| Plan: | Recreatiegebieden Wemeldinge |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | beheersverordening |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0678.bvrecreatiegebied-VAST |
De beheersverordening is één van de beschikbare wettelijke juridisch-planologische instrumenten voor het ruimtelijk beheer van de recreatieterreinen. Dit middel kan niet los worden gezien van andere instrumenten, die ook voor het ruimtelijk beheer kunnen worden benut. Deze worden hierna belicht.
In het kader van het welstandstoezicht wordt het uiterlijk van een bouwwerk beoordeeld aan de hand van zogenaamde redelijke eisen van welstand. Kapelle heeft deze eisen vastgelegd in de Welstandsnota Kapelle 2009.
Een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen wordt getoetst aan de welstandseisen, zoals benoemd in deze welstandsnota. Daarmee is het welstandstoezicht een instrument voor het beheer van de ruimtelijke kwaliteit van een gebied.
In bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor), die voortvloeit uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) zijn bouwactiviteiten opgenomen, waarvoor geen omgevingsvergunning vereist is. Daarbij is onderscheid gemaakt in twee categorieën van vergunningsvrije bouwactiviteiten:
Voor beide categorieën gelden de volgende uitzonderingen:
Voor vergunningsvrije activiteiten is logischerwijs geen procedure van toepassing. Deze kunnen zonder meer worden uitgevoerd.
In bijlage II van het Bor zijn ook de zogenaamd planologische kruimelgevallen opgenomen (artikel 4). Het gaat om zogenaamd bijbehorende bouwwerken, die groter zijn dan de bouwvergunningsvrije bouwwerken, infrastructurele- en nutsvoorzieningen, antennes tot 40 m, duurzame energie-installaties, evenementen en gebruiksveranderingen tot maximaal 1.500 m² binnen de bebouwde kom, inclusief inpandige bouwactiviteiten.
Figuur 2.1. Bebouwd gebied (Geoloket provincie Zeeland, bestaand bebouwd gebied in licht groen, indicatieve contour van het verordeningsgebied in rood).
Voor de beheersverordening is ervan uitgegaan dat de grenzen van het bestaand bebouwd gebied overeenkomen met de grenzen voor de bebouwde kom, zoals bedoeld in bijlage II van het Bor. Een klein deel van de bebouwde kom valt in het verordeningsgebied.
Voor de activiteiten, die via deze 'kruimelgevallenregeling' mogelijk kunnen worden gemaakt, geldt de reguliere voorbereidingsprocedure van de Wabo. Dit betekent, dat er een beslistermijn van acht weken geldt met de mogelijkheid tot verdaging met zes weken na de datum van ontvangst van een ontvankelijke aanvraag. Nadat de vergunning is verleend, staat daartegen bezwaar en beroep open.
Voor – de op dit moment – onvoorziene ontwikkelingen, die niet met de voorgaande instrumenten zijn in te passen, biedt de Wabo de mogelijkheid van de beheersverordening af te wijken indien wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Mocht zich gedurende de looptijd van een plan zodoende een situatie voordoen die niet in de beheersverordening is in te passen, noch met voorgaande instrumenten kan worden toegestaan, zal deze situatie worden beoordeeld in het kader van de gevolgen die de betreffende ontwikkeling voor de ruimtelijke kwaliteit heeft.
Voor het bouwen/gebruiken met een ruimtelijke onderbouwing geldt de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Deze procedure omvat een termijn waarin de ontwerpvergunning ter inzage wordt gelegd en een ieder zijn of haar zienswijze kan indienen. De procedure heeft een beloop van 26 weken. Nadat de vergunning is verleend staat hiertegen bezwaar en beroep open.
Bij het opstellen van de beheersverordening is rekening gehouden met de mate waarin bovengenoemde instrumenten kunnen worden ingezet in het verordeningsgebied. Gelet op de mogelijkheden die het vergunningvrij bouwen biedt en met name ook de planologische kruimelgevallen, is ervoor gekozen bepaalde bouw- en gebruiksmogelijkheden niet in de beheersverordening op te nemen.
Bij deze keuze heeft de strekking van het instrument beheersverordening een belangrijke rol gespeeld. Zoals eerder al benoemd, is de beheersverordening bedoeld om de bestaande situatie te beheren. In paragraaf 3.3 is nader uiteengezet op welke wijze de bestaande situatie voor Recreatiegebieden Wemeldinge is ingevuld. Op het moment dat zich een geval voordoet die niet als passend binnen de 'bestaande situatie' kan worden beschouwd, kunnen de eerder genoemde alternatieve instrumenten worden ingezet, om die eventueel mogelijk te maken of te reguleren.