direct naar inhoud van 3.3 Gemeentelijk beleid
Plan: Bedrijventerrein De Kade
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80131-0301

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad van Eindhoven vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit.

De kaart 'Ruimtelijk beleid' behorende bij de interimstructuurvisie bestaat uit twee lagen:
a. Ruimtelijke hoofdstructuur en
b. Gebruik van de ruimte

Kaartlaag a. Ruimtelijke hoofdstructuur
De onderdelen van de ruimtelijke hoofdstructuur vormen een raamwerk waarnaar het grondgebruik zich richt. De hoofdstructuur ligt grotendeels vast, in fysieke en/of beleidsmatige zin. Het gaat op hoofdlijnen om onderdelen als de hoofdwegenstructuur, spoorlijnen, waterlopen, het bebouwde gebied en de Groene Hoofdstructuur. De kaart geeft ook nieuwe, te ontwikkelen onderdelen van de hoofdstructuur aan. Deze zijn gearceerd of met een onderbroken lijn aangegeven. Op de kaart is Bedrijventerrein De Kade aangeduid als bebouwdgebied. Hieronder vallen alle woon- en werkgebieden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80131-0301_0005.png"

Kaartlaag b. Gebruik van de Ruimte
De kaartlaag brengt op hoofdlijnen en op stedelijk niveau de verdeling in beeld van het actuele én gewenste grondgebruik volgens vastgesteld beleid. Onderhavig plangebied is op de op deze kaartlaag aangeduid als 'Werken'. Hieronder vallen werkgerelateerde functies zoals industrie, research en ontwikkeling, handel, kantoren, grootschalige en perifere detailhandel, transport, bouwnijverheid en dienstverlening.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80131-0301_0006.png"

3.3.2 Nota bedrijventerreinen

Op 1 december 2009 heeft de gemeenteraad de nota bedrijventerreinen 'Profilering en samenwerking' vastgesteld. De nota geeft richtlijnen aan de invulling van bestaande en nog te ontwikkelen bedrijventerreinen die passen bij de toekomstige (gewenste) economische structuur van de gemeente. De grote bedrijventerreinen (meer dan 5 hectare) zijn onderverdeeld in drie categorieën:

  • Categorie A: terreinen met een (nog te ontwikkelen) specifiek bedrijfsprofiel, afgestemd op de economische structuur van Eindhoven.
  • Categorie B: terreinen die een belangrijke rol spelen in het faciliteren van gemengde MKB bedrijven, met onder meer een hogere milieucategorie (3-5).
  • Categorie C: terreinen, veelal centraal stedelijk gelegen, waarvan het huidige profiel onder invloed staat van brede ruimtelijk-economische ontwikkelingen in de stad.

Strategie
Bedrijventerrein De Kade behoort tot categorie B. De strategie voor deze terreinen is het bieden van terreinen met verschillende kwaliteit en uitstralingsniveau, met gerichte investeringen voor het realiseren van een basiskwaliteit voor de toekomst. Op de wat oudere terreinen binnen deze categorie (De Hurk en De kade) komt naar verwachting enige ruimte vrij door verplaatsing van bedrijvigheid naar de te ontwikkelen bedrijventerreinen BIC, Park Forum en Esp Noord. Deze vrijkomende ruimte moet zoveel mogelijk worden ingezet voor het reguliere MKB. Het MKB wordt daarbij door de gemeente gefaciliteerd door het bieden van terreinen met verschillende kwaliteit en uitstralingsniveau. De Hurk en De Kade zijn geschikt als doorgroeilocaties, met ook ruimte voor meer grootschalige bedrijfsontwikkelingen, een basis kwaliteitsniveau en een ligging nabij het stadscentrum.

Uitvoeringsprogramma
Op basis van de beschreven strategie is per bedrijventerrein een uitvoeringsprogramma opgesteld. De maatregelen die worden voorgesteld zijn onder te verdelen in maatregelen die:

  • de basiskwaliteit op de verschillende terreinen op peil brengt;
  • de gewenste aanvullende kwaliteit faciliteren;
  • maatregelen gericht op samenwerking en beheer.

In onderstaande tabel is het uitvoeringsprogramma voor de bedrijventerreinen in categorie B opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80131-0301_0007.jpg"

3.3.3 Ontwikkelingsvisie Kanaalzone

Voor bedrijventerrein De Kade is een visie opgesteld. Deze heeft medio 2009 als ontwerp ter inzage gelegen. De kern van de visie is versterking van de huidige ruimtelijk-economische structuur. De gemeente zet in op:

  • het behoud en het revitaliseren van het bedrijventerrein,
  • een goede relatie tussen wonen en werken,
  • meer mogelijkheden voor ontmoeting, uitwisseling en ontspanning en
  • een hogere belevingswaarde van het kanaal en directe omgeving.

Om dit te realiseren zijn een aantal aanpassingen in de visie opgenomen. Voor het bestemmingsplan is met name relevant dat het bedrijventerrein zich richt op bedrijven in de milieucategorieën 1 tot en met 3. Uitzondering hierop zijn categorie 4 bedrijven voorzover deze reeds op het bedrijventerrein gevestigd zijn. Daarnaast wordt het detailhandelscluster scherp begrensd.

3.3.4 Archeologische en cultuurhistorische waarden

Archeologie

De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologisch 2008-2012' , waarmee de raad in september 2008 heeft ingestemd. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente Eindhoven kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken.

De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, een onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid van de gemeente Eindhoven is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. In het plangebied worden geen archeologische waarden verwacht. Hier hoeft dan ook geen rekening mee te worden gehouden. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht art. 53 Monumentenwet 1988) direct gemeld te worden aan de Afdeling Archeologie van de gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of en zoja welke aanvullende maatregelen getroffen worden.

Cultuurhistorische waarden

Op 18 maart 2008 is de cultuurhistorische waardenkaart van Eindhoven vastgesteld. De kaart dient als beleidskader om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de stad rekening te kunnen houden met de cultuurhistorie van Eindhoven. De kaart geeft, naast rijks- en gemeentelijke monumenten een overzicht van de historische structuur van wegen en waterlopen, historisch waardevolle stedenbouwkundige en landschappelijke- en groenstructuren, beschermde stads- en dorpsgezichten en monumentale bomen. Bij de samenstelling van de kaart is onder andere gebruik gemaakt van de gegevens van de provinciale cultuurhistorische waardenkaart.

Op de kaart is de Geldropseweg aangeduid als 'historische wegenstructuur vóór 1900'. De Geldropseweg is aangelegd in 1860 en is een van de wegen die Eindhoven met de omringende dorpen en regio verbonden. Het Eindhovense Kanaal is aangeduid als 'historische waterloop'. Dit werd in 1846 door Eindhovense Kapitaalverschaffers gegraven als verbinding met de Zuid-Willemsvaart. De gevarieerde beplanting op de kaden aan weerszijden bestaat uit zomereik, gewone vlier, Amerikaanse vogelkers, witte els, moeraseik, plataan, blauwe bosbes, sporkehout, wilde lijsterbes, gelderse roos, es, zwarte els, zomereik, zomerlinde, populier, ruwe berk en koningsvaren. Tussen het jaagpad en het kanaal bevond zich oorspronkelijk geen begroeiing. Het geheel is een gave historische structuur en heeft ook ecologische waarde. Aan de zuidzijde van het kanaal staat een aantal monumentale bomen.

3.3.5 Verkeer en parkeren

Gemotoriseerd verkeer
In 1999 heeft het gemeentebestuur in het kader van Duurzaam Veilig de wegencategorisering vastgesteld. Hierbij is een onderscheid gemaakt in wegen met een verkeersfunctie (de gebiedsontsluitingswegen) en wegen met een verblijfsfunctie (de erftoegangswegen). Gebiedsontsluitingswegen zijn primair bedoeld voor de afwikkeling van het verkeer en moeten daarop als zodanig worden ingericht. In het plangebied van Bedrijventerrein de Kade zijn de Hugo van der Goeslaan (Ring), de Kanaaldijk zuid binnen de Ring en de Geldropseweg buiten de Ring ontsluitingswegen. Alle overige wegen in het gebied zijn onderdeel van het verblijfsgebied. Bij bedrijventerreinen vergt met name de toegankelijkheid voor vrachtverkeer maatwerk voor de inrichting van het verblijfsgebied.

Autoparkeren
Bij besluit van 27 juni 2008 hebben burgemeester en wethouders het parkeerbeleid en de daarbij behorende parkeernormen vastgesteld. Daarbij wordt in principe, conform de normen van het CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur) gewerkt met een minimum- en een maximumnorm. De parkeernormen zijn in bijlage 3 van de voorschriften opgenomen. In beginsel wordt altijd uitgegaan van een parkeeroplossing op eigen terrein. Indien op eigen terrein redelijkerwijs niet aan de parkeereis kan worden voldaan, dan kan onder voorwaarden een beroep gedaan worden op de openbare ruimte.

DAF

Op het bedrijventerrein van DAF Trucks N.V. is recent een verkenning uitgevoerd naar de parkeerbehoefte versus het beschikbare aanbod. Het resultaat van deze verkenning is samengevat in de notitie “20122019-02 DAF - Eindhoven: parkeerbehoefte versus parkeercapaciteit” d.d. 31 oktober 2012. De notitie is als bijlage aan deze toelichting gevoegd.

Uit het resultaat van deze verkenning is gebleken dat het parkeeraanbod op het DAF-terrein een restcapaciteit van ca. 600 parkeerplaatsen biedt. Dit heeft onder andere te maken met het vervoersmanagement van DAF Trucks N.V. waarbij medewerkers gemotiveerd worden om met het openbaar vervoer of de fiets naar het werk te komen dan wel te carpoolen. Bovendien zijn, door het werken in ploegendienst, afzonderlijke parkeerplaatsen voor bezoekers niet noodzakelijk.

Gelet op deze overcapaciteit is het niet noodzakelijk om bij elke bouwkundige wijziging aan de diverse gebouwen en/of realisatie van een verbouw, uitbouw of nieuw gebouw op gebouwniveau aan het vigerend parkeerbeleid van de gemeente Eindhoven te toetsen. Om de parkeerbehoefte versus de parkeercapaciteit te monitoren zal DAF Trucks N.V. de notitie “20122019-02 DAF - Eindhoven: parkeerbehoefte versus parkeercapaciteit” elke 5 jaar actualiseren. Op basis van deze 5 jaarlijkse actualisatie zal blijken of en wanneer de parkeerbezetting alsnog een kritische grens zal benaderen (lees: 90%). In dat geval zal DAF Trucks N.V. worden geadviseerd om de parkeercapaciteit verder uit te breiden.

Op basis van de inhoud van de notitie “20122019-02 DAF - Eindhoven: parkeerbehoefte versus parkeercapaciteit” kan dus geconcludeerd worden dat het bedrijventerrein van DAF Trucks N.V. de komende 5 jaar voldoende restcapaciteit biedt om de eventuele toename van de parkeerbehoefte als gevolg van ontwikkelingen op het terrein op te kunnen vangen. Het rapport dient als onderbouwing voor het afwijken van de parkeernorm (art. 18.2 van de regels) op het DAF terrein.

Openbaar vervoer
In de onderstaande afbeelding is de op dit moment geldende buslijn aangegeven. Bedrijventerrein de Kade wordt op dit moment ontsloten door de stadslijnen 5 en 10 en streekdiensten 20 en 24.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80131-0301_0008.jpg"

Wegen die onderdeel zijn van een busroute dienen zodanig te worden ingericht dat de overlast voor het openbaar vervoer wordt geminimaliseerd. Wijzigingen van busroutes zijn alleen mogelijk over wegen die voldoende ruimte en verkeersveilige en leefbare verkeersoplossingen (kunnen) bieden.

Fietsverkeer
De gemeente Eindhoven wil het gebruik van de fiets stimuleren. Hiertoe heeft zij een fietsroutenetwerk vastgesteld. Dit bestaat uit primaire stedelijke en regionale fietsroutes en de secundaire fietsroutes. Op een primaire fietsroute moet een fietser in principe non-stop en comfortabel kunnen fietsen. Voor deze routes gelden hoge kwaliteitseisen zoals brede, vrijliggende fietspaden in asfalt en voorrang op het kruisend verkeer. De secundaire fietsroutes hebben geen specifieke inrichtingseisen. Ook op deze fietsroutes kunnen echter speciale fietsvoorzieningen worden aangebracht om het fietsgebruik te stimuleren. Routes kunnen wijzigen, mits dit bijdraagt aan het stimuleren van het fietsgebruik. Er moet een aantoonbare verbetering voor de fiets zijn.

In het plangebied van bedrijventerrein de Kade liggen zowel primaire stedelijke en regionale als secundaire fietsroutes. De exacte locatie van het fietsroutes in aangegeven in onderstaande afbeelding. De status van de fietsroutes langs het kanaal is inmiddels gewijzigd ten opzichte van onderstaande afbeelding. De Kanaaldijk-Zuid (binnen en buiten de Ring) is de primaire en regionale fietsroute. Kanaaldijk-Noord (binnen en buiten de Ring) is een secundaire fietsroute.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80131-0301_0009.jpg"

3.3.6 Groen

Groenbeleidsplan
Het Groenbeleidsplan 2001, zoals op 5 november 2001 is vastgesteld door de gemeenteraad, heeft als doel het duurzaam veilig stellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardige groenstructuur met de daarin passende functies. Onder de groenstructuur wordt verstaan: het stelsel van terreinen en/of elementen met ecologische, waterhuishoudkundige, recreatieve en/of ruimtelijk structurerende betekenis.

Behoud van het bestaande groen is het uitgangspunt, evenals het (door)ontwikkelen van de groene kwaliteiten waar nodig. Het Groenbeleidsplan geeft in een kaart met zes ruimtelijke strategieën de kaders voor de ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot groen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.80131-0301_0010.png"

Figuur: Groen en recreatievoorzieningen

Onderhavig plangebied is op de kaart 'Groen en recreatievoorzieningen' uit het Groenbeleidsplan aangeduid als 'Structureel stadsgroen'. Deze gebieden zijn bedoeld voor groene dooradering van de stad, voor intensieve recreatie en ontspanning (parken), natuur en waterberging. Het beleid is gericht op het versterken van de functionaliteit van deze gebieden en het verbinden tot robuuste structuren. Toevoeging van niet-groene voorzieningen is slechts mogelijk als sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, als er geen alternatieven voorhanden zijn, als door een 'groen-inclusief ontwerp' de groene kwaliteit tenminste wordt gehandhaafd en als compensatie plaatsvindt van de per saldo verloren deel van de groenstructuur.

Verder is met een bolletjeslijn de aanduiding 'Natuurontwikkeling nader uit te werken' aangegeven. Deze geeft de ambitie aan om een verbinding tussen de EHS in Gijzenrooi en de EHS in het dal van de Kleine Dommel bij Urkhoven te realiseren. Binnen het plangebied loopt deze zone van de Geldropseweg over het terrein van DAF en daarbuiten verder langs de oever van de zwaaikom aan het Eindhovens Kanaal.

De overige delen van het plangebied zijn in het Groenbeleidsplan met de ruimtelijke strategie 'Stad, rood beeldbepalend' aangeduid. Groen heeft hier een ondersteunende functie of een recreatieve functie voor de woonomgeving. Het oppervlak groen binnen deze strategie zou niet verder moeten afnemen.

Kapbeleid Eindhoven: "Niet kappen tenzij"
Op 18 juni 2002 heeft het college de nota "Niet kappen, tenzij..." vastgesteld. De bedoeling van de nota is om een kapvergunning alleen te verlenen als er gegronde redenen worden aangedragen waarom de boom gekapt zou moeten worden. Wanneer bomen moeten wijken om een "rode" reden, dan is hieraan een compensatieverplichting verbonden. Onder "rode" reden worden alle motieven tot kap verstaan, die niet te maken hebben met het bomenbeheer zelf. In het kader van onderhavig bestemmingsplan worden geen bomen gekapt. Mochten er in het gebied kapvergunningsplichtige bomen gekapt worden, dan dient in het kader van de omgevingsvergunning een compensatieplan te worden opgesteld.

Bomenbeleidsplan 2008: Ruimte voor bomen
Het Bomenbeleidsplan 2008 'Ruimte voor bomen' is in april 2008 door de raad van de gemeente Eindhoven vastgesteld . Doel van het bomenbeleidsplan is het ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardig bomenbestand dat een duurzame bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit en het groene imago van Eindhoven. Het Bomenbeleidsplan vormt een bindend kader tot 2020. Het is een strategisch beleidskader voor de instandhouding en versterking van de Eindhovense boomstructuur.

In het Bomenbeleidsplan zijn de Hugo van der Goeslaan, de Jeroen Boschlaan en de beide kades/oevers van het Eindhovens Kanaal in de Bomenhoofdstructuur opgenomen. De bomenhoofdstructuur bestaat uit robuuste lijnvormige structuren op stedelijk niveau die een belangrijke bijdrage leveren aan oriëntering, routing en ecologie. De structuur bevindt zich hoofdzakelijk langs de hoofdinfrastructuur. Er wordt gestreef naar instandhouding of herstel en ontwikkeling van deze boomstructuur. De bomen in deze structuur hebben het label 'waardevol' gekregen hetgeen wil zeggen dat deze bomen in principe in stand moeten worden gehouden.

3.3.7 Detailhandelsnota

De detailhandelsnota "Ten minste houdbaar tot 2010" is op 19 december 2006 door de gemeenteraad vastgesteld. Uitgangspunt is om in principe geen substantiële uitbreidingen van detailhandel en geen (nieuwe) vestigingen van detailhandel toe te staan op bedrijventerreinen, behoudens als zodanig genoemd in specifiek aangegeven gebieden/zones. Reeds gevestigde bedrijven mogen gevestigd blijven en mogen uitbreiden (10% van het bvo per bestemmingsplanperiode) mits ze legaal gevestigd zijn. Op grond van deze beleidsnota is op bedrijventerrein De Kade de volgende detailhandel toegestaan:

  • PDV-cluster
    Bouwmarkten, keuken en sanitair, tuincentra, woninginrichting als geheel. Tot de branche 'woninginrichting' worden de volgende artikelgroepen gerekend: woon-, slaap-, badkamer-, tuin-, en kleinmeubel. Woningtextiel en meubelstoffen. Zonwering. Parket-, laminaat- en kurkvloeren. Vloerbedekking en vloerkleden.
  • Kanaaldijk Zuid 
    Geen detailhandel toegestaan
  • De Kade buiten de Ring
    'Grove bouwmaterialen'. Bij deze categorie is het van belang dat het volumineuze artikelen betreft. De benodigde oppervlaktes kunnen niet binnen de reguliere detailhandelsstructuur worden geaccommodeerd. Het zijn branches die doelgericht en zeer laag frequent door consumenten bezocht worden.

Productiegebonden detailhandel wordt wel op bedrijventerreinen toegestaan, mits het ondergeschikte verkoop c.q. levering van goederen betreft in een ter plaatse gevestigd bedrijf voor zover deze goederen in dat bedrijf zijn vervaardigd, bewerkt of hersteld. Detailhandel in voedings- en genotmiddelen zijn hiervan uitgezonderd.

3.3.8 Kantorennota

De Kantorennota is op 12 december 2005 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de kantorennota worden twee doelen beoogd:

  • 1. streven naar een evenwichtige verhouding van vraag en aanbod op de kantorenmarkt;
  • 2. het realiseren van een toetsingskader om aanvragen van marktpartijen te kunnen beoordelen.

De Eindhovense kantorenvoorraad is globaal in drie grotere kantorenmilieus te verdelen: centrum-, ring- en snelwegmilieu . Met deze milieus wordt ongeveer 80% van de Eindhovense markt gedekt. De overige 20% zijn verspreid buiten deze milieus gesitueerd, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen en langs de radialen. Een van de uitgangspunten van de kantorennota is geen grote solitaire kantoorlocaties op bedrijventerreinen. Op bedrijventerrein de Kade zijn geen grote solitaire kantoorlocaties gevestigd. In onderhavig bestemmingsplan wordt dit ook niet toegelaten. Alleen kantooractiviteiten voor zover deel uitmakend van en ondergeschikt aan de bedrijven op het bedrijventerrein, zijn toegestaan.

3.3.9 Maatschappelijke voorzieningen

Onder maatschappelijke voorzieningen wordt verstaan:

  • educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen,
  • voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie,
  • wooneenheden voor beschermd en/of verzorgd wonen en daarbij behorende voorzieningen,
  • voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en openbaar bestuur,
  • kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang.

In het plangebied ligt een aantal maatschappelijke voorzieningen: kindercentrum De Droomwereld en verslaafdenopvang Novadic. Dit zijn functies die niet gewenst zijn op een bedrijventerrein. De bestaande situaties worden positief bestemd, nieuwe maatschappelijke voorzieningen zijn niet toegestaan.

Daarnaast is het pand aan de Kanaaldijk Noord in gebruik door de Roeivereniging. In het verleden is vergunning verleend voor een bedrijfspand met opslagruimte. De gemeente heeft aan de roeivereniging toestemming verleend dit pand in gebruik te nemen. Het pand is als zodanig aangeduid opgenomen in de regels en op de verbeelding.

Een andere maatschappelijke voorziening op bedrijventerrein De Kade is de school aan de Ruysdaelbaan 7. Op deze locatie is de ROC opleiding Bouwkunde en Bouwtechniek gevestigd. Dit is een praktijkgerichte beroepsopleiding die past binnen de context van een bedrijventerrein. Dergelijke opleidingen zijn op deze locatie toegestaan.