| Plan: | Stikstofleiding Willemskerkeweg 3 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0715.BPSW01-VG99 |
Het onderhavige perceel betreft een braakliggend terrein in het bedrijventerrein van Dow Chemical Terneuzen. Op deze locatie stond een luchtscheidingsfabriek van Air Products, die vanaf mei 2013 stil lag en in het voorjaar van 2015 is gesloopt. Het terrein is geleased van Dow, die het betreffende terrein weer in gebruik wil nemen. Op verzoek van Dow wordt de stikstofleiding verlegd, zodat deze op een betere plek gelegen komt en gecombineerd kan worden met andere leidingen. Door de leiding op de nieuwe locatie te leggen wordt het aanliggende bedrijfsperceel beter bruikbaar voor nieuw te vestigen bedrijvigheid.
Op het plangebied is de beheersverordening 'Dow, Mosselbanken en Logistiek park' van toepassing. In de beheersverordening is de ligging van (aanvoer)leidingen vastgelegd met de mede-bestemming 'Leiding' met bijbehorende leidingenkaart. Een klein deel van het nieuwe leidingtracé past niet in het kaartbeeld van de leidingenkaart, zoals opgenomen als bijlage bij de beheersverordening. Daarom is de beoogde verlegging van de stikstofleiding niet mogelijk op basis van de geldende beheersverordening en dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden.
Het plangebied bestaat uit perceel Willemskerkeweg 3 te Hoek. Het terrein ligt aan de oostzijde van een gebied waar veel chemische fabrieken zijn gevestigd die onderdeel uitmaken van Dow Chemical Terneuzen. In deze fabrieken worden voornamelijk kunststoffen geproduceerd. Het gebied ligt ten westen van de N62.
Afbeelding - Ligging Air Products (bron: www.google.nl/maps)
Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel de Beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, dat is vastgesteld op 25 juni 2013. In deze beheersverordening is voor het plangebied grotendeels het besluitvlak 'Bedrijventerrein - A' opgenomen, met een nader subvlak ten behoeve van 'bedrijventerrein - A bedrijven van categorie 5.1'. Aan de zuidzijde van het plangebied gelden de besluitvlakken 'Agrarisch', 'Leiding' en 'Geluidzone Industrieterrein Terneuzen - West/Logistiek Park'.
Aan de westzijde van het plangebied, waar de verlegde stikstofleiding doorheen zal lopen, gelden de besluitvlakken 'Groen', 'Leiding', 'Geluidzone Industrieterrein Terneuzen - West/Logistiek Park en Bedrijventerrein A'.
Binnen de beheersverordening is geen ruimte voor nieuwe ontwikkeling, zoals de geplande verlegging van de stikstofleiding. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld.
Afbeelding - Uitsnede beheersverordening voor plangebied stikstofleiding
In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie en beoogde ontwikkeling nader toegelicht. In hoofdstuk 3 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van overheden die relevant zijn voor het plangebied. In hoofdstuk 2 zijn de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische plan opzet. In hoofdstuk 6 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan bod.
Momenteel komt de stikstofleiding het perceel Willemskerkeweg 3 halverwege het plangebied binnen, en eindigt deze in het midden van het (voormalige) fabrieksterrein. Dit terrein is op de onderstaande afbeelding weergegeven. Inmiddels is het fabrieksterrein leeg (zie foto's van de huidige locatie in paragraaf 2.2).
Afbeelding - Fabrieksterrein Air Products Nederland B.V. (bron: www.google.nl/maps)
(De gekleurde lijnen zijn de bestaande leidingen in en rond het plangebied. De bestaande stikstofleiding is de witte lijn die loopt tot de perceelgrens onder de tekst Air Products Nederland BV.)
Dow is voornemens om de betreffende leiding weer te gebruiken. Daarbij wordt beoogd om de leiding te verleggen naar de rand van het perceel aan de westzijde. Hierdoor komt circa 25 meter van de leiding in openbaar gebied te liggen. In de onderstaande afbeelding is de toekomstige gewenste ligging van de leiding met gele contouren weergegeven. De leiding betreft een stikstoftransportleiding met een diameter van ten hoogste 250 mm en een druk van ten hoogste 80 bar.
Afbeelding - Nieuwe ligging stikstofleiding Willemskerkeweg 3
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). De SVIR zet twee zaken helder neer: een scherp kader voor prioritering in het Infrafonds en een selectief ruimtelijk beleid, dat meer overlaat aan provincies en gemeenten.
Het Rijk stelt heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Deze doelstellingen zijn uitgewerkt in 13 nationale belangen, waarvan de derde relevant is voor de onderhavige ontwikkeling: 'ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen'.
De aan de Westerschelde gesitueerde havens van Terneuzen/Kanaalzone wordt in de SVIR genoemd als facilitator van bedrijvigheid in onder andere de topsectoren Chemie (inclusief biobased economy), Logistiek, Water en Energie (zoals getijdenenergiewinning). In de SVIR wordt verwezen naar de Rijksstructuurvisie Buisleidingen (zie paragraaf 3.1.4), een uitwerking van de SVIR.
Het onderhavige bestemmingsplan ondervindt geen belemmeringen vanuit het beleid geformuleerd in de structuurvisie.
In Nederland ligt ongeveer 300.000 km buisleiding voor het transport van stoffen waaronder aardgas, brandstoffen, drinkwater en afvalwater. Hiervan is ruim 18.000 km buisleidingen bestemd voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gericht op de buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen, omdat deze categorie een potentieel extern veiligheidsrisico met zich meebrengt.
Het Bevb en de bijbehorende regeling zijn van toepassing op buisleidingen met een extern veiligheidsaspect, zoals hogedrukaardgasleidingen, brandstofleidingen categorieën K1, K2 en K3 en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. Vanaf 1 juli 2014 geldt de Regeling externe veiligheid buisleidingen ook voor het transport van andere chemische stoffen dan aardgas en aardolieproducten, waaronder stikstof.
Het Bevb bevat regels voor het vastleggen van deze leidingen en haar externe veiligheidsaspecten in bestemmingsplannen. Voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen, reeds bestaand of nieuw, geldt dat het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) gemeenten verplicht deze leidingen op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de leiding. Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt.
Het onderhavige bestemmingsplan sluit aan op het Bevb, in die zin dat een belemmeringenstrook aan weerszijden van de leiding is opgenomen. In paragraaf 4.4 is het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR) beoordeeld.
Het 'Handboek buisleidingen in bestemmingsplannen' is in 2010 gepubliceerd door het ministerie van VROM (nu ministerie van Infrastructuur en Milieu). Het handboek moet leiden tot bestemmingsplannen waarin buisleidingen met een extern veiligheidsaspect op de juiste wijze zijn vastgelegd. Hierdoor worden risicovolle situaties eerder gesignaleerd of voorkomen. Daarnaast wordt een uniforme werkwijze voor het opnemen van buisleidingen in bestemmingsplannen bevorderd. Het Handboek heeft betrekking op buisleidingen die onder het Bevb vallen. Het bestemmingsplan dient in overeenstemming met het handboek opgesteld te worden.
De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is vastgesteld op 12 oktober 2012. In deze visie is opgenomen hoe het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen.
In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. Hiermee wordt zeker gesteld dat ook de komende 20 à 30 jaar nieuwe doorgaande buisleidingverbindingen kunnen worden gerealiseerd ten behoeve van de levering van aardgas en het vervoer van grondstoffen en chemische stoffen aan en tussen haven- en industrieclusters in het binnen- en buitenland. Anderzijds wordt hiermee duidelijkheid geboden aan zowel initiatiefnemers die buisleidingen wensen te realiseren als aan gemeenten, doordat buisleidingen van nationaal belang in een vooraf begrensde buisleidingenstrook dienen te worden aangelegd.
In de Structuurvisie zijn tien uitgangspunten gehanteerd:
Het onderhavige bestemmingsplan ondervindt geen belemmeringen vanuit het beleid geformuleerd in de structuurvisie, en sluit aan bij de hierboven genoemde uitgangspunten.
Het ruimtelijk beleid van de provincie Zeeland is vastgelegd in het Omgevingsplan Zeeland 2012 - 2018. Hierin is het beleid vastgelegd voor ruimte, milieu, water en natuur.
Opgaven en ambities
In het omgevingsplan is aangegeven dat de provincie de kernkwaliteiten van Zeeland verder wil benutten, (h)erkennen en versterken. Het karakter van verschillende delen van Zeeland, met sterke, beeldbepalende economische sectoren en eigenheid van de omgeving, is daarvoor de basis. Eén van de prioriteiten om economische groei, ontwikkeling en innovatie te bewerkstelligen is het beter benutten van havengebieden en bedrijventerreinen.
In het omgevingsplan zijn de volgende opgaven en ambities geformuleerd:
Haventerreinen en industrie
De haventerreinen en industrie zijn belangrijk voor de economie van Zeeland. Innovatie, investeringen en vernieuwingen zijn nodig voor een duurzame ontwikkeling. Om een toekomstbestendige ontwikkeling van het industrie- en havencluster in Zeeland te bevorderen heeft zij de volgende doelstellingen geformuleerd:
In het kader van de vierde doelstelling zet de Provincie Zeeland in op behoud en verbetering van de toegankelijkheid van de Zeeuwse havens en de achterlandverbindingen over weg, water, spoor en per buisleiding. Beheerders zijn verantwoordelijk voor een goede inpassing van de verbindingen op plekken waar de leefomgeving onder druk dreigt te komen te staan.
Transportleidingen
Provincie Zeeland heeft als doelstelling om regionale- en nationale ondergrondse buisleidingen te bundelen in een leidingenstraat of leidingenstrook voor een efficiënt transport en beperking van ruimtegebruik. Zij wil transport van stoffen door middel van (ondergrondse) buisleidingen bevorderen. Daarbij gaat het zowel om de regionale initiatieven voor uitwisseling van reststromen en het sluiten van kringlopen als om de aansluitingen en gebruik van het landelijke en transnationale netwerk van buisleidingen. Door borging van leidingstroken in het omgevingsbeleid kunnen nieuwe leidingen efficiënter worden aangelegd.
Het gebruiken, onderhouden, vervangen, verwijderen en aanleggen van buisleidingen in Zeeland is geregeld in de Provinciale Milieuverordening (PMV) tot het moment dat wetgeving voor alle gevaarlijke stoffen die per buisleidingen worden getransporteerd van kracht is. De kaders in de PMV komen met vaststelling van de AMvB Buisleidingen te vervallen.
Het Omgevingsplan Zeeland 2012 - 2018 staat de onderhavige ontwikkeling niet in de weg.
De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs) overeenkomsten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop het gemeentebestuur zich voorstelt de voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken.
Op het grondgebied van Terneuzen lopen verschillende leidingen in alle richtingen. Het gaat enerzijds om hoogspanningsleidingen ten behoeve van de stroomtoevoer die vanuit de centrales elders in Nederland via Zuid-Beveland naar Zeeuws-Vlaanderen wordt geleid. Anderzijds gaat het om industrieleidingen ten behoeve van het vervoer van een diversiteit van stoffen van en naar de industriële complexen in Terneuzen. Daarmee zijn de industriële bedrijven op vier manieren ontsloten: over het water, over de weg, over het spoor en via buisleidingen. De gemeentelijke visie met betrekking tot buisleidingen is verder uitgewerkt in de Structuurvisie ondergrondse infrastructuur gemeente Terneuzen (zie paragraaf 3.3.3).
In de Structuurvisie 2025 zijn de bestaande en toekomstige industrieclusters aangewezen. Het onderhavige plangebied maakt daar deel van uit. De structuurvisie staat de onderhavige ontwikkeling niet in de weg.
De beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Terneuzen heeft betrekking op het beheersen van risico's die ontstaan bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen. Bij planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met bestaande transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Leidingstroken en hun omgeving moeten gevrijwaard blijven van bebouwing.
Het borgen van buisleidingenstroken is van belang zodat sneller en eenvoudiger nieuwe leidingen kunnen worden aangelegd. In de Beleidsvisie Externe Veiligheid 2005 is als doel gesteld om buisleidingenstroken aan te wijzen voor transportleidingen met gevaarlijke stoffen, die vastgelegd worden in bestemmingsplannen. Dit is verder uitgewerkt in de Structuurvisie ondergrondse infrastructuur gemeente Terneuzen (zie paragraaf 3.3.3).
De Beleidsvisie Externe Veiligheid 2005 staat de onderhavige ontwikkeling niet in de weg.
De structuurvisie ondergrondse infrastructuur gemeente Terneuzen is vastgesteld door de Raad op 8 mei 2014. Vanwege de vele ruimtelijke ontwikkelingen die voorzien zijn binnen de gemeente, grotendeels op of nabij gronden waar veel ondergrondse infrastructuur is gelegen, is afstemming tussen het gebruik boven en onder de grond van belang. Het doel van deze structuurvisie is driedelig
In de eerste plaats biedt deze structuurvisie een ruimtelijk toetsingskader voor de aanleg van nieuwe ondergrondse infrastructuur binnen de gemeente Terneuzen om in de toekomst tot een goede afstemming te komen tussen de ruimtelijke belangen van de boven- en de ondergrond.
Daarnaast heeft deze structuurvisie ook tot doel om de noodzakelijke ruimtereservering voor de Multi Utility Providing (MUP)-strook op hoofdlijnen vast te leggen, omdat zoals dat nu wordt voorzien, de meeste nieuwe ondergrondse infrastructuur binnen de gemeente Terneuzen aangelegd wordt in het kader van het project MUP van Zeeland Seaports. In deze structuurvisie is het voorkeurstracé uit de tracéstudie voor het MUP daarom beleidsmatig verankerd.
Tot slot is in overleg met het Ministerie van IenM afgesproken dat het indicatieve tracé uit de Rijksstructuurvisie buisleidingen voor wat betreft de ligging ervan binnen de gemeente Terneuzen nader wordt bepaald. In deze gemeentelijke structuurvisie wordt aan deze afspraak invulling gegeven door het opnemen van een tracé voor buisleidingen die van nationaal belang zijn.
In de onderstaande afbeelding is de verbeelding van de structuurvisie weergegeven. Het plangebied is gelegen in een gebied dat oranje is gekleurd. Het betreft een gebied waar de begin- en eindpunten zijn gelegen van ondergrondse infrastructuur die deel uit gaan maken van het project MUP.
Afbeelding - Hoofdtracés uit de Structuurvisie ondergrondse infrastructuur gemeente Terneuzen
Voor nieuwe planologisch relevante ondergrondse infrastructuur gelden de volgende spelregels.
Het tracé van de te verleggen leiding volgt het groene tracé en heeft zijn eindpunt in de oranje zone op de kaart. Spelregel 2 kan zodoende worden gevolgd.
Oplegnotitie planMER
Ten behoeve van de gemeentelijke structuurvisie buisleidingen en de ontwikkeling van het MUP (als belangrijkste ontwikkeling binnen de structuurvisie) is een planMER opgesteld. Hierin zijn verschillende alternatieven en varianten van het MUP in beeld gebracht, zijn de milieueffecten beschreven en is een voorkeurstracé bepaald. De gemeentelijke structuurvisie buisleidingen gaat echter over méér dan alleen het MUP: de structuurvisie gaat ook over de andere planologisch relevante leidingen in de gemeente Terneuzen. Hierop wordt ingegaan in de oplegnotitie planMER opgenomen, die als bijlage bij de Structuurvisie is opgenomen.
De aanleg van overige leidingen, buiten de hierboven genoemde leidingenstrook is vooralsnog niet voorzien. Indien andere leidingen toch onverhoopt worden aangelegd/verlegd buiten de leidingenstrook, dan worden deze vanuit het oogpunt van een duurzaam ruimtegebruik en vanuit het bundelingsprincipe aangelegd gebundeld met de bestaande oost-westverbinding of langs (spoor)wegen en op enige afstand van bestaand bebouwd gebied. Door duurzaam ruimtegebruik en leidingen te bundelen sluit de geplande ontwikkeling hier bij aan.
De watertoets is een verplicht te doorlopen procedure bij het opstellen van ruimtelijke plannen zoals een bestemmingsplan.
Ten behoeve van de watertoets is een aanvraagformulier wateradvies ingevuld en verstuurd aan het waterschap Scheldestromen. In het aanvraagformulier is aangegeven hoe in het plan rekening wordt gehouden met wateraspecten zoals waterveiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit en waterbeheer.
Het waterschap heeft op 17 december 2015 positief geadviseerd. De watertoetsprocedure is daarmee afgerond.
Voorafgaand aan de uitvoering zal voor de te maken kruisingen van de waterloop een watervergunning in het kader van Keur watersysteem aangevraagd dienen te worden.
Conclusie
Het aspect water vormt geen belemmering voor het realiseren van het bestemmingsplan.
In opdracht van Air Products Nederland B.V. heeft LievenseCSO Milieu B.V. een quick-scan Natuurwetgeving uitgevoerd voor het plangebied aan de Willemskerkeweg 3 te Hoek. Het volledige rapport is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan en te vinden in Bijlage 1. Hieronder worden de belangrijkste conclusies uit deze quickscan beschreven.
Flora
Binnen het plangebied zijn geen ontheffingsplichtige plantensoorten geregistreerd of aangetroffen. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat deze zullen worden aangetroffen. Nader onderzoek naar het voorkomen van ontheffingsplichtige florasoorten wordt niet noodzakelijk geacht.
Fauna
Binnen het plangebied zijn geen strikt beschermde soorten of (potentiële) verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten fauna aangetroffen welke negatief beïnvloed worden door de voorgenomen plannen. Deze worden ook niet verwacht ter plaatse. Nader onderzoek naar het voorkomen van ontheffingsplichtige faunasoorten wordt niet noodzakelijk geacht.
Beschermde natuurgebieden
Hoewel er in de omgeving sprake is van beschermde natuurelementen worden van de geplande ingreep geen invloeden verwacht op de beschermde waarden van deze gebieden. De ingreep is dermate beperkt van aard dat er geen negatieve effecten worden verwacht.
Conclusie
Nader onderzoek naar flora en fauna in relatie tot de bestemmingswijziging en geplande ontwikkeling ter plaatse van het plangebied worden niet noodzakelijk geacht.
In opdracht van Air Products Nederland B.V. heeft LievenseCSO Milieu B.V. een vooronderzoek bodem uitgevoerd ter plaatse van de Willemskerkeweg 3 te Hoek. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een vooronderzoek op basis van de NEN 5725. Het volledige vooronderzoek bodem is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan en te vinden in Bijlage 2.
Voor het opstellen van de bodemparagraaf wordt een aantal stappen doorlopen (conform de handreiking voor gemeenten: bodemtoets bij bestemmingsplan en bouwvergunning):
Er zijn voor de gemeente Terneuzen geen bodemambities bekend die breder zijn dan het thema milieuhygiënische bodemkwaliteit. Dat betekent dat in dit bestemmingsplan het aspect bodem alleen in gaat op de milieuhygiënische bodemkwaliteit.
In de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart is het gebied ingedeeld in de klasse 'Industrie'. De bodemfunctieklassenkaart regelt samen met de regionale bodemkwaliteitskaart het grondverzet binnen de gemeente. Voor de verplaatsing van de leiding betekent dit dat alleen grond die voldoet aan de Achtergrondwaarden mag worden toegepast.
Omdat de locatie in gebruik is geweest voor de industrie (Air Products) is er tevens een kans op lokale verontreinigingen. Daarom is met een vooronderzoek nagegaan welke verontreinigingen op het terrein bekend zijn. Op basis van de beschikbare onderzoeksgegevens wordt geconcludeerd dat er mogelijk op de leidinglocatie sprake is van verontreinigd grondwater (VOCI). De grond is vermoedelijk niet sterk verontreinigd, licht verhoogde gehalten zijn echter niet uit te sluiten. Dit betekent dat de bodem waarschijnlijk niet voldoet aan de Achtergrondwaarden.
Conclusie
Er is geen reden om aan te nemen dat de milieuhygienische bodemkwaliteit een belemmering vormt voor het realiseren van het bestemmingsplan.
Aanbevelingen
Bij uitvoering van de werkzaamheden verdient het aanbeveling om de bodemkwaliteit ter plaatse van de graafwerkzaamheden te onderzoeken conform de strategie die is beschreven in de CROW 307 (kabels en leidingen in verontreinigde bodem). Met dit onderzoek kunnen namelijk de veiligheidsmaatregelen worden bepaald die tijdens de uitvoering in acht dienen te worden genomen.
Daarnaast is belangrijk om na te gaan of er bij de aanleg grondwater wordt onttrokken. Het grondwater kan mogelijk verontreinigd zijn waardoor eventueel maatregelen nodig zijn voorafgaand aan lozing.
In verband met de bestemmingsplanprocedure die noodzakelijk is voor het verleggen van een gedeelte van de stikstofleiding van Air Products, is de externe veiligheidssituatie beoordeeld.
Plaatsgebonden risico
In de toelichting van de beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park zoals vastgesteld op 25-06-2013 is aangegeven dat de aanwezige stikstofleiding over een PR 10-6 risicocontour van 0 meter beschikt. Uitgangspunt is dat het nieuw aan te leggen gedeelte van de stikstofleiding met betrekking tot aanleg en uitvoering minstens gelijkwaardig is aan de bestaande leiding. Daarmee zal ook het nieuw aan te leggen deel beschikken over een PR 10-6 risicocontour van 0 meter.
De in bijlage 3 toegevoegde sterkteberekening voor de stikstofbuisleiding toont aan dat de nieuw aan te leggen buisleiding voldoet aan de NEN 3650 normen voor buisleidingen.
Groepsrisico
Het groepsrisico is de cumulatieve kans per jaar dat een groep personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting/transportmodaliteit en een ongewoon voorval binnen die inrichting of met een transportmodaliteit waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt weergegeven in een fN-curve waarin het aantal doden is uitgezet tegen de cumulatieve kans op scenario's met dat aantal doden. In de fN-curve wordt een oriëntatiewaarde aangegeven, die het ijkpunt aangeeft waarin gezocht moet worden naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen.
Vaststellen van het groepsrisico
De vervangende leiding wordt op dezelfde diepte aangelegd en gemaakt van dezelfde materialen met dezelfde wanddikte. Door het verleggen van dit gedeelte van de leiding in westelijke richting, komt dit op grotere afstand te liggen van de binnenstad van Terneuzen dan het oorspronkelijk deel. Op grond hiervan wordt vastgesteld dat er geen sprake is van een toename van het groepsrisico.
Verantwoordingsplicht groepsrisico
Op grond van het feit dat het groepsrisico met minder dan 10% toeneemt (art. 8 Regeling externe veiligheid buisleidingen), dienen ter verantwoording van het groepsrisico de volgende aspecten (art. 12 Besluit externe veiligheid buisleidingen) te worden vermeld:
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het realiseren van het bestemmingsplan.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de regelgeving (regels en plankaart). Aangezien in de voorgaande hoofdstukken op enkele aspecten van de juridische systematiek is ingegaan, zal op sommige plaatsen worden volstaan met een verwijzing naar eerdere hoofdstukken.
Het bestemmingsplan regelt het gebruik van de gronden en bouwwerken binnen het plangebied. Het plan biedt het gemeentebestuur een basis voor handhaving, indien op een bepaalde locatie activiteiten plaatsvinden die strijdig zijn met het bestemmingsplan en daarom uit ruimtelijk oogpunt onwenselijk worden geacht.
Daarnaast vormt het bestemmingsplan een belangrijk toetsingskader bij de verlening van een omgevingsvergunning. Bouwaanvragen kunnen uitsluitend worden gehonoreerd indien voldaan wordt aan het bepaalde in de regels van dit bestemmingsplan.
Het juridisch bindende gedeelte van dit bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Verbeelding en regels dienen in samenhang met elkaar te worden gelezen, waarbij de op de verbeelding genoemde bestemmingen en de op de verbeelding opgenomen aanduidingen (zoals bijvoorbeeld de bouwvlakken en bouwhoogten) zijn terug te vinden en nader zijn uitgewerkt in de regels.
De regels van dit bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken:
In het vervolg van dit hoofdstuk wordt eerste een beschrijving gegeven van de wijze van bestemmen, waarna de regels van dit bestemmingsplan worden besproken.
Wijze van bestemmen
Het bestemmingsplan heeft het doel de verlegging van de stikstofleiding planologisch mogelijk te maken. Het plangebied valt onder de beheersverordening Dow, Mosselbanken en logistiek park. De bestaande stikstofleiding is geregeld met een besluitvlak Leiding. De verlegging van de leiding zal plaatsvinden buiten dit besluitvlak, waardoor dit niet is toegestaan om basis van de beheersverordening. Het onderhavige nieuwe bestemmingsplan maakt dit mogelijk.
Inherent aan de aard van een bestemmingsplan bestaat het plan uit de dubbelbestemming voor de stikstofleiding en de onderliggende enkelbestemmingen. Bij de enkelbestemmingen is aangesloten op de gebruiks- en bouwmogelijkheden in de Beheersverordening voor dezelfde functie.
De stikstofleiding wordt verlegd. Dit houdt in dat de bestaande stikstofleiding wordt verwijderd. In het bestemmingsplan is dit deel van de stikstofleiding wegbestemd door geen dubbelbestemming op te nemen.
In deze paragraaf volgt een beschrijving van de opbouw van de bestemmingen alsmede een artikelsgewijze toelichting van de bestemmingen, zoals opgenomen in dit bestemmingsplan.
Opbouw van de bestemmingen
In de regels is per bestemming een min of meer vaste opbouw gehanteerd. Ieder artikel waarin een bestemming is geregeld, begint met het noemen van het artikelnummer aangevuld met de naam van de bestemming. De bestemmingsnaam geeft in het kort aan waar dit onderdeel van het plan voornamelijk betrekking op heeft.
Het volgende onderdeel in de bestemming is de 'bestemmingsomschrijving'. Hierin wordt weergegeven voor welke doeleinden de betreffende gronden bedoeld zijn. Het is dus een verdere uitwerking van de bestemmingsnaam.
Bij een aantal bestemmingen is daarnaast een nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving opgenomen, waarin een verdere uitleg over de bestemmingsomschrijving wordt gegeven.
Vervolgens staan onder 'bouwregels' de regels voor het bouwen. In dit lid is aangegeven welke bouwwerken bij recht mogen worden opgericht en welke maatvoeringseisen hiervoor gelden.
Hieronder volgt een toelichting van de bestemmingen.
De agrarische gronden in het plangebied hebben de bestemming Agrarisch. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.
De gronden van het bedrijfsperceel zijn conform de beheersverordening bestemd voor Bedrijventerrein - A. De gebruiks- en bouwregels sluiten aan op de beheersverordening, waardoor het volledige perceel op dezelfde wijze gebruikt en bebouwd kan worden.
Rondom het bedrijfsperceel liggen bermen langs een sloot. Deze bermen hebben de bestemming Groen gekregen.
Leidingen
Er zijn vijf bestaande leidingen in het gebied gelegen. Deze zijn ieder met een eigen dubbelbestemming bestemd.In de naam van de dubbelbestemming is opgenomen welke specifieke (brand)stoffen of elementen toegestaan zijn. Langs deze leidingen zijn aan weerszijden beschermingszones van 5 meter opgenomen.
De nieuwe stikstofleiding is bestemd met de dubbelbestemming Leiding - Stikstof. Aan weerszijden van de leiding is een beschermingszone van 5 meter opgenomen. De dubbelbestemming heeft als doel de leiding te beschermen door activiteiten te verbieden die de leiding in gevaar brengen.
Op het perceel ligt een geluidzone ten aanzien van industrielawaai. Binnen deze gebiedsaanduiding zijn geen geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, toegestaan.
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan.
Er is sprake van een bouwplan conform artikel 6.2.1. Besluit ruimtelijke ordening, waarvoor op basis van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan dient te worden vastgesteld. Het opstellen van een exploitatieplan is echter niet nodig, wanneer de kosten van de grondexploitatie anderzijds is verzekerd. In onderhavig geval zal een anterieure overeenkomst worden gesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer, waarin onder andere afspraken worden gemaakt over eventuele planschade. Op die manier kan planschade niet worden afgewenteld op de gemeenschap.
Conform de gemeentelijke legesverordening zijn er leges verschuldigd voor onderhavige ontwikkeling. Deze kosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeente hoeft derhalve zelf geen kosten te maken ten aanzien van de procedure van onderhavige ontwikkeling.
De kosten voor de realisatie (de bouw) van dit initiatief zijn eveneens volledig voor de initiatiefnemer. De gronden binnen het plangebied zijn reeds in eigendom bij de initiatiefnemer. Vanuit de gemeente zijn derhalve geen kosten gemoeid met de aanschaf van gronden.
Doordat de grondexploitatie anderszins geregeld is, is het opstellen van een exploitatieplan niet nodig. De beoogde ontwikkeling wordt op basis van het vorenstaande economisch uitvoerbaar geacht.
Het plan is voorgelegd aan de vaste vooroverlegpartners Provincie, Waterschap en de Veiligheidsregio Zeeland. Zowel de Provincie, het Waterschap als de Veiligheidsregio Zeeland hebben aangegeven met het bestemmingsplan in te kunnen stemmen. De watervergunning is verleend op 27 januari 2016.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 21 januari tot en met 2 maart 2016 ter inzage gelegen. Tijdens deze terinzagelegging is één schriftelijke zienswijze kenbaar gemaakt. De zienswijze en de beantwoording is opgenomen in de Antwoordnota zienswijzen. De zienswijze heeft niet geleid tot een wijziging van het bestemmingsplan. De Antwoordnota zienswijzen is als bijlage 4 toegevoegd aan de toelichting.