| Plan: | Bedrijventerrein De Kade |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80131-0301 |
Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. Provinciale Staten hebben deze op 1 oktober 2010 vastgesteld. De structuurvisie is opgebouwd uit twee delen (A en B) en een uitwerking.
Deel A
Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken. Die is: ‘samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.
Bedrijventerrein De Kade valt binnen de aanduiding 'Sterk stedelijk netwerk: Brabantstad' zoals opgenomen op de visiekaart. Het stedelijk netwerk Brabantstad wordt samen met de provincie gevormd door de steden Breda, Eindhoven, Helmond, ´s-Hertogenbosch en Tilburg. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar.
De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden. Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant.
Deel B
In deel B beschrijft de provincie vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken.
Bedrijventerrein De Kade is op de structurenkaart aangewezen als 'stedelijke structuur' - 'stedelijk concentratiegebied'. Binnen het stedelijk concentratiegebied dient de groei van verstedelijking opgevangen te worden. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden open houden. De provincie zet onder andere de verordening ruimte in om dit doel te bereiken.
Uitwerking structuurvisie
De provincie gaat geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkelen, maar geeft die onder andere vorm in de 'uitwerking gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze versterkt kunnen worden. Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Dit is niet van toepassing voor Bedrijventerrein De Kade.
De Verordening ruimte 2012 is op 1 juni 2012 in werking getreden. In de Verordening zijn regels opgenomen voor verschillende onderwerpen waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Per onderwerp zijn vervolgens de gebieden tot op perceelsniveau begrensd op een kaart. Hierdoor is duidelijk voor welke gebieden de regels gelden. Voor een paar onderwerpen zijn in de verordening regels opgenomen die rechtstreeks doorwerken naar de vergunningverlening bij gemeenten.
De onderwerpen die in de verordening staan komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Onderdeel van de verordening ruimte is een kaart die bestaat uit de volgende 7 lagen:
Hieronder wordt ingegaan op de kaartlagen die voor Bedrijventerrein De Kade van belang zijn.
Kaartlaag 1. Stedelijke ontwikkeling
Op kaartlaag 1 is Bedrijventerrein De Kade aangeduid als 'Bestaand stedelijk gebied; stedelijk concentratiegebied'.
Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Uitgangspunt van is dat het leeuwendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het als zodanig aangewezen stedelijk gebied is de gemeente in het algemeen vrij – binnen de grenzen van andere wetgeving – om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Wel bevat de Verordening ruimte specifieke regels voor nieuwbouw van woningen (artikel 3.5) en aan te leggen of uit te breiden bedrijventerreinen en kantorenlocaties (artikel 3.6), regels voor bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties (artikel 3.7) en regels voor bestaande en nieuw te vestigen bedrijven in kernen in landelijk gebied (artikel 3.8).
In het ruimtelijk beleid van de provincie wordt een sterk accent gelegd op een meer duurzame inrichting van bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Dit is een onlosmakelijk onderdeel van het provinciaal beleid dat zorgvuldig ruimtegebruik centraal stelt. Onder duurzaamheid verstaat de provincie dat zuinig met de ruimte wordt omgegaan, dat de inrichting van het bedrijventerrein bijdraagt aan onze milieudoelstellingen, dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan het aanzien (beeldkwaliteit) en dat de economische kwaliteit van het terrein optimaal is. Zuinig ruimtegebruik betekent ruimtelijk gezien dat de ruimte op bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties beter wordt benut, in het bijzonder door intensief en meervoudig ruimtegebruik. Mede daarom zet de provincie sterk in op de herstructurering van verouderde bedrijventerreinen en kantorenlocaties.
In artikel 3.7 zijn daarom regels opgenomen die bewerkstelligen dat genoemde aspecten van zuinig ruimtegebruik uitdrukkelijk aan bod komen in bestemmingsplannen ten behoeve van bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Daarnaast dient bij de herziening van het bestemmingsplan verantwoord te worden in hoeverre het in stand houden van de geldende bestemming met inbegrip van het tegengaan van oneigenlijk ruimtegebruik noodzakelijk is mede gelet op de afspraken die gemaakt zijn in het regionaal planningsoverleg over de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en kantorenlocaties of de uitbreiding van bestaande terreinen en locaties.
Bedrijventerrein De Kade
Bedrijventerrein De Kade is een bestaand, volledig ingevuld bedrijventerrein. Dit bestemmingsplan ziet niet op uitbreiding van het terrein, maar op actualisering van het planologisch juridische kader. Bij het opstellen van de planregels en de verbeelding is zoveel mogelijk geprobeerd zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik op dit bedrijventerrein te stimuleren met inachtneming van de bestaande situatie en de ligging van het terrein.
Bedrijventerrein De Kade is immers een binnenstedelijk bedrijventerrein (dichtbij het centrum en tussen woongebieden) waar vooral kleinschalige bedrijvigheid goed kan gedijen (zie ook paragraaf 2.3 ). Het bedrijventerrein richt zich dan ook niet meer op nieuwe grootschalige bedrijven met veel aan- en afvoerbewegingen en gaat nieuwe risicobronnen uit de weg. Het perspectief voor de Kade verandert naar meer diversiteit, kleinschaligheid en innovatieve bedrijven die tegemoet komen aan de ambities van Brainport.
De Kade is een gemengd bedrijventerrein. De meeste bedrijven die er gevestigd zijn, behoren tot milieucategorie 1 of 2, enkele bedrijven behoren tot milieucategorie 3 of 4. Gelet op de huidige situatie en de ligging van het bedrijventerrein, tussen woongebieden, staat het bestemmingsplan bedrijven behorende tot de milieucategorie 1 tot en met 3 toe. Bedrijven behorende tot de milieucategorieen 4 en 5 zijn uitsluitend toegestaan voorzover het bestaande situaties betreft. Met uitzondering van het DAF-terrein. Daar zijn in het midden ook nieuwe categorie 4 bedrijven toegestaan. Om tegemoet te komen aan zuinig ruimtegebruik zijn de maximale bebouwingspercentage zoals opgenomen in enkele van de vigerende bestemmingsplannen, in dit nieuwe bestemmingsplan achterwege gelaten.
Kaartlaag 5. Natuur en Landschap
Het kanaal dat door het plangebied loopt is op kaartlaag 5 aangeduid als:
'ecologische hoofdstructuur'
De aanduiding 'ecologische hoofdstructuur' (EHS) strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van het gebied. Dit is beschreven in het natuurbeheerplan. Artikel 4.2 van de verordening bepaalt dat in het bestemmingsplan regels ter bescherming van de ecologische waarden en kenmerken van het gebied dienen te worden opgenomen, rekening houdend met de overige aanwezige (cultuurhistorische) waarden en kenmerken. Gebruik van gronden en ontwikkelmogelijkheden op basis van een reeds geldende niet-natuurbestemming blijven in stand. Het is ook mogelijk dat de ecologische waarden en kenmerken worden aangetast door een activiteit of ontwikkeling buiten de EHS. In zo'n geval dient het bestemmingsplan voor die activiteit of ontwikkeling ertoe te strekken de negatieve effecten waar mogelijk te beperken dan wel te compenseren.
'zoekgebied voor ecologische verbindingszone'
Voor de ecologische verbindingszones geldt op basis van artikel 4.3 van de verordening een beperkt beschermingsregime. Het doel is de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone. Om te voorkomen dat het gebied hiervoor minder geschikt wordt stelt het bestemmingsplan beperkingen aan stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen, in het bijzonder voor wat betreft de daarmee verband houdende bebouwing. Daarnaast stelt het bestemmingsplan regels ten aanzien van verhardingen van meer dan 100m2.
'Zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen'
De aanduiding 'zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen' strekt tot de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen. Voor de gebieden met deze aanduiding gelden ruimtelijke beperkingen voor activiteiten die het realiseren van watersysteemherstel belemmeren of onnodig kostbaar maken. Deze beperkingen zijn opgenomen in artikel 5.7 van de verordening. De eerste beperking heeft tot doel het tegengaan van (nieuw) ruimtebeslag en bebouwing. De andere twee beperkingen hebben tot doel het reguleren (in de vorm van een vergunningenstelsel) van (nieuwe) verhardingen en van het ophogen van gronden. Bij de beoordeling van de aanvraag om een aanlegvergunning (onder de Wabo: omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde) dient het waterschap betrokken te worden.
Bedrijventerrein De Kade
In onderhavig plangebied heeft de EHS betrekking op het Eindhovens Kanaal. Het kanaal heeft de bestemming 'water'. De bescherming van de ecologische waarden en kenmerken vindt dan ook plaats via deze bestemming.
Voor wat betreft de zoekgebieden, deze betreffen niet alleen het Eindhovens Kanaal, maar ook de oevers en wegen langs het kanaal. De oevers in het plangebied dat binnen de Ring valt zijn allemaal verhard. Deze hebben de bestemming 'Verkeer'. Binnen deze bestemming zijn, met uitzondering van nutsvoorzieningen, geen gebouwen toegestaan. De oevers in het plangebied buiten de Ring, zijn gedeeltelijk verhard en gedeeltelijk groen. De groene oevers zijn in het bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'Groen'. Het overige heeft de bestemming verkeer.
De zoekgebieden zijn voorzien van de dubbelbestemming Waarde - Ecologie. In deze bestemming is een 'omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden' opgenomen voor: