| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c - Breudijk 52 en 52a Harmelen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0632.TAM22cBreudijk52HM-bVA1 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de herontwikkeling aan de Breudijk 52 en 52a te Harmelen. Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de omzetting van een voormalig agrarisch bedrijf naar een woonerf met landschappelijke inpassing op de locatie en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Woerden. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het omgevingsplan van de gemeente Woerden. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22c gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22c gelezen worden.
Alleen de begrippen opnemen die van toepassing zijn op dit hoofdstuk en niet in de bijlage bij het omgevingsplan staan.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige
toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor
zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in 4.1 tot en met 4.5.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
de horizontale projectie van alle delen van het bouwwerk binnen de omtrekslijn;
ter hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer, tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van scheidsmuren;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Agrarisch'.
Een als 'Agrarisch' aangewezen locatie op de verbeelding heeft de volgende functies:
met daarbij behorende:
Op deze gronden gelden ten behoeve van de functie Agrarisch de volgende algemene regels voor gebouwen:
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maximale bouwhoogten:
Onder strijdig gebruik wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen het gebruiken van gronden voor buitenopslag, zoals -niet als bouwwerk aan te merken- mestbassins, silo's, boogkassen en opslag van ruwvoer en overige materialen.
Onder strijdig gebruik ter plaatse van de aanduiding 'boomgaard' wordt begrepen:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Natuur'.
Een als 'Natuur' aangewezen locatie op de verbeelding heeft de volgende functies:
Op deze gronden gelden ten behoeve van de functie Natuur de volgende algemene regels voor gebouwen:
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een als 'Wonen' aangewezen locatie op de verbeelding heeft de volgende functies:
met de daarbij behorende:
Op deze gronden gelden ten behoeve van de functie Wonen de volgende beoordelingsregels voor het bouwen van gebouwen:
Op deze gronden gelden ten behoeve van de functie Wonen de volgende beoordelingsregels voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken:
Voor gebouwen, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maximale bouwhoogten:
Voor de bouwactiviteiten ten behoeve van de woningen 1 tot en met 4 zoals aangegeven in Bijlage 2 Geluid geldt als aanvullende beoordelingsregel hetvolgende:
Binnen deze bestemming is de uitoefening van een aan huis verbonden beroep toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, met inachtneming van de volgende beoordelingsregels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3'.
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende functie(s) en gebiedsaanwijzingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende bouwwerken:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden:
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hem aan te wijzen archeologisch deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
Het is verboden op of in de gronden met de gebiedsaanduiding Waarde - Archeologie 3 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dieper dan 0,30 meter onder maaiveld uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende functies:
Voor de werkzaamheden als bedoeld in lid 9.5.1 dient een archeologisch rapport bij de aanvraag van een omgevingsvergunning te worden ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat:
Het verbod van lid 9.5.1 en de onderzoeksplicht van lid 9.5.2 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.5.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden:
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen archeologisch deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 5'.
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende functie(s) en gebiedsaanwijzingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden.
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, tenzij het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende bouwwerken:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden:
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hem aan te wijzen archeologisch deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
Het is verboden op of in de gronden met de gebiedsaanduiding Waarde - Archeologie 5 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden dieper dan 1 meter onder maaiveld uit te voeren zulks ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende functies:
Voor de werkzaamheden als bedoeld in lid 10.5.1 dient een archeologisch rapport bij de aanvraag van een omgevingsvergunning te worden ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat:
Het verbod van lid 10.5.1 en de onderzoeksplicht van lid 10.5.2 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.5.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden:
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen archeologisch deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voor het parkeren ten behoeve van de functies is het gestelde in het gemeentelijke parkeerbeleid zoals deze geldt binnen de gemeente Woerden ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor gebruik/het bouwen van toepassing.
Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en nieuwe bouwwerken, is slechts toegestaan indien de benodigde landschappelijke inpassing van de gronden wordt gerealiseerd. Waarbij geldt dat het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken met de functie 'Wonen' slechts is toegestaan indien ten behoeve van de goede landschappelijke inpassing de aanleg van de landschappelijke elementen (zoals beplanting, watervoorzieningen en erven) wordt gerealiseerd: overeenkomstig het opgenomen 'Landschappelijk inpassingsplan' (Bijlage 3 bij deze regels en binnen 18 maanden na het onherroepelijk worden van de eerste vergunning voor een woning; de landschappelijke inpassing duurzaam in stand wordt gehouden.
De resultaten van het bodemonderzoek zoals staande in Bijlage 4 geven aanleiding voor het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek en/of sanerende maatregelen in de grond. Er zal bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning worden overlegd en getoetst door het bevoegd gezag of er een geldig bodemonderzoek voorgelegd kan worden of als aangetoond is dat de grond op juiste wijze gesaneerd is.
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bescherming grondwaterafhankelijke natuur' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwantiteit en de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van grondwaterafhankelijke natuurgebieden.
Het college van burgemeester en wethouders kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in het omgevingsplan: