direct naar inhoud van Regels
Plan: Mortiere Fase 6b
Status: vastgesteld
Plantype: uitwerkingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0687.BPUMORF6B-VG02

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

Het uitwerkingsplan Mortiere Fase 6b met identificatienummer NL.IMRO.0687.BPUMORF6B-VG02 van de gemeente Middelburg. Het uitwerkingsplan maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan 'Mortiere'.

Op het uitwerkingsplan zijn de begrippen behorende bij het plan zoals genoemd in 1.3 voor zover relevant, van toepassing.

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

1.3 bestemmingsplan 'Mortiere'

Het bestemmingsplan 'Mortiere' met identificatienummer NL.IMRO.0687.BPMOR-VW02 van de gemeente Middelburg.

1.4 aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak.

1.7 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.8 huishouden

een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning.

1.9 maatschappelijk

Voorzieningen en instellingen, gericht op het aanbieden en uitoefenen van activiteiten, gericht op de sociale, maatschappelijke, medische, zorgverlenende, levensbeschouwelijke, en openbare dienstverlening als ook beschermde woonvormen, ontspanning, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang.

1.10 woning

een complex van ruimten, dat krachtens zijn indeling geschikt en bestemd is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Groen

2.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. beplantingen;
  • b. bermen;
  • c. water;
  • d. voet- en fietspaden;
  • e. speelvoorzieningen;
  • f. kunstwerken/objecten;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. parkeervoorzieningen.
2.2 Bouwregels

Op de voor Groen bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van (licht)masten niet meer mag bedragen dan 9 m;
    • 2. de bouwhoogte van speelvoorzieningen niet meer mag bedragen dan 12 m;
    • 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m;
  • b. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn toegestaan, met dien verstande dat:
    • 1. de oppervlakte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 15 m²;
    • 2. de goothoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 3 m;
    • 3. de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 4,5 m.

Artikel 3 Tuin

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen;
  • b. ontsluiting;
  • c. parkeervoorzieningen, met uitzondering van parkeren op gronden behorende bij tussenwoningen.

3.2 Bouwregels

Op de voor Tuin bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat:
    • 1. de oppervlakte van erkers mag niet meer bedragen dan 6 m² per erker, de diepte mag maximaal 1,5 m bedragen en de hoogte mag maximaal 4 m bedragen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2 m met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen voor de rooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m;
    • 2. indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - accent' een accent wordt gebouwd, mag de bouwhoogte van erf- of terreinafscheiding, op de voorgevelrooilijn alsmede op de zijgevelrooilijn ter hoogte van het accent, niet meer bedragen dan 1 m;
    • 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m.

Artikel 4 Verkeer

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen, bestaande uit ten hoogste twee maal één doorgaande rijstrook;
  • b. bruggen;
  • c. fiets- en voetpaden;
  • d. parkeerplaatsen;
  • e. bermen;
  • f. watergangen en andere voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals waterinfiltratie en -transportvoorzieningen en ondergrondse bergbezinkbassins;
  • g. geluidwerende voorzieningen;
  • h. beplanting;
  • i. nutsvoorzieningen.
4.2 Bouwregels

Op de voor Verkeer bestemde gronden mogen ten dienste van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte van (licht)masten niet meer mag bedragen dan 9 m;
    • 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer mag bedragen dan 3 m;
  • b. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen zijn toegestaan, met dien verstande dat:
    • 1. de oppervlakte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 15 m²;
    • 2. de bouwhoogte van gebouwen niet meer mag bedragen dan 3 m.

 

Artikel 5 Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen in een woning;
  • b. ten behoeve van de bestemming behorende tuinen, erven, parkeervoorzieningen, ontsluitingspaden en wegen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca – tot en met categorie 1a' (sh<1a): tevens voor horeca t/m categorie –1a zie Staat van Horeca-activiteiten Bijlage 1 met een maximum van twee en een maximum bedrijfsvloeroppervlak van 150 m²;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - 9' tevens maatschappelijke voorzieningen in de vorm van kleinschalige buurtgebonden voorzieningen, zoals kinderdagverblijven, medische en sociale voorzieningen e.d. met een maximumbedrijfsvloeroppervlak van 569 m2, waarbij geldt dat indien horeca zoals bedoeld onder c. en/of detailhandel zoals bedoeld onder e. wordt gerealiseerd dit in mindering dient te worden gebracht op het bedrijfsvloeroppervlak aan maatschappelijke voorzieningen;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - 1' tevens detailhandel in de vorm van kleinschalige buurtgebonden voorzieningen met een maximum bedrijfsvloeroppervlak van 400 m2.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Toelaatbaarheid van bouwwerken

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden worden gebouwd:
    • 1. ter plaatse van het bouwvlak:
      • hoofdgebouwen;
      • aan- en uitbouwen;
      • bijgebouwen;
      • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
    • 2. buiten het bouwvlak:
      • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. als woningtype is toegestaan:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding “gestapeld”: gestapelde woningen;
  • c. alvorens een omgevingsvergunning, gericht op (bouw)werkzaamheden in het kader van de doeleinden zoals bedoeld in 5.1 verleend kan worden, dient inzichtelijk te worden gemaakt dat zal worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen, waarbij de in 5.4 sub c gestelde parkeernormen in acht moeten worden genomen.
  • d. op de percelen met de bestemming 'Wonen' mag alleen worden gebouwd indien dit geen negatieve hydrologische gevolgen heeft voor de omliggende gronden.
5.2.2 Maatvoering

De goothoogten, bouwhoogte, de oppervlakte en / of de inhoud en diepte van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, bedragen ten hoogste de volgende aangegeven maten:

  bouwwerk    goothoogte   bouwhoogte   oppervlakte / inhoud   diepte  
a   hoofdgebouwen   -   zie maatvoeringsaanduiding   -   -  
b   overkappingen   -   3 m   -   -  
c   erfafscheidingen voor de voorgevel   -   1 m   -   -  
d   erfafscheidingen achter de voorgevel en het verlengde daarvan   -   2 m   -   -  
e   overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   -   3 m   10 m2   -  

5.2.3 Voorwaardelijke verplichting bouwen

Op de percelen met de bestemming 'Wonen' mag alleen worden gebouwd indien het aantal van 150 woningen per kalenderjaar, dat op grond van artikel 17.2 onder e van de planregels van het bestemmingsplan 'Mortiere" mag worden gebouwd, daarmee niet wordt overschreden.'

5.3 Nadere eisen
5.3.1 Groene erfafscheidingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen omtrent de soort en vorm van erfafscheidingen als bedoeld in lid 5.2.2 sub e voor een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld met groene uitstraling, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. het stellen van nadere eisen leidt er niet toe dat daardoor de gebruikswaarde van de gronden onevenredig wordt geschaad;
  • b. nadere eisen mogen worden gesteld voor een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld met groene uitstraling door te stellen dat het gedeelte van de erfafscheiding hoger dan 1 m met een groene beplanting wordt uitgevoerd.
5.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. op de gronden met de bestemming Wonen is – in samenhang daarmee – ook het gebruik toegestaan van gedeelten van hoofdgebouwen, inclusief bijbehorende bouwwerken, voor vrije beroepen, voor zover:
    • 1. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
    • 2. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
    • 3. het geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
    • 4. er geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met het beroep of bedrijf aan huis;
    • 5. ten hoogste 30% van het vloeroppervlak, met een maximum van 50 m², van de woning inclusief aan en uitbouwen ten behoeve van een vrij beroep in gebruik zal zijn;
    • 6. het bedrijvigheid betreft die niet onder de werking van de Wet milieubeheer valt;
    • 7. het beroep niet wordt beoefend in een vrijstaand bijgebouw;
  • b. op de gronden met de bestemming Wonen zijn een bedrijf aan huis en logies niet toegestaan;
  • c. voor het gestelde in artikel 5.2.1 sub c gelden voor de aanleg van parkeerplaatsen de volgende normen:
    • 1. woningen duur minimaal 1,9 en maximaal 2,1 parkeerplaatsen per woning;
    • 2. woningen middelduur minimaal 1,7 en maximaal 1,9 parkeerplaatsen per woning;
    • 3. woningen goedkoop minimaal 1,4 en maximaal 1,7 parkeerplaatsen per woning;
    • 4. voor voorzieningen 2,5 parkeerplaats per 100 m2 bvo.
  • d. in aanvulling op 5.4 sub c.4 dient voor de voorzieningen bij gebruik aangetoond te worden dat voldaan wordt aan de gestelden parkeernormen.
  • e. het aantal woningen binnen het plangebied Mortiere Fase 6b bedraagt ten hoogste 90.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Bedrijf aan huis en bed en breakfast

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd omgevingsvergunning te verlenen van het bepaalde in lid 5.4 teneinde het gebruik van gedeelten van hoofdgebouwen, inclusief bijbehorende bouwwerken, voor een bedrijf aan huis en bed en breakfast toe te staan, voor zover:

  • a. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft;
  • b. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning uitvoert, tevens de gebruiker van de woning is;
  • c. het geen zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreffen dat deze kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;
  • d. er geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met het bedrijf aan huis;
  • e. ten hoogste 30% van het vloeroppervlak, met een maximum van 50 m², van de woning inclusief aan en uitbouwen ten behoeve van het aan huis of een bed en breakfast in gebruik zal zijn;
  • f. het bedrijvigheid betreft die niet onder de werking van de Wet milieubeheer valt;
  • g. het beroep niet wordt beoefend in een vrijstaand bijgebouw.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 7 Overige regels

Het bepaalde in de volgende paragrafen van het bestemmingsplan "Mortiere" van de gemeente Middelburg is onverkort van toepassing op het uitwerkingsplan "Mortiere Fase 6b":

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

Artikel 2 Wijze van meten

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 17 Wonen - Uit te werken

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 25 Anti-dubbeltelbepaling

Artikel 26 Algemene bouwregels

Artikel 27 Algemene afwijkingsregels

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 8 Overgangsrecht

8.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
  • b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid onder a. omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%;
  • c. het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
8.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na de inwerkingtreding van het plan, voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. het bepaalde in dit lid onder 1. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 9 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het uitwerkingsplan 'Mortiere Fase 6b'.