direct naar inhoud van 5.4 Geluid
Plan: Banne Buiksloot II
Plannummer: N1203BPSTD
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0363.N1203BPSTD-VG01

5.4 Geluid

5.4.1 Algemeen

Geluidshinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. In de Wet geluidhinder (Wgh) en de Wet milieubeheer (Wm) zijn geluidsnormen opgenomen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Deze normen geven de hoogst acceptabele geluidsbelasting bij geluidsgevoelige functies zoals woningen.
Bij het bepalen van de maximaal toegestane geluidsbelasting maakt de Wet onderscheid tussen bestaande situaties en nieuwe situaties. Nieuwe situaties zijn nieuw te bouwen geluidsgevoelige functies of nieuwe geluidhinder veroorzakende functies.

Met het inwerkingtreden van de Crisis en Herstel Wet (CHW) is het door wijziging van de Wgh mogelijk om voor situaties die betrekking hebben op industrielawaai en wegverkeerslawaai ook hogere waarden vast te stellen (en te toetsen) in de procedure voor een uitwerking- of wijzigingsplan. In het geval dat er geen hogere waarde wordt vastgesteld bij het moederplan kan worden volstaan met een meer globale akoestische beschouwing waarin in ieder geval wordt onderbouwd dat de gewenste wijzigings- en/of uitwerkingsbevoegdheid akoestisch mogelijk is.

5.4.2 Regelgeving

Wet geluidhinder
Op 5 juli 2006 is de Wijzigingswet van de Wet geluidhinder aangenomen (Staatsblad 350, Wet van 5 juli 2006, houdende wijziging Wgh, modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase). De artikelen van deze wet zijn per 1 januari 2007 in werking getreden. In de (gewijzigde) Wgh zijn geluidsnormen voor toelaatbare equivalente geluidsniveaus opgenomen. De geluidsnormen gelden voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidszone van een (spoor)weg of industrieterrein.

In de Wgh is aangegeven dat een akoestisch onderzoek moet worden verricht bij het voorbereiden van de vaststelling en/of herziening van een bestemmingsplan voor zover die geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op gronden behorende tot een zone als bedoeld in de Wgh. Wanneer een nieuw (of gewijzigd) bestemmingsplan het mogelijk maakt geluidsgevoelige bebouwing in de geluidszone van een industrieterrein of (spoor)weg te realiseren, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk naar de geluidsbelasting van een industrieterrein of spoor(weg) op geluidsgevoelige bebouwing.

Indien de hoogste toelaatbare geluidsbelasting wordt overschreden, kan op grond van de Wgh een hogere waarde (ontheffing op de geluidsbelasting) worden verleend door het bevoegd gezag. Voorwaarde is dat het toepassen van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zijn, of overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard een rol spelen. Het toepassen van maatregelen dient in volgorde van prioriteit gericht te zijn op bronmaatregelen (geluiddempers, aanpassing wielen/spoor, aanpassing wegverharding en/of aangepaste rijsnelheden) en overdrachtsmaatregelen (geluidsschermen/geluidswallen).
Wanneer sprake is van meerdere relevante geluidsbronnen, kan slechts een besluit hogere waarde worden vastgesteld voor zover de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Verder dient, in het geval van ontheffing op de geluidsbelasting, de binnenwaarde worden gewaarborgd door het eventueel toepassen van gevelmaatregelen.

SWUNG - 1
Op 1 juli 2012 is een nieuwe wijziging van de Wgh in werking getreden. SWUNG staat voor Samen Werken in de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid. Deel 1 is opgenomen in het nieuwe hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer. De grootste verandering bestaat uit de invoering van de geluidsproductieplafonds. Door de invoering van deze plafonds wordt de groei van de geluidshinder afkomstig van de rijksinfrastructuur (wegen in beheer bij Rijkwaterstaat (RWS) en spoorlijnen) beperkt. De geluidshinder mag met maximaal 1,5 dB toenemen ten opzichte van het referentiejaar.
Concreet betekent dit dat de beheerder door de invoering van de geluidsproductieplafonds ieder jaar moet nagaan of het geluidsproductieplafond niet wordt overschreden op zogenaamde referentiepunten (rekenpunten die op 100 meter uit de weg liggen, 4 meter boven maaiveld). Bij aanpassingen aan de weg moet worden onderzocht of deze aanpassing zorgt voor een overschrijding van het geluidsproductieplafond. Als dat het geval is moet worden onderzocht welke maatregelen nodig zijn om deze overschrijding ongedaan te maken. Wanneer dit niet mogelijk blijkt te zijn, kan ook het geluidsproductieplafond worden verhoogd.
Een andere wijziging als gevolg van SWUNG-1 is het aanpassen van de regeling geluidsgevoelige bestemmingen. Dit betekent onder meer dat legale en permanente ligplaatsen voor woonschepen worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen. Daarmee vallen zij in de categorie geluidsgevoelig object en moeten zij aan de normen die daarvoor gelden getoetst worden. Het aanduiden van een ligplaats voor een woonschip als geluidsgevoelig terrein brengt met zich mee dat een woonschip geen verblijfsruimten heeft en daarom gelden de binnenwaarden niet voor woonschepen.

5.4.3 Toetsing en uitgangspunten bestemmingsplan

In het navolgende wordt nader ingegaan op de aspecten industrielawaai, railverkeerslawaai en wegverkeerslawaai.

5.4.3.1 Industrielawaai

Op grond van artikel 40 Wgh moet een geluidszone worden vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die 'in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken'. Dit zijn inrichtingen en bedrijven als aangewezen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Stb. 2010, nr. 143), de zogenaamde grote lawaaimakers. Dergelijke inrichtingen worden geacht zoveel lawaai te (kunnen) veroorzaken, dat de wijde omgeving ervan zeer zwaar belast wordt.

Het zuidwestelijk deel van het plangebied (Buiksloterbreek) valt deels binnen de geluidszone van het gezoneerde industrieterrein Johan van Hasseltkanaal West. Binnen de zone gelden de beperkingen voor planning van geluidgevoelige functies zoals wonen, onderwijs en gezondheidszorg. In dit deel van het plangebied worden echte geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt.

5.4.3.2 Railverkeerslawaai

Het plangebied ligt niet binnen een geluidscontour afkomstig van een spoorweg, zodat voor dit aspect geen toetsing aan de Wgh behorende besluiten nodig is.

5.4.3.3 Wegverkeerslawaai

Op grond van artikel 74 Wgh bevinden zich van rechtswege langs alle wegen geluidszones waarbinnen de geluidsbelasting vanwege de weg aan het gestelde in de wet dient te worden getoetst. Dit geldt niet voor wegen:

  • die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of;
  • waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt.

De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken. In onderstaande tabel is de breedte van geluidszones langs rijwegen aangegeven.

Aantal rijstroken   geluidszones buitenstedelijk gebied   geluidszones stedelijk gebied  
Weg met één of twee rijstroken   250 meter   200 meter  
Weg met drie of vier rijstroken   400 meter   350 meter  
Weg met vijf of meer rijstroken   600 meter   -  

Het noordelijk deel van De Banne Buiksloot valt binnen de geluidszone van de ringweg A10. Binnen deze geluidszone worden geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen toegestaan. De bestaande bebouwing mag gehandhaafd blijven.

Woonschepen
Als gevolg van SWUNG-1 en de daaraan gekoppelde wijziging van de Wet en Besluit geluidhinder worden legale en permanente ligplaatsen voor woonschepen aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Ligplaatsen voor woonschepen zijn mogelijk in de bestemming 'Water' ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats'.

In artikel 1.2, vierde lid, van het Besluit geluidhinder is aangegeven dat wanneer een bestemmingsplan wordt geactualiseerd of opnieuw wordt vastgesteld het niet wenselijk is dat de reeds bestaande ligplaatsen als nieuw object worden beschouwd en daarmee aan de normen moeten worden getoetst. In dat geval kan in het bestemmingsplan een bestaande ligplaats van rechtswege worden opgenomen zonder dat die wordt getoetst als geluidsgevoelig object. Het voorgaande is het geval in het voorliggende bestemmingsplan: er worden geen nieuwe ligplaatsen gecreëerd, slechts die ligplaatsen die het vigerende juridisch planologisch reeds mogelijk waren, worden overgenomen. Daarom zijn de opgenomen ligplaatsen in dit bestemmingsplan buiten beschouwing gelaten in het kader van een toetsing aan de normen van de wet. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de ligplaatsen wel nader kwalitatief beschouwd op basis van de gegevens uit Atlas Amsterdam. Hieruit kan het volgende ten aanzien van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden afgeleid.

Op de waarden zoals voortkomend uit Atlas Amsterdam mag, gelet op het stiller worden van auto’s en de afname van verkeer, een aftrek worden toegepast van 5 dB. Allereerst vallen woonboten niet onder de Woningwet, waardoor de eisen met betrekking tot omgevingsvergunningen en de eisen uit het Bouwbesluit niet voor woonschepen gelden. Dit heeft tot gevolg dat de eisen die gesteld zijn ten aanzien van geluidswering van woningen niet gelden voor woonschepen. Dit betekent doorgaans dat woonschepen minder geïsoleerd zijn dan woningen, waardoor de binnenwaarden ten aanzien van geluid hoger zullen zijn dan bij woningen. Om deze reden wordt dan ook alleen naar de geluidsbelasting op de gevel gekeken en niet naar de binnenwaarden zoals de Wgh deze hanteert.

  • De haven in Zijkanaal I

Voor wat betreft deze locatie kan uit Atlas Amsterdam worden afgeleid dat het haventje met ligplaatsen voor woonschepen in de zone 55-60 dB (contour 4 meter boven maaiveld) ligt en voor een deel in de zone 60-65 dB (contour 4 meter boven maaiveld) als gevolg van verkeerslawaai afkomstig van de Klaprozenweg. Dit maakt dat de daadwerkelijke waarden in de toekomst (bij wijziging of uitwerking) op respectievelijk 50-55 dB en 55-60 dB komen te liggen.
De voorkeursgrenswaarde ten aanzien van de geluidsbelasting voor woningen bedraagt 48 dB waarbij voor woningen die binnen de bebouwde kom worden gerealiseerd ontheffing tot 63 dB kan worden verleend. Het is duidelijk dat de geluidsbelasting van de ligplaatsen voor woonschepen in het haventje, de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De uiterste grenswaarde van 63 dB (waarvoor volgens de Wgh in binnenstedelijk gebied ontheffing kan worden aangevraagd) wordt echter niet overschreden. Dit in ogenschouw nemende als ook het feit dat er sprake is van een reeds lange bestaande feitelijke situatie, wordt het woon- en leefklimaat voor de ligplaatsen in het haventje aanvaardbaar geacht.

  • Zijkanaal I

Voor wat betreft deze locatie kan uit Atlas Amsterdam worden afgeleid dat in Zijkanaal I een aantal ligplaatsen voor woonschepen in de zone 60-65 dB (contour 4 meter boven maaiveld) liggen en het merendeel in de zone 55-60 dB als gevolg van verkeerslawaai afkomstig van de Buiksloterdijk. Dit maakt dat de daadwerkelijke waarden in de toekomst (bij wijziging of uitwerking) op respectievelijk 55-60 dB en 50-55dB komen te liggen.
De voorkeursgrenswaarde ten aanzien van de geluidsbelasting voor woningen bedraagt 48 dB waarbij voor woningen die binnen de bebouwde kom worden gerealiseerd ontheffing tot 63 dB kan worden verleend. Het is duidelijk dat de geluidsbelasting van ter plaatse van enkele ligplaatsen voor woonschepen in Zijkanaal I, de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De uiterste grenswaarde van 63 dB (waarvoor volgens de Wgh in binnenstedelijk gebied ontheffing kan worden aangevraagd) wordt echter niet overschreden. Dit in ogenschouw nemende als ook het feit dat er sprake is van een reeds lange bestaande feitelijke situatie, wordt het woon- en leefklimaat voor de ligplaatsen in Zijkanaal I geacht.

5.4.4 Conclusie

In het kader van industrie-, railverkeers- en wegverkeerslawaai zijn geen belemmeringen te constateren voor het bestemmingsplan Banne Buiksloot II.