| Plan: | Bestemmingsplan Westerschans fase 2 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0664.BPGS07-VG99 |
Op 22 augustus 2017 is het uitwerkingsplan voor de Westerschans vastgesteld. Hierin is bepaald dat het gehele gebied gemengde functies krijgt. Het programma van dit plan is gefaseerd. Dit bestemmingsplan betreft fase 2, dit is het noordelijke deel van de Westerschans. Het ontwerp van het gebouw op deze locatie past niet meer in het eerder vastgestelde uitwerkingsplan. Om deze reden wordt er voor dit deel een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Daarnaast voldoet het aantal parkeerplaatsen binnen het plangebied niet aan de gemeentelijke normen. Daarom worden extra parkeerplaatsen toegevoegd aan het plangebied.
Figuur 1.1: Fasering Westerschans (bron: Jeanne Dekkers Architectuur)
Het plangebied ligt direct ten noorden van de Goese binnenstad, in het havengebied tussen de wijken Goese Polder en Noordhoek. De locatie wordt aan de noordzijde begrensd door het Geldeloozepad, aan de oostzijde door het kanaal behorende tot de Haven van Goes, aan de zuidzijde door de Albert Heijn en aan de westzijde door de begraafplaats.
In figuur 1.2 is de ligging van het plangebied globaal weergegeven. Het bovenste vierkant is de parkeerplaats en het onderste vlak is de locatie waar gebouwd gaat worden.
Figuur 1.2: Ligging plangebied (bron: Google Earth, bewerking Rho)
Ter plaatse geldt het uitwerkingsplan 'Wijzigingsplan Westerschans', vastgesteld door het college op 22 augustus 2017.
Het plangebied heeft hierin de enkelbestemming 'Gemengd'. Daarnaast is het voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' en de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie 2'. Het gebied is voorzien van een bouwvlak met de functieaanduidingen 'detailhandel' en 'horeca tot en met categorie 4'. Hiernaast gelden de maatvoeringen 'maximum bebouwingspercentage: 80%' en 'maximum bouwhoogte: 20 m'. In figuur 1.3 is een uitsnedevan het geldende bestemmingsplan opgenomen.
Om met de beoogde ontwikkeling te voldoen aan de parkeerbehoefte, zie paragraaf 4.8, wordt naast het gebied aan de Westerschans ook het gebied ten noorden van Fitland opgenomen in dit bestemmingsplan. Deze locatie is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Havengebied Goes'. Op basis van dit bestemmingsplan is de locatie bestemd met de bestemming 'Gemengd-1'. Binnen deze bestemming zijn parkeervoorzieningen toegestaan. In figuur 1.4 is een uitsnede van het bestemmingsplan opgenomen.
Strijdigheid met het geldende plan
Het nieuwe ontwerp komt niet overeen met de planregels in het geldende plan. Zo zijn de aantallen hotelkamers en appartementen in het geldende bestemmingsplan niet toereikend. Daarnaast is er een kleine afwijking van het bouwvlak en is de bouwhoogte groter dan 20 meter. De aanleiding voor deze wijzigingen is een nieuwe visie op het programma en een uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp. De gemeente Goes wil ten opzichte van het eerder vastgestelde uitwerkingsplan meer terughoudend omgaan met het toevoegen van nieuwe ruimte voor detailhandel en dienstverlening. De reden daarvoor is het versterken van de binnenstad. De behoefte aan woningen is daarentegen toegenomen. Daarom is in het voorliggende bestemmingsplan minder ruimte voor detailhandel en dienstverlening opgenomen en meer ruimte voor woningen. Daarnaast zijn de stedenbouwkundige randvoorwaarden opnieuw tegen het licht gehouden. Daaruit volgt dat de bouwmassa minder breed en iets hoger wordt. Deze nieuwe vorm levert iets meer bouwvolume op, dat benut wordt voor een aantal extra hotelkamers. Dit heeft ook een positief effect op de exploitatiemogelijkheden van het hotel.
Figuur 1.3: Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Figuur 1.4: Uitsnede bestemmingsplan 'Havengebied Goes'
De opbouw van de toelichting op dit bestemmingsplan is als volgt.
In het plangebied was in het verleden een garagebedrijf gevestigd. De gebouwen van dit bedrijf zijn enige jaren geleden gesloopt. Fase 1 van het ontwikkelingsgebied wordt momenteel gerealiseerd.
Ten zuiden van het plangebied is een Albert Heijn gerealiseerd met daarboven woningen. De supermarkt en de woningen zijn inmiddels in gebruik. Tussen de supermarkt en het plangebied zijn appartementen en winkels in aanbouw, dit gebouw is vrijwel gereed. Aan de oostkant ligt een tak van de haven van Goes met daarachter een industrieterrein. Ten noorden van het plangebied is een milieustraat met ten noorden daarvan een sportpark. Hier worden verschillende sporten uitgeoefend. Aan de westkant ligt fase 3 van het wijzigingsplan Westerschans met daarachter een begraafplaats.
Het plangebied heeft de enkelbestemming 'Gemengd' en verschillende functieaanduidingen en maatvoeringen (zie paragraaf 1.3 Geldende bestemming).
In figuur 2.1 en 2.2 is het plangebied te zien vanaf de kruising Westhavendijk - Geldeloozepad en is een luchtfoto van de huidige situatie weergegeven.
Figuur 2.1: Het plangebied vanaf de kruising Westhavendijk - Geldeloozepad (bron: Rho Adviseurs, mei 2020)
Figuur 2.2: Luchtfoto huidige situatie (Bron: Google Earth)
In de toelichting van het geldende uitwerkingsplan zijn voor fase 2 de volgende funcies benoemd:
In figuur 2.3 is een impressie van de inrichting opgenomen zoals deze was opgenomen in het uitwerkingsplan. Het zuidelijke deel (fase 1) is momenteel al gerealiseerd, het middelste deel is op dit moment in aanbouw. Het noordelijk deel (fase 2) is nu in gebruik als bouwterrein voor de realisatie van fase 1.
Figuur 2.3. 3D impressie van de toekomstige inrichting Westerschans (bron: Jeanne Dekkers Architectuur)
Zoals hiervoor beschreven in paragraaf 1.2, wordt om te voldoen aan de parkeerbehoefte (zie paragraaf 4.8) een tweede locatie herontwikkeld. Deze locatie ligt ten noordwesten van fase 2, op circa 250 meter afstand. In de huidige situatie is dit gebied braakliggend en verwilderd met groen. In de ondergrond zijn oude tennisbanen aanwezig, zie figuur 2.4. Aan de oostzijde grenst dit gebied aan een speelterrein met verschillende sportvelden. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan Fitland.
Figuur 2.4: Locatie parkeerplaatsen aan het Geldeloozepad (bron: Basisviewer Rho)
Voor het plangebied zijn de volgende functies beoogd:
Met dit plan worden in vergelijking met het geldende plan 9 extra hotelkamers en 14 extra appartementen gerealiseerd. Daarnaast verandert het bouwvlak minimaal en wordt de maximale bouwhoogte van een deel van het gebouw 26 meter in plaats van 20 meter. Het gaat om het deel aan de noordoostzijde van het bouwblok (in figuur 2.4 donker gearceerd). Het bouwblok ligt zoals in het geldende bestemmingsplan geheel in het verlengde van de gebouwen in fase 1. Na een opening tussen de gebouwen volgt een bouwdeel met een relatief beperkte hoogte van 4 lagen en daarna het hoogteaccent op de meest noordelijke hoek van het bouwblok. Het laatste deel van het bouwblok dat daar haaks op staat bestaat weer uit 4 bouwlagen. De situering van de hoofdbouwmassa sluit aan bij de ruimte in het geldende bestemmingsplan en past daarmee in het totale stedenbouwkundig beeld voor Westerschans (zie paragraaf 2.1).
De extra bouwhoogte is benodigd voor de ruimtelijke structuur en het stedenbouwkundig beeld voor het planvoornemen Westerschans. De beoogde ontwikkeling maakt een gebouw mogelijk van deels vier bouwlagen en deels zeven bouwlagen. Het zevenlaagse deel is gesitueerd in de noordoosthoek van het plangebied. Het vormt een hoogteaccent dat de hoek markeert en een relatie legt met het hoogteaccent in fase 1. De hoogteaccenten dragen bij aan een afwisselend beeld en aan de leesbaarheid van het bouwblok langs het kanaal als geheel. Het hoogteaccent in fase 1 omvat vier bouwlagen boven het basisvolume, het accent in fase 2 omvat drie bouwlagen boven het basisvolume. Een verplaatsing van het hoogteaccent naar de westzijde wordt niet gezien als een optie, omdat het de ruimtelijke hoofdstructuur onevenredig zou verzwakken.
De afstand tussen het zevenlaagse deel van het beoogde gebouw en het aangrenzende appartementengebouw van fase 1 bedraagt ongeveer 25 meter. Dit is in een stedelijke omgeving een aanvaardbare afstand die niet leidt tot een onevenredige inbreuk op de privacy van de bewoners van het naastgelegen appartementengebouw. Overigens zijn in de zuidgevel van het vierlaagse deel van het beoogde gebouw, dat thans planologisch al mogelijk is, geen ramen voorzien ter plaatse van de hotelkamers op de eerste en tweede verdieping, voor het behoud van enige privacy van het naastgelegen appartementengebouw.
Het hotel wordt onderdeel van het ten noordwesten gelegen Fitland. Fitland is een sportschool maar heeft ook een wellnesscentrum/ Spa. Gasten die overnachten in het hotel mogen ook gebruik maken van Fitland. Dat is ook de aanleiding van het aanleggen van de extra parkeerplaatsen aan het Geldeloozepad.
In figuur 2.5 is een situatietekening van het plangebied opgenomen. Figuur 2.6 en figuur 2.7 bevatten beide een vooraanzicht van het gebouw.
Figuur 2.5: Situatietekenening Westerschans (bron: Povše & Timmermans )
Figuur 2.6: Aanzicht gebouw noordzijde (links) en oostzijde (rechts) (bron: Povše & Timmermans)
Figuur 2.7: Aanzicht gebouw westzijde (links) en zuidzijde (rechts) (bron: Povše & Timmermans)
Het beleid dat van toepassing is voor het plangebied, is uitgebreid beschreven in de toelichting van het Wijzigingsplan Westerschans. In onderstaande paragrafen wordt alleen ingegaan op relevant of geactualiseerd beleid.
De structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de ladder voor duurzame verstedelijking zijn op genomen in de paragraaf 'Rijksbeleid' van het Wijzigingsplan Westerschans.
Ladder van duurzame verstedelijking
Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Doel van deze ladder is het bevorderen van een zorgvuldig ruimtegebruik.
Conclusie
Voor woningbouwlocaties geldt dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Het toevoegen van 9 hotelkamers wordt niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Het plangebied maakt deel uit van het stedelijk gebied. Het toevoegen van 14 wooneenheden wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Omdat het plangebied in het stedelijk gebied van Goes is gelegen, hoeft alleen de behoefte te worden aangetoond. In paragraaf 3.3 wordt ingegaan op de behoefte. Hieruit blijkt dat de 14 appartementen passen binnen de regionale woningmarktafspraken.
Omgevingsplan Zeeland 2018
Op 21 september 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten het Omgevingplan 2018 vastgesteld. Het plan bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu.
Ten aanzien van het voorliggende plan zijn de volgende onderwerpen van toepassing.
Hotels
Hotelontwikkeling is bijzondere vorm van verblijf voor recreatieve en zakelijke doeleinden. De gemeente ziet mogelijkheden voor de realisatie van nieuwe hotels in het luxere (3-, 4-, en 5 sterren) segment. Hotels kunnen een grote ruimtelijke impact, maar ook grote economische meerwaarde hebben voor de omgeving. Concentratie in stedelijke en toeristische gebieden sluit goed aan bij de toeristische en zakelijke marktvraag en voorkomt ontwikkelingen in het landelijk gebied. Nieuw vestiging en uitbreiding wordt beoordeeld op basis van de uitgangspunten voor verblijfsrecreatie of in het kader van de regeling voor nieuwe landgoederen.
Wonen
Bij de woningbouw staan de ruimtelijke doelen van bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik hoog
op de agenda. Het is van provinciaal belang dat de Zeeuwse steden de sociaaleconomische motor blijven van de Provincie. De bundelingsdoelstelling is alleen gericht op de vier Zeeuwse steden. De toename van de kwantitatieve woningbehoefte neemt af en lijkt op lange termijn zelfs eindig. Bundeling en zorgvuldig ruimtegebruik zijn daarom onderdeel van de regionale woningmarktafspraken.
Toetsing en conclusie
Het voorliggende bestemmingsplan draagt bij aan de bundelingsdoelstelling voor de vier Zeeuwse steden, door het intensiveren van het woningbouwprogramma in bestaand stedelijk gebied. Daarnaast past de toevoeging van hotelkamers in het beleid voor recreatief verblijf. Het Omgevingsplan staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.
Provinciale omgevingsverordening 2018
De uitgangspunten van het Omgevingsplan Zeeland 2018 zijn in de provinciale omgevingsverordening geborgd. Voor de beoogde ontwikkelingen zijn de volgende bepalingen van belang.
Verblijfsrecreatie buiten de kustzone (Artikel 2.11)
In artikel 2.11, lid 1 van de omgevingsverordening zijn bepalingen opgenomen voor
verblijfsrecreatieterreinen, waaronder hotels, binnen bestaand stedelijk gebied. Aangezien het project een uitbreiding is van een reeds planologisch toegestaan hotel gaat het dan volgens bijlage D om het aantonen van:
B. Economische haalbaarheid;
C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept;
D. Sociaal maatschappelijke bijdrage.
Ad. B Economische haalbaarheid
De ontwikkeling betreft een uitbreiding van het hotel in Westerschans fase 2 met 9 kamers. Het hotel zal worden geëxploiteerd in samenhang met Fitland aan het Geldeloozepad. De uitbreiding van het aantal hotelkamers is een aanvulling op het totale recreatieve aanbod van Fitland. Daarnaast is de beoogde uitbreiding opgenomen voor de daarmee gepaard gaande verwachte economische omzet.
De ontwikkeling wordt volledig gefinancierd door de initiatiefnemre, hiermee is rekening gehouden in hun begroting. De hotelkamers worden een integraal onderdeel van het nieuw te bouwen hotel.
Ad. C Markt en onderscheidend vermogen van het concept
De uitbreiding betreft een uitbreiding van een bestaand concept. De exploitant zet in op een combinatie met het bestaande welnessaanbod bij Fitland. Een dergelijke combinatie is er in deze vorm nog niet in Goes .Deze ontwikkeling sluit dan ook aan bij het onderzoek naar de hotelmarkt in de gemeente Goes. In het onderzoek marktruimte middellange termijn dat in 2015 is uitgevoerd, is aangegeven dat de huidige hotels gezamenlijk een gevarieerd en divers aanbod bieden met verschillende prijs/kwaliteitsverhoudingen. Het onderzoek richtte zich op de hotelmarkt tot en met 2021. In het onderzoek wordt de conclusie getrokken dat een nieuw concept dat inspeelt op een niche en daarmee extra vraag creëert, toegevoegde waarde kan hebben voor de hotelmarkt in Goes. Uit het onderzoek blijkt daarnaast dat de markt ruimte biedt voor uitbreiding van hotelkamers. Met deze ontwikkeling wordt ingespeeld op deze ruimte voor extra hotelkamers.
Ad. D Sociaal maatschappelijke bijdrage
Met de nieuwe invulling van de locatie wordt het gebied rondom Westerschans verder vormgegeven. Daarnaast zorgt de realisatie van meer kamers voor meer toeristen in Goes. Dat komt Goes als product ten goede. De ontwikkeling zorgt tevens voor extra werkgelegenheid, zowel tijdelijk (tijdens de bouw) als permanent.
Conclusie
De bepalingen uit de verordening staan de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Woonvisie De Bevelanden 2019 - 2023
op 29 augustus 2019 is de Woonvisie De Bevelanden 2019-2023 vastgesteld. De Regionale Woonvisie is een parapluvisie voor verdere uitwerking in lokaal beleid. Wat deze visie concreet beoogt is inzicht te geven in de gezamenlijke missie en ambities van de regiogemeenten op het gebied van het wonen. Aan de hand daarvan én de regionale afspraken uit de Agenda Wonen biedt de visie een helder kader voor politiek, dorpsraden, corporaties, zorgpartijen, marktpartijen en inwoners.
Conclusies uit de woonvisie zijn onder anderen dat de Bevelanden de komende 10 tot 15 jaar te maken heeft met een gestage groei, zowel in inwoners als huishoudens. Na 2035 neemt de groei af en kan het gaan om krimp. Ook de leeftijdsopbouw van de regio verandert. Er is met name een sterke toename van het aantal 75+-ers en de groep alleenstaanden. Uitbreiding van de woningvoorraad blijft de komende jaren nodig om de groei tot 2035 op te vangen. Een grote opgave in zowel de bestaande voorraad als nieuwbouw is levensloopbestendigheid en duurzaamheid.
De toekomstige situatie van het plangebied past goed binnen deze visie. Er worden een aantal appartementen gerealiseerd die passen binnen de groei van het aantal huishoudens en de toename van het aantal 75+-ers die behoefte hebben aan gelijkvloerse woningen.
Conclusie
Het ontwikkelen van de Goese Schans als woningbouwlocatie is in de woonvisie voorzien. De beoogde ontwikkeling past in het regionale woningbouwprogramma en draagt bij aan de uitvoering van de woonvisie.
Regionale Woningmarktafspraken
De regio De Bevelanden heeft regionale woningmarktafspraken opgesteld en opgenomen in de 'Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020 - 2030' (mei 2020). In dit document zijn de volgende uitgangspunten opgenomen:
Algemeen
Ruimtelijk
Programmatisch
Vanuit het afsprakenkader wordt ingezet op:
Toetsing en conclusie
Met de bouw van de appartementen wordt voorzien in de bouw van levensloop- en toekomstbestendige woningen en daarmee een actuele woningbehoefte ingevuld. Daarnaast wordt met het plan invulling gegeven aan de ambitie voor het toevoegen van extra woningbouw in de stad op een locatie nabij voorzieningen. De beoogde uitbreiding met veertien woningen past in het regionale woningbouwprogramma.
Beeldkwaliteitsplan Westerschans
Het plangebied valt binnen het beeldkwaliteitsplan Goese Diep. In dit beeldkwaliteitsplan zijn ontwerpregels opgenomen voor de openbare ruimte en de appartementengebouwen. Deze zijn beschreven in het Wijzigingsplan Westerschans. De ontwerpregels zijn op dit plan eveneens van toepassing.
Naast het feit dat ontwikkelingen in het plangebied binnen de relevante beleidskaders tot stand moeten komen, moet rekening worden gehouden met de aanwezige functies in en rond het plangebied. Uitgangspunt is dat er een goede ruimtelijke omgevingssituatie ontstaat. Gezien de aard en omvang van de ontwikkelingen zijn niet alle milieu- en omgevingsaspecten relevant. Voor een motivering met betrekking tot milieu- en omgevingsaspecten wordt verwezen naar de geldende Wijzigingsplan Westerschans. Voor de volledigheid van dit bestemmingsplan worden in de volgende paragrafen alle aspecten beschreven.
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Ten behoeve van ruimtelijke plannen voor een functiewijziging dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Omdat er sinds de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse diverse werkzaamheden, waaronder grondwerk, hebben plaatsgevonden, is het noodzakelijk dat er ten behoeve van de verdere planuitwerking een actualiserend bodemonderzoek wordt uitgevoerd.
Toetsing
In het Uitwerkingsplan Westerschans staat het gemeentelijk bodembeleid uitgebreid beschreven.
In de Nota bodembeheer Havengebied Goes Actualisatie 2015 heeft het plangebied de bodemfunctie Wonen.
Het plangebied is op basis van de Nota Bodembeheer Havengebied Goes gelegen binnen de bodemkwaliteitszone “Westerschans Zuid en Westhavendijk”, hiervoor geldt dat de gemiddelde kwaliteit van de bovengrond (0-0,5 m -mv) valt in de klasse Industrie. Ook de gemiddelde kwaliteit van de ondergrond (>0,5 m-mv) valt binnen de klasse Industrie.
Het voorliggende bestemmingsplan betreft geen functiewijziging, het gaat alleen om andere aantallen van de reeds toegestane functies. Een (nieuw) bodemonderzoek is in het kader van het bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk
Toetsingskader
Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.
Bij het archeologiebeleid is ook een beleidskaart opgesteld die de zonering van de verschillende archeologische verwachtingswaarden aangeeft. Aan de verschillende verwachtingswaarden zijn voorwaarden gekoppeld wanneer bij bouw- en grondwerkzaamheden archeologisch onderzoek vereist wordt.
In het Uitwerkingsplan Westerschans staat het gemeentelijk archeologiebeleid beschreven.
Toetsing
In het geldende uitwerkingsplan heeft het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2'. Dit betekent dat voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlak groter dan 250 m2 en waarbij de bodem dieper dan 40 cm wordt verstoord, archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Naar aanleiding daarvan is archeologisch bureau onderzoek uitgevoerd, aangevuld met een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen (Artefact! Rapport 345, 2018). Het onderzoeksrapport is opgenomen als Bijlage 2 bij deze toelichting. Een deel van de bodem in het gebied is in het verleden al sterk verstoord. In een aantal zones kunnen nog archeologische waarden verwacht worden. Daarom is geadviseerd vervolgonderzoek te doen.
De gemeente heeft advies gevraagd bij "Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband". De regio archeoloog stemt in met het advies uit het bureauonderzoek (zie Bijlage 3). Gezien de aard van de werkzaamheden wrdt geadviseerd het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische opgraving protocol archeologische begeleiding. Voorafgaand aan het vervolgonderzoek moet een Programma van Eisen worden opgesteld, dat moet worden beoordeeld door de gemeente Goes. Dit is inmiddels gebeurd (zie Bijlage 4).
Conclusie
Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat in enkele zones archeologische waarden verwacht kunnen worden. Nader onderzoek in de vorm van archeologische begeleiding bij de grondwerkzaamheden is noodzakelijk. Het Programma van Eisen daarvoor is inmiddels opgesteld en goedgekeurd. Het aspect archeologie is daarmee goed geborgd en vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Per 1 januari 2012 is de Monumentenwet 1988 gewijzigd en gelijktijdig, als gevolg daarvan, ook
het Bro. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een
beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie dienen ook de facetten historische (stede)bouwkunde en historische geografie te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. In het plangebied zijn geen beschermde objecten en structuren aanwezig. Ten zuidwesten van het plangebied van fase 2 ligt de molenbiotoop van molen de Koornbloem. Omdat fase 2 buiten de molenbiotoop ligt vormt de molenbiotoop geen belemmering voor de ontwikkeling. Fase 1 ligt wel in de molenbiotoop. Daarom heeft bij het uitwerkingsplan afstemming plaatsgevonden met de molenaar. Daaruit is gebleken dat geen belemmering van de molen wordt verwacht als gevolg van het project Westerschans.
Conclusie
Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het plan.
De gemeente Goes streeft ernaar om het watersysteem binnen haar gemeentegrenzen duurzaam in te richten en te onderhouden. Dit doet zij in samenwerking met de waterbeheerder, waterschap Scheldestromen. Het watersysteem moet daarbij voldoen aan gestelde normen van de waterbeheerder en de functies kunnen vervullen zoals die omschreven zijn in het Waterplan Goes. Dit beleidsplan voor water in het bebouwde gebied is opgesteld in samenwerking met het waterschap.
Alle aspecten van de waterparagraaf uit het Uitwerkingsplan Westerschans komen overeen met de aspecten in dit bestemmingsplan voor fase 2. Informatie met betrekking tot de aspecten van de waterparagraaf is daarom te vinden in paragraaf 4.4 van het Uitwerkingsplan Westerschans. Voor het nieuw aan te leggen parkeerterrein is het aanmeldformulier watertoets van het Waterschap Scheldestromen ingevuld. Deze tabel is opgenomen in Bijlage 7.
Op basis van de Wet Natuurbescherming (WnB) is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dier- en plantensoorten er voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten.
Gebiedsbescherming
Het plangebied is niet gelegen in een Natura2000 gebied. Het dichtsbijzijnde Natura2000 gebied, de Oosterschelde, is gelegen op een afstand van 3 km. Het dichtsbijzijnde Natuurnetwerk Nederland gebied ligt op 700 meter van het plangebied. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator (2020) is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekening is opgenomen in Bijlage 5. Uit de rekenresultaten blijkt dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling geen sprake is van stikstofdeposities op beschermde natuurgebieden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk.
Conclusie
De herontwikkeling van het havenindustriegebied naar een gemengd gebied met horeca, een hotel en appartementen heeft geen significant negatief effect op de omliggende Natura 2000 gebieden.
Soortenbescherming
Het beleid met betrekking tot de Wnb wordt beschreven in het Wijzigingsplan Westerschans.
Toetsing en conclusie
Het deel van het plangebied waar het hotel wordt gebouwd is inmiddels bouwrijp gemaakt en wordt op het moment gebruikt als opstelplaats voor bouwmaterialen en bouwmaterieel. Ecologische waarden zijn dan ook niet te verwachten. Onderzoek is niet noodzakelijk. Het plandeel ten noorden van Fitland heeft in het geldende bestemmingsplan al de mogelijkheid voor het gebruik als parkeerterrein. Met het voorliggende bestemmingsplan is er dan ook geen sprake van een functiewijziging die aanleiding is voor onderzoek. Bij de aanleg van het parkeerterrein zal moeten worden voldaan aan de Wet natuurbescherming. In het kader van de omgevingsvergunning zal daarom onderzoek worden uitgevoerd.
Beleid en normstelling
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Bij een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
Onderzoek en conclusie
Het plangebied is gelegen ten noorden van het centrum van Goes. In de omgeving van het plangebied zijn verschillende functies aanwezig, namelijk bedrijven, het sportpark, dierenasiel, begraafplaats en woningen. Dit is kenmerkend voor de overgang tussen het havengebied en het centrum. Het plangebied is hierdoor te categoriseren als gemengd gebied. Bij het leggen van de uit te werken bestemming is al rekening gehouden met de richtafstanden tot de bedrijven in de omgeving. Het maatgevende aspect is daarbij geluid. In paragraaf 4.7 is dit onderwerp nader toegelicht.
Met inachtneming van de aanbevelingen uit de geluidsonderzoeken is ter plaatse sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling dan ook niet in de weg.
Industrielawaai
Voor het uitwerkingsplan Westerschans is een akoestisch onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd door de gemeente Goes. Daarbij is de geluidbelasting door het gezoneerde deel van het industrieterrein beschouwd en daarnaast de geluidbelasting door het overige deel van het bedrijventerrein. Vanwege de aanpassingen in het gebouwontwerp is een actualisatie van dit onderzoek nodig. Het door d gemeente Goes geactualiseerde onderzoek is opgenomen als Bijlage 6 bij de toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat ten opzichte van het bedrijventerrein Havengebied Goes ruimschoots aan de grenswaarden voor de etmaalwaarde en de maximale geluidniveaus kan worden voldaan. Bij een deel van de woningen niet voldaan kan worden aan de grenswaarde van 50 dB(A) voor de geluidbelasting door het gezoneerde deel van het industrieterrein. Geadviseerd wordt een hogere waarde vast te stellen van 54.5 dB(A). Er zijn delen van het gebouw die een hogere geluidbelasting ondervinden, tot 58 dB(A). Voor die gebouwdelen zou een dove gevel noodzakelijk zijn. Een dove gevel beperkt echter de gebruiksmogelijkheden van de woningen en de buitenruimtes (balkons). Daarom is gezocht naar alternatieve bouwkundige maatregelen aan de gevel. In een nader onderzoek door Greten Raadgevende Ingenieurs zijn deze bouwkundige maatregelen uitgewerkt (zie Bijlage 9). Met toepassing van deze bouwkundige maatregelen kan een goed woon- en leefklimaat worden geboden en is tegelijk de geluidruimte van het bedrijf op het gezoneerde industrieterrein gewaarborgd.
Wegverkeerslawaai
De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh) en de Wet milieubeheer (Wm).
Omdat het nieuwe gebouwontwerp voor fase 2 veranderd is, moet het akoestisch onderzoek worden aangevuld. Het akoestisch onderzoek van de gemeente Goes is opgenomen als Bijlage 8 bij de toelichting. uit het onderzoek blijkt dat het terras akoestisch gezien inpasbaar is, waarbij een acceptabel woon- en leefklimaat voor de directe woonomgeving wordt gewaarborgd.
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat door het verkeer op de Westhavendijk de voorkeursgrenswaarde op de nieuwe appartementen wordt overschreden. De maximaal te ontheffen waarde van 63 dB wordt niet overschreden. Voor een aantal woningen op de 3e tot en met de 6e laag is een hogere waarde noodzakelijk. Deze hogere waarden moeten worden vastgesteld door de gemeente Goes.
Horecaterras
In het bestemmingsplan is een horecavoorziening opgenomen, met daarbij een terras. Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van de geluidbelasting van een horecaterras voor de woon- en leefkwaliteit van de omwonenden. Dit onderzoek is als Bijlage 10 opgenomen bij de toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat het geluidsniveau van het terras
Verkeer
Het plangebied wordt in noordelijke en zuidelijke richting ontsloten via de Westhavendijk. Deze komt in zuidelijke richting uit op de Ringbaan West. Dit zijn beide gebiedsontsluitingswegen met een maximumsnelheid van 50 km/u. In het gemeentelijk Verkeers- en vervoersplan is rekening gehouden met de ontwikkeling van Westerschans. Daaruit volgden aanpassingen van de Westhavendijk en verbetering van de verkeersstructuur rondom de Ringbrug. Deze maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd en daarmee is de verkeersafwikkeling van het project geborgd.
Parkeren
In het bestemmingsplan 'Havengebied Goes' is een parkeernorm vastgesteld voor het gebied. In de uitwerkingsregels is bepaald dat deze moet worden toegepast op het gebied Westerschans. De parkeernorm voor de betreffende functies is als volgt. De locatie van de ontwikkeling is in het gebied dat getypeerd is als 'Schil'.
Tabel 4 parkeernormen Goes bestemmingsplan 'Havengebied Goes'
| Functie | Eenheid | Centrum | Schil | Overig | Aandeel bezoek |
| Woning middelduur* | Woning | 1,5 | 1,7 | 1,9 | 0,3 pp/ woning |
| Café / bar / discotheek / cafetaria | 100 m2 bvo | 6,0 | 6,0 | 6,0 | 90% |
| Restaurant | 100 m2 bvo | 10,0 | 10,0 | 10,0 | 80% |
| Hotel | Kamer | 1,5 | 1,5 | 1,5 | |
| Winkel | 100 m2 bvo | 4 | 4 | 4 | 85% |
* Woning middelduur: v.o.n. > € 170.000,- en < € 240.000,- (prijspeil 2009)
Om te voorkomen dat er een groot parkeerterrein gerealiseerd moet worden dat voor de helft van de tijd leeg is, is besloten dat voor het hotel afgeweken wordt van de opgenomen parkeernorm van 1,5 parkeeplaats per hotelkamer. Voor de parkeerbehoefte van het hotel wordt daarom gebruik gemaakt van de CROW kengetallen. Op basis van deze kengetallen geldt voor een hotel in de 'Schil' een parkeernorm van 0,87 parkeerplaats per hotelkamer.
Zoals beschreven in paragraaf 2.2 maakt dit bestemmingsplan de volgende functies mogelijk
| Functie | Norm | Aantal | Totaal | |
| Woningen | 1,7/ woning | 14 | 23,8 | |
| Hotel | 0,87/kamer | 89 | 77,4 | |
| Horeca | 6 / 100m2 bvo | 200 m2 | 12 | |
| Winkelruimte | 4 / 100 m2 bvo | 200 m2 | 8 | |
| Totaal | 121,8 | |||
De locatie van de ontwikkeling is in het gebied dat getypeerd is als 'Schil'. Bij de ontwikkeling wordt op het maaiveld voor het gebouw een parkeerterrein aangelegd met 28 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden grotendeels gebruikt door de bewoners van de appartementen. Voor het gebouw in de openbare ruimte is een zeer groot parkeerterrein met 110 parkeerplaatsen gerealiseerd. Deze parkeerplaats wordt echter ook gebruik door de bewoners uit fase 1 en de bezoekers van de supermarkt. Binnen het project Westerschans zijn er dan ook niet voldoende parkeerplaatsen de totale parkeervraag van fase 2 op te vangen. Dat geldt met name voor het hotel, dat veruit het grootste aandeel heeft in de parkeervraag.
Om deze parkeervraag op te lossen wordt het parkeerterrein Sportpark Schenge-Zuid, dat op circa 150 meter ten noordwesten van het beoogde hotel is gelegen, uitgebreid met minimaal 94 plaatsen ten noorden van de vestiging van Fitland. Daarmee wordt voldaan aan de vraag naar minimaal 122 nieuwe parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling in fase 2. Het hotel wordt onderdeel van Fitland, dat op circa 200 meter ten noordwesten van het hotel is gelegen, aan het Geldeloozepad. Aan de noordzijde van Fitland wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd. Met dit nieuwe parkeerterrein wordt voldoende capaciteit gecreëerd om het tekort aan plaatsen voor het hotel op te vangen. Bezoekers van Fitland die overnachten in het nieuwe hotel worden verzocht te parkeren op het parkeerterrein naast Fitland. Op de verbeelding en in de regels is deze koppeling geborgd. Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.
In figuur 4.1 is met rode cirkel is aangegeven waar het nieuwe parkeerterrein wordt gerealiseerd. Met de oranje ster is het plangebied aangegeven. De afstand tot het nieuwe parkeerterrein bedraagt 250 meter. Dit is een acceptabele loopafstand voor een hotel, omdat het bezoekers aantrekt die voor één of meerdere dagen blijven. Tijdens hun verblijf zullen zij ook slechts enkele keren sporadisch gebruik maken van de auto. Hierdoor is het gemiddelde autogebruik van hotelbezoekers laag. Daarnaast hebben bezoekers van het hotel dit vaak vooraf gepland, waardoor het hotel vooraf kan aangeven, waar bezoekers moeten parkeren. Hiermee zijn voldoende maatregelen genomen om overlast voor de omgeving op het gebied van parkeren te voorkomen.
Figuur 4.1: Ligging extra parkeerplaatsen ten opzichte van het plangebied (Google Earth, bewerking Rho)
Wet- en regelgeving luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar - en daggemiddelde) van belang.
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden, die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (voor de vaststelling van een bestemmingsplan), uitoefenen indien:
het voorgenomen besluit is genoemd in of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).
Besluit nibm
In het Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:
Beoordeling van de effecten op de luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van 14 extra woningen en 9 extra hotelkamers. Dit valt ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden. De ontwikkelingen dragen dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Er wordt dus voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving, en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is tevens een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2020 (http://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende wegen betreffen de Ringbaan West en de Ringbaan Oost.
Figuur 4.2 Uitsnede NSL-monitoringstool
Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer zijn gelegen (zie figuur 4.2, met de ster is het plangebied aangegeven). Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt. Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (bijvoorbeeld een chemische fabriek of lpg-vulpunt) en de transport bronnen (bijvoorbeeld route gevaarlijke stoffen of buisleidingen). Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans op een dodelijk ongeval binnen een bepaald gebied. Het groepsrisico (GR) heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten.
Risicovolle inrichtingen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (hierna: Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe
veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft. Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrichting.
Vervoer van gevaarlijke stoffen
Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water. Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situaties. Voor bestaande situaties geldt een grenswaarde voor het PR van 10-5 per jaar ter plaatse van (beperkt) kwetsbare objecten en een streefwaarde van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situaties geldt de 10-6-waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten, en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten.
In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6contour) opgenomen
vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 m vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht.
Besluit externe veiligheid buisleidingen
In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Op grond van het Bevb dient zowel bij consoliderende bestemmingsplannen als bij ontwikkelingen inzicht te worden gegeven in de afstand tot het PR en de hoogte van het GR als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.
Toetsing
Voor de toetsing van voorliggend plan is gebruik gemaakt van de Risicokaart (bron: www.risicokaart.nl). In figuur 4.3 een uitsnede van de risicokaart van de omgeving van het
plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied is gemarkeerd met een ster.
Figuur 4.3 Uitsnede risicokaart (www.risicokaart.nl)
Aan de Zwembadweg 3 ligt een zwembad met een chloorbleekloogtank. De afstand tot het projectgebied bedraagt ruim 300 m. Het projectgebied ligt niet in de plaatsgevonden risicocontour of het invloedsgebied van deze inrichting. In de directe omgeving van het projectgebied zijn geen overige risicovolle inrichtingen aanwezig die met hun plaatsgebonden risicocontour, of het invloedsgebied ten gevolge van het groepsrisico over het projectgebied liggen, zie figuur 4.2. Deze vormen dan ook geen belemmering voor de ontwikkeling.
Ten zuiden van het projectgebied op circa 1.450 meter afstand is het spoortraject Roosendaal-West - Sloehaven gelegen. Over dit traject worden gevaarlijke stoffen vervoerd. De PR 10-6 contour van het spoor is 0 meter waar het plangebied buiten valt. Het invloedsgebied voor het groepsrisico is 4 kilometer, waar het plangebied binnen valt. Door de ligging buiten 200 meter van het spoor is een berekening van het groepsrisico niet nodig. Wel is een beknopte verantwoording van het groepsrisico hierna gegeven.
Beknopte verantwoording
Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid
Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om zijn taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering ten allen tijde een belangrijke rol. Het plangebied wordt ontsloten via de Westhavendijk. Deze weg sluit aan op het verdere wegennetwerk van Goes. Het wegennetwerk biedt vluchtmogelijkheden in verschillende richtingen, waardoor altijd van de bron af kan worden gevlucht. Het gedegen netwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede.
Zelfredzaamheid
In de toekomstige situatie zullen 14 extra woningen en 9 extra hotelkamers gerealiseerd worden. De eventueel aanwezige kinderen en ouderen worden gezien als verminderd zelfredzame personen. Bij deze groepen wordt echter ervan uitgegaan dat in geval van nood de verzorgers/ouders de kinderen en ouderen zullen begeleiden.
De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Als gevolg van een incident met toxische stoffen over het spoor en de weg geldt dat een toxische wolk zich snel kan ontwikkelen en verplaatsen. Dit effect is vaak niet zichtbaar. Zelfredzaamheid in deze scenario's is alleen mogelijk als er tijdig alarmering plaatsvindt en gebouwen geschikt zijn om enkele uren te schuilen. Denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen. Hiermee worden de aanwezigen beschermd tegen de blootstelling aan toxische gassen. Daarnaast dienen, in het kader van effectieve zelfredzaamheid, de gebruikers van de objecten door risicocommunicatie te worden geïnstrueerd over de risico's en de mogelijke maatregelen die zij kunnen nemen. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NL-Alert en het gebruik van sociale media.
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Wel moet rekening gehouden worden dat het gebouw geschikt is om enkele uren in te schuilen, denk hierbij aan het sluiten van ramen en deuren en met name het uitschakelen van (mechanische) ventilatiesystemen.
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Deze wet vormt het wettelijk kader voor bestemmingsplannen, waaronder uitwerkingsplannen. Vanaf 1 januari 2010 moeten alle nieuwe ruimtelijke plannen digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar worden gemaakt. Het gaat om bestemmingsplannen, provinciale verordeningen, Algemene maatregelen van Bestuur (AMvB's) en structuurvisies. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten, provincies en departementen verantwoordelijk zijn voor het maken en beheren van hun eigen ruimtelijke plannen en verordeningen. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden.
Een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, editie 2012 (SVBP2012), die is verankerd in het Bro.
Daarnaast is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling.
Het voorliggende bestemmingsplan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP2012.
Ten aanzien van de opzet van het bestemmingsplan (verbeelding en regels) is het volgende van belang.
Opzet verbeelding
Algemeen
Het bestemmingsplan moet voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar is. In aansluiting hierop en in relatie tot digitale ontwikkelingen verdient het de voorkeur de bestemmingsregeling zo veel mogelijk op de plankaart te visualiseren en de planregels zo transparant mogelijk te houden. Uitgangspunt is dat zoveel mogelijk informatie op de plankaart wordt aangegeven en dat de plankaart digitaal wordt opgebouwd.
Daarbij is gebruik gemaakt van een combinatie van de GBKN (Grootschalige Basiskaart Nederland) en de digitale kadastrale ondergrond.
Bestemmingen
Op de plankaart wordt aangegeven welke bestemming geldt en waar bebouwing is toegestaan. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Tevens wordt in een onderhoek op de plankaart de naam van het uitwerkingsplan aangegeven, de datum van terinzagelegging, vaststelling en (eventueel) van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ook is het identificatienummer van het bestemmingsplan en het kaartblad aangegeven.
Aanduidingen
Op de kaart zijn maatvoeringsaanduidingen op de kaart aangegeven zoals de maximaal toegestane hoogtemaat (goothoogte en bouwhoogte). Bij het toekennen van de aanduidingen is zo veel mogelijk gebruik gemaakt van de standaard (en verplichte) aanduidingen uit SVBP2012.
Opzet planregels
Volgens SVBP2012 hebben de planregels een vaste hoofdstukindeling, in een vaste volgorde.
Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2, Bestemmingsregels) wordt als volgt opgebouwd:
Een bestemmingsartikel hoeft niet alle elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels.
Gemengd
In de bestemming Gemengd zijn alle functies opgenomen, inclusief de bijbehorende parkeerruimte. Het gaat om de functies , dienstverlening, kantoor, maatschappelijk, wonen en horeca. Verder zijn er met name randvoorwaarden opgenomen ten behoeve van omvang van de toegestane functies.
Voor de functies Hotel en wonen is aangegeven wat de maximale omvang is.
Voor de functie horeca is bepaald dat ter plaatste van de functieaanduiding ; horeca tot en met categorie 4' ten hoogste categorie 4 van de staat van horeca activiteiten, zoals opgenomen in bijlage 2 bij de regels, mag zijn. Daarmee zijn het hotel en de daghoreca toegestaan.
Geluidszone - industrie
De geluidzone heeft betrekking op het naastgelegen industrieterrein en heeft als doel het beschermen en instandhouden van de geluidsruimte. Het bouwen van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing is enkel toegestaan indien is gebleken dat de geluidsbelasting niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende
voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.
In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. De bouw van een of meerdere hoofdgebouwen is in het betreffende artikel van het Bro opgenomen.
Een exploitatieplan dient tegelijkertijd met een bestemmingsplan te worden vastgesteld. In de Wro is tevens opgenomen, dat kan worden afgeweken van de verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is. Dit is onder meer het geval indien de gemeente en de initiatiefnemer en/of de ontwikkelende partij een privaatrechtelijke overeenkomst hebben gesloten over de verdeling van kosten bij de grondexploitatie. Tussen de initiatiefnemers en de gemeente is een exploitatieovereenkomst (anterieure overeenkomst) gesloten.
In deze paragraaf wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft.
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter visie gelegen. Tijdens deze termijn is een ieder de mogelijkheid gegeven om schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze naar voren te brengen. Er zijn zienswijzen ingediend. De samenvatting en beantwoording daarvan is opgenomen als Bijlage 11 bij de toelichting. De zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Deze aanpassingen zijn beschreven in de antwoordnota zienswijzen.