| Plan: | Bedrijventerrein Koegorsstraat |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0715.BPKGP03-VG99 |
Conclusie
De beoogde ontwikkeling van de extra bedrijfsgrond langs de Koegorsstraat is niet strijdig met de doelstelling om een duurzaam watersysteem te realiseren.
Wanneer het plangebied nagenoeg volledig wordt afgekoppeld, er voldoende waterberging wordt gerealiseerd, er een (verbeterd) gescheiden rioolstelsel wordt gerealiseerd en er bij de inrichting van het plangebied voldoende rekening wordt gehouden met schouwstroken langs de watergangen, zijn er verder geen extra watermaatregelen noodzakelijk.
De rioolwatertransportleiding voor het deelgebied waar het oefencalamiteitencentrum is beoogd, wordt in overleg met het waterschap omgelegd. De per deelgebied uitgewerkte inrichtings- en rioleringsplannen worden ter goedkeuring aan het waterschap overlegd.
Waterbeheerder
Het waterkwantiteitsbeheer is in handen van het Waterschap Scheldestromen. In het kader het vooroverleg is het bestemmingsplan in concept verzonden aan het waterschap met het verzoek om het wateradvies uit te brengen. Het wateradvies is opgenomen in bijlage 2.
Afstemming ruimtelijke ordening met het waterbeheer
In het kader van de afstemming met de ruimtelijke ordening zijn in het Omgevingsplan van de provincie Zeeland waterkansenkaarten opgesteld voor onder andere stedelijke functies. Deze kaarten zijn beschikbaar via de provinciale website. Uit deze kaart blijkt voor het plangebied dat:
Het huidige watersysteem
Oppervlaktewaterhuishouding
Het plangebied ligt in de Koegorspolder. De ontwatering in de Koegorspolder is in het algemeen goed. De heersende grondwatertrap, op basis van de Stiboka kaarten (1980) is VI (GHG tussen 0,40 en 0,80 m onder het maaiveld, GLG lager dan 1,20 m onder het maaiveld).
Door het hoge waterpeil in het Kanaal van Gent naar Terneuzen (NAP +2,13 m), in vergelijking met de lagere peilen in het plangebied, is de stroming van het grondwater naar het oosten gericht. In de Koegorspolder treedt netto kwel op. De invloed van zoute kwel vanuit de Westerschelde is hierbij in het plangebied aanwezig. Als gevolg van deze zoute kwel uit de Westerschelde is het oppervlaktewater in de poldersloten zoet-brak (< 300 mg / l Cl).
De Koegorspolder behoort tot het afwateringsgebied van Othene. Dit gebied watert via het de Spuikreek, de Otheense kreek en het uitwateringsgemaal / sluis Othene (ten oosten van Terneuzen) af op de Westerschelde. Het in de praktijk gehandhaafde zomer- en winterstreefpeil bedraagt respectievelijk NAP –0,80 m en NAP –1,00 m.
De gehalten aan stikstof, fosfaat en chloride in het grondwater van het plangebied liggen hoger dan de minimale kwaliteitsnormen volgens de 4e Nota Waterhuishouding. De hoge fosfaatconcentraties zijn kenmerkend voor Zeeland en worden mede veroorzaakt door de invloed van zout (kwel)water.
Riolering
In de Koegorsstraat is door de gemeente Terneuzen al deels een verbeterd gescheiden rioleringsstelsel aangelegd. Bij het ontwerpen van het rioleringsplan voor de nog aan te leggen rioleringen zal waar het uit kwaliteitsoogpunt mogelijk is een gescheiden rioleringsstelsel worden voorzien. Dakvlakken, drainages en relatief schone verharde terreinen kunnen dan rechtstreeks op het oppervlaktewater lozen, al dan niet met aanvullende zuiveringstechnische voorzieningen. Afvoer van het vuile water vindt plaats via de afvalwatertransportleiding (AWL) die langs de Koegorsstraat loopt van Spui naar de zuivering van het waterschap nabij de brug Sluiskil.
Toekomstig watersysteem
In opdracht van de gemeente is door Grontmij al eerder nader onderzoek gedaan naar het toekomstig watersysteem in het plangebied. In bijlage 3 is een kaart opgenomen, met daarin het voorgestelde watersysteem. Op deze kaart is het plangebied opgedeeld in de deelgebieden A t / m H. De deelgebieden A en H zijn voorzien voor waterberging waarbij deelgebied H een reeds gerealiseerde waterpartij is (voor de deelgebieden E, F en G) en van A is inmiddels een gedeelte gerealiseerd (voor deelgebied B). De deelgebieden B t / m G zijn de te ontwikkelingen bedrijfsgronden.
Voor de locatie van de gemeentelijke diensten (deelgebied B) en voor de RICAS locatie (deelgebied C) zijn door Arcadis, parallel aan elkaar, waterparagrafen opgesteld.
Conform de laatste landelijke provinciale en regionale beleidsstukken moet zoveel mogelijk duurzaam worden omgegaan met hemelwater. Het vuile en schone water wordt gescheiden zodat het schone water niet naar de zuivering wordt afgevoerd. Om de waterafvoer bij extreme neerslagsituaties te kunnen reguleren is de trits "eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren" richtinggevend voor het waterbeheer bij nieuwe ontwikkelingen.
De uitwerking van het toekomstige watersysteem voor het plan “Bedrijvenstraat Koegorspolder” kent een aantal doelen welke zijn ingegeven door het concept van duurzaam stedelijk waterbeheer. Deze zijn:
In het kader van de Watertoets is met het waterschap vastgesteld aan welke eisen het (hemel)watersysteem dient te voldoen. De belangrijkste uitgangspunten hierbij zijn:
Watertoets
Bij het ontwerp voor de beoogde ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de relevante waterhuishoudkundige criteria die door de waterbeheerder (in de Zeeuwse Handreiking Watertoets) zijn aangegeven. Toetsing aan deze thema's levert de zogeheten watertoets op.
In onderstaande tabel zijn de resultaten van deze toetsing weergegeven:
Tabel 3.1. Toetsing aan waterhuishoudkundige criteria volgens Zeeuwse Handreiking Watertoets
| thema | waterdoelstelling | uitwerking |
| Veiligheid/-Waterkering | Waarborgen veiligheidsniveau en daarvoor benodigde ruimte. |
Niet van toepassing. |
| Wateroverlast (vanuit oppervlaktewater) | Voldoende ruimte voor vasthouden, bergen en afvoeren water. | Om de waterafvoer bij extreme neerslagsituaties te kunnen reguleren is de trits "eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren" richtinggevend voor het waterbeheer bij nieuwe ontwikkelingen. Neerslag op verhard oppervlak komt relatief snel tot afvoer en dit kan leiden tot afvoerpieken. De verharde oppervlakten zullen toenemen en hiervoor wordt extra berging gerealiseerd. |
| Riolering/ RWZI | Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken i.v.m. vermindering hydraulische belasting van de rioolzuiveringsinstallatie. Rekening houden met (ook eventuele filter) ruimte daarvoor. | In de gebieden B, C, E, F en G is/wordt een verbeterd gescheiden en in gebied D wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd. Het (betrekkelijk) schone hemelwater wordt zoveel mogelijk afgekoppeld en rechtstreeks gescheiden naar het oppervlaktewater afgevoerd. Water van inritten en wegen gaat rechtstreeks naar de bermen. De inrichting van het gebied en daarmee het vrijkomen van afvalwater is voorzien in het GRP. |
| Watervoorziening/-aanvoer | Het voorzien van de bestaande functie van (grond- en/of oppervlakte-)water van de juiste kwaliteit water en de juiste hoeveelheid op het juiste moment. Het tegengaan van nadelige effecten van veranderingen in ruimtegebruik op de behoefte aan water. |
De watervoorziening is niet in het geding. De waterbeheerder vraagt nadrukkelijk aandacht voor hergebruik van water in het bouwontwerp. Neerslagwater is van goede kwaliteit. Door het gebruik van regenwater kan op het drinkwatergebruik worden bespaard. Zowel voor het bedrijfsvoeringproces van het oefencentrum als van de huisvesting gemeentelijke diensten zal water worden hergebruikt. |
| Volksgezondheid (watergerelateerd) | Minimaliseren risico water-gerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar en -risico's. |
Er zijn geen belemmeringen voor de volksgezondheid. Verdrinkingsgevaar is beperkt door afgesloten terrein en taluds van minimaal 1:2. |
| Bodemdaling | Voorkómen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. | De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling zal niet optreden; wel wordt zetting verwacht door extra ophogingen. |
| Grondwateroverlast | Tegengaan/Verhelpen van grondwateroverlast. | De functies vragen geen lage waterstand. Ten behoeve van de aanleg van de ondergrondse infrastructuur zal de grondwaterstand waarschijnlijk tijdelijk worden verlaagd. Bij het op te stellen bemalingsplan zal het provinciale waterbeheersplan in acht worden genomen en een lozingsvergunning worden aangevraagd bij het waterschap. Blijvende grondwater- overlast wordt niet verwacht. |
| Oppervlaktewater | Behoud/Realisatie van een goede grondwaterkwaliteit voor mens en natuur. | Er wordt niet gebouwd in een infiltratiegebied, natuurgebied of gebied voor drink watervoorziening. |
| Verdroging | Bescherming karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden. | Verdroging is niet aan de orde. |
| Natte Natuur | Ontwikkeling/Bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. | In de omgeving van het plangebied is geen te beschermen (natte) natuur aanwezig. Er is dan ook geen sprake van een bufferzone. Natuur is niet aan de orde. |
Koegorsstraat
Het water van de verharding van de Koegorsstraat alsmede van de aansluitende inritten en het geplande fietspad stroomt rechtstreeks naar de bermen waar het deels infiltreert en deels via de wegsloten wordt afgevoerd.
Onderhoud
Ingevolge de Keur dienen ten opzichte van door het waterschap beheerde waterlopen obstakelvrije stroken / beplantings- en bebouwingsvrije onderhoudsstroken (schouwstroken) in acht te worden genomen. Bij de uitvoering zal daarmee rekening worden gehouden.