| Plan: | TAM-Omgevingsplan hoofdstuk 22c Hoogstraat 8 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0784.TAMHoogstraat8-VG01 |
Pré-ambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) van het omgevingsplan van de gemeente Gilze en Rijen. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TOPD beschikbaar te stellen. Daarom moeten de hoofdstukken van dit plan worden gelezen als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Gilze en Rijen. Dus:
In dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten en bouwactiviteiten binnen de functie 'Agrarisch -
Landelijke gebieden'.
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 4.2 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten binnen de functie 'Bedrijf - Landelijke gebieden'.
Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
De volgende voorzieningen ten behoeve van deze gebruiksactiviteiten zijn toegestaan:
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 5.2 en 5.4 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een ander type bedrijf dan bedoeld onder 5.2 onder de voorwaarden dat:
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van aan-huis-gebonden beroepen die ten hoogste vallen binnen de categorieën A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 2) en waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) geldt met inachtneming van het volgende:
Het is toegestaan de volgende bouwactiviteiten ten behoeve van de bedrijfsfunctie als bedoeld in dit artikel te verrichten of te laten verrichten onder de volgende voorwaarden:
met dien verstande dat:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende bouwactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het, in afwijking van lid 5.5, onder c, bouwen van bedrijfsgebouwen tot een grotere gezamenlijke oppervlakte dan 1.500 m², onder de voorwaarden dat:
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het, in afwijking van lid 5.5, onder b, herbouwen van een bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten, onder de voorwaarden dat:
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het, in afwijking van lid 5.5, onder c en e, bouwen van bedrijfsgebouwen en/of bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning op een kleinere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens dan 5 meter, onder de voorwaarden dat:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten binnen de functie 'Groen - Landschappelijke
inpassing'.
De volgende voorzieningen ten behoeve van deze gebruiksactiviteiten zijn toegestaan:
Gebruik dat afwijkt van de gebruiksactiviteiten in 6.2 en 6.3 is verboden. In ieder geval omvat het verbod:
De omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt verleend als:
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten binnen de functie 'Leiding - Water' en bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in de artikelen 4, 5 en 6.
Het is toegestaan de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Het is toegestaan de volgende bouwactiviteiten verrichten of te laten verrichten onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende bouwactiviteiten te verrichten of te laten verrichten:
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het, in afwijking van lid 7.4, onder b, bouwen ten behoeve van andere op de gronden voorkomende functies, anders dan vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, onder de volgende voorwaarden:
Het is toegestaan op de gronden met de functie 'Leiding - Water' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken en werkzaamheden te verrichten of te laten verrichten:
Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning voor het verrichten of laten verrichten van werken en werkzaamheden, anders dan bedoeld in lid 7.6.1, onder de volgende voorwaarden:
Overtreding van het verbod van lid 7.6.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op economische delicten.
De voor 'Waarde - Archeologie 1a' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de functie 'Waarde - Archeologie 1a' voorrang heeft op de andere daar voorkomende functies.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 1a' aangegeven gronden.
Het in lid 8.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 8.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende functie(s), mits:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 8.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 1a' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het bevoegd gezag:
Het in lid 8.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.5.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 1a' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag.
Het in lid 8.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 8.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
De voor 'Waarde - Archeologie 2a' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische (verwachtings)waarden en archeologische vindplaatsen, waarbij de functie 'Waarde - Archeologie 2a' voorrang heeft op de andere daar voorkomende functies.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de mede voor 'Waarde - Archeologie 2a' aangegeven gronden.
Het in lid 9.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden.
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 9.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende functie(s), mits:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in lid 9.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2a' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het bevoegd gezag:
Het in lid 9.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 2a' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag.
Het in lid 9.6.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.6.1 wordt slechts verleend indien:
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen.
Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.6.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten binnen de functie 'Overige zone - IHCS - 1'.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in de artikelen 4, 5 en 6.
Op de gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Overige zone - IHCS - 1' mogen, ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten, geen gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere bouwhoogte dan 56 meter worden gebouwd.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voordat op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt beslist, wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit over de welstandsaspecten.