direct naar inhoud van 4.3 Provinciaal beleid
Plan: Bestemmingsplan Noord
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0402.06bp00noord-oh01

4.3 Provinciaal beleid

4.3.1 Streekplan Noord-Holland Zuid (2002)

Dit streekplan voor het zuidelijke deel van de provincie Noord-Holland omvat de regio´s Gooi en Vechtstreek, Amstel- en Meerlanden, Zuid-Kennemerland., IJmond, Zaanstreek, Waterland en het grondgebied van Amsterdam. Het streekplan geeft het ruimtelijk beleid weer tot circa 2020.

De regionale behoefte voor wonen en werken wordt binnenstedelijk opgevangen en anders bij voorkeur in hogere dichtheden dan tot nog toe gebruikelijk, in stedelijke knooppunten. Daarbij wordt er voorzien in een beperkt aantal uitleglocaties. Het plangebied is bij de vaststelling van het streekplan reeds binnen de zogenaamde rode contour getrokken voor stedelijke ontwikkeling. Het voor het gebied beoogde woningbouwprogramma is in het streekplan vastgelegd. Verder wordt er gestreefd naar meervoudig ruimtegebruik zodat er verbeteringsmogelijkheden zijn voor zowel het stedelijk gebied als de groene omgeving in de stad.

Er worden in het streekplan zeven belangrijke opgaven genoemd:

  • 1. ruimte voor water,
  • 2. ontwikkelen van waardevolle landschappen,
  • 3. een bereikbare netwerkstad;
  • 4. ruimte voor wonen;
  • 5. ruimte voor werken;
  • 6. een economische bestaansbasis voor de landbouw;
  • 7. behoud en ontwikkeling van cultuurhistorische waarden.

De regionale woningbouwtaakstelling, deels gebaseerd op lopende VINEX-afspraken voor 2005, deels uit de provinciale raming van de regionale nieuwbouwbehoefte voor de periode 2005-2020, bedraagt 10.000 woningen. Daarvan dienen er in ieder geval 6000 binnen de bestaande rode contouren te worden gebouwd.

Relevantie plangebied ´Noord´

Het plangebied valt volledig binnen de rode contour. Noord wordt tevens gekenmerkt als een Dudokwijk. Bij herstructurering en verdichting in cultuurhistorisch waardevolle stads- en dorpsgezichten (waaronder villaparken, middenstandswijken en Dudokwijken) staat versterking van de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kwaliteiten voorop.

4.3.2 Cultuurhistorie van Gooi en Vechtstreek (2000)

De cultuurhistorische waarden zijn van belang voor de identiteit, de herkenbaarheid en het karakter van een gebied, een dorp of een stad(sdeel). Het wordt daarom van belang geacht er ook in de toekomst zorgvuldig mee om te gaan.

De Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Holland biedt uitgebreide informatie die in de planvorming en de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen gebruikt kan worden en die een bron van inspiratie kan zijn bij de vormgeving van het landschap van de toekomst.

Hilversum is ´architectuurstad`en `televisiestad`: naast het nationale mediacentrum is het een plaats waar architecten uit de eerste helft van de 20e eeuw hun sporen hebben achtergelaten. Het is echter vooral de stad van Dudok, die er een groot deel van zijn leven heeft gewerkt.

De cultuurhistorische waardenkaart is opgedeeld in drie kaarten, te weten archeologie, historische geografie en historische bouwkunde.

Relevantie plangebied ´Noord´

Het plangebied Noord is op de Cultuurhistorische Waardenkaart aangewezen als geografisch van waarde. De oorspronkelijke functie voor dit gebied was agrarisch. Kenmerkend voor de agrarische (en bewonings-) geschiedenis van het Gooi is dat de laat middeleeuwse engen in de 19de en 20ste eeuw werden bebouwd. In het geval Hilversum is in het uitbreidingsplan duidelijk rekening gehouden met de 19e eeuwse begrenzing van de eng. Deze rand is vooral in het noordoosten nog herkenbaar in de rand van de bebouwing. De samenhang van de voormalige engen (nu de bebouwing) met de woeste gronden is aanwezig. De voor engen zo kenmerkende zandwegen zijn verdwenen. De zeldzaamheid van bebouwde engen is op zich laag, maar deze eng is ondanks de bebouwing nog bijzonder door de herkenbare vorm.

4.3.3 Actualisatie intentieprogramma Bodembeschermingsgebieden

Centrale doelstelling van het bodembeschermingsbeleid is het handhaven van een goede kwaliteit van de bodem en het grondwater. Deze algemene doelstelling wordt in het kader van (actief) bodembeheer verbijzonderd tot het realiseren van een acceptabele bodemkwaliteit in relatie tot de gebruiksfunctie en het minimaal voorkomen dat de bodemkwaliteit verder verslechtert.