direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Vlasblomweg 22
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0479.TAM3938OP-0301

Regels

Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling, namelijk de realisatie van een supermarkt, op de locatie Vlasblomweg 22 te Wormerveer en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in artikel 1.1, eerste en tweede lid van dit omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan), tenzij in artikel 2 van dit hoofstuk (TAM-omgevingsplan) daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) gelden de volgende begripsbepalingen:

2.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Vlasblomweg 22' met identificatienummer NL.IMRO.0479.TAM3938OP-0301 van de gemeente Zaanstad.

2.2 Omgevingsplan

Het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad.

2.3 aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.4 aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.5 bestaand gebruik

Het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan of kan worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning voor het gebruik.

Hieronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

2.6 bestaande bebouwing

Bouwwerken die op het tijdstip van het ter inzage leggen van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan:

  • a. aanwezig zijn én bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Omgevingswet of de Woningwet zijn gebouwd; of
  • b. nog kunnen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of een bouwvergunning op grond van de Woningwet.
2.7 bouwactiviteit

Een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 Ob.

2.8 (bouw)perceel

Een aaneengesloten stuk grond, samenvallend met een kadastraal perceel of met aan dezelfde eigena(a)r(en) toebehorende kadastrale percelen, waarop krachtens het omgevingsplan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.9 (bouw)perceelgrens

Een grens van een bouwperceel.

2.10 bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.11 detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.12 detailhandel in volumineuze goederen

detailhandel in goederen van grote omvang, die vanwege de aard en omvang van de goederen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals bouwmarkten, grootschalige meubelbedrijven, keuken-, sanitair- en tegelbedrijven.

2.13 gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.14 hoofdbewoner

Degene die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten.

2.15 horeca

Bedrijfsactiviteiten gericht op: het verstrekken van voedsel en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse te nuttigen, het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het verstrekken van nachtverblijf.

2.16 huishouden

Een persoon of groep personen, die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voer(t)(en) en wil(len) voeren. Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. kamergewijze verhuur wordt hieronder niet begrepen.

2.17 kamergewijze verhuur

Het duurzaam verblijven in een deel van een pand, zonder de bedoeling met de andere bewoners duurzaam in gezinsverband samen te wonen of duurzaam een gezamenlijk huishouden te voeren.

2.18 maaiveld

De bovenkant van het terrein.

2.19 nutsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

2.20 parkeervoorziening

Elke al dan niet overdekte stallinggelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer.

2.21 seksinrichting

Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

2.22 supermarkt

Een zelfbedieningszaak in goederen met hoofdzakelijk een grote verscheidenheid aan levens- en genotsmiddelen.

2.23 verharding
  • a. gesloten verharding een verharding opgebouwd uit een materiaal dat na het aanbrengen een solide geheel vormt en niet zonder meer op te delen is
  • b. open verharding een elementenverharding opgebouwd uit losse elementen zoals klinkers of tegels voorzien van voegen een open verharding is in meer of mindere mate water en luchtdoorlatend
  • c. half verharding een verharding opgebouwd uit onsamenhangend materiaal dat meer draagkracht levert dan de originele grond
2.24 waterhuishoudkundige voorzieningen

Werken, waaronder begrepen kunstwerken, verband houden met de waterstaat, zoals dammen, dijken, sluizen, beschoeiingen, remmingswerken, uitgezonderd steigers.

2.25 wonen

Gehuisvest zijn en duurzaam verblijven in een woning.

2.26 woning

Een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, niet zijnde kamerverhuur.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • a. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • b. De regels in afdeling 6,1, 7,1 en 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan).
  • c. De regels in dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) zijn van toepassing op de locatie 'Vlasblomweg 22', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0479.TAM3938OP-0301 zoals ter inzage gelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

Artikel 4 Wijze van meten

In aanvulling op artikel 6.1 en artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen.

4.1 afstanden

De kortste afstand tussen bouwwerken onderling alsmede van bouwwerken tot de perceelgrens gemeten vanaf elk deel van het bouwwerk.

4.2 bebouwingsgebied

Het bebouwingsgebied wordt berekend als bedoeld in artikel 1 van dit omgevingsplan, te weten:

bebouwingsgebied = achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;.

4.3 bezonningssituatie

Binnen Nederland zijn geen formele (wettelijke) eisen gesteld aan de bezonning van woningen en/of andere bouwwerken. Wel bestaan er de zogenaamde 'lichte' en 'strenge' TNO-norm voor bezonning van woonkamers. Deze vinden hun oorsprong in het woonwaarderingsstelsel uit 1962. Zaanstad baseert de bezonningseisen op de lichte TNO-norm (2 i.p.v. 3 bezonningsuren/dag). De gemeente hanteert de eis van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 19 februari tot 21 oktober ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam, uitgaande van een zonshoogte van meer dan 10º. Daarbij wordt ook gekeken naar de bezonning van buitenruimten met een recreatief karakter.
Om bij de beoordeling van een bouwplan inzicht te krijgen in de toekomstige bezonningssituatie, wordt de schaduwwerking op maatgevende dagen gehanteerd. Te weten:

  • 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat;
  • 21 maart of 23 september: de dag dat de zon op 'half' staat (tussen de hoogste en laagste stand in.)

De laagste stand van de zon, op 22 december, valt buiten de reikwijdte van de TNO-norm en wordt derhalve bij bezonningsdiagrammen buiten beschouwing gelaten.

Als opname tijdstippen wordt achtereenvolgens gehanteerd: 8.00, 10.00, 12.00, 14.00, 16.00, 18.00 en 20.00 uur.

4.4 brutovloeroppervlakte van een gebouw

De bebouwde oppervlakte van de afzonderlijke bouwlagen bij elkaar opgeteld, exclusief de bebouwing en gronden die bedoeld zijn voor het laden en lossen.

4.5 bouwhoogte

De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

4.6 breedte van een bijbehorend bouwwerk

De breedte van een bijbehorend bouwwerk wordt gemeten over de zijde die het dichtst bij de voorgevel van het hoofdgebouw ligt.

4.7 breedte, lengte of diepte van een bouwwerk

Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren. De steigerbreedte wordt gemeten ter plaatse van de oever.

4.8 breedte van het straatprofiel

De breedte van het straatprofiel is de kortste afstand tussen (denkbeeldig doorgetrokken) zij- en of voorgevel van hoofdgebouwen onderling. Ingeval slechts aan één zijde een hoofdgebouw aanwezig is geldt de kortste afstand tussen (denkbeeldig doorgetrokken) zij- en of voorgevel van hoofdgebouwen tot aan de buitenkant van de rijloper(weg)/voetpad aan de overzijde, loodrecht gemeten.

4.9 dakhelling

Helling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

4.10 goothoogte

De goothoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

4.11 oppervlakte
4.11.1 oppervlakte van een bouwwerk

De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

4.11.2 oppervlakte van een activiteit

De oppervlakte van een activiteit is de totale vloeroppervlakte van ruimten die ten dienste staan van die activiteit, met inbegrip van daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten, gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren.  

4.12 peil

Voor het vaststellen van het peil gelden de volgende regels en uitzonderingen:

  • a. het peil is de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;
  • b. indien de hoofdtoegang van een bouwwerk direct aan één weg grenst, dan is de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang het peil;
  • c. indien een perceel direct grenst aan meerdere wegen, dan is de hoogte van de laagste weg het peil;
  • d. indien een bouwwerk op of in een dijk is gebouwd, dan is de hoogte van de kruin van de dijk ter hoogte van de hoofdtoegang het peil;
  • e. indien een bouwwerk op of in het water is gebouwd, dan is de waterlijn het peil; en
  • f. indien een bijbehorend bouwwerk geen aan- of uitbouw van het hoofdgebouw is, dan is het peil van dat bijbehorend bouwwerk de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
4.13 straatprofiel

De verticale doorsnede van een straat, gemeten van gevel tot gevel.

4.14 voorgevelrooilijn

Indien de voorgevelrooilijn niet op de verbeelding is aangegeven met een bouwaanduiding, dan wordt het volgende als de voorgevelrooilijn gezien:

een lijn die evenwijdig aan de as van de weg, langs een wegzijde met een regelmatig ligging van de voorgevel van de bestaande bebouwing is gelegen, die zoveel mogelijk aansluit aan de voorgevels van de bestaande bebouwing en zoveel mogelijk overeenkomstig de richting van de weg loopt.

4.15 zichtbaarheidslijn

De lijn die wordt getrokken vanuit het midden van het straatprofiel op 1,50m hoogte langs het snijpunt van het verticale gevelvlak en het horizontale dakvlak.

Artikel 5 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 6 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en gebruiksactiviteiten.

Hoofdstuk 2 Regels over functies en activiteiten

Artikel 7 Gemengd

7.1 Functieomschrijving

Op de voor 'Gemengd' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. detailhandel, met uitzondering van detailhandel in volumineuze goederen en supermarkten;
  • b. bedrijven, die in de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten - functiemenging' in categorie A zijn ingedeeld, dan wel bedrijven die naar aard en invloed met dergelijke bedrijven gelijk gesteld kunnen worden;
  • c. horecabedrijven, die in de 'Staat van Bedrijfsactiviteiten - Horeca' in categorie 1 zijn ingedeeld;
  • d. dienstverlening;
  • e. wonen op de verdieping(en).

met daarbij behorend:

  • f. groenvoorzieningen;
  • g. parkeervoorzieningen;
  • h. laad- en losvoorzieningen, en manoevreerruimtes;
  • i. nutsvoorzieningen;
  • j. reclameobjecten;
  • k. verkeersvoorzieningen.
7.2 Beoordelingsregels over bouwwerken

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.8 eerste lid, aanhef en onder c van dit omgevingsplan en met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan), gelden voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:

7.2.1 Hoofdgebouwen
  • a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding.
7.3 Specifieke beoordelingsregels gebruiksactiviteit
7.3.1 Overige activiteiten

In afwijking van artikel 6.8, eerste lid, aanhef en onder c van dit omgevingsplan, wordt de omgevingsvergunning voor een activiteit die in strijd is met de in dat onderdeel bedoelde regels toch verleend voor:

7.3.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning genoemd onder 7.3.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
    • 1. de woonsituatie;
    • 2. de milieusituatie;
    • 3. de verkeersveiligheid;
    • 4. de sociale veiligheid;
    • 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Artikel 8 Groen

8.1 Bestemmingsomschrijving

Op de voor 'Groen' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. water;
  • c. brug ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - brug';

met daar aan ondergeschikt:

  • d. fietspaden en voetpaden;
  • e. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. nutsvoorzieningen.
8.2 Beoordelingsregels over bouwwerken

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.8 eerste lid, aanhef en onder c van dit omgevingsplan en met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan), gelden voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:

8.2.1 Gebouwen

Het is toegestaan gebouwen te bouwen, met dien verstande dat de volgende regels gelden:

  • a. de bouwhoogte van een gebouw mag niet hoger zijn dan 4 meter;
  • b. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 15 m2 bedragen.

8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een kunstobject mag niet meer bedragen dan 5 meter.
  • b. de bouwhoogte van een lichtmast mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Artikel 9 Detailhandel

9.1 Functieomschrijving

Op de voor 'Detailhandel' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. supermarkt met een maximum omvang van 2.101 m2 bvo;

met daarbij behorend:

  • b. groenvoorzieningen;
  • c. parkeervoorzieningen;
  • d. laad- en losvoorzieningen en manoevreerruimtes, met dien verstande dat laad- en losvoorzieningen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - laad- en losvoorzieningen';
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hellingbaan' tevens een hellingbaan;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. reclameobjecten;
  • h. verkeersvoorzieningen.
9.2 Beoordelingsregels over bouwwerken

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.8 eerste lid, aanhef en onder c van dit omgevingsplan en met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan), gelden voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:

9.2.1 Hoofdgebouwen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:

  • a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding, met dien verstande dat voor ten hoogste 25% van het hoofdgebouw de hoogte van het hoofdgebouw maximaal 11 meter mag bedragen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hellingbaan' mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan 3 m.
9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  • a. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter;
  • b. de bouwhoogte van masten mag niet meer bedragen dan 10 meter.

Artikel 10 Water

10.1 Bestemmingsomschrijving

Op de voor 'Water' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. water;
  • b. waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • c. oeverstroken;
  • d. groenvoorzieningen;

met daar aan ondergeschikt:

  • e. kaden;
  • f. steigers;
  • g. nutsvoorzieningen;
  • h. paden.
10.2 Beoordelingsregels over bouwwerken

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.8 eerste lid, aanhef en onder c van dit omgevingsplan en met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan), gelden voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:

10.2.1 Gebouwen

Gebouwen zijn niet toegestaan.

10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een kunstobject mag niet meer bedragen dan 5 meter.
  • b. de bouwhoogte van een lichtmast mag niet meer bedragen dan 6 meter;
  • c. voor steigers gelden de volgende bepalingen:
    • 1. de waterbreedte waarin een steiger toegestaan is bedraagt 8 meter of meer;
    • 2. de steiger mag niet verder dan 1 meter uit de waterkant worden aangebracht;
    • 3. de lengte van een steiger mag niet meer zijn dan 6 meter;
    • 4. de bouwhoogte van een steiger mag niet hoger zijn dan 1,5 meter.
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Artikel 11 Wonen

11.1 Functieomschrijving

Op de voor 'Wonen' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van huisgebonden beroep of huisgebonden bedrijf;
  • b. overige voorzieningen ten behoeve van deze functie.
11.2 Beoordelingsregels over bouwwerken

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.8 eerste lid, aanhef en onder c van dit omgevingsplan en met in achtneming van het bepaalde in artikel 14 van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan), gelden voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:

11.2.1 Hoofdgebouwen
  • a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding.
11.2.2 Bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken ten behoeve van wonen gelden de volgende bepalingen:

  • a. binnen de bouwvlakken en op de bij het hoofdgebouw behorende erven die liggen binnen de functie mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd;
  • b. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum goot- (m) en bouwhoogte (m)' is ten hoogste de aangegeven maximale goot- en bouwhoogte toegestaan;
11.2.3 Dakterras

Voor het bouwen van een dakterras gelden de volgende beoordelingsregels:

  • a. het dakterras wordt vanuit de woning ontsloten;
  • b. op het dakvlak is alleen een bouwwerk geen gebouw zijnde toegestaan in de vorm van een terrasafscheiding;
  • c. het onder b bedoelde bouwwerk is maximaal 1,5 meter hoog;
  • d. zowel het onder b bedoelde bouwwerk als het dakterras liggen minstens 1 meter terug ten opzichte van de voorgevel;
  • e. als de zijgevel gericht is naar het openbaar toegankelijk gebied, ligt het onder b bedoelde bouwwerk en het dakterras minstens 1 meter terug ten opzichte van de zijgevel;
  • f. als het dakterras op een bijbehorend bouwwerk ik gelegen en vanuit een kap wordt ontsloten, is de toegang geregeld via een dakkapel of dakloggia;
  • g. als het dakterras op een bijbehorend bouwwerk is gelegen en het terras vanuit een rechte gevel wordt ontsloten, is de toegang geregeld via de bestaande, eventueel aangepaste gevel zonder verdere uitbreidingen.
11.3 Specifieke beoordelingsregels bouwwerken
11.3.1 Dakkapellen

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.2.1 onder i ten behoeve van het plaatsen van dakkapellen.

11.3.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning genoemd onder 11.3.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. er is getoetst aan de redelijke eisen van welstand en hierop een positief advies is gegeven;
  • b. er wordt getoetst of geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan of geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van:
    • 1. het bebouwingsbeeld;
    • 2. de gebouwtypologie;
    • 3. de bezonningssituatie op de aangrenzende percelen;
    • 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen;
    • 5. het openbare karakter van het aangrenzende gebied.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 12 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 13 Algemene bouwregels

13.1 Parkeren

Bij de uitvoering van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat er voldoende parkeervoorzieningen voor auto’s en fietsen worden gerealiseerd op de betreffende locatie of in de directe omgeving daarvan, in overeenstemming met het vigerende parkeerbeleid van de gemeente Zaanstad.

13.2 Toegelaten overschrijdingen

Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouwgrenzen en/of hoogtematen te overschrijden:

  • a. ten behoeve van toegangen van bouwwerken, luifels, stoepen, stoeptreden, reclame-uitingen, trappen(huizen), balkons en galerijen (al dan niet ondersteund door kolommen), gaanderijen en funderingen en daarmee gelijk te stellen onderdelen van gebouwen, voor zover de bouwgrens met niet meer dan 1 meter wordt overschreden;
  • b. ten behoeve van plaatselijke verhogingen op gebouwen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, trappenhuizen en lichtkappen, alsmede technische voorzieningen, mits:
  • 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 25% van de oppervlakte van het dak(vlak) bedraagt;
  • 2. de hoogte niet meer dan 1 meter boven op de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw bedraagt.
13.3 Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens de in deze regels opgenomen afwijkingsmogelijkheden en specifieke regels, de volgende regels:

  • a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van (het ondergrondse deel van) bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor straatmeubilair, nutsvoorzieningen, inritconstructies en voorzieningen ten behoeve van warmte-koudeopslag;
  • b. de verticale diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer dan 3 meter beneden het peil bedragen;
  • c. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de bodem- en grondwaterhuishouding en een waterkering.
13.4 Gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen of waterhuishoudkundige voorzieningen

Het is toegestaan te bouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen of waterhuishoudkundige voorzieningen, mits voldaan wordt aan de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van een gebouw mag niet hoger zijn dan 4 meter;
  • b. de oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 20 m2.
13.5 Voorwaardelijke verplichting water

Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de functies/activiteiten als bedoeld in 9.1, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden:

  • a. dient te zijn aangetoond dat aan de inspanningsverplichting, door de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van gesloten verhard oppervlak, is voldaan conform de eisen van het waterschap en het gemeentelijk beleid;
  • b. de eventuele compensatie op basis van de inspanningsverplichting dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van geslote verhardingen gerealiseerd te worden;
  • c. de compensatie op basis van de inspanningsverplichtig bedraagt ten minste 70 mm per m² gesloten verharding.

Artikel 14 Aanvullende beoordelingsregels bouwactiviteit

14.1 Specifieke beoordelingsregels bouwactiviteit
14.1.1 Bouwactiviteit

Met een omgevingsvergunning zijn in afwijking van de regels in de voorgaande artikelen toegestaan:

  • a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen met een maximum bouwhoogte van 5 meter, en een maximale brutovloeroppervlak van 30 m²;
  • b. afwijkingen van de in de planregels voorgeschreven maten, afmetingen, percentages met maximaal 10%;
  • c. afwijkingen van de op de verbeelding aangegeven functiegrenzen en aanduidingen;
  • d. bouwwerken ten behoeve van vlucht- en/of noodtrappen.

14.1.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning bedoeld in lid 14.1.1 kan verleend worden als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:

  • a. afwijking in het belang is van een ruimtelijk, technisch of duurzaam beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein of om te voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving; en
  • b. slechts in geringe mate wordt afgeweken van de functiegrenzen en aanduidingen, met een maximum van 2 meter.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 15 Overgangsrecht

15.1 Bouwwerken
15.1.1 Bestaande bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
15.1.2 Afwijking

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 15.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 15.1.1 met maximaal 10%.

15.1.3 Uitzondering

Lid 15.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

15.2 Gebruik
15.2.1 Bestaand gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

15.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) strijdige gebruik, bedoeld in lid 15.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

15.2.3 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 15.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

15.2.4 Uitzonderingen

Lid 15.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 16 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Vlasblomweg 22'.

Bijlagen bij regels

Bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten - Horeca

Horeca categorie 1A

Met een bedrijfsoppervlakte van 250 m2 of kleiner:

  • a. automatiek;
  • b. broodjeszaak;
  • c. cafetaria;
  • d. croissanterie;
  • e. koffiebar;
  • f. lunchroom;
  • g. ijssalon;
  • h. snackbar;
  • i. tearoom; en
  • j. traiteur.

Horeca categorie 1B

Met een bedrijfsoppervlakte van 250 m2 of kleiner:

  • a. bistro;
  • b. grand café; en
  • c. restaurant zonder bezorg- of afhaalservice.

Horeca categorie 1C

Met een bedrijfsoppervlakte van meer dan 250 m2:

  • a. horeca genoemd in categorie 1A en 1B; en
  • b. restaurant met bezorg- of afhaalervice (o.a. pizza, chinees, McDrives).

Horeca categorie 2

  • a. bar;
  • b. bierhuis;
  • c. biljartcentrum;
  • d. café;
  • e. proeflokaal;
  • f. shoarma/grillroom; en
  • g. zalenverhuur zonder feesten en mziek- en dansevenementen.

Horeca categorie 3

  • a. dancing;
  • b. discotheek;
  • c. nachtclub; en
  • d. partycentrum met feesten en muziek- en dansevenementen.