12.3 Aanvulling ten aanzien van het BOUWEN
In aanvulling op het bepaalde in lid 12.1 is het toegestaan om niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met in achtneming van de volgende bepalingen:
-
a. voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen:
-
1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met de voorgevel in één van de naar de weg gekeerde bouwgrenzen, dan wel op een afstand van ten hoogste 3 m evenwijdig hieraan;
-
2. het maximaal toelaatbaar oppervlak aan gebouwen en overkappingen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 60%;
-
3. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel dient ten minste 1 m te bedragen;
-
4. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 7 m;
-
5. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet bedragen dan 11 m;
-
6. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m;
-
7. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 6 m;
-
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan:
-
1. van erf- en terreinafscheidingen: 2 m;
-
2. van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan: 1 m;
-
3. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.