Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden, in aanvulling op en in afwijking van het bepaalde in artikel 2, de volgende begripsbepalingen:
3.1 Plan
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r Emerweg 55 met identificatienummer NL.IMRO.0758.TAM2025205013-VG01 van de gemeente Breda.
3.2 Aan- en uitbouwen
Een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar daar wel functioneel onderdeel van uitmaakt.
3.3 Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
3.4 Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, niet zijnde prostitutie, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet-publieksaantrekkend zijn en die door een bewoner op kleine schaal in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.
3.5 Aanvangshuurprijs
De huurprijs bij de start van elke nieuwe huurovereenkomst.
3.6 Archeologische waarden
Waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning of grondgebruik daarin, en die als zodanig van wetenschappelijk belang zijn en het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigen.
3.7 Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
3.8 Bebouwingspercentage
Het deel van het bouwperceel uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden.
3.9 Begane grond
De bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau.
3.10 Beperkt kwetsbaar gebouw
Een gebouw als bedoeld in bijlage VI, onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.11 Bestaande situatie
Bebouwing:
Legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip verleende vergunning.
Gebruik:
Het legale gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan.
3.12 Betaalbaarheidsgrens
De maximale koopprijs bedoeld in artikel 1, onder c, onder 3, van het Besluit Woningbouwimpuls 2020.
3.13 Bijgebouw
Een al dan niet vrijstaand gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
3.14 Bouwlaag
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
3.15 Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
3.16 Bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
3.17 DAEB-inkomensgrens
De inkomensgrens, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet, in samenhang met artikel 48, eerste lid, van die wet.
3.18 Dak
Iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
3.19 Dakhelling
De hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak.
3.20 Dakopbouw
Een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van het gebouw, en ondergeschikt aan het gebouw.
3.21 Drainage(voorziening)
Ontwateringsmiddel voor het kunstmatig laag houden van de grondwaterstand welke vrij afstroomt waarbij niet direct of indirect gebruik gemaakt wordt van een pomp(constructie).
3.22 Eerste ingebruikname
De datum waarop de sociale huurwoning of middenhuurwoning voor het eerst na gereedmelding (bij nieuwbouw of transformatie) op grond van een huurovereenkomst aan een huurder ter beschikking wordt gesteld of de datum waarop de sociale koopwoning voor het eerst na gereedmelding (bij nieuwbouw of transformatie) door de koper in gebruik wordt genomen.
3.23 Gebruiksoppervlakte
Gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580.
3.24 Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG)
Indicatie van de grondwaterstand in de winter over een langere periode. De GHG is gebaseerd op metingen uit de praktijk.
3.25 Gestapelde woning
Een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen.
3.26 Groothandel in smart- en/of headproducten
Elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van synthetische of organische psychotrope stoffen of planten die psychotrope stoffen bevatten, of benodigdheden ten behoeve van het gebruiken van psychotrope stoffen, of voor het gebruiken van planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending in de uitoefening van eigen beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en levering van deze stoffen.
3.27 Headshop
Elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van benodigdheden ten behoeve van het gebruiken van psychotrope stoffen, of voor het gebruiken of bewerken van planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en/of levering van deze benodigdheden.
3.28 Hospitaregeling
Het verhuren van kamers zonder eigen voorzieningen, zoals een badkamer en keuken, aan maximaal twee personen, door de volledige eigenaar/eigenaren van de woning of de hoofdhuurder van de woning van een woningcorporatie, die in dezelfde woning woont/wonen.
3.29 Hospitaregeling
Het verhuren van kamers zonder eigen voorzieningen, zoals een badkamer en keuken, aan maximaal twee personen, door de volledige eigenaar/eigenaren van de woning of de hoofdhuurder van de woning van een woningcorporatie, die in dezelfde woning woont/wonen.
3.30 Huishouden
Een samenlevingsvorm van een of meer personen, waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
3.31 Huurprijs
De prijs die bij huur per maand verschuldigd is voor het enkele gebruik van een woonruimte, exclusief bijkomende kosten, zoals servicekosten en voorschotten op nutsvoorzieningen, welke bijkomende kosten worden bepaald met inachtneming van de daarvoor geldende wet- en regelgeving.
3.32 Inkomen
Het rekeninkomen, bedoeld in artikel 1, aanhef en onder i, van de Wet op de huurtoeslag.
3.33 Instandhoudingstermijn
De termijn gedurende welke nieuw gebouwde of nieuw door transformatie gerealiseerde woningen als sociale huurwoning, middenhuurwoning of sociale koopwoning voor de aangewezen doelgroep behouden moeten blijven, gerekend vanaf de eerste ingebruikname van de betreffende woning.
3.34 Kamerverhuur
Het verschaffen van woonverblijf aan meer dan één huishouden, met dien verstande dat toepassing van de hospitaregeling niet als kamerverhuur wordt aangemerkt.
3.35 Kap
De volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw met een dakhelling van minimaal 15° en maximaal 75°.
3.36 Kwetsbaar gebouw
Een gebouw als bedoeld in bijlage VI, onder C van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.37 Lessenaarsdak
Een dakvorm waarbij de afdekking van het gehele huis bestaat uit één schuin dakvlak en de afwatering van dit dak plaatsvindt aan één zijde.
3.38 Levend groen
Levend groen is met levende beplanting bedekte oppervlakten, niet zijnde verharding (kunststof met inbegrip van worteldoek, hout, kiezels, tegels, stenen, beton, asfalt). Open grond (zand, klei etc.) kan onderdeel zijn van levend groen. De oppervlakte van levend groen wordt op grondniveau bepaald en in het groeiseizoen.
3.39 Mantelzorg
Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond.
3.40 Middenhuur
Een huurwoning als bedoeld in artikel 5:161c , eerste lid, onder c, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.41 Modaal
De hoogte van een bruto modaal inkomen, zoals jaarlijks door het Centraal Planbureau wordt gepubliceerd.
3.42 Nutsvoorzieningen
Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, openbare sanitaire voorzieningen, collectieve energievoorzieningen (o.a. warmtepompen) en apparatuur voor telecommunicatie.
3.43 Onderbouw
Een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 meter boven het peil is gelegen.
3.44 Onzelfstandige woonruimte
Woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
3.45 Overkapping
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak.
3.46 Permanente bewoning
Bewoning door een of meerdere personen van een daarvoor bestemd gebouw als hoofdverblijf.
3.47 Prostitutie
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
3.48 Seksinrichting
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch/ pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
3.49 Selectiebesluit
Een door het bevoegd gezag genomen besluit op basis van het in het archeologische onderzoeksrapport opgestelde selectieadvies.
3.50 Smartshop
Elke ruimte voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van synthetische of organische psychotrope stoffen of planten die psychotrope stoffen bevatten, aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met inbegrip van het uitstallen ten behoeve van verkoop en/of levering van deze stoffen.
3.51 Sociale huurwoning
Een huurwoning als bedoeld in artikel 5:161c, eerste lid, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.52 Sociale koopwoning
Een koopwoning als bedoeld in artikel 5:161c, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, nader te onderscheiden in:
- een sociale koopwoning met een koopsom tot 75% van de betaalbaarheidsgrens;
- een sociale koopwoning met een koopsom vanaf 75% tot 85% van de betaalbaarheidsgrens;
- een sociale koopwoning met een koopsom vanaf 85% tot 100% van de betaalbaarheidsgrens;
- een sociale koopwoning met een koopsom vanaf de betaalbaarheidsgrens tot de kostengrens, bedoeld in artikel 5:161c, eerste lid, onder b, van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.53 Trillinggevoelig gebouw
Een gebouw als bedoeld in artikel 5.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.54 Voorgevel
De naar de weg of aan het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft van meer dan één naar de weg of het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.
3.55 Waterbergingsvoorziening
Bovengrondse en/of ondergrondse voorzieningen ten behoeve van de berging en infiltratie van hemelwater in de bodem, zoals wadi’s, verlaging in het groen, waterbergende verharding, waterberging op het dak, grindkoffers, infiltratiekratten en/of het aanbrengen of vergroten van (bestaande) greppels, (zak)sloten, watergangen en vijvers.
3.56 Wonen
Het voeren van een huishouden in een woning.
3.57 Woning
Een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
3.58 Woningcorporatie
Toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet.
3.59 Woonruimte
Besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, met inbegrip van een standplaats voor een woonwagen en de ligplaats voor een woonschip.
3.60 Woonschip
Drijvende woonfunctie op een locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als een ligplaats voor een woonschip.
3.61 Woonunit
Een te verplaatsen/verwijderen bouwwerk bestaande uit een bouwlaag, alsmede een stacaravan die gelet op de feitelijke omstandigheden als bouwwerk wordt aangemerkt, geschikt en ingericht ten dienste van woon-, dag- of nachtverblijf en ingericht ten behoeve van tijdelijke bewoning.
3.62 Woonwagen
Woonfunctie op een locatie bestemd voor het plaatsen van een woonwagen.
3.63 Zeer kwetsbaar gebouw
Een gebouw als bedoeld in bijlage VI, onder E van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
3.64 Zolder
Een gedeelte van een gebouw waarvan de vrije hoogte tussen de bovenkant van de vloer en het laagste punt van de onderkant van het dak minder dan 1,20 meter bedraagt.