| Plan: | TAM-omgevingsplan 22f Hilko Zaandam |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0479.TAM0006OP-0301 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van maximaal 111 woningen en 490 m² bedrijfsruimte voor kantoren, horeca en maatschappelijke activiteiten op het voormalige bedrijfsterrein van zeepfabriek HILKO en verffabriek Koning op de locatie TAM-Omgevingsplan 22f Hilko Zaandam en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22f]) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 11.1 tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP/TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22f] van het omgevingsplan van de gemeente [naam van de gemeente]. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22f.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22f]' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan), tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) gelden de volgende begripsbepalingen:
het TAM-Omgevingsplan 22f Hilko Zaandam met identificatienummer NL.IMRO.0479.TAM0006OP-0301 van de gemeente Zaanstad;
het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad waarvan dit TAM-omgevingsplan onderdeel uitmaakt;
de van de weg afgekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de weg afgekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
verhuur van een deel van een zelfstandige woonruimte voor kort verblijf bij de aanwezigheid van (de vertegenwoordiger van) de hoofdbewoner van de betreffende woonruimte, al dan niet met ontbijt;
bebouwing / bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan rechtmatig aanwezig zijn of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend danwel een aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend die kan worden verleend;
Het gebruik van de gronden en bouwwerken zoals aanwezig op moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit TAM-plan of kan worden gebruikt krachtens een omgevingsvergunning voor het gebruik.
Hieronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. Deze zijn aan te merken als bijzondere bouwlaag;
een aaneengesloten stuk grond, samenvallend met een kadastraal perceel of met aan dezelfde eigena(a)r(en) toebehorende kadastrale percelen, waarop krachtens het plan zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
het vloeroppervlak van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n) omhullen (NEN 2580);
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de goot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;
een vergroting van een gebouw welke een onzelfstandige uitbreiding vormt van de onder het dak gelegen functie, en daarvan deel uitmaakt;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt;
het bruikbare vloeroppervlakte van een bouwwerk, geschikt voor het beoogde gebruik. Dit is in feite het totale vloeroppervlak tussen de omsluitende wanden van de gebruiksfunctie minus de vaste obstakels van enige omvang (NEN 2580);
een gevel waarop het berekende geluid niet hoger is dan de standaardwaarde;
een woning waarboven en/of waaronder een andere woning is gebouwd of andere woningen zijn gebouwd, dan wel waaronder voorzieningen als winkels en dienstverlening zijn gebouwd;
ruimten in de open lucht, waaronder in ieder geval worden begrepen (bos)parken, bermen, plantsoenen, oever-, groenvoorzieningen en open speelplekken met of zonder speeltoestellen, met de daarbij behorende sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen wateren en ondergrondse infrastructurele voorzieningen;
degene die officieel als bewoner van een woning of ander gebouw geregistreerd is en daarmee onder andere verantwoordelijk is voor het betalen van bepaalde lasten;
activiteiten vergelijkbaar met of zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten - Horeca;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. Hiermee wordt geen detailhandel of horeca bedoeld;
de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang en door ten minste de hoofdbewoner in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel;
een persoon of groep personen, die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voer(t)(en) en wil(len) voeren. Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling;
huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;
het duurzaam verblijven in een deel van een pand, zonder de bedoeling met de andere bewoners duurzaam in gezinsverband samen te wonen of duurzaam een gezamenlijk huishouden te voeren;
de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi-)overheidsinstellingen, het bankwezen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen;
een afdekking van een gebouw, met ten minste twee schuine zijden waarbij de hellingshoekminimaal 20 en ten hoogste 60 graden bedraagt en waarvan de bovenzijde maximaal 33% is afgevlakt;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde als uitingen van één der beeldende kunsten.
overheids-, welzijns-, ouderen, medische, onderwijs-, culturele en religieuze voorzieningen, jeugd-/kinder-/naschoolse opvang, voorzieningen inzake openbare orde en veiligheid en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, alsmede ondergeschikte detailhandel en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen, en overige openbare (speel)voorzieningen;
Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
een door de feitelijke terreininrichting aanwezig verschil tussen het beloop van lijnen in het veld en een aangegeven bestemmings- of bouwgrens;
het hoogste punt van een gebouw, ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen en antennes niet meegerekend;
het omzetten van een (gedeelte van een) woning/zelfstandige woonruimte of een (gedeelte van een) gebouw waarin wonen is toegestaan, naar één of meerdere onzelfstandige woonruimte(n);
een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend deel (maximaal 1 meter) van een bouwwerk.De volgende ondergeschikte bouwdelen worden buiten beschouwing gelaten:
woonruimte, die geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
voorzieningen ten behoeve van een op het openbaar net aangesloten nutsvoorziening, zoals onder meer transformatorbouwwerken, gasreduceerstations, pompstations, schakelbouwwerken, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, sluizen, telefooncellen, apparatuur voor telecommunicatie en overige voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding;
rijwegen, voet- en fietspaden, pleinen, groenvoorzieningen en water, met inbegrip van bij deze voorzieningen behorende nutsvoorzieningen, bermen, taluds, waterlopen en waterbouwkundige kunstwerken, ondergrondse afvalsystemen en ondergrondse infrastructurele voorzieningen;
elke al dan niet overdekte stallinggelegenheid ten behoeve van (gemotoriseerd) verkeer.
het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddelijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
verhuur van woonruimte bij afwezigheid van degene die de woning rechtsgeldig aanbiedt;
een aan de woonfunctie ondergeschikte toeristisch-recreatieve voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse in een daarvoor geschikte woning (hoofdgebouw of aangebouwd bijbehorend bouwwerk) verblijft. Daaronder ook begrepen bed & breakfast en particuliere vakantieverhuur;
rotondes, voet- en fietspaden, bermen, bruggen, viaducten, geluidschermen, bushaltes, parkeervoorzieningen , verkeerslichten, lantaarnpalen en fietsenstallingen;
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
denkbeeldige of op de verbeelding aangegeven lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrens;
natuurlijke of kunstmatige begrenzing of afscheiding die het water in zijn loop tegenhoudt en het achterliggende gebied beschermt tegen overstroming;
werken, waaronder begrepen kunstwerken, verbandhoudend met de waterstaat, zoals dammen, dijken, duikers, sluizen, beschoeiingen, remmingswerken, uitgezonderd steigers;
wezenlijke voorzieningen zoals keukens en sanitaire voorzieningen;
gehuisvest zijn en duurzaam verblijven in een woning;
een complex van ruimten bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, niet zijnde kamerverhuur;
het bouwkundig en/of functioneel splitsen van één woning in twee of meer zelfstandige woningen en/of het toevoegen van een extra woning in een bijbehorend bouwwerk;
zelfstandige woonruimte, die verhuurd wordt;
woonruimte die door een huishouden wordt bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte, waarbij sprake moet zijn van een eigen toegang tot de woonruimte.
In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
De kortste afstand tussen bouwwerken onderling alsmede van bouwwerken tot de perceelsgrens gemeten vanaf elk deel van het bouwwerk.
Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van een bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen.
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren.
Vanaf het peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk.
Tussen de voet van de antennedrager en het hoogste punt van de antenne-installatie; als de antennedrager aan de gevel van een gebouw wordt bevestigd, wordt gemeten tussen het punt waarop de antenne met antennedrager het dakvlak kruist en het hoogste punt van de antennedrager.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan).
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en gebruiksactiviteiten.
Op de voor 'Gemengd' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 16.2, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
Met een omgevingsvergunning zijn in afwijking van lid 7.2.1 sub c gebouwen geheel of gedeeltelijk met een plat dak of een andere kapvorm toegestaan.
De omgevingsvergunning genoemd onder 7.3.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregel:
Een horeca-activiteit is toegestaan met inachtneming van de volgende algemene regel:
Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
Het bepaalde in lid 7.5.1 is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden:
Indien burgemeester en wethouders voornemens zijn om de omgevingsvergunning voor het slopen te verlenen op basis van het gestelde in lid 7.5.3, wordt voorafgaand aan vergunningverlening een ter zake deskundige van de gemeente om advies gevraagd.
Op de voor 'Groen' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 16.2, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 16.2, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
Op de voor 'Water' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 16.2, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
Ter plaatse van de in lid 10.1 genoemde locaties mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Op de voor 'Wonen' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
met de daarbij behorende:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 16.2, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
In afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan of de artikelen in dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) die daarvoor in de plaats zullen treden, geldt dat de volgende bijhorende bouwwerken en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vergunningvrij zijn:
In aanvulling op het bepaalde in de leden 11.2.1 en 11.2.2 geldt dat:
Met een omgevingsvergunning zijn in afwijking van lid 11.2.1 sub b hoofdgebouwen geheel of gedeeltelijk met een plat dak of een andere kapvorm toegestaan.
Met een omgevingsvergunning zijn in afwijking van lid 11.2.2 sub b bijbehorende bouwwerken toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - erfbebouwing'.
De omgevingsvergunning genoemd onder 11.3.1 en 11.3.2 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregel:
Het aantal woningen mag niet meer dan 111 bedragen.
Bij de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis zijn de volgende activiteiten niet toegestaan:
Het is verboden om aan de straatzijde van de woning een bed and breakfast uit te oefenen op de begane grond.
Particuliere vakantieverhuur van een woning is toegestaan als niet meer dan 4 personen tegelijkertijd gebruik maken van (gedeelten van) de woning en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken.
Op de voor 'Geluidzone - industrieterrein' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar toegestane gebruiksactiviteiten, mede bedoeld voor:
In afwijking van het bepaalde bij de andere daar toegestane gebruiksactiviteiten geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrieterrein' - met uitzondering van herbouw ten behoeve van een bestaand geluidgevoelige gebouw - het niet is toegestaan geluidgebvoelige gebouwen te bouwen dan wel het gebruik van gebouwen ten behoeve van niet-geluidgevoelige functies om te zetten in het gebruik van gebouwen ten behoeve van geluidgevoelige functies.
Met een omgevingsvergunning zijn in afwijking van lid 12.2 teineinde het bouwen van nieuwe woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen overeenkomstig de andere andere daar toegestane gebruiksactiviteiten toe te staan, mits de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van deze woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.
Op de voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar toegestane gebruiksactiviteiten, mede bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 16.2, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt door de aanvrager een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) overgelegd waarin:
Indien uit het archeologisch rapport zoals bedoeld onder lid 13.2.1 blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door de vergunde werkzaamheden kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning:
Het in lid 13.2.1 bepaalde is niet van toepassing in geval van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op de gronden van toepassing zijnde functies en activiteiten:
Het bepaalde in 13.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend nadat door de aanvrager een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) is overgelegd waarin:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.3.1 kan worden verleend, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
Aan de omgevingsvergunning kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden:
Op de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar toegestane gebruiksactiviteiten, mede bedoeld voor:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde inartikel 16 lid 16.2, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
Ter plaatse van de in lid 14.1 genoemde locaties mogen ten dienste van de waterkering en de andere gebruiksactiviteiten bouwwerken worden gebouwd en gronden worden ontgraven of opgehoogd, mits de waterkerende functie van de gronden niet wordt geschaad.
Om te beoordelen of de waterkerende functie van de gronden niet wordt geschaad, dient advies te worden ingewonnen bij de beheerder van de waterkering.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie geldt een meldingplicht.
Met een omgevingsvergunning zijn in afwijking van de regels in de voorgaande artikelen toegestaan:
De omgevingsvergunning bedoeld in lid 16.2.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een woning in twee of meer woningen te splitsen.
Het verbod, bedoeld in lid 17.1.1, geldt niet voor woningsplitsing als dat betrekking heeft op een van de gevallen die in artikel 3.1.3 lid 4 van de Huisvestingsverordening 2025 of diens rechtsopvolger is vrijgesteld van de vergunningplicht voor woningsplitsing.
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 17.1.1 wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit woningsplitsing kunnen vergunningvoorschriften worden verbonden als bedoeld in artikel 3.3.2 van de Huisvestingsverordening 2025 of diens rechtsopvolger.
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - gezamenlijk geluid' geldt dat het gezamelijk geluid op de gevels van een geluidgevoelig gebouw ten hoogste de geluidsnorm bedraagt zoals is opgenomen in de tabellen en figuren van Bijlage 4.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 19.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 19.1.1 met maximaal 10%.
Lid 19.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) strijdige gebruik, bedoeld in lid 19.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 19.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Lid 19.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.