direct naar inhoud van 7.2 Inspraak
Plan: Dorpsgebied Stellendam en Havenhoofd 2011
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0511.GDRdrpstellendam09-BP40

7.2 Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan heeft op basis van de gemeentelijke inspraakprocedure vanaf 12 april voor een periode van 4 weken ter inzage gelegen. De binnengekomen inspraakreacties zijn hieronder uiteengezet en van een beoordeling voorzien. Per inspraakreactie is een conclusie opgenomen die aangeeft of de betreffende reactie heeft geleid tot aanpassing van het plan.

Reactie 1

Samenvatting reactie

Inspreker heeft in een eerder stadium het voornemen uitgesproken richting de gemeente om een nieuwe woning te bouwen in de kern Havenhoofd. In 2009 zijn door aanvrager stukken verzonden en is er een gesprek geweest. De gemeente liet daarbij weten dat het nieuwe bestemmingsplan 'Dorpsgebied Stellendam en Havenhoofd' een mooie gelegenheid vormde om eventuele ontwikkelingen mogelijk te maken. In het voorontwerpbestemmingsplan heeft inspreker geen mogelijkheden kunnen vinden voor het bouwen van een nieuwe woning. Inspreker verzoekt toe te lichten welke stappen (procedure) genomen moeten worden om de bouw van de woning mogelijk te maken. Daarbij vraagt inspreker zich af of dit nog mee te nemen valt in de verdere procedure van het bestemmingsplan.

Beoordeling reactie

De gemeente neemt in het bestemmingsplan alleen nieuwe ontwikkelingen mee waar bestuurlijk mee is ingestemd en waarvoor bovendien alle benodigde onderzoeken beschikbaar zijn en de uitvoerbaarheid is aangetoond. In dit geval is deze documentatie niet voorhanden omdat het plan zich nog in een zeer prematuur stadium bevindt. Overigens wordt bij de bouw van een woning aanspraak gemaakt op het contingent te bouwen woningen. De wijze waarop dit contingent wordt benut en op welke wijze dit op het Havenhoofd plaatsvindt, wenst de gemeente in een breder perspectief te zien. De Toekomstvisie 2020 geeft aan dat er voor die omgeving beperkte inbreidingsmogelijkheden zijn voor woningbouw. De uitwerking van deze visie dient nog plaats te vinden.

Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het plan.

Reactie 2

Samenvatting reactie

Inspreker is eigenaar van het pand aan de Meester Snijderweg 73 en heeft dit pand te koop staan. Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt dat de nieuwe gebruiker de gronden (en daarmee het pand) voor visserijgerelateerde bedrijven mag gebruiken. Onder deze voorwaarde raakt het pand echter niet verkocht. Om die reden verzoekt de huidige eigenaar om in het nieuwe bestemmingsplan niet uitsluitend visserijgerelateerde bedrijven toe te staan, maar ook verkoop aan derden.

Beoordeling reactie

De Meester Snijderweg 73 is niet gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan Dorpsgebied Stellendam en Havenhoofd. Het bestemmingsplan biedt om die reden geen mogelijkheid om ruimere mogelijkheden voor de betreffende gronden mogelijk te maken. Indiener kan de gemeente separaat verzoeken om de bestemming voor zijn perceel dat valt in het bestemmingsplan Havens van Stellendam te wijzigen middels een postzegelbestemmingsplan.

Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het plan.

Reactie 3

Samenvatting reactie

  • a. Inspreker geeft aan overlast te ondervinden van de gereformeerde kerk aan de Kerkhoflaan. Deze overlast is uitdrukkelijk niet het gevolg van kerkelijke activiteiten, maar van het gebruik van het kerkgebouw door derden. Inspreker vreest dat met het nieuwe bestemmingsplan de bouwmogelijkheden en het bouwvlak vergroot worden en daarmee de overlast zal vergroten. Dit omdat met vergroting van het kerkgebouw de verhuurbaarheid toe zal nemen.
  • b. Daarnaast is inspreker van oordeel dat de aanleg van een parkeerterrein op de plek waar nu de oude gemeentelijke werkplaats staat (Tuinstraat 2) onnodig is. De plannen lijken met name ingegeven om de zondagse parkeerdruk op te vangen, terwijl er volgens inspreker (op zondag) voldoende parkeergelegenheid is bij het Haagse Huis en op de markt. Cliënte verzoekt het terrein van de voormalige gemeentelijke werkplaats om te vormen tot openbaar groen, hetgeen het leefklimaat in de wijk sterk zal doen verbeteren. Een ander alternatief is de bouw van twee woningen op deze gronden toe te staan. Deze invulling is zowel vanuit planologisch als financieel opzicht beter dan die van parkeerterrein.

Beoordeling reactie

  • a. Ter plaatse is de bestemmingslegging aangepast ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. De bestemming 'Maatschappelijk', waarbinnen de kerk haar activiteiten kan uitoefenen, is groter dan in het vigerende bestemmingsplan. Dit hangt samen met het feit dat de naastgelegen woning eerst bij de kerk behoorde en een deel van de kerkgronden om die reden de woonbestemming hebben in het vigerende bestemmingsplan. De woning is echter verkocht als particuliere woning. In het nieuwe bestemmingsplan zijn uitsluitend die gronden van de woonbestemming voorzien, die bij de verkoop van de woning zijn meeverkocht. De overige gronden, nog in eigendom van de kerk, zijn opgenomen in de maatschappelijke bestemming. Dit leidt overigens niet tot ruimere bouwmogelijkheden. Gebouwen mogen binnen de maatschappelijke bestemming uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak. Dit blijft in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan.
  • b. De aanleg van parkeerplaatsen komt voort uit het Verkeerscirculatieplan van de gemeente. Dit betreft vigerend beleid en is om die reden direct doorvertaald in het bestemmingsplan.

Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het plan.

Reactie 4

Samenvatting reactie

Inspreker geeft aan te willen reageren op een drietal punten, te weten het veranderen van de bedrijfsbestemming in de verkeersbestemming op het perceel aan de Tuinstraat 2, het veranderen van de maatschappelijke bestemming en de woon- en tuinbestemming in de maatschappelijke bestemming aan de Kerkhoflaan 4 en de inhoud van de gemeentelijke publicatie van 8 april 2010.

  • a. Inspreker geeft aan dat het voorontwerpbestemmingsplan ter plaatse van de oude gemeentewerkplaats geheel is voorzien van de verkeersbestemming, terwijl het vigerende plan een bedrijfsbestemming kende. Inspreker kan zich goed voorstellen dat er op dit terrein iets veranderd wordt. Echter, het wijzigen in de bestemming Verkeer wordt niet ondersteund. Inspreker verwijst naar een bijeenkomst te Stellendam van najaar 2009, waarop de gemeente een aantal plannen heeft toegelicht waaronder het realiseren van 27 parkeerplaatsen op de betreffende locatie. Deze parkeerplaatsen zijn volgens inspreker niet nodig. Het merendeel van de week is er voldoende parkeergelegenheid. Volgens inspreker is alleen op zondag de parkeerdruk aan te merken als 'hoog', met name in het gebied Kerkhoflaan, Tuinstraat, Deltastraat en Voorstraat. Deze parkeerdruk kan worden verminderd door de terreinen bij het Haagse Huis en het plein waar dinsdags de markt wordt gehouden beschikbaar te stellen voor parkeren door kerkgangers. Het perceel waar nu de verkeersbestemming is opgenomen kan in dat geval worden benut voor de ontwikkeling van 2 vrijstaande woningen. Dit is volgens inspreker fraaier in stedenbouwkundig opzicht en bovendien levert het de gemeente in financiële zin meer op.
    Wanneer toch gekozen wordt voor het aanleggen van parkeerplaatsen, vraagt inspreker om de inpassing van groen beter vast te leggen door het opnemen van de groenbestemming. Daarbij wordt tevens verzocht of in dat geval minder dan 27 parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd, zodat meer groen gerealiseerd kan worden.
  • b. Inspreker geeft aan dat het voorontwerpbestemmingsplan bij de Kerkhoflaan 4 een bestemmingswijziging kent. De vigerende woon-, tuin- en maatschappelijke bestemming zijn gezamenlijk omgevormd tot één maatschappelijk bestemmingsvlak. Het is inspreker onduidelijk welke mogelijkheden buiten het bouwvlak, maar binnen het bestemmingsvlak, bestaan. In het vigerende plan is dit volgens inspreker beperkt door de tuin- en woonbestemming.
    Wat betreft het bouwvlak van de kerk geeft inspreker aan dat het vigerende plan geen bouwvlak kent. Wel is uit dat plan op te maken dat een gedeelte is bestemd voor maatschappelijke doeleinden en dat de kerk de mogelijkheid had dit gedeelte te bebouwen. Bij vergelijking van de oude en de nieuwe mogelijkheden, bestaat de indruk dat de bouwmogelijkheden voor de kerk zijn vergroot. Inspreker wenst daar nader inzicht in te hebben.
    Daarnaast geeft inspreker aan geen bezwaar te hebben tegen de kerkelijke activiteiten en daarmee tegen de maatschappelijke bestemming in het algemeen. Wel heeft inspreker bezwaar tegen het feit dat het gebouw ook voor andere doeleinden wordt gebruikt, zoals verjaardagsfeesten, afscheidsbijeenkomsten, etc. Activiteiten die volgens inspreker meer thuishoren in een zalencentrum c.q. horecagelegenheid. Inspreker heeft hierover eerder contact gehad met de gemeente, waarbij vanuit de gemeente is aangegeven dat dergelijke activiteiten inderdaad niet binnen de maatschappelijke bestemming horen. Inspreker verzoekt dergelijke activiteiten in het bestemmingsplan expliciet uit te sluiten.
  • c. Inspreker is van mening dat de publicatie van de gemeente over de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan een verkeerde indruk wekte. De publicatie zou de indruk wekken dat er geen noemenswaardige wijzigingen in het voorontwerp zitten ten aanzien van de bestaande situatie. Inspreker verzoekt daarom vriendelijk doch dringend in het vervolg op meer transparante wijze wijzigingen in het conceptplan te publiceren.

Beoordeling reactie

  • a. De aanleg van parkeerplaatsen komt voort uit het Verkeerscirculatieplan van de gemeente. Dit betreft vigerend beleid en is om die reden direct doorvertaald in het bestemmingsplan. Omdat de inrichting van het terrein nog niet bekend is, wordt er niet gewerkt met de bestemming Groen. De bestemming groen staat namelijk geen parkeerplaatsen toe en kan dus alleen gebruikt worden als bekend is waar parkeerplaatsen komen en waar groen. Binnen Verkeer-verblijfsgebied zijn beide mogelijk en bestaat er zodoende de meeste flexibiliteit om de inrichting op een later moment uit te werken.
  • b. Ter plaatse is de bestemmingslegging aangepast ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. De bestemming 'Maatschappelijk', waarbinnen de kerk haar activiteiten kan uitoefenen, is groter dan in het vigerende bestemmingsplan. Dit hangt samen met het feit dat de naastgelegen woning eerst bij de kerk behoorde en een deel van de kerkgronden om die reden de woonbestemming hebben in het vigerende bestemmingsplan. De woning is echter verkocht als particuliere woning. In het nieuwe bestemmingsplan zijn uitsluitend die gronden van de woonbestemming voorzien, die bij de verkoop van de woning zijn meeverkocht. De overige gronden, nog in eigendom van de kerk, zijn opgenomen in de maatschappelijke bestemming. Dit leidt overigens niet tot ruimere bouwmogelijkheden. Gebouwen mogen binnen de maatschappelijke bestemming uitsluitend worden opgericht binnen het bouwvlak, net als in het vigerende bestemmingsplan. In het vigerende bestemmingsplan is dit bouwvlak niet afzonderlijk op te merken, omdat het overeenkomt met de grens van het bestemmingsvlak. De maatschappelijke gronden mochten zodoende geheel bebouwd worden. In het nieuwe bestemmingsplan is dit bouwvlak afzonderlijk af te lezen, omdat de maatschappelijke gronden groter zijn geworden maar het bouwvlak gelijk is gebleven. Op de gronden die nu wel de maatschappelijke bestemming hebben gekregen, maar die niet binnen het bouwvlak gelegen zijn, mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Hierbij valt te denken aan masten en hekwerken. Deze mogelijkheden zijn vergelijkbaar met de mogelijkheden die in de tuinbestemming geboden worden. Tot slot worden strijdige activiteiten niet letterlijk uitgesloten. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is strijdig gebruik immers per definitie niet toegestaan. Het is de taak van de gemeente handhavend op te treden daar waar strijdig gebruik plaatsvindt.
  • c. Wanneer het plan als geheel wordt beschouwd, is het overwegend conserverend van aard, zoals in de publicatie opgenomen. In letterlijke zin worden wijzigingen of verschuivingen niet uitgesloten, maar waar deze plaatsvinden gaat het niet om grootschalige wijzigingen zoals herstructurering, uitbreiding of inbreiding van de kernen Stellendam en Dorpsgebied. De mogelijkheid dat er op perceelsniveau verschuivingen kunnen plaatsvinden in gebruiks- en/of bouwmogelijkheden worden daarbij, wanneer het plan als geheel overzien wordt, niet als noemenswaardig beschouwd. Het is echter zo dat dergelijke verschuivingen voor bewoners en gebruikers vaak het meest en direct van invloed zijn op hun eigen situatie. Bij volgende publicaties zal explicieter worden stilgestaan bij de mogelijkheid dat op perceelsniveau verschuivingen of wijzigingen kunnen optreden in gebruiks- en bouwmogelijkheden.

Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het plan.

Reactie 5

Samenvatting reactie

Inspreker heeft bezwaar tegen de bedrijfscategorie die op basis van het bestemmingsplan wordt toegelaten voor het bedrijfspand aan het Duinroosplein te Havenhoofd. Ter plaatse was een visserijbedrijf gehuisvest, wat op basis van het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Het vigerende plan staat uitsluitend visserijbedrijven toe ter plaatse.

Het nieuwe bestemmingsplan staat de hoogste categorie B2 toe, wat volgens de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' uit Bijlage 1 betekent dat bijna alle soorten bedrijven zich hier mogen vestigen. Als voorbeeld wordt een timmerfabriek aangehaald.

De afstand van het bedrijfsgebouw tot de schutting van de naastgelegen woning is 1 meter en tot het slaapkamerraam van de betreffende woning circa 4 meter. Aan de andere zijde grenst het bedrijfsperceel aan een beschermd natuurgebied van Natuurmonumenten waarin grote stiltegebieden zijn aangewezen. Inspreker vreest dat bedrijfscategorieën worden toegestaan die teveel milieu- en geluidsoverlast veroorzaken, gelet op de omgeving en omringende bebouwing.

Beoordeling reactie

Het vigerende bestemmingsplan typeerde alleen de toegestane bedrijfssoort, zonder daarbij een milieucategorie te regelen. Alle visserijgerelateerde bedrijven zouden zich zodoende op het betreffende perceel mogen huisvesten.

Omdat voor visserijgerelateerde bedrijven in de tussentijd nieuwe mogelijkheden zijn gecreëerd bij de Havens van Stellendam, zijn dergelijke bedrijven steeds minder terug te vinden in de dorpskernen. Ook in dit geval, zoals inspreker zelf aangeeft, is de bedrijfsruimte inmiddels in gebruik door een ander type bedrijf.

Om op deze ontwikkeling in te spelen, is de betreffende bedrijfsruimte niet langer uitsluitend bestemd voor visserijgerelateerde bedrijven. Het nieuwe bestemmingsplan heeft voor het betreffende perceel in het geheel geen bedrijfssector aangegeven, zodat in principe elk type bedrijf (qua bedrijfssector) wordt toegestaan. Om de milieueffecten richting omwonenden en andere gevoelige functies binnen een acceptabel maximum te houden, is aan het perceel een maximum milieucategorie toegekend. Het ter plaatse aanwezige bedrijf dient aan die milieucategorie te voldoen. In dit geval is dat niet B-2, zoals door inspreker aangegeven. B-2 betreft de bestemming Bedrijf-2. De verbeelding verwijst zodoende naar de bestemmingsregels van de bestemming Bedrijf-2. Daarin staat opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf van ten hoogste categorie B.1' bedrijven zijn toegestaan uit ten hoogste de betreffende milieucategorie.

De categorie B.1 is in dit geval gebaseerd op de afstand van het bedrijfsperceel tot omliggende gevoelige functies, zoals wonen. Omdat die afstand in dit geval zeer beperkt is, is de laagste categorie B.1 toegepast.

Geconcludeerd kan worden dat bedrijven uit elke sector zijn toegestaan, zolang deze voldoen aan de opgelegde milieucategorie die recht doet aan de directe nabijheid van gevoelige functies.

De toegestane categorie wordt om die reden niet aangepast, maar uit de reactie blijkt tevens dat de toegepaste systematiek met de bestemmingen B-1 en B-2 en daaraan verbonden de diverse milieucategorieën qua duidelijkheid te wensen overlaat. De gemeente hecht eraan een duidelijk plan met een duidelijke systematiek op te stellen en past de bedrijfsbestemmingen in zijn algemeenheid aan. De bestemming zal van een andere naam worden voorzien, zodat de nummering op de kaart per definitie niet naar een bestemming maar uitsluitend naar een milieucategorie kan verwijzen.

Conclusie

De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het plan. De bedrijfsbestemmingen worden zodanig aangepast dat in de bestemming geen nummering is opgenomen, zoals dat nu het geval is bij B-1 en B-2. De nummering op de kaart verwijst in dat geval per definitie naar een milieucategorie, zoals 2, 3.1, 3.2, 4.1 of 4.2 op bedrijventerreinen en B.1 of B.2 in gemengde gebieden.

Reactie 6

Samenvatting reactie

Inspreker richt zich op de bestemmingslegging voor het perceel aan de Langeweg 10. Over de betreffende bestemmingslegging worden diverse opmerkingen gemaakt.

  • a. Inspreker verzoekt om in aanvulling op de bedrijfsactiviteiten die op de betreffende gronden worden toegestaan (te weten bedrijfsactiviteiten met de SBI-code 014 en 5188) ook de bedrijfsactiviteiten met SBI-code 713 (verhuur van machines en werktuigen) op te nemen en daarmee toe te staan op de betreffende gronden.
  • b. Inspreker geeft aan dat de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsvlak met de bestemming 'Bedrijf-2' meer gronden omvat dan dat er werkelijk aan het bedrijf toebehoren. Inspreker heeft een kaart bijgevoegd waarbij de kadastrale grenzen zijn aangegeven van het perceel zoals behorend tot het bedrijf. Verzocht wordt de bestemmingslegging hier op aan te passen.
  • c. Inspreker verwijst naar eerdere correspondentie met de gemeente vanaf 2008 tot nu, waarin gesproken is over het voornemen om twee bestaande, aan elkaar gebouwde loodsen te vervangen door nieuwbouw. Deze nieuwbouw wordt beoogd ter plaatse van de twee bestaande loodsen en beslaat een kleinere bouwmassa dan nu aanwezig. Inspreker verzoekt daarbij om de nu opgenomen bouwhoogte van 5 meter te behouden.
  • d. In een eerder stadium waren de woningen aan de Langeweg 12 en 14 de bedrijfswoningen bij het bedrijf aan de Langeweg 10. Deze situatie was ook toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan. Door gewijzigde omstandigheden, vervreemding en opsplitsing van eigendommen, is deze situatie nu niet meer aan de orde. De betreffende woningen zijn zelfstandige (burger)woningen geworden. Hiermee is in het voorontwerpbestemmingsplan ook rekening gehouden met de bestemmingslegging. Inspreker verzoekt om de bouw van een bedrijfswoning op het huidige perceel van het bedrijf mogelijk te maken.
  • e. In de bestemmingsregels wordt onder 5.2.2 sub a gesteld dat erfafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 1 meter mag bedragen. Dit is te gering, omdat aanwezige afscheidingen circa 1,20 meter bedragen. Inspreker verzoekt de maatvoering aan te passen of in algemene zin tenminste de bestaande situatie mogelijk te blijven maken.

Beoordeling reactie

  • a. De gevraagde SBI-code 713 staat voor de verhuur van machines en werktuigen. Deze activiteit heeft grote gelijkenis met de reeds eerder opgenomen bedrijfsactiviteit met SBI-code 5188, te weten groothandel in landbouwmachines, -werktuigen en –tractoren. De gemeente wil op de betreffende locatie uitsluitend de bestaande bedrijfsvoering toestaan. De genoemde groothandel is geen bestaande activiteit, terwijl de verhuur van machines en werktuigen dat wel is. Om die reden wordt de eerder opgenomen SBI-code 5188 verwijderd en vervangen door SBI-code 713. Daarnaast blijft SBI-code 014 (dienstverlening t.b.v. de landbouw, waaronder loonbedrijven) van toepassing.
  • b. De te ruime bestemmingslegging is veroorzaakt door opsplitsing van eigendommen in het verleden, waar inspreker onder punt d ook naar verwijst. Op basis van de door inspreker aangeleverde gegevens met de huidige kadastrale eigendomsgrenzen, wordt de bestemmingslegging aangepast zodat de bedrijfsbestemming alleen voor die gronden wordt opgenomen die tot het bedrijf behoren.
  • c. Het slopen van de bestaande loods en ter plaatse een kleinere loods terugbouwen behoort tot de mogelijkheden die geboden worden in het voorontwerpbestemmingsplan. De beoogde loods past immers binnen het bouwvlak dat op het betreffende perceel is opgenomen. De bouwhoogte van 5 meter waar inspreker om verzoekt behoort eveneens tot de mogelijkheden. Ter plaatse wordt een maximumgoothoogte van 5 meter opgelegd, zonder maximum bouwhoogte.
  • d. De gemeente blijft in het nieuwe bestemmingsplan voor de dorpskern uitsluitend die bedrijfswoningen mogelijk maken die reeds bestaan. Hiermee wordt de bestaande situatie geconsolideerd, maar wordt voorkomen dat bedrijven hun bedrijfsactiviteiten in de dorpskern verder kunnen verlengen. In dit geval speelt bovendien mee dat bij het bedrijf in het verleden twee woningen in eigendom waren. Het bedrijf heeft deze tussentijds echter verkocht.
  • e. Het vigerende bestemmingsplan, 'Landelijk gebied na 1e herziening', zoals vastgesteld op 30 oktober 2003, staat voor erfafscheidingen gelegen tussen de voorgevels van hoofdgebouwen en de openbare weg eveneens een hoogte toe van maximaal 1 m. De hekwerken van 1,2 m hoogte zijn zodoende strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Het nieuwe bestemmingsplan baseert zich in dit geval op de vigerende regeling. De aanwezigheid van hekwerken op zich vormt geen reden om ze in het nieuwe bestemmingsplan positief te bestemmen.

Conclusie

De inspraakreactie leidt op onderdelen tot aanpassing van het plan. De toegestane SBI-codes worden aangepast zodat SBI-codes 014 en 713 worden toegestaan en de verbeelding wordt aangepast op basis van de huidige kadastrale eigendommen.

Reactie 7

Samenvatting reactie

Inspreker verwijst naar voorgaande correspondentie met de gemeente over bouwvoornemens aan de Langeweg 10. Nu het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen en het bestemmingsplan verder de procedure ingaat, ziet inspreker graag dat de betreffende bouwplannen in het bestemmingsplan worden opgenomen.

De gronden aan de Langeweg 10 zijn voorzien van de bedrijfsbestemming. Voor dit bedrijf zou inspreker graag een bestaande loods vervangen door een nieuwe loods die kleiner is van omvang. Naast deze loods zou inspreker graag een bedrijfswoning realiseren.

Beoordeling reactie

Het slopen van de bestaande loods en ter plaatse een kleinere loods terugbouwen behoort tot de mogelijkheden die geboden worden in het voorontwerpbestemmingsplan. De beoogde loods past immers binnen het bouwvlak dat op het betreffende perceel is opgenomen. De loods zal daarbij moeten voldoen aan de opgenomen maximumgoothoogte van 5 meter.

Voor wat betreft de bedrijfswoning, heeft de gemeente het standpunt in de dorpskern alleen bestaande bedrijfswoningen mogelijk te blijven maken. Hiermee wordt de bestaande situatie geconsolideerd, maar wordt voorkomen dat bedrijven hun bedrijfsactiviteiten in de dorpskern verder kunnen verlengen. In dit geval speelt bovendien mee dat bij het bedrijf in het verleden twee woningen in eigendom waren. Het bedrijf heeft deze tussentijds echter verkocht.

Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het plan.

Reactie 8

Samenvatting reactie

Inspreker reageert met betrekking tot de bestemming die gegeven is aan de gronden bij Nieuweweg 75. De gronden zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd voor wonen alsmede voor bedrijven vallende onder categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten van het betreffende plan. In het nieuwe plan zijn de gronden bestemd als Agrarisch.

Inspreker geeft aan dat de huidige agrarische bedrijfsactiviteiten nog hooguit een paar jaar zullen voortduren, waarna het pand gesloopt kan worden omdat het geen dienst meer doet ten behoeve van het bedrijf. De gronden kunnen dan gebruikt worden voor de bouw van een nieuwe woning, wat de gemeente volgens inspreker graag ziet omdat de gemeente bedrijven uit de dorpskern wil hebben. Wanneer de bestemming echter Agrarisch wordt, is de schade voor inspreker aanzienlijk:

  • de grond wordt onverkoopbaar aan burgers, geen agrariërs zijnde;
  • agrarische grond is aanzienlijk minder waard dan bouwgrond voor een woning;
  • een eventuele woning kan uitsluitend via dure en tijdrovende procedures worden toegestaan (wat haaks staat op het beleidsvoornemen van de gemeente);
  • nu de agrarische bedrijfsactiviteiten bijna ten einde lopen, gaat de gemeente plotseling de bestemming wijzigen.

Gezien bovenstaande gaat inspreker er vanuit dat de vigerende bestemming met bijbehorende mogelijkheden gehandhaafd blijft.

Beoordeling reactie

Het voorstel om wonen ter plaatse mogelijk te blijven maken wordt overgenomen. Dit sluit aan op de vigerende bestemmingslegging. Bovendien vindt de gemeente het op deze locatie wenselijk dat indien de bedrijfsvoering stopt, deze ter plaatse niet terugkomt. Om die reden wordt niet alleen de woonbestemming teruggeplaatst, maar wordt bovendien de agrarische bestemming verwijderd. Het huidige agrarische gebruik blijft in dat geval mogelijk op basis van het overgangsrecht, maar na beëindiging van deze activiteiten (gedurende langer dan een jaar) kunnen de gronden uitsluitend nog voor wonen worden benut.

Deze wijziging wordt ook toegepast voor de bijbehorende gronden gelegen achter de woonbebouwing aan de Nieuweweg 89.

Conclusie

De inspraakreactie leidt tot aanpassing van het plan. Het betreffende perceel aan de Nieuweweg 75 en de bijbehorende gronden achter Nieuweweg 89 worden bestemd tot wonen. Het bestaande agrarische gebruik blijft mogelijk op basis van het overgangsrecht.

Reactie 9

Samenvatting reactie

Inspreker geeft aan dat in het voorontwerpbestemmingsplan twee zeecontainers zijn ingetekend aan de Molenkade 19. Deze zijn volgens inspreker zonder vergunning of toestemming anderszins geplaatst. Inspreker geeft tevens aan een verzoek om handhaving te hebben ingediend om de containers verwijderd te krijgen.

Beoordeling reactie

Voor de verbeelding van het bestemmingsplan is de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) als ondergrond gebruikt, waarop de twee containers zijn afgebeeld. Deze kaart is niet bij de gemeente in beheer en kan niet zonder meer worden aangepast. Deze kaart is een topografische kaart die in dit geval als ondergrond is opgenomen en ter oriëntatie dient voor de bestemmingslegging. De ondergrond heeft derhalve geen juridische status zoals de bestemmingslegging en de bestemmingsregels wel hebben. Het feit dat de twee zeecontainers in de ondergrond zijn afgebeeld, houdt zodoende niet automatisch in dat deze zijn vergund of überhaupt binnen de bestemmingsregels passen. De verdere behandeling hiervan zal in het afzonderlijke traject van uw handhavingsverzoek plaatsvinden.

Conclusie

De inspraakreactie leidt niet tot aanpassing van het plan.