direct naar inhoud van 2.5 Hoe gaan we om met de openbare ruimte, water, groen, en cultuurhistorie?
Plan: Kommen gemeente Tholen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0716.bpKommenTholen-VG01

2.5 Hoe gaan we om met de openbare ruimte, water, groen, en cultuurhistorie?

2.5.1 Openbare ruimte, water en groen
  • De openbare ruimte blijft op zich zoals die is. Waar sprake is van verkeersruimte en pleintjes, legt het bestemmingsplan de inrichting niet vast, maar biedt juist mogelijkheden voor verbetering of aanpassing aan de wensen van de buurt. Dit kan zonder het toepassen van extra procedures. Dit was in de huidige bestemmingsplannen al mogelijk en heeft goed gewerkt.
  • Belangrijke fietsverbindingen en de grotere en structurele waterpartijen en waterlopen moeten volgens de wettelijke standaard SVBP2008 worden bestemd voor Verkeer respectievelijk Water.
  • De belangrijkste (groen)structuurbepalende elementen en groenstroken worden bestemd als Groen. Omzetting naar verkeers- of parkeerruimte wordt daarmee voorkomen. Binnen de bestemming Groen zijn kleinere speelvoorzieningen en fiets- en voetpaden wel mogelijk.
  • Binnen de groen- en verkeersbestemming worden nutsvoorzieningen rechtstreeks mogelijk gemaakt tot een oppervlakte van 15 m2 en een bouwhoogte van 3 meter. Deze oppervlakte is afgestemd op het bouwvergunningvrij bouwen voor bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2 lid 18 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.
  • Beschutte, overdekte zitgelegenheden op ontmoetingsplaatsen worden in de geldende bestemmingsplannen binnen de groenbestemming mogelijk gemaakt met toepassing van een vrijstellingsbevoegdheid. In het nieuwe bestemmingsplan worden deze direct mogelijk gemaakt binnen de bestemmingen Groen én Verkeer. De maatvoering is gelijk aan de maatvoering van de hiervoor vermelde nutsvoorzieningen.
  • Grotere speeltuinen en -terreinen binnen de groenbestemming die als zodanig zijn of worden ingericht, worden specifiek geregeld. Voor de minimumomvang daarvan wordt aangesloten op de hiervoor vermelde oppervlakte van zitgelegenheden op ontmoetingsplaatsen en van de nutsvoorzieningen: 15 m2. Kleinere speeltuinen en -terreinen zijn zonder meer passend binnen de groenbestemming.

2.5.2 Cultuurhistorie
  • De ruimtelijke kwaliteit van vooral de beschermde stadsgezichten van Tholen en Sint-Maartensdijk (zie paragrafen 5.6.2.1 en 5.6.2.2 en bijlage 2) noodzaakt tot een zorgvuldige afstemming van bouw- en gebruiksmogelijkheden. In verband hiermee worden deze gebieden gedetailleerder bestemd en worden onder andere eisen gesteld aan gebouwen en de inrichting van de openbare ruimte. Wat er exact wordt geregeld en hoe, wordt uitgewerkt in het kader van het bestemmingsplan. De monumentencommissie behoudt een adviserende rol bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen en voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
  • De eisen die aan gebouwen worden gesteld, hebben niet tot doel om louter historiserend te bouwen. Eigentijdse bouwwerken die geen afbreuk doen aan het historische karakter zijn toegestaan.
  • Gelet op het cultuurhistorische karakter van de binnensteden van Tholen en Sint-Maartensdijk en de daarmee samenhangende kleinschaligheid van de bebouwing geldt voor de winkels een maximum verkoopvloeroppervlak per bouwperceel van 100 m2. Bij eventuele vestigingen waar op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp het verkoopvloeroppervlak groter is, mogen de bestaande maten als maximaal worden aangehouden.
  • Voor archeologie is nieuw beleid vastgesteld (zie paragraaf 5.5.1 en bijlage 3). Dat wordt meegenomen in het nieuwe bestemmingsplan.
  • Molens zijn bewegende werktuigen en monumenten. Als zij in werking zijn, stellen ze specifieke eisen aan hun omgeving, namelijk een goede windvang door zo min mogelijk ruimtelijke obstakels. Molens en hun directe omgeving hebben daarmee dus een ruimtelijk technische interactie. Molens zijn tevens monumenten die de identiteit van menig Nederlands landschap (kern) mede bepalen. Het landschap (kern) is andersom gezien ook van invloed op de belevingswaarde van de molen zelf. Molens en hun omgeving hebben met andere woorden een interactie in belevingswaarde. Daarom is het van belang om de cultuurhistorische waarde van de molen te beschouwen. Door deze technische en culturele interactie met de omgeving zijn molens relevante elementen om rekening mee te houden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Overeenkomstig provinciaal beleid wordt binnen een afstand van 400 meter rondom de molens binnen en buiten het plangebied rekening gehouden met de molenbiotopen van deze molens. Indien in de geldende bestemmingsplannen een molenbiotoop is geregeld, varieert de afwegingszone van 100 meter tot 400 meter en gelden alleen voor het aanbrengen van hoogopgaande beplanting beperkingen. In de nieuwe situatie geldt dit ook voor nieuwe bebouwing(smogelijkheden). In de afweging wordt rekening gehouden met de feitelijke situatie ter plaatse, de huidige planologische rechten en het belang van de molen (bedrijfsmatig gebruik of alleen recreatief). Voor meer uitgebreide informatie over de molens, de relevante molenbiotoopaspecten en de afweging van de belangen van de molens tegenover de andere belangen in het plangebied wordt kortheidshalve verwezen naar bijlage 5.
  • Landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle dijken zijn in de geldende bestemmingsplannen bestemd voor "beschermde Dijk" (bD). In het nieuwe bestemmingsplan wordt het huidige gebruik van de dijken bevestigd met enkelbestemmingen (veelal Groen en Verkeer) en is voor de bescherming van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden overeenkomstig de wettelijke RO-standaarden een dubbelbestemming (Waarde - Beschermde dijk) opgenomen.