direct naar inhoud van Artikel 4 Bedrijf - 2
Plan: Bedrijventerrein Eindhoven Airport
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.80003-0301

Artikel 4 Bedrijf - 2

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten behorende tot de categorieën 1 en 2, uitsluitend voorzover het betreft bedrijven in een bedrijfsverzamelgebouw, groothandelsbedrijven of bedrijven uit deze categorieen op een bouwperceel van tenminste 1.000 m2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en detailhandel;
  • b. zelfstandige kantoren;
  • c. productiegebonden detailhandel deel uitmakende van bedrijven vermeld onder a. resp. b., met uitzondering van detailhandel in voedings – en genotmiddelen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1a' tevens voor horeca in categorie 1a genoemd in de Lijst van horeca-activiteiten, waarbij tevens detailhandel in voedingsmiddelen is toegestaan, waarbij het bestaande bedrijfsvloeroppervlak maximaal 10% mag worden uitgebreid;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2 - 1' tevens voor een bedrijf genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten onder SBI code 26, 32, 33, waarbij het bestaande bedrijfsvloeroppervlak maximaal 10% mag worden uitgebreid;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf 2 - 2' tevens voor een bedrijf genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten onder SBI code 7712, 7739, waarbij het bestaande bedrijfsvloeroppervlak maximaal 10% mag worden uitgebreid;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf 2 - 3' tevens voor een bedrijf genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten onder SBI code 261, 263, 264, 331, waarbij het bestaande bedrijfsvloeroppervlak maximaal 10% mag worden uitgebreid;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf 2 - 4' tevens voor een bedrijf genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten onder SBI code 293, waarbij het bestaande bedrijfsvloeroppervlak maximaal 10% mag worden uitgebreid;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf 2 - 5' tevens voor een bedrijf genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten onder SBI code 84, waarbij het bestaande bedrijfsvloeroppervlak maximaal 10% mag worden uitgebreid;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf 2 - 6' tevens voor een bedrijf genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten onder SBI code 8532, 854, 855, waarbij het bestaande bedrijfsvloeroppervlak maximaal 10% mag worden uitgebreid;

met de daarbijbehorende:

  • k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • l. buitenopslag, met uitzondering van organisch afval. Opslag van A- B- en C-hout in de buitenlucht is wel toegestaan;
  • m. erven en terreinen;
  • n. groenvoorzieningen;
  • o. infrastucturele voorzieningen;
  • p. nutsvoorzieningen;
  • q. parkeervoorzieningen;
  • r. waterhuishoudkundige voorzieningen met uitzondering van waterpartijen in de vorm van waterlopen, vijvers en open bassins.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. de gebouwen mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding `bouwvlak´ worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte mag maximaal 12 m zijn, tenzij anders is aangegeven;
  • c. het bebouwingspercentage mag maximaal 60 zijn van het bouwperceel, tenzij anders is aangegeven;
  • d. de bebouwingsafstand tot de bestemming Verkeer moet tenminste 6 m bedragen;
  • e. voor het aantal parkeerplaatsen gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de Parkeernormen.

4.2.2 Nutsvoorzieningen

Op of in deze gronden mogen gebouwen worden gebouwd voor nutsvoorzieningen. Daarbij gelden de volgende regels:

  • a. de maximale bouwhoogte van gebouwen is 3 m.
  • b. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de bestemming Verkeer gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 m bedragen;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag binnen het bouwvlak niet meer dan 25 m bedragen en buiten het bouwvlak niet meer dan 3 m bedragen.

4.3 Nadere eisen
4.3.1 Algemeen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • e. de waarborging van de brand- en externe veiligheid;
  • f. de bevordering van de zelfredzaamheid van aanwezigen en van de beheersbaarheid van incidenten.

4.3.2 Externe veiligheid

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten behoeve van bouwkundige maatregelen op het gebied van externe veiligheid waarbij in de kantoorruimten met een brutovloeroppervlakte van meer dan 1.500 m2 een centraal afsluitbaar ventilatiesysteem aanwezig dient te zijn.

4.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 en toestaan dat hoofd- en bijgebouwen buiten het bouwvlak en vóór de naar de bestemming Verkeer gerichte zijde van het bouwvlak worden gebouwd indien de bedrijfsvoering dit vereist, met dien verstande dat de afstand van gebouwen tot de naar de bestemming Verkeergerichte grens van het bouwperceel ten minste 17 meter bedraagt.

4.5 Specifieke gebruiksregels
4.5.1 Risicovolle inrichtingen

Ten aanzien van risicovolle inrichtingen gelden de volgende bepalingen:

  • a. nieuwe risicovolle inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • b. een risicovolle inrichting is slechts toegestaan voor zover op de verbeelding als zodanig aangeduid en als de PR10-6/jaar contour van die inrichting niet buiten de eigen bouwperceelsgrenzen ligt. In afwijking hiervan mag de PR10-6/jaar contour buiten de eigen bouwperceelsgrens vallen voor zover de contour over de bestemming Groen, Natuur of Verkeer ligt;
  • c. permanente bulkopslag van meer dan 1 m3 van tot vloeistof verdichte brandbare gassen moet ondergronds plaatsvinden;
  • d. het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen mag niet reiken buiten de plangrens van het bestemmingsplan mits direct daarbuiten over bedrijfsbestemmingen met hetzelfde risicoprofiel uit de Visie Externe Veiligheid, infrastructuur, water of openbaar groen.

4.5.2 Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals vermeld in lid 4.1 wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken voor de opslag van goederen indien het onbebouwde gronden betreft binnen het in lid 4.2 onder a bedoelde bouwvlak; voor zover:
  • de gronden en de opgeslagen goederen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg;
  • de hoogte hiervan meer bedraagt dan de hoogte van het op het betreffende perceel aanwezige hoogste gebouw dan wel meer bedraagt dan 10 meter;
  • b. het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken voor opslag van organisch afval in de buitenlucht, met uitzondering van A-, B- en C-hout;
  • c. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van bedrijfsgebouwen voor bewoning voor zover niet op de verbeelding aangeduid als 'bedrijfswoning';
  • d. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting;
  • e. gebruik van bedrijfsgebouwen voor kantoordoeleinden, anders dan ten dienste van het aldaar gevestigde bedrijf en voor zover op de verbeelding niet aangeduid als 'specifieke vorm van bedrijf - 1 - 7' respectievelijk 'specifieke vorm van bedrijf - 1 - 8';
  • f. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan vermeld in lid 4.1 sub c en voor zover op de verbeelding niet aangeduid als 'detailhandel';
  • g. het gebruik van gronden als waterpartijen in de vorm van waterlopen, vijvers en open bassins;
  • h. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van kwetsbare objecten, voor zelfstandig kantoor groter dan 1.500 m2 bedrijfsvloeroppervlak voor zover op de verbeelding aangeduid als 'specifieke vorm van bedrijf - 1 - 8' respectievelijk voor kantooractiviteiten groter van 1.500 m2 bedrijfsvloeroppervlak voor zover onderdeel uitmakend van en ondergeschikt aan de ter plaatse gevestigde bedrijven.
  • i. het gebruik, in gebruik geven of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken en/of gebouwen ten behoeve van een parkeerbedrijf.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Afwijkingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1:

  • a. voor bedrijven die niet voorkomen in de Lijst van bedrijfsactiviteiten mits het betrokken bedrijf naar de aard en de invloed op de omgeving gelijk te stellen is met bedrijven die zijn genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten in de categorieen 3.1 tot en met 4.2 mits het niet betreft geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen of kwetsbare objecten;
  • b. voor bedrijven die in de Lijst van bedrijfsactiviteiten zijn genoemd in de categorieën 1 of 2 indien wordt voldaan aan de volgende eisen:
  • 1. het bouwperceel dient voor minimaal 50% te worden bebouwd, waarbij;
  • 2. voor een bedrijfsactiviteit in categorie 1 sprake dient te zijn van een bouwperceel met een oppervlakte van te minste 20.000 m2;
  • 3. voor een bedrijfsactiviteit in categorie 2 dient sprake te zijn van een bouwperceel met een oppervlakte van te minste 10.000 m2;
  • 4. er geen sprake is van een geluidszoneringsplichtige inrichting, risicovolle inrichting en/of kwetsbaar object.

4.6.2 Afwijken van de gebruiksregels risicovolle inrichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van:

  • a. het bepaalde in lid 4.5.1 sub c en het bouwen van bouwwerken en/of in gebruik nemen van bouwwerken als een beperkt kwetsbaar object binnen de PR10-6/jaar contour van de nabij gelegen risicovolle inrichting toelaten, mits:
  • het bedrijf dat een verzoek om afwijking met een omgevingsvergunning indient, aantoont dat het bij het bouwen en/of gebruik gaat om arbeidsextensieve activiteiten en mits
  • bij een toename van het groepsrisico uit een advies van de Veiligheidsregio Zuidoost Brabant blijkt dat er voldoende mogelijkheden zijn tot zelfredzaamheid voor de bevolking en voldoende mogelijkheden voor de bereikbaarheid voor hulpverlening en rampbestrijding.
  • b. het bepaalde in en toestaan dat het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen reikt buiten de plangrens van het bestemmingsplan, mits gelegen is over infrastructuur, water of openbaar groen.