| Plan: | TAM Omgevingsplan Adrz Goes |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0664.TAMAdrzGoes-VG99 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie ''s Gravenpolderseweg 114 en Zwarte Beijer 2 t/m 8' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 23a) van het omgevingsplan van de gemeente Goes. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 23a van het omgevingsplan van de gemeente goes. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '23a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '23a.' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
In aanvulling op de begrippen als bedoeld in artikel 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende begripsbepalingen:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 23a Adrz Goes;
Het omgevingsplan van de gemeente Goes;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
de totale vloeroppervlakte van een gebouw of gedeelte daarvan, gemeten volgens de bepalingsmethode zoals vastgelegd in NEN2580;
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld onder c.
In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
Afstanden van bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot de perceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn.
Het bebouwd oppervlak van een bouwperceel of een ander terrein wordt bepaald door de oppervlakten van alle op een terrein gelegen bouwwerken bij elkaar op te tellen.
De breedte en diepte worden gemeten tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
De dakhelling wordt gemeten langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
De goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
In afwijking van artikel 22.24 van dit omgevingsplan geldt de volgende meet- en rekenbepaling:
De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouw- onderdelen zoals schoorstenen, antennes, airco-units en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Niet genoemde activiteiten en activiteiten die in strijd zijn met dit plan zijn niet toegestaan.
Tekeningen als bedoeld in artikel 22.35 van het omgevingsplan voldoen aan de volgende eisen:
Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als voldaan wordt aan de volgende regels:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van activiteiten waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere activiteiten buiten beschouwing.
In het voor 'Groen' aangewezen gebied zijn de volgende functies en activiteiten toegestaan:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'.
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve de andere daar voorkomende functies , mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden.
Voor het bouwen ten behoeve van andere functies als bedoeld in 11.2, mag met inachtneming van de daarvoor geldende regels, uitsluitend worden gebouwd:
Er wordt een landschappelijke inpassing aangelegd en duurzaam in stand gehouden volgens een inrichtingsplan dat volgens het college van burgemeester en wethouders voldoet aan het beoordelingskader dat is opgenomen in bijlage 1 bij de regels van dit TAM-omgevingsplan.
Het is verboden de gronden en gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke inpassing' te gebruiken zonder dat:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van hoofdgebouwen binnen de functie Maatschappelijk - medische zorgverlening en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
Het niet is toegestaan verblijfsruimten te bouwen op gronden met de nadere aanduiding 'milieuzone - aanvullende beoordelingsregels hoofdgebouwen - 1'.
Op gronden met de nadere aanduiding 'milieuzone - aanvullende beoordelingsregels hoofdgebouwen - 2' verblijfsruimten uitsluitend gebouwd mogen worden onder de volgende voorwaarden:
Het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'beoordelingsregel - landschappelijke inpassing' is slechts toegestaan wanneer ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' een geluidscherm met een hoogte van 5 meter is gebouwd en duurzaam in stand wordt gehouden.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken binnen de functie Maatschappelijk - medische zorgverlening en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van een bouwwerk, geen gebouw zijnde binnen de functie Maatschappelijk - medische voorzieningen en geldt als aanvulling op artikel 22.29.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van een gebouw binnen de functie 'Groen'.
Op de gronden mogen, met in achtneming van de op de verbeelding aangegeven aanduidingen, de volgende bouwwerken worden gebouwd:
met dien verstande dat: