| Plan: | Bedrijventerrein Koegorsstraat |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0715.BPKGP03-VG99 |
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat voor de beoogde functieveranderingen geen ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet vereist is. Hierbij dient wel gewerkt te worden volgens het principe van zorgvuldig handelen en mogen broedvogels niet verstoord worden. Wat de gebiedsbescherming betreft mag worden geconcludeerd dat zowel de Natuurbeschermingswet 1998 als de Ecologische hoofdstructuur geen beletsel vormen voor de ontwikkeling.
Toetsingskader
Gebiedsbescherming
Op 1 oktober 2005 is de (gewijzigde) "Natuurbeschermingswet 1998" in werking getreden. De Europese regelgeving in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijn is nu geheel in Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De ecologische hoofdstructuur is beschermd in het provinciale beleid.
Soortbescherming
De Flora- en faunawet bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De Flora- en faunawet is in zoverre voor de onderhavige ontwikkeling van belang, dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van het initiatief niet in de weg staat.
Onderzoek
Gebiedsbescherming
Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura-2000. De planlocatie maakt evenmin deel uit van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS).
Soortenbescherming
Het bestemmingsplan voorziet in het aanleggen van een bedrijventerrein op gronden die momenteel een agrarisch gebruik kennen. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen algemene natuurwaarden (zoogdieren) en broedvogels.
Voor de toetsing aan de Flora- en faunawet is het uitgebreide onderzoek beschreven in bijlage 4.
Hieruit blijkt dat de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van het bedrijventerrein kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden. Het betreft hier de aanwezige zoogdieren en broedvogels, zie tabel 1.
Er zal geen ontheffing nodig zijn voor de soorten uit categorie 1 waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet geldt. De aantasting en verstoring van vogels dient te worden voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen (broedseizoen is globaal van 15 maart tot en met 15 juli) te laten starten en minimaal een afstand van 50 meter aan te houden tot nesten van broedvogels.
In de directe omgeving van het plangebied en langs de hoofdontsluiting zijn geen natuurgebieden gelegen. Het gebruik van het bedrijventerrein zal dan ook niet leiden tot een kans op verstoring van beschermde natuurwaarden in de omgeving.
In de Flora- en faunawet staat ook het principe van "zorgvuldige handelen" beschreven. Dit is gericht op het voorkomen van onnodige slachtoffers (ook als geldt voor deze soorten een vrijstelling). Uit het oogpunt van zorgvuldig handelen is het wenselijk om ruim voorafgaande aan de feitelijke ingreep de grasvegetatie, waar ingrepen zullen plaatsvinden, (frequent) kort te maaien en het maaisel af te voeren. Hierdoor wordt het gebied minder geschikt als leefgebied voor kleine zoogdieren en broedvogels. Deze zullen wegtrekken of zich niet vestigen. De kans op het onbewust doden van deze toch (algemene) dieren is daardoor duidelijk geringer en hiermee kan worden voldaan aan de doelstelling ten aanzien van het zorgvuldig handelen, zoals vastgelegd in de Flora- en faunawet.
Voor een deel van het plangebied, de locaties brandweer, afdeling Beheer en Onderhoud, Ambulancedienst en het Calamiteitencentrum, is reeds een ontheffing verleend in het kader van de Flora- en faunawet. Deze ontheffing had betrekking op het slopen van gebouwen en kappen van bomen waarbij beschermde natuurwaarden aanwezig waren. Deze werkzaamheden zijn uitgevoerd en de beschermde natuurwaarden zijn niet meer aanwezig. De oude verplichting uit de ontheffing moet echter nog deels worden gerealiseerd.
Deze ontheffing, inclusief de uitgevoerde toetsen, is bijgevoegd in bijlage 8,9 en 10.