| Plan: | Bedrijventerrein Eindhoven Airport |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80003-0301 |
Het integraal gemeentelijk beleid is verwoord in het coalitieakkoord 2006-2010 'Eindhoven Eén' en in de Prioriteitennota. In beide stukken is op hoofdlijnen maatregelen op korte termijn beschreven. Over het onderhavige plangebied worden geen uitspraken gedaan. Wel wordt vermeld dat bij Eindhoven Airport een nieuwe terminal met parkeergarage en kantoren worden ontwikkeld. Hiervoor wordt een apart plan opgesteld.
Om de instrumenten van de Wet ruimtelijke ordening snel toe te kunnen passen, heeft het gemeentebestuur ervoor gekozen om op basis van al vastgesteld ruimtelijk beleid een Interimstructuurvisie 2009 vast te stellen. Hierin is de bestaande situatie opgenomen én de ruimtelijke ontwikkeling op basis van vastgesteld beleid. De interimstructuurvisie is eind 2009 vastgesteld. Het voornemen is om een definitieve structuurvisie in 2011 vast te stellen. Daarin zullen ook nieuwe ontwikkelingen worden opgenomen waarover de raad nu nog geen besluit heeft genomen.
De raad van de gemeente heeft op 12 december 2005 de Kantorennota vastgesteld. Met de kantorennota worden twee doelen beoogd:
Kantoren bij de luchthaven zijn opgenomen als kantorenvoorraad in de gemeente. De kantorenvoorraad is onderverdeeld in verschillende kantorenmilieus en deelgebieden. De kantoren bij de luchthaven vallen onder kantorenmilieu 'snelwegmilieu' en als deelgebied 'luchthavensegment'. Gesteld is dat op de locatie in het geldende bestemmingsplan is geregeld dat alleen bedrijven die luchthavengebonden zijn zich hier mogen vestigen. In het luchthavensegment zijn de gebouwen en het stratenpatroon relatief nieuw met een middelgroot schaalniveau. Deze middelgrote locatiestructuur geldt als een professionele omgeving waarin kleine en middelgrote kantoorgebruikers hun identiteit kunnen behouden. Door de nabijheid van de snelweg en de aanwezigheid van de luchthaven zijn er op de luchthaven met name ondernemingen met veel 'business-to-business' contacten gevestigd. Hieronder vallen ondernemingen binnen de computer-branche, groothandel en industrie. De omvang van het luchthavenmilieu is relatief gering. Circa 4% van de voorraad bevindt zich in dit gebied.
De luchthaven Eindhoven Airport (buiten doch aansluitend aan het plangebied) wil de huidige terminal uitbreiden met onder meer een kantorenprogramma. Hiervoor wordt te zijner tijd een aparte planologische procedure gevoerd.
Kantoor op bedrijventerrein Eindhoven Airport
De Detailhandelsnota Gemeente Eindhoven, "Tenminste houdbaar tot januari 2010" is op 19 december 2006 door de gemeenteraad vastgesteld. De hoofdlijnen van het beleid blijven voor perifere detailhandelsvestigingen van kracht met betrekking tot de branchegroepen die zich perifeer (dus buiten binnenstedelijke en stadsdeel-/wijk-/buurtgebonden winkelconcentraties) mogen vestigen. Hierbij wordt bij voorkeur uitgegaan van concentratie van aanbieders.
De branches worden onderverdeeld in 3 hoofdcategorieën.
_____________________________________________________________________________
Perifere Detailhandel categorie I
_____________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________
Perifere Detailhandel categorie II A + II B
_____________________________________________________________________________
II A. Auto's, boten, Caravans (ABC)
II B. Grove bouwmaterialen
_____________________________________________________________________________
Perifere Detailhandel categorie III
_____________________________________________________________________________
_____________________________________________________________________________
Op de Eindhovense bedrijventerreinen worden in het algemeen geen (nieuwe) vestigingen van detailhandel en geen substantiële uitbreidingen van detailhandel toegestaan. Op bedrijventerrein Eindhoven Airport geldt dat géén van bovenstaande categorieën van perifere detailhandel is toegestaan. Productiegebonden detailhandel wordt wel op bedrijventerreinen toegestaan, mits het ondergeschikte verkoop c.q. levering van goederen betreft in een ter plaatse gevestigd bedrijf voor zover deze goederen in dat bedrijf zijn vervaardigd, bewerkt of hersteld. Detailhandel in voedings- en genotmiddelen is hiervan uitgezonderd.
De gemeenteraad heeft op 5 november 2001 het Groenbeleidsplan 2001 vastgesteld. Dit beleidsplan geeft de hoofdlijnen weer van het gemeentelijke groenbeleid. Het is de richtinggevende basis voor een gebiedsgerichte planontwikkeling op lagere schaalniveaus. Gestreefd wordt naar een opwaardering van de groene ruimte in de stedelijke gebieden. Er wordt voorts ingespeeld op de toenemende behoefte om de natuur sterker te laten doorklinken in het ruimtelijke beleid. Gestreefd wordt naar een stad met een hoogwaardig groen woon- en werkklimaat.
Om een gewenste differentiatie in de groenstructuur te kunnen vastleggen is de stad verdeeld in zes strategieen. Voor bedrijventerrein Eindhoven Airport is de strategie 'Stad, rood beeldbepalend' van toepassing. Het groen binnen het plangebied heeft een ondersteunende functie aan de stedelijke identiteit (aankledingsgroen).
De te volgen strategie voor de Luchthavenweg is 'te ontwikkelen tot nieuwe (groene) beelddrager'. Om Eindhoven als groene stad te profileren is het nodig om het aantal boven de middelmaat uitstekende groenobjecten verder uit te breiden en om er op een expressievere , meer dynamische wijze, vorm aan te geven. Het is in ieder geval gewenst om in het centrum het groen een rol te laten spelen in de belevingskwaliteit.
Luchthavenweg
In het kader van Duurzaam Veilig heeft het gemeentebestuur de wegencategorisering vastgesteld en daarmee impliciet de verblijfsgebieden. De wegen met een verkeersfunctie, de zogenaamde gebiedsontsluitingswegen, zijn primair bedoeld voor de afwikkeling van het verkeer en moeten daarop als zodanig worden ingericht. Voor Bedrijventerrein Eindhoven Airport is dit de Luchthavenweg. Alle overige wegen zijn in principe onderdeel van het verblijfsgebied. Bij bedrijventerreinen wordt dit in tegenstelling tot woongebieden, niet ingericht als 30 km/u gebied. Op bedrijventerreinen worden derhalve geen wegen bestemd tot 'Verkeer- verblijfsgebied'.
Wegen en fietsroutes in plangebied
Bij besluit van 27 juni 2008 hebben burgemeester en wethouders het parkeerbeleid en de daarbij behorende parkeernormen vastgesteld. Daarbij wordt in principe, conform de normen van het CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur), gewerkt met een minimum- en maximumnorm. De parkeernormen zijn in Bijlage 4 van de voorschriften opgenomen.
In principe dient geparkeerd te worden op eigen terrein. Indien redelijkerwijs op eigen terrein niet aan de parkeereis kan worden voldaan, dan kan voor het bezoekersdeel onder voorwaarden een beroep gedaan worden op de openbare ruimte.
In dit bestemmingsplan is het bedrijfsmatig aanbieden van parkeerplaatsen in een bebouwde voorziening of op een onbebouwde voorziening, anders dan voor werknemers en bezoekers van het eigen bedrijf, niet toegestaan. Parkeerbedrijven zijn expliciet als strijdig gebruik aangemerkt. Het betreft in ieder geval autoparkeerterreinen en/of parkeergarages met SBI-code 5221 (SBI-2008). Dit is in lijn met het bovengenoemde parkeerbeleid, namelijk dat parkeren in beginsel op eigen terrein dient plaats te vinden.
Voor het parkeerbedrijf van Autobedrijf Kapteijns v.o.f., Luchthavenweg 51, wordt een uitzondering gemaakt. Reden hiervoor is dat het een bestaande situatie betreft, waarvoor een handhavingsprocedure is doorlopen en waarvoor tenslotte op 08 juni 2011 (verzonden 09 juni 2011) een omgevingsvergunning is verleend. Deze omgevingsvergunning wordt nu vertaald in dit bestemmingsplan door het parkeerbedrijf op dit perceel positief te bestemmen. De omgevingsvergunning is als bijlage opgenomen bij de toelichting van dit bestemmingsplan.
Bedrijventerrein Eindhoven Airport wordt ontsloten met de Hoogwaardig Openbaar Vervoers-as (HOV-as). De HOV-as ligt op vrij liggende infrastructuur en leidt via de Luchthavenweg naar Eindhoven Airport. Er is ook een taxistandplaats aanwezig.
Over de HOV lijn rijden Phileasvoertuigen: een hoogwaardig, energiezuinig, milieuvriendelijk voertuig op banden, dat elektronisch geleid wordt in combinatie met hoogwaardige infrastructuur. De voertuigen rijden naar centraal station Eindhoven, Veldhoven centrum en de regionale luchthaven Eindhoven Airport.
De gemeente Eindhoven stimuleert het gebruik van de fiets. Hiertoe heeft zij een fietsroutenetwerk vastgesteld. Dit bestaat uit primaire stedelijke en regionale fietsroutes en secundaire fietsroutes. Op een primaire fietsroute moet een fietser in principe non-stop en comfortabel kunnen fietsen. Hiervoor gelden hoge kwaliteitseisen zoals brede, vrijliggende fietspaden in asfalt en voorrang op het kruisende verkeer. De secundaire fietsroutes in Eindhoven hebben geen specifieke inrichtingseisen. Toch is het mogelijk om ook hier speciale fietsvoorzieningen aan te brengen om het fietsgebruik te stimuleren. Routes kunnen wijzigen, mits dit bijdraagt aan het stimuleren van het fietsgebruik. Er moet een aantoonbare verbetering voor de fiets zijn. Er liggen geen primaire fietsroutes in het plangebied. Een secundaire fietsroute is geprojecteerd langs de Jan Olieslagersweg.
Vliegbasis Eindhoven is een militair terrein met medegebruik voor burgerluchtvaart. 'Vliegbasis Eindhoven' is de term voor het militair gedeelte van het luchtvaartterrein. 'Eindhoven Airport' is de term voor het civiele gedeelte van het luchtvaartterrein. Binnen een regionaal overleg worden afspraken gemaakt over het burgervliegverkeer zoals vliegtijden, groei, monitoring en handhaving.
Op 4 augustus 2004 is de Circulaire transport gepubliceerd en op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van kracht geworden. In het kader van deze circulaire en dit besluit dienen planontwikkelingen en bestemmingsplanwijzigingen te worden getoetst aan de normen voor het plaatsgebonden risico en dient te worden verantwoord wat de consequenties zijn voor het groepsrisico.
Het plaatsgebonden risico (PR) is gedefinieerd als de plaatsgebonden kans, per jaar, op overlijden voor een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met een bepaalde activiteit. Het PR wordt weergegeven met contouren, die aangeven wat de maximaal toelaatbare overlijdenskans is voor een individu:
Dit betekent voor nieuwe situaties dat de grenswaarde wordt overschreden als zich woningen of andere kwetsbare objecten bevinden tussen de 10-6 risicocontour en de risicobron. Voor bestaande situaties is de grenswaarde gesteld op 10-5 per jaar; voorts geldt een inspanningsverplichting om voor kwetsbare objecten per 2010 te voldoen aan de grenswaarde 10-6 per jaar. Deze grenswaarden zijn juridisch harde normen.
Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans per jaar dat een aantal personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en/of risicovol object en er zich een ongewoon voorval binnen die inrichting voordoet waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het GR is een toetsingswaarde waarin de kans op groepen slachtoffers is verwerkt. Het is gekoppeld aan personendichtheid binnen het invloedsgebied van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het resultaat van een groepsrisicoberekening is een grafiek (FN-curve). In deze grafiek staat op de F-as de kans op een calamiteit uitgedrukt en op de N-as het aantal potentiële slachtoffers. De toetsingswaarde voor het groepsrisico is een oriëntatiewaarde, in de zin dat het bevoegde gezag de mogelijkheid heeft om hiervan af te wijken, mits gemotiveerd.
Er is een verantwoordingsplicht opgenomen ten aanzien van de hoogte van het groepsrisico.
Dit betekent dat er een politieke afweging moet worden gemaakt van de risico's tegen de maatschappelijke baten en kosten van een risicovolle activiteit. Ongeacht de hoogte van het groepsrisico zal men zich altijd de vraag moeten stellen of ook de fysieke veiligheid voldoende is gewaarborgd, óók (of zelfs: juist) als de groepsrisicocurve de oriënterende waarde niet overschrijdt. Bij een overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico of een toename van het groepsrisico moeten de beslissingsbevoegde overheden het groepsrisico betrekken bij de vaststelling van een vervoersbesluit (bijvoorbeeld de vaststelling van een wegtracé op basis van de Tracéwet) en/of een omgevingsbesluit (bijvoorbeeld de vaststelling van een bestemmingsplan).
Onderstaand zijn in verschillende paragrafen uitkomsten verwoord ten aanzien van externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle inrichtingen en/of objecten.
De gemeente Eindhoven heeft de visie Externe Veiligheid: 'Risico's de maat genomen' opgesteld. De gemeenteraad heeft de visie op 19 mei 2009 vastgesteld waardoor het een kaderstellend beleidsstuk is geworden. Dit betekent dat locale ruimtelijke besluiten en milieubeheervergunningen vanuit de visie kunnen worden gemotiveerd.
Met de visie Externe Veiligheid wordt richting en uitwerking gegeven aan een verantwoord veilige, integrale invulling van duurzame ruimtelijke ontwikkeling passend binnen de Brainportontwikkelingen en het Programma Brabant veiliger. In de visie wordt aangegeven waar ruimte bestaat voor nieuwe risicovolle bedrijvigheid en onder welke veiligheidsverhogende condities dat mogelijk is. Tevens wordt aangegeven waar in de stad geïnvesteerd dient te worden in een beter niveau van beheersbaarheid. Tot slot wordt beschreven waar de veiligheid in de bestaande woonomgeving door het 'aanpakken' van bestaande knelpunten kan worden verbeterd.
In het gebiedsgericht locatiebeleid worden vijf gebiedscategorieën onderscheiden. Bedrijventerrein Eindhoven Airport is aangemerkt als een 'categorie B'-gebied.
De ambitie voor externe veiligheid karakteristiek van gebied B is dat in deze gebieden:
Uitbreiding van risicovolle bedrijven is in een categorie B-gebied alleen toegestaan als vanuit de zelfredzaamheid en hulpverlening het risico ook geaccommodeerd kan worden.
Voorwaarden hierbij in deze gebieden is bij bestaande situaties het plaatsgebonden risico (PR) 10-6 zo klein mogelijk houden door middel van de Best Bestaande Technieken.
Voor de categorie B-gebieden zijn onderstaand de belangrijkste ambities ten aanzien van de plaatsgebonden risicocontour (PR) 10-6/jaar uiteengezet:
De algemene ambitie ten aanzien van het groepsrisico (GR) voor de categorie B-gebieden is als volgt omschreven. De toelaatbaarheid van een activiteit wordt bepaald op grond van alle aspecten van de verantwoordingsplicht. In elk geval geldt dat permanente opslag van tot vloeistof verdichte brandbare gassen (zoals LPG, propaan, e.d.) in bulk > 1 m³ ondergronds moet plaatsvinden.
Gebiedseigen beïnvloeding:
Omgevingsbeïnvloeding:
Zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid
In december 2001 is 'Vitaal Verleden', een gemeentelijke nota over cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ontwikkeling, vastgesteld. Hierin wordt het monumentenbeleid beschreven.
In het voorliggende plan Bedrijventerrein Eindhoven Airport bevinden zich geen monumentale of cultuurhistorisch waardevolle panden.
Het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg staat in het teken van het behoud en het beheer van het archeologisch erfgoed. Op gelijke voet staat het streven naar het gebruik van het archeologisch erfgoed als inspiratiebron voor de ruimtelijke inrichting. Dit beleid geldt voor alle cultuurhistorische waarden, dat wil zeggen voor zowel archeologische als voor historisch-geografische en historisch-bouwkundige en stedebouwkundige waarden. Het rijksbeleid is mede gebaseerd op het Verdrag van Malta (1992).
Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het rijksbeleid voor de archeologische monumentenzorg. Zo is als essentieel element opgenomen dat in ruimtelijke planvorming rekening gehouden dient te worden met het archeologisch erfgoed. Voor archeologisch waardevolle terreinen en voor gebieden met een (middel)hoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed moeten bij voorgenomen ruimtelijke activiteiten de archeologische waarden door middel van tenminste een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Gestreefd moet worden naar behoud ter plaatse door middel van inpassing. Alleen in het uiterste geval, als behoud ter plaatse niet mogelijk is, kan worden overgegaan tot archeologische opgravingen. De veroorzaker van de verstoring is verantwoordelijk voor de kosten die nodig zijn om de archeologische informatie die in de bodem ligt opgeslagen, veilig te stellen.
De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het archeologisch beleidsplan uit 1999. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. In het beleidsplan wordt geconstateerd dat de laatste vijf decennia meer dan 60 % van het gemeentelijk bodemarchief verloren is gegaan, terwijl het archief fundamentele gegevens herbergt over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen nagenoeg ontbreken. Voor de vroegste geschiedenis van de stad zijn we zelfs volledig aangewezen op de archeologische ondergrond. De stadsbranden van 1486 en 1554 hebben de middeleeuwse stadsarchieven vrijwel compleet verwoest. Overigens bevinden zich in de gemeente Eindhoven ook archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Aansluitend op het Verdrag van Malta is in het gemeentelijke beleid opgenomen dat plannen met betrekking tot de ruimtelijke ordening structureel en in een vroeg stadium worden getoetst op archeologische waarden.
Belangrijke instrumenten op rijksniveau zijn de Archeologische Monumentenkaart (AMK, Rijksdienst voor archeologie cultuurlandschap en monumenten) en de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW, Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek 2005). Op provinciaal niveau is dat de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant.
Op de AMK staan terreinen waarvan bekend is dat ze daadwerkelijk een archeologische waarde hebben. Voor een deel zijn de archeologische monumenten beschermd ex artikel 3 van de Monumentenwet 1988. Voor een deel betreft het archeologische monumenten waarvoor deze bescherming (nog) niet gerealiseerd is, maar waarvoor wel een planologische bescherming noodzakelijk is. Op de IKAW en de CHW staan gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde en gebieden waar geen verwachtingswaarde van bekend is. Deze laatste categorie betreft veelal stads- en dorpskernen. Deze terreinen zijn echter archiefplaatsen van de bewoningsgeschiedenis van Noord-Brabant en verdienen het om op lokaal niveau beschermd te worden.
Op de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) van de RACM, die de basis vormt voor de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant, ligt binnen het gebied een smalle zone met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Dit deel van het plangebied is echter deels ingericht met bedrijven. Verder heeft er ondergronds een voormalige benzineopslag van de Vliegbasis Eindhoven gelegen. De eventuele archeologische ondergrond zal hierdoor grotendeels vernietigd zijn. Van het plangebied zijn geen archeologische waarnemingen bekend en er zijn geen historische gegevens bekend die aanleiding geven voor een archeologische verwachting binnen het gebied.
Archeologische waarde en archeologische verwachtingswaarde
In 1999 zijn het Archeologisch Beleidsplan en de Archeologische Verwachtingskaart van de gemeente Eindhoven vastgesteld. De gemeentelijke Archeologische Verwachtingskaart is actueler en gedetailleerder dan de rijks- en provinciale kaarten. Het beleid van de gemeente Eindhoven is uit te gaan van de gemeentelijke verwachtingskaart. Alle terreinen die op deze kaart zijn opgenomen hebben een hoge archeologische verwachtingswaarde. Volgens de gemeentelijke archeologische waardenkaart kent het gebied geen bekende archeologische waarden of archeologische verwachtingen. Ook de Archeologische Monumentenkaart (AMK) van Noord-Brabant van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) kent binnen het gebied geen bekende archeologische waarden.
Sinds 1989 is er een ondernemersvereniging actief voor bedrijven op bedrijventerrein Eindhoven Airport, Ondernemerskontakt Eindhoven Airport (OKEA). Het doel is de collectieve belangenbehartiting en de versteviging van de onderlinge contacten ter hand te nemen. De ondernemersvereniging OKEA heeft het initiatief genomen om in een gezamlijke aanpak een project in het kader van duurzame bedrijventerreinen te starten: duurzame revitalisering Eindhoven Airport Bedrijventerrein (DEAB).
De belangrijkste bevindingen uit de eindrapportage van april 2005 zijn:
1. Bewegwijzering
De werkgroep bewegwijzering heeft een aantal verbetervoorstellen ontwikkeld die op korte termijn ingevoerd kunnen worden.
2. Beveiliging
Er wordt getracht te komen tot een effectief collectief beveiligingsconcept. De implementatie van de collectieve beveiliging vindt al plaats waarbij gestart is met Flight Forum. Eindhoven Airport sluit daar op aan.
3. Vervoersmanagement
Een goede bereikbaarheid is een belangrijk aandachtspunt. De relatie met Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) is daarbij van belang. Er is toelichting gegeven over de mogelijkheden van het HOV met als doel het gebruik ervan te bevorderen. Naar aanleiding van de resultaten en aanbevelingen uit het Gebiedsmobiliteitsplan is geconcludeerd dat er onvoldoende aanknopingspunten naar voren zijn gekomen om verdere concrete vervoersmanagementinitiatieven te ontwikkelen.
Voor het bestemmingsplan is verder van belang dat er onder de ondernemers belangstelling bestaat voor faciliteiten als kinderopvang, fitnesscenter en restaurant. Op Flight Forum wordt gedacht aan een facilitair centrum om dergelijke functies mogelijk te maken.