direct naar inhoud van 3.2 Waarom een beheersverordening.
Plan: Recreatiegebieden Wemeldinge
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0678.bvrecreatiegebied-VAST

3.2 Waarom een beheersverordening.

Begrenzing

De grens van het gebied van de beheersverordening Recreatiegebieden Wemeldinge is aangesloten op de aangrenzende bestemmingsplannen. Daarmee ontstaat een gebiedsdekkend geheel van actuele juridisch-planologische regelingen, waartoe de Wro per 1 juli 2013 verplicht.

Gebiedstype

Het verordeningsgebied kenmerkt zich als een gemêleerd gebied.

  • Er zijn verschillende vormen van recreatie (verblijfsrecreatie) aanwezig.
  • Andere functies die aanwezig zijn, zijn natuur (bos) en agrarisch gebied.
  • Nevenfuncties zijn wonen (verspreid in het verordeningsgebied in de vorm van bedrijfswoningen bij agrarische en recreatiebedrijven en in een bebouwingslint langs de Oostelijke Achterweg) water, groen en verkeer.

Inzet beheersverordening

De geldende bestemmingsplannen zijn toe aan actualisatie. Een beheersverordening is een beheerregeling voor het bestaand gebruik voor een gebied met een lage dynamiek waarin geen ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien binnen de planperiode van de verordening (tien jaar). Hierna wordt onderbouwd waarom sprake is van een lage dynamiek van het verordeningsgebied.

Het verordeningsgebied kan worden getypeerd als een gebied waar zich nauwelijks ontwikkelingen zullen voordoen.

  • De recreatieterreinen functioneren en worden geconsolideerd. Uiterlijke veranderingen, bijvoorbeeld kwaliteitsverbetering, kunnen veelal binnen de bestaande regeling worden gerealiseerd.
  • Ten aanzien van de agrarische percelen wordt het grondgebruik eveneens gecontinueerd. Een uitzondering hierop vormt de schapenhouderij aan de Oostelijke Kanaalweg. Dit bedrijf zal worden beëindigd gedurende de planperiode (uiterlijk per 1 januari 2018).
  • Er zijn binnen het verordeningsgebied geen nieuwe ontwikkelingen voorzien, zoals uitbreiding van de camping of andere voorzieningen.
  • De ontwikkelingen die wel kunnen worden voorzien betreffen onder andere:
    • 1. wijzigingen in gebruik van vrijgekomen (bedrijfs)percelen/gebouwen (voor zover passend binnen het planologisch kader);
    • 2. verandering van (het uiterlijk van) (hoofd)gebouwen door bijvoorbeeld aanbouwen;
    • 3. beperkte nieuwbouw of aanpassingen van (bedrijfs)gebouwen;
    • 4. algehele nieuwbouw op bestaande percelen; dit past binnen het reguliere kader van een dergelijk gebied.

Zoals in paragraaf 2.2.1 en hiervoor aangegeven zijn feitelijke nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet voorzien. Om die reden is een beheersverordening een adequaat instrument om het bestaande gebruik in ruime zin te continueren. In het verleden is niet gebleken, dat dit de ontwikkeling en bedrijfsvoering van de aanwezige bedrijven en andere functies belemmert. Ook kan, indien nodig, door middel van een omgevingsvergunning (zie paragraaf 2.3.4) medewerking worden verleend aan initiatieven, die onverhoopt toch niet binnen de beheersverordening passen, maar die in planologisch opzicht wenselijk en aanvaardbaar zijn.