| Plan: | Bedrijventerrein Eindhoven Airport |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80003-0301 |
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Luchtvaartwet. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden waarvan met ontheffing tot een bepaalde maximale hoogte mag worden afgeweken. De belangrijkste bronnen van geluidsoverlast worden hierna besproken.
Langs elke weg bevindt zich in principe een geluidszone. De geluidszone is in feite een (geluids-)onderzoeksgebied aan weerskanten van de weg. Het plangebied is gelegen in de geluidszone van de Anthony Fokkerweg. In het kader van “Duurzaam Veilig” zijn alle overige wegen in en nabij het plangebied 30 km per uur wegen geworden. Deze wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone zodat deze verder buiten beschouwing blijven.
De Wet geluidhinder maakt onderscheid tussen zogenaamde bestaande situaties en nieuwe situaties. Ingevolge het hoofdstuk “bestaande situaties” van de Wet geluidhinder behoeft voor de aanwezige geluidsgevoelige bebouwing geen nieuw akoestisch onderzoek te worden ingesteld. In het plangebied is geen sprake van “nieuwe situaties”.
Verder maakt de Wet geluidhinder onderscheid tussen geluidgevoelige en niet-geluidgevoelige bestemmingen. In het plangebied worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen geprojecteerd zodat ook daarom geen nader akoestisch onderzoek nodig is. Reconstructies van wegen - zoals bedoeld in de Wet geluidhinder - die leiden tot een toename van de geluidbelasting met 2 dB(A) of meer worden niet toegestaan.
Het plangebied is niet gelegen in de zone van een spoorweg zodat geen nader akoestisch onderzoek hoeft te worden ingesteld.
Op het nabij gelegen luchtvaartterrein ligt de proefdraaifaciliteit van de vliegbasis Eindhoven. Deze proefdraaifaciliteit wordt gebruikt om vliegtuigmotoren te beproeven na onderhoud of reparatie. Dit is een geluidszoneringsplichtige inrichting. Van rechtswege is sinds 1 juli 1993 een zone van kracht. Buiten deze zone mag de geluidbelasting vanwege het proefdraaien niet hoger zijn dan 50 dB(A). De zone strekt zich uit over het onderhavige plangebied.
Momenteel vindt besluitvorming plaats over een verplaatsing van de op het luchtvaartterrein aanwezige geluidzoneringsplichtige inrichting. In dat besluit wordt ingegaan op een nieuwe locatie van de inrichting en de bijbehorende geluidzone. Ook de nieuwe zone strekt zich uit over het onderhavige plangebied. De nieuwe geluidszone is vastgelegd op de verbeelding.
De vliegbasis Eindhoven (inclusief Eindhoven Airport) is een geluidzoneringsplichtige inrichting. De totale vliegbasis moet worden gezien als een geluidszoneringsplichtige inrichting. De geluidszone behelst dus niet alleen het geluid van het proefdraaien van vliegtuigmotoren maar ook het overige industriegeluid van de vliegbasis.
Dit bestemmingsplan staat de vestiging van nieuwe geluidzoneringsplichtige inrichtingen in het plangebied niet toe.
Bedrijventerrein Eindhoven Airport is niet bestemd als gezoneerd industrieterrein zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Zoneringsplichtige bedrijven (grote lawaaimakers) zijn in het plangebied op dit moment niet aanwezig en in het voorliggend bestemmingsplan niet toegestaan. Wettelijk is daarmee voldaan aan de Wet geluidhinder en hoeft er formeel geen onderzoek naar industrielawaai plaats te vinden. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het echter wenselijk om industrielawaai van niet zoneringsplichtige bedrijven in beeld te brengen. Door de gemeente Eindhoven is daartoe de "Nota geluid niet-gezoneerde bedrijventerreinen" vastgesteld (13 maart 2008). Dit beleid heeft tot doel in de omgeving van bedrijventerreinen te streven naar een prettige en gezonde woon- en leefomgeving. Concreet betekent dit dat de gemeente ten opzichte van woningen in de nabije omgeving vrijwillig gaat bepalen welke geluidsbelasting bedrijven op bedrijventerrein Eindhoven Airport gezamenlijk mogen hebben.
Ter uitvoering van het gemeentelijk beleid wordt de huidige en toekomstige geluidsruimte onderzocht. Voor vaststelling van dit bestemmingsplan zal dat onderzoek waarschijnlijk niet zijn afgerond. In het onderzoek zal worden uitgegaan van de maximale invulling van het nieuwe bestemmingsplan in combinatie met de verleende milieuvergunningen. Uitgaande van de huidige invulling en de maximale invulling van het bestemmingsplan wordt in kwantitatieve zin de benodigde geluidsruimte in beeld gebracht en wordt de toekomstige geluidscontour in relatie tot de omliggende woningen vastgesteld. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zal een geluidscontour worden bepaald die de maximale geluidsbelasting ten opzichte van de omgeving aangeeft. Alle toekomstige bedrijfsactiviteiten zullen qua geluidsproductie binnen deze contour moeten blijven. Voor zover de contour is gelegen buiten het plangebied, wordt te zijner tijd bij de herziening van de betreffende bestemmingsplannen de contour opgenomen. Voor het onderhavige plangebied wordt een verbod opgenomen om nieuwe geluidsgevoelige functies te realiseren.
De procedure tot vaststelling van het zonebesluit zal waarschijnlijk doorlopen worden nadat het onderhavige bestemmingsplan is vastgesteld. Toetsing aan de geluidszone zal plaatsvinden in het kader van de Wet Milieubeheer. Voor de woningen in het gebied rondom het bedrijventerrein kan in eerste instantie worden uitgegaan van een richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde.
Bij besluit van 18 december 2007 heeft de minister van Defensie het luchtvaartterrein Eindhoven aangewezen tot militair luchtvaartterrein waarvoor een geluidszone voor luchtvaartuigen geldt met een grenswaarde van 35 Kosteneenheden (Ke) en met de bijbehorende geluidcontouren behorende bij de maximale waarden 40, 45 , 55 en 65 Ke. Op dezelfde datum heeft de voormalige Minister van VROM, ingevolge artikel 26 van de Luchtvaartwet juncto artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), een besluit gegeven over de planologische doorwerking van het aanwijzingsbesluit. Beide aanwijzingsbesluiten zijn gepubliceerd in de Staatscourant van 27 december 2007 (nr. 250, pagina 13) en zijn in werking getreden per 29 december 2007.
Tegen deze besluiten is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op 5 augustus 2009 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroep beslist. Het beroep is gegrond verklaard en het besluit van de Staatssecretaris van Defensie en de voormalig Minister van VROM is gedeeltelijk vernietigd. Tevens is een voorlopige voorziening getroffen waarbij een bij de uitspraak behorende kaart met daarop een 35 Ke contour in de plaats treedt. Deze ke contour is in het onderhavige bestemmingsplan opgenomen.