| Plan: | Bedrijventerrein Eindhoven Airport |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80003-0301 |
Ten behoeve van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Welschap is door de SRE Milieudienst in juni 2007 een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. In het betreffende onderzoek werd geconcludeerd dat geen van de normen uit het Besluit luchtkwaliteit 2005 wordt overschreden. Per 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden (Saatsblad 2007, 434). Deze wet vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Omdat het bestemmingsplan na 15 november 2007 wordt vastgesteld, dient de luchtkwaliteit volgens de Wet luchtkwaliteit beschouwd te worden.
De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden (Staatsblad 2007, 434) en vervangt het Besluit luchtkwaliteit 2005. Met de Wet luchtkwaliteit wordt de wijziging van de Wet milieubeheer (met name hoofdstuk 5, onder titel 5.2) op het gebied van luchtkwaliteitseisen bedoeld. De aanleiding hiervan is de maatschappelijke discussie die ontstaan is als gevolg van de directe koppeling tussen ruimtelijke ordeningsprojecten en luchtkwaliteit. De directe koppeling had tot gevolg dat veel geplande (en als noodzakelijk of gewenst ervaren) projecten doorgang konden vinden in overschrijdingsgebieden. Bovendien moest voor ieder klein project met betrekking tot luchtkwaliteit een uitgebreide toets gedaan worden. Met de nieuwe Wet luchtkwaliteit en bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen en de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang laten vinden.
De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen.
In artikel 4 van het Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekende mate' (NIBM)' bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit geldt onder andere voor woningbouwlocaties die ingeval van één ontsluitingsweg niet meer dan 500 nieuwe woningen omvatten. Bij twee ontsluitingswegen mogen de uitbreidingslocaties 1.000 woningen bevatten. Voor kantoorlocaties gelegen aan één ontsluitingsweg geldt een drempel van 33.333 m2. Wanneer projecten wel in betekende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit dient luchtonderzoek uitgevoerd te worden waarbij getoetst wordt aan de normen.
De Nederlandse overheid zal de Europese Unie verzoeken om verlenging van de termijn (derogatie) waarbinnen de luchtkwaliteitseisen gerealiseerd moeten zijn. Als derogatie is verleend, zal het NSL in haar volle omvang in werking treden. Ook zullen de uitvoeringsregels rond saldering dan verruimd worden en zal de definitie van 'niet in betekende mate' verlegd worden van 1% naar 3% van de grenswaarde.
Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de Wet luchtkwaliteit c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen als:
Naast toetsing aan de Wet luchtkwaliteit dient altijd te worden onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Het bestemmingsplan Bedrijventerrein Eindhoven Airport betreft een conserverend plan en voorziet niet in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Een eventuele uitbreiding van kantooroppervlak in het plangebied is daarom ook zeer beperkt (veel lager dan de drempelwaarde van 33.333 m2). De invloed van eventuele uitbreidingen en wijzigingen binnen het plangebied op de luchtkwaliteit ter plaatse zal bepaald worden door de verkeersaantrekkende werking van de plannen.
De luchtkwaliteitseisen van de Wet luchtkwaliteit vormen geen belemmering voor de plannen wanneer de activiteit 'niet in betekende mate' bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (artikel 5.16 lid 1 onder c Wet milieubeheer). In artikel 4 van het Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Conform voorschrift 3B.1 van bijlage 3a van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) draagt een bouwplan niet in betekende mate bij aan de luchtkwaliteit wanneer het plan voorziet in de bouw van niet meer dan 33.333 m2 kantooroppervlak. Op basis van het gestelde in artikel 4 van het Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) kan geconcludeerd worden dat het bestemmingsplan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, aangezien het plan niet voorziet in de bouw van meer dan 33.333 m2 kantooroppervlak. Op basis van artikel 5.16, lid 1, aanhef en onder c Wet milieubeheer kan het bestemmingsplan zonder nader onderzoek doorgang vinden.