direct naar inhoud van 4 Beleidskader
Plan: Buitengebied Voorschoten (2010)
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0626.2010Buitengebied-BP10

4 Beleidskader

4.1 Inleiding

De ontwikkelingen in het buitengebied worden voor een flink deel bepaald door het beleidskader van de hogere overheden. Daarbij moet in eerste instantie worden gedacht aan kadernota´s op het gebied van de Ruimtelijke Ordening maar tevens aan sectorale beleidsnota´s met ruimtelijke relevante beleidsbepalingen. Meer concreet betreft het hier beleidsdocumenten zoals de Nota Ruimte, het streekplan en de structuurvisie van de provincie en de Regionale Structuurvisie 2020 Holland-Rijnland alsmede beleidsnota´s op het gebied van de waterhuishouding, ecologie en cultuurhistorie. De belangrijkste beleidslijnen voor het plangebeid van dit bestemmingsplan zullen hieronder worden samengevat.

4.2 Rijksbeleid

De 'Nota Ruimte'

De Nota Ruimte bevat de visie van het Kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen tot 2020, met een doorkijk naar de lange termijn (2020-2030). Zij vervangt de ruimtelijke relevante rijksnota's en planologische kernbeslissingen behorend bij de Vierde nota ruimtelijke ordening Extra (VinEx) en haar actualisering (VinAc) alsmede het Structuurschema Groene Ruimte.

In de Nota Ruimte wordt de corridor opnieuw aangewezen als Rijksbufferzone tussen de stedelijke regio´s van Haaglanden en Leiden. Hoofddoelstelling is de handhaving van het overwegend groene karakter van deze buffer, zodat geen aaneengesloten stedelijke zone tussen het stadsgewest Haaglanden en de regio Holland-Rijnland ontstaat. Dientengevolge bepleit de Rijksoverheid in de Nota Ruimte een stimulering van groene en recreatieve functies in de corridor en de handhaving van de corridor als laatste doorgaande ecologische verbinding tussen het Groene Hart van de Randstad en het strandwallenlandschap bij Wassenaar. De regiefunctie voor deze ontwikkeling en voor het planologische regime legt zij bij de provincie Zuid-Holland.

Met het oog op de status als Rijksbufferzone heeft met de Inspectie RO en de Provincie Zuid-Holland nader overleg plaatsgevonden over de concrete toekomstige inrichting van de corridor. Daarbij heeft men met name stil gestaan bij de ontwikkeling van Nieuwe Buitenplaatsen als instrument voor een groene landschapsontwikkeling. Dergelijke elementen zijn instaat zich zelf te financieren en tegelijkertijd kan vergeleken met de huidige bebouwing aan tuinbouwkassen een forse landschappelijke kwaliteitswinst geboekt worden.

Geconstateerd kan worden dat de Rijksoverheid de voorstellen tot herinrichting beschouwt als een constructieve bijdrage voor een groene ontwikkeling van de corridor. Zij hecht daarbij waarde aan een sterke planologische bescherming van waardevolle planelementen zoals de reeds bestaande open plandelen en bosschages en aan een bijdrage ter versterking van de cultuurhistorische waarde (bijvoorde door het herstel van oude klassieke tuinstructuren op voormalige buitenplaatsen). Daarnaast acht zij het wenselijk dat de waardevolle plandelen beter openbaar toegankelijk worden.

AMvB Ruimte (2009)

In de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid (juni 2008) heeft het kabinet haar nationaal ruimtelijke plannen gepresenteerd. In de Realisatieparagraaf is beschreven welke instrumenten het rijk onder de nieuwe Wro inzet om haar ruimtelijke belangen te realiseren. Voor die belangen die juridisch doorwerking behoeven is het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (AMvB Ruimte) vastgesteld. De AMvB Ruimte heeft directe gevolgen voor de ruimtelijke besluitvorming van andere overheden. Het omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte planologische kernbeslissingen (PKB's) die juridisch moeten doorwerken in bestemmingsplannen.

De eerder uitgebrachte PKB's hebben onder de nieuwe Wro de status van structuurvisie gekregen en zijn daarmee niet langer bindend voor andere partijen. De AMvB Ruimte bevat daarom, passend binnen het nieuwe stelsel van de Wro, een zo beleidsneutraal mogelijke vertaling van deze bestaande ruimtelijke kaders uit de PKB's Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Het gaat om de kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de rijksbufferzones, de nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met de AMvB Ruimte maakt het rijk duidelijk aan welke regels provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen moeten voldoen en wat de ruimte is waarbinnen provincies en gemeenten hun eigen ruimtelijke belangen vorm kunnen geven.

Het besluit is nog niet vastgesteld en in werking getreden. Een ontwerp van het besluit is naar de Eerste en Tweede Kamer gezonden en is via de Staatscourant en de website van het ministerie van VROM bekend gemaakt. Tot 1 september 2009 kon iedereen zijn visie op het ontwerp aan de minister van VROM kenbaar maken. Na bespreking van het ontwerp door de minister van VROM met de Staten-Generaal wordt het ontwerpbesluit voor advies voorgelegd aan de Raad van State. Het besluit zal naar verwachting medio 2010 in werking treden.

Voor dit bestemmingsplan is hoofdstuk 2 uit de AMvB Ruimte van belang. Het betreft de bundeling van nieuwe bebouwing en de mogelijkheden voor verspreide bebouwing in het buitengebied. Omdat gebundelde bebouwing en meer verspreide bebouwing in samenhang moeten worden bezien kan de provincie tevens regels stellen om mogelijkheden te bieden voor niet gebundelde, meer verspreide bebouwing in het buitengebied. Dit kunnen regels zijn ten aanzien van nieuwe bebouwing welke functioneel gebonden is aan het buitengebied. Ook andere categorieën van niet gebundelde bebouwing kunnen worden toegestaan voor zover voldaan wordt aan in de provinciale verordening gestelde regels van kwalitatieve aard.

Vierde Nota Waterhuishouding/ Nationaal Bestuursakkoord Water (WB 21)

Behalve aan de beleidslijnen voortvloeiend uit de Nota Ruimte dient met de herinrichting tevens voldaan te worden aan landelijke doelstellingen op het gebied van de waterhuishouding, vastgelegd in de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4) en het Nationaal Bestuursakkoord Water/Waterbeheer 21e Eeuw (WB21). Bijzondere aandacht verdienen daarbij kwesties als watertekorten, verdroging, verzilting en de kwaliteit van waterbodems.

Omtrent deze aandachtspunten heeft tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan 'Buitengebied' overleg plaatsgevonden met de waterbeheerders van het Hoogheemraadschap Rijnland. Daarbij is geconstateerd dat de herinrichting voorziet in een sanering van bedrijfsactiviteiten, welke her en der thans nog negatieve effecten hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater en de opvangcapaciteit van regenwater. Met de herinrichting wordt een ontwikkeling gestimuleerd, die voor de waterhuishouding zonder meer als positief kan worden beschouwd.

Structuurschema Groen Ruimte - Nota Belvédère

Een derde beleidsterrein met cruciale betekenis voor de Duivenvoordecorridor is de cultuurhistorie. Het plangebied valt in het vroegere Structuurschema Groene Ruimte binnen de begrenzingen van het Strategisch Groenproject Landgoederenzone Haaglanden. Dit betekent dat bij nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk rekening moet worden gehouden met karakteristieke landschapspatronen en gebiedstypische vormen van grondgebruik.

Vergelijkbare doelstellingen vloeien voort uit de Nota Belvédère, waarin delen van de Rijksbufferzone zijn aangewezen als topgebied cultureel erfgoed, en de hierop voortbordurende aanwijzingen in het streekplan. Ook zij vragen om het behoud of de herontwikkeling van waardevolle cultuurhistorische elementen in de corridor. Daarbij moet worden gedacht aan gebiedstypische nederzettingsvormen, oude wegen, waterlopen, verkavelingspatronen, gebouwde en archeologische monumenten. Deze elementen moeten als inspiratiebron dienen voor concrete inrichtingsplannen. In het verlengde hiervan hebben de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar samen met Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten het initiatief genomen voor de aanwijzing van een beschermd Stads- en Dorpsgebied. Deze aanstaande aanwijzing heeft reeds haar neerslag gekregen in het streekplan Zuid-Holland West en zal worden verwerkt in het kader van nieuwe bestemmingsplannen.

EG richtlijnen - Flora en Faunawet - Natuurbeschermingswet

Op het vlak van de ecologie dient het bestemmingsplan voldoende zorg te dragen voor het beheer en de instandhouding van de in het gebied aanwezige flora en fauna. In dit kader dient rekening te worden gehouden met de 'Vogelrichtlijn' en 'Habitatrichtlijn' van de Europese Unie en de Flora en Faunawet van de Rijksoverheid. Het voortbestaan van specifieke planten en dieren alsmede hun leefmilieu dient te worden gewaarborgd door de aanwijzing van speciale beschermingszones.

De belangrijkste leefmilieus voor flora en fauna zijn in de oude bestemmingsplannen van Leidschendam-Voorburg en Voorschoten reeds van een beschermende bestemming voorzien. Deze zal in de nieuwe plannen zeker worden gehandhaafd. Daarnaast zullen de huidige tuinbouwlocaties voor 75% een groene herbestemming krijgen, o.a. als Natuurgebied. Met deze wijziging zullen de habitatvoorwaarden voor de plaatselijke flora en fauna verder worden verbeterd.

Wet Luchtkwaliteit (2009)

Het nieuwe bestemmingsplan dient tenslotte ook te voorzien in een adequate regelgeving ter bescherming van milieuwaarden in het plangebied. Eén van de belangrijkste aspecten daarbij is het aspect luchtkwaliteit. De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer goedgekeurd (Stb. 2007, 414) en vervolgens is de wijziging op 15 november 2007 in werking getreden. Met name hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe titel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Een belangrijk onderdeel van het instrumentarium is het Nationale Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden. Binnen het NSL werken het rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren.

In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de regeling NIBM zijn categorieën aangewezen waarvan op voorhand vaststaat dat zij niet in belangrijke mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tot aan de inwerkingtreding van het NSL gold voor die categorieën een grens van 1% van de grenswaarde voor NO2(stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof). Na de inwerkingtreding van het NSL per 1 augustus 2009 geldt een grens van 3% van de betreffende grenswaarde.

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.

4.3 Provinciaal en regionaal beleid

Streekplan Zuid-Holland West (2003)

Sinds 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) van kracht. Het ruimtelijk beleid van de provincie wordt onder de nieuwe wet verwoord in de structuurvisie. Het overgangsrecht van de nieuwe wet regelt dat het huidige streekplan (Streekplan Zuid-Holland West 2003) van rechtswege een structuurvisie wordt.

Op 19 februari 2003 is het Streekplan Zuid-Holland West 2003 vastgesteld. In dit streekplan presenteert het provinciebestuur van Zuid-Holland een samenhangende visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Zuid-Holland West voor de periode tot 2015. Het centrale deel van de Duivenvoordecorridor met het landgoed Duivenvoorde is daarin grotendeels aangewezen als natuurgebied terwijl de overige gronden van de aanduiding agrarisch gebied zijn voorzien (formeel: Agrarisch Gebied Plus). Andere relevante aanduidingen zijn: de aanwijzing van natuurgebieden ten westen van de spoorlijn Den Haag - Leiden, de aanduiding van een groene verbinding conform de ecologische hoofdstructuur op het terrein van het landgoed Duivenvoorde, de aanduiding van een beschermd stads- en dorpsgezicht in de gemeente Voorschoten en de status van 'topgebied cultureel erfgoed' volgens de cultuurhistorische hoofdstructuur van de provincie Zuid-Holland.

afbeelding "i_NL.IMRO.0626.2010Buitengebied-BP10_0003.png"

Figuur 4.1) Uittreksel plankaart streekplan Zuid-Holland West

Het streekplan voorziet in een volledige sanering resp. uitplaatsing van de glastuinbouw in de Duivenvoordecorridor en een stimulering van de groene en recreatieve functies. De hiermee gemoeide sanerings- en inrichtingskosten mogen in ieder geval gedeeltelijk worden gedekt uit de ontwikkeling van zogenaamde 'groene woonmilieus'. Op grond van het tijdens de vaststelling nog onduidelijke beeld van de toekomstige groene woonmilieus is hiervoor in het streekplan oorspronkelijk geen concrete aanduiding opgenomen maar een uitwerkingsbevoegdheid conform artikel 4a, lid 8, van de oude WRO, waarmee de ontwikkeling van de beoogde woonmilieus mogelijk wordt gemaakt. In de zevende partiële herziening van het streekplan zijn de randvoorwaarden voor de toekomstige functieverandering in de corridor bepaald.

Zevende partiële herziening streekplan Zuid-Holland West 2003 Duivenvoordecorridor/ Westland c.a.

Op 30 januari 2008 is de Zevende partiële herziening van het Streekplan Zuid-Holland West 2003 vastgesteld. Hierin is bepaald dat het streekplan het realiseren van woningbouw in de Duivenvoordecorridor niet in de weg staat, mits verzekerd is dat:

  • door middel van deze woningbouw financiële middelen gegenereerd worden die nodig zijn om de thans hier gelegen kassen en bedrijfsgebouwen te verwijderen en die gemoeid zijn met het toevoegen van natuurvriendelijke oeverzones, natte graslanden, bosschages en open water. Dit teneinde de beoogde transformatie van dit gebied tot een hoogwaardig coulissenlandschap te realiseren;
  • de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied wordt verbeterd door het vervangen van de in het gebied liggende kassen en bedrijfsgebouwen die thans een oppervlak van in totaal 33 hectare innemen, door enerzijds een aantal woongebouwen met een grondoppervlak van maximaal 5 hectare en anderzijds minimaal 28 hectare die benut zullen worden voor het realiseren van bij het bufferzonekarakter van het gebied passend, extra groen. Het bij de woongebouwen behorende groen zal hierbij zo gesitueerd en bestemd moeten worden dat ook dit groen een bijdrage zal leveren aan de voor dit deel van de Rijksbufferzone Den Haag, Leiden, Zoetermeer nagestreefde ruimtelijke kwaliteit;
  • de aan de Duivenvoordecorridor toe te voegen natuurvriendelijke oeverzones, natte graslanden, bosschages en water een substantieel aantal hectares zullen omvatten.

In het streekplan wordt hierdoor de mogelijkheid geboden om het gebied van de Duivenvoordecorridor te transformeren tot een gebied met grote landschappelijke kwaliteiten door middel van een optimale afwisseling van natuur, water, landbouw, bestaande en nieuwe bebouwing, zonder dat daar het opstellen van een streekplanuitwerking aan vooraf zal moeten gaan. De in het kader van de beoogde transformatie op te stellen uitwerkingsplannen zullen alle ter verkrijging van goedkeuring voorgelegd moeten worden aan het college van Gedeputeerde Staten.

Provinciale Structuurvisie "Visie op Zuid-Holland" (2010)

Op 2 juli 2010 hebben Provinciale Staten de provinciale Structuurvisie,de Verordening Ruimte en de Uitvoeringsagenda vast. In de Visie op Zuid-Holland beschrijft de provincie haar doelstellingen en provinciale belangen. De Structuurvisie geeft een doorkijk naar 2040 en de visie voor 2020 met bijbehorende uitvoeringsstrategie. De nieuwe integrale Structuurvisie voor de ruimtelijke ordening komt in de plaats van de vier streekplannen en de Nota Regels voor Ruimte.

De kern van de Visie op Zuid-Holland is het versterken van samenhang, herkenbaarheid en diversiteit binnen Zuid-Holland. Dit draagt bij aan een goede kwaliteit van leven en een sterke economische concurrentiepositie. Duurzame ontwikkeling en klimaatbestendigheid zijn belangrijke peilers. Gestreefd wordt naar een samenhangend stedelijk en landschappelijk netwerk. Kenmerkende kwaliteiten zijn een goede bereikbaarheid en een divers aanbod van woon- en werkmilieus in een aantrekkelijk landschap met ruimte voor water, landbouw en natuur.

In de structuurvisie wordt aangegeven welke zaken de provincie Zuid-Holland van provinciaal belang vindt. De basis daarvoor ligt in de integrale hoofdopgaven die zijn benoemd in de provinciale structuurvisie. Die vijf integrale hoofdopgaven en de bijbehorende provinciale belangen betreffen:

  • 1. Concurrerend en aantrekkelijk internationaal profiel
  • 2. Duurzame en klimaatbestendige Deltaprovincie
  • 3. Divers en samenhangend stedelijk netwerk 2020
  • 4. Vitaal, divers en aantrekkelijk landschap
  • 5. Stad en land verbonden.

Ten aanzien van hoofdopgave 4, 'Vitaal, divers en aantrekkelijk landschap', is de Vlietzone als transformatiegebied benoemd. Dit gebied zal gedurende de planperiode van het streekplan een andere functie krijgen. De Vlietzone heeft een belangrijke positie in de schakeling stad - land, als onderdeel van de corridor De Vlietlanden bij Voorschoten naar Midden-Delfland en als uitloop c.q. groengebied van het stedelijk gebied Haaglanden. De Vlietzone zal zich verder ontwikkelen als onderdeel van het stedelijk gebied van Haaglanden. Hier komt het karakter van Haaglanden tot uiting: een gebied waarin dynamische stedelijke gebieden en rustige woon- en recreatiegebieden op korte afstand van elkaar te vinden zijn. Het gebied wordt ontwikkeld tot een robuust en aantrekkelijk gebied voor groen, natuur, recreatie en sport, gecombineerd met verstedelijking. Dit in relatie tot verbinding met Midden-Delfland en De Vlietlanden. Een en ander zal worden uitgewerkt in een integrale gebiedsvisie, op te stellen door Den Haag in samenwerking met de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Rijswijk.

Verordening Ruimte, Visie op Zuid-Holland (2010)

OP 2 juli 2010 hebben Provinciale Staten de Verordening Ruimte vastgesteld.

In artikel 2 van de Provinciale Verordening Ruimte wordt ingegaan op de bebouwingscontouren. Hierin is bepaald dat er geen verstedelijking buiten de bebouwingscontouren mag plaatsvinden. Er zijn echter uitzonderingen opgenomen waarbij buiten de bebouwingscontouren ontwikkelingen mogelijk zijn. Dit wordt ook wel de 'ruimte-voor-ruimte' regeling genoemd.

'Ruimte voor ruimte'

De 'ruimte-voor-ruimte' regeling is bedoeld om de kwaliteit van het landschap in de provincie Zuid-Holland te vergroten. Daartoe stimuleert de regeling afbraak van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen en kassen, met in ruil daarvoor de bouw van woningen met een veel kleinere bouwmassa. Belangrijke voorwaarde is dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt verbeterd. De (overige) voorwaarden:

  • de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt verbeterd;
  • voor de sloop van iedere 1000 m2 gebouwen of iedere 5000 m2 kassen, mag één compensatiewoning worden gebouwd;
  • het aantal compensatiewoningen bedraagt maximaal drie;
  • de nieuwe woningen brengen uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met zich mee voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven;
  • de te slopen gebouwen of kassen zijn opgericht voor de peildatum van 1 januari 2003 én
  • de te slopen kassen zijn gelegen buiten de glastuinbouwgebieden zoals aangeduid op kaart 3 behorende bij de provinciale verordening.

'Landgoedbiotoop'

In de Provinciale Verordening Ruimte heeft de provincie het voornemen om in artikel 14 regels op te nemen met als doel het beschermen en versterken van de historische landgoederen en landgoederenzones. De landgoedbiotoop is een middel om de cultuurhistorische en ruimtelijke ontwikkelingen van de landgoederen te beschermen en versterken. Onder een landgoedbiotoop wordt een buffer verstaan die als contour om buitenplaatsen of een groep van buitenplaatsen heengetrokken kan worden en waar voor de planvorming dezelfde uitgangspunten gelden. Een landgoedbiotoop kan bestaan uit:

  • de buitenplaats zelf en daaromheen
  • de koppeling van het landgoed aan een structuur
  • het panorama
  • het blikveld
  • de zichtlijn

De uitgangspunten bij bescherming van de biotoop: de ruimte vrij en openhouden en niet bebouwen, tenzij dat tot verbetering van de biotoopwaarden leidt. Binnen een landgoedbiotoop kan sprake zijn van nieuwbouw in het geval van versterking of verbetering van de aldaar aanwezige waarden (een 'neen, tenzij'-beleid). Gemeenten dienen in hun bestemmingsplannen voor nieuwe ontwikkelingen voor gronden gelegen binnen de biotoop van een landgoed een beeldkwaliteitsparagraaf op te nemen, waarin het effect/ de invloed van deze ontwikkeling op de landgoedbiotoop wordt beschreven.

In het plangebied van dit bestemmingsplan zijn een tweetal landgoedbiotopen gelegen. Dit zijn Duivenvoorde en Ter Horst. Beide landgoederen kennen een ruim blikveld. Dit gehele blikveld behoort tot de landgoederenbiotoop. Beide landgoederen zijn een rijksbeschermd buitenplaatscomplex.

Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) / Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS)

Ter vervanging en vereenvoudiging van een aantal Rijksregelingen hebben de Rijksoverheid en de Provincie Zuid-Holland in de afgelopen jaren een nieuwe beleidsregeling ingesteld onder de noemer 'Investeringsbudget Landelijk Gebied'. Doelstelling is een effectievere aanpak en een voortvarende realisatie van de groenontwikkeling in en rond de stedelijke agglomeraties en de realisatie van oude beleidsdoelstellingen op het gebied van landschap, ecologie en cultuurhistorie. In het verlengde hiervan is op 5 december 2005 door het Rijk, de provincie Zuid-Holland en de vijf regio's binnen de provincie een convenant getekend, waarmee het groenprogramma op het vlak van recreatie en cultuurhistorie uitgevoerd moet worden. Voor de Duivenvoordecorridor voorziet dit programma in 29 ha aan recreatie en bosherstel op het grondgebied van Voorschoten en 8 ha op het grondgebied van Leidschendam-Voorburg. Op 17 april 2009 is hiervoor een uitvoeringsconvenant door de provincie Zuid-Holland, gemeente Leideschendam-Voorburg en de gemeente Voorschoten ondertekend. Een en ander vraagt om een passende groenbestemmingen in het bestemmingsplan.

Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland

Op 24 juli 2009 is de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland vastgesteld. In deze structuurvisie wordt inzicht gegeven in de ruimtelijke ontwikkelingen tot 2020 (met doorkijk naar 2030). Deze structuurvisie heeft geen wettelijk karakter, maar door vaststelling van de visie worden de deelnemende gemeenten van het samenwerkingsverband wel verbonden om de afspraken uit het document uit te voeren. De besluiten in de structuurvisie zijn leidend voor structuurvisie's en nota's van de gemeenten. Eén van de zeven kernbeslissingen is 'Groene kwaliteit en landschap'. Hierin is bepaald dat het groen-blauwe netwerk centraal staat bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. De Duivenvoordecorridor maakt deel uit van de te creëren ecologische en recreatieve groene verbinding tussen kust en Groene Hart. Om deze verbinding te realiseren is in de structuurvisie opgenomen dat de gemeente Voorschoten in samenwerking met Leidschendam-Voorburg de kassen uit het gebied verwijderen. In de plaats hiervan komt er beperkte woningbouw terug in de stijl van de bestaande boerderijen en landhuizen in het gebied.

4.4 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Duivenvoordecorridor 2005

De structuurvisie Duivenvoordecorridor voorziet conform de beleidsvoorwaarden van de hogere overheden in een sanering van de plaatselijke glastuinbouw in een stimulering van nieuwe groene en recreatief aantrekkelijke functies. Leidraad voor de ruimtelijke ontwikkelingen is de versterking van het reeds bestaande waardevolle cultuurlandschap resp. coulissenlandschap. Hierin worden robuuste groencomplexen afgewisseld, met zowel open als besloten landschapseenheden. Om dit doel te kunnen bereiken ligt het accent van de structuurvisie op de handhaving en uitbreiding van de reeds bestaande open ruimte. Daarmee kunnen tevens karakteristieke zichtlijnen en vergezichten zoals op kasteel Duivenvoorde worden versterkt.

De herinrichting betekent concreet, dat tot en met 2015 in de gemeente Voorschoten en Leidschendam-Voorburg circa 80 ha aan agrarische gronden, tuinbouwgrond en bedrijfsgronden een nieuwe bestemming zal krijgen. Ongeveer 75 procent van het glastuinbouwareaal zal een nieuwe inrichting krijgen als:

  • bosschage of houtwal
  • weidegrond of landerijen (o.a.) rond kasteel Duivenvoorde
  • karakteristieke siertuin op een nieuwe buitenplaats of
  • natuurgebied in de vorm van nat grasland.

Daarnaast is het de bedoeling ook belangrijke onderdelen van oude buitenplaatsen te herstellen zoals op Haagwijk in Voorschoten of Noordhey en Oostbosch beiden in Leidschendam-Voorburg.

afbeelding "i_NL.IMRO.0626.2010Buitengebied-BP10_0004.jpg"

Figuur 4.2) Plankaart structuurvisie Duivenvoordecorridor

De verwachting bestaat dat met de herstructurering een investering is gemoeid van tientallen miljoenen Euro's. Daaruit dienen zowel de kosten voor de verplaatsing van glastuinbouwbedrijven gefinancierd te worden als de herinrichting het gebied en de aanleg van groen en recreatie. De kosten zullen worden gedekt, uit de ontwikkeling van nieuwe buitenplaatsen, landhuizen of karakteristieke woningen. Daarbij zal het netto bebouwde oppervlak overeenkomstig het provinciale beleid met ca. 85% afnemen. Met deze aanpak zal de eerder door de overheden geïntroduceerde 'Rood voor Groen - gedachte' voor het eerst op grote schaal in de praktijk worden gebracht.

De gemeenten zijn tevens van plan om de Duivenvoordecorridor voor recreanten beter toegankelijk te maken. Zo kan het huidige stelsel aan fiets- en wandelpaden worden uitgebreid van thans ca. 13.500 m naar straks 20.000 m in 2015. Daarbij moet worden gedacht aan enkele korte verbindingen tussen reeds bestaande paden en een betere toegankelijkheid van de buitenplaatsen met hun cultuurhistorisch waardevolle tuinen.

Van Glas naar gras

Het is de wens van de Gemeente Voorschoten en Stichting Duivenvoorde om de openheid, de landschappelijke en ecologische kwaliteit en de recreatieve betekenis van het landelijk gebied tussen Leidschendam-Voorburg en Voorschoten waar mogelijk te versterken en daarmee ook de omgeving van het landgoed Duivenvoorde nieuwe luister bij te zetten. Het omvormen van verouderde glasopstanden is daartoe een eerste middel.

De structuurvisie Duivenvoorde voorziet in een sanering van de plaatselijke glastuinbouw en een versterking van het bestaande cultuurhistorisch waardevolle landschap. Het bestemmingsplan biedt ook ruimte voor de 'Gras voor Glas' regeling.

Deze regeling maakt het mogelijk om de glastuinbouw in het gebied op te kopen en deze om te zetten in groen/ weidegebied, gekoppeld aan beperkte 'rode' functies. Van het glasbestand wordt minimaal 85% omgevormd naar een groene bestemming (natuur/ bos/ recreatie/ landbouw). Maximaal 15% van het te saneren glasbestand wordt uitgegeven ten behoeve van woningbouw of een andere 'rode' functie. Deze 15% is inclusief tuinen, ontsluiting en parkeren. Gekoppeld hieraan moeten ook de recreatieve mogelijkheden worden verruimd. De 15% die maximaal voor de 'rode' functies is toegestaan moet de middelen fourneren die noodzakelijk zijn voor de herinrichting van de glasopstanden en de realisatie van de extra recreatiemogelijkheden.

De structuurvisie voorziet in een economisch gezonde landbouw in de vorm van grondgebonden (melk) veehouderij. Door bedrijfsbeëindiging van bedrijven zonder bedrijfsopvolging komen gronden vrij welke bij de stichting in beheer gegeven worden om zo het open landelijke karakter te behouden. Waar glastuinbouw verdwijnt wordt het weidegebied zoveel mogelijk in ere hersteld. De rode functies moeten worden aangegrepen om de karakteristiek van een historisch landgoederenlandschap nieuwe kracht bij te zetten. Een landschap samengesteld uit landgoederen/buitenplaatsen, lanenstelsels en open landerijen met historische boerderijen en boerenlinten.

Ook de bebouwing moet aansluiten op de historische structuren in het landschap; de landgoederen, lanen, hoeves en boerenlinten. Daarbij moet de bebouwing voldoen aan het vigerend bestemmingsplan, de structuurvisie en de landgoedvisie Duivenvoorde. De aanwezige glasbestanden bevinden zich grotendeels in het landelijk gebied waardoor daar ook de nieuwe rode ontwikkelingen zullen plaatsvinden. De groene opgave schrijft echter een versterking van de openheid voor. De totale hoeveelheid bebouwd gebied neemt door 'Gras voor Glas' aanzienlijk af maar er zal wel in het landelijke gebied gebouwd gaan worden. Locaties elders in de Duivenvoorde corridor, zoals aansluitend aan de bestaande bebouwing, zijn onderzocht maar bleken niet tot de mogelijkheden te behoren.

Gemeentelijke structuurvisies

De doelstellingen uit de structuurvisie voor de Duivenvoordecorridor dekken zich met de beleidsdoelen van de afzonderlijke gemeentelijke structuurvisies van Leidschendam-Voorburg en Voorschoten. Beide visies onderstrepen de noodzaak van een groene herinrichting van de corridor. Bijzondere aandachtspunten hierbij zijn:

  • de sanering danwel uitplaatsing van de glastuinbouwbedrijven,
  • de ontwikkeling en het herstel van buitenplaatsen en
  • de versterking van de recreatieve functies van het gebied.

4.5 Resumé

Vrijwel alle beleidsnota´s met betrekking tot het buitengebied van Voorschoten voorzien in een versterking van reeds bestaande groene functies of in een functieverandering van de huidige glastuinbouwlocaties op de lange termijn. Daarbij zullen de plaatselijke glastuinbouwbedrijven moeten wijken ten behoeve van groene functies op het vlak van landbouw, recreatie, ecologie en cultuurhistorie. De belangrijkste randvoorwaarden voor de herinrichting in de nabije toekomst zijn:

  • de (voorlopige) handhaving van de status Rijksbufferzone in de Nota Ruimte
  • de hieraan gekoppelde wens de bufferzone een sterkere recreatieve betekenis te geven
  • de aanwijzing tot natuurgebied danwel agrarisch gebied in het streekplan Zuid-Holland West
  • de mogelijkheid van 'Rood voor Groen-strategieën' ten behoeve van een groene inrichting van de corridor
  • de (gedeeltelijke) voordracht van het plangebied als 'Beschermd stads- en dorpsgezicht'
  • de wens tot groenontwikkeling in het kader van het Investeringsbudget Landelijk Gebied
  • de aanwijzing van de corridor als groene schakel tussen het Groene Hart en het strandwallenlandschap rond Wassenaar.

Voor het overige zijn er specifieke randvoorwaarden op het gebied van milieu en leefbaarheid, die voor de planrealisatie kaderstellend zijn. Hiertoe behoren o.a.:

  • de geluidhindercontouren van de N 447 en de spoorlijn Den Haag-Katwijk
  • de inachtneming van veiligheidszones rond LPG-stations (in de gemeente Voorschoten)
  • de beschermingszones van waterkeringen langs boezemwater en
  • de cultuurhistorische waarden van zowel oude buitenplaatslocaties als van bestaande landerijen, houtopstanden etc.