Dit betekent dat moet worden uitgegaan van een te compenseren oppervlakte van 3.428 (2.065 + 2/3e van 2.065= 1.377 toeslag).

Bij financiële compensatie de kosten worden geraamd aan de hand van de kostenelementen uit artikel 5.8, lid 1. Binnen de Provincie Noord-Brabant wordt als eenheidsprijs voor bovengenoemde kostenelementen bij kleinschalige ingrepen € 10,-- per m² aangehouden (Bijlage 6). In navolgende kostenraming (zie de tabel hieronder) is hier dan ook vanuit gegaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0019.png"

Tabe: Kostenraming voor financiële compensatie

Conclusie

Op basis van artikel 5.5 wordt er een herbegrenzing procedure gevolgd. Deze procedure zal gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure gaan lopen.

Soortenbescherming

Uit de quickscan naar beschermde soorten is gebleken dat het plangebied mogelijk een essentiële functie heeft voor beschermde soort(groepen)en; algemeen voorkomende vogels, vleermuizen, levendbarende hagedis en hazelworm. Hierdoor bestaat de kans op overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb.  Daarnaast kunnen ook algemeen vookomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën voorkomen waarvoor de zorgplicht van toepassing is.

Mitigerende maatregelen:

Ten behoeve van broedvogels (nestplaats tijdens broedperiode beschermd) en algemeen voorkomende (vrijgestelde) grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om overtreding van de Wnb te voorkomen:

  • Broedvogels

Voer werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uit of begin de meest verstorende werkzaamheden in ieder geval voorafgaand aan de werkzaamheden zodat vogels kunnen uitwijken. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. Indien aanwezig dient door de deskundig ecoloog een passende maatregel bedacht te worden. Indien deze maatregelen getroffen worden zijn vervolgstappen vanuit de Wnb niet aan de orde.

  • Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht)

Materiaal dient met zorg verplaatst te worden zodat mogelijk aanwezige dieren de ruimte krijgen om het plangebied te verlaten. Daarnaast dient het werk in één richting uitgevoerd te worden zodat de soorten in een richting kunnen vluchten. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt.

  • Vleermuizen, levendbarende hagedis en hazelworm

Voor vleermuizen, levendbarende hagedis en hazelworm geldt dat na het uitvoeren van het soortgericht onderzoeken pas mogelijk is om een totaalbeeld te krijgen van welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om conflicten met de Wnb te voorkomen. Indien functioneel leefgebied van vleermuizen en/of levendbarende hagedis en/of hazelworm is vastgesteld dient een ontheffing van bevoegd gezag (provincie Noord-Brabant) aangevraagd te worden. De ontheffingsprocedure duurt 13 weken en kan verlengd worden met 7 weken. Aanwezigheid van andere beschermde soorten is op basis van deze quickscan uitgesloten.

Conclusie

Het aspect natuur staat het planologisch mogelijk maken van de parkeerplaatsen voor de Residentie Mariëndaal niet in de weg. Voor de realisatie van de parkeerplaatsen dient een soortgericht onderzoek uit te wijzen of het plangebied een functie heeft voor bovengenoemde soorten (vleermuizen, levendbarende hagedis en hazelworm) en wat de noodzakelijk vervolgstappen zijn in de realisatiefase om overtreding van de Wnb te voorkomen.

4.2.3 Natuur plangebied Industriestraat

Gebiedsbescherming

Gelet op de afstand van circa 13 kilometer tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Sint Jansberg en Oeffelter Meent) zijn effecten als gevolg geluid, licht en een toename van stikstof uitgesloten. Verder vervolgstappen vanuit de Wnb zijn daarom niet aan de orde.

NNB-gebied, ecologische verbindingszones en weidevogelleefgebieden

De ontwikkeling leidt niet tot ruimtebeslag van NNB-gebied. In de omgeving is wel NNB-gebied aanwezig. Door het antropogene karakter van de omgeving van het plangebied zijn effecten als gevolg van de werkzaamheden uitgesloten.

Binnen de provincie zijn geen weidevogelleefgebieden aangewezen. In de omgeving van het plangebied (<200 meter) zijn ecologische verbindingszones afwezig. Effecten op weidevogelleefgebied en ecologische verbindingszones zijn als gevolg van de ontwikkeling op voorhand uitgesloten. Voor deze beschermde gebieden zijn verdere vervolgstappen niet aan de orde.

Soortenbescherming

Uit de quickscan naar beschermde soorten is gebleken dat het plangebied mogelijk een functie heeft voor algemeen voorkomende broedvogels als nestplaats. Hierdoor bestaat de kans op overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb. Daarnaast kunnen ook algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën voorkomen waarvoor de zorgplicht van toepassing is.

Ten behoeve van broedvogels (nestplaats tijdens broedperiode beschermd) en algemeen voorkomende (vrijgestelde) grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om overtreding van de Wnb te voorkomen:

  • Broedvogels

Voer werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uit of begin de meest verstorende werkzaamheden in ieder geval voorafgaand aan de werkzaamheden zodat vogels kunnen uitwijken.
Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. Indien aanwezig dient door de deskundig ecoloog een passende maatregel bedacht te worden. Indien deze maatregelen getroffen worden zijn vervolgstappen vanuit de Wnb niet aan de orde.

  • Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht)

Materiaal dient met zorg verplaatst te worden zodat mogelijk aanwezige dieren de ruimte krijgen om het plangebied te verlaten. Werk dient uitgevoerd te worden in één richting, zodat de soorten in een richting kunnen vluchten. Het materieel moet zorgvuldig en deskundig worden gebruikt, zodat geen onnodige schade wordt veroorzaakt of onnodige verstoring van flora en fauna optreedt.

Conclusie

Het aspect natuur staat het planologisch mogelijk maken van de verplaatsing van het Tango tankstation niet in de weg. Indien bovengenoemde mitigerende maatregelen getroffen worden zijn vervolgstappen vanuit de Wnb niet aan de orde. De aanwezigheid van andere beschermde soorten is op basis van deze quickscan uitgesloten.

4.3 Waterparagraaf

In de bijlage van het bestemmingsplan is het achtergrondrapport met betrekking tot water opgenomen. In deze paragraaf wordt als eerst ingegaan op het beleidskader waarna de essentie van de onderzoeken wordt weergegeven. Tenslotte wordt aangegeven wat de consequenties van het onderzoek voor voorliggend bestemmingsplan zijn.

Besluit op de ruimtelijke ordening

Op grond van artikel 3.1.6, lid b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en hoe dit wordt vertaald naar de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan. Dit is de zogenaamde waterparagraaf.

Kaderrichtlijn water (KRW)

De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn gericht op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De KRW maakt het mogelijk om verontreiniging van oppervlaktewater en grondwater internationaal en stroomgebiedsgericht aan te pakken. De uit de KRW voortkomende milieudoelstellingen en maatregelen zijn verwerkt in de waterbeheerplannen van de waterschappen.

Waterwet

Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Hierbij moet worden gedacht aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Hiernaast kenmerkt integraal waterbeheer zich ook door de samenhang met de omgeving. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Voor een aantal activiteiten is sprake van een meldingsplicht in plaats van een vergunningsprocedure.

Keur

Op 1 januari 2019 is de eerste partiële herziening van de Keur van het Waterschap Aa en Maas in werking getreden. De Keur is de verordening van het waterschap over activiteiten bij watergangen en dijken. Voor het werken in (of in de buurt van) een watergang of dijk geldt vaak een vergunningsplicht. In de Keur zijn verschillende geboden en verboden opgenomen, waarop echter door het waterschap ontheffing kan worden verleend. De legger is een openbaar register van het waterschap en dient als uitwerking van de Keur.

Gemeentelijk Rioleringsplan

In het gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) van de gemeente Grave wordt ingegaan op de invulling van de hemelwater-, vuilwater- en grondwaterzorgplichten. Vanuit hemelwater is er een apart hemelwaterbeleid ontwikkeld. Daarnaast wordt in het vGRP aandacht besteed aan een klimaatbestendig Land van Cuijk. Onderstaand is het aanvullende beleid geschreven voor het hemelwaterbeleid gemeente Grave

De hemelwatervisie van de gemeente Grave is gericht op de volgende principes:

  • Beperking van de hoeveelheid ingezameld hemelwater.
  • Scheiding van schone en vuile waterstromen.
  • Verwerking van hemelwater zoveel mogelijk lokaal en bovengronds (“vasthouden waar het water valt”).
  • Afvoeren indien nodig.
  • Beperking van de risico's tijdens extreme neerslag

4.3.1 Waterpagraaf uit de herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave

Het eerder gemaakte wegontwerp voor de verbinding N324 Oss-Grave (het hele tracé, ook het gedeelte Landerd) zorgt voor een toename van het verhard oppervlak van 8.350 m2. Volgens de keur van Waterschap Aa en Maas moet bij een toename van verhard oppervlak tussen de 2.000 m2 en 10.0000 m2 compenserende maatregelen worden getroffen. In Bijlage 10 zijn per wegvak de compenserende maatregelen aangegeven. Tevens is beschreven welke watergangen moeten worden verplaatst en waarvan de waterberging volledig moet worden gecompenseerd in een nieuw te graven watergang.

Bij de dimensionering van de nieuwe watergangen is uitgegaan van minimaal 20 cm waakhoogte (de minimale hoogte waaraan de watergang moet voldoen), zodat ook bij extreme neerslagomstandigheden de neerslag kan worden geborgd.

Bij de dimensionering van nieuwe watergangen (ter behoeve van compenseren toename verhard oppervlak) is rekening gehouden met een bodemhoogte van minimaal 15 cm boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Op deze manier kan water infiltreren naar het grondwater.
Er hoeven geen aanpassingen te worden verricht aan duikers die watergangen aan beide zijden van het wegtracé met elkaar verbinden.

Conclusie

Voor het realiseren van herinrichting N324 dient 2.000 m2 en 10.0000 m2 compenserende maatregelen worden getroffen. Alle compenserende maatregelen zijn meegenomen in het ruimtebeslag van het eerder vastgesteld bestemmingsplan (voor de Herinrichting N324) en hebben de bestemming Verkeer gekregen.

4.3.2 Waterparagraaf plangebied Tolschestraat

Voor het parkeerterrein Mariëndaal is een aanvullende memo geschreven (zie Bijlage 11) om het plangebied toe te voegen aan het waterhuishoudkundig plan zoals opgesteld voor de herinrichting van de N324 nabij Grave (zie Bijlage 10).

In het ontwerp van het projectgebied Mariëndaal wordt een parkeervoorziening aangelegd ten noordwesten van de kruising van de N324 en de Tolschestraat. Op dit moment is het gebied onbebouwd. In het ontwerp voor het projectgebied is rekening gehouden met de aanleg van circa 70 parkeerplaatsen op de planlocatie. In het voorlopige ontwerp van de parkeervoorziening is deels elementverharding (klinkers voor de rijbaan) en deels halfverharding (gravel voor de parkeervakken) toegepast. De oppervlakte van de (half)verharding van de parkeervoorziening bedraagt in totaal (rijbaan + parkeervakken) circa 1850 m2. Door het toepassen van halfverharding is de kans op oppervlakkig afstromend hemelwater klein. Dit betekent dat slechts een deel van het nieuwe oppervlak aan verharding mogelijk gecompenseerd dient te worden. Iedere locatie en type halfverharding vraagt om maatwerk. Als uitgangspunt wordt door het waterschap vaak ca. 50% compensatie gehanteerd voor halfverharding. Indien 50% gecompenseerd dient te worden komt dit neer op een oppervlak van 925 m2.

De rotonde en de nieuw aan te leggen parkeerplaats hebben, zonder aanvullende maatregelen, een negatief effect op de waterhuishouding. Deze effecten worden als volgt beschreven:

  • Het aanbrengen van ca. 1850 m2 extra verharding;
  • Ligging van de parkeerplaats in de Groenblauwe Mantel.

In principe is het project vrijgesteld van watercompensatie. De gemeente heeft aanvullend beleid geschreven voor te compenseren verharde oppervlakken die kleiner zijn dan 2000 m2:

  • De aanleg van een waterbuffer met een inhoud van 60 mm (over de toename van het verharde oppervlak);
  • Voor de verwerking van hemelwater wordt voorzien in robuuste en bij voorkeur bovengrondse voorzieningen, zoals een zaksloot of een wadi. Waar weinig ruimte beschikbaar is worden infiltratieriolen toegepast.

Er is vanuit gegaan dat de parkeerplaatsen zijn voorzien van halfverharding. De helft van deze verharding is toegerekend aan de toename van het verharde oppervlak. Voor de toegangswegen en de wegen op het parkeerterrein is uitgegaan van gesloten verharding. Deze verhardingstoename wordt volledig toegerekend aan de toename van het verharde oppervlak. Uitgaande van een parkeerplaatsgrootte van 2,5 x 4,5 meter is de reservering voor de parkeerplaatsen ca. 790 m2. Het overige deel is wegverharding. In totaal neemt de verharding voor de parkeerplaats dan met ca. 1460 m2 toe.

Conclusie

Om te voldoen aan de bergingseis van de gemeente is dan een berging van ca 90 m3 noodzakelijk om water te kunnen bergen. Hierbij is gerekend dat een gedeelte van het water dat op de parkeerplaats valt, rechtstreeks infiltreert. Bij extreme neerslag zal het water tot afstroming komen. Om te voorkomen dat in deze situatie wateroverlast optreedt kan het volledige oppervlak worden gebruikt als compensatie: de berging dient dan te worden uitgebreid naar ca. 110 m3. Dit levert een beschermingsniveau van ca. 250 jaar.

In het gebied in het midden van de parkeerplaats is ruimte om het maaiveld plaatselijk te verlagen en daarin een wadi of bergings- en infiltratievoorziening te bouwen met een inhoud van 110 m3. Op deze voorziening kunnen eventuele kolken en kolkleidingen worden aangesloten, of het wegprofiel kan zodanig worden aangepast dat water vanaf de parkeerplaatsen naar de voorziening stroomt. De voorziening moet in 5 dagen weer zijn leeggestroomd. Gezien de doorlatendheid van de bodem is dat geen probleem. Het systeem is daarbij ingericht als piekberging.

Om te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de verordening ruimte (Groenblauwe Mantel) kan worden gesteld dat het toepassen van een infiltratievoorziening in het midden van de parkeerplaats een mitigerende maatregel is voor de aanleg van het verharde oppervlak. Op deze wijze wordt het grondwater op natuurlijke wijze aangevuld.

Door aanleg van de halfverharding en de infiltratievoorziening is grondwater- en bodemkwaliteit wordt voldaan aan het Besluit Lozen Buiteninrichtingen. Hierin is aangegeven dat het lozen van hemelwater in de bodem is toegestaan

4.3.3 Waterparagraaf plangebied Industriestraat

De realisatie van het Tango tankstation op de nieuwe locatie heeft mogelijk invloed op het functioneren van het lokale watersysteem. Het realiseren van het tankstation zorgt voor een toename aan verharding van circa 1091 m2 (waarvan 2,5 x 2,5 meter is gereserveerd voor een technische ruimte). De aanpassing aan de N324 (rotonde i.p.v. kruising) is hierin niet meegenomen. Dit is al meegenomen in het waterhuishoudkundig plan voor de herinrichting van de N324 gemeente Grave (zie Bijlage 10). De verlegging van de Arnoud van Gelderweg om het tankstation heen leidt tot een toename van 350 m2 aan verhard oppervlak. Het totaaloppervlak van de gebieden aangewezen voor landschappelijke inpassing bedraagt 1871 m2. Door de toename van verhard oppervlak, door de ontwikkeling van het tankstation, is een watertoets uitgevoerd (Bijlage 12). Hierin zijn de gevolgen van de aanleg voor waterveiligheid, oppervlaktewater, grondwater en hemelwater/riolering beschreven. De watertoets leidt tot navolgende aanbevelingen en conclusies:

  • Gescheiden houden van vuil en schoon hemelwater

Het afvalwater uit het plangebied wordt afgevoerd via het bestaande gemengde rioolstelsel. Indien nodig wordt een voorziening getroffen (olieafscheiders e.d.) waarmee het geloosde water voldoet aan het Activiteitenbesluit Milieubeheer voor een inrichting type C. Schoon hemelwater wordt geïnfiltreerd, indien mogelijk, en anders gebufferd in een bovengrondse voorziening.

  • Doorlopen van de afwegingsstappen 'hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer'

De lage grondwaterstand in het gebied en goede infiltratie capaciteit van de bodem zorgen ervoor dat de kans groot is dat infiltratie in de bodem mogelijk is. Hergebruik of infiltratie is geen optie voor het water dat op de vloeistofdichte vloer valt. Voor het hemelwater wat direct afkomstig is van het dak van het tankstation is dit wel een optie, aangezien dit water niet verontreinigd is. Als het schone hemelwater niet geïnfiltreerd kan worden, dan kan het gebufferd worden in (te realiseren) oppervlaktewater of een andere bovengrondse voorziening zoals een wadi. Indien het schone afstromende hemelwater ook niet gebufferd kan worden, is het afvoeren van het water richting het watersysteem de laatste optie.

  • Hydrologisch neutraal ontwikkelen

Het gebied is zowel in de oude als nieuwe situatie grotendeels verhard. De aanleg van het tankstation heeft daardoor geen grote invloed op de afvoer uit het gebied, oppervlakte waterstanden, grondwateraanvulling en grondwaterstanden.

  • Water als kans

Het zichtbaar bergen van water (bijvoorbeeld in een vijver of wadi) of het zichtbaar afvoeren van water behoort tot de mogelijkheden.

  • Meervoudig ruimtegebruik

Het project biedt mogelijk kansen voor de berging van hemelwater in een kleine vijver of een laaggelegen groenstrook. Dit kan gebeuren in een gebied dat is aangewezen voor 'landschappelijke inpassing' in het schetsontwerp van het tankstation.

  • Voorkomen vervuiling

Gezien de functie van het plangebied zal het lastig zijn om enige vervuiling op het terrein zelf te voorkomen, maar er kunnen wel maatregelen worden genomen om de impact daarvan op de directe omgeving te minimaliseren. Dit wordt onder andere gedaan door het gebruik van niet-uitloogbare bouwmaterialen, het voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit en het verhinderen van afstroming van hemelwater van vervuilde oppervlakken tijdens hevige regenval.

  • Wateroverlastvrij bestemmen

Om te voorkomen dat het hemelwater wat op de verharde oppervlakken van de voorziening valt tijdens extreme regenval afstroomt, moet er voldoende ruimte op het terrein zijn om dit water tijdelijk op te kunnen vangen. In het geval van een ontwerpbui van T=10+10% zoals voorgeschreven door het waterschap betekent dit dat er grofweg 57 m3 regenwater tijdelijk moet worden opgevangen op het terrein om wateroverlast te voorkomen. Het vGRP 2019-2023 van de gemeente Grave stelt echter als eis dat er een waterbergingsvoorziening van 60 mm per vierkante meter nieuw verhard oppervlak op eigen terrein dient te worden gerealiseerd. Dit komt overeen met 86 m3 aan waterberging binnen de gebieden die zijn aangewezen voor landschappelijke inpassing. Om de gewenste bescherming te bereiken dient oppervlaktewater, ondergrondse opslag of een bovengronds systeem zoals een wadi of verdiepte groenstrook worden gerealiseerd.

  • Overig

In het plangebied bestaat geen overlapping met ruimtelijke claims voor waterberging, watersysteem, waterkeringen en het afvalwatersysteem. Wel valt het plangebied binnen de beschermingszone voor ecologische verbindingen een beekherstel, maar gezien de ligging van het plangebied ten westen van de N324 is het aannemelijk dat de realisatie van het tankstation geen gevolgen heeft voor de mogelijkheden tot beekherstel in het gebied.

Conclusie

Het afvalwater van het tankstation kan afgevoerd worden door het bestaande gemengde rioolsysteem. Wanneer het nodig blijkt een extra voorziening te treffen om te kunnen voldoen aan het Activiteitenbesluit Milieubeheer voor een inrichting type C, zal deze maatregel getroffen moeten worden. Om te voorkomen dat het hemelwater wat op de verharde oppervlakken van de voorziening valt tijdens extreme regenval afstroomt, moet er voldoende ruimte op het terrein zijn om dit water tijdelijk op te kunnen vangen. Het vGRP 2019-2023 van de gemeente Grave stelt als eis dat er een waterbergingsvoorziening van 60 mm per vierkante meter nieuw verhard oppervlak op eigen terrein dient te worden gerealiseerd. Dit komt overeen met 86 m3 aan waterberging binnen de gebieden die zijn aangewezen voor landschappelijke inpassing. Om de gewenste bescherming te bereiken dient oppervlaktewater, ondergrondse opslag of een bovengronds systeem zoals een wadi of verdiepte groenstrook worden gerealiseerd.

4.4 Milieuparagraaf

4.4.1 Lucht

Afhankelijk van de concentraties luchtverontreinigende stoffen waaraan een persoon blootgesteld wordt, kunnen er acute en chronische gezondheidseffecten optreden. Acute gezondheidsproblemen, zoals keel- en neusirritatie en astmatische klachten, treden met name op bij sterk verhoogde concentraties van luchtverontreiniging. Chronische effecten treden op na langere tijd van blootstelling aan te hoge concentraties luchtverontreinigende stoffen.

Wet milieubeheer - Luchtkwaliteitseisen

Om de gezondheidseffecten zoveel mogelijk te beperken zijn er in de Wet milieubeheer voor een aantal luchtverontreinigende stoffen normen gesteld. Op 15 november 2007 is de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer, behorende bij Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer, geeft grenswaarden voor de luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (PM2,5  en PM10 of “fijn stof”), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO).

De luchtverontreiniging is in het algemeen het hoogste in de buurt van een bron (boerderij, bedrijf, verkeer) en neemt af naarmate men verder van de bron komt. Verder van de bron neemt de invloed af en bepaalt de achtergrondconcentratie in grote(re) mate de luchtkwaliteit. Op plaatsen nabij bronnen, bijvoorbeeld op of direct (binnen 25 meter) langs de weg, is de grootste kans op blootstelling aan te hoge concentraties luchtverontreiniging. Locaties nabij de bronnen zijn dus maatgevend voor de toetsing van de luchtkwaliteit.

4.4.1.1 Luchtonderzoek voor het plangebied herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave

Uit het eerder uitgevoerde luchtonderzoek voor de gehele herinrichting van de N324 zijn de volgende conclusies getrokken. Het initiatief tot aanpassen en opwaarderen van de N324 heeft geen relevante verkeersaantrekkende werking. Motorvoertuigen gaan door de aanpassingen aan de N324 meer over de snelweg A59 rijden. Aan de hand hiervan kan worden geconcludeerd dat de luchtkwaliteit niet zal verslechteren ten gevolge van de aanpassingen.

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit staat, gezien het feit dat de N324 niet leidt tot een relevante toename van het aantal verkeersbewegingen, niet aan het bestemmingsplan in de weg.

4.4.1.2 Plangebied Industriestraat

Wanneer de Tango gerealiseerd wordt op deze nieuwe locatie zal lokaal een toename optreden van verkeer. Dit verkeer zal voor een toename zorgen van luchtverontreinigende stoffen in de lucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), omdat deze stoffen het dichtst bij de vigerende grenswaarden (bijlage 2 van de wet milieubeheer) liggen. Wanneer voldaan wordt aan de grenswaarden voor deze stoffen, zal ook voldaan worden aan de grenswaarden voor andere luchtverontreinigende stoffen uit bijlage 2 van de wet milieubeheer.

Wanneer een project ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de concentraties NO2 en PM10, vervalt toetsing aan de grenswaarden. Een project draagt NIBM bij wanneer de toename als gevolg van het project op toetslocaties lager is dan 1,2 µg/m3 NO2 en PM10. Voor kleine projecten is een tool ontwikkeld om eenvoudig te kunnen toetsen of een project NIBM bijdraagt. Deze tool, de NIBM-tool van Infomil, rekent conform Standaardrekenmethode 1 uit de Regeling Beoordeling Luchtkwaliteit 2007, met een aantal worstcase aannames.

Sinds 1 januari 2015 geldt een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) van 25 µg/m3 PM10- en PM2,5-concentraties zijn sterk gerelateerd. In de analyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is opgenomen dat, uitgaande van de huidige kennis over emissies en concentraties van PM10 en PM2,5, kan worden gesteld dat wanneer aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de norm voor PM2,5 wordt voldaan. Daarmee is de kans zeer klein dat de norm voor PM2,5 wordt overschreden op locaties waar de PM10-norm wordt gehaald.

Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat in het kader van verplaatsing van de Tango het uitgangspunt is dat de conclusies voor PM10 ook gelden voor PM2,5.

Onderzoeksresultaten

Een berekening met de NIBM tool laat zien dat de realisatie van onderliggend project ‘Niet in betekenende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de berekening blijkt dat door onderliggende ontwikkeling een maximale bijdrage van 0.29 µg/m3 NO2 en een maximale toename van 0.06 µg/m3 PM10 is te verwachten. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de grens van 1,2 µg/m3 NO2 en PM10.

Conclusie

Uit een berekening middels de NIBM-tool is gebleken dat er geen toenames van 3% of meer plaatsvinden vanwege de verkeerstoename door verplaatsing van de Tango. Hiermee is aangetoond dat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen gelden tegen realisatie van onderliggend project.

4.4.2 Geluid

De geluidswetgeving vanwege wegverkeerslawaai is uitgewerkt in de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder. De geluidwetgeving is van toepassing op de aanleg van een nieuwe weg, de wijziging van een bestaande weg of de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen in de zone van een weg.

4.4.2.1 Geluidsonderzoek voor het plangebied herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave

Het onderzoek dat is uitgevoerd in relatie tot de wet geluidshinder heeft betrekking op de situatie 'wijziging van een bestaande weg' en 'aanleg van een nieuwe weg'. Uit dit eerder uitgevoerde geluidsonderzoek voor de gehele herinrichting van de N324 volgen navolgende conclusies.

Uit het onderzoek is gebleken dat vanwege de herinrichting van de N324 er ter hoogte van de kruisingen met de Palmstraat (Schaijk, niet in dit bestemmingsplan) en de Tolschestraat (Velp, eveneens niet in dit bestemmingsplan) sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder (toename van 2 of meer dB). Bij deze kruisingen zijn tevens twee saneringswoningen gesitueerd waarvoor tevens sprake is van een reconstructiesituatie (toename van 2 dB of meer).

Naast de twee saneringswoningen resteren nog drie reconstructiewoningen en een verzorgingstehuis ter hoogte van de Tolschestraat. Hiervoor zijn maatregelen onderzocht. De toepassing van het scherm van 3 m hoog zoals opgenomen in het ontwerp (versie D) is akoestisch doelmatig voor de woningen ten oosten van de Tolschestraat en voor het verzorgingstehuis.

De provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat vanuit het provinciale beleid (actieplan 2e tranche Richtlijn Omgevingslawaai) een geluidreducerende deklaag toegepast zal worden als wegdekverharding op de N324. Door de wegbeheerder - de provincie Noord-Brabant is aangegeven om in voorliggende situatie uit te gaan van het stille wegdektype SMA NL8 G+ (reductie circa 3 dB). Dit wegdek zal vanaf de rotonde met de N277 in oostelijke richting tot aan einde onderzoeksgebied bij Grave worden aangelegd (met uitzondering van de rotondes/kruisingsvlakken en wegdelen tot op een afstand van circa 25 m vanaf de rotonde/kruisingsvlak).

Echter zijn de genoemde maatregelen niet voldoende doelmatig toepasbaar om de knelpunten op te lossen. Derhalve resteert het vaststellen van een hogere waarde. Deze zijn weergegeven in tabel 16 in paragraaf 5.3.1 van Bijlage 14. Uit een onderzoek gevelwering zal moeten blijken of maatregelen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de grenswaarde voor het binnenniveau.

Conclusie

Voor het vaststellen van dit bestemmingsplan is het niet nodig maatregelen te treffen vanwege geluid of het vaststellen van een hogere grenswaarde. Wat betreft de saneringssituaties wordt aanvullend onderzoek uitgevoerd en de procedure gestart (los van de bestemmingsplannen). De hogere waarden die nodig zijn vanwege de rotonde Tolschestraat vanuit de Wet Geluidhinder worden met het nog op te stellen bestemmingsplan voor de rotonde Tolschestraat vastgesteld. Het aspect geluid staat het doorvoeren van de optimalisaties aan de N324, die mogelijk worden gemaakt middels dit bestemmingsplan, niet in de weg.

4.4.2.2 Plangebied Industriestraat

Door verplaatsing van de Tango wordt de bestaande Arnoud van Gelderweg gereconstrueerd. Om de Tango te kunnen realiseren op deze locatie is het noodzakelijk dat de Arnoud van Gelderweg wordt aangepast. Daarnaast heeft de realisatie van de Tango op deze locatie gevolgen voor de intensiteiten op de Industriestraat en de Arnoud van Gelderweg. In het akoestisch onderzoek Tango Velp-Grave Industriestraat te Velp-Grave is onderzocht wat het effect is van het tankstation op de omgeving. Het uitgangspunt is dat het stille wegdektype SMA NL8 G+ (reductie circa 3 dB) wordt toegepast. Dit wegdek zal vanaf de rotonde met de N277 in oostelijke richting tot aan einde onderzoeksgebied bij Grave worden aangelegd (met uitzondering van de rotondes/kruisingsvlakken en wegdelen tot op een afstand van circa 25 m vanaf de rotonde/kruisingsvlak). In het onderzoek is gekeken naar indirecte hinder (werking) op het naastgelegen terrein waar in de toekomst woningen geprojecteerd worden. Uit deze rapportage is op te maken wat het effect in verkeerstoename is. Op basis van deze gegevens is een onderzoek gedaan naar het effect van de verkeerstoename op de bestaande bebouwing.

Verkeerstoename

Uit de rapportage van Greten1 blijkt dat er een verkeerstoename is van 334 motorvoertuigen per etmaal op de Arnoud van Gelderweg door realisatie van de Tango. Voor de Arnoud van Gelderweg betekent dit een totaalintensiteit van 380 motorvoertuigen per etmaal na realisatie van de Tango. Voor de Industriestraat tussen de Arnoud van Gelderweg en de N324 geldt na realisatie van de Tango een etmaalintensiteit van 2118 motorvoertuigen per etmaal. Hierbij is rekening gehouden met een toename van 317 motorvoertuigen.

Effect verkeerstoename op bestaande woningen

De dichtstbijzijnde bestaande woningen zijn de woningen aan de overzijde van de N324 aan de Stadhouderslaan en de Julianastraat. Voor deze woningen geldt dat de N324 verreweg maatgevend is qua geluidsbelasting. De overige wegen in de omgeving dragen hier beperkt aan bij. Vanwege de Arnoud van Gelderweg geldt na realisatie van de Tango voor de woningen een maximale geluidsbelasting van 42 dB. Bij deze maximale geluidsbelasting is in vergelijk met de huidige situatie sprake van een toename van 0,2 dB. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er vanwege de aanpassing van de Arnoud van Gelderweg er geen relevant effect optreedt ter hoogte van de bestaande woningen. De maximale geluidsbelasting blijft daarnaast onder de voorkeursgrenswaarde (48 dB) die geldt voor wegverkeerslawaai. Ook vanwege de Industriestraat geldt dat de geluidsbelasting voor de bestaande woningen onder de voorkeursgrenswaarde blijft, de maximale geluidsbelasting vanwege de Industriestraat bedraagt 35 dB, rekening houdend met de verkeerstoename na verplaatsing van de Tango.

Conclusie 

Vanuit het aspect wegverkeerslawaai gelden er geen beperkingen voor de realisatie van onderliggend plan.

4.4.3 Externe veiligheid

Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De richtlijnen voor de analyse van de externe veiligheidsrisico's voor aanpassing van transportroutes zijn vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. In de wet wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid transportroutes waarin norm- en richtwaarden weergegeven zijn voor twee verschillende typen risico's, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico

Het plaatsgebonden risico (PR) is de frequentie per jaar dat een persoon die permanent en onbeschermd zou verblijven in de directe omgeving van een transportroute overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen op die route. De omvang van het PR is geheel afhankelijk van de aard en omvang van het transport van gevaarlijke stoffen en de ongevalsfrequentie van het transportmiddel op de route. Voor een individu geeft het PR een kwantitatieve indicatie van het risico dat hij loopt wanneer hij zich onbeschermd in de omgeving van een inrichting of transportroute bevindt.


Groepsrisico

Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve frequentie per jaar per kilometer transportroute dat tien of meer personen in het invloedsgebied van een transportroute overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval op die transportroute waarbij een gevaarlijke stof vrijkomt. Het GR is een indicatie van de mogelijke maatschappelijke impact van een ongeval. Het is dus niet bedoeld als indicatie voor individueel gevaar op een bepaalde locatie. De omvang van het GR is afhankelijk van de aard en omvang van het transport van gevaarlijke stoffen, de ongevalsfrequentie van het transportmiddel op de route én de omvang en locatie van de bevolking naast en boven de route.

Voor het groepsrisico geldt geen grens- of richtwaarde, maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatiewaarde wordt gevormd door de rechte lijn die in een fN-curve van het punt 10 doden, frequentie 10-4 per jaar per kilometer door het punt 100 doden, frequentie 10-6 per jaar per kilometer gaat.

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Bevt) dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, vindt de berekening van het groepsrisico plaats door toepassing van de rekenmethodiek transportrisico's.

Verantwoording groepsrisico

Het groepsrisico dient verantwoord te worden indien het groepsrisico:

  • is gelegen tussen 0,1 en één maal de oriëntatiewaarde en tussen de autonome en toekomstige situatie met meer dan tien procent toeneemt, of
  • hoger is dan één maal de oriëntatie waarde én tussen de autonome en toekomstige situatie toeneemt.

In de GR verantwoording wordt ingegaan op de maatregelen die genomen (kunnen) worden om het risico te verlagen, de expliciete en transparante bestuurlijke afweging van de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de restrisico's, de zelfredzaamheid van aanwezigen en de rampenbestrijding. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn nadere handvatten gegeven voor de GR verantwoording. Als onderdeel van de GR verantwoording moet verplicht gebruik gemaakt worden van de adviesbevoegdheid van de veiligheidsregio.


Conclusie

De aanpassingen aan de N324 leiden tot een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen. Het groepsrisico neemt hierdoor niet toe. Daarom is het niet noodzakelijk om onderzoek te doen naar het plaatsgebonden risico vanwege de aanpassingen. Het initiatief leidt immers niet tot een relevante toename van het aantal verkeersbewegingen. Het initiatief heeft geen relevante werking, waardoor plaatsgebonden en groepsrisico niet wijzigen ten opzichte van de huidige situatie.

Voor het verplaatsen van het tankstation geldt dat het tankstation geen verhoogd risico geeft op de externe veiligheid, omdat het een tankstation zonder LPG verkooppunt betreft.

4.4.4 Milieuzonering
4.4.4.1 Milieuzonering voor het plangebied Herinricting N324 - gedeelte gemeente Grave

In de huidige situatie ondervonden de bedrijven in de directe omgeving van het plangebied en de bestaande weg over en weer geen hinder van elkaar in milieukundig opzicht. Er is geen sprake van contouren of belemmeringen die verwoord dienden te worden in het bestemmingsplan 'Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave' vanwege de bedrijvigheid in de directe omgeving van de N324. Wel zijn in het bestemmingsplan, conform de geldende regeling een radarverstoringsgebied en een veiligheidszone, vanwege lpg opgenomen.

Conclusie

De miliezonering staat de opwaardering en aanpassingen aan de N324 niet in de weg. Het initiatief tot aanpassen van de N324 kan wat betreft dit thema gewoon doorgang vinden.

4.4.4.2 Milieuzonering plangebied Industriestraat

De noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende functies (bedrijven) en gevoelige objecten (zoals woningen), gericht op bescherming of vergroting van de leefkwaliteit, wordt met behulp van milieuzonering bepaald. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft met de publicatie Bedrijven en milieuzonering (herziene versie 2009), een hulpmiddel opgesteld voor milieuzonering in de ruimtelijke ordening. Hiermee kan inzichtelijk worden gemaakt welke richtafstanden aangehouden dienen te worden tussen milieubelastende functies (zoals bedrijven) en gevoelige objecten (zoals woningen), ter bescherming of vergroting van de ruimtelijke leefkwaliteit.

Conform deze methodiek is getoetst wat de werkelijke afstand is tussen het beoogde tankstation en dichtstbijzijnde milieugevoelige functies, en hoe die zich verhoudt tot de richtafstand conform genoemde VNG-publicatie.

Het betreft een tankstation zonder LPG. Volgend uit onderstaande tabel (uitsnede van de VNG-publicatie) valt deze inrichting onder de SBI-code 473 – 3 en wordt deze beschouwd als een Categorie 2 inrichting. De aan te houden richtafstand tot gevoelige objecten (zoals woningen) voor dergelijke inrichtingen is 30 meter voor de onderwerpen geluid en geur.

Omschrijving   Afstand in meters          
 
Geur  

Stof  

Geluid  

Gevaar  

Grootste afstand  

CAT  
Handel reperatie van auto's, motorfietsen, benzineservicestations                        
Benzineservicestations:                        
- zonder LPG   30   0   30   10   30   2  

Tabel: Uitsnede richtafstanden VNG-publicatie

Uit onderstaande afbeelding blijkt dat de dichtstbijzijnde (maatgevende) gevoelige bestemmingen de woningen zijn die zich bevinden aan de westzijde van de N324 in de daar gelegen woonwijk (Stadhouderslaan). De afstand van deze woonbestemmingen tot de provinciale weg is circa 75 meter. Het tankstation is voorzien aan de andere (oost-)zijde van de N324. Daarmee voldoet het tankstation ruimschoots aan de aan te houden richtafstand ten opzichte van omliggende gevoelige objecten.

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0020.png"

Afbeelding: Uitsnede huidige bestemmingsplannen met globale ligging tankstation (blauw) en richtafstand vanaf maatgevende woningen (oranje lijn) (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Conclusie

Het tankstation voldoet ruimschoots aan de aan te houden richtafstand van 30 meter ten opzichte van omliggende gevoelige objecten (zoals woningen). Op basis hiervan kan gesteld worden dat voor milieuzonering sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Om een goede ruimtelijke ordening te borgen mogen binnen een zone van 30 meter geen (stationaire) geurbronnen aanwezig zijn. De ontluchtingspijp van het vulpunt kan als stationaire geurbron worden ervaren, wanneer overdruk ontstaat voert de ontluchtingspijp de lucht af. Door nieuwe technieken kan de emissie van geur zeer worden beperkt, zodoende kan de ontluchting op afstand plaats vinden, waardoor de geurhinder met deze technische oplossing wordt beperkt.    

Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen dient er afstemming plaats te vinden met de gemeente over de locatie van de geurbronnen ten opzichtte van de gebiedsvisie Waterlinie Grave.

4.4.5 Bodem

In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming.

4.4.5.1 Bodemonderzoek voor het plangebied Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave

Op basis van de (topografische) historische kaarten blijkt dat het grootste deel van de weg al in 1815 aanwezig was. Dit met uitzondering van het meest oostelijke deel van de weg (ter hoogte van Grave). Dit gedeelte is aangelegd in 1927/1928 en liep dwars door de vestingwerken en het grachtenstelsel heen. Ten behoeve van de aanleg van de weg zijn de grachten destijds (plaatselijk) gedempt. Het traject waar de dempingen hebben plaatsgevonden bevindt zich globaal tussen de Industriestraat en de St. Elisabethstraat. Waarmee de grachten precies gedempt zijn is niet exact bekend, maar zal naar alle waarschijnlijkheid bestaan uit afval, puiresten, koolresten, verbrandingsresten, etc. Dit zal tijdens de uitvoering van het veldonderzoek blijken. Als gevolg van het dempingsmateriaal kan de aanwezigheid van een bodemverontreiniging niet worden uitgesloten.

Op basis van het voorgaande dienen de locaties van de dempingen en daar waar de weg door de voormalige vestingwerken heeft gelopen, als 'verdacht' te worden aangemerkt. De verdachte stoffen bestaan onder andere uit zware metalen, PAK en aardolieproducten.

Door de aanwezigheid van het dempingsmateriaal en de overblijfselen van de voormalige vestingwerken (funderingsresten), is handmatig boren naar alle waarschijnlijkheid niet mogelijk. Naar aanleiding hiervan dient rekening te worden gehouden met de inzet van een boormachine (machinale ramguts) voor dit gedeelte van het onderzoeksgebied.

Op basis van de resultaten uit de beschikbare onderzoeksrapporten zijn een aantal verdachte locaties naar voren gekomen, waarbij met de uitvoering van het odnerzoek specifiek aandacht dient te worden besteed. Voor een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksresultaten van de deze locaties wordt verwezen naar het bodemonderzoek in Bijlage 16. Voor het bestemmingsplan 'Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave' zijn 9 locaties waarvoor nog nader onderzoek gedaan moest worden.

Conclusie

Het aspect bodem staat de aanpassingen aan de N324 niet in de weg, wanneer de benodigde nadere onderzoeken conform protocol zijn uitgevoerd.

4.4.5.2 Bodem plangebied Tolschestraat

In opdracht van de provincie Noord-Brabant heeft Arcadis Nederland B.V. een verkennend milieukundig bodemonderzoek verricht op de locatie van een toekomstig parkeerterrein langs de N324, ter hoogte van de kruising Tolschestraat / N324. Het onderzochte terrein (de onderzoekslocatie) heeft een oppervlakte van circa 3.000 m². Het gehele terrein is onbebouwd en onverhard. Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, NEN, 2016). Het onderzoek is uitgevoerd in verband met een bestemmings- en gebruikswijziging naar infrastructuur (parkeerterrein) en daarvoor het krijgen van inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is met een relatief geringe onderzoeksinspanning aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater in gehalten boven de achtergrondwaarde of streefwaarde, c.q. te bevestigen dat (bepaalde delen van) de locatie verontreinigd zijn met de verwachte stoffen.

Conclusies

Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:

  • De bovengrond van de locatie is plaatselijk licht verontreinigd met lood.
  • In de ondergrond van de locatie zijn geen verontreinigingen aangetroffen.
  • In het grondwater zijn geen concentraties boven de streefwaarde aangetoond.
  • In de bovengrond wordt plaatselijk de achtergrondwaarde voor lood overschreden. Op basis van dit gemeten gehaltes dient de hypothese 'onverdacht' te worden genuanceerd.

Aangezien enkel sprake is van een licht verhoogde gehalte aan lood in de bovengrond, is er vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van saneringsmaatregelen.

  • In de onderzochte grond zijn zintuiglijk geen asbestverdachte of asbesthoudende materialen waargenomen binnen het huidige plangebied. Derhalve kan worden gesteld dat de bodem van de onderzochte locatie onverdacht is op het voorkomen van asbest verdacht materiaal.
  • De kwaliteit van de bodem is geschikt voor het huidig en/of toekomstig gebruik (parkeerplaats).

Op basis van de indicatieve toetsing is de grond van de locatie altijd toepasbaar. Echter, afhankelijk van het bodembeleid van de gemeente waarin de grond wordt toegepast en de beoogde plaats van toepassing, dient mogelijk nog een partijkeuring uitgevoerd te worden om dit definitief vast te stellen.

4.4.5.3 Bodem plangebied Industriestraat

Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is de nulsituatie ter plaatse van de toekomstige activiteiten van tankstation de Tango vastgelegd.

Uit de analyse van de boringen blijkt dat bij enkele grondboringen waarnemingen zijn gedaan die duiden op de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging, waaronder sporen baksteen en kolen. Daarnaast is ter plaatse van één boring de zandige toplaag (onder de klinkerverharding) sterk betonhoudend. Dit is ter plaatse van een pad, dat grotendeels buiten de onderzoekslocatie is gelegen. De sterke bijmengingen met beton betreffen complete brokken beton, die zijn aangetroffen direct onder de klinker ter plaatse van boring 10, die in het pad valt. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen in de uitkomende grond, en de betonbrokken worden eveneens niet als asbestverdacht aangemerkt, waardoor er geen verdenking is dat de locatie ter plaatse verontreinigd is met asbest. Ook maakt het onderzoek naar asbest in de bodem geen onderdeel uit van dit verkennend bodemonderzoek. Een verkennend dan wel nader asbestonderzoek conform NEN 5707 wordt voor de locatie niet noodzakelijk geacht.

Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:

  • In de ondergrond ter plaatse van het (toekomstige) tankcluster is een marginaal verhoogd gehalte aan tolueen aangetoond. Het verhoogde gehalte hangt mogelijk samen met de bedrijfsactiviteiten en aangetoonde verontreinigingen op het aangrenzende terrein van Tricot Industrie Grave. De overige verdachte parameters worden niet verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde aangetoond. Het grondwater is niet verontreinigd met de verdachte parameters.
  • De bovengrond ter plaatse van de (toekomstige) vul- en ontluchtingspunten is niet verontreinigd met de verdachte parameters.
  • De ondergrond ter plaatse van het (toekomstige) leidingwerk is niet verontreinigd met de verdachte parameters.
  • De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de (toekomstige) pompeilanden is niet verontreinigd met de verdachte parameters.
  • De verdachte parameters van de bovenstaande onderzochte locaties zijn (vluchtige) minerale olie, vluchtige aromaten en/of MTBE/ETBE.
  • In de bovengrond van het overige terrein op de locatie zijn geen verontreinigingen aangetroffen.
    De ondergrond is licht verontreinigd met kobalt.
  • In het grondwater van het overige terrein zijn geen concentraties boven de streefwaarde aangetroffen. Cyanide (wegenzout) is in het grondwater niet verhoogd ten opzichte van de streefwaarde aangetoond.
  • Op basis van het licht verhoogde gehalte aan kobalt in grond dient de hypothese 'onverdacht' te worden genuanceerd.
  • Aangezien er enkel sprake is van licht verhoogde gehalten aan tolueen en kobalt, is er vanuit de Wet bodembescherming geen noodzaak voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of het treffen van saneringsmaatregelen.

Conclusie

Op basis van de indicatieve toetsing aan de Regeling Bodemkwaliteit is de grond van de locatie 'AW2000 (altijd toepasbaar)' bij eventueel hergebruik. Echter, afhankelijk van het bodembeleid van de gemeente waarin de grond wordt toegepast en de beoogde plaats van toepassing, dient mogelijk nog een partijkeuring uitgevoerd te worden om dit definitief vast te stellen.

4.5 Archeologie en cultuurhistorie

Binnen deze paragraaf wordt ingegaan op de archeologische en cultuurhistorische waarden in het plangebied. Voor de archeologische waarden zijn beleidskaders geformuleerd om deze waarden te beschermen. In het plangebied gelden de volgende beleidskaders:

Verdrag van Valletta, Wet op de Archeologische Monumentenzorg

Op Europees niveau zijn afspraken gemaakt over de bescherming van archeologische waarden in het Verdrag van Valletta (ook bekend als het Verdrag van Malta) [Europese Commissie, 1992b]. Per 1 september 2007 is dit verdrag geïmplementeerd in de nationale wetgeving: de Wet op de archeologische monumentenzorg, geïmplementeerd in (onder meer) de Monumentenwet.

Archeologische waarden dienen zoveel als mogelijk in-situ behouden te blijven. Bij graafwerkzaamheden dient vooraf onderzoek plaats te vinden naar de kans op verstoring van archeologische waarden. Wanneer verstoring van waarden verwacht wordt, dient onderzocht te worden of de planvorming zodanig kan worden aangepast dat de waarden beschermd blijven. Indien dit niet mogelijk is, dienen de waarden die verloren gaan door archeologisch onderzoek gedocumenteerd te worden.

Erfgoedwet (2016) en Monumentenwet (1988)

Sinds 1 juli 2016 geldt de nieuwe Erfgoedwet. Deze wet harmoniseert de bestaande wet- en regelgeving omtrent roerend en onroerend erfgoed en vormt één integrale Erfgoedwet voor het beheer en behoud van cultureel erfgoed. Een belangrijke wijziging voor archeologie is dat in de Erfgoedwet de regels voor de archeologische monumentenzorg aan de orde komen. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving wordt onderdeel van de Omgevingswet die naar verwachting in 1 januari 2021 in werking zal treden. Tot dat de Omgevingswet ingaat, blijven de artikelen uit de Monumentenwet 1988 die niet terugkomen in de Erfgoedwet van kracht, waaronder regelingen omtrent omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen.

De gemeente heeft samen met twee buurgemeenten twee waarden- en verwachtingskaarten gemaakt.

  • De archeologische waarden- en verwachtingenkaart, met daarop gebaseerd archeologisch beleid.
  • De cultuurhistorische waardekaart, met daarop gebaseerde beleidsadviezen.

In gebieden waar archeologische waarden worden verwacht dient bij ruimtelijke ontwikkelingen een archeologisch vooronderzoek plaats te vinden. In het kader van voorliggend bestemmingsplan is een vooronderzoek gedaan ten behoeve van mogelijk aanwezige archeologische waarden (zie Bijlage 20 en Bijlage 19).

4.5.1 Archeologisch onderzoek voor het plangebied Herinrichting N324 - gedeelte gemeente Grave

De gemeente heeft op dit moment nog geen vastgesteld Gemeentelijk Archeologiebeleid, het archeologiebeleid van de provincie is in deze leidend. Ter plaatse van het onderzoeksgebied worden op de kaart Indicatieve Archeologische Waarden van de Cultuurhistoriesche Waardenkaart van de Provincie zones aangeduid met een lage en een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Tevens worden ter plaatse van het onderzoeksgebied een terrein met zeer hoge archeologische waarde, beschermd, aangeduid ern een terrein met een hoge archeologische waarde (beiden gemeente Landerd).

Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden aangenomen dat het onderzoeksgebeid in een gebied met een zeer grote kans op de aanwezigheid van archeologische waarden ligt. De kansrijkheid wordt bevestigd door het grote aantal archeologische vondsten en vindplaatsen binnen en in de directe omgeving van het onderzoeksgebied, uit verschillende perioden. Op basis van het beleid van de provincie en op basis van de onderzoeksgegevens kan worden gesteld dat er, voorafgaand aan bodemverstorende werkzaamheden, eerst Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennend) dient te worden uitgevoerd.

De provincie Noord-Brabant heeft advies uitgebracht met betrekking tot het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek. In dit kader zijn er op grondgebied van de gemeente Grave 5 locaties de revue gepasseerd. Het gaat om een locatie ter hoogte van de vestingwerken in de bebouwde kom van Grave en een locatie ter hoogte van de Generaal de Bonsweg. Voor de overige 3 locaties en de rest van het tracé geldt dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Wel wordt bij de door de provincie beschouwde locaties archeologische begeleiding bij de uitvoering geadviseerd. Aan dit advies wordt invulling gegeven.

Conclusie

Het aspect archeologie staat de optimalisatie en aanpassing van de N324 niet in de weg. Zoals gezegd vindt, indien noodzakelijk / gewenst, archeologische begeleiding plaats, wanneer de optimalisaties worden uitgevoerd. Wanneer onderzoeken met betrekking tot archeologie nog niet of nog niet voldoende zijn uitgevoerd wordt een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' met bijbehorende categorieën opgenomen, om zo via een omgevingsvergunningenstelsel ervoor te zorgen dat de archeologische waarden niet in het geding komen. In deze fase van het bestemmingsplan zijn voor alle gebieden die een mogelijk waarde hebben dubbelbestemmingen opgenomen. Gaande het traject van vervolgonderzoek kan dit worden aangepast.

4.5.2 Archeologische waarden plangebied Tolschestraat

Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. In het plaggendek zijn veel archeologische indicatoren en vondsten aangetroffen. Deze zijn voornamelijk vermestingvondsten en hebben een relatie met het gebruik van het terrein door Jezuïetenorde vanaf 1862. Verder is een enkel stukje roodbakkend aardewerkgruis uit de Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd aangetroffen en een stuk kwartsiet waarop een inscriptie in Latijns schrift is ingekrast uit de Romeinse tijd tot Nieuwe tijd. Het archeologisch belang hiervan is hoog.

Conclusie

Het plan gebied blijk een hoog archeologisch belang te hebben. Om deze reden wordt ten behoeve van de realisatie geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren middels proefsleuven bij bodemingrepen dieper dan 50 cm. Dit aanvullende onderzoek dient te worden uitgevoerd door middel van proefsleuven op basis van het KNA-protocol 4003 IVO-P. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Grave. Het proefsleuven onderzoek kan pas worden uitgevoerd wanneer de bomen zijn gekapt. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door de aannemer in de uitvoeringsfase en is geborgd in de planregels voor archeologie. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de gemeente of haar regio-archeoloog.

4.5.3 Archeologische waarden plangebied Industriestraat

De voorgenomen ingrepen bestaan uit de verlegging van een weg en het bouwen van een tankstation tussen de weg en de N324 (Figuur 1). Naar dit gebied wordt in dit memo verwezen als het 'plangebied'. Het plangebied is circa 3250 m2 groot. De weg (de Arnoud van Gelderweg ) was al onderdeel van het oorspronkelijke ontwerp, maar door het inpassen van het tankstation is deze in het nieuwe ontwerp verplaatst. Op dit moment is het gebied in gebruik als parkeerplaats. Het is niet bekend tot hoe diep de grond verstoord is.

Uit het reeds uitgevoerde bureauonderzoek (zie Bijlage 20) blijkt dat in de zone waar de ingrepen plaatsvinden geen bekende archeologische vindplaatsen of AMK-terrein aanwezig zijn (Ras 2010). Een controle in Archis 3 anno juli 2018 leert dat deze situatie ongewijzigd is. Het enige uitgevoerde onderzoek is bovengenoemd bureauonderzoek. Het gebied is op de geomorfologische en bodemkundige kaart aangegeven als 'bebouwd'. Op het AHN is de huidige bebouwing zichtbaar. In het bureauonderzoek (Ras 2010) is voor het wegdeel langs het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd (Pronk 2016).

Voor het vaststellen van de noodzaak tot onderzoek voor de wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp wordt gebruik gemaakt van de archeologische beleidskaart van de gemeente Grave, die in 2011 is vastgesteld. Op deze kaart ligt het plangebied in een rode zone met het beleid van Categorie 4: gebieden met een hoge archeologische verwachting. Deze gebieden zijn onderzoeksplichtig bij een verstoringsdiepte van meer dan 50 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m². Deze zone is ook opgenomen in het bestemmingsplan Archeologie.

Conclusie

Op basis van de vigerende beleidsregels geldt een ondergrens van werkzaamheden voor 250 m2 en 50 cm diepte. Voor de aanleg van de weg is het uitgangspunt dat de verstoringsdiepte niet bereikt wordt bij de aanleg van de weg. Voor de realisatie van het tankstation zijn diepere bodemingrepen onvermijdelijk. Omdat bij deze ingrepen de ondergrenzen overschreden worden, adviseren wij aanvullend archeologisch onderzoek voor de realisatiefase in de vorm van een actualisatie van het bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek. Dergelijk onderzoek moet uitwijzen in hoeverre de bodem nog intact is en archeologische resten aanwezig kunnen zijn.

4.5.4 Cultuurhistorie N324

De N324 is een van oorsprong Napoleontische straatweg die gekenmerkt wordt door sterke monumentaliteit. deze monumentaliteit vindt zijn oorsprong in de beeldbepalende, dubbele laanstructuur van eiken met een doorsnede tot 80 cm die tot aan het Schootsveld van Grave doorloopt. De cultuurhistorische waardenkaart kent een hoge waardering toe aan de weg:

afbeelding "i_NL.IMRO.0786.BPN324rotondes-VA01_0021.png"

Afbeelding: Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Brabant

Voor de herinrichting van de N324 is het uitgangspunt om dit historisch en monumentaal karakter te versterken dit is terug te zien in de Groenvisie voor de herinrichting, zie Bijlage 23. In deze Groenvisie wordt in deelgebieden aangegeven hoe cultuurhistorie wordt behouden en versterkt bij de herinrichting van de weg. Deze ontwerpprincipes hebben de basis gevormd voor het bestemmingsplan Herinrichting - gedeelte gemeente Grave.

Conclusie

In het voorliggend bestemmingsplan is zoveel mogelijk rekening gehouden met de Groenvisie en de cultuurhistorische waarden.

4.6 Niet gesprongen explosieven

Als gevolg van gevechtshandelingen kunnen Conventionele Explosieven (CE) in het plangebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane vondsten van conventionele explosieven kunnen daarnaast resulteren in kosten bij de uitvoeringswerkzaamheden waardoor het plan mogelijk financieel niet uitvoerbaar is. Om de risico's op het spontaan aantreffen te beheersen is er een onderzoek naar Conventionele Explosieven voor de herinrichting van de N324, hieraan is voor de aanleg van de rontonde Tolschestraat en de verlegging van de Arnoud van Gelderweg samen met de nieuwe locatie voor de Tango een expertjudgement toegevoegd.

4.6.1 Niet gesprongen explosieven Tolschestraat

Het aan te leggen parkeerterrein lijkt buiten het op het op Conventionele Explosieven (CE) verdachte gebied conform het uitgevoerde Vooronderzoek te liggen. Deel van de aan te passen rotonde op de kruising Tolschestraat – Zandkruiersweg lijkt aan de oostzijde te overlappen met het op CE verdachte gebied conform het uitgevoerde vooronderzoek.

Conclusie

Geen vervolg stappen noodzakelijk.

4.6.2 Niet gesprongen explosieven Industriestraat

De voorgestelde optimalisatie van de parallelweg en de nieuwe locatie van het tankstation liggen geheel binnen het op CE verdachte gebied conform het uitgevoerde vooronderzoek.

Naar aanleiding van bovenstaande bevindingen zijn nadere uitvoeringsmaatregelen getroffen worden. Geadviseerd werd om tot opsporing van CE over te gaan. Vooraf kon een Projectgebonden Risicoanalyse 1 (PRA) worden uitgevoerd. Het CE onderzoek maakt dan onderdeel uit van de opsporingsfase. Voor verdere details over de opsporingsfase wordt verwezen naar Bijlage 22.

Conclusie

Reeds is de locatie vrijgegeven, waardoor CE geen belemmering is voor de uitvoering en het planologisch mogelijk maken van het plan.

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet

5.1 Inleiding

Dit hoofdstuk behandelt de juridische planopzet van dit bestemmingsplan. Na een korte inleiding is in de volgende paragraaf de opzet van regels en verbeelding toegelicht. Paragraaf 5.3 bevat een korte toelichting per bestemming / regels.

Het bestemmingsplan vindt zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening. In artikel 3.1 van deze wet is bepaald dat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt. De uitvoering is een taak van burgemeester en wethouders. Ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening bestaat een bestemmingsplan uit (plan)regels en de verbeelding. Deze twee onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden beschouwd. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden en motivatie uiteen worden gezet.

Het bestemmingsplan is een gemeentelijk instrument waarin regels zijn opgenomen voor het gebruik (in de ruime zin van het woord) van gronden en bouwwerken. Zowel de burger als de overheid moet zich houden aan het bestemmingsplan. Door middel van een bestemmingsplan kan een gemeente haar doelstellingen op ruimtelijk ordeningsgebied handen en voeten geven. Dit geschiedt door het leggen van bestemmingen en daarbij aan te geven wat wel en niet is toegestaan.
Voorliggend bestemmingsplan is ontwikkelingsgericht: het maakt de herinrichting van de N324 en de hiermee samenhangende aanpassingen aan het bestaande wegennet mogelijk. Een van deze aanpassingen is de verplaatsing van het tankstation dat momenteel gelegen is aan de Tolschestraat naar de locatie ter hoogte van de Industriestraat en de Arnoud van Gelderweg te Velp.

5.2 Opzet regels en verbeelding

Op de verbeelding zijn bestemmingen toegekend om zo de aanpassingen aan de N324 en de aansluitende wegen mogelijk te maken. De bestemmingen zijn voorzien van bouwregels. Naast de hoofdbestemming zijn dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen opgenomen om specifieke regelgeving of nadere afwegingen op te nemen. Dit is met name aan de orde voor de regels en mogelijkheden, als gevolg van de aanwezigheid en de bescherming van bijvoorbeeld archeologische waarden in het plangebied.

5.3 De bestemmingen

Per artikel is hier een korte toelichting / onderbouwing opgenomen over de essentie van het artikel.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.


Artikel 2 Wijze van meten

Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.


Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikelen 3 t/m 6

diverse bestemmingen ten behoeve van de aanpassingen aan de N324 en benodigde aanpassingen aan het aansluitende wegennet alsmede de verplaatsing van het tankstation.
In deze artikelen zijn de gronden bestemd omwille van de door te voeren aanpassingen aan de bestaande wegen. De bestemmingen sluiten zoveel mogelijk aan op de bestemmingen die nu ter plaatse gelden, volgens de geldende bestemmingsplannen. Daar waar nodig zijn bestemmingen specifiek gemaakt, om zo ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan en/of specifiek voor de (gewenste) situatie ter plaatse. Ook zijn bestemmingen aangevuld of specifiek gemaakt omwille van de voorgestane ontwikkelingen. Ter toelichting op diverse bestemmingsartikelen wordt voorts het volgende opgemerkt.

Artikel 3 Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen zonder vulpunt lpg
Deze bestemming is opgenomen voor het aanhechten van de rotonde op de Industriestraat en de verplaatsing van het tankstation in de huidige situatie gelegen is aan de N324 te Grave. Om een volledige uiteenzetting te geven voor deze bestemming is aansluiting gevonden bij het Bestemmingsplan "Kerkdorpen" waar het te verplaatsen tankstation is gelegen.

Artikel 4 Maatschappelijk

Naast de herinrichting van de N324 zal ook een parkeerplaats worden gerealiseerd ten behoeve van woonzorgcentrum Residentie Mariëndaal. Nu het parkeren zal worden vastgesteld in de verbeelding middels een aanduiding is voor de bestemming hiervan aangesloten bij de bestemming "Maatschappelijk" uit het Bestemmingsplan "Kerkdorpen" waar het woonzorgcentrum in is gelegen.

Artikel 5 Verkeer

In het plan is voor het verkeer de bestemming "Verkeer" opgenomen. Binnen de bestemming Verkeer zijn wegen met bijbehorende voorzieningen toegestaan. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 10 m (verlichting, geleiding) en 4 m (overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde).

Artikel 6 Waarde - Archeologie

Bouwen op gronden voorzien van de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie" is uitsluitend toegestaan indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden voldoende zijn vastgesteld. Met categorie (aanduidingen) is aangegeven welke waarden aanwezig zijn en wanneer deze worden beschermd. Deze bescherming is ook hier opgenomen door middel van een omgevingsvergunningstelsel.



Hoofdstuk 3 Algemene regels


Artikel 8 Antidubbeltelbepaling

Dit artikel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) bouwvlakken van eigenaar veranderen.

Artikel 9 Algemene bouwregels

In de algemene bouwregels is een regeling opgenomen voor bouwwerken welke al bestaan op het tijdstip van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan.

Artikel 10 Algemene gebruiksregels

In dit artikel zijn een aantal vormen van gebruik van gronden en gebouwen opgenomen die in strijd worden geacht met het bestemmingsplan.

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels

In het bestemmingsplan zijn diverse algemene aanduidingen opgenomen:

  • "luchtvaartverkeerszone": deze zone geldt voor het hele plangebied en geeft een maximale bebouwingshoogte aan om te voorkomen dat de radar van het vliegveld verstoord wordt.
  • er zijn een aantal aanduidingen opgenomen om (waardevolle) gebieden te beschermen. Bescherming gebeurt voor sommige aanduidingen door een omgevingsvergunningstelsel voor werken, geen gebouw zijnde en werkzaamheden met bijbehorende eisen. De aanduidingen zijn:
    • 1. 'overige zone - archeologie' (categoriën 2 tot en met 5);
    • 2. 'overige zone - geurzone'
    • 3. 'overige zone - landschappelijke inpassing';
    • 4. 'overige zone - waardevolle boom'
    • 5. 'overige zone - waardevolle bebouwing';

Tevens zijn functieaanduidingen opgenomen ten behoeve van parkeren en geluidsschermen.

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels

In dit artikel wordt aangegeven in hoeverre afgeweken kan worden voor geringe afwijkingen van de bouwregels (maatvoering). Tevens is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor evenementen waaraan diverse eisen zijn verbonden.


Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels


Artikel 13 Overgangsrecht bouwwerken

Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in artikel 15 lid 1. Uitbreiding van de bebouwing die onder het overgangsrecht valt is slechts mogelijk met ontheffing van burgemeester en wethouders.


Artikel 14 Overgangsrecht gebruik

Lid 15.2 betreft de overgangsbepaling met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt.


Artikel 15 Slotregel

Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

De gemeente mag op basis van de Wet ruimtelijke ordening alleen meewerken aan planontwikkelingen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro dient de toelichting van een bestemmingsplan inzichten te bevatten over de uitvoerbaarheid van een plan. In dit hoofdstuk komen zowel de economische als de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief aan de orde. Zowel de formele procedure als het proces dat is doorlopen met de omgeving en andere betrokkenen wordt omschreven onder maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1 Economische uitvoerbaarheid

In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële uitvoerbaarheid van het initiatief tot aanpassen van de N324, zoals juridisch-planologisch mogelijk gemaakt in dit bestemmingsplan.

Ingevolge het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening gaat een bestemmingsplan vergezeld van een toelichting waarin ook inzicht wordt gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Hierna wordt inzicht gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het plan.

De kosten voor het project bestaan uit onder meer kosten voor het aanpassen van de weg, de aanleg van de rotonde en de bijkomende voorzieningen, mitigerende en landschappelijke maatregelen, natuurcompensatie in financiële zin, planschade, kosten voor grondverwerving en planvorming. Voor deze kosten is een budget gereserveerd in de begroting van de Provincie, zodat de uitvoerbaarheid is verzekerd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt daarnaast dat in de toelichting de uitkomsten van dit overleg worden beschreven. De binnengekomen vooroverlegreacties worden samengevat en beantwoord in een Reactienota.

Vaststellingsprocedure

Nadat alle vooroverlegreacties bekend zijn, wordt een ontwerp bestemmingsplan opgesteld. Dit ontwerp bestemmingsplan zal ter inzage worden gelegd. Op grond van artikel 3.6 Algemene wet bestuursrecht dient het ontwerpbestemmingsplan gedurende een periode van zes weken voor een ieder ter visie gelegd te worden. Gedurende deze periode kunnen zienswijzen ingediend worden. Gegelijktijdig met het het ontwerp bestemmingsplan kan men ook zienswijzen indienen op het aanpassen van de VR2014, omdat deze ook wordt aangepast in verband met de wijziging NNB. Alle zienswijzen worden van een antwoord voorzien en opgenomen in een Reactienota.

Beroep

Na vaststelling wordt het bestemmingsingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Bijlagen