| Plan: | Noordstraat 30 (Kapelle-Biezelinge 5e wijziging) |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0678.kapbiezWZ005-VAST |
Aan de Noordstraat 30 te Kapelle, kadastraal bekend als gemeente Kapelle, sectie F, nummer 1267, ligt een perceel van ruim 17.800 m², waarop een woonboerderij met kantoor en tuin is gesitueerd.
De initiatiefnemer is voornemens het kantoorgedeelte te gaan bewonen en de oorspronkelijke schuur te benutten als bijzondere woonvorm voor de huisvesting van 10 personen, ouder dan 18 jaar, met een beperking. De gronden zijn momenteel bestemd voor Wonen, Tuin en Kantoor en deels voor Agrarisch - uitsluitend hobbymatig (zie ook 1.1.3).
Nu de gronden niet voorzien in een bestemming Wonen ter plaatse van het kantoor en een aanduiding bijzondere woonvorm ter plaatse van de oorspronkelijke schuur niet is opgenomen, is een juridisch-planologische procedure vereist.
Figuur 1.1. Ligging plangebied
De locatie is gesitueerd aan de noordzijde van de kern Biezelinge, juist ten zuiden van het spoortracé Vlissingen - Roosendaal. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Het plan is gelegen binnen het bestemmingsplan Kapelle-Biezelinge (vastgesteld 2010), op het kadastrale perceel gemeente Kapelle, sectie F, nummer 1267. Het perceel heeft een oppervlak van 17.800 m2. Op het perceel rusten de volgende bestemmingen:
Het plan is dat de initiatiefnemer zelf in de oorspronkelijke boerderijwoning gaat wonen en dat in het schuurdeel een woonvorm wordt gevestigd voor maximaal 10 cliënten vanaf 18 jaar en ouder.
Figuur 1.2. Uitsnede bestemmingsplan
Het initiatief is op de volgende punten niet passend binnen het bestemmingsplan:
Binnen het bestemmingsplan zijn zogenoemde wijzigingsbevoegdheden opgenomen, waarmee
burgemeester en wethouders bepaalde wijzigingen kunnen doorvoeren. Met toepassing van de
volgende wijzigingsbevoegdheden kan medewerking worden verleend aan het initiatief:
De gemeente staat positief tegenover het initiatief. Nu binnen het bestemmingsplan Kapelle-Biezelinge wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen waarmee het initiatief mogelijk gemaakt kan worden, zijn burgemeester en wethouders bereid deze procedure toe te passen.
De planwijziging bestaat uit een bondige toelichting en een verbeelding. Voor wat betreft de regels wordt aangesloten op het bestemmingsplan van Kapelle-Biezelinge. Deze regels blijven ongewijzigd.
Het plangebied is gelegen in het noordelijk deel van de Noordstraat. De Noordstraat is een oude uitvalsweg die de kern Biezelinge verbindt met de kern Kapelle. Het bebouwingbeeld is divers: meer naar het centrum van Biezelinge is de bebouwing compacter en aan beide zijden van de straat opgericht. Ter hoogte van het plangebied is ten westen van het plangebied sprake van bebouwing in een lint.
Het plangebied is een voormalig agrarisch perceel met kenmerkende bebouwing: voormalige boerenschuur met woonhuis en bijgebouwen (zie figuur 1.3).
Figuur 1.3. Bebouwing plangebied.
Bebouwing aan de rest van de Noordstraat bestaat overwegend uit vrijstaande en halfvrijstaande woningen, opgebouwd uit één of twee bouwlagen met kap. De nokrichting is afwisselend haaks of evenwijdig aan de weg. Direct nabij het plangebied bevinden zich vooral woonfuncties, op kortere afstand van het plangebied bevindt zich een tuincentrum. De Noordstraat, overgaand in de Biezelingsestraat, kenmerken zich beide als straten met ook enige functiemenging: detailhandel, kantoren, maatschappelijke voorzieningen.
Binnen het plangebied worden mogelijk gemaakt:
De beoogde ontwikkeling bestaat uit het functioneel wijzigen van de bestemmingen. De bouwmogelijkheden kunnen ongewijzigd blijven.
De ontwikkeling van de woning en de bijzondere woonvorm wordt ingepast binnen de bestaande bebouwing. De functie wonen en bijzondere woonvorm laat zich verenigen met het karakter van de Noordstraat en de Biezelingsestraat die beide enige vorm van functiemenging kennen.
Er wordt geen uitbreiding van de gebouwen voorzien, noch vindt sloop van de bebouwing plaats. De bestaande rooilijnen blijven gehandhaafd. Het positieve welstandsadvies waarborgt dat een aanvaardbare beeldkwaliteit wordt behouden.
Met betrekking tot parkeren geldt als uitgangspunt dat op eigen erf moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hiervoor is op het perceel voldoende ruimte aanwezig. Dit geldt ook voor het vervoer van de cliënten.
De ontwikkeling is getoetst aan de wijzigingsregels en verder beoordeeld op basis van het geldende beleidskader en sectorale aspecten. Een verslag hiervan is opgenomen in Bijlage 1 Toetsing aan beleidskader en Bijlage 2 Toetsing aan sectorale aspecten. Hieruit blijkt dat er geen beleidsmatige, milieuhygiënische en andere belemmeringen voor de locatie gelden.
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Dit geldt ook voor wijzigingsplannen. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken voor het bestemmingsplan. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de regels en het renvooi.
Op de gemeentelijke website of www.ruimtelijkeplannen.nl kunnen de digitale bestemmingsplannen, waaronder ook wijzigingsplannen, worden bekeken. Bij raadpleging van het digitale bestemmingsplan wordt de gebruiker bij het aanklikken van de percelen op een beeldscherm vanzelf naar de relevante delen van het bestemmingsplan of wijzigingsplan "doorverwezen".
Ondergrond
Op de verbeelding is in de ondergrond de bestaande situatie (bebouwing en kadastrale eigendomsgrenzen) weergegeven. Daarbij is gebruikgemaakt van een zo actueel mogelijk digitaal bestand.
Bestemmingen
Op de ondergrond zijn vlakken getekend waarin door middel van hoofdletters is aangegeven welke bestemming ter plaatse zal gaan gelden. De "bestemmingen" corresponderen met afzonderlijke artikelen in (Bestemmingsregels). In het renvooi is daarbij dezelfde volgorde aangehouden als in het betreffende hoofdstuk.
Aanduidingen en renvooi
De beoogde goot- en bouwhoogte is in de regels opgenomen. De betekenis van alle aanduidingen (cijfers en letters) wordt verklaard in het renvooi, een overzicht met verklaring van de aanduidingen op de verbeelding. Dit renvooi is voor zover nodig en wat betreft de aanduidingen opgesplitst in bouwaanduidingen, bouwvlak en maatvoeringsaanduidingen.
Voor een beoordeling van alle bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse van een perceel dient derhalve de op de verbeelding aangebrachte aanduiding te worden bekeken, het renvooi te worden geraadpleegd voor het kiezen van het juiste bestemmingsartikel in de regels, waarna het bijbehorende artikel dient te worden gelezen. Deze volgorde is de meest doelmatige om inzicht te krijgen in de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor het gebruik van en bebouwing op een perceel.
Verbeelding
In het wijzigingsplan zijn de volgende bestemmingen opgenomen:
Ten behoeve van het wijzigingsplan is ten behoeve van de bijzondere woonvorm een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' opgenomen.
Het maximum aantal woningen is binnen het bouwvlak gesteld op 2 (woning begeleiders en de woning voor de woongroep).
Tot slot is de aanduiding vrijstaand gewijzigd in aaneengebouwd.
Het bouwvlak en de maatvoeringsaanduidingen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan.
Regels
Voor wat betreft de regels wordt verwezen naar de regels van het bestemmingsplan 'Kapelle-Biezelinge', zoals dat in 2010 reeds is vastgesteld. De planregels behoeven geen wijziging.
In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling.
In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Voor dit bestemmingsplan is een dergelijk bouwplan aan de orde. Het is daarom in beginsel verplicht om een grondexploitatieplan op te stellen. Van het opstellen van een exploitatieplan kan worden afgezien wanneer het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In dit geval is het kostenverhaal verzekerd middels een planschadeovereenkomst en een exploitatieovereenkomst. Van het opstellen van een grondexploitatieplan wordt daarom afgezien.
Conform artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Uit een summier exploitatie overzicht is gebleken dat het plan economisch uitvoerbaar is.
In het kader van het aantonen van de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt de, in de wet vastgelegde, procedure doorlopen.
De waterparagraaf wordt conform het Bro voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen. Voor het overige is overleg niet noodzakelijk, aangezien een wijzigingsbevoegdheid een bevoegdheid is van burgemeester en wethouders en overlegpartners reeds bij het bestemmingsplan op basis van artikel 3.1.1 Bro overleg hebben gepleegd.
Voor het wijzigingsplan is overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3.2.a Wet ruimtelijke ordening, de openbare voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Op basis hiervan wordt het besluit, tezamen met het wijzigingsplan, gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tegen het besluit kan gedurende de termijn van terinzagelegging door belanghebbenden bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en wethouders.
Van 6 februari 2014 tot en met 20 maart 2014 heeft het ontwerpwijzigingsplan terinzage gelegen, samen met het gecoördineerd ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning. Er zijn geen zienswijzen ingediend op de ontwerp besluiten.
Beleidskaders overheid
| overheid | beoordelingsaspect | afweging |
| Rijk | Nationale belangen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) | In het plangebied worden geen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR geraakt. |
| Ladder van duurzame verstedelijking. a. Er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. b. Indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; c. Indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. |
a. Er is sprake van een ruimtelijke ontwikkeling die past binnen de actuele regionale behoefte. Er is overigens geen sprake van een toename van de woningvoorraad. De huidige woonboerderij wordt in het vervolg aangemerkt als bijzondere woonvorm (nu al een woonbestemming). Binnen de kantoorfunctie is ook het wonen in een woning al toegestaan. Beoogd wordt de woonfunctie nu leidend te laten zijn. De kantoorfunctie komt zodoende te vervallen, waarbij de bestemming van Kantoor naar Wonen wijzigt. Het aantal woningen in de kern neemt echter niet toe. b. De ontwikkeling vindt plaats binnen het bestaand stedelijk gebied; er is geen sprake van nieuwe uitleg. Transformatie of herstructurering is niet aan de orde: er wordt gebruikt gemaakt van beschikbare bebouwing die zonder grote aanpassingen geschikt is voor het beoogd gebruik. Kapelle is daarbij goed ontsloten door (openbaar) vervoer. Het NS-station ligt op korte afstand en nabij bushalten. Cliëntenvervoer vindt doorgaans plaats middels collectieve vervoerssystemen. ook hiervoor is de locatie goed bereikbaar. c. Niet van toepassing. |
|
| Provincie Zeeland | Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 (2012) | In het Omgevingsplan is ingezet op een goed woonklimaat en een goed werkende woningmarkt, zowel in steden, dorpen en op het platteland. Ook is ingezet op voldoende omvang, kwaliteit en differentiatie van de woningvoorraad. Bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik staan voorop. Het onderhavige bouwplan voorziet in het gebruik van bestaande woonbebouwing voor een bijzondere woonvorm en sluit daarmee aan op de algemene uitgangspunten van het Omgevingsplan van de provincie. Er vindt geen uitbreiding buiten bestaand stedelijk gebied plaats. De ontwikkeling vindt bovendien plaats nabij openbaar vervoer. Het Omgevingsplan staat derhalve de uitvoering van het bouwplan niet in de weg. |
| Verordening ruimte provincie Zeeland (2012) | De verordening stelt regels aan ruimtelijke plannen. Deze regels vloeien voort uit het Omgevingsplan. Dit wijzigingsplan is in overeenstemming met de regels uit de verordening. | |
| Gemeente Kapelle | Woonvisie (2008) Structuurvisie 2012-2030 |
De Woonvisie 2008 gaat uit van een uitbreidingsbehoefte in de gemeente Kapelle van zo'n 50 woningen per jaar ofwel 400 woningen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2015. Deze uitbreidingsbehoefte vloeit voor ongeveer tweederde voort uit de natuurlijke groei (geboorteoverschot). Ook het door vergrijzing en individualisering toenemend aantal huishoudens (dat leidt tot een daling van de gemiddelde woningbezetting) speelt een belangrijke rol. De woningbouwmogelijkheden zoals opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen zijn in evenwicht met de vraag naar woningen de komende periode, op basis van de verschillende prognoses. De gemeente Kapelle is erg in trek vanwege woongenot en voorzieningen. Bijzondere woonmilieus kunnen de woonfunctie van de gemeente verder versterken bijvoorbeeld in de vorm van landgoedwonen en zorgwonen. HDe voormalige agrarische schuur, waar momenteel een woning in is gevestigd, wordt ingericht als bijzondere woonvorm. Het voormalige woonhuis, dat nu in gebruik is en bestemd is als kantoor, wordt weer in gebruik genomen als woning. en toegevoegd aan de bestemming Wonen. Vanuit die woning vindt de begeleiding van de cliënten plaats. De Woonvisie 2008 en de Structuurvisie 2012-2030 van de gemeente Kapelle stimuleren zorgwonen. De beoogde planwijziging past zodoende binnen deze beleidskaders. |
|
Bestemmingsplan Artikel 11 Kantoor lid 11.5 Wijzigingsbevoegdheid lid 11.5.1 Woonfunctie Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming Kantoor wijzigen in de bestemming Wonen, met inachtneming van de volgende regels |
||
| a. wijziging is toegestaan nadat de bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd; | Hiervan is sprake. De kantoorfunctie wordt geheel beëindigd ten einde de wijziging naar een woonfunctie mogelijk te maken. | |
| b. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; | Beoogd is de wijziging van Kantoor naar Wonen. De omgeving kenmerkt zich door vooral woonbestemmingen. De planwijziging past daar zeer goed binnen. | |
| c. in het wijzigingsplan wordt aandacht besteed aan de gemaakte belangenafweging | De resultaten van de toetsing onder a en b leiden niet tot ruimtelijke bezwaren. Evenmin worden belangen van derden geschaad. Het perceel wordt nu aangewend voor het wonen en wonen past goed in de omgeving. Het ontwerpwijzigingsplan wordt ter inzage gelegd. De reacties worden verwerkt in het vast te stellen wijzigingsplan. De resultaten daarvan worden verwoord in paragraaf 3.2. |
|
| d. indien burgemeester en wethouders toepassing geven aan deze regels moet de procedure worden gevolgd als omschreven in artikel 30. | Het wijzigingsplan doorloopt de nu voorgeschreven wettelijke procedure. | |
|
Artikel 17 Wonen lid 17.8 Wijzigingsbevoegdheid lid 17.8.1 Burgemeester en wethouders kunnen de aanduidingen en bouwaanduidingen binnen de bestemming wijzigen in een bestemming zonder functie- of bouwaanduiding of met een andere functie- of bouwaanduiding, met inachtneming van de volgende regels: |
||
| a. de wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast voor zover geen stedenbouwkundige bezwaren bestaan, gelet op de aanwezige functie en woningtypen in de omgeving, tegen verandering van functie- of bouwaanduiding; | Binnen de kern komt de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' reeds op diverse andere locaties voor. Ten behoeve van de planwijziging wordt het woongebouw intern beperkt verbouwd. De aanpassing laat zich daardoor stedenbouwkundig ook goed inpassen in de omgeving, aangezien hier nauwelijks sprake van wijziging zal zijn. Parkeren wordt bovendien op eigen terrein opgelost. Hierdoor is geen sprake van parkeeroverlast in de omgeving. |
|
| b. wijziging is toegepast indien geen milieuhygiënische belemmeringen zijn; | De afstand tot omliggende woonfuncties bedraagt ten minste 40 meter. Voor bijzondere woonfuncties geldt dat deze op basis van jurisprudentie zich kunnen verdragen binnen de woonomgeving. De relatief grote afstand tot andere woningen, het feit dat voorzien kan worden in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein en de goede toegankelijkheid per openbaar vervoer maakt dat de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies niet onevenredig wordt geschaad. Ook vanuit externe veiligheid zijn geen noemenswaardige beperkingen. Verwezen wordt ook naar bijlage 2. | |
| c. wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies; | De voorgenomen wijziging van de bouwaanduiding leidt niet tot de aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen. De woonfunctie blijft behouden. Bijzondere woonvormen laten zich goed inpassen binnen de woonomgeving. | |
| d. in het wijzigingsplan wordt aandacht besteed aan de gemaakte belangenafweging; | De resultaten van de toetsing onder a, b en c leiden niet tot ruimtelijke bezwaren. Evenmin worden belangen van derden geschaad. het perceel blijft aangewend voor het wonen, met dien verstande dat nu tevens bijzondere woonvormen zijn toegestaan. Het ontwerpwijzigingsplan wordt ter inzage gelegd. De reacties worden verwerkt in het vast te stellen wijzigingsplan. De resultaten van de maatschappelijke toetsing worden verwoord in paragraaf 3.2. |
|
| e. indien burgemeester en wethouders toepassing geven aan deze regels moet de procedure worden gevolgd als omschreven in artikel 30. | Het wijzigingsplan doorloopt de nu voorgeschreven wettelijke procedure. |
| aspect/kader | beoordelingsaspect | afweging |
| Bodemkwaliteit | ||
| Besluit Bodemkwaliteit | Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit | Het plangebied is momenteel bestemd voor Wonen en Kantoor en deels als Tuin en wordt als zodanig gebruikt. Ook zijn er geen verdachte activiteiten in het verleden bekend. Het is niet aannemelijk dat er ernstige verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn. Aangenomen wordt dat de bodem geschikt is voor het voorgenomen gebruik. |
| Archeologie | ||
| Archeologiebeleid gemeente Kapelle | Is er sprake van een verwachtingswaarde op de gronden? | Het initiatief betreft een wijziging van de bestemming 'Kantoor' naar Wonen en het opnemen van een aanduiding 'specifieke vorm van wonen - 1' voor de bijzondere woonvorm. Er wordt uitsluitend intern verbouwd en er vinden geen werkzaamheden in de bodem plaats. De bodem wordt zodoende niet verstoord. De huidige regeling kan ongewijzigd blijven. Archeologie vormt geen belemmering. |
| Cultuurhistorie | Zijn er cultuurhistorische waarden? | Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. |
| Kabels en leidingen | Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig? | In of rondom het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. |
| Ecologie | ||
| Natuurbeschermings-wet 1998 | Is er sprake van significant negatieve effecten? |
Het plangebied ligt in binnenstedelijk gebied. Er is geen sprake van beschermde natuurwaarden in of rondom het plangebied. Voorts liggen er in de directe omgeving geen gebieden die onderdeel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Er zijn dan ook geen significant negatieve effecten op natuurwaarden. |
| Flora- en faunawet | Is er sprake van aantasting, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen? |
De gebouwen worden nu reeds helemaal benut voor kantoor - en woondoeleinden. De voormalige schuur is in het verleden reeds volledig omgebouwd tot modern woonhuis (open ruimten). De schuur is daardoor niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. beoogd is nu een interne verbouwing (realiseren slaapkamers en badkamers). Aan het exterieur worden geen significante wijzigingen doorgevoerd. Het overige deel van het plangebied wordt momenteel intensief gebruikt als tuin / hobbymatig agrarisch perceel. De locatie ligt in een stedelijke omgeving. Het is niet aannemelijk dat het terrein een habitat voor beschermde soorten vormt. Voor de uitvoering van het plan worden geen gebouwen gesloopt, bomen gekapt of sloten gedempt. Het plan veroorzaakt geen conflicten met de Flora en faunawet. Bij de uitvoering van het plan dient wel rekening te worden gehouden met de eventuele aanwezigheid van broedvogels en met de algemene zorgplicht. |
| Water | ||
| Waterveiligheid Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte |
De ontwikkeling is niet gelegen binnen de kern- of beschermingszone van een primaire of regionale waterkering. De ontwikkeling vormt daarom geen belemmering voor de waterveiligheid. | |
| Watertoets | Wateroverlast: Voldoende ruimte voor vasthouden/bergen/afvoeren van water. Per m2 verharding 75 mm berging |
De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande bebouwing. Er zijn zodoende geen aanvullende maatregelen benodigd, omdat de verharding niet verder toeneemt. |
| Grondwaterkwantiteit en verdroging Tegengaan / verhelpen van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en benutten van infiltratiemogelijkheden. |
De ontwikkeling voorziet niet in het oppompen van grondwater. Tevens beschikt de ontwikkellocatie niet over infiltratiemogelijkheden. Daarom is infiltratie ook niet mogelijk. Ten opzichte van de huidige situatie zal er geen (negatief) effect optreden. | |
| Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. |
De ontwikkeling zorgt niet voor (negatieve) effecten op de in de nabije omgeving aanwezige natte natuur. | |
| Riolering: Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken i.v.m. reductie hydraulische belasting RWZI en transportsysteem met beperken overstorten. Rekening houden met (eventuele benodigde filter)ruimte daarvoor. |
De bebouwing is reeds aangesloten op de bestaande rioleringsvoorzieningen in de omgeving. Schoon hemelwater afkomstig van de verhardingen kan worden afgekoppeld. |
|
| Volksgezondheid: Voorkomen van verdrinkingsgevaar; Geen gebruik uitlogende materialen. |
Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. |
|
| Bodemdaling: Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. |
Er is geen aanpassing waterpeil of drainage nodig. |
|
| Oppervlaktewaterkwaliteit: Behoud/Realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit voor mens en natuur. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. |
Het wijzigingsplan stelt geen activiteiten voor die negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit hebben. |
|
| Onderhoud waterlopen: Onderhoudsmogelijk heden waterlopen niet belemmeren. |
n.v.t. |
|
| Wateradvies | Over het wijzigingsplan wordt in het kader van het overleg met het waterschap Scheldestromen afgestemd. Het wateradvies is opgenomen in bijlage 3. | |
| Milieuzonering | ||
| Bedrijfs- milieuzonering VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009 |
Is er sprake voor hinder of belemmeringen van functies in de omgeving van de ontwikkeling? |
Het plangebied ligt in een rustige woonomgeving. De nieuwe woning wordt niet voorgesteld in de milieuzones van bedrijven. Bovendien is de locatie reeds bestemd voor woningen. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verantwoorde milieuzonering. |
| Parkeren | Is er voldoende parkeergelegenheid (aanbod) in de omgeving? | Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te voorzien in de twee parkeerplaatsen die op grond van de CROW parkeernormen nodig zijn bij een duurdere woning. |
| Externe veiligheid | ||
| Bevi-inrichtingen Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, spoor, buisleidingen en water. |
Ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van risicobronnen? | De dichtstbijzijnde risicobron betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. De betreffende spoorlijn ligt op minimaal 45 meter, vanaf de woning en de bijzondere woonvorm. Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de spoorlijn. De bijzondere woonvorm is een kwetsbaar object. Er worden namelijk maximaal 10 cliënten gehuisvest, die niet zelfredzaam zijn. Vlakbij is een spoorwegovergang gesitueerd (overgang Noordstraat / Biezelingsestraat). Op een spoor kunnen vier verschillende scenario's plaatsvinden. Dit zijn: een BLEVE, een vertraagde gaswolkontbranding, een plasbrand en een toxische wolk. Kans en effect verkleining Het verkleinen van het risico kan gedaan worden door het verkleinen van de kans op een incident of door het verkleinen van het effect van het incident. Op het verkleinen van de kans heeft de gemeente Kapelle geen significante invloed, omdat het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor zal blijven bestaan. Uit ruimtelijk en financieel oogpunt is het verwijderen van de gelijkvloerse spoorwegovergang geen optie. Het verkleinen van het effect bestaat uit twee onderdelen. Ten eerst de bronbestrijding, welke voor dit plan afdoende is geregeld. Ten tweede is het zorgen van voldoende bescherming van de aanwezigen in de buurt van het mogelijke incident. Advies Veiligheidsregio Bij een BLEVE (explosie) en een toxische wolk adviseert de veiligheidsregio (zie bijlage 4) om te schuilen. Hierbij zijn minimale maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat ramen, deuren en mechanische ventilatie gesloten moeten kunnen worden. Hierbij is het belangrijk dat dit organisatorisch geborgd is. Mensen moeten het risico herkennen en daar naar kunnen handelen. Daarnaast sneuvelen bij een explosie als eerste de ramen, waarbij ons advies is om zo min mogelijk glazen openingen (deuren en ramen) in het gebouw te plaatsen aan de kant van het spoor. Afweging gemeente Er is sprake van een bestaand gebouw. Nieuwe openingen worden daarbinnen niet voorzien. Met relatief eenvoudige maatregelen, zoals speciale folie, een af te schakelen automatische ventilatie en een daartoe aangewezen ruimte in het gebouw om te schuilen en een BedrijfsHulpverleningsplan, wordt invulling gegeven aan het advies van de veiligheidsregio. Bij een plasbrand en een vertraagde gaswolkontbranding is het advies om de omgeving zo snel mogelijk te ontruimen. Hierbij ziet de veiligheidsregio een groot risico voor de minder zelfredzame personen in de omgeving van het spoor. Het is hierbij onder andere van belang dat er goede vluchtmogelijkheden zijn. Deze vluchtwegen moeten van het spoor af zijn gericht. Afweging gemeente Er is sprake van goede vluchtmogelijkheden: de Noordstraat loopt in zuidelijke richting van het spoor af. Daarmee is een goede vluchtroute beschikbaar van het spoor af, zeker gezien de heersende windrichtingen (zuidwest). Daarnaast dient er gekeken te worden op welke manier organisatorisch invulling aan vluchten gegeven kan worden. In het centrum van Biezelinge bevinden zich openbare gebouwen, waar opvang mogelijk is. Daarnaast worden afspraken gemaakt met een object in de buurt waar in elk geval tot nader bericht tijdelijke opvang mogelijk is. De initiatiefnemers exploiteren de bijzondere woonvorm en beschikken daarvoor over de benodigde kennis. Er is een bedrijfshulpverleningsplan beschikbaar. Voorts zal altijd minimaal 1 persoon aanwezig zijn voor de cliënten. De gemeente is zodoende van mening dat er op een verantwoorde wijze invulling kan worden gegeven aan externe veiligheid. Externe veiligheid is derhalve geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. |
| Wegverkeerslawaai | ||
| Wet geluidhinder | Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een weg voorgesteld? |
De bebouwde kom van Kapelle-Biezelinge is aangewezen als 30-km/uur zone. Dergelijke wegen hebben op grond van de Wgh geen geluidszone. De dichtstbijzijnde zoneplichtige weg betreft De Noordstraat. Deze weg ligt op minimaal 18 meter van de reeds bestaande woonbebouwing en 20 meter van het bestaande kantoor. De bebouwing ligt daarmee binnen de geluidzone van de weg. In beginsel dient daarom een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Echter, het plangebied ligt in een woonwijk. Daarnaast is sprake van (grotendeels) een reeds bestaande woonbestemming. Ten aanzien van het kantoor geldt dat in beginsel een akoestisch onderzoek is vereist. Echter. Er is sprake van een bestaand gebouw. Maatregelen in de omgeving zijn van uit stedenbouwkundig en financieel oogpunt niet gewenst of mogelijk zijn (geluidschermen, ander bestratingsmateriaal). Er kan daarom worden afgezien van het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Het bouwbesluit waarborgt dat aan een maximaal binnenniveau van 33 dB wordt voldaan. |
| Spoorweglawaai | ||
| Wet geluidhinder | Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een spoorweg voorgesteld? | Op minimaal 45 meter afstand ten noorden van het plangebied ligt een spoorlijn. Deze spoorlijn heeft op grond van de zonekaart van het Ministerie van VROM een zonebreedte van 500 meter. In beginsel dient daarom een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. Om dezelfde reden als voor wegverkeerslawaai kan hiervan worden afgezien. Het bouwbesluit waarborgt dat aan een maximaal binnenniveau van 33 dB wordt voldaan. |
| Industrielawaai | ||
| Wet geluidhinder | Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone voor industrielawaai voorgesteld? | Het plangebied ligt buiten de geluidszone van bedrijventerrein Smokkelhoek. |
| Luchtkwaliteit | ||
| Wet milieubeheer | Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden in de Wet milieubeheer? |
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 19,7 ug/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 13,7. Deze waarden liggen onder de helft van de normen. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden. Kleine woningbouwlocaties (tot 3.000 woningen) vallen onder het besluit 'Niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM). Nu een bestaande kantoorfunctie komt te vervallen en wordt toegevoegd aan de woonbestemming betreft dit een project dat valt onder de regeling in niet betekenende mate. Het project zal niet tot een overschrijding van de normen leiden. |