| Plan: | Bedrijventerrein Eindhoven Airport |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.80003-0301 |
In het Streekplan Noord-Brabant 2002 - 'Brabant in Balans' wordt de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de provincie tot 2020 weergegeven. Het plan heeft een looptijd van 10 jaar. Om de realisatie van dit ruimtelijk toekomstbeeld dichterbij te brengen heeft de provincie een ontwikkelingsprogramma opgesteld met concrete maatregelen en activiteiten. Dit ontwikkelingsprogramma heeft een tweejaarlijks voortschrijdend karakter.
De provincie streeft ernaar om de economische, ecologische en sociaal-culturele kwaliteiten meer met elkaar in balans te brengen, zodat het voor iedereen prettig wonen, werken en recreëeren is in Noord Brabant. Het streekplan heeft daarom als hoofddoel: "zorgvuldiger omgaan met de Brabantse ruimte". Om dit hoofddoel te bereiken heeft de provincie vijf leidende principes voor het ruimtelijk beleid voor de periode tot 2020 geformuleerd:
Evenals in het vorige streekplan krijgt het beleid ten aanzien van de stedelijke regio's verder vorm in de uitwerkingsplannen. Het streekplan bevat regels waar deze uitwerkingsplannen aan moeten voldoen. De hierin genoemde reserveringen voor werken en wonen zijn indicatief omdat vanwege conjunturele economische schommelingen deze niet op voorhand precies in te schatten zijn. Gelet op het hoofddoel betekent dit dat op provinciale schaal het leeuwendeel van de woningbouw en de aanleg van de bedrijventerreinen en infrastructuur zal moeten plaatsvinden binnen de vijf stedelijke regio's.
De stedelijke regio's zullen zich kunnen ontwikkelen tot complete stedelijke gebieden met een aantrekkelijke diversiteit aan woon-, werk- en leefmilieu's. Hierbij dient bijzondere aandacht te zijn voor de bereikbaarheid, groen, milieu, recreatiemogelijkheden dicht bij huis en verbrede landbouw die inspeelt op de vraag vanuit de steden.
Zuinig ruimtegebruik is een belangrijke beleidslijn in het Streekplan. De provincie wil de groei en spreiding van stedelijk ruimtebeslag afremmen en stimulieren dat nieuwe ontwikkelingen geconcentreerd plaatsvinden. De mogelijkheden binnen het bestaande stedelijk gebied dienen zo goed mogelijk benut te worden bij de invulling van ruimte voor wonen en werken. Getracht wordt om dit vorm te geven door het toepassen van zuinig ruimtegebruik.
Eindhoven Airport is aangemerkt als een stedelijk knooppunt. Bij de luchthaven worden in hoog tempo bedrijventerreinen ontwikkeld (Flight Forum), welke een belangrijke economische basis leggen onder de luchthaven. De luchthaven wordt ontsloten door een opgewaardeerde HOV lijn (Phileas).
Het Streekplan is inmiddels opgevolgd door de Interimstructuurvisie Noord-Brabant die weer is opgevolgd door de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. Omdat het Streekplan en de hierna volgende beleidsbrief relevant zijn voor dit bedrijventerrein en bovendien inhoudelijk nog actueel zijn, zijn deze toch nog in de toelichting opgenomen.
Het provinciaal beleid omtrent bedrijventerreinen is neergelegd in de Beleidsbrief "Bedrijventerreinen, zelfstandige kantoorvestigingen, detailhandel en voorzieningen" en vastgesteld op 20 juli 2004. Het provinciaal beleid streeft ernaar om oneigenlijk gebruik van bedrijventerreinen te voorkomen. Dit betekent dat bedrijven behorende tot milieucategorie 1 en 2, bedrijfswoningen, zelfstandige kantooractiviteiten en voorzieningen die niet gerelateerd zijn aan het bedrijventerrein geweerd moeten worden op bedrijventerreinen. Deze activiteiten zijn immers goed elders inpasbaar, bijvoorbeeld in een woonmilieu of gemengd milieu.
De uitgeefbare ruimte op bedrijventerreinen dient in het algemeen beschikbaar te zijn voor bedrijfsactiviteiten die vanwege hun milieuhinder, omvang en /of verkeersaantrekkende werking niet in een gemengd gebied of woongebied passen. Uit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik dient oneigenlijk gebruik van bedrijventerreinen te worden voorkomen. Zelfstandige kantooractiviteiten worden op basis van provinciaal beleid goed inpasbaar in een woonomgeving of gemeng gebied geacht. De vestiging op een bedrijventerrein past niet binnen het beleid voor zuinig ruimtegebruik. Zelfstandige kantoorvestigingen dienen in de regel te passen binnen de aard, schaal en functie van de kern en moeten leiden tot een versterking van de ruimtelijke structuur. Voor stedelijke regio's gelden de volgende criteria:
Op bedrijventerrein Eindhoven Airport zijn zelfstandige kantoren gevestigd. Gezien het provinciale beleid om zelfstandige kantoren uit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik op bedrijventerreinen te weren, zijn zelfstandige kantoren uitsluitend toegestaan op de als zodanig op de verbeelding aangewezen locaties en verder voor zover bestaand.
Op 27 juni 2008 heeft Provinciale Staten van Noord-Brabant de Interimstructuurvisie Noord-Brabant - 'Brabant in Ontwikkeling' vastgesteld. De Wet ruimtelijke ordening welke op 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht overheden tot het opstellen van een ruimtelijke structuurvisie. De Interimstructuurvisie bevat in hoofzaak bestaand ruimtelijk beleid zoals opgenomen in het Streekplan Noord-Brabant 2002 - 'Brabant in balans'. Nieuw in de visie is de Uitvoeringsagenda 2008-2009 waarin is aangegeven hoe de provinciale doelen worden bereikt.
Gedeputeerde Staten zijn overgegaan tot nadere concretisering van de beleidskaders zoals opgenomen in de Interimstructuurvisie en hebben dit vormgegeven door vaststelling van de zogenaamde Paraplunota. In de Paraplunota bevestigen GS dat bestaande beleidsnota's ook onder de Wro uitgangspunt van hun beleid en handelen vormen. De bestaande beleidsnota's betreffen onder meer de uitwerkingsplannen voor de stedelijke en landelijke regio's en de beleidsbrief "Bedrijventerreinen, zelfstandige kantoorvestigingen, detailhandel en voorzieningen".
Het plangebied is in het uitwerkingsplan Zuidoost-Brabant aangeduid als 'stedelijk gebied, beheer en intensivering'. Het beleid is gericht op beheer van de bestaande kwaliteiten. Intensivering van het ruimtegebruik en aanpassing van het stedelijk gebied kan nodig zijn.
Inmiddels is de Paraplunota met ingang van 1 juni 2010 ingetrokken. Dit vanwege de invoering van de provinciale Verordening Ruimte, fase 1. De Interimstructuurvisie is inmiddels vervangen door de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. De provincie geeft aan dat dit niet betekent dat daarmee ook alle plannen en beleidsnota’s die middels deze stukken gebundeld waren, vervallen zijn. Zij vormen echter niet langer het directe beoordelingskader voor gemeentelijke plannen.
Gedeputeerde Staten hebben op 20 juli 2010 de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening vastgesteld. Op 1 oktober 2010 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie vastgesteld. De Structuurvisie is de opvolger van de Interimstructuurvisie Noord-Brabant en van het daarvoor geldende Streekplan Noord-Brabant 2002 - 'Brabant in Balans'. Deze nieuwe structuurvisie bevat een overzicht van de ruimtelijke belangen, doelen en hoofdlijnen van het Brabantse ruimtelijk beleid. In de uitvoeringsagenda komt te staan welke juridische, financiële en/of communicatieve instrumenten de provincie Noord-Brabant inzet om haar beleid te realiseren.
In de Structuurvisie zijn 13 provinciale ruimtelijke belangen benoemd:
1 Regionale contrasten
2 Een multifunctioneel landelijk gebied
3 Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem
4 Een betere waterveiligheid door preventie
5 Koppeling van waterberging en droogtebestrijding
6 Ruimte voor duurzame energie
7 Concentratie van verstedelijking
8 Sterk stedelijk netwerk: BrabantStad
9 Groene geledingszones tussen steden
10 Goed bereikbare recreatieve voorzieningen
11 Economische kennisclusters
12 (Inter)nationale bereikbaarheid
13 Beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur
De vijf grote steden (Eindhoven, Helmond, Den Bosch, Tilburg en Breda) van BrabantStad ontwikkelen zich tot (hoog)stedelijke concentraties voor wonen, werken en voorzieningen. De provincie wil grootschalige stedelijke ontwikkelingen met een bovenregionaal karakter concentreren in de vijf grote Brabantse steden. Daarom wordt de zoekruimte voor nieuwe grootschalige, bezoekersintensieve voorzieningen met een bovenregionaal en stedelijk karakter, beperkt tot de hoogstedelijke zones.
De provincie stimuleert de herontwikkeling van een aantal gebieden langs spoor- en snelwegen en kanaalzones in de hoogstedelijke zones. De inzet richt zich met name op het versnellen van de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. De ontwikkeling van stedelijke knooppunten draagt bij aan een hoogwaardig vestigingsklimaat in het stedelijk concentratiegebied. De provincie wil daarom dat nieuwe, bezoekersintensieve stedelijke voorzieningen, met een bovenlokaal verzorgingsgebied, op stedelijke knooppunten tot ontwikkeling komen. Stedelijke knooppunten zijn of worden goed ontsloten en ook per openbaar vervoer en fiets goed bereikbaar.
Goederenknooppunten zijn locaties die multimodaal en minstens bimodaal zijn (of kunnen worden) ontsloten, die geschikt zijn voor bedrijven die afhankelijk zijn van een multimodale ontsluiting en die gericht zijn op de overslag van goederen. Om een verschuiving van de vervoersmodaliteit weg naar een andere (spoor en/of water) te bevorderen (modal shift) wil de provincie de ruimte rond deze knooppunten vooral reserveren voor bedrijven die daarvan afhankelijk zijn. Zo ontstaat een betere transportefficiëntie, een betere benutting van de infrastructuur en kunnen goederenstromen beter gebundeld worden (logistieke clustering).
Uit het voorgaande blijkt dat het bedrijventerrein Eindhoven Airport past binnen de uitgangspunten van de provinciale structuurvisie.
De provincie Noord-Brabant heeft regels opgesteld waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij de ontwikkeling van bestemmingsplannen: de provinciale Verordening Ruimte. De onderwerpen die in de verordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. De verordening is een van de instrumenten om de provinciale belangen veilig te stellen. De regels in de verordening gelden voor gemeenten en niet rechtstreeks voor burgers. Op 23 april 2010 hebben Provinciale Staten de Verordening Ruimte fase 1 vastgesteld. De Verordening Ruimte is op 1 juni 2010 in werking getreden.
Ten aanzien van de stedelijke ontwikkeling heeft de provincie aangegeven waar het bestaand stedelijk gebied en de zoekgebieden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen een plek kunnen krijgen. Ook de ecologische hoofdstructuur (EHS) is aangegeven en heeft tot doel om te komen tot een robuust netwerk van natuurgebieden inclusief de verbindingen daartussen.
Volgens het geldende provinciale beleid maakt een deel van het plangebied onderdeel uit van de EHS. Het betreft een bosstrook gelegen tussen het Beatrixkanaal en de Jan Olieslagersweg. Daarnaast is het Beatrixkanaal en aanliggende gronden opgenomen als ecologische verbindingszone (EVZ). In de Verordening Ruimte, fase 1 zijn zowel EHS als EVZ nu aangeduid als EHS. In dit bestemmingsplan zijn beide gronden bestemd als 'Natuur'.
EHS tussen Jan Olieslagerweg en Beatrixkanaal